CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

23-291-A - Bijlage 1 - Evenementenbeleid Tytsjerksteradiel 2023-2027

RAAD IEPEN POADIUM (PUBLIEKSHAL) 14 september 2023, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Ingekomen stukken - Evenementenbeleid (inhoudelijk)24.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Veiligheid

Voorzieningen

Bijzonderheden

Er dient éénrichtingsverkeer gehanteerd te worden rondom het terrein (Mounekamp en Industrieweg) wat betreft de rijrichting van bezoekers en een calamiteitenroute voor de hulpdiensten. Dit geldt ook voor de rijrichting op het terrein zelf. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels. De calamiteitenroute mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen. Niet ver van de locatie ligt het kanaal. Aan de andere kant van het Minnes Paadsje ligt ook water. Een organisator dient rekening te houden met het water rondom het evenemententerrein en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van hekwerk en het zorgen voor voldoende toezicht. Er zijn geen voorzieningen voor water of stroom op de locatie. De organisator van een evenement zal hier gebruik moeten maken van eigen voorzieningen. Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer. Het betreft een particulier terrein in eigendom van Wadro Schuilenburg. Evenementen kunnen hier alleen plaatsvinden als de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor geeft. De eigenaar kan daarnaast aanvullende afspraken met de organisatoren maken over het gebruik van het terrein.

46

47

Locatieprofiel Gytsjerk, ijsbaanterrein J.H. Riemersmastrjitte Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of

2

Geluidnormen Voorkeurspositie tent of podium

Zie hiervoor het geldende bestemmingsplan

schuurfeesten)

Verkeer en parkeren

Veiligheid

Voorzieningen

Het podium met geluidinstallatie dient geplaatst te worden in de richting die zoveel mogelijk van de bebouwing afdraagt. Het opstellen van de tent en het podium in overleg met de gemeente. De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk. Parkeren bij voorkeur op het parkeerterrein bij de Albert Heijn aan De Haven (in overleg met de Albert Heijn). Fietsen kunnen geparkeerd worden op het terrein zelf. Er dient genoeg fietsenstalling aanwezig te zijn, om te voorkomen dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen. Omdat het evenemententerrein een onverhard terrein is, dient de organisator rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van platen. Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water. De organisator van een evenement zal hier gebruik moeten maken van eigen voorzieningen. Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool).

Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer.

Bijzonderheden

In het bestemmingsplan Gytsjerk-Mûnein 2021 is deze locatie aangeduid als evenemententerrein. Dit houdt in dat ten aanzien van toetsing ook wordt gekeken naar hetgeen zoals genoemd in het bestemmingsplan. Een toelichting op de uitgangspunten is terug te lezen in de toelichting op het bestemmingsplan. Relevante regels ten aanzien van deze locatie en zoals genoemd in het bestemmingsplan worden meegenomen in de beoordeling.

48

49

Locatieprofiel Noardburgum, kruising Quatrebras Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of

3

Geluidnormen Voorkeurspositie tent of podium

Zie bijlage geluidnormen.

schuurfeesten)

Verkeer en parkeren

Veiligheid

Voorzieningen

Bijzonderheden

Het podium met geluidinstallatie dient geplaatst te worden in de richting die zoveel mogelijk van de bebouwing afdraagt. Bij voorkeur wordt het podium opgesteld aan de zuidkant van het terrein en in noordelijke richting georiënteerd. In overleg met de gemeente is wellicht een andere opstelling mogelijk. De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk. Locatie van parkeren in overleg met de gemeente en waar nodig de provincie (i.v.m. de N355). Fietsen kunnen geparkeerd worden op het terrein zelf. Er dient genoeg fietsenstalling aanwezig te zijn, om te voorkomen dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen. Vanwege de drukke weg kan het plaatsen van extra verlichting nodig zijn ter hoogte van de ingang van het terrein. Dit in overleg met de gemeente. Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water. De organisator van een evenement dient gebruik te maken van eigen voorzieningen. Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool).

Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer. Evenementen kunnen hier alleen plaatsvinden als de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor geeft. De eigenaar kan daarnaast aanvullende afspraken met de organisatoren maken over het gebruik van het terrein.

50

51

Locatieprofiel Oentsjerk, weiland achter Rengersweg 1 Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of

1

Geluidnormen Voorkeurspositie tent of podium

Zie bijlage geluidnormen.

schuurfeesten)

Verkeer en parkeren

Veiligheid

Voorzieningen

Bijzonderheden

Het podium met geluidinstallatie dient geplaatst te worden in de richting die zoveel mogelijk van de bebouwing afdraagt. Bij voorkeur is dit in westelijke richting. In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk. De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk. Er kan geparkeerd worden op het weiland zelf, zowel auto’s als fietsen. De organisator dient hierbij rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van rijplaten. De fietsenstalling moet voldoende zijn, zodat wordt voorkomen dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan door de fietsen op het terrein. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen. Omdat het evenemententerrein een weiland is, dient de organisator rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van platen. Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water. De organisator van een evenement dient gebruik te maken van eigen voorzieningen.

Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer. Evenementen kunnen hier alleen plaatsvinden als de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor geeft. De eigenaar kan daarnaast aanvullende afspraken met de organisatoren maken over het gebruik van het terrein.

52

53

Locatieprofiel Sumar, bij het dorpshuis Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of

1

Geluidnormen Voorkeurspositie tent of podium

Zie bijlage geluidnormen.

schuurfeesten)

Verkeer en parkeren

Veiligheid

Voorzieningen

Bijzonderheden

Het podium met geluidsinstallatie dient geplaatst te worden in de richting die zoveel mogelijk van de bebouwing afdraagt. Bij voorkeur is dit in oostelijke of westelijke richting. In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk. De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk. Parkeren bij voorkeur bij het dorpshuis en de sporthal. Fietsen kunnen hier ook gestald worden, of op het weiland zelf. De fietsenstalling moet voldoende zijn, zodat wordt voorkomen dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan door de fietsen op het terrein. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen. Omdat het evenemententerrein grasland is, dient de organisator rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van platen. Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water. De organisator van een evenement zal hier gebruik moeten maken van eigen voorzieningen. Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool).

Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer. -

54

55

Bijlage V Geluid bij evenementen in de open lucht 1. Inleiding bijlage geluid 1.1 Wettelijk kader

Zoals in het evenementenbeleid al is aangegeven is de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Tytsjerksteradiel (hierna: APV) de wettelijke basis voor evenementen. Voor geluid bij evenementen ligt die wettelijke basis specifiek in artikel 4:6 van de APV. Hierin staat dat het verboden is om in de open lucht (dus buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zoals een horecazaak) toestellen of geluidsapparatuur in werking te hebben, of handelingen te verrichten, die voor een omwonende of de omgeving geluidhinder veroorzaken. Versterkte muziek bij een evenement zou kunnen zorgen voor hinder. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) kan van het verbod ontheffing verlenen. Met het verlenen van een geluidontheffing wordt een bepaalde mate van hinder naar de omgeving toegestaan. In deze bijlage staat: • Wanneer een ontheffing nodig is. • Wanneer een akoestisch onderzoek van de organisatie nodig is. • Het normenstelsel op grond waarvan het college de geluidontheffing verleend.

1.2 Afwijkingsbevoegdheid

Het is voor het college mogelijk gemotiveerd af te wijken van het normenstelsel bij: • Evenementen die van groot (maatschappelijk/economisch) belang zijn voor de gemeente. • Evenementen die en/of eenmalig zijn. • Evenementen die en/of een zeer bijzonder karakter hebben.

1.3 Bronnen en literatuur

Bij het opstellen van deze bijlage is aangesloten bij bestaande wet- en regelgeving, zoals de Wet milieubeheer, en andere relevante beleidsstukken, zoals de Nota Limburg en het Derde Convenant preventie gehoorschade muzieksector. Verder is er aangesloten bij gerechtelijke uitspraken. In bijlage 3 staat een overzicht van de gehanteerde bronnen en literatuur.

56

2. Geluidhinder Bij de beoordeling van geluid moet naast het geluidniveau ook rekening gehouden worden met andere factoren. Of geluid van een evenement als hinderlijk wordt ervaren, hangt af van diverse factoren die met elkaar samenhangen. In het normenstelsel van deze bijlage is rekening gehouden met onderstaande factoren.

Akoestische factoren • • •

Het geluidniveau. Hoe hoger het niveau, hoe groter de prikkeling en de stress worden. De blootstellingsduur. De hinder neemt toe naarmate omwonenden langer worden blootgesteld aan geluid. Voor evenementen is dit zowel de duur als frequentie waarop deze plaatsvinden. Lage tonen worden als meer storend ervaren. Daarom is bij evenementen waarbij muziek met veel lage bastonen wordt gedraaid de hinderbeleving groter.

Sociaalpsychologische factoren • • •

De maatschappelijke aanvaardbaarheid: evenementen die een sterk maatschappelijk karakter hebben, dragen bij aan de onderlinge samenhang. Minder prettige bijkomstigheden, zoals hoge geluidniveaus en een latere eindtijd, worden hierbij eerder als acceptabel beschouwd. De voorspelbaarheid: onverwachte of onregelmatige blootstelling aan geluid leidt tot meer hinder dan in een situatie waarin het optreden van geluid voorspelbaar is. Gevoel van beheersbaarheid: als er geen gevoel van beheersbaarheid is, dan ontstaat er ook steeds meer prikkeling en stress. Onder beheersbaarheid wordt verstaan; zekerheid over het begin- en het eindtijdstip en het kunnen ontlopen ervan.

57

3. Gehoorschade bezoekers evenement Tussen het rijk en organisatoren van festivals is het Derde Convenant preventie gehoorschade muzieksector afgesloten. Ter bescherming van volwassen bezoekers zijn in het convenant afspraken gemaakt over een hoogste equivalent gemiddeld geluidniveau van LAeq-15 min = 103 dB(A)* voor volwassenen ter plaatse van de mengtafel, ook wel Front Of House of regietoren genoemd. Deze staat meestal 20-25m van het hoofdpodium af. Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (m.n. tussen het podium en FOH) te verkleinen. Zowel in de aanvraag als de ontheffing wordt dit als uitgangspunt vastgelegd. *) Voor muziekevenementen voor kinderen en jongeren hanteert het Convenant de volgende hoogste equivalent gemiddeld geluidniveaus: • • •

Voor shows voor jonge kinderen (t/m 13 jaar) is dit maximaal 91 dB(A); Voor shows voor kinderen/jongeren van 14 en 15 jaar is dit maximaal 96 dB(A); Voor shows voor kinderen/jongeren van 16 en 17 jaar is dit maximaal 100 dB(A);

Het college vindt de bescherming van bezoekers belangrijk. Ten opzichte van hetgeen afgesproken in het derde Convenant is dit beleid hier 3 dB(A) strenger. Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (afhankelijk van onder andere de hoogte van het geluidniveau, de duur van de blootstelling en de periode rust na blootstelling) te verkleinen. Voor volwassenen geldt een maximale waarde van LAeq-15 min = 100 dB(A). Overeenkomstig voor volwassenen geldt de verlaging ook voor jongeren van 16/17 jaar (97 dB(A)), voor 14/15 jaar (93 dB(A)) en voor kinderen t/m 13 jaar (88 dB(A)). Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (afhankelijk van onder andere de hoogte van het geluidniveau, de duur van de blootstelling en de periode rust na blootstelling) te verkleinen. In de praktijk blijkt dit haalbaar voor veruit de meeste evenementen en hoeft het niet ten koste te gaan van de muziekbeleving.

Gehoorbescherming

Als het muziekgeluid boven deze waarde uitkomt, moet de organisatie de betreffende doelgroepen gehoorbescherming aanbieden. Deze zijn op een laagdrempelig wijze beschikbaar en goed vindbaar voor de bezoekers. De bezoekers worden voor of aan het begin geïnformeerd over de noodzaak en beschikbaarheid van gehoorbescherming. Uiteindelijk maakt de bezoekers zelf de keuze voor het daadwerkelijk dragen van de gehoorbescherming.

58

4. Normenstelsel Het geluid bij evenementen brengt een bepaalde mate van overlast met zich mee bij omliggende geluidgevoelige bestemmingen, meestal woningen. Om deze overlast te beperken stellen we normen aan het aantal geluidsdagen, de begin- en eindtijden en de hoeveelheid te produceren geluid. Dit vormt het normenstelsel van deze bijlage. In deze bijlage wordt aangegeven wat maximaal is toegestaan, zijnde een grenswaarde. Wat werkelijk wordt toegestaan is afhankelijk van de aanvraag van de geluidontheffing en/of de uitkomsten van een akoestisch onderzoek. De feitelijke normstelling in de te verlenen geluidontheffing is maatwerk. Deze kan daardoor naar beneden afwijken van de maximale normen in deze bijlage. Wij sluiten hiermee aan bij het BBT-principe. Het doel is dat toegepaste maatregelen en voorzieningen de grootst mogelijke bescherming aan het milieu moeten bieden, maar dat anderzijds deze maatregelen redelijk moeten zijn.

4.1 Aantal geluidsdagen

Er is geen regelgeving voor het aantal geluidsdagen voor een of meerdere evenementen. Wat acceptabel is voor een bepaalde locatie is ter afweging aan de gemeente zelf. Wij hanteren het aantal van maximaal 12 dagen per locatie. Wanneer het geluid bij een evenement in de nachtperiode doorloopt tot in de volgende dag wordt dit gerekend als één geluidsdag.

4.2 Tijden

De eindtijden voor buitenevenementen en de muziek worden vermeld en toegelicht in het evenementenbeleid, onder paragraaf 4.3.

Standaard rustperiode geluid

Bij evenementen die daags na elkaar op dezelfde locatie plaatsvinden moet er tussen de eindtijd en de begintijd van de muziek minimaal 8 uren zitten. Dit is een aaneengesloten rustperiode. Dit betekent dat bij een eindtijd van bijvoorbeeld 01:00 uur dan is een begintijd de aansluitende ochtend van 9:00 uur mogelijk en niet eerder.

4.3 Geluidnormen

Voor de bepaling van de geluidnormen is een opdeling gemaakt in lichte - en normale muziekevenementen, de op- en afbouw en overig geluid. Hierbij geldt dat: • De evenementen altijd gebruik maken van BBT (Best Beschikbare Technieken) om geluidhinder zoveel als mogelijk te beperken. • Geluidmetingen naar muziekgeluid worden uitgevoerd volgens het meetprotocol beschreven in bijlage 1. • Andere geluidmetingen worden uitgevoerd volgens de HMRI 1999. • Geluidnormen worden vastgelegd op de gevel van omliggende woningen, de gevel van andere geluidgevoelige gebouwen, op vastgestelde referentiepunten dan wel ter plaatse van Front of house. • Onderstaande normen gaan uit van: o Housemuziekspectrum; en o een gevelisolatiewaarde van 20 dB. Bij een andere muziekspectrum of isolatiewaarde wordt de maximale grenswaarde overeenkomstig bijgesteld.

4.3.1 Licht muziekevenement (zie toelichting)

Dit zijn kleinschalige (buurt)evenementen in de dag- en avondperiode. In de nachtperiode is geen muziek toegestaan. Muziekgeluid heeft slechts een ondersteunende functie in de sfeer. Er is meestal sprake van een hoge maatschappelijke betrokkenheid van de bezoekers en omgeving. Een ontheffing voor geluidhinder volgens artikel 4:6 APV achten wij alleen nodig als het muziekniveau in LAeq over 1 min gelijk of hoger is dan 90 dB(A) en 104 dB(C), gemeten op 1 meter van de geluidboxen. Dan wordt het muziekgeluid beoordeeld volgens de criteria van normaal muziekevenement. Als een lager muziekniveau aangevraagd wordt, worden geen geluidnormen opgelegd.

59

4.3.2 Normale muziekevenement (zie toelichting) Wij hanteren de volgende grenswaarden: Op de gevel van omliggende woningen, andere geluidgevoelige gebouwen of vastgestelde referentiepunten: • Voor de dag- en avondperiode is een maximaal geluidniveau van 70 dB(A) en 84 dB(C) toegestaan. • Voor de nachtperiode is een maximaal geluidniveau van 45 dB(A) en 59 dB(C) toegestaan. Waarbij Front of house een ondersteunende grenswaarde geeft: • Er is een maximaal geluidniveau van 100 dB(A)* toegestaan voor bezoekers van 18 jaar en ouder. • Er is een maximaal geluidniveau van 114 dB(C)** toegestaan voor bezoekers van 18 jaar en ouder. * voor bezoekers van 16/17 jaar, 14/15 jaar en 13 jaar en jonger geldt resp. 97 dB(A), 93 dB(A) en 88 dB(A). ** voor bezoekers van 16/17 jaar, 14/15 jaar en 13 jaar en jonger geldt resp. 111 dB(C), 107 dB(C) en 102 dB(C).

4.3.3 Op- en Afbouw

De tijden voor de op- en afbouw worden vermeld in het evenementenbeleid (paragraaf 4.3) (tussen 09:00 uur en 21:00 uur). Voor de geluidniveaus die tijdens de op- en afbouw periode maximaal worden toegestaan hanteren wij de volgende grenswaarden: • LAeq = 70 dB(A) in de dagperiode en 65 dB(A) in de avondperiode; • LAmax = 85 dB(A) in de dagperiode en 80 dB(A) in de avondperiode.

4.3.4 Overig geluid

Voor de geluidniveaus van overig geluid tijdens het evenement (naast muziekgeluid en geluid van de op- en afbouw) worden de volgende grenswaarden overeenkomstig het art. 2.17 lid 1a van het Activiteitenbesluit milieubeheer toegestaan:

Een voorbeeld zijn de (nood)stroomaggregaten, welke gedurende het evenement noodzakelijk zijn als het elektriciteitsnet onvoldoende kan leveren. De locatie en afscherming zijn bepalend voor de geluidbelasting.

4.3.5 Akoestisch onderzoek

De gemeente Tytsjerksteradiel (de vergunningverlener) bepaalt wanneer de evenementenorganisator in een akoestische rapportage duidelijk moet maken welke geluidsruimte (van het evenement, de open afbouw en het overige geluid) wordt gevraagd. Zeker als aannemelijk is dat de grenswaarden bereikt worden. Dit wordt per ontheffing beoordeeld. Het akoestische onderzoek moet voldoen aan het meet- en rekenprotocol van bijlage 1. De richtlijn voor muzieklawaai komt uit de nota Limburg en is het referentieniveau + 10 dB in een woning. Daarmee accepteren we de status “veel hinder”. De bijbehorende gevelbelasting is 60 dB(A) en 74 dB(C). Als in de aanvraag door de organisator dan wel door de vergunningverlener aannemelijk gemaakt kan worden dat de geluidbelasting bij een woning hoger of gelijk aan de 60 dB(A) is, wordt bij de aanvraag een akoestisch onderzoek vereist. Is voor de desbetreffende locatie actuele akoestische informatie beschikbaar, dan kan de vergunningverlener de onderzoekplicht laten vervallen.

60

4.3.6 Niet-meet verklaring Er kunnen zich situaties voordoen waarbij uit het akoestisch onderzoek vooraf blijkt dat sprake is van een normoverschrijding bij een beperkt aantal geluidgevoelige objecten. In die situaties kan een organisator van een evenement proberen een overeenkomst te sluiten met individuele bewoners of eigenaren van deze geluidgevoelige objecten. Dit kan bijvoorbeeld door hen te compenseren voor die tijdelijke hogere mate van geluidoverlast. Wij willen als gemeente deze mogelijkheid niet van tevoren uitsluiten en zullen met die strekking de aanvraag toetsen met als uitgangspunten: • Afspraken tussen organisator en omwonenden moeten altijd per individuele bewoner zijn overeengekomen. • Alle bewoners van de woningen die te maken gaan krijgen met een gevelwaarde boven de grenswaarde dienen hiermee akkoord te gaan. • Het is duidelijk om welke geluidbelasting en tijdsduur het gaat; bij de vergunningsaanvraag dient uit akoestisch onderzoek (conform het Meet- en rekenprotocol) te blijken welke geluidbelasting verwacht wordt op de betreffende woningen. • De compensatie moet proportioneel zijn. Voor een compensatie van 24 uur beschouwen wij een richtbedrag van 150 euro per persoon als redelijk.

4.3.7 Stemgeluid

Het stemgeluid van bezoekers van het evenement op het evenemententerrein is geen onderdeel van de (on)versterkte muziek en wordt daarmee niet in de beoordeling van de geluidniveaus opgenomen. Tenzij dit in het bestemmingsplan anders is aangegeven. Stemgeluid op het evenemententerrein bestaat meestal uit het meezingen van de bezoekers. Dit specifieke geluidniveau is indirect afhankelijk van het geluidniveau van de muziek. Het uitgangspunt is dat het muziekniveau bepalend en hoger is dan het stemgeluid. De organisator heeft direct invloed op de muziek qua geluidniveau en geluidspectrum, met de instellingen op de mengtafel. Hierop is toezicht en handhaving. Het stemgeluid wordt daardoor niet in de beoordeling meegenomen. Als de gronden in het bestemmingsplan bestemd zijn voor evenementen is er meestal een zgn. locatieonderzoek uitgevoerd voor een afweging voor een goede ruimtelijke ordening. Hierin is het stemgeluid van bezoekers binnen en buiten het evenemententerrein wel beoordeeld. Daarvoor zijn mogelijk planregels opgesteld, die doorwerken in deze bijlage.

61

Toelichting evenementengeluid Wanneer is een ontheffing artikel 4:6 APV nodig?

Vanuit de oorveiligheid is gekozen voor een drempelwaarde bij muziekgeluid van 90 dB(A) en 104 dB(C) op 1m afstand van de muziekbox(en). Daarmee worden vooral jonge kinderen beschermd tegen oorschade. Deze waarde is voor iedereen duidelijk herkenbaar en komt terug in het aanvraagformulier voor de ontheffing. Als een muziekevenement onder deze waarde blijft, is geen ontheffing nodig en neemt het bevoegd gezag geen geluidnormen in dB(A) en dB(C) op. Het bronvermogen van de muziekbox zal ca. 100 dB(A) bedragen. In onderstaande tabel wordt in deze worstcase de afnemende geluidbelasting op de gevel van een woning gegeven bij een toenemende afstand. Bronvermogen box is LAeq = 100 dB(A) *)

Demping in dB(A) **)

100 100 100 100

Afstand muziekbox tot gevel woning in meters 6 11 20 35

100 100

60 100

45 50

25 30 35 40

Geluidbelasting LAeq op gevel in dB(A) 75 70 65 (grenswaarde dag) 60 (grenswaarde avond) 55 50

*) Bij een lager bronvermogen met x dB(A) in de linkerkolom neemt de geluidbelasting in de rechterkolom ook met x dB(A) af **) afstandsverdubbeling geeft een demping van 6 dB(A) (zie bijlage) Uitgaande van de grenswaarde voor lichte muziekevenementen van 65/60 dB(A) in de dag/avondperiode (status ernstige hinder in de woning) plaatst de organisator de muziekbox op een minimale afstand van 20/35m in de dag/avondperiode van een woning, van de woning af gericht.

dB(A) normering op de gevel van een woning/geluidgevoelige bestemming/meetpunt/FOH

De Nota Limburg (Nota evenementen met een luidruchtig karakter 1966) is het leidende uitgangspunt. De gevelwering van bestaande woningen is minimaal 20 dB volgens het Bouwbesluit 2012. De nieuwbouwwoningen zijn duurzamer en energiezuinig en hebben daardoor een gevelwering van minimaal 25 dB. Tijdens vergunningverlening wordt de geluidwering vastgelegd. Daar waar nodig wordt deze berekend of gemeten door de aanvrager. Voor een licht muziekevenement geldt voor de dag- en avondperiode het uitgangspunt van spraakverstaanbaarheid en de grenswaarde voor “enige hinder” uit de hinderkwalificatietabel in de woning. Het maximale binnenniveau in de dagperiode en avondperiode bedraagt 35 + 10 = 45 dB(A), resp. 30 + 10 = 40 dB(A). Rekening houdend met gemiddelde gevelisolaties van 20 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 65 dB(A) in de dagperiode en 60 dB(A) in de avondperiode. Voor licht muziekevenement geldt voor de nachtperiode het uitgangspunt van slaapverstoring en de grenswaarde voor “geen hinder” uit de hinderkwalificatietabel in de woning. Het maximale binnenniveau in de nachtperiode bedraagt 25 + 0 = 25 dB(A). Rekening houdend met gemiddelde gevelisolaties van 20 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 45 dB(A). Praktisch is dan geen sprake meer van muziekgeluid.

Voor normale muziekevenementen geldt voor de dag- en avondperiode het uitgangspunt van spraakverstaanbaarheid en de grenswaarde van 50 dB(A) voor “onduldbare hinder” uit de hinderkwalificatietabel in de woning. Rekening houdend met gemiddelde gevelisolaties van 20 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 70 dB(A).

62

Wil een organisator een hogere waarde vergund krijgen, dan is bij de aanvraag een aanvullend akoestisch onderzoek nodig naar de benodigde gevelwering van de desbetreffende woning(en). Voor normale muziekevenementen geldt voor de nachtperiode het uitgangspunt van slaapverstoring en de grenswaarde voor “geen hinder” in de woning. Het maximale binnenniveau in de nachtperiode bedraagt 25 + 0 = 25 dB(A). Rekening houdend met gemiddelde gevelisolaties van 20 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 45 dB(A). Praktisch is dan geen sprake meer van muziekgeluid. Dan wel achtergrondmuziekgeluid op grote afstand. Bij de geluidbelasting bij FOH wordt er vaak gerekend met een afstand van 20 – 25m van het podium/opstelling boxen. Grofweg kan er gerekend worden met een afstandsdemping van 36 dB(A). Bij een “gehoor”grens voor volwassenen heeft het podium een maximaal bronvermogen van 100 + 36 = 136 dB(A) (en 150 dB(C)). Het oor ligt dan op de box. Uitgangspunt blijft dat de bezoeker de aangeboden gehoorbescherming vrijwillig draagt.

dB(C) normering

De dB(C) normering is afhankelijk van de optredende dB(A) waarde in combinatie met het optredende muziekspectrum. De aanvrager geeft dit aan. Volgens de “NSG-Richtlijn muziekspectra in de horeca” (maart 2015) accepteren we een muziekspectrum met bastonen overeenkomstig het pop-dancehouse-ultrabas-spectrum. Het verschil tussen de dB(A) waarde en dB(C) waarde varieert volgens deze richtlijn positief tussen de 6 en 20 dB. Met de keuze van het spectrum ligt daarmee ook de te vergunnen dB(C) waarde vast op enig meetpunt. Bij een B-evenement met een housespectrum wordt naast bijvoorbeeld een 75 dB(A) ook een 89 dB(C) grenswaarde vergund. Dezelfde redenering geldt voor de grenswaarde FOH van 100 dB(A) en dus 114 dB(C) voor volwassenen. Omdat de grenswaarden A-gewogen zijn, wordt het toelaatbare geluidniveau in eerste instantie ook in dB(A) uitgedrukt. Bij een A-gewogen geluidniveau worden de lage tonen minder meegewogen dan de midden en hoge tonen. Dit betekent dat de bassen kunnen toenemen terwijl het totale A-gewogen geluidniveau niet of nauwelijks wijzigt. Hierdoor is het voor de organisatie van het evenement en handhavers van een gemeente moeilijk in te schatten of het geproduceerde geluidniveau aansluit bij de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek. Het hulpmiddel is het C-gewogen geluidniveau. In de C-weging worden de lage tonen zwaarder beoordeeld.

Het verschil tussen het A- en C-gewogen geluidniveau zegt daardoor iets over de mate van lage tonen. In tabel 2 en hieronder is weergegeven wat het verschil is tussen het A- en C-gewogen geluidniveau per muziekspectrum:

(tabel NSG-richtlijn par. 3.2.5)

Toelichting akoestisch onderzoek Uitgangspunt is een drempelwaarde van 60 dB(A) en 74 dB(C) op de gevel van een omliggende woning. In de woning is er dan sprake van een geluidbelasting van 40 dB(A). Vanuit de Nota Limburg is er dan sprake van een status “veel hinder” voor spraakverstaanbaarheid. Komt het muziekgeluid van het evenement boven deze waarde of wordt dit aannemelijk gemaakt is een akoestisch onderzoek nodig bij de ontheffing.

63

Op locaties waar vaker evenementen gehouden zijn, is meestal deze akoestische informatie al bekend. De vergunningverlener kan dan afzien van de onderzoekplicht. De ontheffing wordt dan op deze basis van informatie afgegeven. Bij welke afstand wordt de drempelwaarde van 60 dB(A) bij een normaal muziekevenement bereikt. Bij dit evenement is de geluidbelasting op het podium gemiddeld 125 dB(A). Om dit geluid te dempen naar 60 dB(A) is er een afstand van ca. 500m nodig. Omdat in deze range altijd woningen staan is er daarmee ook een onderzoekplicht. In bijlage 4 is er een tabel opgenomen welke de afstandsdemping in dB weergeeft.

Best Beschikbare Technieken Het uitgangspunt bij elk evenement is dat de geluidbelasting op omliggende woningen en andere geluidgevoelige gebouwen zo laag mogelijk is. Om dat te bereiken zal de organisator van het evenement: • •

Niet meer geluid produceren dan nodig is voor het betreffende evenement. Geluidreducerende/-sturende maatregelen treffen die minimaal voldoen aan de Best Beschikbare Technieken (BBT).

Het begrip ‘Beste Beschikbare Technieken’ (BBT) - voorheen bekend als ‘As Low As Reasonably Achievable’ (ALARA) - is afkomstig uit de milieuwetgeving. Op grond van artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient bij de verlening van een vergunning in acht genomen te worden dat tenminste voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Voor de inhoud van het beginsel van BBT kan worden aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wabo. Door het treffen van BBT-maatregelen wordt onnodige geluidemissie zoveel mogelijk voorkomen. Bij evenementen moet de organisator het BBT-principe (Best Beschikbare Technieken) toe te passen. Dit zijn technieken om de geluidoverdracht naar de omgeving zoveel als mogelijk te beperken. Onderstaande technieken moeten voor zover mogelijk worden toegepast: • Podia en speakers worden in de meest optimale richting opgesteld. • Gevlogen speakers worden zo laag mogelijk opgehangen. • Speakers dienen zo goed mogelijk gericht te zijn op het publiek. • Gevlogen subwoofers zijn niet toegestaan. • Het kantelpunt/ de cross-over tussen subs en topkasten ligt op of boven de 80 Hz.

• Er wordt gebruik gemaakt van cardioïde opgestelde subs in een 1:2 verhouding als: o dit nodig is voor het kunnen voldoen aan de geluidnorm; o dit een reductie van ten minste 5 dB(A) oplevert op de gevel van enige woning, ongeacht of al aan de geluidnorm voldaan wordt; o er woningen zijn gelegen binnen 25 meter van de achterzijde van een podium. • Zogenaamde ‘end fire’ technieken zijn niet toegestaan. • Het geluid onder de 40 Hz wordt afgefilterd met een verval van 6 dB per tertsband*.

*Geluid onder de 40 Hz moet worden afgefilterd.

Een maatregel om hinder van (zeer) lage tonen te verminderen is het zogenaamde ‘affilteren’. Dit betekent dat het geluidniveau onder een bepaalde frequentie verminderd wordt. Hiervoor wordt een filter gebruikt die naarmate de frequentie lager wordt het geluidniveau steeds verder reduceert.

Soundchecks

Soundchecks vinden bij voorkeur plaats op de dag van het evenement zelf en duren niet langer dan 30 minuten per podium/area. Als het organisatorisch onvermijdbaar is kunnen soundchecks de dag voorafgaand aan het evenement plaatsvinden. Soundchecks worden niet voor 10:00 uur en niet na 22:00 uur gehouden. Voor soundchecks gelden dezelfde maximale geluidniveaus als in de ontheffing is opgenomen.

64

Bijlagen bij geluid Bijlage 1: Meet- en rekenprotocol Bijlage 2: Overzicht van bronnen en literatuur Bijlage 3: Begrippenlijst Bijlage 4: Indicatie afstandsdemping vrije-veld situatie (HMRI 1999)

65

Bijlage 1: Meet- en rekenprotocol 1. Inleiding Dit meet- en rekenprotocol (hierna: het protocol) is van toepassing op muziekgeluid van een evenementen in de open lucht die binnen gemeente Tytsjerksteradiel gehouden worden. Het protocol is opgesteld om een eenduidige en heldere manier te bieden hoe gemeten en gerekend wordt met evenementengeluid, met de nadruk op muziekgeluid. Dit protocol is een onlosmakelijk onderdeel van de bijlage ‘Geluidnormen voor evenementen in de open lucht gemeente Tytsjerksteradiel’ bij het evenementenbeleid. Het protocol zal periodiek worden bijgewerkt op basis van ervaringen en voortschrijdende inzichten. De gemeente Tytsjerksteradiel houdt bij de geluidmetingen de Handleiding meten- en rekenen industrielawaai 1999 (hierna: HMRI) aan als leidraad. De HMRI is opgesteld voor industrielawaai en daarmee niet op alle onderdelen geschikt voor muzieklawaai van evenementen. In dit protocol staat hoe wij de HMRI toepassen bij de evenementen op het uitgangspunt “meten = weten”. 2. Algemeen

2.1 Beoordelingspunten •

• • •

•

• •

De grenswaarden voor evenementengeluid gelden op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen (zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en scholen) dan wel op vastgestelde referentiepunten. Een (blinde) gevel waarin zich geen ramen en deuren bevinden behoeft niet als beoordelingspunt beschouwd te worden. Een (dove) gevel waarin zich geen te openen delen bevinden wordt wel als beoordelingspunt beschouwd. De beoordeling vindt plaats op alle verdiepingen van een gebouw waarop zich geluidgevoelige ruimten bevinden. In het akoestisch onderzoek dienen daarvoor rekenpunten opgenomen te worden op alle relevante verdiepingen. Geluidmetingen kunnen zich beperken tot een aantal maatgevende beoordelingspunten die blijken uit het akoestisch onderzoek. Indien gewenst kan om praktische redenen beoordeling plaatsvinden op referentiepunten, waarbij berekend moet worden welk geluidniveau aldaar als grenswaarde aangehouden moet worden. Er wordt beoordeeld op een hoogte van 1.5 meter in de dag- en avondperiode. Er wordt beoordeeld op een hoogte van 5m in de nachtperiode.

2.2 Beoordelingsgrootheid De grenswaarden voor evenementengeluid worden gesteld in zowel L Aeq als LCeq (het equivalente A/Cgewogen invallende geluidniveau). Bij het vaststellen van de beoordelingsgrootheid gelden de volgende correcties, die verderop in het protocol nader worden toegelicht: • • • • •

Bij aanwezigheid van stoorgeluid, een stoorgeluidcorrectie C stoor tot maximaal 3 dB. Bij aanwezigheid van gevelcorrectie, een gevelreflectiecorrectie C g van 3 dB. Geen bedrijfsduurcorrectie Cb. Geen toeslagen voor muziek-, tonaal- en impulsgeluid (respectievelijk K1, K2 en K3). In de regel geen meteocorrectie Cm (uitzonderingen zijn per locatie mogelijk).

De beoordelingsgrootheid LAeq en LCeq wordt bepaald door het over minimaal 3 minuten gemeten geluidniveau, welke indien nodig gecorrigeerd wordt voor stoorgeluid, gevelreflectie en meteocorrectie. LAeq,3min - Cstoor - Cg - Cm = beoordelingsniveau LAeq LCeq,3min - Cstoor - Cg - Cm = beoordelingsniveau LCeq

66

2.3 Afronding getallen De rekenkundige tussenresultaten worden gepresenteerd tot één cijfer achter de komma. De beoordelingsgrootheden worden opgegeven in hele dB's. Deze getallen worden afgerond volgens NEN 1047. Hierbij geldt dat als het af te ronden getal op een 5 eindigt deze wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele even getal. Dit betekent bijvoorbeeld dat 40,5 dB wordt afgerond naar 40 dB en 45,5 dB naar 46 dB.

2.4 Eisen meetsysteem Voor het verrichten van metingen volgens het protocol moet het meetsysteem minimaal voldoen aan: • • •

• • •

•

• •

Een precisie geluidniveaumeter volgens de specificaties van IEC-publicatie 651: 1979, type I met een rondomgevoelige microfoon. Een voorziening voor de bepaling van het equivalente geluidniveau op basis van continue integratie van het signaal (`real time'). Octaafbandfilters (of tertsbandfilters) volgens de specificatie van IEC-publicatie 1260: 1995. De middenfrequenties van de octaafbanden dienen gekozen te worden overeenkomstig ISO 266: 1997 en de banden 31,5 Hz tot en met 8000 Hz te omvatten. Een windkap of een windbol. Een microfoonstatief tot 5 meter hoogte. Ook mogen digitale analyse- of monitoringssystemen worden gebruikt die door snelle bemonstering van tijdsignalen geluiddrukken kunnen meten. De microfoons, voorversterkers en functionaliteit van de software dienen overeenkomstig de eisen van de genoemde IECpublicatie te zijn. Voor en na iedere serie metingen dient het gehele meetsysteem, inclusief microfoons en kabels, op de voor de apparatuur voorgeschreven wijze te worden gekalibreerd met een akoestische ijkbron, die binnen een marge van 0,5 dB een constant signaal geeft. Indien na afloop van de meetserie bij het kalibreren blijkt dat het meetsysteem niet betrouwbaar is (de afwijking ten opzichte van het constante signaal is groter dan 0,5 dB), dienen de desbetreffende metingen, indien mogelijk opnieuw uitgevoerd te worden.

Bij meerdaagse metingen dient het meetsysteem dagelijks gekalibreerd te worden. Het gehele meetsysteem, inclusief akoestische ijkbron(nen), dient tenminste iedere twee jaar uitgebreid en controleerbaar te worden getest. Het testcertificaat is onderdeel van de aanvraag.

3. Uitvoeren geluidmetingen

3.1 Meetmethode Geluidmetingen tijdens evenementen worden uitgevoerd volgens Methode II.1 van de HMRI, met toevoegingen en/of uitzonderingen zoals in dit protocol beschreven. Deze methode bestaat uit immissiemetingen die direct nabij de woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen) of vastgestelde meetpunten worden verricht. Soms liggen woningen op grote afstand, waardoor metingen niet meer betrouwbaar zijn voor een goede handhaving. In dat geval wordt er gekozen voor referentiepunten tussen het evenement en de woningen. In die gevallen is dit referentiepunt ook het beoordelingspunt en geldt aldaar de nog vast te leggen geluidnorm. Voor het meten van het C-gewogen geluidniveau wordt bij handmatige metingen de microfoon rustig heen en weer gezwaaid over een afstand van ongeveer 1,5 meter.

3.2 Vereist kennisniveau Van personen die geluidmetingen verrichten namens de gemeente of namens een organisator van muziekevenement, wordt verwacht dat zij aantoonbaar gedegen kennis en ervaring hebben om deze metingen deugdelijk, betrouwbaar en conform dit meet- en rekenprotocol uit te voeren. Deze kennis en ervaring kan bijvoorbeeld blijken uit een gevolgde relevante opleiding in combinatie met adequate werkervaring (PHB Milieugeluid/Akoestiek, Specifieke gemeentelijke cursussen meten evenementengeluid, werkzame jaren bij een Omgevingsdienst of akoestisch adviesbureau).

67

3.3 Beoordelings- en meethoogte • • • •

De beoordeling van het invallende LAeq en LCeq vindt plaats op de gevels van woningen op de hoogte alwaar zich geluidgevoelige ruimten bevinden. Er wordt zoveel mogelijk gemeten op de beoordelingspunten, waarbij uit praktische overwegingen in eerste instantie gemeten wordt op 1.5 meter hoogte. Als gemeten wordt op een referentiepunt, vindt de beoordeling plaats op 1.5 meter hoogte. Als een meethoogte van 1.5 meter praktisch niet uitvoerbaar is, kan hiervan worden afgeweken.

3.4 Meettijd en aantal metingen Het gemiddelde A/C-gewogen geluidniveau (LAeq en LCeq) wordt bepaald over een (zuivere meet)tijd van minimaal 3 minuten (ondanks het feit dat evenementengeluid een fluctuerende bron is en volgens de HMRI net zo lang gemeten moet worden dat de meettijd geen invloed meer heeft op de meetwaarde). Bij het monitoren van het geluid wordt het voortschrijdende gemiddelde (lopend gemiddelde) bepaald, telkens over de laatste 3 minuten.

3.5 Stoorgeluid Stoorgeluiden kunnen de geluidmetingen sterk beïnvloeden. Tijdens het uitvoeren van geluidmetingen dient hier dan ook aandacht aan besteed te worden. Het beoordelen van stoorgeluid kan door gebruik te maken van stille(re)momenten tijdens het evenementen en/of door tegelijkertijd onder identieke omstandigheden het stoorgeluid te meten op een punt, dat verder van de bron verwijderd is. • • • •

•

•

De beoordeling van stoorgeluid dient bij voorkeur spectraal uitgevoerd te worden. Als het stoorgeluidniveau 10 dB of meer onder het signaalniveau ligt, mag ervan worden uitgegaan dat het stoorgeluid de meting niet beïnvloedt en is C stoor gelijk aan 0. Indien het stoorgeluid minder dan 3 dB onder het signaalniveau ligt, dient de meting als niet betrouwbaar geacht te worden. Als het stoorgeluidniveau tussen de 3 en 10 dB onder het signaalniveau ligt, dient een stoorgeluidcorrectie (Cstoor) te worden toegepast, door het stoorgeluid energetisch af te trekken van het gemeten geluidniveau.

De stoorgeluidcorrectie is beperkt tot 3 dB op het totale geluidniveau of 7 dB in een octaafband. In het laatste geval mag door deze correctie het totale niveau niet met meer dan 3 dB gecorrigeerd worden. In het meetverslag (zie paragraaf 3.9) dient te allen tijde omschreven te worden in welke mate stoorgeluiden zijn waargenomen en hoe hiermee om is gegaan.

3.6 Gevelreflectie Een deel van het geluid dat op een gevel terechtkomt reflecteert. Hierdoor kan er een verhoging van het geluidniveau optreden voor de gevel. De mate van reflectie is onder andere afhankelijk van de hoek van inval, de materialisatie van de gevel en het spectrum van het geluid. De geluidnormen zijn gerelateerd aan het invallende geluidniveau op de gevel. Dit betekent dat als er in de praktijk gemeten wordt inclusief reflectie van de gevel, er gecorrigeerd moet worden voor deze reflectie. Ondanks dat de mate van reflectie kan variëren is gekozen voor één correctiewaarde van 3 dB. •

•

Bij voorkeur wordt het invallende geluidniveau gemeten zonder reflectie, bijvoorbeeld op een punt direct naast een woongebouw, op gelijkwaardige afstand van de bron. Er wordt dan geen correctie toegepast. Indien nodig wordt het invallende geluidniveau direct voor de gevel van de betreffende woning gemeten.

68

• • • •

Als het geluidniveau voor een gevel moet worden bepaald, wordt op een afstand van 2 meter voor het verticale vlak gemeten. Waar gemeten wordt met reflectie, wordt een correctie van -3 dB toegepast op de meetwaarde. Situaties waar meerdere reflecties optreden zo veel mogelijk vermijden. Voor het meten van het C-gewogen geluidniveau wordt bij handmatige metingen de microfoon rustig heen en weer gezwaaid over een afstand van circa 1,5 meter.

3.7 Meteocondities Door meteorologische omstandigheden kan de geluidoverdracht sterk variëren, met name over grotere afstanden (> 50 meter). Gezien het kortdurende karakter van evenementen kan met deze weersomstandigheden slechts zeer beperkt rekening worden gehouden. • •

Tijdens evenementen hoeft niet onder ‘meteoraamcondities’ zoals in de HMRI vermeld gemeten te worden, ook niet bij metingen op grotere afstanden dan 50 meter. In de regel wordt bij de beoordeling van het geluid geen meteocorrectie toegepast (C m = 0 dB).

3.8 Metingen preventie gehoorschade • • • •

Voor metingen in het kader van preventie gehoorschade gelden de volgende regels: Het gemiddelde A/C-gewogen geluidniveau (LAeq en LCeq) wordt bepaald over een (zuivere meet) tijd van 15 minuten. Bij het meten van het geluid wordt het voortschrijdende gemiddelde (lopend gemiddelde) bepaald, tekens over de laatste 15 minuten. Metingen worden uitgevoerd ter plaatse van de mengtafel (Front of house), op een hoogte van 2 meter boven het vloerveld op maximaal 25 meter uit het podium.

3.9 Meetverslag In het meetverslag dat wordt opgesteld moeten in ieder geval de volgende onderdelen worden opgenomen: • • • • • • • • • •

• •

Naam, datum en omschrijving van het evenement. Verwijzing naar de vergunning en dit protocol. Situatieschets of luchtfoto met de ligging van het evenement en de meetpunten. Overzicht meetposities, adressen en meethoogtes. Omschrijving stoorbronnen per meetpositie / meting. Omschrijving weersomstandigheden. Toegepaste correcties met onderbouwing. Overzicht meetresultaten, afgerond in hele getallen, per meetpositie. Overzicht metingen ten behoeve van preventie gehoorschade. Bij verslagen van monitoring: o Grafieken van het verloop per meetlocatie, per drie minuten (leesbaar); o Grafieken van het verloop van de windsnelheid en -richting (indien van toepassing). Overzicht gebruikte apparatuur. Meetverslag/directe metingen geluidmeter/ monitorstation(s) als bijlage.

69

4. Uitvoeren berekeningen Dit gedeelte van het protocol geeft een handleiding op welke wijze de geluidbelasting in de omgeving geprognotiseerd kan worden in een akoestisch onderzoek. De meest recente BBT-maatregelen worden daar eveneens bij betrokken. Het doel van de berekeningen is het inzichtelijk maken of het evenement passend is bij de betreffende locatie en of de best beschikbare technieken worden toegepast. Erkend wordt dat evenementengeluid niet op de 1 dB nauwkeurig is te prognosticeren. Het modelleren van evenementengeluid is zeer complex en geeft slechts een grove benadering van de werkelijkheid. Het uitgangspunt van het akoestisch onderzoek moet zijn dat het geluidniveau ter plaatse van het publiek niet harder gaat dan nodig (en nooit harder dan 100 dB(A) op 25 meter FoH) maar ook niet dusdanig zacht waardoor de geluidbeleving ernstig aangetast wordt. De onderstaande uitwerking moet gezien worden als een voorbeeld hoe met een van de gangbare rekenpakketten (Geomilieu, module IL) een zo goed mogelijke inschatting gemaakt kan worden van de geluidbelasting tijdens een evenement.

4.1 Rekenmethode Voor de prognose van de geluidbelasting die tijdens een gepland evenement zal optreden wordt een akoestisch rekenmodel opgesteld. Dit model berekent de geluidoverdracht van een bron naar de ontvanger. De berekeningen dienen uitgevoerd te worden overeenkomstig methode II.8 van de HMRI, met inachtneming van de toevoegingen en uitzonderingen van dit protocol.

4.2 Vereist kennisniveau Van personen die berekeningen uitvoeren namens een organisator van een evenement, wordt verwacht dat zij aantoonbaar gedegen kennis en ervaring hebben om deze berekeningen deugdelijk, betrouwbaar en volgens dit meet- en rekenprotocol uit te voeren. Deze kennis en ervaring kan bijvoorbeeld blijken uit een gevolgde relevante opleiding in combinatie met adequate werkervaring (PHB Milieugeluid/Akoestiek en werkzame jaren bij een akoestisch adviesbureau).

4.3 Rekensoftware Er zijn verschillende softwarepakketten die gebruikt worden voor het rekenen met geluid. Hierbij is er vrijwel altijd een onderscheid tussen software voor het berekenen van elektro-akoestische parameters en voor het berekenen van de geluidoverdracht. Eenvoudig gezegd is het ene pakket bedoeld voor hoe het FoH-systeem kan worden geconfigureerd voor het beste geluid bij het publiek en het andere voor het prognosticeren van de geluidbelasting in de omgeving. Helaas zijn de functionaliteiten van de diverse beschikbare pakketten nog niet optimaal voor het rekenen aan evenementengeluid. Ten tijde van het opstellen van het Meet- en rekenprotocol wordt het rekenprogramma Geomilieu, module IL van DGMR als het meest toegepaste programma gezien voor het berekenen van de geluidoverdracht van evenementengeluid. Om praktische overwegingen wordt het rekenprogramma Geomilieu aangehouden als de ‘standaard’ om prognoseberekeningen mee uit te voeren. 5. Eisen akoestisch onderzoek Voor muziekevenementen dient voorafgaand een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden, dat bij de vergunningsaanvraag wordt ingediend. Het onderzoek dient te voldoen aan het Meet- en rekenprotocol van de gemeente Tytsjerksteradiel en de HMRI voor de onderdelen waar naar de HMRI verwezen wordt of waarin het protocol niet in voorziet.

Het onderzoeksrapport dient helder en doelmatig opgesteld te zijn, waarbij de volgende indeling wordt gevolgd: Inleiding Korte en bondige inleiding van het onderzoek. Activiteiten evenement • Omschrijving (type) evenement, aantal bezoekers, tijden, type muziek, et cetera. • Overzichtstekening inrichting en grens van het terrein. • Opgaaf aantal podia, omschrijving en specificaties geluidsystemen.

70

Omschrijving omgeving • Luchtfoto met bebouwing uit het BAG-register en hierin aangeduid de ligging van het evenement en de woningen en andere geluidgevoelige gebouwen. • Bondige omschrijving van de meest relevante omgevingskenmerken. Akoestisch rekenmodel • Omschrijving toegepaste rekenmethodiek en software. • Verwijzing naar het Meet- en rekenprotocol. • Omschrijving representatieve bedrijfssituatie van de directe hinder voor het geluid van het evenement, de op- en afbouw en overig geluidhinder. • Overzicht ingevoerde geluidbronnen met bronvermogens en spectrale verdeling. • Varianten podia-opstellingen voor de meest gunstige speelrichtingen. • Overzicht toegepaste maatregelen en beoogde reducties op basis van de BBT-Lijst. • Als bepaalde maatregelen niet doelmatig of mogelijk worden geacht, dient dit onderbouwd te worden. Rekenresultaten • Overzicht geluidbelasting op de beoordelingspunten in dB(A) en dB(C) inclusief gehanteerde correcties. • Altijd een rekenpunt op het Front of House in dB(A) en dB(C) (afstand afhankelijk van omvang FoH-gebied). Meetplan • Voorstel voor de meest relevante meetpunten in alle vier de windrichtingen (dit zijn minimaal 3 meetpunten in een hoek van 120 graden ten opzichte van het evenemententerrein). • Het plan omvat een meetpunt bij de FoH van elk podium.

Niet bij kleine podia die aantoonbaar geen bijdrage leveren aan de totale geluidbelasting op enige woning. Conclusie • Bondige conclusie met toetsing geluidbelasting aan grenswaarden. • Opgaaf hoogste geluidbelasting op het maatgevende beoordelingspunt. Bijlagen • Plot met ligging bronnen en rekenpunten in het rekenmodel en plot ingezoomd op de bronnen. • Uitdraai rekenmodel met rekenresultaten. • Overzicht met invoergegevens, inclusief eigenschappen, rekenmodel met: o Geluidbronnen o Schermen o Bodemgebieden • Tekening indeling evenement. • Het rekenmodel dient als losse digitale bijlage ter controle meegestuurd te worden.

71

Bijlage 2: Overzicht van bronnen en literatuur • • • • • • • • • •

Bestaande wet- en regelgeving en andere relevante beleidsstukken. Activiteitenbesluit Milieubeheer, 19 oktober 2007, laatste herziening 1 januari 2016. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel, vastgesteld op 16 december 2021. Bouwbesluit 2012. De Zondagswet, 15 oktober 1953. Evenementen met een luidruchtig karakter van ing. G.D. Cremers, uitgave van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg, januari 1996. Handleiding meten en rekenen industrielawaai, 1999. Richtlijn Muziekspectra in horecabedrijven, een uitgave van de Nederlandse Stichting Geluidhinder, maart 2015. Derde Convenant preventie gehoorschade muzieksector tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de vereniging Nederlandse POP podia en festivals en de Vereniging van evenementenmakers (V.V.E.M), 5 december 2018. Wet Milieubeheer, 13 juni 1979.

72

Bijlage 3: Begrippenlijst Onderstaand een overzicht van definities over deze bijlage. De lijst is niet uitputtend, maar bedoeld om op sommige begrippen een nadere uitleg/verklaring te geven. Akoestisch onderzoek:

Een akoestisch onderzoek is een rapport van een geluidmeting of geluidberekening gemaakt door een akoestisch ingenieursbureau.

ALARA beginsel:

As Low As Reasonably Achievable.

BBT:

Best Beschikbare Technieken.

dB(A):

Eenheid voor geluid (de decibel), gecorrigeerd naar de gevoeligheid van het menselijk oor (de A-correctie).

dB(C):

Eenheid voor geluid (de decibel), de C-correctie is met name geschikt voor metingen van hoge geluidniveaus. Het frequentiespectrum onder de 500 Hz wordt veel beperkter gecorrigeerd dan bij de A-correctie, waardoor de bijdrage van het laagfrequent geluid in het optredende muziekspectrum beter wordt beoordeeld.

Equivalent geluidniveau:

Het energetisch gemiddelde van de fluctuerende geluiddrukniveaus van het ter plaatse gedurende een bepaalde periode optredende geluid (Leq).

Evenement:

Hiervoor wordt verwezen naar de definitie uit de APV van de gemeente Tytsjerksteradiel

Frequentieband:

Een aaneengesloten bereik van frequenties van geluid. Geluid is een materiële drukgolf.

Front of House (FOH):

Vastgesteld meetpunt bij de mengtafel/regietoren tussen 20 en 25 meter vanaf de geluidbron/podium.

Geluidhinder:

In deze bijlage gaat het over hinder door hoorbaar geluid bij mensen (tussen de 20 en 20.000 Hz).

Geluidontheffing:

Met het verlenen van een geluidontheffing wordt een bepaalde mate van hinder naar de omgeving toegestaan. De geluidontheffing wordt verleend op basis van artikel 4.6 van de APV.

Muziekgeluid:

Samenspel van zang en/of muziekapparaten (bijvoorbeeld muziekinstrumenten of muziekdragers), wel dan niet versterkt

Onversterkte muziekgeluid:

Onder onversterkte muziek wordt in deze bijlage verstaan muziekgeluid dat niet door een elektronisch luidsprekerssysteem publiekelijk ten gehore wordt gebracht

Soundcheck:

Het inregelen van de muziekinstrumenten.

Versterkte muziekgeluid:

Onder versterkte muziek wordt in deze bijlage verstaan muziekgeluid dat door een elektronisch luidsprekerssysteem publiekelijk ten gehore wordt gebracht.

73

Bijlage 4 Indicatie afstandsdemping vrije-veld situatie (HMRI 1999)

HMRI 1999 Geluidverzwakking bij vrije veld Do (geometrische uitbreiding/luchtdemping/bodemverzwakking Do = 20 log (n) + 0.005 n + 9.1 tot 125m nauwkeurig / tot 500m betrouwbaar / na 500m indicatief

Afstand [r in m]

Afstandsdemping Do [in dB]

5

24

7.5

27

10

29

15

33

20

35

25

37

30

39

35

40

40

41

50

43

60

45

70

46

80

48

90

49

100

50

125

52

150

53

175

55

200

56

250

58

300

60

350

62

400

63

500

65

600

68

700

70

800

71

74

900

73

1000

74

* ----------------------------------------» o bron

afstand r

ontvanger

Let op : afstand verdubbeling van r naar 2r altijd een verzwakking van 6 dB !

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=87afe01e-a9eb-4a80-9cbd-f54e8e35aac1