16 - Bijlage 1 - Agressieprotocol voor politieke ambtsdragers Tytsjerksteradiel 2024
Tekst van het document
Pagina 1 van 15
Agressieprotocol voor politieke ambtsdragers Gemeente Tytsjerksteradiel 2024 Inhoudsopgave 1. Inleiding ...............................................................................................................................................3 2. Definities .............................................................................................................................................3 2.1 Politieke ambtsdragers ..................................................................................................................3 2.2 Collega’s ........................................................................................................................................3 2.3 Agressief gedrag ............................................................................................................................3 3. Uitgangspunten ...................................................................................................................................4 3.1. De organisatienorm ......................................................................................................................5 4.
Preventie en handelingskader tijdens incidenten ...............................................................................8 4.1 Agressietraining .............................................................................................................................8 4.2 Situaties waarin agressief gedrag voorkomt .................................................................................8 Telefonisch ......................................................................................................................................8 Vergaderingen .................................................................................................................................8 Buiten de deur en in de privésfeer ..................................................................................................9 Social media/online agressie ...........................................................................................................9 5.
De handelingsprocedure na een incident............................................................................................9 5.1 Melden ..........................................................................................................................................9 5.2 Registreren ..................................................................................................................................10 5.3 Afhandeling van incidenten .........................................................................................................10 Ordegesprek ..................................................................................................................................10 Schriftelijke waarschuwing (brief) .................................................................................................10 (Tijdelijk) toegangsverbod gemeentelijke gebouwen ...................................................................10 (Tijdelijk) contactverbod................................................................................................................10 Melding incident bij politie ............................................................................................................11 Aangifte doen bij de politie ...........................................................................................................11 5.4
Opvang en nazorg ........................................................................................................................11 Kringen van nazorg ........................................................................................................................11 Eerste gesprek (binnen 24 uur) .....................................................................................................12 Tweede gesprek (binnen drie dagen na het incident) ...................................................................12 Derde gesprek (na 4 - 6 weken (of eerder voor zover nodig)).......................................................12 5.5 Aangifte doen en schade verhalen ..............................................................................................12 6. Communicatie ...................................................................................................................................13 Bijlage 1: Handelingstroomschema .......................................................................................................14 Pagina 2 van 15
1. Inleiding Voor politieke ambtsdragers is het belangrijk dat zij gemakkelijk benaderbaar zijn, open in de samenleving kunnen staan, het politieke debat vrij kunnen voeren, publieke taken vrij van dwang en drang kunnen uitoefenen en dat besluiten zonder druk kunnen worden genomen. Politieke ambtsdragers kunnen gerelateerd aan de uitvoering van hun publieke taak worden geconfronteerd met agressief gedrag van inwoners. Denk hierbij aan belediging, persoonlijke bedreiging of bedreiging richting familie, stalken, fysiek geweld of vernieling. Dit kan in persoon, per mail, telefonisch of via social media zijn. Agressief gedrag kan de besluitvorming beïnvloeden. Dit raakt dan aan de integriteit van het lokale bestuur en is ondermijnend voor de democratie. Het maakt daarbij niet uit van wie het agressieve gedrag afkomstig is. Het kan gaan over een individuele inwoner, een collectief, of een persoon die namens een bedrijf, organisatie of groepering handelt. Politieke ambtsdragers werken in een aantal gevallen samen met de ambtelijke organisatie, het handelen van politieke ambtsdragers beïnvloedt daarmee ook de ambtelijke organisatie. In relatie tot het voorkomen van en reageren op agressief gedrag werken politieke ambtsdragers en ambtenaren daarom vanuit gezamenlijke uitgangspunten. Er is sprake van onderlinge afhankelijkheid en daarmee ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Goed samenspel is cruciaal. De organisatienorm zoals die wordt gehanteerd voor de ambtenaren geldt ook voor politieke ambtsdragers. Dit protocol betreft een handelingskader dat toepasbaar is in relatie tot agressief gedrag door inwoners.
2. Definities 2.1 Politieke ambtsdragers Hieronder worden de bestuurders en gekozen volksvertegenwoordigers van de gemeente verstaan. Bestuurders zijn de burgemeester en wethouders. Onder gekozen volksvertegenwoordigers worden de raadsleden verstaan. Ook al zijn commissieleden (burgerleden) geen politieke ambtsdragers, dit protocol is evengoed op hen van toepassing. 2.2 Collega’s In dit protocol wordt geschreven over gealarmeerde collega’s. Hieronder worden collegacollegeleden, raadsleden, commissieleden en de medewerkers van de gemeente die werkzaam zijn in en buiten de gemeentekantoren verstaan. 2.3 Agressief gedrag Voor de definitie van agressief gedrag wordt aangesloten aan bij de definitie van ‘agressie’: Onder agressie wordt verstaan gedrag van de burger dat direct wordt gericht op de politieke ambtsdrager met (in het algemeen) als doel om schade (emotioneel/ materieel/ fysiek) toe te brengen of een doel te bereiken (bijvoorbeeld besluitvorming beïnvloeden). Agressie heeft minder te maken met de intensiteit van het gedrag (hard roepen, wild bewegen) maar heeft alles te maken met de richting van het gedrag (“Jij bent een …!). Van agressief gedrag tegenover politieke ambtsdragers, is onder meer sprake in de volgende gevallen (niet limitatief):
Pagina 3 van 15
•
(Non-) verbale agressie (ook via social media) Belediging, vernedering, aantasting goede naam of eer, zwart maken, treiteren en discriminatie.
•
Persoonsgerichte bedreiging (ook via social media) Houding, gebaar, volgen, stalken, intimidatie, bemoeilijken/onmogelijk maken of juist dwingen tot handelingen/werkzaamheden, lokaalvredebreuk, schenden, kwetsen van het schaamtegevoel, eerbaarheid, seksuele intimidatie, poging tot schoppen, slaan en verwonden.
•
Fysieke agressie Handtastelijkheden, dreigen met een voorwerp, poging tot verwonding, meubels vernielen, objecten toegooien, het verlaten van een vertrek verhinderen, werk fysiek hinderen, duwen/trekken of grijpen, spugen, bijten of krabben, slaan/stompen of schoppen, kopstoot en verwonding.
3. Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn leidend bij de preventie en aanpak van agressief gedrag: •
Inwoners en politieke ambtsdragers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de interactie en zijn daarop aanspreekbaar.
•
Het adequaat samenwerken tussen de politieke ambtsdragers en de ambtelijke organisatie verlaagt het risico op agressief gedrag. Sturen op kwaliteit van samenwerking is een belangrijk beïnvloedingsmechanisme, ook al kan agressie niet altijd worden voorkomen. Politieke ambtsdragers en ambtenaren evalueren de kwaliteit van de samenwerking, zijn aanspreekbaar op hun rol en helpen elkaar verbeteren.
•
In de interactie tussen de inwoner en politieke ambtsdragers komen vormen van emotie/frustratie/boosheid voor. Het herkennen en erkennen hiervan, het onderzoeken van de oorzaak van de emotie en het samen met de inwoner zoeken naar een oplossing (waar mogelijk) is onderdeel van ieders professionaliteit en valt ook binnen ieders beslissingsbevoegdheid.
•
Daar waar het gedrag van de inwoner over de grens gaat (organisatienorm), kan de politieke ambtsdrager als persoon in gevaar komen (fysiek en mentaal) en kan ook de besluitvorming onder druk komen te staan en staat de integriteit ter discussie. Gedrag van inwoners dat over de grens gaat is nooit toelaatbaar. Dit principe staat los van oorzaken of verwijtbaarheid.
•
Op agressief gedrag volgt een reactie vanuit de organisatie. Daarin staan hoor en wederhoor centraal. De inwoner wordt aangesproken op het gedrag en krijgt, als deze aanspreekbaar is op gedrag, de gelegenheid zijn/haar kant te belichten. Dat doet niets af aan de gestelde grenzen, maar kan voor politieke ambtsdragers aanleiding zijn om het eigen functioneren onder de loep te nemen. Hierdoor wordt invulling gegeven aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de interactie. Waar dat aan de orde is, legt de organisatie de inwoner een sanctie op, die is afgestemd op de aard van het agressieve gedrag.
•
De aanpak van veilig en integer werken is geen statische, maar een lerende aanpak. Incidenten worden gebruikt om te leren en verder te professionaliseren.
Pagina 4 van 15
3.1. De organisatienorm De organisatienorm die wordt gehanteerd is als volgt: We gaan altijd respectvol met elkaar om. Emotie van inwoners mag. Agressie wordt niet getolereerd, in geen enkele vorm. Onder agressie wordt verstaan gedrag van de burger dat direct wordt gericht op de politieke ambtsdrager met (in het algemeen) als doel om schade (emotioneel/ materieel/ fysiek) toe te brengen of een doel te bereiken (bijvoorbeeld besluitvorming beïnvloeden). Agressie heeft minder te maken met de intensiteit van het gedrag (hard roepen, wild bewegen) maar heeft alles te maken met de richting van het gedrag (“Jij bent een …!). Uitgangspunt van het beleid is dat agressie een ‘vorm van gedrag van de inwoner’ is. We vragen van politieke ambtsdragers te handelen op basis van dit feitelijke gedrag en niet op basis van hun persoonlijke beleving. Agressief gedrag wordt niet geaccepteerd, ook al heb je er als persoon geen last van. Alleen als we dit uitgangspunt hanteren, kunnen we toewerken naar een eenduidige reactie naar alle inwoners en op deze wijze kwalitatief goed, veilig en integer onze rol vervullen. In onderstaand schema wordt concreet gemaakt welk gedrag wél en welk gedrag niet wordt geaccepteerd. Ook is in het schema aangegeven welke voorvallen wel/niet gemeld dienen te worden en wanneer er een reactie of sanctie wordt gegeven aan de inwoner.
Het handelingskader met betrekking tot de verschillende soorten agressie is in hoofdstuk vier van dit protocol verder toegelicht.
Pagina 5 van 15
SOORT AGRESSIE Emotioneel gedrag
(Non-) verbale agressie (ook via sociale media)
-
KAN ZICH UITEN IN O.A.: Uitzonderings- of begripsvragen Klagen Excuses verzinnen Beroep op redelijkheid Claimen In discussie gaan Beschuldigen Schande spreken
STANDPUNT EN ADVIES Inwoners mogen klagen, boos zijn of geïrriteerd zijn. Ook mogen zij kritiek hebben op beleid/regelgeving en mogen dit uiten door boos en geïrriteerd te zijn.
-
Belediging Vernedering Uitlokken Schelden Zwart maken Treiteren Discrimineren Seksuele intimidatie Smaad
Inwoners mogen kritiek hebben op beleid en/of regelgeving, maar mogen nooit politieke ambtsdragers persoonlijk bejegenen.
SANCTIES Geen, tenzij het gedrag aanhoudt en er een patroon ontstaat.
Laat de inwoner zijn/haar verhaal doen, blijf kalm, stel grenzen en beëindig zo nodig het gesprek. Registratie in GIR bij een patroon.
We gaan pas verder in gesprek wanneer de inwoner met dit gedrag stopt. Als het gedrag niet stopt, beëindigen we het gesprek en nemen passende maatregelen.
-
Mondeling waarschuwen Ordegesprek (optioneel) Waarschuwingsbrief (optioneel)
-
Ordegesprek Waarschuwingsbrief Verplicht aangifte doen
Als de inwoner zich positief corrigeert na te zijn aangesproken op zijn/haar gedrag wordt er niet gemeld. Wanneer het gesprek wordt beëindigd: Altijd melden bij de burgemeester of griffier. Incident in GIR op laten nemen.
Pagina 6 van 15
SOORT AGRESSIE Persoonsgerichte bedreiging / intimidatie
KAN ZICH UITEN IN O.A.: (Non) verbaal dreigen door houding/gebaar/gedrag - Dreigen met geweld - Intimideren - Bemoeilijken/dwingen - Schennis der eerbaarheid - Stalken - Chantage - Manipulatie -
STANDPUNT EN ADVIES Inwoners mogen politieke ambtsdragers niet bedreigen of intimideren. We beëindigen in zo’n geval het gesprek en nemen gepaste maatregelen. Altijd melden bij de burgemeester of griffier. Incident in GIR op laten nemen.
Fysieke agressie
-
Mishandeling Verwonden Pijn veroorzaken Aanranden Vastpakken Duwen/trekken Schoppen/slaan Spugen Voorwerpen gooien Wapen gebruiken Vernielen
De veiligheid van politieke ambtsdragers gaat boven alles. Inwoners mogen dus niet fysiek worden naar personen en/of zaken.
-
SANCTIES Ordegesprek Waarschuwingsbrief Toegangsverbod Contactverbod (optioneel)
-
Ordegesprek Waarschuwingsbrief Toegangsverbod Contactverbod Verplicht aangifte doen
-
Ordegesprek Waarschuwingsbrief Toegangsverbod Verplicht aangifte doen
-
Ordegesprek Waarschuwingsbrief Toegangsverbod Verplicht aangifte doen
Altijd melden bij de burgemeester of griffier. Incident in GIR op laten nemen.
Pagina 7 van 15
4. Preventie en handelingskader tijdens incidenten Agressief gedrag kan worden voorkomen door duidelijk te communiceren met de inwoner. Dit doen we door zo optimaal en transparant mogelijk te communiceren. 4.1 Agressietraining Politieke ambtsdragers moeten in staat zijn om de risicovolle situaties die in hun functie kunnen ontstaan, zelf te kunnen voorkomen en/of op te lossen. Daarom is het van belang dat de politieke ambtsdragers over de benodigde kennis en vaardigheden beschikken. Dit kan onder andere worden bereikt door middel van periodieke trainingen. Training ‘omgaan met agressie’ Het doel van de training ‘omgaan met agressie’ is het trainen van de stappen die gezet moeten worden bij agressie en het bieden van handvatten om de agressie te deescaleren. Daarnaast is ook de bewustwording van de invloed van gedrag op agressie een belangrijk aandachtspunt in de training, vanuit het oogpunt ‘voorkomen is beter dan genezen’. De training wordt aan de hand van het agressieprotocol en in overleg met het trainingsbureau vormgegeven en ingepland. De afdeling Arbo en preventie is het contactpersoon voor agressietrainingen. 4.2 Situaties waarin agressief gedrag voorkomt Als preventieve maatregelen niet helpen en de inwoner blijft het ongewenste gedrag voortzetten, dan is er helaas sprake van een incident.
De politieke ambtsdrager, maar ook de gealarmeerde collega’s, moeten professioneel en duidelijk optreden. De politieke ambtsdrager dient zoveel als mogelijk kalm en rustig te blijven en vooral niet mee te gaan in het gedrag van de agressieve inwoner. Het benoemen van het ongewenst gedrag en het duidelijk stellen van een grens, voorkomt in de meeste gevallen dat men het agressieve gedrag doorzet. De voorkomende situaties bij de uitoefening van de publieke taak door de politieke ambtsdragers, worden hieronder beschreven. De politieke ambtsdrager dient onderstaande situaties tot zich te nemen en dient zich ervan bewust te zijn hoe hij/zij moet reageren wanneer een incident zich voordoet. Telefonisch Wanneer een inwoner door middel van grof taalgebruik, discriminerende taal, eisen en dreigen telefonisch iets voor elkaar probeert te krijgen, geef dan aan dat u op deze manier niet verder met de inwoner wenst te praten (grenzen stellen). Als de inwoner hier toch mee doorgaat beëindigt u het gesprek. Een telefoonverbod wordt opgelegd wanneer een inwoner zich telefonisch herhaaldelijk schuldig maakt aan het bovenstaande. De duur van het telefoonverbod is afhankelijk van het incident of recidive. Vergaderingen Politieke ambtsdragers vergaderen zowel in het gemeentehuis als daarbuiten (bijvoorbeeld bij een bedrijf, inwonersavond etc.).
In een dergelijke situatie kunnen zij te maken krijgen met agressief gedrag. Bij risicovolle vergaderingen in het gemeentehuis wordt de afdeling Openbare Orde en Veiligheid van tevoren op de hoogte gebracht over de te verwachten risico's. Indien nodig kunnen zij preventieve maatregelen nemen zoals het regelen van de aanwezigheid van toezichthouders en/of politie. Bij te verwachten onrustige situaties (bijvoorbeeld besluitvorming over een controversieel onderwerp met veel publiek) kan ook beveiliging worden ingeschakeld. Ook hierbij neemt de afdeling Openbare Orde en Veiligheid het voortouw. Bij risicovolle vergaderingen buiten het gemeentehuis zorgt de politieke ambtsdrager ervoor, dat hij/zij nooit alleen naar die vergadering gaat.
Pagina 8 van 15
Buiten de deur en in de privésfeer Helaas vindt agressief gedrag ook buiten de deur en in de privésfeer plaats. De politieke ambtsdragers, die buiten de deur en in de privésfeer met agressief gedrag te maken krijgen, hebben geen directe steun en hulp van collega’s. In een dergelijke situatie trekt de politieke ambtsdrager zich zoveel mogelijk terug, denkt aan zijn/haar eigen veiligheid en neemt geen onnodige risico’s. Bij fysiek geweld, bijvoorbeeld bij het tonen van wapens en herhaaldelijk stalken waarbij de politieke ambtsdrager zich bedreigd/onveilig voelt, dient (indien mogelijk) direct 112 te worden gebeld. Hij/zij geeft aan waar hij/zij zich bevindt en wat de situatie is. De eigen veiligheid staat altijd voorop. Blijf kalm en provoceer niet. De politieke ambtsdrager meldt het incident zo snel mogelijk bij de griffier of bij de burgemeester. Indien nodig informeert deze de burgemeester van de gemeente waarin de politiek ambtsdrager woonachtig is. Hierna zal een nazorgtraject worden opgestart voor de betrokken politieke ambtsdrager en indien gewenst ook voor naasten. Social media/online agressie Bij agressie op social media/online agressie wordt het volgende gedaan: - Melden incident. Meldt altijd het incident door aan de griffier (raadsleden) of burgemeester (wethouders). Zo ontstaat een beeld van aantal en type incidenten. -
Reageer niet meteen. Overleg eerst met griffier (raadsleden) of burgemeester (wethouders) welke reactie het beste past bij de situatie en de afspraken binnen dit protocol.
-
Leg bewijs vast. Dit bewijs is nodig om een melding te kunnen doen of eventueel aangifte te kunnen doen bij de politie als gedrag strafbaar is. Maak bijvoorbeeld een schermafbeelding van een tekst of afbeelding. Of archiveer een video.
-
Ga in gesprek met de dader. Leg waar mogelijk vast wie dit doet en gebruik je Tytsjerksteradiel-account om te reageren. Leg geen contact via het (openbare) online platform waar het incident plaatsvond. Als iedereen meeleest is de kans groot dat de dader agressiever wordt en dat andere mensen reageren. Stuur een rechtstreeks persoonlijk bericht via facebook of twitter, of een e-mail. Blijf rustig en professioneel; de-escaleer bij emotie. Vraag de dader om het bericht te verwijderen. Als de dader weigert, kan dit aan de beheerder van het online platform gevraagd worden.
5. De handelingsprocedure na een incident 5.1 Melden Alle voorvallen van agressief gedrag (zoals beschreven in bovenstaand schema) worden intern gemeld. Het kanaal dat wordt gebruikt door de inwoner is in deze niet van belang. Melding wordt gemaakt van agressief gedrag dat face-to-face, telefonisch, schriftelijk, via e-mail of social media wordt geuit. Het melden van een incident gebeurt als volgt: -
Raadsleden en burgerleden melden incidenten alle bij de griffier. De griffier stelt de burgemeester op de hoogte.
-
Wethouders melden alle incidenten bij de burgemeester. De burgemeester stelt de gemeentesecretaris op de hoogte.
-
De burgemeester meldt de tegen hem gerichte agressieve gedragingen bij de ambtenaren Openbare Orde en Veiligheid.
Pagina 9 van 15
-
Ook als een politieke ambtsdrager twijfelt of er sprake is van agressief gedrag is het altijd mogelijk contact op te nemen met de burgemeester en/of de griffier. Na het contact wordt bepaald of en wat er nodig is.
5.2 Registreren Elke melding van agressief gedrag wordt geregistreerd. De afdeling Openbare Orde en Veiligheid registreert een melding van een wethouder of de burgemeester. De griffier registreert een melding van een raadslid. Voor het melden wordt gebruik gemaakt van het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR). Het GIR is zo ontworpen dat volledig ‘op maat’ kan worden ingericht wie er meldt, waar de melding terechtkomt en wie de melding kan inzien. Hierdoor is de privacy van de melder gewaarborgd. Het voordeel van registreren in GIR is dat er een totaaloverzicht van incidenten en de daarbij behorende veroorzakers ontstaat vanuit de bestuurlijke en ambtelijke organisatie. Indien gewenst worden de incidenten ook in een intern beknopt overzicht bijgehouden zodat de burgemeester of griffier daar snel van gebruik kunnen maken. Het melden en registreren van incidenten geeft inzicht in de aard, de vorm en mogelijke toename of afname van incidenten binnen de gemeente en is de basis voor de te nemen (preventieve) maatregelen. Het registreren van incidenten is ook belangrijk voor het mogelijk later aangifte doen bij de politie en voor het verhalen van mogelijke schade. De afdeling Arbo & Preventie kan ondersteuning bieden bij de registratie in het GIR. 5.3 Afhandeling van incidenten Na het doen van een melding wordt besproken welke actie wordt genomen.
De afdeling Openbare orde en veiligheid geeft advies en ondersteuning. Ook wordt indien nodig de afdeling Juridische Zaken betrokken voor verdere afhandeling. Soms kan de inschatting zijn dat mediation bij kan dragen aan het normaliseren van de verhouding. Er is nog geen sprake van een maatregel, maar van onderlinge dialoog tussen betrokkenen. Wanneer wel sprake is van een sanctie zijn de volgende opties mogelijk: Ordegesprek Ordegesprek met een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de gemeente over het agressieve gedrag. Schriftelijke waarschuwing (brief) (Tijdelijk) toegangsverbod gemeentelijke gebouwen De schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd is een besluit van de burgemeester. Dit besluit wordt door burgemeester gecommuniceerd met de afdeling Openbare en Veiligheid en Juridische Zaken. Waarna de persoon in kwestie wordt geïnformeerd. Als hier geen gevolg aan wordt gegeven dan wordt de politie eveneens direct in kennis gesteld en is opnieuw sprake van een strafbaar feit waarvan aangifte zal worden gedaan. (Tijdelijk) contactverbod Bijvoorbeeld door het telefoonnummer te blokkeren of op sociale media de gebruiker te blokkeren. Deze acties worden door de politiek ambtsdrager zelf uitgevoerd.
Pagina 10 van 15
Melding incident bij politie Het voorval melden bij de politie. Dit wordt door de politiek ambtsdrager gedaan waarbij de burgemeester ook wordt geïnformeerd. Als het gedrag niet strafbaar is, maar wel agressief, kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder geval bekend is bij de politie. Aangifte doen bij de politie Ook kunnen andere maatregelen worden getroffen, al naargelang de omstandigheden, bijvoorbeeld adressignalering in het politiesysteem. De burgemeester informeert, waar dat passend is, OM en politie en bespreekt incidenten in het overleg binnen de driehoek. Bij het bepalen van de maatregel wordt meegenomen of er sprake is van een eerste of herhaald incident, zowel gericht tegen politieke ambtsdragers, als tegen ambtenaren van de gemeente. 5.4 Opvang en nazorg Naast het regelen van praktische zaken is met name de emotionele ondersteuning van politieke ambtsdragers (en hun families) van groot belang voor het behoud van persoonlijk welzijn en voor adequaat functioneren in de toekomst. De impact van een incident kan groot zijn en daarom wordt altijd opvang en nazorg aangeboden. De nazorgbehoefte is voor iedereen, en in elke situatie anders. Veelal is er geen uitgebreid nazorgtraject nodig, maar volstaat een adequate afhandeling of een goed gesprek. Voor opschaling van de nazorgfase kennen we de ‘Kringen van nazorg’.
Kringen van nazorg De nazorg vindt in verschillende kringen van en rond betrokkene plaats. De eerste kring bestaat uit familie, collega-politieke ambtsdragers, lotgenoten en de burgemeester en/of griffier. In deze eerste kring kan betrokkene zijn/haar verhaal kwijt en gezamenlijk reflecteren op het incident, als onderdeel van de verwerking. In de tweede kring komt de collegiale ondersteuning via de burgemeester of (onder coördinatie van de) griffier tot stand. Deze kring is erop gericht eventuele behoefte aan extra nazorg te signaleren en te (laten) organiseren. Deze opschaling in nazorg vormt de brug tussen de persoonlijke of collegiale ondersteuning enerzijds en professionele ondersteuning in de derde kring anderzijds. Vanuit de derde kring kunnen (na)zorgprofessionals (zoals de huisarts) doorverwijzen naar verder opgeschaalde zorg in de vierde kring. Nazorg kan over meerdere schijven lopen, het is hierbij belangrijk vast te stellen dat men dus op meerdere wijzen, zowel officieel als onofficieel nazorg kan krijgen. De kern van de eerste 2 kringen van nazorg is gelegen in het signaleren van de nazorgbehoefte en desgewenst in aanvullende nazorg te faciliteren. Voor opvang en nazorg is zeker niet altijd een externe professional nodig.
Effectieve ondersteuning na incidenten wordt vooral gekenmerkt door invoelend vermogen en kennis van de mogelijke effecten van bijvoorbeeld bedreiging. De burgemeester is de eerstaangewezen persoon om opvang en nazorg te verlenen aan de wethouders, de griffier aan de raads- en commissieleden. Daarbij kan ook voor advies en ondersteuning een beroep worden gedaan op de afdeling openbare orde en veiligheid. Stappen in de nazorgfase worden altijd in overleg met de benadeelde/betrokkene genomen. Als ondersteuning van het thuisfront nodig is, omdat zij ook met agressief gedrag zijn geconfronteerd, is het in ieder geval raadzaam een externe professional in te schakelen. De gemeente kan hiertoe een lokale voorziening treffen of maatwerk bieden.
Pagina 11 van 15
Ook het ondersteuningsteam van Weerbaar Bestuur kan (vertrouwelijk) worden benaderd voor advies en een luisterend oor en contact met lotgenoten (www.weerbaarbestuur.nl). Bij intern verzorgde opvang en nazorg bieden we altijd de volgende gesprekken aan: Eerste gesprek (binnen 24 uur) Direct na een agressie-incident gaat het om het herstellen van de veiligheid en om het bieden van steun aan de betrokkene(n). Het eerste gesprek heeft als doelen: veiligheid, emotionele ondersteuning en praktische hulp bieden, informatie geven over het verwerkingsproces en vervolgafspraken maken. Het is vooral belangrijk om betrokkene het verhaal te laten vertellen en te onderzoeken waar hij of zij behoefte aan heeft. Wellicht moeten er (praktische) zaken worden geregeld (informeren thuisfront, aangifte doen, schade etc.). Tweede gesprek (binnen drie dagen na het incident) Het doel van dit gesprek is net als bij het eerste gesprek het bieden van een luisterend oor en steun (emotioneel en praktisch). Daarnaast is het belangrijk dat samen met de betrokkene het verloop van de afgelopen dagen in kaart wordt gebracht en zodoende meer informatie wordt verkregen over het verwerkingsproces. Derde gesprek (na 4 - 6 weken (of eerder voor zover nodig)) Naast emotionele ondersteuning, gaat het tijdens het derde gesprek om de terugblik op de gebeurtenis en de periode daarna.
Het is belangrijk om stil te staan bij eventuele veranderingen in de kijk op het ambt en het functioneren daarbinnen, het privéleven en persoonlijke beleving. Bij mogelijke signalen op stagnatie van het verwerkingsproces wordt de politieke ambtsdrager doorverwezen naar professionele hulpverlening. 5.5 Aangifte doen en schade verhalen Als sprake is van strafbare feiten wordt met instemming van de betrokkene aangifte gedaan. In overleg met de afdeling openbare orde en veiligheid worden de mogelijkheden om ofwel zelf aangifte te doen ofwel iemand anders (burgemeester, gemeentesecretaris of griffier) hiervoor te machtigen besproken. De materiële en immateriële schade worden in principe altijd verhaald als de dader bekend is. De onderstaande normen worden hierbij gehanteerd: -
Over de aangifte wordt niet gecommuniceerd, tenzij de betreffende politieke ambtsdrager daarmee instemt ten behoeve van het onderzoek.
-
De betreffende politieke ambtsdrager wordt juridisch als benadeelde beschouwd.
-
De betrokken politieke ambtsdrager verleent als benadeelde volledige medewerking aan het politieonderzoek.
-
Het OM wordt, voor zover nog niet betrokken in een eerdere fase, door de politie op de hoogte gesteld van een dreigingsmelding en/of een aangifte. o
Bij dreiging tegen een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de beslissing over het treffen van beveiligingsmaatregelen, in het kader van de strafrechtelijke handhaving en het bewaken en beveiligen, bij de Hoofdofficier van Justitie en doet de politie voorstellen over de te nemen maatregelen (artikel 1 lid 2 Politiewet, aanwijzing beveiliging van personen, objecten en diensten).
Pagina 12 van 15
o
Als de burgemeester zelf onderwerp is van dreiging, blijft de Hoofdofficier van Justitie verantwoordelijk en kan worden overlegd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Als de burgemeester slachtoffer is, wordt tevens de Commissaris van de Koning op de hoogte gesteld.
o
De werkgever is, ook als sprake is van een ‘fictief dienstverband’ verplicht de Inspectie SZW binnen 24 uur te waarschuwen als sprake is van een ernstig incident waarbij een politieke ambtsdrager lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden opgenomen, blijvende schade overhoudt aan de gezondheid of overlijdt aan de gevolgen.
o
De gemeentesecretaris en/of de griffier zorgen voor terugkoppeling aan de betrokkenen en aan de gemeenteraad over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten daarvan.
-
Schade aan persoonlijke eigendommen of aanvullende kosten die een betrokkene moet maken door een incident worden in eerste instantie vanuit de organisatie vergoed aan de betrokkene. De gemeente verhaalt de kosten op de veroorzaker.
-
De politieke ambtsdrager, de benadeelde, wordt op de hoogte gehouden van het onderzoek naar aanleiding van de aangifte, de vervolgacties en het traject m.b.t. kostenverhaal en degelijke zaken.
6. Communicatie De burgemeester is ten overstaan van de gemeenteraad (al dan niet vertrouwelijk) woordvoerder als het gaat om bedreiging van een of meer politieke ambtsdragers. De burgemeester kan zich desgewenst laten bijstaan door de Gebiedsofficier van Justitie. Als de burgemeester direct betrokken is, wordt in overleg met de burgemeester, de locoburgemeester en eventueel de Commissaris van de Koning, de handelwijze bepaald. Andere politieke ambtsdragers worden met instemming van het slachtoffer op de hoogte gebracht. Vertrouwelijkheid wordt daarbij altijd in acht genomen. Als er een strafrechtelijk onderzoek is gestart wordt hierover gecommuniceerd door het OM. Communicatie en contacten met de pers worden overgelaten aan het OM in samenspraak met de burgemeester en politie. De communicatieadviseur van de gemeente stemt, over een eventuele communicatieboodschap bij een ernstige (be)dreiging, altijd af met de afdeling voorlichting van het OM. Getroffen politionele maatregelen in de publieke ruimte worden nooit naar de pers gecommuniceerd. Afspraken over woordvoering worden altijd in acht genomen.
Pagina 13 van 15
Bijlage 1: Handelingstroomschema
Pagina 14 van 15
Pagina 15 van 15