CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

14 - Bijlage 3 - Toelichting verordening 2-5 2025

RAAD IT BESLUT 12 juni 2025, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Wijziging deelverordening subsidie aardgasvrij Garyp 2025 (hammerstik)5.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting

1. Aanleiding; 2. Opzet; 3. Artikelgewijze toelichting

TOELICHTING DEELVERORDENING VOOR SUBSIDIE AARDGASVRIJ GARYP Versie 2025 I

Aanleiding

De gemeente Tytsjerksteradiel heeft samen met de EKG Garyp een uitvoeringsplan ingediend om mee te doen met de grootschalige proeftuinen aardgasvrije wijken van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Het doel van deze proeftuinen is om ervaring op te doen met de wijze waarop en de condities waaronder bestaande wijken op een haalbare en betaalbare wijze aardgasvrij kunnen worden gemaakt en op welke wijze opschaling en kostenreductie kan plaatsvinden. Voor het uitvoeringsplan aardgasvrij Garyp is door het Rijk een bijdrage van € 5.664.764,-- beschikbaar gesteld. Belangrijk uitgangspunt binnen het project is dat de rijksbijdrage voor een groot deel (€ 5.015.814,--) wordt benut ten behoeve van de concrete maatregelen in de woningen en dus ten gunste komt van de particulier in Garyp. Het aardgasvrij maken van woningen is een behoorlijke investering. Een deel van de investering is met energiebesparing niet “terug te verdienen” en daarmee onrendabel. Om particulieren in Garyp toch te stimuleren de woning aardgasvrij te maken en ze financieel tegemoet te komen is deze subsidieverordening opgesteld. Met ingang van 1 januari 2022 bevat de subsidieverordening ook een mogelijkheid om de woning door middel van een hybride warmtepomp en aanvullende maatregelen aardgasarm te maken.

De proeftuin toont aan dat de onrendabele kosten voor het aardgasvrij maken van oudere woningen dermate hoog zijn dat deze groep woningeigenaren nauwelijks of niet in beweging komt. De investering met bijbehorende forse bouwkundige en installatietechnische ingrepen zijn voor veel woningeigenaren vaak een brug te ver. Meestal is daar dan een natuurlijk moment voor nodig (bv. aankoop en renovatie van de woning of vervanging van de installatie). Om ook deze groep woningeigenaren te stimuleren tot verminderd gasverbruik en dus CO2 besparing is vanaf 2022 de mogelijkheid geboden om onder voorwaarden ook voor subsidie in aanmerking te komen voor het aardgasarm maken van de woning. Hiermee komt stapsgewijs het uiteindelijke doel (een aardgasvrije woning) in beeld. Het project “Aardgasvrij Garyp” is een unieke private samenwerking tussen de Enerzjy Koöperaasje Garyp (EKG) en de gemeente Tytsjerksteradiel. Hiervoor is een projectorganisatie opgericht. Belangrijk uitgangspunt bij de uitvoering van de verordening is de lokale inbedding van en lokale betrokkenheid bij het project. Er is samen met de EKG een loket (It Enerzjyhûs aan de Greate Buorren 13b) ingericht voor de huisvesting van de projectleiding. It Enerzjyhûs is hiervoor (als voorbeeldfunctie) aardgasvrij en waar mogelijk energieneutraal gemaakt. De samenwerking met bedrijven wordt tevens vanuit het energieloket georganiseerd.

Het opstellen en bespreken van de Woningscan en het invullen van de noodzakelijke formulieren gebeurt met hulp van de projectleiding. Laagdrempeligheid, toegankelijkheid, hulpvaardigheid, eigenheid zijn daarbij het sleutelwoord. Het is een gemeenschappelijk project: van, voor en door inwoners van het dorp. De rol van de EKG, dorpsbelang en de ondernemersvereniging is daarbij onmisbaar. Het gaat om de Mienskip. In 2024 is het project tussentijds door een externe partij (Rebelgroup) geëvalueerd. Landelijk wordt de proeftuin Garyp als een voorloper beschouwd. De aanpak vanuit de Mienskip, de fysieke aanwezigheid in het dorp en het ontzorgingsmodel zijn belangrijke

pluspunten. De subsidieverordening is logisch ingericht maar het blijft lastig om iedereen mee te krijgen, ook in verband met de verdere financiering van de investering. De Rebelgroup komt m.b.t. de verordening in zijn rapport tot de volgende verbeterpunten: -

zorg in de verordening voor een duidelijke einddatum; communiceer over deze einddatum zodat dit een prikkel wordt om aan de proeftuin mee te doen; scherp de subsidieverordening verder aan.

Hiernaast wordt aanbevolen om gerichter per doelgroep te communiceren, het ontzorgingspakket waar mogelijk nog verder uit te breiden en te kijken hoe geholpen kan worden met de financiering van de restant investering. Als uitwerking van de aanbevelingen is de subsidieverordening aangepast door hierin een einddatum (1 januari 2029) op te nemen. De subsidiebedragen zelf zijn niet verhoogd maar de subsidieregeling is wel vereenvoudigd en er zijn een aantal obstakels weggenomen, het subsidiepercentage voor de installatie is hoger gesteld en de subsidiabele kostenposten zijn verruimd. Het verduurzamen van de woning is een doorlopend proces. Vaak is de warmtepomp het sluitstuk van de verduurzaming. Inwoners die vooruitlopend op hun aanvraag al geïsoleerd hebben, kunnen na de aanpassing van de verordening nu toch vaak voor het maximale subsidiebedrag in aanmerking komen. De regeling is daarmee niet alleen eenvoudiger maar ook aantrekkelijker geworden. Wel is het maximale subsidiebedrag is gelijk gebleven.

II

De opzet van de verordening

Doelgroep De verordening geldt voor de (particuliere) bestaande woningen in het dorp Garyp die na 1 november 2018 aardgasvrij worden gemaakt. Het dorp Garyp is het gebied vallend onder postcode 9263. De verordening is in 2022 uitgebreid zodat als tussenstap het aardgasarm maken van de woning mogelijk wordt gemaakt. Dit geldt dan voor woningen waarvoor de vergunning vóór 15 december 1995 is aangevraagd (datum aanscherpen Bouwbesluit met EPC normen). Hoewel de pilot met name is gericht op de particuliere woningbezitters is opschalen binnen het project mogelijk. In het uitvoeringsprogramma staat al dat deelname van eigenaren van utiliteitsbouw niet wordt uitgesloten. Indien dit een positieve en educatieve bijdrage levert aan het draagvlak voor dit project, dan biedt de subsidieverordening mogelijkheden om dit financieel te stimuleren. Ook WoonFriesland heeft inmiddels gebruik gemaakt van de verordening en is ongeveer 50 huurwoningen aardgasarm aan het maken.

Aanvraagproces Verplicht onderdeel van het aanvraagproces is het uitvoeren van een Woningscan van de woning. De Woningscan is een scan van de bouwkundige staat van de woning en de daarbij behorende technische installatie. De scan wordt uitgevoerd door voor dit project aangewezen deskundigen.

Vrij snel na het toekennen van de bijdrage van het Rijk is een begin gemaakt met een aantal proefscans en op basis van deze proef is het format van de scanrapportage aangepast. Inmiddels is het format verder doorontwikkeld. In de scan wordt aandacht besteed aan de huidige energiebehoefte en de isolatie en de technische installatie van de woning. Op basis van deze 0-meting en een gesprek met de bewoners worden de mogelijkheden om de woning gasvrij te maken op papier gezet. Bij de Woningscan wordt sinds 2022 ook gekeken of in plaats van aardgasvrij de woning ook aardgasarm gemaakt kan worden. Hiervoor komen alleen de woningen waarvoor de vergunning is aangevraagd vóór 15 december 1995 voor in aanmerking. De kostengrens die hiervoor in 2022 is ingevoerd (€ 26.000,--) is bij de vereenvoudiging van de verordening in 2025 losgelaten. Dit bedrag was moeilijk te controleren en wanneer aan het geheel aardgasvrij maken van de woning relatief weinig meerkosten zijn verbonden, dan blijkt uit de praktijk dat de eigenaar dit zelf wel meeneemt in zijn overwegingen. De kosten van deze Woningscan worden geheel uit het project vergoed. Aanvragen om subsidie kunnen alleen worden ingediend wanneer de eigenaar van de woning over een Woningscan beschikt. De eis dat een scan niet ouder mag zijn dan 3 jaar is vervallen.

Een scan is na drie jaar ook nog voldoende actueel voor een aanvraag of kan simpel worden bijgewerkt. De mogelijkheid om als verdieping op de scan een plan van aanpak op te stellen is met ingang van 2025 vervallen. Van deze mogelijkheid is nooit gebruik gemaakt omdat een Woningscan volstaat. De Woningscan wordt op locatie uitgevoerd en met de bewoners besproken. De aanvraag wordt niet via het (anonieme) internet maar samen met de projectleiding op It Enerzjyhûs ingevuld. Dit geldt ook voor de gereedmelding. Het persoonlijk contact leidt tot inhoudelijk goede aanvragen en gereedmeldingen (er hoeft bijna nooit om een aanvulling te worden gevraagd) en zorgt voor enthousiasme, draagvlak en het delen van kennis. Dit ontzorgingsmodel is bij de evaluatie ook als een sterk punt van deze proeftuin benoemd en bij de evaluatie is geadviseerd om te onderzoeken of het ontzorgingsmodel verder kan worden uitgebreid. Op basis van een aanvraag kan subsidie worden verleend. Dit houdt in dat het subsidiebedrag wordt gereserveerd. Voor aanvragers betekent dit de zekerheid dat wanneer zij zich aan de aanvraag/verleningsbeschikking houden, zij recht hebben op dit subsidiebedrag. Nadat de maatregelen zijn uitgevoerd en de woning van het aardgas is afgesloten of aardgasarm is gemaakt, wordt via de gereedmelding het subsidiebedrag definitief vastgesteld en uitgekeerd.

Voor een woning die met een toegekende subsidie aardgasarm is gemaakt biedt de verordening ook de mogelijkheid om in een later stadium subsidie aan te vragen voor het aardgasvrij maken van de woning. Dit is een afzonderlijke aanvraag die alleen gehonoreerd kan worden wanneer er op dat moment voldoende budget beschikbaar is (wordt niet van tevoren gereserveerd). Een subsidie voor het aardgasarm maken van de woning kan eenmalig worden aangevraagd en is met maximaal € 4.000,-- lager dan de subsidie voor een aardgasvrije woning omdat de investeringen ook geringer zijn. Wordt eerst gekozen voor het aardgasarm maken van de woning en later het aardgasvrij maken van de woning, dan kan de totale subsidie nooit meer dan € 8.300,-- bedragen en eerder opgevoerde subsidiabele kosten kunnen niet voor een tweede keer worden opgevoerd. Omdat het om een forse investeringen gaat die ook deels door de bewoners zelf moet worden betaald (de subsidie wordt verstrekt over de onrendabele top van de investering) bevat de subsidieregeling de mogelijkheid van bevoorschotting. Op verzoek en met inlevering van bewijzen kan een voorschot op de subsidie worden gevraagd.

De subsidie voor het aardgasvrij maken van de woning De doelstelling van dit deel van de subsidieregeling is, dat de woning aardgasvrij wordt gemaakt en blijft. Het aardgasvrij maken van de woning is echter de laatste stap. Hiervoor zullen eerst een aantal andere maatregelen moeten worden getroffen. In de subsidieverordening worden dit de maatregelpakketten genoemd. De subsidie wordt alleen verstrekt wanneer de maatregelen zijn getroffen en de woning binnen de in de subsidieverlening genoemde termijn aardgasvrij is gemaakt. De volgende maatregelen zijn subsidiabel: 1. gasloze warmtebron (verplicht) Dit is een verplichte kostensoort. Dat betekent dat deze kostensoort moet worden opgevoerd om voor subsidie voor het aardgasvrij maken van de woning in aanmerking te kunnen komen. Als hoofdverwarming mogen alleen gasloze warmtebronnen, geen verbrandingstoestel zijnde, voor het verzorgen van warmte en warm water worden opgevoerd. Het hoofdverwarmingstoestel moet voldoen aan de “Waarde voor de energieprestatie behorende bij een woonfunctie” en dus niet strijdig zijn met het Besluit bouwwerken leefomgeving. Als eis is daarom gesteld dat het hoofdverwarmingstoestel (de warmtepomp) op de ISDE apparatenlijst moet staan. Dat betekent ook dat een splitairco, pellet- of houtcv binnen deze subsidieregeling als hoofdverwarming niet mogelijk is.

2. Wijzigingen in het warmteafgifte-systeem (optioneel) De kosten van wijzigingen in het warmteafgifte-systeem (bv.vloerverwarming of lage temperatuur radiators) maar ook het goed inregelen van een systeem komen voor subsidie in aanmerking.

2. Warmteterugwin-installatie (optioneel) Een warmteterugwin-installatie gebruikt warmte uit afvoerwater of -lucht om de woning of water te verwarmen. Een normale ventilatiebox kan vanwege een goede luchtkwaliteit gewenst zijn maar verspilt warmte en wordt daarom niet gesubsidieerd. Alleen de kosten van systemen die warmte aan de te verversen lucht of het afvalwater onttrekken komen voor subsidie in aanmerking. 3. Zonnepanelen (optioneel) Omdat de subsidieregeling uitgaat van all electric oplossingen, is het ook logisch dat initiatiefnemers de mogelijkheden onderzoeken om de (extra) elektriciteit die zij gaan gebruiken zelf op te wekken. Hoewel “0 op de meter” niet het hoofddoel van de proeftuin is, wordt de aanschaf van zonnepanelen wel gesubsidieerd. Wel gold hiervoor sinds 2022 een maximaal bedrag. Om de Btw vrijstelling, de gezakte prijs van zonnepaneelinstallaties, het verhoogde subsidiepercentage en de mogelijkheid van een thuisbatterij (zie hierna) is het maximale bedrag aan subsidiabele kosten dat voor zonnepaneelinstallaties kan worden opgevoerd verlaagd van € 5.000,-- naar € 3.000,--.

4. Thuisbatterij (optioneel) Door de introductie van terugleverkosten zijn zonnepanelen minder rendabel geworden. Ook door de aangekondigde afschaffing van de salderingsregeling in 2027 zal het rendement op deze investering verminderen. Dit kan de deelnamebereidheid aan de poeftuin afremmen. Daarom is nieuw in de regeling opgenomen dat maximaal € 1.000,-- aan subsidiabele kosten voor een thuisbatterij kan worden opgevoerd. Hiermee kan ter plaatse opgewekte elektriciteit worden opgeslagen en later weer worden gebruikt.

5. Elektrische kookplaat (optioneel) Wanneer het gas wordt afgesloten zal ook op elektrisch moeten worden gekookt. In de subsidieregeling van 2022 was voor een elektrische kookplaat een maximumbedrag van € 1.000,-- voor de subsidiabele kosten opgenomen. Omdat de prijs van een gemiddelde kookplaat meevalt, is het maximumbedrag voor deze subsidiabele kosten tot € 500,-- verlaagd.

6. De installatie van het bovenstaande (optioneel) Subsidiabel zijn ook de installatiekosten van bovenstaande installaties. Eigen uren kunnen niet als subsidiabele kosten worden opgevoerd.

8.

Isolatie

Het aardgasvrij maken van de woning zal in de meeste gevallen betekenen dat de woning op lage temperatuur of met minder vermogen wordt verwarmd. Om toch comfortabel en warm te blijven wonen zal in de meeste gevallen iets aan de isolatie van de woning moeten worden gedaan. In de meeste subsidieverordeningen wordt isolatiemateriaal vergoed en wordt voorgeschreven wat de minimale isolatiewaarde van het materiaal moet zijn. Deze verordening stelt hierover geen eisen. Subsidiabel zijn de kosten van isolatiemaatregelen die bijdragen aan het bereiken van de doelstelling om de woning binnen de in de subsidieverlening genoemde termijn aardgasvrij te maken. Vermindering van de subsidiabele kosten met ISDE toestelsubsidie De gasloze warmtebron moet op de ISDE apparatenlijst staan. De te verkrijgen ISDE subsidie wordt bij de toepassing van deze verordening in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

Subsidiepercentage en subsidieberekening In afwijking van de vorige subsidieverordening wordt nu met 1 subsidiepercentage voor een aardgasvrije woning gewerkt. Het subsidiepercentage bedraagt 60%. De subsidie wordt als volgt berekend: Subsidie = 0.6 * (subsidiabele kosten – ISDE toestelsubsidie). Nb. de eerdere subsidiecategorieën “externe financiering” en de “outside the box oplossingen” zijn in de nieuwe verordening niet meer opgenomen. Van de mogelijkheid

om subsidie aan te vragen voor externe financiering was tot op heden geen gebruik gemaakt. De gemeente kijkt nog naar andere financieringsarrangementen. Van het experimenteerartikel is nauwelijks gebruik gemaakt omdat er bijna altijd voor beproefde bestaande technieken is gekozen.

De subsidie voor het aardgasarm maken van de woning De doelstelling van dit deel van de in 2022 aangepaste subsidieregeling is, dat de woning als tussenstap naar een aardgasvrije woning eerst aardgasarm wordt gemaakt. De ervaring in de proeftuin leert, dat behoorlijk wat kosten moeten worden gemaakt om oudere woningen aardgasvrij te maken. Om bewoners toch te stimuleren minder aardgas te gebruiken en hierdoor CO2 reductie te bereiken, is een tussenstap ingebouwd. Deze tussenstap is ook met het ministerie afgestemd en in de tweede en derde ronde van de proeftuin werden dit soort projecten ook toegestaan. In de regeling is wel opgenomen dat de subsidie voor het aardgasarm maken alleen geldt voor woningen waarvoor de vergunning vóór 15 december 1995 is aangevraagd. Vanaf die datum maakte een EPC berekening onderdeel uit van het Bouwbesluit en moesten woningen beter geïsoleerd worden. De eis dat aanvrager ook nog moest aantonen dat de investering in een aardgasvrije woning te hoog was is losgelaten. De aanvrager betrekt het kostenaspect zelf wel bij zijn afweging. De volgende maatregelen zijn subsidiabel: 1. Hybride warmtepomp (voorwaarde) Voor het aardgasarm maken van de woning is, om voor subsidie in aanmerking te komen, een hybride warmtepomp nodig. Uiteraard zouden andere bronnen kunnen worden toegepast om het gasverbruik te verminderen, maar deze zijn minder rendabel (bv.

elektrische kachels, doorstroomapparaten ed.) of leiden nog steeds tot CO2 uitstoot. Een hybride warmtepomp werkt samen met een cv installatie. Omdat in het kader van deze regeling geen nieuwe gasgestookte toestellen kunnen worden gesubsidieerd, is het subsidiebedrag vastgesteld op een vast bedrag voor een hybride toestel. Of dit een los toestel is of een in een verwarmingstoestel geïntegreerde voorziening maakt dan niet uit. De hybride warmtepomp moet wel zijn opgenomen op de ISDE apparatenlijst van RVO. 2. Wijzigingen in het warmteafgifte-systeem (optioneel) Net zoals bij de aardgasvrije regeling komen de kosten van wijzigingen in het warmteafgifte-systeem (bv. vloerverwarming of lage temperatuur radiators) maar ook het goed inregelen van een systeem voor subsidie in aanmerking.

3. Warmteterugwin-installatie (optioneel) Een warmteterugwin-installatie gebruikt warmte uit afvoerwater of -lucht om de woning of water te verwarmen. Een normale ventilatiebox kan vanwege een goede luchtkwaliteit gewenst zijn, maar verspilt warmte en wordt daarom niet gesubsidieerd. Alleen de kosten van systemen die warmte aan de te verversen lucht of het afvalwater onttrekken komen voor subsidie in aanmerking.

4. Zonnepanelen (optioneel) Omdat de subsidieregeling uitgaat van all electric oplossingen, is het ook logisch dat initiatiefnemers de mogelijkheden onderzoeken om de (extra) elektriciteit die zij gaan gebruiken zelf op te wekken. Hoewel “0 op de meter” niet het hoofddoel van de proeftuin is, wordt de aanschaf van zonnepanelen wel gesubsidieerd. Wel gold hiervoor sinds 2022 een maximaal bedrag. Om de Btw vrijstelling en de gezakte prijs van zonnepaneelinstallaties is het maximale bedrag aan subsidiabele kosten dat voor zonnepaneelinstallaties kan worden opgevoerd verlaagd van € 2.500,-- naar € 1.500,--. Dit bedrag is lager dan het bedrag dat geldt voor een aardgasvrije woning omdat in een aardgasarme woning ook nog steeds fossiele energie wordt gebruikt. Om dezelfde reden bevat de regeling voor aardgasarme woningen ook geen subsidiemogelijkheid voor een batterij.

5. Elektrische kookplaat (optioneel) Wanneer het gas wordt afgesloten zal ook op elektrisch moeten worden gekookt. In de subsidieregeling van 2022 was een maximumbedrag van € 1.000,-- voor de subsidiabele kosten opgenomen. Omdat de prijs van een gemiddelde kookplaat meevalt, is het maximumbedrag tot € 500,-- verlaagd.

6. De installatie van het bovenstaande (optioneel) Subsidiabel zijn ook de installatiekosten van bovenstaande installaties. Eigen uren kunnen niet als subsidiabele kosten worden opgevoerd.

7. Isolatie Het aardgasarm maken van de woning kan betekenen dat de woning op lage temperatuur of met minder vermogen wordt verwarmd. Om toch comfortabel en warm te blijven wonen is het ook verstandig iets aan de isolatie van de woning te doen. In de meeste subsidieverordeningen wordt isolatiemateriaal vergoed en wordt voorgeschreven wat de isolatiewaarde van het materiaal minstens moet zijn. Deze verordening stelt hierover geen eisen. Subsidiabel zijn de kosten van isolatiemaatregelen die bijdragen aan het bereiken van de doelstelling om de woning binnen de in de subsidieverlening genoemde termijn aardgasarm te maken. In de vorige verordening was het nog een voorwaarde dat in de subsidieaanvraag minstens € 1.000,-- aan subsidiabele kosten voor isolerende maatregelen werden opgevoerd. Deze voorwaarde is vervallen. Het is aan de woningeigenaar zelf om te onderzoeken welke maatregelen passend zijn, in welke volgorde hij de werkzaamheden uitvoert en voor welke subsidiabele kosten hij de subsidie aanvraagt. Hiermee wordt voorkomen dat iemand die de woning al gaandeweg en op eigen kosten heeft geïsoleerd niet meer voor subsidie in aanmerking zou komen. Vermindering van de subsidiabele kosten met ISDE toestelsubsidie Voor bepaalde toestellen kan op dit moment nog ISDE subsidie worden gekregen.

De te verkrijgen ISDE subsidie wordt bij de toepassing van deze verordening in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

Subsidiepercentage en subsidieberekening In afwijking van de vorige subsidieverordening wordt nu met 1 subsidiepercentage gewerkt. Het subsidiepercentage bedraagt 50%. De subsidie wordt als volgt berekend: Subsidie = 0.5 * (subsidiabele kosten – ISDE toestelsubsidie).

Het maximale subsidiebedrag en de subsidieplafonds voor het aardgasvrij en aardgasarm maken van de woning De maximale subsidie voor het aardgasvrij maken van de woning is in de verordening onveranderd gesteld op € 8.300,--. De maximale subsidie voor het aardgasarm maken van de woning is in de verordening onveranderd gesteld op € 4.000,-Wanneer het subsidiebudget toereikend is, kan voor een woning die met subsidie aardgasarm is gemaakt later alsnog een subsidie worden aangevraagd om de woning aardgasvrij te maken. Het totale subsidiebedrag voor de woning kan echter nooit meer dan € 8.300,-- zijn en subsidiabele kosten kunnen maar eenmalig worden opgevoerd. In de subsidieverordening is een duidelijke eindtermijn opgenomen. De maatregelen moeten vóór 1 januari 2029 zijn uitgevoerd en gereedmeldingen moeten voor die datum zijn ingediend. Voor de subsidie geldt het principe van op=op. Aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst. Een deel van de PAW gelden is niet in het subsidieplafond opgenomen. Dit bedrag is nog in portefeuille gehouden in verband met het vraagstuk van externe financiering. De gemeente onderzoekt of dit geld via een lening van het Warmtefonds met een aanvullende rentekorting kan worden ingezet.

De vaststelling van de subsidie en de uitkering aardgasvrij Wanneer de werkzaamheden zijn uitgevoerd en de woning van het aardgas is afgesloten kan de gereedmelding worden ingediend en wordt de subsidie definitief vastgesteld en uitgekeerd. Eventueel betaalde voorschotten worden op deze uitkering in mindering gebracht. Subsidie wordt dus alleen maar uitgekeerd wanneer de woning (duurzaam) van het aardgasnet is afgesloten. In theorie zou het dus mogelijk kunnen zijn dat een aantal subsidiabele maatregelen in voorbereiding op het aardgasvrij maken van de woning zijn getroffen (bv. de woning is beter geïsoleerd) maar dat de woning uiteindelijk niet aardgasvrij is gemaakt. Op dat moment wordt niet voldaan aan de reikwijdte van de verordening en wordt geen subsidie uitgekeerd. Dit staat heel duidelijk in de verordening en dit wordt ook bij het indienen van de aanvraag duidelijk gecommuniceerd. Tegen besluiten die in het kader van de subsidieverordening worden genomen kan op de gebruikelijke wijze bezwaar worden gemaakt. Aardgasarm Wanneer de werkzaamheden om de woning aardgasarm te maken zijn uitgevoerd kan hiervoor een gereedmelding worden ingediend. Op dat moment is de woning nog niet van

het aardgas afgesloten maar dient wel te worden aangetoond dat de woning van een hybride warmtepomp is voorzien en dat dit een duurzaam onderdeel is van het verwarmingssysteem dat ook in stand moet worden gehouden. Hierna kan de subsidie worden vastgesteld en onder aftrek van eventueel uitgekeerde voorschotten worden uitbetaald. Met het inbouwen van deze tussenstap wordt getracht om alle woningeigenaren te faciliteren en te stimuleren om de CO2 uitstoot te reduceren. Tegen besluiten die in het kader van de subsidieverordening worden genomen kan op de gebruikelijke wijze bezwaar worden gemaakt.

III

Artikelgewijze toelichting

Artikel 1: Begripsbepalingen In dit artikel staan begrippen die in de verordening worden toegepast en die om een nadere verklaring vragen.

Artikel 2: Reikwijdte Met dit artikel wordt de reikwijdte van de verordening gegeven. De verordening geldt alleen voor woningen in het dorp Garyp (gebied vallende onder postcode 9263). Subsidie kan alleen worden aangevraagd wanneer binnen de in de subsidieverordening genoemde voorwaarden de woning aardgasvrij of aardgasarm wordt gemaakt.

Artikel 3: Subsidieplafond en verdelingsregime In dit artikel staat het subsidieplafond en de looptijd van de verordening. Er geldt op=op en de regeling loopt tot 1 januari 2029. Is het subsidieplafond eerder bereikt dan wordt dit meegedeeld. Alleen aanvragen die volledig zijn worden in behandeling genomen en aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst.

Artikel 4: Subsidiabele kosten De subsidiabele kosten zijn genoemd in bijlage 1.1 voor het aardgasvrij maken van de woning en bijlage 1.2 voor het aardgasarm maken van de woning.

Artikel 5: Bevoegdheid college In de verordening wordt een aantal andere bevoegdheden aan het college toegekend. Dit is gedaan om de regelgeving (op uitvoerend niveau) sneller te kunnen aanpassen.

Artikel 6: Wijze van indiening In overleg met de EKG, dorpsbelang en het dorp is besloten om voor de uitvoering van het project duidelijk zichtbaar te zijn in het dorp. Het informatieloket is in It Enerzjyhûs aan de Greate Buorren 13b in Garyp gevestigd. Het is belangrijk om de aanvrager goed

te begeleiden. Daarom is voor een fysiek loket gekozen waar de aanvrager kan komen met vragen en hulp kan krijgen bij het indienen van de aanvraag en de gereedmelding. Op deze wijze kan de aanvrager worden ontzorgd en kunnen ook incomplete of niet te honoreren aanvragen worden voorkomen. Het aanvraagformulier wordt met de projectleider of diens plaatsvervanger ingevuld.

Artikel 7: In te dienen bescheiden Voordat een aanvraag kan worden ingediend moet er een Woningscan zijn uitgevoerd. De Woningscan bevat immers de noodzakelijke informatie voor het treffen van maatregelen om de woning aardgasvrij of aardgasarm te maken. De Woningscan wordt in het kader van dit project gratis aangeboden. Verder worden in dit artikel de onderdelen genoemd die in ieder geval bij de aanvraag moeten worden ingeleverd. Is de eigenaar volgens de “basisadministratie personen” nog niet op het adres ingeschreven dan is het voldoende om de koopovereenkomst van de woning te tonen. Wanneer er sprake is van verhuur, dan is het de eigenaar die de aanvraag indient. In de verordening staat wel dat hij hierover met de huurder in overleg moet treden in verband met de uitvoerbaarheid van de plannen en de consequenties hiervan.

Artikel 8: Afhandeling van ontvangst van de aanvraag Is de aanvraag ingediend, dan ontvangt de indiener hiervan een schriftelijk bewijs. Is de aanvraag toch niet compleet dan moet de gelegenheid worden geboden om de aanvraag aan te vullen. In dat geval is de datum van ontvangst van de aanvraag de datum dat de gevraagde informatie is ontvangen. Wordt een aanvraag niet tijdig aangevuld, dan wordt de aanvraag niet behandeld. Tegen dit besluit kan bezwaar worden gemaakt. Aanvragen worden afgehandeld in volgorde van datum van ontvangst. Dit wordt relevant wanneer subsidiebudgetten uitgeput raken.

Artikel 9: Beslistermijn Het college beslist binnen vier weken na ontvangst op een compleet ingediende aanvraag. Deze termijn is bewust zo kort mogelijk gehouden waardoor de aanvrager snel weet of subsidie kan worden verkregen en hij snel aan de slag kan.

Artikel 10: Weigeringsgronden Naast de in de Algemene wet bestuursrecht genoemde weigeringsgronden, kan de subsidie ook worden geweigerd wanneer het subsidieplafond is bereikt of niet aan de andere voorwaarden en bepalingen uit de verordening en de bijlagen kan worden voldaan. Is voor de werkzaamheden ook een omgevingsvergunning nodig (bv. voor de activiteit “bouwen” of “veranderen van een monument”) dan moet die vergunning van tevoren worden aangevraagd. Kan die vergunning niet worden verleend, dan levert dit een weigeringsgrond op voor de subsidie. Het is immers niet zinvol een maatregel te subsidiëren die op grond van andere regelgeving niet kan worden uitgevoerd.

Is de aanvraag ingediend voor maatregelen die al zijn uitgevoerd voordat de Woningscan in het kader van het project is uitgevoerd, dan zal ook hierom de aanvraag worden geweigerd. Al uitgevoerde werkzaamheden worden niet gesubsidieerd. De subsidie is bedoeld ter stimulatie van toekomstige activiteiten. Dit vereist een peildatum. Aanvragen die niet door de eigenaar of mede-eigenaar van de woning worden ingediend zullen worden geweigerd. Hoewel dit ook al uit de reikwijdte van de verordening blijkt, is in artikel 10 nogmaals opgenomen dat ook aanvragen voor woningen die niet in Garyp zijn gelegen zullen worden geweigerd. Per 1 januari 2022 is het ook mogelijk om een woning aardgasarm te maken. De mogelijkheid wordt alleen geboden voor woningen die op basis van een voor 15-12-1995 aangevraagde vergunning zijn gebouwd. Voor nieuwere woningen geldt deze mogelijkheid niet omdat die woningen relatief eenvoudig aardgasvrij zijn te maken.

Artikel 11: Subsidiebedrag Voor het aardgasvrij maken van de woning kan een maximale subsidie van € 8.300,-per woning worden toegekend. Voor het aardgasarm maken van de woning bedraagt de maximale subsidie € 4.000,--. De subsidiebedragen zijn ten opzichte van de vorige subsidieverordening niet gewijzigd. Wel is de extra subsidie voor outside the box maatregelen niet meer opgenomen. De mogelijkheid om met subsidie eerst aardgasarm te maken en hierna subsidie aan te vragen om de woning aardgasvrij te maken blijft bestaan. Gelet op de einddatum van de verordening (1 januari 2029 is de datum gereedmelding en subsidievaststelling) is het de vraag of van deze mogelijkheid vaak gebruik zal worden gemaakt.

Artikel 12: Zelfwerkzaamheid Worden de maatregelen in eigen beheer in de woning aangebracht dan wordt de subsidie berekend over de materiaalkosten. Wel wordt opgemerkt dat met de Gasketelwet en andere installatieregels en -normen een deel van de werkzaamheden verplicht moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerde installateur.

Artikel 13: Utiliteitsbouw Wanneer het aardgasvrij of aardgasarm maken van utiliteitsbouw een positieve bijdrage levert aan de proeftuin, kan besloten worden het subsidiebedrag hiervoor beschikbaar te stellen.

Artikel 14: Woningcorporatie De in dit gebied actieve corporatie is met toepassing van dit artikel bezig met de verduurzaming van een vijftigtal sociale huurwoningen waarbij is afgesproken dat deze woningen ook aardgasarm worden gemaakt. Zodra dit project gereed is gemeld zal een bijdrage voor het aardgasarm maken van de woningen worden verleend.

Artikel 15: Termijn voor de uitvoering Mee in het kader van de evaluatie is een duidelijke eindtermijn gesteld. Deze eindtermijn is niet langer gekoppeld aan de indieningsdatum van de aanvraag maar er geldt nu een einddatum: de gereedmelding en het verzoek om de subsidie vast te stellen moet vóór 1 januari 2029 zijn ingediend. Hiermee wordt voorkomen dat de uitvoering van de regeling nog lange tijd doorloopt.

Artikel 16: Inhoud van de beschikking tot subsidieverlening De beschikking tot subsidieverlening (de reservering van de subsidiegelden) bevat de essentiële onderdelen: subsidiebedrag, termijn, wijze van gereed melden en andere voorschriften en verplichtingen.

Artikel 17: Bevoorschotting Omdat het aardgasvrij en aardgasarm maken van de woning een behoorlijke investering kan betekenen en de subsidie pas wordt vastgesteld wanneer alle maatregelen zijn getroffen en de woning aardgasvrij of aardgasarm is gemaakt, bevat de verordening de mogelijkheid om het subsidiebedrag bij voorschot uit te keren. Een verzoek om een voorschot dient gemotiveerd te worden. Dit betekent dat bewijsstukken bij het verzoek moeten worden ingediend dat bepaalde investeringen zijn gedaan of dat aanvrager op basis van offertes en een aannemingsovereenkomst op het punt staat de investeringen te doen. Wanneer bij vaststelling van de subsidie of na afloop van de subsidieverordening blijkt dat de woning niet binnen de gestelde termijn aardgasvrij is gemaakt, dan wordt het voorschot teruggevorderd.

Artikel 18: Verantwoording over getroffen maatregelen De subsidie-ontvanger kan na subsidieverlening aan de slag met het aardgasvrij of aardgasarm maken van de woning. Hij dient daarbij zijn aanvraag te volgen. Voor 1 januari 2029 dienen de werkzaamheden te zijn uitgevoerd en dient de subsidieontvanger de gereedmelding in zodat de subsidie kan worden vastgesteld.

Artikel 19: Vaststelling Om de subsidie vast te kunnen stellen dient gebruik te worden gemaakt van het hiervoor vastgestelde gereedmeldingsformulier. Ook hier geldt weer dat gekozen wordt voor het persoonlijk contact en het formulier wordt samen met de projectbegeleiding in It Enerzjyhûs ingevuld. Het gereedmeldingsformulier wordt vergezeld van de bewijsstukken waaruit blijkt dat de maatregelen inderdaad zijn getroffen en het bewijs wordt geleverd dat de woning afhankelijk van de ingediende aanvraag aardgasvrij of aardgasarm is gemaakt en zal blijven. Het artikel biedt de mogelijkheid dat de gemeente de woning kan inspecteren.

Artikel 20: Lagere vaststelling Wanneer niet alle maatregelen zijn uitgevoerd, kan de subsidie lager worden vastgesteld. Dit kan ook gebeuren wanneer de subsidie-ontvanger niet aan alle verplichtingen of voorwaarden van de beschikking en deze verordening heeft voldaan. Heeft de subsidieontvanger zich niet aan essentiële voorwaarden van de verordening (waaronder de in artikel 10 genoemde weigeringsgronden) gehouden dan wordt de subsidie alsnog op nihil gesteld. Een subsidie-ontvanger moet zich houden aan zijn aanvraag die hij voor de subsidie heeft ingediend en waarop is beschikt. Mocht bij uitvoering van het project blijken dat het beter is om andere maatregelen toe te passen, dan kan dit met de projectbegeleiding en mogelijk ook met de aangewezen adviseurs worden besproken. Dit kan leiden tot een nieuwe aanvraag of (wanneer het om ondergeschikte wijzigingen gaat) een aangepaste beschikking. Blijkt pas bij gereedmelding dat de subsidie-ontvanger zich niet heeft gehouden aan zijn aanvraag/de beschikking dan heeft dit gevolgen voor de subsidievaststelling. De ervaring heeft geleerd dat dit – ook vanwege de toegankelijkheid en de laagdrempeligheid van het loket – nog niet is voorgekomen.

Zijn er wel maatregelen uitgevoerd maar is de woning, afhankelijk van de ingediende aanvraag, niet binnen de in de verordening opgenomen eindtermijn aardgasvrij of aardgasarm gemaakt, dan vervalt het recht op de subsidie en wordt de subsidie op nihil vastgesteld. Dit is een ingrijpende consequentie. Daarom staat dit op diverse plaatsen in de verordening en staat het ook duidelijk in de beschikking.

Artikel 21: Uitbetaling Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken vastgesteld en uitgekeerd op het door de subsidie-ontvanger opgegeven rekeningnummer. Is er een voorschot uitgekeerd, dan wordt dit bedrag uiteraard op het vastgestelde subsidiebedrag in mindering gebracht.

Artikel 22: Terugvordering Blijkt uit de subsidievaststelling dat er teveel aan voorschot is ontvangen dan zal dit onverwijld terug moeten worden betaald tenzij op een andere wijze kan worden verrekend. Is een voorschot uitgekeerd maar is de gesubsidieerde activiteit niet vóór 1 januari 2029 gereed gemeld, dan moet het voorschot ook worden terugbetaald. Wordt de terugbetaling niet uit eigen beweging gedaan en moet worden teruggevorderd, dan kan de terugvordering tot extra kosten leiden die op de subsidie-ontvanger worden verhaald.

Artikel 23: Eigendomsoverdracht Indien de woning wordt verkocht terwijl er subsidie is verleend zijn er een aantal scenario’s denkbaar. De oude en de nieuwe eigenaar kunnen gezamenlijk vragen om de tenaamstelling van de beschikking te wijzigen waarbij alle verplichtingen en rechten uit de beschikking op de nieuwe eigenaar overgaan. Van deze mogelijkheid zal met name gebruik worden gemaakt wanneer de oude eigenaar al een begin met het aardgasvrij of

aardgasarm maken van de woning heeft gemaakt en de nieuwe eigenaar dit wil voltooien. Is er sprake van nog niet aan maatregelen bestede voorschotten, dan wordt dit voorschot door de oude eigenaar aan de gemeente terugbetaald. Een andere mogelijkheid is, dat de maatregelen nog niet zijn toegepast en de “oude eigenaar” afstand doet van de subsidie en eventuele voorschotten terugbetaald. De nieuwe eigenaar kan – wanneer hij de woning aardgasvrij of aardgasarm wil maken een aanvraag indienen. Dit wordt dan als de eerste aanvraag gezien en wordt aan de subsidieverordening voldaan, dan zal die nieuwe aanvraag gehonoreerd kunnen worden. Het is ook mogelijk dat de oude eigenaar en de nieuwe eigenaar bij aankoop van de woning afspraken maken over het aardgasvrij of aardgasarm maken van de woning en dat de oude eigenaar zich op wat voor wijze ook verplicht dit te doen, de gereedmelding indient en het recht op de subsidie behoudt. Partijen zullen dit wel met bewijzen/overeenkomsten inzichtelijk moeten maken.

Artikel 24: Nadere regels Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om voor de uitvoering van de verordening nadere regels vast te stellen. De hoofdlijn van de verordening is door de raad vastgesteld. Het kan echter zijn dat bij uitvoering van deze verordening blijkt dat het noodzakelijk is om nadere regels vast te stellen. Om vertraging te voorkomen en om de flexibiliteit te behouden, wordt deze bevoegdheid bij het college neergelegd.

Artikel 25: Hardheidsclausule De subsidieverordening bevat een zogenaamde hardheidsclausule die alleen in bijzondere omstandigheden kan worden toegepast. In de verordening worden dit “onbillijkheden van overwegende aard” genoemd. In artikel 25 is uitgezonderd dat de hardheidsclausule wordt toegepast voor de elementaire artikelen van deze verordening.

Artikel 26: In werking treding en looptijd De verordening treedt met terugwerkende kracht op 1 januari 2025 in werking. Dit wordt verantwoord geacht omdat op basis van de evaluatie al een aantal versoepelingen “op de plank” lagen en de subsidiebedragen zelf niet worden aangepast. Zou gewacht worden op de publicatiedatum van de verordening, dan zou dit tot een vertraging van de proeftuin kunnen leiden. Het vooruitzicht op de (versoepelde) financiële prikkel zou dan tot een bevriezing in bestedingen kunnen leiden. Door de verordening met terugwerkende kracht in werking te laten treden kan dit worden voorkomen. De verordening vervalt met ingang van 1 januari 2029 of -wanneer dit eerder is- op de dag dat het subsidieplafond van € 2.200.000,-- is bereikt. Dit laatste is nodig zodat de aanspraak op subsidie nooit meer kan zijn dan het budget dat uiteindelijk voor de subsidie beschikbaar is.

Artikel 28: Citeertitel De officiële naam van deze verordening is “Deelverordening subsidie aardgasvrij Garyp 2025”.

De bijlage 1.1 en 1.2 De subsidieverordening is voorzien van een bijlage 1.1 en 1.2 op basis waarvan de subsidiabele kosten worden vastgesteld en waarin het subsidiepercentage en een eventueel maximaal subsidiebedrag is genoemd. Bijlage 1.1 geldt voor het aardgasvrij maken van de woning. Bijlage 1.2 geldt voor het aardgasarm maken van de woning. In het algemene deel van de toelichting zijn deze bijlagen uitvoerig toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=b7d53874-c067-414a-a824-d985277781bb