CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

18 - Bijlage 1 - Beleidsplan toerisme en recreatie 'Folle mear om te ûntdekken'

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 16 september 2021, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Beleidsplan Toerisme en Recreatie (besluitvormend, bespreekstuk)15.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

€

Ondersteun duurzame toepassingen in de watersport. O.a. elektrische verhuurvloot in Bûtefjild en elektrisch varen in NP De Alde Feanen

Hele gemeente

Ondernemers

Middellang

€

Breng de watersportgebieden in Tytsjerksteradiel meer onder de aandacht en verbind met andere gebieden. Dit kan bijv. door goed aan te sluiten op bestaande apps en digitale mogelijkheden.

Hele gemeente

Ondernemers, RMT, Marrekrite

Kort

€

51 Strategielijn

Actielijn

Actiepunt

Cluster

Trekker/ actoren

Verbindingen tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en gemeente

In elk cluster een toeristisch platform

Een netwerk van ondernemers creëren (c.q. een toeristische platform) dat samen nieuwe projecten en producten bedenkt en ontwikkelt.

M.n. Trynwâlden en Burgumer Mar

Ondernemers en gemeente

Cluster Earnewâld gaat verdere samenwerking aan met ondernemers in Leeuwarden. Om zo ook in het schouderseizoen meer recreanten te trekken.

Earnewâld

Ondernemers

De gemeente stimuleert ondernemers om projecten en netwerken op te zetten en te stimuleren door een tijdelijke extra inspanning op ‘meters maken’.

Hele gemeente

Gemeente en ondernemers

Stimuleer deelname van ondernemers aan netwerken zoals RMT, HISWA-RECRON en het Gastengilde zodat de logiesondernemers professionaliseren en met elkaar verbinden.

Hele gemeente

Werk samen met de Provinciale opgaven zoals Vitale Logiesaccommodaties en Recreatieve Netwerken.

Meters maken

Regiomarketing

Samen met RMT recreatieve identiteit en dragers promoten

Samen met 8K?

Termijn

Kostenindicatie

Kort

€

Kort

€

X

Kort

€€

RMT / HISWARECRON / Gastengilde / gemeente

x

Kort

€

Hele gemeente

Ynbusiness, brancheorganisaties, gemeente

X

Voortdurend

€

RMT wordt door de diverse platforms gevoed met informatie om de clusters te promoten ieders eigen recreatieve identiteit en positionering (denk aan erfgoedlogies).

Hele gemeente

Toeristische platforms

X

Kort

€

Samenwerken met lokale actoren en samen de clusters promoten en laden.

Hele gemeente

Lokale actoren i.s.m. gemeente

Middellang

€€

X

52

Bijlagen

53

04 Huidig beleid

54

4.1

Hoofdpunten uit bestaand beleid

Regionale visie Noordoost Fryslân 2020-2030

Provinciaal beleid

Deze vastgestelde visie spreekt de volgende ambitie uit, in 2030: • Worden 50% meer overnachtingen in onze regio doorgebracht van ruim 600.000 overnachtingen nu naar ruim 900.000 in 2030; • Ontvangen we 50% meer binnen- en buitenlandse vakantiegasten

Recreatie en toerisme is een belangrijke sector voor de leefbaarheid en werkgelegenheid binnen de provincie en binnen de Friese gemeenten. Leefbaarheid is ​gedefinieerd in Position Paper Gastvrij Fryslân 2030 als de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de

in regio Noordoost Fryslân, het gaat om een groei van bijna 175.000 nu tot ruim 260.000 in 2030; De werkgelegenheid neemt toe van een aandeel van 5,2% op de totale werkgelegenheid in 2017 naar 7% in 2030, dat betekent ca. 700 extra banen tussen nu en 2030.

voorwaarden en behoeften die er door de mens aan worden gesteld. Recreatie en toerisme hebben een belangrijk aandeel in de leefbaarheid, omdat toeristen bijdragen aan het op peil houden van voorzieningen.

•

​Deze uitgangspunten sluiten ook aan bij de beleidsnotitie Gastvrij Met behulp van een uitvoeringsprogramma met 5 speerpunten (promotie, kennis & kwaliteit, profiel, productontwikkeling en samenwerking) werkt de regio aan de volgende doelen: • Het instandhouden van lokale voorzieningen • Het instandhouden van cultureel erfgoed • Een prettige leefomgeving voor eigen inwoners

Fryslân 2028, de Ontwerp Omgevingsvisie Provincie Friesland (2018) en het Bestuursakkoord 2019- 2023 van de Provincie Friesland. De Provincie zet in op groei van de gastvrijheidseconomie. Door slimme groei kan toerisme in 2030 in Friesland een grote bijdrage leveren aan leefbaarheid, natuur- en cultuurerfgoed en werkgelegenheid.

•

Ook in andere regionale of provinciale stukken zien we de bovenstaande boodschap in grote lijnen terug. In stukken als Nationaal Park De Alde Feanen Ontwikkelplan 2015-2022, Visie waterrecreatie Noordoost Fryslân en Provinciale visie waterrecreatie It blauwe goud

Het welbevinden van inwoners

Met behulp van 5 streekmerken brengt de regio focus aan. Wouden (incl. Burgumer Mar) en Alde Feanen zijn 2 van deze 5 merken.

fan

55

Fryslân komen de ambities, doelen en plannen in hoofdlijnen neer op: • • • • •

Ambitie voor economische sector van betekenis, met nadrukkelijk aandacht voor balans en behoeften m.b.t. inwoners en natuur; Meer of sterkere verbinding tussen partijen en bestaand aanbod of initiatieven; Verbeteren van routestructuren; Uitbouwen van de watersportpositie; Gezamenlijke promotie.

Gemeente Tytsjerksteradiel Beleidsplan Toerisme & Recreatie 2008 Het toeristisch beleid van Tytsjerksteradiel, dat in 2007 is vastgesteld, heeft als ambitie:

Het –binnen de kader van natuurlijke kernwaarden van het gebied- ontwikkelen en versterken van het toeristisch-recreatieve product van Tytsjerksteradiel om te bewerkstelligen dat deze sector zich ontwikkelt tot een belangrijke economische drager van de gemeentelijke economie. In vergelijking met de huidige lokale, regionale en provinciale ambities en doelen is de economische ambitie hetzelfde, maar de leefbaarheidsambitie nadrukkelijker in beeld. De afgelopen jaren heeft de gemeente aan bovenstaande ambitie uit 2008 gewerkt door middel van een uitvoeringsagenda met acties op het gebied van verbetering van het dagrecreatief en verblijfstoeristisch aanbod (kwalitatief en kwantitatief), uitbreiding van de watersportmogelijkheden, creëren van samenhang in de sector en promotie en informatievoorziening (herkenbaar product, passend binnen toeristisch Fryslân).

De voornaamste sterke punten van toeristisch Tytsjerksteradiel in 2008 • Landschap: diversiteit van verscheidene Friese landschapstypen, Nationaal Landschap; • Cultuur: zoals de Staten en Stinzen, Elfstedentocht, Fierljeppen, Friese taal en openluchttheater; • Water: sterk bepalend voor beleving van Tytsjerksteradiel. Met o.a. Friese Meren, Prinses Margrietkanaal, Elfstedenvaarroute, Lits-Lauwermeer, (op)vaarten, oude haventjes, natuurlijke waterlopen en voormalige verveningsgebieden; • Natuur: Ecologische hoofdstructuur (nu NNN), Nationaal Park Alde Feanen; • Ondernemerschap: komt o.a. tot uitdrukking in ‘Burgum heeft meer’ en ‘Fan Tryn’.

56

05 Aanbodstructuur dag- en verblijfsrecreatie

57

5.1

Opbouw toeristisch aanbod

Het in beeld brengen van de huidige opbouw van het dagrecreatief en verblijfsaanbod heeft twee doelen: • Het vertrekpunt aangeven, zodat duidelijk is wat toegevoegd moet worden om de ambities en doelen te realiseren. • Input geven voor het profiel van de gemeente, en de sterke en zwakke punten blootleggen. Dit komt later in de clusterprofielen en SWOT-analyse terug. Het totale dag- en verblijfsaanbod is op onderstaande kaart weergegeven. De volgende pagina’s geven hierop een toelichting.

Het verblijfsaanbod dat is opgenomen bestaat uit: • Bungalowparken • (mini-)campings • Hotels • Jachthavens • B&B’s en vakantiehuisjes • Groepsaccommodaties Het dagrecreatieve aanbod bestaat uit: • Cultuur / museum • Fietsverhuur • Jachthaven en watersport • Kinderattracties • Kunst en galerieën • Molens • Natuur • Streekproducten • Uitgaan / Bowlen • Vissen • Wellness • Zwemmen

58

5.2

Verblijfsaanbod Tytsjerksteradiel

Tytsjerksteradiel kent in totaal 60 verblijfsaanbieders, waarvan 36 (dat is 60%) kleinschalige aanbieder is (minder dan 25 bedden). In totaal zijn ze goed voor ongeveer 300.000 tot 375.000 overnachtingen per jaar. Dit is gebaseerd op het vitaliteitsonderzoek Logiesaccommodaties Fryslân uit 2019. In Tytsjerksteradiel zijn enkele grote vakantieparken die het grootste deel van deze overnachtingen realiseren. Daarnaast is er een groot aandeel voor de jachthavens. We zien dan ook sterke clusters (qua aantal bedden) rondom Earnewâld, Burgumer Mar en Eastermar. De vitaliteit van de aanbieders is over het algemeen voldoende, zo blijkt uit het vitaliteitsonderzoek logiesaccommodaties Fryslân. Vanuit de diverse gesprekken die zijn gevoerd, komt naar voren dat een divers publiek de gemeente bezoekt. De Trynwâlden trekt meer de natuur- en rustzoekers die vaak wat ouder zijn. Maar het gebied rondom het Burgumer Mar trekt meer de families aan. Bij Earnewâld / De Alde Feanen zien we hiervan een mix. Vanuit het vitaliteitsonderzoek werd door ondernemers uit deze gemeente aangegeven dat ze vooral gezinnen met jonge kinderen, senioren en watersporters als belangrijkste doelgroepen zien.

59

5.3

Dagrecreatief aanbod Tytsjerksteradiel

Het dagrecreatief aanbod in Tytsjerksteradiel bestaat uit een kleine 50 aanbieders. Opvallend is dat ze erg ondersteunend zijn aan het verblijfsaanbod: fietsverhuurders en bootverhuurders vallen hier bijvoorbeeld onder. We zien dan ook dezelfde clustering ontstaan als bij het verblijfsaanbod: rond Earnewâld, Burgumer Mar en Eastermar. Verblijf en dagrecreatie vullen elkaar hier aan. Ongeveer een kwart van het aanbod kunnen we scharen onder ‘basisvoorzieningen’: veelal lokale voorzieningen die er ook zijn voor de eigen inwoners (strandjes, zwembaden, bowling). Het grootste deel van de voorzieningen (ruim tweederde) noemen we ‘vasthouders’: voorzieningen die het verblijf van een gast kunnen verlengen en bezoekers uit een grotere regio trekken. Denk hierbij aan de sauna, bootverhuur, galeries, kleinere musea en theetuinen. Een klein deel van de voorzieningen is te betitelen als ‘(niche)trekker’: een voorziening die het doel an sich kan zijn voor de bezoeker. Het gaat hierbij om bovenregionaal of nationaal bereik. Dit kan een natuurgebied zijn (Alde Feanen, Park Vijversburg), maar ook specifieke boot/zeilactiviteiten voor groepen/bedrijven. Deze laatste categorie is ook in staat om specifieke doelgroepen naar de gemeente te trekken. Denk bijvoorbeeld aan liefhebbers van bijzondere natuur en landschappen, maar ook actieve watersporters.

Naast deze concreet te noemen aanbieders is er natuurlijk een recreatieve basisinfrastructuur van wandel- en fietspaden, TOP’s en Marrekrite ligplaatsen.

60

06 Uitkomsten clustersessies

61

6.1

Inleiding Er is met diverse partijen gesproken over recreatie en toerisme in de gemeente. Allereerst is er met de gemeenten gezamenlijk gesproken met medewerkers van de afdeling ‘recreatie en toerisme’ en van ‘ruimtelijke ordening’. Met hen is gesproken over de huidige situatie, de knelpunten en de wensen naar de toekomst toe. Verder is gesproken met ondernemers, bewoners en professionals uit diverse clusters binnen de gemeente. Binnen de gemeente Tytsjerksteradiel zijn drie toeristisch-recreatieve clusters onderscheiden die elk een eigen identiteit hebben. Per cluster is gesproken over knelpunten, streefbeeld en te ondernemen acties. Vanaf paragraaf 2 worden de belangrijkste punten uit die sessies weergegeven. Dit alles, samen met de voorgaande analyses, is input voor de gebiedsprofielen die worden beschreven in het volgende hoofdstuk. De gebiedsprofielen vatten samen hoe het er nu voor staat in de sector in de diverse clusters.

62 61

6.2

Drie clusters

Wij hebben de gemeente ingedeeld in drie clusters (zie kaart): • de Trynwâlden inclusief Hurdegaryp en Mûnein • Earnewâld en omgeving tot aan de Waldwei (N31) • Burgum met de omliggende dorpen Noardburgum, Jistrum, Eastermar, Sumar, Garyp en Suwâld Het zijn clusters die een eigen gebiedsprofiel hebben, met daarbij passend verblijfs- en dagaanbod. Per cluster zijn ondernemers, inwoners en dorpsbelangen uitgenodigd om over hun cluster door te praten als het gaat om het toeristisch-recreatief aanbod in het cluster. Per cluster geven we in deze paragraaf op hoofdlijnen aan: • • •

Wat de grootste knelpunten zijn in het cluster Wat het streefbeeld is voor het cluster Wat er concreet kan en moet gebeuren om het streefbeeld te realiseren

Earnewâld

63

6.3

Trynwâlden

Knelpunten • Het bruist hier niet. Niet alle voorzieningen zijn ook altijd open. • Er zijn weinig overnachtingsmogelijkheden. Er is meer ruimte nodig voor verblijf. • Er is ruimte en stimulans nodig voor ondernemers om iets op te starten. • Er is behoefte aan een goede combinatie van dag- en verblijfsrecreatie. Zodat men hier langer kan verblijven. • Het (kostbare) onderhoud staten (bijv. Stania State) en van natuurgebieden.

Streefbeeld • Recreatief verzorgingsgebied van Leeuwarden, samen met nog meer gebieden. Uitloopgebied van de stad, belangrijk voor eigen inwoners regio. • Uitstraling van weidsheid, rust, groen maar ook kunst en cultuur. • Een mooi type logiesaccommodaties, uniform, herkenbaar (bijv. altijd de weidsheid kunnen ervaren), maar 40-50 verspreid over het landschap. Op verschillende plekken. En je kunt van plek naar plek.

•

•

In 2030 is er beter benut wat er al is: Bjutenfild, Ryptsjerker polder, vaarwegen, en ook gebouwen (molens, erfgoed) benut voor logiesaccommodatie. Aanbod is verbonden; dat wat er is, is zichtbaar en vindbaar voor de gast.

Acties • Overkoepelende club nodig om projecten te trekken • Uitbreiden bestaand aanbod • Jaarrond programmering dagrecreatie • Themajaar ‘Ode aan het landschap’: daar bij aansluiten en plekken aan elkaar verbinden (Staten etc.) • •

• •

Meer verbinden van de ondernemers en het aanbod Aanhaken op Leeuwarden en samen optrekken: Leeuwarden als doorgeefluik voor de omringende gebieden. Evt. ook aanhaken op Dokkum. Betere vaarverbindingen creëren zodat men rondjes kan varen en meer bekendheid geven. Aansluitingen wandel- en fietsroutes verbeteren en verbinden.

64

6.4

Earnewâld e.o.

Knelpunten • Met de tijd mee blijven gaan. Innoveren. • We kunnen groeien, vooral meer jaarrond, seizoensverlenging. Nu gaat alles op 1 oktober dicht, terwijl je hier dan echt nog wel wat kunt doen. • We zitten hier op slot; er kan niets bij. Natuur en stikstof houdt ons helemaal in de greep. Mooi gebied, maar we kunnen niks. Dat remt ontwikkeling. Streefbeeld • Seizoensverlenging, jaarrond open, door ook gaststromen uit Leeuwarden te benutten. Met de hotels samenwerken. Is dit jaar • •

ook gedaan i.v.m. Corona. Buitenleven centraal stellen; ook in de winter kan je hier goed naar buiten. Mountainbiken, wandelen, horeca open. Hier zijn ze goed georganiseerd.

Acties • Nationaal Park meer uitnutten, niet alleen gericht op water maar ook op natuur/groen. Wellicht iets met energieneutraal. • Meer en beter onderhoud van het Nationaal Park: rustpunten, prullenbakken, informatiepunten. • Met hoteloverleg Leeuwarden: meer gasten in het schouderseizoen. • Aanbieden van georganiseerde excursies (boottochten, wandelroutes) en meer dagrecreatief aanbod (natuur toegankelijker, innovaties, apps, het verhaal van het gebied vertellen). • MTB-routes toevoegen. • Verbinding tussen Leeuwarden en Earnewâld/Alde Feanen verbeteren en toeristisch maken (toeristische bus, fietsroute). • Kleine evenementen in het schouderseizoen

65

6.5

Burgum en omliggende dorpen

Knelpunten • Vergeet de gezinnen met kinderen niet, die leveren het meest op. Maar er moet ook ruimte blijven voor de natuurliefhebber en rustzoeker. • Hoe zet je jezelf goed neer? • Wateractiviteiten nodig, meer vertier. • De energiecentrale is een beperking in het doorontwikkelen. • Verdwijnen van de brug bij Schuilenburg. • Buitengebied moet mooier worden en meer beleefbaar. • Marrekrite ligplaatsen concurreren haast met jachthavens. Streefbeeld • • • • • •

Het landschap ervaren zoals je het van boven ziet. Het landschap zichtbaarder maken. Mooie verhalen, daar maken we nog geen gebruik van. Echt de volksverhalen, sprookjes. Rondje Burgumer Mar zou beter kunnen, aantrekkelijker. Er kan meer met het meer. Er is meer activiteit. Een mooie eyecatcher die alles beter laat beleven. Energiecentrale is recreatief benut. Meer jaarrrond bezetting.

Acties • Eyecatcher om landschap te beleven vanuit de hoogte. • Logiesaccommodaties moeten uitbreiden. Nu is het moment. • Marrekrite ligplaatsen maken het de jachthavens wat lastig. Dit aanpakken. • Verhalen beleefbaar maken. Ook in de wintermaanden, het laagseizoen. Wellicht via app. • Meer samenwerking. • Gemeente: koppel budget aan ambities.

66

07 Gebiedsprofielen per cluster

67

7.1

Het profiel van Tytsjerksteradiel

Omgeving •

Afwisselend Nationaal Landschap met uniek Fries karakter

•

Nationaal Park Alde Feanen en Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden

•

Landgoederen, parken, bossen en natuurgebieden

•

Nette publieke ruimte

•

Gebieden om te verblijven, vooral: Earnewâld en Burgumer Mar

Accommodaties •

Veel kleinschalig aanbod en een aantal grote vakantieparken, hotels en jachthavens

•

Voorzieningen ondersteunend aan verblijfstoerisme (boot- en fietsverhuur)

•

Culturele voorzieningen

Organisatie •

Infra, dorpscentra, routes/bewegwijzering (wandelroutes) mooi op orde

•

Bezoekerscentrum Alde Feanen

•

Eastermar en Earnewâld eigen toeristisch informatiepunt

68

7.2

Gebiedsprofiel Trynwâlden De Trynwalden is een cluster met oude, levendige ‘kerkdorpen’ en diverse staten: Vijversburg, Stania State en De Klinze. Het is een bosrijk gebied met afwisselend landschap. De omgeving kenmerkt zich door de kleine dorpen die aan een lint liggen, op de typische zandrug. Dat bindt de diverse aanbieders aan elkaar: het is een herkenbaar, karakteristiek gebied. Een gebied dat van oudsher in trek was bij de adel die er hun buitenverblijven lieten bouwen met omliggende parken in Engelse landschapsstijl. De waardevolle dorpsgezichten en mooie doorkijkjes in het coulisselandschap lenen zich met name voor recreatief aanbod dat fraai is ingepast in het landschap. Op dit moment is er nog voldoende recreatieve draagkracht met ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Toeristisch gezien is de grootste aanbieder voor dagrecreatie Park Vijversburg en qua verblijf is dat het Van der Valk hotel in Hurdegaryp. Het meeste aanbod is echter kleinschalig; er zijn met name B&B’s te vinden. Er is in die zin weinig diversiteit in het aanbod. En de samenwerking tussen aanbieders is beperkt. In het gebied zijn diverse routes te vinden. Maar verder is de organisatiegraad er laag; er is geen toeristisch platform of toeristisch informatiepunt.

69

7.3

Gebiedsprofiel Earnewâld e.o. Earnewâld en omgeving, waaronder Nationaal Park de Alde Feanen, is al van oudsher een toeristisch gebied. Elk jaar weten vele toeristen het gebied te vinden. De Alde Feanen met het water biedt een prachtige omgeving om in te verblijven. Het gebied kent een weelderige flora en fauna: honderden verschillende plantensoort en meer dan honderd verschillende vogels. Het grootste deel is toegankelijk. Het is daarmee interessant zowel voor een dagje uit als voor een langer verblijf. Vanwege het natuurschoon is de draagkracht van het gebied wel beperkt. De druk op het gebied neemt toe, door toenemend dagrecreatie. Het Nationaal Park bepaalt voor een groot deel de draagkracht van het gebied; de capaciteit die het kan bergen. Het relatief kleine gebied kent veel aanbod: veel watergericht (zoals bootverhuurders), natuurgericht (bezoekerscentrum, fietsverhuur), maar ook musea zijn aanwezig. Naast een aantal B&B’s en vakantiehuizen zijn hier ook grotere parken aanwezig en een hotel. De diversiteit is hier dan ook groot. De samenwerking tussen aanbieders is hier sterk aanwezig. Er is een toeristenbureau Earnewâld dat ondernemers aan elkaar verbindt en arrangementen ontwikkelt en aanbiedt.

70

7.4

Gebiedsprofiel Burgumer Mar Het Burgumer Mar is het grootste meer in de gemeente. Het sluit aan op het Prinses Margrietkanaal. Het gebied ten oosten en noordoosten van het meer is het kerngebied van de Noardlike Fryske Walden. Het heeft een karakteristiek coulisselandschap en daarbij de weidsheid van de meren. Het gebied leent zich uitstekend voor mooie wandel- en fietstochten. Je gaat er door de ongerepte natuur en langs authentieke dorpen, zoals het bekende Eastermar. Het gebied kent relatief weinig dagrecreatief aanbod. Het aanbod ligt goed verspreid over het gebied, met een clustering rond Eastermar (m.n. jachthavens). Het dagrecreatief aanbod is weinig divers. Het verblijfsaanbod is hier groter dan in de rest van de gemeente. En ook meer divers. Diverse grote jachthavens zijn aanwezig en meerdere grote parken. Maar er zijn ook kleine hotels. B&B’s zijn er te vinden in alle dorpen. De draagkracht van het gebied is best groot; er is genoeg ruimte om alle toeristen op te vangen. De verbinding tussen de aanbieders lijkt niet heel groot te zijn. Er zijn wel eenmalige initiatieven en Eastermar heeft een Toeristisch Informatie Punt. Maar een sterke binding heeft men niet met elkaar.

71

08 SWOT-analyse

72

8.1

Achtergrond bij de SWOT-analyse

De verzamelde informatie uit voorgaande analyses komt samen in de SWOT-analyse op de volgende pagina. Hierin wordt beschreven wat de belangrijkste toeristisch-recreatieve sterke en zwakke punten van de gemeente zijn. Het laat zien welke kansen er liggen, maar ook welke bedreigingen er zijn. De analyses inclusief de SWOT leiden samen tot enkele conclusies en opgaven per cluster (zie hoofdstuk 2).

Sterkte

Zwakte

• Nationaal Park Alde Feanen en Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden zorgen voor hoge kwaliteit van de omgeving • Coulisselandschap biedt beschutting en afwisseling • Rust, ruimte, natuur en weidse landschappen onderstrepen de puurheid van de regio • Eigen cultuur en dorpskernen bieden authenticiteit • Krachtig toeristisch-recreatief cluster bij Earnewâld • Centrale ligging t.o.v. sterke toeristische gebieden en steden • Goede interne bereikbaarheid

• Beperkte structurele economische basis door veel kleinschaligheid en nevenactiviteit van toerisme en recreatie • Behoudend ondernemerschap: weinig innovatie • Weinig slechtweervoorzieningen en een kort seizoen • Horeca-aanbod beperkt (in kwaliteit en kwantiteit) • Recreatieve vaarwegen worden niet overal goed benut • Aansluiting van markt op recreatieve voorzieningen en routestructuren • Regelgeving werkt op sommige plekken belemmerend in de doorontwikkeling van bedrijven

Kans

Bedreiging

• Groei korte (binnenlandse) vakanties • (Door-)ontwikkeling van drie bijzondere clusters: • Doorontwikkeling van cluster Burgum(er Mar) • Ontwikkeling Trynwâlden als kleinschalige kwaliteitsbestemming • Innovatie toepassen in Earnewâld; aanbod passend bij de identiteit van het gebied • Inspelen op duurzaamheid, zoals elektrisch varen • Ecotoerisme met behoefte aan echtheid (streekproducten) • Unieke kleinschalige logies die reputatie regio verhogen • Cultureel erfgoed verbeteren en beter benutten • Verbinden: tuinen, parken, waterwegen, ed. • Gebruikspotenties recreatieve vaarwegen doorontwikkelen • Uitbouwen van samenwerking ondernemers

• Grote concurrentie van (buitenlandse) bestemmingen, vooral als het onderscheidend vermogen beperkt is • Versnippering van landschap door onsamenhangende toeristisch-recreatieve ontwikkeling

73

74

09 Conclusies per cluster

75

9.1

Conclusies en opgaven per cluster

Elk toeristisch gebiedscluster binnen de gemeente heeft zijn eigen sterke en zwakke punten en karakteristieken. Voor elk cluster zijn er dan ook specifieke opgaven waaraan gewerkt gaat worden om de gewenste plus op toerisme en recreatie te realiseren.

Earnewâld • Draagkracht niet overschrijden in de piekperiodes: een te hoge bezoekersdruk kan nadelig zijn voor natuurwaarden en natuurbeleving.

Trynwâlden • Doorontwikkelen en vergroten/uitbreiden van bestaande

•

logiesaccommodaties. Uitbreiding van logiesaanbod zorgt voor spin-off bij dagrecreatieve en horecavoorzieningen. De draagkracht van het gebied biedt deze ruimte. •

Vergroten van de diversiteit in het aanbod. Denk aan een nieuwe formule van een bundeling van kleinschalige logiesaccommodaties op unieke locaties die jaarrond verhuurbaar zijn en die het karakter van het gebied versterken. En denk aan het vergroten van de gebruikspotentie van de waterwegen.

•

Kwaliteit en innovatief vermogen van bestaande aanbieders helpen vergroten. Creativiteit is noodzakelijk om toekomstbestendig te blijven. Door herstructurering en herbestemming van functies en ruimtelijke innovaties kan jaarrond logiescapaciteitsgroei mogelijk zijn.

•

Integreren van toeristisch-recreatief product met de omgeving: door nieuwe combinaties ontstaat nieuwe toegevoegde waarde. Dit vereist een innoverende houding van alle betrokken actoren.

•

Verbreden van het seizoen, meer jaarrond programmering aanbieden.

•

Het aantrekkelijk houden van het dorp zelf; ook in het laagseizoen een bruisende kern zijn.

Meer verbondenheid tussen ondernemers en met de overheid bewerkstelligen. Meer samenwerking en gezamenlijke projecten zorgen voor doorontwikkeling van het gebied. Denk aan evenementen, doorverwijzing, arrangementen, nieuwe land- en waterroutes.

76

Burgumer Mar en omliggende dorpen • Het landschap en het meer beleefbaar maken; De Noardlike Fryske Wâlden zijn uniek, maar dit is maar op weinig plekken intens te beleven voor bezoekers. •

Onderzoeken van mogelijkheid tot creëren van toeristischrecreatief icoon of identiteitsdrager van het gebied.

•

Toeristische kansen rondom de centrale onderzoeken.

•

Vergroten van het aanbod: de draagkracht van het gebied is groot genoeg om zowel qua dag- als verblijfsaanbod te groeien.

•

Ontwikkelingsruimte voor het bestaande aanbod om kwaliteit te kunnen blijven leveren.

•

Recreatief benutten van het gebied Burgum-West (De Warren).

•

Eastermar als recreatieve kern door laten ontwikkelen.

•

Recreatieve gebruikspotenties van het water benutten. Onderzoek in dit kader ook het gewenste aantal ligplaatsen en het aandeel Marrekrite ligplaatsen in het Burgumer Mar.

•

Jaarrond evenementen organiseren (ook op en rond het meer) en verbinden aan de gastvrije horeca, cultuur en detailhandel.

Het beleid inclusief het uitvoeringsprogramma geeft antwoord op deze opgaven: waarop moeten de gemeente en de ondernemers/bewoners in de clusters inzetten en welke acties moeten/kunnen uitgevoerd worden?

77

10 Toeristische levenscyclus en ecosystemen

78

1. Diversiteit: Niet één soort is dominant, maar er is sprake van een aantal soorten die met elkaar reageren, soms in afhankelijkheid en soms als concurrent, waardoor ze elkaar kunnen versterken of verzwakken. Door de diversiteit ontstaat risicospreiding en veerkracht, waardoor tegenslagen kunnen worden overleefd, omdat langdurig succes onder wisselende omstandigheden niet bepaald wordt door één soort. 2. Verbondenheid: Soorten in een ecosysteem hebben een variatie aan meer of minder sterke interacties met elkaar. Soorten kunnen concurreren om zonlicht en voedsel, maar in bepaalde, soms extreme, omstandigheden kan de één de ander faciliteren. Daarnaast is de ene soort voedsel (een resource) voor het andere: eten en gegeten worden. Ook zijn er samenwerkers (symbionten), zoals bijen die planten bestuiven in ruil voor nectar. In de natuur dragen al deze interacties bij aan de biodiversiteit die we waarnemen en aan de kringlopen. Een speciaal geval vormen de soorten die zich tussen ecosystemen begeven (migreren). Sommige soorten doen dat regelmatig, zoals trekvogels, terwijl andere soorten het slechts een keer doen. Als een soort een keer migreert komt ze vrij van haar natuurlijke vijanden, waardoor een invasie ontstaat.

3. Draagkracht-circulariteit: Geen enkel ecosysteem is volledig gesloten, maar sommige ecosystemen zijn meer draagkrachtig en circulair dan andere. Uiteindelijk is het de uitdaging dat de ecosystemen samen de benodigde voedingsstoffen efficiënt verdelen en aan elkaar doorgeven, waardoor het geheel voor volgende generaties in stand blijft. Het functioneren van een toeristisch ecosysteem We denken dat problemen met toerisme en de mogelijke oplossingen in een nieuw daglicht komen te staan door vergelijkingen te trekken met natuurlijke processen. De drie basisprincipes zoals boven benoemd zijn eveneens toepasbaar op het functioneren van een toeristische bestemming. Zo zien we bijvoorbeeld dat succesvolle toeristische bestemmingen beschikken over een branchemix van divers dag- en verblijfsrecreatief aanbod. Ook bestaat diversiteit uit de aanwezigheid van voldoende inheemse ondernemers die door middel van lang ontwikkelde sociaal-economische interacties sterk geworteld zijn in de lokale omgeving. Ondernemers van buiten kunnen voor innovatie en nieuwe ideeën zorgen, te vergelijken met de binnenkomst van nieuwe genetische variatie, of nieuwe soorten, maar als de soorten (te) vreemd zijn, kunnen ze gaan woekeren als een invasieve exoot.

79

Het toeristische aanbod is bovendien verbonden met de omgevingskwaliteiten en bewoners. Tenslotte is een succesvolle toeristische bestemming draagkrachtig en circulair: bezoekers van een bestemming kunnen worden verwerkt. Daardoor vervuilt de omgeving niet en worden bewoners niet verdrongen. Desondanks loopt de analogie tussen een natuurlijk en een toeristisch ecosysteem niet helemaal synchroon. Er ontbreekt dan ook een belangrijk principe in een natuurlijk ecosysteem dat daarentegen wel aanwezig is in een toeristisch ecosysteem: menselijk handelen. 4. Menselijk handelen (antropogeniteit): De menselijke factor die rentmeesterschap inbrengt. Mensen kunnen denken en handelen vanuit lange termijn perspectief. Ze kunnen een ecosysteem ontwikkelen, hun soms onbegrensde begeertes reguleren en een ecosysteem beheren. Vanuit de menselijke rede en de door de mens ontwikkelde mogelijkheden, zoals geld dat kan worden belegd om op een ander moment te worden uitgegeven, zijn mensen in staat te investeren in ontwikkelingen die zich op de lange termijn terugbetalen. Dit kan bevorderd worden door menselijke vaardigheden als: debat, verleiding (marketing), regie, samenwerking, digitalisering, het vormen van (tijdelijke) coalities en

het stellen van beleidsmatige grenzen. Deze vier basisprincipes moeten aanwezig zijn als een toeristisch ecosysteem een veerkrachtig optimum wil bereiken (Ecological Resilient Optimum). Dan zijn regio’s op korte termijn concurrerend en op langere termijn adaptief genoeg om mee te bewegen met interne en externe veranderingen in de omgeving. Het tegenovergestelde is ook waar: een bestemming raakt uit balans wanneer de basisprincipes niet worden toegepast.

80

10. 1

Toeristische levenscyclus

De onderstaande tekst en afbeelding zijn overgenomen uit de Visie

toerisme en recreatie Noordoost Fryslân 2020-2030. De toeristische levenscyclus bestaat uit vijf fases, namelijk1: 1. Ontdekking en opkomst; 2. Betrokkenheid 3. Ontwikkeling en groei;

Noordoost-Fryslân bevindt zich op dit moment in fase 1. De omvang van de vrijetijdssector in onze regio is nog niet heel groot en we zijn nog een relatief onontdekt gebied met een beperkte toeristische traditie. De volgende fasen zijn door Noordoost-Fryslân dus nog niet bereikt. Om dit te bereiken moet beleidsmatig langdurig worden ingezet op recreatie en toerisme.

4. Consolidatie en stagnatie; 5. Degradatie. Hieronder staan de verschillende fases kort omschreven. Het is van belang te beseffen dat iedere fase enige tijd in beslag neemt en dat niet iedere bestemming alle fasen zal doorlopen of op dezelfde wijze zal doorlopen. Fase 1: Ontdekking en opkomst In de eerste fase ontdekken ‘pioniers’ de bestemming. De toerist is op zoek naar het verhaal van de regio, een authentieke ervaring en contact met ‘lokale bevolking’. In deze fase is het belangrijk dat de bestemming (flink) in het toeristisch aanbod (dagrecreatie, horeca, verblijf etc.) en de bekendheid van het gebied investeert.

Figuur 1: Levenscyclus van een bestemming. Op de X-as staat de factor tijd, de Y-as staat voor het (toenemend) aantal

1

Gebaseerd op de toeristische levenscyclus van Richard Butler

bezoekers.

81

Fase 2: Betrokkenheid Tijdens de fase van betrokkenheid ontstaat er een positieve flow bij kleine ondernemers, productieve bewoners en de overheid. Gezamenlijk zien ze kansen en beginnen ze samen te werken. Zo komen de organisatorische basisvoorwaarden van een bestemming tot stand: recreatieve routes, gezamenlijk marketing en een ondernemersplatform. Ook wordt gewerkt aan gezamenlijke productontwikkeling tussen ondernemers. Fase 3: Ontwikkeling en groei De derde fase wordt gekenmerkt door eerst een lichte en daarna explosieve groei van de toeristische vraag. Meer bezoekers en verschillende typen bezoekers. Er komen niet alleen pioniers, maar ook mensen die op zoek zijn naar meer generiek vermaak. De omzet en werkgelegenheid in de toeristische industrie groeien sterk, er is een positieve kostenbaten balans, waarvan de lokale gemeenschap en economie profiteert. Het product wordt diverser evenals de marketing. Fase 4: Consolidatie en stagnatie Er is nog steeds sprake van groei en grote economische baten, maar omdat al zoveel toeristen komen neemt deze groei wel af. Met name het aantal verblijfstoeristen neemt af.

Dit wordt gecompenseerd door een toename van het aantal dagtoeristen. Door de toename van het aantal dagjesmensen is er sprake van massatoerisme. Het product en de marketing richten zich op een breed scala aan doelgroepen met een divers product. De ketens doen hier hun intrede. De baten hebben niet meer vooral een lokaal effect, zoals in fase 1 en 2, waar ca. 70% van de inkomsten naar de lokale gemeenschap gaan. Het is doorgaans de uitdaging om in fase vier (dus ruim voor de neergang intreedt) te werken aan radicale innovaties gericht op nieuwe producten en markten. Urgentie is nodig en vaak helpt inspiratie van buiten. Problematisch is dat veel ondernemers niet kunnen innoveren omdat ze jarenlang volgens dezelfde succesformule hebben gewerkt. Fase 5: Neergang Wanneer de vraag een piek bereikt lijkt te hebben, volgt er ten slotte, bij ongewijzigd beleid, een periode van neergang. Het massatoerisme krijgt de volgende kenmerken: de verhouding tussen bewoners en bezoekers is ingrijpend veranderd, de toerist leeft in een zogenaamde “toeristenbubbel”, welke is afgesloten van de lokale gemeenschap. De negatieve impact van toerisme is sterk zichtbaar. Problematiek die op dit moment bijvoorbeeld in delen van Amsterdam en andere wereldsteden wordt ervaren.

82

Toeristische ecosystemen

10.2

De onderstaande tekst en afbeeldingen zijn een samenvatting van de position paper Ecosystemen & Toerisme - Natuur als Inspiratiebron voor Toeristische Ontwikkeling van ZKA Strategy.

verdwijnen. Er wordt dus al langer gesproken over het nut en de noodzaak van een nieuwe benadering en aanpak van het landelijke en regionale toerisme.

Natuurlijke ecosystemen Een ecosysteem is een deel van ons natuurlijk milieu. Levende onderdelen (dieren, planten en micro-organismen) en niet-levende onderdelen (lucht, water en bodem) zorgen ervoor dat kringlopen op gang worden gehouden. De Veluwe is een voorbeeld van een natuurlijk milieu, waarin heidevelden en bossen de ecosystemen zijn. Ecosystemen zijn niet altijd goed af te bakenen doordat ze verschillende schaalniveaus hebben en ze hebben ook vaak onderlinge relaties met elkaar. Ze worden vaak gezien als dynamische en functionele eenheden, waarin een zeker evenwicht is ontstaan dat voortdurend aan verandering onderhevig is. Hoe meer diversiteit, hoe veerkrachtiger een ecosysteem reageert op interne en externe veranderingen. verandering groot zijn, maar de gevolgen voor de kringlopen in een veerkrachtig ecosysteem als geheel hoeven daar niet parallel mee te lopen.

Wij zien dat principes en werkwijzen vanuit de ecologie een belangrijke inspiratiebron zijn voor het ontwikkelen en managen van een

Drie basisprincipes zijn bepalend voor de veerkracht van een ecosysteem: diversiteit, verbondenheid en circulariteit. Wanneer deze

Achtergrond: Behoefte aan een nieuwe benadering van toerisme De toeristische sector sidderde tot voor kort van de groeiprognoses die aankondigden dat het aantal toeristen in Nederland de komende jaren fors zou gaan toenemen. Op sommige plekken was de leefbaarheid door toeristische drukte in het geding en de consument ervoer soms nog nauwelijks échte aandacht en kwaliteit. Tegelijk zagen we een onevenredige ontwikkeling. De ene locatie snakte naar de bezoekers die ze een paar kilometer verderop juist graag zagen

toeristisch-recreatieve bestemming als een “ecosysteem”.

factoren aanwezig en met elkaar in balans zijn dan wordt gesproken van een veerkrachtig optimum.

83

Archetypen van toeristische ecosystemen De aan- of afwezigheid van soorten en resources zegt nog niet zoveel over hoe een bestemming als toeristisch ecosysteem functioneert. Nagenoeg altijd zorgt de afwezigheid van een of meerdere van de eerder genoemde basisprincipes ervoor dat een bestemming niet floreert. Op basis van deze redenatie en naar analogie van natuurlijke ecosystemen onderscheiden we vier archetypische toeristische ecosystemen die op meerdere plekken in Nederland voorkomen. 1. Toppers van Toen. Veel toeristische ecosystemen kenmerken zich door oorspronkelijke (inheemse) soorten. Het zijn gebieden waar van oudsher vennen, bossen, strand, duinen en zelfs een klif, kuuroorden,

men zichzelf opnieuw uitvindt door vernieuwend ondernemerschap en kwaliteitsimpulsen in de publieke ruimte. 2. Toeristische Iconen. Veel toeristische bestemmingen bestaan vooral uit één dominante (vaak exotische) soort die soms op een vernieuwende en iconische wijze een bijdrage levert aan een gebied dat van oorsprong geen toeristisch ecosysteem is. Dit zijn vooral bestemmingen met een dominante entertainment-spot, zoals bijvoorbeeld Kaatsheuvel (Efteling), Emmen (WILDLANDS) en Zeewolde (CenterParcs). De toerismesector dankt haar bestaansrecht in deze regio’s aan deze grote “bedrijven” met een sterke magneetfunctie. Er ontstaat in het ideale geval een cluster van bijvoorbeeld restaurants,

kastelen, landhuizen, (bad)hotels, speeltuinen en restaurants te vinden zijn. Voorbeelden hiervan zijn Valkenburg, Appelscha en Noordwijk. Anno nu is er een weinig divers aanbod, wat zich vooral vertaalt in weinig vernieuwend ondernemerschap. Een van de uitdagingen waar deze bestemmingen voor staan is dat ze zich weer moeten richten op de markt van morgen in plaats van gister. Het toeristisch-recreatieve

supermarkten, reders, hotels en toeleveranciers rondom deze iconen.

product is eenzijdig en richt zich op een resource (een markt) die afneemt. Vergane glorie dreigt in de publieke ruimte en bij bedrijven. In deze regio’s is dan ook sprake van onder-toerisme. De oplossing is dat

bewoners, eenzijdige horeca en ongewenste huisvestingsvormen in verblijfsrecreatie. De toeristische bestemmingen waar dit voorkomt, hebben vaak een rijke historie en toerisme is hier vaak al decennia

3. Massa-Hotspot. Er zijn ook toeristische bestemmingen waar verdringende (invasieve) soorten woekeren. Hier is sprake van ongeremde vastgoedontwikkelingen, eenzijdige vormen van detailhandel (de ‘Nutellashop’) die niet aantrekkelijk zijn voor de eigen

84

lang onlosmakelijk aan verbonden. Het zijn logische en krachtige ecosystemen met veel toeristische banen en bestedingen. Ze zijn geworteld in regionaal en vaak zelfs landelijk “DNA” en ze beschikken over een herkenbare (internationale) marktreputatie. Ze zijn in economisch opzicht uiterst succesvol en efficiënt. Vaak staat echter de economische toegevoegde waarde per bezoeker onder druk omdat na verloop van tijd (soms onbedoeld) de massamarkt wordt aangesproken waarin volumes hoog zijn, de concurrentie groot is en de marges klein. 4. Potentials. Veel gebieden zijn nauwelijks tot geen toeristisch ecosysteem omdat de toeristische biodiversiteit laag is, of de gebieden slecht ontsloten zijn. Vanuit toeristisch oogpunt is het samengestelde toeristische product zwak vanwege een combinatie aan factoren, waaronder een matige toeristisch-recreatieve omgevingskwaliteit, zwak accommodatie-aanbod, nauwelijks leisure- of cultureel aanbod, slechte bereikbaarheid en een beperkte organisatiegraad. Het gebied heeft geen sterke marktreputatie. Er wordt nauwelijks samengewerkt tussen soorten onderling en met de overheid. Toerisme heeft geen regionale prioriteit en de omzet per eenheid product is laag. Desondanks hebben gebieden als Noord-Fryslân, Land van Cuijk en (de randen van) Flevoland wel potentie als toeristisch-recreatieve (niche)markt. In deze

regio’s is het echter belangrijk dat men reëel is over de potenties van het toerisme en dat men eventuele toeristische ambities goed onderbouwt. Andere gebieden waar nu nog weinig toerisme is, hebben wellicht meer aanleg voor een ander type gebruik, zoals landbouw, industrie, logistiek, wonen of bedrijventerreinen. Conclusie Natuurlijke ecosystemen leren veel over hoe het toerisme toekomstbestendig kan functioneren. Het transformatieproces waarin de toeristische sector zich bevindt valt te sturen door toeristische bestemmingen door te ontwikkelen en managen als een “ecosysteem”. Toepassing van de vier basisprincipes (diversiteit, verbondenheid, draagkracht-circulariteit en menselijk handelen gericht op de langere termijn) zorgen hierbij voor een veerkrachtige bestemming. Dit nieuwe denken reikt de sector nieuwe waarden aan, laat de sector succesvol schakelen op meerdere schaalniveaus en biedt houvast in tijden van crisis.

85

11 Doorrekening overnachtingsdoel

86

Doorrekening overnachtingsdoel: 30-40% meer overnachtingen in 2030

11.1

Doorrekening van het overnachtingsdoel Wanneer het uitvoeringsprogramma wordt uitgevoerd, draagt het bij aan de beleidsambities en doelen. In deze paragraaf wordt doorberekend hoe het uitvoeringsprogramma bijdraagt aan het doel om 30-40% meer overnachtingen te genereren in Tytsjerksteradiel. Hierbij maken we gebruik van scenario’s die aangeven welke groei in overnachtingen mogelijk is. Het is een indicatie, aangezien er vele factoren van invloed zijn op de uiteindelijke cijfers. Zo leert alleen de Corona-crisis ons al. In de tabel op de volgende pagina wordt aangegeven hoeveel meer overnachtingen er gerealiseerd kunnen worden, en wat de randvoorwaarden zijn om deze beoogde groei te realiseren. Het is belangrijk in het achterhoofd te houden dat er een goede afweging gemaakt moet worden op welke wijze het aantal overnachtingen moet gaan groeien. De groei moet passen bij de schaal en de identiteit van de gemeente. Ook moet zoveel mogelijk worden ingezet op nieuwe vraag. Nieuwe initiatieven moeten niet leiden tot verplaatsing van de vraag binnen de regio, maar bovenal nieuwe bezoekers naar de gemeente trekken, willen er meer overnachtingen gerealiseerd worden.

87

Scenario’s en randvoorwaarden bij doorrekening van het uitvoeringsprogramma Actielijn

De basis op orde

Uitbreidingen bestaand bedrijven

Acquireren op nieuw aanbod

Doel

Een groei van ca. 10% van het aantal overnachtingen in de gemeente.

Een groei van ca. 20% - 40% van het aantal overnachtingen in de gemeente.

Een groei van ca. 40%+ van het aantal overnachtingen in de gemeente.

Hoe

Verbetering huidige kwaliteit van het toeristisch profiel van de gemeente.

Extra aanbod creëren op en bij bestaande bedrijven.

Nieuw verblijfsrecreatieve spelers op de markt toelaten.

Randvoorwaarden

De eerste stap in het realiseren van extra toeristische overnachtingen is het verbeteren van de basis. Deze moet op orde zijn. Hier kan nog een slag in gemaakt worden. Door in te zetten op een betere samenwerking tussen stakeholders, nieuwe marketingkanalen aanboren en verandering van logiesaccommodaties van seizoensgericht naar meer jaarrond. Dit is de kortste weg naar een sterker toeristisch profiel waar bestaande toeristische bedrijven van zullen profiteren.

Als de basis op orde is (de eerste kolom) kan overwogen worden om door uitbreidingen van bestaand aanbod meer bezoekers naar de gemeente te trekken. Hierbij is het essentieel dat de uitbreidingen nieuwe vraag creëren. Het ontwikkelkader geeft de randvoorwaarden aan waar uitbreidingen aan moeten voldoen. Het is vervolgens aan de ondernemer om aan te tonen hoe de uitbreiding inspeelt op het aantrekken van bezoekers naar de gemeente. Dit laatste is alleen van toepassing als het bestemminsplan gewijzigd moet worden.

Als de vorige stappen succesvol gezet zijn kan besloten worden een nieuwe speler aan de logiesmarkt toe te voegen. Wil je substantieel meer overnachtingen realiseren, dan is het van belang dat een speler eigen vraag met zich meebrengt, en iets toevoegt ten opzichte van het bestaande aanbod. Anders zal de vraag alleen verschuiven binnen de regio, en weinig extra vraag opleveren. Het ontwikkelkader geeft aan waarbinnen de nieuwe speler zijn formule kan bepalen. Gedacht kan worden aan een combinatie van nieuw logiesaanbod met horeca en/of een publiektrekkende dagattractie.

Acties

• • • •

• •

Extra inspanning op aanjagen. Een verbindende rol tussen ondernemers onderling en met de gemeente Zet iconen in de etalage Verschuiving van seizoensmatige bedden naar jaarrond-bedden Doorontwikkelen bestaande en nieuwe routes Ruimte voor initiatieven en het benutten van cultureel erfgoed Ruimte geven aan evenementen, pleisterplaatsen en gastvrije horeca

• • •

De koppeling van wellness met een hotel. Zo ontstaat er synergie tussen het dag- en verblijfsaanbod. Ontwikkeling losse circulaire lodges verspreid over het landschap, zoals cabiners van SBB Herontwikkeling: nieuwe accommodaties op bestaande parken die inspelen op nieuwe doelgroepen. Denk aan accommodaties die inspelen op grote gezinnen, of met een hoog luxe-niveau.

• •

Proactief verkennen van ontwikkellocaties voor nieuwe logiesaccommodaties waar ook voldoende ruimte is voor dagrecreatieve content. Inzetten op nieuwe ontwikkelingen die aansluiten op de tijdsgeest van duurzaamheid, gezondheid, beleving.

ZKA LEISURE CONSULTANTS Brugstraat 1A 5211 VS 's Hertogenbosch

088 - 210 02 50 info@zka.nl

Merlijn Pietersma Jikke van Haeften

www.zka.nl

Martine Mollema Joost Gieling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=a7f5e163-78a9-4c4e-b54c-6fc58c8b1a1f