CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

18 - Bijlage 2 - Duurzaamheidsagenda

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 1 juli 2021, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Herstelbesluit duurzaamheidsagenda (besluitvormend)30.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

2JAN / 141 2021

Duorsum, tegearre, dwaan:

Mei enerzjy nei in duorsum Tytsjerksteradiel Met enige trots presenteren wij u de duurzaamheidsagenda en daaraan gekoppeld de Transitievisie Warmte van gemeente Tytsjerksteradiel. Een realistische agenda die als doel heeft vorm te geven aan de duurzame toekomst van de gemeente. De agenda geeft invulling aan de verplichtingen uit het landelijke Klimaatakkoord en het coalitieakkoord van de gemeente. Daarnaast houdt ze rekening met de kansen en beperkingen die voortvloeien uit provinciaal beleid. De voorgestelde maatregelen op korte termijn (tot en met 2024) blijven binnen de provinciale en gemeentelijke kaders. Tegelijkertijd bieden ze ook een doorkijk naar de toekomst. Wat is er nodig om met de huidige bewezen technieken voor het opwekken van hernieuwbare energie te voldoen aan onze duurzame ambitie? Een ambitie die niet uit de lucht gegrepen is, maar stoelt op de overtuiging dat we de wereld leefbaar willen doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen. Duorsum oparbeidzje Het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie en duurzame mobiliteit vraagt om een andere manier van denken en doen. De opgave en impact zijn enorm. We moeten keuzes maken op basis van kennis die we nu hebben en die sterk in ontwikkeling is. De voorgestelde maatregelen zijn daarom vloeibaar.

We kijken naar de huidige bewezen technieken, maar zijn ons zeer bewust van de snelle ontwikkelingen op dit terrein. Wind- en zonne-energie zijn nu de meest rendabele vormen voor het opwekken van hernieuwbare energie, maar voortschrijdende ontwikkelingen kunnen ons naar andere technieken leiden. De voorliggende agenda is daarom zo opgesteld dat, als de situatie erom vraagt, er bijgestuurd kan worden of de koers aangepast kan worden. We zijn als het ware een brug aan het bouwen waar we tegelijkertijd op lopen. Een spannende opgave met grote mogelijkheden voor de verbetering van de leefomgeving. Hierbij zullen zich kansen voordoen voor lokale ondernemers en inwoners. Wat we leren, zal helpen om te komen tot toepasbare producten, nieuwe concepten en betere wetgeving. Mei-inoar trochpakke Aan deze opgave kunnen we als gemeente alleen samen met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties invulling geven. De gemeente ziet voor zichzelf met name een ondersteunende rol gericht op het informeren en betrekken van inwoners, en het creëren van bewustwording en draagvlak. De inwoner zal zelf zijn huis moeten aanpakken. Bedrijven en organisaties in onze gemeente zijn zelf verantwoordelijk voor een duurzame bedrijfsvoering.

De vele vrijwilligers die zich inzetten op het gebied van klimaat, energietransitie en duurzaamheid en de naar verhouding vele initiatieven en lokale energiecoöperaties die in de gemeente actief zijn, laten zien dat dit een aanpak is die goed past bij onze gemeente. Helber en betelber Haalbaarheid en betaalbaarheid zijn de belangrijkste uitgangspunten bij zowel de duurzaamheidsagenda en de Transitievisie Warmte. Dit geldt voor de inwoners, maar ook voor onze gemeente. Het Rijk zal met meer geld en betere richtlijnen en wetgeving over de brug moeten komen, willen we het Klimaatakkoord volledig kunnen uitvoeren. Tytsjerksteradiel is ambitieus als het gaat om duurzaamheid, maar geen budget betekent dat we ambities moeten bijstellen. De rijksbijdrage is leidend qua uitvoering. Er is al heel veel energie in onze gemeente: huizen worden geïsoleerd, er liggen steeds meer zonnepanelen op daken en er rijden meer elektrische auto’s rond. Komende jaren gaan we verder bouwen aan een duurzame toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen. Duorsum, tegearre,

dwaan: Mei enerzjy nei in duorsum Tytsjerksteradiel. Namens het college van Tytsjerksteradiel, Andries Bouwman, Wethouder Duurzaamheid 3 / 141

Inhoudsopgave Begrippenlijst ....................................................................................................................... 5 Samenvatting ....................................................................................................................... 9 1

Inleiding ....................................................................................................................... 13 1.1 Wat gebeurt er om ons heen? ...................................................................................................... 13 1.2 Lokale kansen ............................................................................................................................. 14 1.3 Doorlopen proces ........................................................................................................................ 15 1.4 Vervolg....................................................................................................................................... 15 1.5 Leeswijzer .................................................................................................................................. 16

2

Energietransitie ............................................................................................................ 17 2.1 Visie en opgave ........................................................................................................................... 17 2.2 Lokale kansen en beleid ............................................................................................................... 24 2.3 Stappen zetten ............................................................................................................................ 25

3

Duurzame mobiliteit .................................................................................................... 35 3.1 Visie en opgave ........................................................................................................................... 35 3.2 Lokale kansen en beleid ............................................................................................................... 36 3.3 Stappen zetten ............................................................................................................................ 36

4

Circulaire economie...................................................................................................... 40 4.1 Visie en opgave ........................................................................................................................... 40 4.2 Lokale kansen en beleid ............................................................................................................... 41 4.3 Stappen zetten ............................................................................................................................ 42

5

Biodiversiteit ................................................................................................................ 45 5.1 Visie en opgave ........................................................................................................................... 45 5.2 Lokale kansen en beleid ............................................................................................................... 46 5.3 Stappen zetten ............................................................................................................................ 47

6

Klimaatbestendigheid .................................................................................................. 52 6.1 Visie en opgave ........................................................................................................................... 52 6.2 Lokale kansen en beleid ............................................................................................................... 53 6.3 Stappen zetten ............................................................................................................................ 53

7

Eigen organisatie en maatschappelijk vastgoed ......................................................... 56 7.1 Visie en opgave ........................................................................................................................... 56 7.2 Lokale kansen en beleid ............................................................................................................... 57 7.3 Stappen zetten ............................................................................................................................ 57

8

Organisatie en budget .................................................................................................. 62 8.1 Programmaorganisatie ................................................................................................................. 62 8.2 Monitoring .................................................................................................................................. 62 8.3 Gemeentelijke communicatie ........................................................................................................ 62 8.4 Projectenoverzicht en budget ....................................................................................................... 63

Bijlage 1: Communicatiemiddelenmatrix ........................................................................... 70 Bijlage 2: Zonneladder Tytsjerksteradiel ........................................................................... 75 Bijlage 3: Beleidskader zonnepanelen versus bomen Tytsjerksteradiel ............................ 80 Bijlage 4: Energiemix Tytsjerksteradiel ............................................................................. 83 Bijlage 5: Nulmeting energiegebruik en duurzame energieproductie Tytsjerksteradiel ... 89 Bijlage 6: Energiegebruik gemeentelijk vastgoed en wagenpark ...................................... 92 Bijlage 7: Respondentenlijst sleutelfiguren ....................................................................... 94 Bijlage 8: Resultaten online enquête ................................................................................. 95

4 / 141

Begrippenlijst All-electric: De volledige energievraag van een gebouw wordt voorzien door elektriciteit. ANNO: Agenda Netwerk Noordoost. Een regionaal samenwerkingsverband voor de sociaaleconomische ontwikkeling van Noordoost-Friesland. De vier betrokken gemeenten zijn NoardeastFryslân, Dantumadiel, Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel. APV: In de Algemene Plaatselijke Verordening staan de gemeentelijke regels op het gebied van openbare orde en veiligheid. Elke gemeente heeft een eigen APV. Energieneutraal: Er wordt evenveel energie duurzaam opgewekt als er gebruikt wordt. Daarbij gaan we uit van een situatie waarbij over een jaar gemeten het energiegebruik van een gebouwd object (of wijk, buurt, dorp, kunstwerk, en dergelijke) ten minste nul is: er wordt niet meer energie uit het gasen elektriciteitsnet betrokken dan er vanuit duurzame bronnen aan wordt toegeleverd. Het gaat dus om het gebruik van duurzame energie. Voor het gebied van de gemeente Tytsjerksteradiel wordt de volgende afbakening van deze definitie gehanteerd: ▪ Een fossiel energieverbruik van ten hoogste nul omdat er niet méér energie uit het openbare net wordt gebruikt, dan de duurzame energie die wordt opgewekt uit duurzame bronnen.

▪ De duurzame opwek van de gebouwde omgeving, mobiliteit en bedrijven vindt plaats binnen de gemeentegrenzen, vermeerderd met duurzaam opgewekte energie buiten de gemeente, mits dit is gerealiseerd door de gemeentelijke organisatie of energiecoöperaties (bijvoorbeeld een coöperatief windpark op zee) en de geproduceerde hoeveelheden energie niet dubbel worden geteld voor Tytsjerksteradiel en een andere regio. ▪ De grootschalige behoefte van energie voor de industrie mag ook buiten de gemeentegrenzen opgewekt worden. ▪ Het energieverbruik wordt over een jaar gemeten. We spitsen ons dus toe op alle energie om te kunnen wonen, werken en rijden binnen onze gemeenten, met uitzondering van industriële activiteiten. De focus ligt bij zaken binnen de directe gemeentelijke invloedssfeer, in lijn met het Klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategie. ETM: Energietransitiemodel. Het ETM is een gerenommeerd model dat al op vele niveaus is ingezet (onder andere SER Energieakkoord, de Urgenda Klimaatzaak, Klimaattafels, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur en talloze andere projecten). Het ETM is ontwikkeld door Quintel en opgebouwd om op transparante wijze inzicht te krijgen in het huidige en toekomstige energiesysteem. Fairtrade Gemeente: Een gemeente waarin winkels, horeca, bedrijven, organisaties, inwoners en de lokale overheid samen werken aan meer eerlijke handel.

FFFFF: Freonen fan Fossylfrij Fryslân is een netwerk dat de ambitie heeft om Friesland fossielvrij te maken. FUMO: Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing, de Omgevingsdienst van Friesland. Gebouwde omgeving: Alle gebouwen in de gemeente, zowel woningen als utiliteitsbouw. GRP: Gemeentelijk Rioleringsplan. HVO: HVO staat voor 'Hydrotreated Vegetable Oil'. Ook bekend als blauwe diesel. Hybride oplossingen: Oplossingen die gebruikmaken van een combinatie van technieken. Hierbij kan gedacht worden aan een elektrische warmtepomp die op de koudste momenten van het jaar de HR-ketel inschakelt en wordt gebruikt voor de bereiding van het warme tapwater. KEI: Het Kennis- en Innovatiehuis Noordoost Fryslân in Buitenpost is een kennis- en netwerkcentrum voor ondernemers. Hier komen ondernemers, overheid, onderwijs en studenten in de regio

5 / 141

Noordoost-Friesland samen met de ambitie het economische klimaat in de regio duurzaam te versterken. Klimaatadaptatie: Adaptatie (aanpassing) van de omgeving aan klimaatverandering. Bijvoorbeeld door rekening te houden met veranderende weersomstandigheden als extreme warmte, droogte of regenval. Klimaatakkoord: De Nederlandse politiek heeft een doel vastgesteld: in 2030 stoten we in Nederland bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uit dan in 1990. Het Klimaatakkoord gaat over de maatregelen die we de komende jaren nemen om dit doel te halen. Het Klimaatakkoord is een belangrijk deel van de Nederlandse invulling van het Klimaatverdrag van Parijs. Daarin hebben 195 landen, inclusief Nederland, afgesproken om in 2050 de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, en zo mogelijk 1,5 graden Celsius. Zie ook voetnoot 1. Klimaatbestendigheid: De mate waarin de omgeving is aangepast aan het veranderende klimaat. Zie ook klimaatadaptatie. Klimaatwet: Deze wet stelt dat we in 2030 onze CO2-uitstoot met 49 procent moeten hebben verlaagd en in 2050 met 95 procent, ten opzichte van het jaar 1990. Kringlooplandbouw: Bij kringlooplandbouw is de kringloop van stoffen gesloten. Dit houdt in dat alle stoffen die door de landbouw uit een gebied verdwijnen ook weer teruggebracht worden in het gebied.

Laagste maatschappelijke kosten: In een maatschappelijke kosten-batenanalyse wordt een optelsom gemaakt van investeringen, operationele kosten en de baten. In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat de warmtevisies uitgaan van de laagste maatschappelijke kosten van de gehele warmteketen. Daarmee wordt bedoeld: de kosten voor het aanpassen van de gebouwen, de kosten voor het vervangen van de energie-infrastructuur en de ontwikkeling van duurzame energiebronnen. Natuurinclusieve landbouw: Natuurinclusieve landbouw is een vorm van duurzame landbouw die uitgaat van een veerkrachtig voedsel- én ecosysteem. Natuurinclusief bouwen: Bij natuurinclusief bouwen wordt zodanig gebouwd en ingericht dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. NEV: De Nationale Energieverkenning wordt opgesteld door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) samen met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en met bijdragen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). De NEV brengt jaarlijks de stand van zaken rondom de energiehuishouding in Nederland in kaart en geeft inzicht in de te verwachten ontwikkelingen tot 2035. NFW (vereniging): De vereniging Noardlike Fryske Wâlden is een vereniging in Noordoost-Fryslân en Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden.

Het overgrote deel van de bijna 800 leden, boeren en particulieren, zorgt met (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer voor het behoud van dit bijzondere landschap en de boerenlandvogels NFW (Nationaal Landschap): Het Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden is een gebied van ruim 25.000 hectare, onderdeel van de Friese Wouden, een streek in het oosten van Friesland. RES: Regionale Energie Strategie. Nederland is opgedeeld in 30 verschillende RES-regio’s. De RES is een instrument om in samenwerking met regionale partijen en maatschappelijke betrokkenheid, te komen tot regionale keuzes voor de opwekking van grootschalige duurzame elektriciteit (zon- en 6 / 141

windenergie). Deze strategie draagt bij aan een betaalbare, betrouwbare, schone en veilige energievoorziening voor iedereen in de regio in 2050. Alle Friese gemeenten vormen met Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân een van de 30 RES-regio’s. RMP’s: Regionale mobiliteitsprogramma’s. Een van de belangrijke acties uit het Klimaatakkoord voor decentrale overheden op het dossier mobiliteit is het opstellen van Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP's). Hiervoor wordt een landsdekkend geheel van regio’s gevormd om met elkaar en maatschappelijke partijen plannen te maken voor duurzame en slimme mobiliteit in de toekomst. RSW: Regionale Structuur Warmte. Binnen de RES wordt ook aandacht besteed aan beschikbare duurzame warmtebronnen in de regio, in de vorm van de RSW. Spijtvrije maatregelen: Energiebesparende maatregelen aan de woning waarvan je zeker weet dat je er later geen spijt van krijgt, zoals het plaatsen van dubbel glas, zonnepanelen of het isoleren van het dak. Transitiegereed: Een woning is 'transitiegereed' als deze klaar is om van het aardgas af te gaan en geen grote maatregelen (zoals vervanging van afgiftesysteem of isolatie) meer nodig heeft tot 2050. In die woningen zijn isolatiemaatregelen toegepast die nodig zijn voor het aardgasvrij maken van de woning. Deze maatregelen staan los van de uiteindelijke energie-infrastructuur die in de buurt aangelegd gaat worden.

Transitievisie Warmte of warmtevisie: De warmtevisie is een beleidsdocument waarin voor de buurten en dorpen waar de transitie voor 2030 staat gepland een realistisch tijdspad is vastgelegd. Ook wordt ingegaan op welke toekomstige energievoorziening in welke buurt het meest kansrijk lijkt op basis van de huidige stand der techniek. Utiliteitsbouw: Alle gebouwen in de gemeente waarin niet gewoond wordt, zoals scholen, winkels, kantoren en fabrieken. WKO: Warmte Koude Opslag, vaak in combinatie met een warmtepomp. WKO is een vorm van allelectric die veelal interessant is wanneer er naast een warmte- ook een koudebehoefte bestaat. Het principe is vergelijkbaar met een warmtepomp, met het verschil dat bij WKO sprake is van opslag. Een WKO-systeem onttrekt energie aan de bodem om een gebouw, of meerdere gebouwen, mee te verwarmen of te koelen. De bodem wordt gebruikt om in de zomer warmte op te slaan en de koude uit de bodem te onttrekken om het gebouw mee te koelen. In de winter is dit andersom, dan wordt de warmte die in de bodem was opgeslagen gebruikt en wordt koude opgeslagen. Woonlastenneutraal: In het Klimaatakkoord is afgesproken dat het aardgasvrij maken van woningen woonlastenneutraal moet zijn. Dit betekent dat de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie (gas, elektriciteit, warmte) en hypotheeklast of huur niet stijgen.

Dat wil zeggen dat de verlaging van de energierekening van een huishouden minimaal gelijk is aan de maandelijkse financieringskosten of huurverhoging op het moment dat de energiebesparende maatregelen worden genomen1. WTM: Warmtetransitiemodel. Dit model geeft inzicht in het volgende: de opties en kosten voor een aardgasvrije gebouwde omgeving, de laagste maatschappelijke transitiekosten per buurt voor verschillende warmteopties en de gebieden die kansrijk zijn voor het starten van een collectieve warmtevoorziening op basis van vastgoedkenmerken.

1

Klimaatakkoord, Afspraken voor Gebouwde omgeving, Vraag en antwoord, bezocht 17 maart 2020. https://www.klimaatakkoord.nl/gebouwde-omgeving/vraag-en-antwoord/woonlastenneutraliteit, 7 / 141

WUP: Wijk uitvoeringsplan. Een plan waarmee je met alle betrokkenen in een wijk, buurt of dorp een verdiepingsslag maakt om het gebied van het aardgas te krijgen.

8 / 141

Samenvatting Gemeente Tytsjerksteradiel werkt aan een duurzame toekomst. In lijn met het coalitieakkoord en het Klimaatakkoord. Deze duurzaamheidsagenda biedt een compleet programma van projecten. Tytsjerksteradiel zet zo de koers uit voor de komende jaren. Zo bouwen we voort op wat we al doen en wat we al gedaan hebben. Duurzaamheid is een onderwerp dat onze hele mienskip raakt. Een groot aantal partijen heeft bijgedragen aan het formuleren en prioriteren van de agendapunten en projecten en ook onze inwoners zijn bij het proces betrokken.

Gemeentelijke ambities In het coalitieakkoord 2018-2022 'Duorsum oparbeidzje' van Tytsjerksteradiel is de gemeentelijke ambitie benoemd: de gemeente wil voorloper zijn, in de top staan van de meest duurzame gemeenten en in 2040 energieneutraal zijn.

Thema’s duurzaamheid In de duurzaamheidsagenda komen de volgende thema’s aan de orde: • energietransitie •

duurzame mobiliteit

•

circulaire economie

•

biodiversiteit

•

klimaatbestendigheid

•

eigen organisatie en maatschappelijk vastgoed

Elk thema kent maatregelen voor de korte termijn, de middellange termijn en de lange termijn. In 2024 wordt de duurzaamheidsagenda herijkt. De warmtevisie komt in 2026 weer op de agenda. Die herijking kan leiden tot hele andere maatregelen en het toepassen van nieuwe technieken die nu in onderzoek of ontwikkeling zijn. Mochten er vanuit het Rijk geen aanvullende middelen komen voor de warmtetransitie, dan zal dat betekenen dat de warmtevisie al eerder dan 2026 geagendeerd zal worden.

Energietransitie (hoofdstuk 2) De energietransitie moet klimaatverandering tegengaan door de CO2-uitstoot binnen de gemeente te verlagen. Dit gaat via de weg van besparing en door duurzame energie op te wekken. Visie en opgave Op nationaal niveau is in de Klimaatwet en het coalitieakkoord afgesproken dat we in 2050 95% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990, en 49% minder in 2030. De gemeentelijke ambities zijn erop gericht om op termijn energieneutraal te worden.

Onze ambitie: Tytsjerksteradiel is energieneutraal in 2040. Daarmee bedoelen we dat in de toekomst alle energie die we gebruiken duurzaam wordt opgewekt. De benodigde duurzame energie voor de grootschalige industrie binnen onze gemeente laten we binnen deze ambitie buiten beschouwing. Dit is ook in lijn met Regionale Energie Strategie (RES), waarbinnen de opgave voor de industrie ook buiten beschouwing is gelaten. Ontwikkelingen ten

9 / 141

behoeve van verduurzaming van industrie zullen hoofdzakelijk landelijk, onder andere vanuit de klimaattafel industrie, en internationale ontwikkelingen moeten komen. Zo dragen we bij aan de transitie naar een duurzame energievoorziening. De energiemix (bijlage 4) gaat ervan uit dat de helft minder energie wordt gebruikt in 2040. Dit doen we door bijvoorbeeld isolatie in de gebouwde omgeving, het stimuleren van zonnepanelen op daken en de overstap op warmtepompen. Het gemeentelijk Energieloket heeft hierbij een belangrijke rol. Dit sluit eveneens aan bij de uitgangspunten aangaande duurzaamheid en energetische woningverbetering zoals omschreven in de Woonvisie. Ook ondersteunen we minima en huurders met energiecoaching. Daarnaast gaan we via Sinnetafels in gesprek met onze dorpen over zonne-energie. De energie die we in onze woningen, bedrijven (met uitzondering van industrie) en voor ons vervoer nog wel gebruiken, gaan we zelf in Tytsjerksteradiel duurzaam opwekken. Daarbij gaan we uit van nu bekende technieken en hebben we oog voor nieuwe ontwikkelingen. Daarbij houden we onze ogen open om in te kunnen spelen op eventuele nieuwe technieken. In elke te zetten stap is er nadrukkelijk aandacht voor landschappelijke impact. Onze inzet voor de komende tijd is hoofdzakelijk gericht op energiebesparing en realisatie van zonnepanelen op daken.

Eveneens ondersteunen we lokale initiatieven bij plannen voor zonneenergie. Met het concept beleidskader 'Zonneladder' (bijlage 2) beogen we onder andere te voorkomen dat waardevolle landbouwgronden worden 'opgeofferd' ten behoeve van zonneparken. Warmtetransitie (warmtevisie) Nederland maakt voornamelijk gebruik van aardgas om gebouwen te verwarmen. Het warmtegebruik in de gebouwde omgeving krijgt daarom een grote rol binnen de energietransitie. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle gemeenten uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte (warmtevisie2) gereed moeten hebben, waarin wordt aangegeven hoe en in welk tempo de dorpen en buurten van de gemeenten van het aardgas af gaan. Gemeente Tytsjerksteradiel brengt de warmtevisie in de bredere context van duurzaamheid in als onderdeel binnen het thema Energietransitie van de duurzaamheidsagenda.

Duurzame mobiliteit (hoofdstuk 3) Visie en opgave De afstanden die we afleggen om bijvoorbeeld naar het werk te gaan of om boodschappen te doen zijn in onze gemeente, vergeleken met meer stedelijke gemeenten, relatief groot. Veel van de inwoners en bezoekers maken gebruik van de auto. Ook kent onze gemeente een grote transportsector. Ongeveer een kwart van het totale energiegebruik binnen onze gemeente bestaat uit het gebruik van benzine, diesel en lpg. Duurzame mobiliteit is daarom een belangrijk onderdeel van de lokale energietransitie.

Onze ambitie: Alle vormen van mobiliteit in onze gemeente worden emissievrij. Om invulling te geven aan onze ambitie willen we onder meer het gebruik van elektrische deelauto’s stimuleren, openbare laadpalen realiseren en het gebruik van de (elektrische) fiets stimuleren.

2

Tegelijk met deze duurzaamheidsagenda is de warmtevisie aan de raad voorgelegd. 10 / 141

Circulaire economie (hoofdstuk 4) Visie en opgave In een circulaire economie bestaat afval niet, maar blijven grondstoffen in kringlopen en daardoor beschikbaar.

Onze ambitie: We vergroten circulair denken en doen en daarbij hebben onze gemeentelijke organisaties een voorbeeldfunctie. Om onze welvaart ook in de toekomst te behouden, moeten we anders met grondstoffen omgaan. Dit betekent een inzet op hergebruik, onderhoud, reparatie en recycling. De gemeente is een grote afnemer van goederen, diensten en infrastructurele projecten. Door ook zelf volgens de principes van de circulaire economie te werken, geeft onze gemeente het goede voorbeeld en kunnen we ontwikkelingen helpen in gang te zetten. We werken aan onze ambitie door het goede voorbeeld te geven. Daarnaast gaan we met lokale branche- en ondernemersverenigingen een aanpak circulaire economie voor bedrijven ontwikkelen, waarmee we inzetten op het uitwisselen van lokale reststromen. Ook onderzoeken we of het mogelijk is aan te sluiten en gebruik te maken van de monitoringstool die onder leiding van Vereniging Circulair Friesland ontwikkeld wordt.

Biodiversiteit (hoofdstuk 5) Visie en opgave Biodiversiteit is zeer belangrijk voor de mens. Door klimaatverandering, menselijk ingrijpen en intensivering van de landbouw en veehouderij zijn in de laatste decennia wereldwijd meer dan een miljoen (van de in totaal zeven miljoen) plant- en diersoorten met uitsterven bedreigd3. Deze urgentie wordt op alle niveaus erkend.

Onze ambitie: We maken op een optimale manier gebruik van de groene en blauwe ruimte om de biodiversiteit te laten toenemen. Tytsjerksteradiel heeft het vergroten van biodiversiteit opgenomen als speerpunt in onder andere het coalitieakkoord. De gemeente heeft als doel om de biodiversiteit in de gemeente te verbeteren door in te zetten op het eigen beheer van het openbaar groen, beleid, educatie en communicatie. We zetten stappen door onder andere meer variatie aan te brengen in het groen in dorpen en buurten. In onze gemeente doen we, op locaties die zich daarvoor lenen, aan ecologisch groenbeheer. Dit type beheer is gericht op het behoud en de ontwikkeling van ecologische waarden. Dit gebeurt onder andere door aangepast maaibeheer, begrazing door schapen, het aanbrengen van variatie in de begroeiing en het maken van takkenrillen in bosplantsoen waar het past. Ook op het gebied van biodiversiteit faciliteren we initiatieven vanuit onze gemeenschap.

3

Zie bijvoorbeeld: Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES) https://ipbes.net/news/Media-Release-Global-Assessment. 11 / 141

Klimaatbestendigheid (hoofdstuk 6) Visie en opgave Een klimaatbestendige omgeving zet in op een veranderend klimaat. De extremen in het weer worden groter. Daarbij kan een viertal onderwerpen worden onderscheiden: hittestress, wateroverlast, droogte en overstroming.

Onze ambitie: We willen overlast van piekbuien of warme zomers verminderen door een klimaatrobuuste inrichting. Stappen die we de komende jaren willen zetten om deze overlast te verminderen zijn onder andere ondergebracht in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Ook ondersteunen we groene evenementen en initiatieven vanuit de mienskip. Inzet is eveneens om inwoners te ondersteunen (met voorlichting en advies) om hun eigen perceel klimaatbestendig in te richten. Klimaatadaptief denken wordt als vast onderdeel geïntegreerd in alle beleidsvelden om zo steeds toekomstbestendige keuzes te kunnen maken.

Eigen organisatie en maatschappelijk vastgoed (hoofdstuk 7) Visie en opgave We hebben een belangrijke rol als aanjager en hebben een voorbeeldfunctie voor duurzame ontwikkelingen in de gemeente.

Onze ambitie: De eigen organisaties en het maatschappelijk vastgoed worden energieneutraal en circulair. We willen invulling geven aan deze ambitie door onder andere te zorgen dat we voldoen aan de verplichtingen vanuit het Rijk ten aanzien van het maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed in de gemeente. Alle woningen en gebouwen in Tytsjerksteradiel gaan in de toekomst van het aardgas af. Dat betekent dat ook de gebouwen van de gemeente zelf van het aardgas af gaan. We monitoren het energieverbruik van de verschillende gemeentelijke gebouwen en we voldoen aan de Wet milieubeheer en nemen alle erkende energiebesparende maatregelen die binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden. Het gemeentelijk wagenpark wordt steeds verder verduurzaamd, waar mogelijk stappen we over naar fossielvrij vervoer. Duurzaamheid is belangrijk in alle beleidsvelden waaraan de gemeente werkt. Het is daarom van belang dat al onze medewerkers voldoende bewust zijn en kennis hebben van duurzaamheid. We organiseren jaarlijks een maand van de duurzaamheid om kennis en bewustzijn te vergroten.

Haalbaarheid en betaalbaarheid We staan met z’n allen voor een enorme opgave en de impact is groot. We moeten keuzes maken op basis van kennis die we nu hebben en die sterk in ontwikkeling is. Aan deze opgave kunnen we als gemeente alleen samen met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties invulling geven. Willen we de gemeentelijke ambities en het Klimaatakkoord volledig kunnen uitvoeren, dan zal het Rijk met meer geld en betere richtlijnen en wetgeving moeten komen. Geen budget betekent dat we ambities moeten bijstellen en uitvoering moeten uitstellen. De voorliggende agenda is daarom zo opgesteld dat, als de situatie erom vraagt, er bijgestuurd kan worden.

12 / 141

1 Inleiding Hoe ziet onze gemeente eruit in 2040? Hoe hebben onze kinderen het als zij volwassen zijn? Zijn we in staat en bereid om ons aan te passen aan nieuwe vormen van energie, mobiliteit, consumeren en produceren? Het is zaak om duurzame voornemens van de gemeente en de inwoners, bedrijven en andere organisaties om te zetten in duurzame daden. De voorliggende duurzaamheidsagenda speelt hierop in. In deze duurzaamheidsagenda vertalen we het coalitieakkoord en de duurzaamheidsnota’s naar een programma en projecten. Tytsjerksteradiel zet zo de koers uit voor de komende jaren. Zo bouwen we voort op wat we al doen en wat we al gedaan hebben. In Tytsjerksteradiel wordt hard gewerkt aan duurzaamheid. Al vanaf 2008 heeft Tytsjerksteradiel duurzaamheidsbeleid. In het coalitieakkoord 2018-2022 'Duorsum oparbeidzje' is de gemeentelijke ambitie benoemd: de gemeente wil voorloper zijn, in de top staan van de meest duurzame gemeenten en in 2040 energieneutraal zijn. Dit doen we door bijvoorbeeld isolatie in de gebouwde omgeving, het stimuleren van zonnepanelen op daken en de overstap op warmtepompen. Het gemeentelijk Energieloket heeft hierbij een belangrijke rol. Ook ondersteunen we minima met energiecoaching. Daarnaast gaan we via Sinnetafels in gesprek met onze dorpen over zonne-energie.

De energie die we in onze woningen, bedrijven (met uitzondering van industrie) en voor ons vervoer nog wel gebruiken, gaan we zelf in Tytsjerksteradiel duurzaam opwekken. Daarbij gaan we uit van nu bekende technieken en hebben we oog voor nieuwe ontwikkelingen. De ontwikkelingen van landelijke en mondiale doelstellingen en afspraken op het gebied van klimaat, de energietransitie en duurzaamheid gaan snel. Bijna iedereen ziet de gevolgen van klimaatverandering en ook in gemeente Tytsjerksteradiel geven veel inwoners aan zich zorgen te maken over het klimaat4. Er gebeurt daarom al heel veel: er liggen steeds meer zonnepanelen, er verschijnen elektrische auto’s en veel van onze inwoners isoleren hun woning. De gemeente heeft zelf ook de nodige stappen gezet. We maken werk van circulair inkopen en houden steeds meer rekening met het veranderende klimaat bij ruimtelijke ontwikkelingen.

1.1 Wat gebeurt er om ons heen? De effecten van klimaatverandering worden zichtbaar, de recente corona- en stikstofcrises leren ons dat we het milieu niet oneindig kunnen blijven belasten. Wereldwijd groeit het besef dat we de manier waarop we met energie, grondstoffen en de omgeving omgaan, moeten veranderen. Op internationaal, Europees, nationaal en lokaal niveau zijn afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen5 te verminderen, de negatieve gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en duurzame energieopwekking te stimuleren. In het Klimaatakkoord van Parijs (Mondiaal klimaatakkoord) heeft Nederland daarom samen met 195 andere landen afspraken gemaakt om de verdere opwarming van de aarde beperkt houden tot 2 graden Celsius, het liefst zelfs 1,5 graad Celsius. Dit betekent dat landen de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug zullen dringen. In 2050 moet de wereld zijn uitstoot vrijwel naar nul hebben teruggebracht. Op nationaal niveau is in de Klimaatwet en het coalitieakkoord afgesproken dat we in 2050 95% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990, en 49% minder in 2030. Hoe we dat gaan bereiken is uitgewerkt in het nationale Klimaatakkoord dat in 2019 is vastgesteld en onder andere door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is ondertekend. In het Klimaatakkoord is afgesproken

Enquête duurzaamheidsagenda en Transitievisie Warmte, feb 2020, zie bijlage 8. Naast het broeikasgas CO2 dragen ook andere gassen zoals methaan en lachgas bij aan klimaatverandering. 4 5

13 / 141

dat alle Nederlandse gemeenten zullen deelnemen aan de Regionale Energiestrategie (RES). In deze RES maken lokale overheden afspraken over onder meer de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Ook zullen alle gemeenten uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte (warmtevisie6) vaststellen, waarin wordt aangegeven hoe en in welk tempo de dorpen en buurten van de gemeenten van het aardgas af zullen gaan. (In hoofdstuk 2 van deze duurzaamheidsagenda wordt verder ingegaan op de RES en de warmtevisie.) Met het rijksbrede programma circulaire economie richt de rijksoverheid zich op de ontwikkeling van een circulaire economie vóór 2050. De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 een (tussen)doelstelling te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen). Ook in de provincie Fryslân wordt hard aan de circulaire economie gewerkt. Tytsjerksteradiel heeft samen met alle Friese gemeenten, Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat Noord en Wetterskip Fryslân haar handtekening gezet onder het Ambitiedocument Circulaire Economie. Hierin is onder meer afgesproken dat we in 2020 minimaal 10% van alle producten die we inkopen, circulair inkopen.

Ook op het gebied van duurzame mobiliteit vinden belangrijke beleidsontwikkelingen plaats bij bijvoorbeeld de regionale mobiliteitsprogramma’s (RMP's), het fietsbeleid, milieu- en zero-emissiezones, de Nationale Agenda Laadinfrastructuur en de Vrachtwagenheffing. Door het veranderende klimaat neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor de economie, gezondheid en veiligheid. Daarom hebben de Nederlandse gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk in een gezamenlijk Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie afspraken gemaakt om het proces van adaptatie aan het nieuwe klimaat te versnellen en intensiveren7. Al in 1992 zijn er met het Verdrag inzake Biologische Diversiteit internationale afspraken gemaakt over het behoud van de biodiversiteit. Daarin hebben landen zich verplicht de biodiversiteit in eigen land te beschermen en indien nodig ook maatregelen te nemen om de biodiversiteit in ontwikkelingslanden te beschermen. Ook is in Europees verband afgesproken om het verlies aan biodiversiteit uiterlijk in 2020 te stoppen. Hiervoor wordt het Natura 2000-programma versterkt en zijn afspraken gemaakt over compensatie van verlies aan biodiversiteit door bijvoorbeeld nieuwe natuur te ontwikkelen.

In Nederland is aan deze internationale afspraken onder meer uitvoering gegeven door het aanwijzen van beschermde natuurgebieden (Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000). Grutte Wielen en Alde Feanen zijn voorbeelden van dergelijke gebieden in onze gemeente.

1.2 Lokale kansen Inwoners van Tytsjerksteradiel gaan graag zelf aan de slag met duurzaamheidsinitiatieven. Binnen de gemeente zijn in verhouding veel initiatieven en lokale energiecoöperaties actief 8. Denk bijvoorbeeld aan de samenwerking Tûk. Dat is waardevol in samenwerkingen met gemeentelijke partners en bij de activering van inwoners. De landbouwsector, de bouw en installatietechniek zijn sterk vertegenwoordigd. Dat biedt qua werk(gelegenheid) kansen. Bijvoorbeeld in de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en gerelateerd aan duurzame energie-opwek. Ook sluiten we aan op de uitgangspunten aangaande

6

Tegelijk met deze duurzaamheidagenda is de warmtevisie aan de raad voorgelegd. Zie voor meer informatie het Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie: ruimtelijkeadaptatie.nl. 8 De meeste lokale energiecoöperaties zijn te vinden in Friesland, maar liefst 64. Ook zijn er in Friesland per inwoner de meeste coöperaties te vinden, Lokale Energiemonitor 2019, pag. 19 en 20. Zie ook: https://www.hieropgewekt.nl/initiatieven/friesland. 7

14 / 141

duurzaamheid en energetische woningverbetering zoals omschreven in de Woonvisie. Het gemeentelijk Energieloket heeft hierbij een belangrijke rol.

1.3 Doorlopen proces Duurzaamheid is een onderwerp dat onze hele gemeenschap raakt. Een groot aantal partijen heeft bijgedragen aan het formuleren en prioriteren van de agendapunten en projecten. Ook onze inwoners zijn bij het proces betrokken. Deze duurzaamheidsagenda is gelijktijdig met de warmtevisie van de gemeente opgesteld. Om input van inwoners, ondernemers en andere organisaties op te halen, heeft de gemeente avonden georganiseerd waarop de aanwezigen is gevraagd ideeën aan te leveren en mee te denken over de duurzaamheidsagenda en de warmtetransitie. Op 12 november 2019 en 20 januari 2020 is gekozen voor informatieavonden waar inwoners zich breed konden oriënteren. Ook hebben we toelichting gegeven tijdens algemene vergaderingen van dorpsbelangen en zijn vertegenwoordigers van de vele inwonersinitiatieven en energiecoöperaties die de gemeente rijk is, bijgepraat en om input gevraagd. Om zoveel mogelijk inwoners te bereiken is een enquête online gezet en zijn inwoners via social media geïnformeerd. Eveneens is de online enquête met leerlingen van verschillende scholen gedeeld om de jeugdigere stem binnen de gemeente ook door te laten klinken. De resultaten van de online enquête worden ook? gebruikt bij de invulling en acties die volgen uit de duurzaamheidsagenda en de warmtevisie.

De partners die hebben meegedacht en input hebben geleverd bij het maken van deze duurzaamheidsagenda zijn onder andere diverse inwonersinitiatieven, energiecoöperaties, de Friese Milieufederatie, het Kennis- en Innovatiehuis Noordoost Fryslân (KEI), Vereniging Circulair Friesland, de RES-coördinator, Noardlike Fryske Wâlden (NFW), Stichting Energie voor MKB en Freonen fan Fossylfrij Fryslân (FFFFF). De betrokken medewerkers vanuit onder andere de gebieden van duurzaamheid, openbare ruimte, wonen, beheer en onderhoud en communicatie van de gemeente vormden samen de projectgroep waarin in werksessies deze duurzaamheidsagenda is opgesteld. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met verschillende ambtenaren over biodiversiteit, de energietransitie, mobiliteit, eigen organisatie en circulaire economie.

1.4 Vervolg Van de grote lijn naar 2040 zoomen we in op de aanpak voor de komende jaren. Het doel is om de uitvoering en samenwerking programmatisch aan te pakken. Dat betekent dat er op programmaniveau zicht is op doelen, resultaten, budget en stand van zaken van allerlei uitvoerende projecten. De totale vooruitgang van het programma energietransitie wordt gemonitord en bestuurlijk afgestemd. Verantwoordelijkheden komen te liggen bij verschillende projectleiders die allemaal actief zijn op een deel van het programma. Op diverse thema’s is de eerste stap het ontwikkelen van een aanpak. Dit vraagt om een degelijke voorbereiding. Vaak met professionele betrokkenen. We kunnen daarom nog niet met alle projecten direct een tastbaar resultaat boeken. Dit zijn projecten die een lange adem vergen. We leggen de focus op de stappen die komende jaren gezet moeten worden om de juiste voorbereidingen te treffen voor een opschaling richting 2030 en 2040. Daarbij zetten we er eerst op in om de thema’s uit het programma onderdeel te laten worden van de wijze van werken binnen de gemeente en bij het uitvoeren van ideeën. Het moet als het ware een vanzelfsprekendheid worden dat de duurzame thema’s altijd worden meegenomen in de afwegingen en dat wordt gekozen voor een zo duurzaam mogelijke oplossing.

15 / 141

1.5 Leeswijzer Het is een grote opgave om tot een duurzaam Tytsjerksteradiel te komen in 2040. Het tegengaan van klimaatverandering door in te zetten op de energietransitie, het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en de transities naar een circulaire economie en een duurzame mobiliteit, vraagt een aanpassing in de manier waarop we denken en doen, maar biedt ook kansen voor een verbetering van de leefomgeving. Het programma Duurzaamheid kent diverse thema’s die in de volgende hoofdstukken verder worden uitgewerkt: Energietransitie, Circulaire economie, Biodiversiteit, Klimaatbestendigheid, Duurzame mobiliteit en Eigen organisatie en maatschappelijk vastgoed. In hoofdstuk 2 komt het thema Energietransitie aan bod. De energietransitie heeft als doel om klimaatverandering tegen te gaan door de CO2-uitstoot binnen de gemeente te verlagen. Dit kan worden gedaan door de energievraag binnen de gemeente te verlagen via besparing en door duurzame energie op te wekken. Hoofdstuk 3 gaat in op het thema Duurzame mobiliteit. Dit thema werkt toe naar minder vervoersbewegingen, schoner vervoer en duurzame alternatieven. Het thema Circulaire Economie wordt in hoofdstuk 4 behandeld en beschrijft hoe het huidige economische systeem aangepast kan worden om een vermindering aan afvalstromen na te streven door hergebruik en de inzet van hernieuwbare grondstoffen.

In hoofdstuk 5 wordt beschreven hoe we streven naar een vergroting van de biodiversiteit. Het thema Klimaatbestendigheid komt in hoofdstuk 6 aan bod en gaat in op de aanpassingen die nodig zijn om de gemeente toekomstbestendig te maken voor het veranderende klimaat. Schade en overlast worden daarmee zo veel mogelijk beperkt. In hoofdstuk 7 toont de gemeente dat zij zelf het goede voorbeeld wil geven. De thema’s worden behandeld door ambities te formuleren. Deze moeten worden gezien als wensbeelden voor de lange termijn (2040), via tussendoelstellingen op de middellange termijn (2030) en maatregelen en projecten voor de komende periode (tot en met 2024). In hoofdstuk 8 inventariseren we alle agendapunten en maken we een raming van de benodigde budgetten en de uitwerking op de organisatie.

16 / 141

2 Energietransitie De energietransitie is een enorme opgave waarmee iedereen te maken gaat krijgen. In dit hoofdstuk gaan we eerst in op de ambities van de gemeente en wat de opgave is om deze ambities waar te maken (Visie en opgave). Daarna verkennen we de kansen en mogelijkheden die onze gemeente biedt voor de energietransitie (Lokale kansen en beleid). In de laatste paragraaf geven we een overzicht van de verschillende stappen die we zetten om onze ambities te realiseren. We gaan hierbij in op de onderwerpen gebouwde omgeving, zon op daken, de RES, zonneparken en windturbines en biomassa.

2.1 Visie en opgave Gemeente Tytsjerksteradiel heeft de ambitie om in 2040 energieneutraal te worden. Daarmee bedoelen we dat in de toekomst alle energie die we gebruiken duurzaam wordt opgewekt. De benodigde duurzame energie voor de grootschalige industrie binnen onze gemeente laten we binnen deze ambitie buiten beschouwing. Dit is ook in lijn met Regionale Energie Strategie (RES), waarbinnen de opgave voor de industrie ook buiten beschouwing is gelaten. Ontwikkelingen ten behoeve van verduurzaming van industrie zullen hoofdzakelijk landelijk, onder andere vanuit de klimaattafel industrie, en internationale ontwikkelingen moeten komen. Ambitie: Tytsjerksteradiel is energieneutraal in 2040. We gaan bij de definitie van energieneutraal uit van een situatie waarbij over een jaar gemeten het energiegebruik van een gebouwd object (of wijk, buurt, dorp, kunstwerk, en dergelijke) ten minste nul is: er wordt niet meer energie uit het gas- en elektriciteitsnet betrokken dan er vanuit duurzame bronnen aan wordt toegeleverd. Het gaat dus om het gebruik van duurzame energie. Voor het gebied van de gemeente Tytsjerksteradiel wordt de volgende afbakening van deze definitie gehanteerd: ▪ Een fossiel energieverbruik van ten hoogste nul omdat er niet méér energie uit het openbare net wordt gebruikt, dan de duurzame energie die wordt opgewekt uit duurzame bronnen.

▪ De duurzame opwek van de gebouwde omgeving, mobiliteit en bedrijven vindt ten minste plaats binnen de gemeentegrenzen, vermeerderd met duurzaam opgewekte energie buiten de gemeente, mits dit is gerealiseerd door de gemeentelijke organisatie of energiecoöperaties (bijvoorbeeld een coöperatief windpark op zee) en de geproduceerde hoeveelheden energie niet dubbel worden geteld voor Tytsjerksteradiel en een andere regio. ▪ De grootschalige behoefte van energie voor de industrie mag ook buiten de gemeentegrenzen opgewekt worden. ▪ Het energieverbruik wordt over een jaar gemeten. We spitsen ons dus toe op alle energie om te kunnen wonen, werken en rijden binnen onze gemeenten, met uitzondering van industriële activiteiten. De focus ligt bij zaken binnen de directe gemeentelijke invloedssfeer, in lijn met het Klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategie. Alle inwoners, bezoekers en bedrijven van Tytsjerksteradiel gebruiken energie. Bijvoorbeeld aardgas voor het verwarmen van huizen, stroom voor verlichting en computers, benzine en diesel voor auto’s en landbouwvoertuigen. In 2018 werd ongeveer 3650 TJ energie gebruikt9.Onder andere voor de woningvoorraad hebben we een forse verduurzamingsopgave. In aansluiting op de Woonvisie ligt hiervoor een belangrijke rol bij het gemeentelijk Energieloket.

Ook gaat de warmtevisie specifiek in op het verduurzamen en aardgasvrij maken van woningen.

Bron: Rijkswaterstaat – Klimaatmonitor, zie klimaatmonitor.databank.nl. Geraadpleegd in januari 2021. In deze Duurzaamheidsagenda wordt meestal gebruikgemaakt van gegevens die gaan over het jaar 2018. 9

17 / 141

In Tytsjerksteradiel wordt ook duurzame energie geproduceerd. Bijvoorbeeld met zonnepanelen op daken en in zonneparken, maar ook door hout en andere biomassa te gebruiken in kachels van woningen en ketels bij bedrijven. Volgens Europese definities is het stoken van hout een vorm van duurzame energieproductie. Op andere (milieutechnische) gronden kleven hier bezwaren aan. Denk onder andere aan fijnstofproblematiek, geuroverlast en ontbossing. In 2018 werd in Tytsjerksteradiel in circa 725 TJ aan duurzame energie geproduceerd10. De gemeenten zijn energieneutraal als de productie van duurzame energie minimaal net zo groot is als het gebruik van energie. De 725 TJ aan duurzame energie in 2018 komt overeen met bijna 20% van het energiegebruik. Je zou dus kunnen zeggen dat de gemeente in 2018 '20% energieneutraal' was. Ter vergelijking: in 2018 kwam in heel Nederland de duurzame energieproductie overeen met 7,6% van het energiegebruik. De gemeente zat dus in 2018 ruim boven het nationale gemiddelde. Analyse en afbakening scenario’s toekomstige energievraag In lijn met de ambitie van een energieneutrale gemeente in 2040, zijn verschillende scenario’s uitgewerkt om een beeld te krijgen van de toekomstige energievraag.

De energie die we in onze woningen, bedrijven (met uitzondering van industrie) en voor ons vervoer nog wel gebruiken, gaan we zelf in Tytsjerksteradiel duurzaam opwekken. Daarbij gaan we uit van nu bekende technieken en hebben we oog voor nieuwe ontwikkelingen. Bekeken is hoe een eindscenario en een mogelijke tussenstap in 2030 er uit zouden kunnen zien. Deze tussenstap is van belang voor het bepalen van een doelstelling voor de Regionale Energie Strategie. Vanuit de RES-regio wordt namelijk verlangd om kenbaar te maken wat de gemeente nastreeft om in 2030 aan duurzame elektriciteitsopwek gerealiseerd te hebben. Op basis van dit eindscenario voor 2040 komt de opgave voor duurzame elektriciteitsopwek binnen Tytsjerksteradiel neer op ruim 600 TJ. Dit betreft de opgave voor de gebouwde omgeving en mobiliteit. De grootschalige behoefte van energie voor de industrie komt in het eindscenario voor 2040 neer op ruim 1160 TJ. Laatstgenoemde maakt echter geen deel uit van de gemeentelijke opgave zoals benoemd in de definitie van een energieneutraal Tytsjerksteradiel in 2040. Aangaande verduurzaming van de industrie heeft de gemeente een beperkte rol. Ontwikkelingen zullen hoofdzakelijk landelijk, onder andere vanuit de klimaattafel industrie, en internationale ontwikkelingen moeten komen.

In opdracht van het Rijk worden bijvoorbeeld grote windparken op zee aangelegd om de industrie te voorzien van duurzame energie. Derhalve valt industrie ook niet binnen de gemeentelijke ambitie om energieneutraal te worden. Op basis van de huidige data (2018),kennis, onderzoek en aannames over ontwikkelingen in de toekomst schetsen we aan de hand van een rekenmodel (Energietransitiemodel, Quintel 11) een zo goed mogelijk beeld van de huidige en toekomstige energievraag binnen de gemeente en de benodigde (grootschalige) duurzame energie opwek. Bepalend voor scenario’s zijn het einddoel van het scenario, bijvoorbeeld hoeveel CO2 er bespaard moet zijn ten opzichte van 1990, en de uitgangspunten over de verwachte ontwikkelingen in het energiesysteem, bijvoorbeeld hoe snel de elektrische auto de benzineauto gaat vervangen. In de scenario’s nemen we als hoofduitgangspunt dat er in 2030 49% CO2 reductie behaald moet zijn, en in het eindbeeld, 2040 95% CO2 reductie. Het landelijke Klimaatakkoord en de Klimaatwet gaan eveneens uit van dit tussendoel en einddoel. De onderbouwing van de uitgangspunten zoals die zijn bepaald in de scenario’s is opgenomen in bijlage 4.

10 11

Bron: Rijkswaterstaat – Klimaatmonitor, zie klimaatmonitor.databank.nl. Geraadpleegd in januari 2021. Voor meer informatie over het energietransitiemodel van Quintel, zie bijlage 4. 18 / 141

Figuur 1. Vergelijking windturbines (3,0 mw), zon en biomassa.

Scenario 2040 In lijn met de ambitie van de gemeente Tytsjerksteradiel om in 2040 energieneutraal te zijn is het eindscenario voor het jaar 2040 gemaakt. Vanuit deze analyse kan in kaart gebracht worden hoeveel energie er nu en in de toekomst van verschillende energiebronnen komt (onderscheid tussen elektriciteit, warmtebronnen zoals aardgas of brandstoffen als benzine). Wanneer je de vraag stelt hoeveel opwek er in de gemeente nodig is als je de energievraag lokaal wilt voorzien dan kan je bijvoorbeeld kijken naar het aandeel elektriciteit in de totale energiemix, en wat het aandeel van verschillende sectoren hierin is. Dit is als volgt weergegeven:

Figuur 2. Energie - verdeling naar sector.

Dat de elektriciteitsvraag naar verwachting toeneemt komt omdat veel alternatieven voor fossiele technologieën gebruik maken van elektriciteit als energiebron, denk aan de vervanging van brandstofvoertuigen door elektrische voertuigen, elektrische lucht- of bodemwarmtepompen om huizen zonder aardgas te verwarmen, en andere warmteoplossingen in de industrie en landbouw die ook aardgas vervangen.

19 / 141

Naar een gemeentelijke opgave voor duurzame elektriciteit De verschuiving in energiebronnen en toenemende vraag naar elektriciteit heeft ook impact op de opgave om duurzame energie op te wekken. Zoals reeds benoemd s kan een deel van de elektriciteitsvraag met zonnepanelen op daken in de gemeente opgewekt worden. Daarnaast is een aanvullend deel vanuit grootschalige opwek uit zonnevelden en/of windturbines nodig. Een voorbeeld van hoe die mix eruit kan zien is hiernaast weergegeven. De hoeveelheid energie (1 TJ = 1 mld. joule) uit windturbines en zonnevelden is nu ongeveer gelijk, dit kan natuurlijk ook meer van het een of het ander zijn. Vervolgens is hieronder weergegeven over welke aantallen zonnepanelen op daken, hectares zonnevelden en windturbines het dan gaat. In de tabel maken we onderscheid tussen industrie en overige sectoren, omdat de invloed van de gemeente in de transitie naar een duurzame industrie beperkt is. Figuur 3. Indicatieve energieopwek 2040.

Vertaling naar zon en wind Onderstaande verdeling van windturbines en zonnepanelen betreft een indicatieve verdeling. Zo zou naast de zonnepanelen op daken ook voor enkel windturbines of enkel zonnevelden gekozen kunnen worden. De sector industrie valt niet binnen de gemeentelijke ambitie om energieneutraal te worden. Op basis van dit eindscenario voor 2040 komt de opgave voor duurzame elektriciteitsopwek binnen Tytsjerksteradiel neer op ruim 600 TJ.

Figuur 4. Indicatieve verdeling duurzame elektriciteitsopwek in 2040 in TJ12.

Er wordt gerekend met 950 vollasturen voor zon op daken en zonnevelden en met 3120 vollasturen voor windturbines. We gaan uit van 3 MW windturbines, en van zonnepanelen die een vermogen van ca. 350 wp leveren. 12

20 / 141

Figuur 5. Indicatieve verdeling duurzame elektriciteitsopwek in 2040.

In figuren 4 en 5 is een indicatieve 50/50 mix (vergelijkbare hoeveelheid energieopbrengst) van zonnevelden en windturbines weergegeven. Naast de zonnepanelen op daken kan ook enkel op windturbines of enkel op zonnevelden worden ingezet. Dit levert voor de gemeentelijke opgave (overige sectoren) de volgende cijfers op: ▪

Tytsjerksteradiel 2040: 92.000 zon op dak (panelen) EN 168 ha zonnevelden OF 15 windturbines (3MW)

Scenario tussenstap 2030 Wanneer je een beeld hebt van het eindbeeld waar je naartoe werkt, en je weet waar je op dit moment staat, dan kan je ook goed bedenken welke tussenstappen nodig zijn om naar een energie neutrale gemeente toe te werken. Op basis van de eerder gepresenteerde uitgangspunten per thema is daarom ook een scenario voor 2030 gemaakt als tussenstap. Het doel van deze tussenstap is om in lijn met landelijke doelstellingen 49% CO2 reductie te behalen. Deze tussenstap is van belang voor het bepalen van een doelstelling voor de Regionale Energie Strategie. Vanuit de RES-regio wordt namelijk verlangd om kenbaar te maken wat de gemeente nastreeft om in 2030 aan duurzame elektriciteitsopwek gerealiseerd te hebben. In de eerdere figuur was de verdeling van de elektriciteitsvraag in 2030 over verschillende sectoren te zien. Deze elektriciteitsvraag zou zoals hiernaast weergegeven ook met een mix van zonnepanelen op daken, zonnevelden en windturbines gerealiseerd kunnen worden. Figuur 6. Indicatieve energieopwek 2040 21 / 141

Vervolgens is hieronder opnieuw weergegeven over welke aantallen zonnepanelen op daken, hectares zonnevelden en windturbines het dan gaat.

Figuur 7. Indicatieve verdeling duurzame elektriciteitsopwek in 2030 in TJ.

Figuur 8. Indicatieve verdeling duurzame elektriciteitsopwek in 2030.

22 / 141

Bovengenoemde verdeling van windturbines en zonnepanelen betreft een indicatieve verdeling. Zo zou naast de zonnepanelen op daken ook voor enkel windturbines of enkel zonnevelden gekozen kunnen worden. Dit levert voor de gemeentelijke opgave (overige sectoren) de volgende cijfers op: ▪

Tytsjerksteradiel 2030: 32.000 zon op dak (panelen) EN 74 ha zonnevelden OF 7 windturbines (3MW)

De sector industrie valt niet binnen de gemeentelijke ambitie om energieneutraal te worden. Op basis van dit tussenscenario voor 2030 komt de opgave voor duurzame elektriciteitsopwek binnen Tytsjerksteradiel neer op bijna 260 TJ. Middellange termijn - 2030: •

We zetten in op een forse energiebesparing.

•

We stappen over op duurzame alternatieven zoals warmtepompen, bodem-/aardwarmte, inductie, groen gas en/of waterstof.

•

We streven naar 260 TJ duurzame elektriciteitsopwek in 2030.

•

We maken gebruik van lokale bronnen en opslag. In 2025 hebben we de eerste stappen gezet naar de realisatie van nieuwe zonneparken. Ook starten we de dialoog over plaatsing van windturbines.

•

Geschikte (bedrijfs)daken zijn voorzien van zonnepanelen.

• Er is een toekomstbestendige energie-infrastructuur. Niet alle technieken zijn direct vanaf dit moment in te zetten en schaalbaar. Dit hangt af van diverse factoren, zoals draagvlak en medewerking, de snelheid van innovatie, de beschikbaarheid van subsidieregelingen, financieringsmogelijkheden en de benodigde wet- en regelgeving. Zonnepanelen en zonnevelden zijn technieken die goed doorontwikkeld zijn en op grote schaal toegepast kunnen worden. Daarom kunnen we de komende jaren tot en met 2030 met deze technieken al veel resultaten bereiken. Voor grote windturbines is op dit moment wegens het beleid van de provincie geen ruimte. We volgen de ontwikkelingen op dit vlak nauwlettend. Op het gebied van warmtepompen en warmtebatterijen verwachten we de komende tien jaar sterke innovaties. Zo denken we dat efficiënte levering van warmte tot 70ºC mogelijk wordt. Ook is het de verwachting dat de toepassing van deze technieken vanaf 2025 zal toenemen. Voor dit soort ontwikkelingen is dus tijd nodig. Ook waterstof is een techniek die waarschijnlijk pas na 2030 op grote schaal kan worden ingezet. Om waterstof te kunnen maken, zijn grote hoeveelheden stroom (en dus zonnevelden en windmolenparken) nodig. Waar we wel direct mee kunnen starten is het transitiegereed maken van gebouwen door het nemen van spijtvrije maatregelen 13.

We verwachten dat daar de komende 15 tot 20 jaar stappen in gezet worden. Deze zijn sterk afhankelijk van natuurlijke momenten en het beschikbaar komen van voldoende aantrekkelijke financieringsvormen. De warmtevisie die parallel aan de duurzaamheidsagenda is opgesteld, gaat hier verder op in.

13

Energiebesparende maatregelen aan de woning waarvan je zeker weet dat je er later geen spijt van krijgt, zoals het plaatsen van dubbel glas, zonnepanelen of het isoleren van het dak. 23 / 141

Korte termijn - 2024: •

Via Sinnetafels gaan we met de mienskip in gesprek over zonne-energie. Per dorp brengen we de potentie van zonnepanelen op daken in beeld en maken we de mogelijkheden voor lokaal eigenaarschap inzichtelijk ten behoeve van kleinschalige coöperatieve zonneprojecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=dfbaeca4-f900-4bc3-90ea-e422ca110522