16 - Bijlage 4 - Advies Adviesraad WMO Tytsjerksteradiel
Tekst van het document
Van:
Adviesraad WMO Gemeente Tytsjerksteradiel (hierna te noemen adviesraad)
Aan:
College van burgemeester en wethouders
Betreft:
Reactie en advies n.a.v. adviesaanvraag voor de (concept) Verordening leerlingenvervoer 2021
Datum:
16 maart 2021
Geacht college, Zoals de adviesraad, in diverse overleggen met de gemeente eerder heeft aangegeven, is zij niet toegerust om zelfstandig kwalitatief inhoudelijk te adviseren over de uitwerking van allerlei juridische regels en wetgeving. Met de verordening leerlingenvervoer 2021, is er voor de advisering 38 pagina’s tekst aangeleverd, waarin een kleine 70 verwijzingen naar wetten of wetteksten zijn opgenomen en meer dan 10 verwijzingen naar gerechtelijke uitspraken. Daarnaast proberen wij de verordening te vergelijken met de door de VNG uitgegeven modelverordening. De vraag om advies was niet meegenomen in de beperkte termijnplanning die we najaar 2020 mochten ontvangen en wederom wordt de adviesraad maar enkele weken reactietijd voor gegeven. Gelet op het voorgaande doet de adviesraad in deze dan ook slechts een observering en brengt haar vragen aan het college en de gemeenteraad over zoals die in de vergadering van haar algemeen bestuur op 8 maart jl. zijn geconstateerd. De adviesraad constateert: -
-
-
-
-
-
-
Dat één van uw coalitie raadsfracties enige tijd geleden in de raadsvergadering melding maakte, dat zij een jurist hadden geraadpleegd om de op dat moment geagendeerde verordening jeugd te kunnen doorgronden. Onze klacht over het hoge juridische gehalte van de verordeningen is niet nieuw en wordt door voorgaande opmerking bevestigd. Dat in het toegezonden overzicht wijzigingen af en toe de indruk wordt gewekt dat iets positief veranderd is. Zo wordt er t.a.v. artikel 19 gemeld dat de gemeente nu maatwerk kan leveren. Artikel 19 geeft vervolgens de gemeente de mogelijkheid een goedkopere optie te kiezen. In het overzicht had men beter kunnen melden dat er een nu een extra manier is om te bezuinigen, waarmee op zich niets mis hoeft te zijn. Dat de gebruikte taal in de verordening te moeilijk is en dat er voor de inwoners van de gemeente minimaal een tekst en/of uitleg op B1 niveau moet komen, dit conform het advies van onze rijksoverheid. Dat de verordening grotendeels overeenkomt met de model verordening van de VNG, maar dat het facultatieve artikel over het inschakelen van een deskundige en het komen tot een persoonlijk vervoersplan, zonder motivatie is weggelaten. Dit terwijl in de toelichting uitgebreid aandacht wordt besteed aan wat de gemeente onder een deskundige verstaat.
Dat de wet WPO, in artikel 4 lid 4 expliciet vraagt om in de verordening op te nemen op welke wijze burgemeesters en wethouders terzake advies van deskundigen inwinnen. Afgezien van het feit dat er verwijzingen zijn naar afspraken over deskundigen heeft de adviesraad niet kunnen vaststellen dat artikel 4 lid 4 van de WPO op een juiste wijze in de verordening is verwerkt. Dat, als de gemeente de door de VNG aangeleverde modelverordening toch wijzigt, dat er dan ook meer moeite moet worden gedaan om juist die regels weg te laten die in de artikel 4a van de WPO reeds helder zijn verwoord. De verordening kan zo korter, wat bijdraagt aan de duidelijkheid. Het wijzigen van verordeningen, met veel verwijzingen, kan snel leiden tot fouten. Zorgvuldigheid is dus geboden en we wijzen de gemeente er op dat in artikel 1 de wetsverwijzing inzake inkomen niet juist is.
-
-
-
-
-
-
Dat op zich te begrijpen regels, zoals die in de oude verordening stonden en ook in de modelverordening van de VNG, inzake bezwaartermijnen, deze vervangen zijn door een verwijzing naar de Algemene Wet Bestuursrecht. Vervolgens wordt in de toelichting nog wel de beslissingstermijn van 8 weken genoemd, maar hoe lang deze termijn verlengd kan worden is niet vermeld. In plaats daarvan geeft de toelichting nu aan dat er een bericht van verdaging kan worden verzonden en is er sprake van een verdagingstermijn. Dit komt de adviesraad als nodeloos ingewikkeld over. Dat de toelichting op de verordening vaak geen toelichting is, maar allerlei aanvullende regels bevat. Deze regels gaan er vooral over wanneer een recht vervalt, wanneer er terugbetaald moet worden etc. De regels horen naar mening van de adviesraad integraal een onderdeel uit te maken van de verordening zelf en de communicatie hierover naar de burger. De adviesraad trekt deze conclusie na controle van de huidige verordening leerlingen vervoer 2016 zo als deze voor de gemeente gepubliceerd is op mijnoverheid.nl. Hierbij wordt namelijk de toelichting niet gepubliceerd. Dat in de toelichting regels zijn opgenomen die ethisch getoetst moeten worden. Nu lijkt de gemeente zelf te beoordelen of het niet medisch behandelen of het niet voorschrijven van medicatie een grond is om het vervoer af te wijzen.
De gemeente gaat daarbij op de stoel van de arts of specialist zitten. Dat de termen, passend en aangepast in de verordening, door elkaar worden gebruikt en het niet altijd duidelijk is wat nu precies bedoeld wordt. Dat de termen, toekenning en toegekende vervoervoorziening, niet juist gebruikt worden waardoor fysieke veranderingen (denk hierbij aan het gewicht) van een leerling gemeld moet worden als daar een wijziging in is. Dat artikel 7 vraagt om een toelichting. De meer dan 4 pagina’s toelichting zijn dermate ingewikkeld dat het woord toelichting niet meer van toepassing is. De toelichting lijkt nu zelf om een toelichting te vragen. Ook lijkt er in de toelichting opnieuw sprake van aanvullende regelgeving en deze hoort dus in de verordening zelf thuis. Dat in de toelichting wordt verwezen naar gerechtelijke uitspraken uit 1992 inzake de looptijd naar een opstapplaats. De adviesraad vraagt zich af of er na een tijdsbestek van bijna 30 jaar, er door de gemeente, ook getoetst is hoe relevant deze gerechtelijke uitspraken zijn in de huidige context. De verkeersdrukte is niet meer vergelijkbaar is en dus het begrip veiligheid ook niet. Afgezien van het feit dat een ouder waarschijnlijk gemotoriseerd verkeer verkiest tot de opstapplaats, zou een lopende begeleiding bij een loopafstand van 30 minuten, de ouder of begeleider 2 uren per schooldag kosten (2 x de retourafstand).
Daarnaast is er de constatering waarom de gemeente in artikel 8 van de verordening niet duidelijk kan melden wat de maximale afstand tot de opstapplaats mag zijn en waarom dit in de toelichting verborgen moet worden.
De adviesraad zou, bij verdere bestudering van de verordening en toelichting, met nog veel meer vragen kunnen komen en doet bovenstaand constateringen in de beperkte tijdspanne die haar nu is gegeven. Met de laatste constatering over de opstapplaats wil de adviesraad duidelijk maken dat zij van de gemeente verlangt om kenbaar te maken wat het werkelijke nut is van deze ingewikkelde verordeningen en waarom cruciale informatie meerdere keren wordt weggestopt in de toelichting. De toegevoegde waarde lijkt zoek en een serieuze behandeling van deze verordening inzake advies door onze adviesraad en beoordeling in de gemeenteraad, lijkt een soort van bezigheidstherapie te worden waar de burger niet op zit te wachten. Omdat de burger door of slechte communicatie of slechte leesbaarheid of vindbaarheid deze verordeningen nooit tot zich gaat nemen, ontstaat er een situatie waarbij de burger niet in staat is te beoordelen hoe een hulpvraag door de gemeente wordt beoordeeld. Dit brengt in gezinssituaties waar reeds problemen zijn alleen maar extra stress met zich mee. Wetten en regels horen voor de burger toegankelijk en begrijpelijk te zijn, zodat er werkelijk sprake is van participatie.
Tot slot wil de adviesraad onder de aandacht brengen dat zij een korte toelichting mochten ontvangen, waarin een aantal opmerkelijke zaken naar voren werden gebracht: -
-
-
Onder beoogd maatschappelijk effect, wat de adviesraad overigens prima kan onderschrijven, wordt onder de argumenten een opmerking gemaakt die de adviesraad totaal niet kan rijmen met de voorliggende verordening. Het betreft de opmerking: “Bovendien is er een andere opbouw van artikelen gemaakt, om de verordening gebruiksvriendelijker te maken”. Bij alternatieven wordt als alternatief aangedragen om de oude verordening te blijven hanteren, maar dan wordt er niet meer aan de gestelde vereisten voldaan met betrekking tot rechtmatigheid. De adviesraad zou graag vernemen wat deze schijnbaar niet verplichte vereisten zijn. Bij evaluatie, wat natuurlijk altijd nodig is, wordt gesproken over een “veegactie”. Dit geeft de adviesraad weinig vertrouwen. Het doet vermoeden dat er door deze nieuwe verordening toch nadelige effecten kunnen ontstaan voor mogelijk de verstrekker, maar ook voor de aanvrager. De adviesraad vraagt zich af waarom deze verordening, 5 jaar na de verordening uit 2016 niet direct het goede effect kan hebben. De uitwerking van de verordening 2016 is toch ondertussen geëvalueerd en er is reeds enkele jaren ervaring met “JoBinder”.
De adviesraad eist van het college een heldere uiteenzetting op de door de adviesraad gedane constateringen. Zij ontvangt deze graag schriftelijk en op korte, doch redelijke termijn. Daarnaast gaan wij graag met het college in overleg over hoe de gemeente begrijpbare regels kan opstellen, naar de burger kan communiceren en wat de rol van de adviesraad hierin kan zijn. De huidige werkwijze inzake het opstellen van verordeningen en het advies hier over vragen vinden wij hoogst onrendabel en daarmee niet acceptabel. De adviesraad onderschrijft dat er heldere regels nodig zijn die beschrijven hoe ondersteuning op basis van de WMO voor de burgers wordt uitgevoerd. Hierbij hoort ook getoetst te worden of de burgers op grond van zijn/haar situatie ook wettelijk recht op ondersteuning hebben. Ook dienen de regels duidelijk te maken welke plichten de burger hier in heeft.
Namens de Adviesraad WMO Gemeente Tytsjerksteradiel,
Gerrit Haakma (voorzitter)
Luit van Dam (secretaris)
*)
*) I.v.m. de gestelde inlevertermijn en elektronische aanlevering is dit advies niet ondertekend.