2 - Vastgesteld - toelichting - bijlage 9 Ecologische quickscan (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Ecologische quickscan Eastermar - woningbouwplan
12 oktober 2022
In opdracht van Spoelstra Omgevingsadviseur
Auteur: drs P.G. Vos
Altenaweg 22 9321 XE Altena Tel: 050 - 7503817 Email: vos@vos-eo.nl
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Eastermar
2
Inleiding Aan de noordoostzijde van de bebouwde kom van Eastermar zal woningbouw worden ontwikkeld op een agrarisch perceel. De locatie ligt in het verlengde van de huidige woonwijk Boskkamp. De voorgenomen werkzaamheden hebben mogelijk effect op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele negatieve effecten in kaart te worden gebracht om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. In veel gevallen is een uitgebreid ecologisch onderzoek niet nodig en kan volstaan worden met een quickscan. In de ecologische quickscan wordt getoetst aan de natuurwetgeving en wordt aangegeven in hoeverre eventueel aanvullend onderzoek nodig is.
Plan- en studiegebied Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van Eastermar (gemeente Tytsjerksteradiel, provincie Fryslân). Het bestaat uit het te bebouwen agrarisch perceel met een oppervlak van ca 1,9 ha, aan de zuidzijde grenzend aan de Boskkamp. Een tweede perceel van ca 0,4 ha vormt de verbinding met de Grote Hornsterweg aan de oostzijde. Voor inventarisatiedoeleinden wordt een indeling in uurhokken (5x5 km) en kilometerhokken gebruikt om de verspreiding van soorten en vegetaties in kaart te brengen. Het plangebied en de directe omgeving daarvan ligt in kilometerhok 200-576 en 200-577 (uurhok 06-55).
Methode Het onderzoek bestaat uit een veldonderzoek op de locatie en bureaustudie. Op 10 juni 2022 is het plangebied bezocht en is de aanwezigheid van natuurwaarden in kaart gebracht. Aangetroffen beschermde plant- en diersoorten zijn genoteerd. Het veldonderzoek is een momentopname. Aan de hand van literatuur en gegevens van verschillende instanties is onderzoek gedaan om een beeld van de natuurwaarden van het plangebied aan te vullen. Literatuur betreft onder meer de websites AHN.nl, Natura2000.nl, NDFF.nl, Verspreidingsatlas.nl en Fryslan.frl.
Resultaten Algemene verspreidingsgegevens In Tabel 1 staat per soortgroep aangegeven welke gegevens er bekend zijn uit het kilometerhok waarbinnen het plangebied ligt. De soortgroepen vleermuizen, vogels en dagvlinders zijn redelijk tot goed onderzocht. De overige soortgroepen zijn deels, slecht of helemaal niet onderzocht en de beschikbare gegevens hebben een fragmentarisch karakter.
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Eastermar
3
Tabel 1. Aantal soorten in de afgelopen tien jaar in de kilometerhokken 220-576 en 220-577 (NDFF.nl). Soortgroep Totaal Beschermd Rode Lijst Vaatplanten 70-157 0-31 Rode-Lijstsoorten Mossen 0-6 Uurhok: 22 Rode-Lijstsoorten Korstmossen 2-34 23 Rode-Lijstsoorten Paddenstoelen 5-9 14 Rode-Lijstsoorten Vleermuizen 4-5 4-55 HRIV-soorten 1 Rode-Lijstsoort Overige zoogdieren 8-16 5-12 WnbA-soorten waarvan 1 1-28 Rode-Lijstsoorten zonder provinciale vrijstelling6 en 1 HRIV-soort7 Broedvogels 26-48 26-48 VR-soorten 6-10 Rode-Lijstsoorten Wintervogels 59-76 57-76 VR-soorten Amfibieën 2-3 2-3 WnbA-soorten met provinciale vrijstelling Reptielen niet Vissen 1 Dagvlinders 10-13 Libellen 2-3 Overige ongewervelde 9-30 dieren
Beschrijving plangebied en gebiedsbescherming Het plangebied ligt n de Noordelijke Friese Wouden. De bodem helt vanaf de Grote Hornsterweg naar het westen af en de afwatering vindt plaats naar het westen en noorden, naar het Bergumermeer. In het plangebied en in de omgeving ervan is het land in gebruik als grasland. Het grasland is sterk bemest met weinig ruimte voor andere soorten dan Engels raaigras, Vogelmuur en Straatgras. Toch waren er nog plekken met Pinksterbloem in het lagergelegen, westelijke deel en hier en daar groeide Witte klaver. Aan de west- en zuidwestzijde van het plangebied ligt een watervoerende sloot. De sloot is ondiep, beschaduwd (bladval en takken) en was deels bedekt met kroos. Naar het oosten toe ligt aan de zuidzijde uit een wal van eikenhakhout. Waar de grens naar het noorden afbuigt ligt een recent opgeworpen aarden wal (dit is de achterzijde van het bouwbedrijf aan de Grote Hornsterweg. Daarna bestaat de zuidgrens tot aan de Grote Hornsterweg uit een greppel met aan de zijde van het bouwbedrijf een singel. De Grote Hornsterweg is over korte afstand de grens in Uurhok: 22 Rode-Lijstsoorten Nerflevermos (RL-KW) en Gewoon appelmos (RL-EB). 3 Uurhok: 8 Rode-Lijstsoorten, 6 soorten uitsluitend groeiend op bomen en 1-2 op grond.
4 Uurhok: 7 Rode-Lijstsoorten 5 Uurhok: Laatvlieger en Rosse vleermuis (RL-KW), Gewone grootoorvleermuis, Meervleermuis, Gewone en Ruige dwergvleermuis. 6 Niet vrijgesteld: Das en Waterspitsmuis. Vrijstelling geldt voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en beheer 7 Otter 8 Konijn, Wezel (RL-GE), Waterspitsmuis (RL-KW) en Otter (RL-VN). 1 2
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Eastermar
4
het noordoosten. De noordgrens loop grotendeels door grasland en deels langs een brede watervoerende sloot met zwarte elzen en stekelvarens op de steile oevers. De singels en perceelranden hebben in het provinciaal Natuurbeheerplan het type Droge dooradering (A13). De sloten hebben de typen W01 en Natte dooradering (A14). Het plangebied speelt geen rol bij de bescherming van weidevogels. Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Alde Feanen op meer dan zeven kilometer afstand. Vaatplanten, (korst)mossen en paddenstoelen Er komen algemene soorten planten, (korst)mossen en paddenstoelen voor. Voor de ontsluiting zal de wal met eikenhakhout op één plaats doorbroken worden. De aanwezigheid van Gewoon schorsmos (RL-GE) en Ananaskorst (RL-KW) op deze eiken is niet uitgesloten. De aanwezigheid van zeldzame (korst)mossen, waaronder Nerflevermos (RL-KW) en Gewoon appelmos (RL-EB), op de bodem is uitgesloten op basis van de afwezigheid van korstmossen tijdens de veldinventarisatie. Er zijn relatief weinig bedreigde en zeldzame paddenstoelen uit de omgeving bekend. In en rond het plangebied zijn de oude wallen en singels geschikt als groeiplaats voor deze soorten. In het eikenhakhout kan daarom de aanwezigheid van Hanenkam (RL-GE) en Gezoneerde stekelzwam (RL-KW) niet worden uitgesloten.
Omdat de wal vermest en vergrast is, is de kans dat er werkelijk kritische soorten paddenstoelen aanwezig zijn laag. De aanwezigheid van beschermde soorten is op basis van het veldonderzoek uitgesloten. Vleermuizen De singels en sloten zijn voor vleermuizen van belang als foerageergebied, verblijfplaats (in boomholtes) en vliegroute. Holten in bomen ontbreken ter hoogte van de geplande doorbraak in de wal met eikenhakhout. Het grasland heeft geen bijzondere waarde voor vleermuizen. Overige zoogdieren Er komen algemene soorten zoogdieren voor, zoals (spits)muizen, Mol, Egel, Haas, kleine marterachtigen en Ree. In het plangebied en in de perceelranden zijn geen sporen en vaste verblijfplaatsen van zwaarder beschermde soorten als Das aangetroffen. De perceelranden en sloten zijn ongeschikt als leefgebied voor de Waterspitsmuis Overige beschermde soorten zijn op basis van het biotoop en de bekende verspreiding uitgesloten. Vogels Tijdens het veldbezoek waren een blauwe reiger en wilde eenden aanwezig in de sloot aan de noodzijde. In de singel op de wal aan de westzijde zong een zwartkop. Jaarrond beschermde nesten (bijv. van Buizerd) zijn niet in het plangebied en de omgeving daarvan aanwezig. De graslanden hebben geen betekenis voor weidevogels.
Buiten de broedperiode gebruiken trekkende en overwinterende vogels het plangebied om er te foerageren en te rusten, maar er is geen sprake
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Eastermar
5
van een belangrijk rust- of foerageergebied. Overige soortgroepen In het plangebied komen algemene amfibieën, vissen en libellen voor. De sloten en oevers zijn ongeschikt voor beschermde soorten als Heikikker, Grote modderkruiper en Groene glazenmaker. Verder komen algemene soorten dagvlinders en overige ongewervelde dieren voor. De aanwezigheid van overige beschermde soorten is uitgesloten.
Effecten Werkzaamheden en uitstraling - Doorbraak eikenwal in het verlengde van de Boskkamp t.h.v. nr’s 13 en 24 en het kappen van 2 à 3 eikenstobben; - Dempen sloot in het verlengde van de Blauhuskamp; - Bouwrijp maken; - Bouw van woningen, ontsluiting en aanleg voedselbos-tuin; - Versterken coulissenlandschap waar mogelijk; - Aanleg zandweg met fietspad langs noordgrens (ontsluiting vanaf de Grote Hornsterweg voor de fiets); - Na afronding aanleg- en bouwfase: gebruik als woonwijk. De werkzaamheden starten vanaf het begin van 2023. Effecten op vleermuizen Er worden geen verblijfplaatsen verstoord of vernietigd. De perceelranden waar vleermuizen kunnen foerageren alsook een eventuele vliegroute langs de eiken blijven in stand. Het optreden van tijdelijke negatieve effecten is uitgesloten, mits lichtuitstraling op de perceelranden vanaf de bouwplaats wordt voorkomen. Wanneer de woonwijk is gerealiseerd, zal er ’s avonds en ‘s nachts uitstraling zijn van licht en mogelijk wordt er buitenverlichting gebruikt. Hierbij wordt een beperkt oppervlak beschenen van wat nu als leefgebied weinig geschikt is. De geschiktheid als leefgebied neemt waarschijnlijk toe doordat het huidige ongunstige agrarische gebruik (intensieve bemesting) deels vervangen wordt door beplanting in de tuinen. Er is daarom geen afname in kwaliteit en omvang van foerageergebied.
Negatieve effecten van aanleg en gebruik op vleermuizen zijn uitgesloten. Effecten op vogels De werkzaamheden starten vóór het broedseizoen, zodat er in het grasland geen broedende vogels te verwachten zijn. Over het algemeen zijn de broedvogels die in de singels broeden weinig gevoelig voor de aanwezigheid van mensen en de uitstraling van geluid vanaf de bouwplaats. Gevoelige broedvogels zullen zich vanwege de uitstraling van de werkzaamheden niet dichtbij de bouwplaats vestigen. Verder is de uitstraling beperkt en kan er zonder negatieve effecten op vogels worden gewerkt.
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Eastermar
6
Effecten op overige soorten De vegetatie in het plangebied verdwijnt grotendeels. Daarbij gaan algemene soorten planten, mossen en paddenstoelen verloren. Bij de doorbraak door de wal met eikenhakhout zullen enkele eiken worden gekapt en kan niet worden uitgesloten dat enkele groeiplaatsen van zeldzame korstmossen en paddenstoelen verdwijnen. De korstmossen op de eiken zijn niet nader op de soort gebracht, maar door de stammen en takken van de te kappen bomen in het de wal te laten, blijven de eventuele groeiplaatsen in stand. Vanwege de sterk vergraste situatie is de kans dat er zeldzame paddenstoelen groeien erg klein. De werkzaamheden hebben een beperkte uitstraling. Negatieve effecten op dieren in de omgeving zijn uitgesloten. In de omgeving, buiten het werkgebied kunnen Nerflevermos (RL-KW) en Gewoon appelmos (RLEB) voorkomen. Voor het op de Rode Lijst komen van het Gewoon appelmos noemt het Basisrapport uit 2000 de volgende oorzaken: Oorzaken van deze achteruitgang zijn het verdwijnen van hout- en boswallen, de bemesting vanuit omringend cultuurland waaraan de nog resterende wallen blootstaan, en de luchtverontreiniging, terwijl het achterwege blijven van het traditionele hout- en boswallenbeheer deze negatieve effecten nog versterkt. Verspreidingsatlas.nl geeft aan voor de achteruitgang van Nerflevermos: De oorzaak daarvan zal o.a.
gelegen kunnen zijn in de overgroeiing van potentiële groeiplaatsen met bijv. grassen. Zo is de soort op boswalletjes veel minder vaak te vinden dan tot 20-30 jaar geleden het geval was. Ook na verdroging waardoor greppels en sloten geen water meer bevatten zal de soort regelmatig verdwijnen. Luchtverontreiniging leidt tot dominantie van grassen en ruigtesoorten die groeiplaatsen overwoekeren. Woningbouw zorgt zowel in de bouw- als gebruiksfase voor een lokale depositie van stikstof door bouwverkeer en verkeer door bewoners. Luchtverontreiniging door het agrarisch gebruik van het perceel valt weg. Per saldo valt dit positief uit voor de lokale depositie van stikstof op de dykswâlen. Verdroging kan optreden als het waterpeil van het omliggende landschap in het kader van de aanleg van de woonwijk wordt verlaagd. Er is van uitgegaan dat er ten behoeve van de aanleg van de woonwijk geen peilveranderingen in de omgeving worden doorgevoerd. Effecten op natuurgebieden De werkzaamheden hebben een lokale uitstraling. Op basis van de afstand to het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen worden geen stikstofeffecten boven 0,01 mol/ha/jaar verwacht. Negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000 en het NatuurNetwerk Nederland zijn uitgesloten.
Vos Ecologisch Onderzoek
Ecologische quickscan Eastermar
7
Conclusies en advies Soortenbescherming en zorgplicht Er zijn geen negatieve effecten op beschermde soorten. Verdere vervolgstappen ten aanzien van beschermde soorten zijn niet nodig. Het verstoren, verwonden of doden van dieren (en planten) moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Het werkgebied moet gedurende de werkzaamheden kort worden gehouden, zodat zich geen amfibieën en andere dieren zich in de vegetatie kunnen ophouden. Wanneer er bijvoorbeeld amfibieën opduiken, kan men ze het beste oppakken en naar buiten het werkgebied verplaatsen (in de perceelranden). Voor de ontsluiting wordt een deel van de sloot gedempt. Bij het dempen moet gewerkt worden van het einde van de sloot bij eikenwal naar het westen, zodat aanwezige waterdieren niet opgesloten raken en de werkzaamheden kunnen ontvluchten. Beschermde natuurgebieden Negatieve effecten op beschermde natuurgebieden zijn uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen nodig.