CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

14 - Bijlage 1 - Opiniërend beleidsplan Participatiewet 'Iedereen doet mee'

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 16 september 2021, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Beleidsplan Participatiewet (opiniërend)4.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

IEDEREEN DOET MEE OPINIËREND RAADSSTUK VOOR DE TOTSTANDKOMING VAN HET BELEIDSPLAN PARTICIPATIEWET 2022 E.V.

1

INHOUD Inleiding ...................................................................................................................................................................3 Waarom (nu) een beleidsplan Participatiewet?..................................................................................................3 Welke rol heeft de gemeente(raad)? ..................................................................................................................4 Leeswijzer............................................................................................................................................................4 1.

Hoe gaat het nu met de uitvoering van de Participatiewet? ..........................................................................5 1.1 Aanbevelingen uit de evaluatie .....................................................................................................................6 1.2 Relevante ontwikkelingen na de evaluatie....................................................................................................7

2.

Welke uitgangspunten hanteren wij voor het nieuwe beleid?.......................................................................8

3.

Wat willen wij bereiken?...............................................................................................................................10 3.1 Wij voorkomen instroom door vroegtijdige inzet op arbeidstoeleiding .....................................................10 3.2 Wij maximaliseren de arbeidsparticipatie van inwoners met een uitkering en/of indicatie ......................10 3.3 Wij intensiveren de maatschappelijke participatie van onze inwoners in de sociale basis ........................11

4.

Wat zijn de consequenties van de uitgangspunten, ambities en doelen voor de verschillende partijen?...12 4.1 Rol van inwoners .........................................................................................................................................12 4.2 Rol van onderwijs ........................................................................................................................................12 4.3 Rol van de werkgevers.................................................................................................................................12 4.4 Rol van (andere partijen in) de sociale basis ...............................................................................................13 4.5 Rol van de gemeente...................................................................................................................................13 Tot slot...............................................................................................................................................................13

Bijlage I Checklist aanbevelingen evaluatie ...........................................................................................................14

2

INLEIDING “IEDEREEN DOET MEE”: VAT SAMEN WAT WIJ WILLEN BEREIKEN VOOR IEDERE INWONER VAN ONZE GEMEENTE ÉN HET STAAT SYMBOOL VOOR DE MANIER WAAROP WIJ DIT WILLEN BEREIKEN. NAMELIJK MÉT ALLE INWONERS EN ORGANISATIES, DIE ACTIEF ZIJN OP HET GEBIED VAN ARBEIDSPARTICIPATIE EN DE SOCIALE BASIS IN ONZE DORPEN. SAMEN GEVEN WIJ INVULLING AAN SOCIALE INCLUSIE: IEDERE INWONER HOORT ERBIJ EN PARTICIPEERT NAAR VERMOGEN.

Sinds 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze wet vervangt voor een groot deel de destijds geldende Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Mensen die voorheen instroomden in de WWB noemen we de klassieke doelgroep. Jonggehandicapten met arbeidsvermogen die voorheen instroomden in de Wajong en personen die voorheen instroomden in de Wsw noemen we de nieuwe doelgroep. De Wajong bestaat enkel nog voor inwoners zonder arbeidsperspectief. In de Participatiewet staat omschreven welke rechten en plichten inwoners en gemeenten hebben op het gebied van inkomen en arbeidstoeleiding.

“Wij zijn trots op ons werk. Elke dag mogen wij mensen helpen het beste uit zichzelf te halen, het leven beter te maken en de stap naar welbevinden en bijstandsafhankelijkheid in te zetten.” Sociaal werkers, evaluatie uitvoering Participatiewet 2015-2020

Het idee achter de stelselwijziging was dat er één regeling kwam voor alle inwoners met arbeidsperspectief met én zonder een arbeidsbeperking. Hiermee werd de versplintering van wetgeving opgeheven, het aantal partijen rondom bemiddeling van de doelgroep beperkt én zouden besparingen gerealiseerd gaan worden. Voorafgaand aan de invoering van de wet liepen de directe kosten van de gesubsidieerde arbeid binnen de Wsw immers op en nam de instroom in de Wajong sterk toe. De besparingen zouden worden behaald door meer banen binnen het bedrijfsleven te realiseren. De afspraak is dat werkgevers extra banen creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. In totaal gaat het om 125.000 extra banen, 100.000 extra banen in de marktsector en 25.000 banen bij overheidswerkgevers. Daarnaast was een reden van de stelselwijziging dat gemeenten meer in staat werden gesteld om voor de extra doelgroepen de verbinding te leggen met de uitvoering van de schulddienstverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. De komst van integrale gebiedsteams hangt hiermee samen. Tenslotte was het idee om in het sociaal domein de zelfredzaamheid van de individuele burger en de samenredzaamheid van de gemeenschap meer aan te spreken. In een rapport uit 2019 van het SCP is onlangs geconcludeerd dat deze zelfredzaamheid van de individuele burger zijn grenzen kent.

De conclusie van het SCP was dat landelijk zeker 60% van de mensen in de Participatiewet aangeeft niet op korte termijn in staat te zijn om te werken, in Tytsjerksteradiel was dat naar schatting bij de evaluatie eind 2020 80%. Omdat de instroom van de nieuwe gemeentelijke doelgroep met een arbeidsbeperking blijft, is het goed om ons te realiseren dat het grootste deel van de doelgroep met een uitkering ondersteuning nodig heeft bij arbeidsinschakeling of een andere vorm van activering. WAAROM (NU) EEN BELEIDSPLAN PARTICIPATIEWET?

Het is wenselijk dat wij ons uitspreken over de ambities en doelen bij de uitvoering van de Participatiewet. Dit geeft richting bij de uitvoering van deze wet. De uitvoering is bij het college van burgemeester en wethouders belegd. De verordeningen (door gemeenteraad vastgesteld), beleidsregels en de dagelijkse uitvoering van werkzaamheden door medewerkers in de uitvoering van de Wet worden in lijn met het beleidsplan opgesteld en uitgevoerd. Het beleidsplan is richtinggevend maar bevat geen uitgewerkt geheel aan activiteiten. Het oorspronkelijke beleidsplan waarin doelen en ambities stonden opgenomen, is de Contourennotitie Participatiewet uit 2015. In 2019 is met vaststelling van het beleidskader sociaal 3

domein voortgebouwd op dit beleid waarbij wel budget is geschrapt voor trajecten en enkele projecten. Er werd voor gekozen om met name de nieuwe doelgroep intensief te ondersteunen en de inzet op voorzieningen en begeleiding van de klassieke doelgroep te beperken tot de wettelijke taak. In december 2020 is er een evaluatie gedaan naar de uitvoering van de Participatiewet en is besloten door de gemeenteraad om eind 2021 nieuw beleid te formuleren en de aanbevelingen uit de evaluatie hierin mee te nemen. Het nieuwe beleidsplan wordt in november ter besluitvorming aan de gemeenteraad aangeboden. In dit raadsstuk staan de grote lijnen opgenomen ter opiniërende behandeling. Het college zal dit stuk ook ter advisering aan de cliëntenraad voorleggen. WELKE ROL HEEFT DE GEMEENTE(RAAD)?

De gemeenteraad heeft de plicht om de kaders te stellen waarbinnen het college de Participatiewet uitvoert. Ze doet dit door het vaststellen van een beleidsplan en in het geval van de Participatiewet ook een verordening. Daarnaast is de gemeenteraad verantwoordelijk om via de begroting budgetten beschikbaar te stellen voor de Participatiewet. Met deze budgetten kan het college de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en/of activering voor benoemde doelgroepen uitvoeren. Voor het verstrekken van de bijstandsuitkeringen ontvangt de gemeente een geoormerkt budget, over- en onderschrijding is in beginsel voor eigen rekening. Voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en activering ontvangen gemeenten een integratieuitkering die niet geoormerkt is en waarover wij geen verantwoording hoeven af te leggen aan het Rijk. Er is dus relatief veel vrijheid om naar eigen inzicht en ambitieniveau de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en/of activering vorm te geven. Een beleidsplan kan hierin richting geven. Dát we ondersteuning moeten bieden bij arbeidsinschakeling staat vast voor in de wet benoemde doelgroepen. Dit betreffen de doelgroepen: 1. Inwoners met een indicatie banenafspraak, voorheen Wsw/Wajong (nieuwe doelgroep) 2. Inwoners met een uitkering zonder indicatie (klassieke doelgroep) 3.

Niet-uitkeringsgerechtigden die zich inschrijven als werkzoekende en geen indicatie hebben, die zich wenden tot de gemeente voor hulp bij arbeidsinschakeling Hoever we willen gaan in het bieden van deze ondersteuning is afhankelijk van de visie en het daarbij behorende ambitieniveau van de gemeente(raad). De budgetten dienen vervolgens in lijn te zijn met de ambities en doelen, uitvoering is aan het college. Bij het vaststellen van de budgetten door de gemeenteraad is de omvang van de doelgroep een factor, die periodiek zal moeten worden afgewogen wanneer er besluitvorming door de gemeenteraad plaatsvindt over de budgetten. LEESWIJZER

De notitie begint met beschrijving van de huidige situatie waarin wordt teruggegrepen naar de evaluatie. Hierin hebben wij ook aandacht voor ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht na de evaluatie. Vervolgens beschrijven wij de uitgangspunten voor nieuw beleid. Deels komen deze voort uit eerdere besluiten die de gemeenteraad heeft genomen. Daarna beschrijven we de ambities en doelen voor de komende 4 jaar, met voorbeelden van inspanningen om dit te illustreren. Tot slot vatten we kort samen wat dit betekent onder het hoofdstuk ‘consequenties van voorgenomen uitgangspunten/doelen’. In de bijlage verantwoorden wij waar de verschillende aanbevelingspunten uit de evaluatie zijn verwerkt of nog verwerkt gaan worden.

4

1.

HOE GAAT HET NU MET DE UITVOERING VAN DE PARTICIPATIEWET?

De gemeenteraad van Tytsjerksteradiel heeft de evaluatie naar de uitvoering van de Participatiewet op 10 december 2020 besluitvormend behandeld. Voor de totstandkoming van het nieuwe beleid heeft de raad besloten om de aanbevelingen uit de evaluatie mee te nemen. Wij herhalen hier daarom enkel de hoofdconclusie en de aanbevelingen. Relevante cijfers en nadere informatie over de huidige situatie zijn in de evaluatie geanalyseerd en hebben tot deze hoofdconclusie en aanbevelingen geleid. De hoofdconclusie was als volgt: “Onze gemeente heeft de afgelopen 5 jaar sterk ingezet op de nieuwe doelgroep. Bij de nieuwe doelgroep gaat het vooral om jongeren uit het Voorgezet speciaal onderwijs (Vso) en Praktijkonderwijs (Pro). Deze jongeren vallen onder de Banenafspraak (BAB). Voor 2015 stroomde deze groep in, in de Wsw en Wajong. Onze inzet heeft zich uitbetaald. Afgezet tegen de landelijke cijfers is een groot deel van deze doelgroep aan het werk met loonkostensubsidie. Bij de klassieke doelgroep gaat het om personen die voorheen onder de Wet werk en bijstand vielen. Voor een groot deel van de klassieke doelgroep is betaalde arbeid (nog) niet haalbaar. Voor deze groep zetten wij in op sociale activering als eerste stap richting werk. Het andere deel van de klassieke doelgroep heeft een korte afstand tot de arbeidsmarkt.

We hebbende afgelopen jaren formatief en budgettair minder ingezet op de klassieke doelgroep en dat vertaalt zich vanaf 2019 in een afname van uitstroom naar (deeltijd)werk. De uitkomst van deze evaluatie vormt het vertrekpunt voor nieuw op te stellen beleid. Hierbij moeten wij onder andere aandacht besteden aan specifieke doelgroepen (jongeren, nuggers en inburgeraars) en het definiëren van resultaten.” Op de volgende pagina vindt u de aanbevelingen. In de bijlage wordt per punt aangegeven hoe wordt omgegaan met de betreffende aanbeveling.

5

1.1 AANBEVELINGEN UIT DE EVALUATIE

1. Huidig beleid In het nieuwe beleid meer aandacht schenken aan de verbinding met de ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein en het inspelen op plannen en ontwikkelingen van instellingen en organisaties in de mienskip. Denkrichtingen: ▪ Een nieuwe visie formuleren die samenhangt met het moderniseren van het voorliggend veld met aandacht voor ontwikkelingen in de mienskip. ▪ De verbinding leggen met onze visie op de uitvoering van de Wsw. ▪ De verbinding leggen met Inburgering, delen van de Wmo (gebruik maatwerkvoorzieningen Wmo en Social Return toepassen bij inkoop Wmo). ▪ De verbinding leggen met het onderwijs (bijv. Arbeidsmarkt Fryslân en Regiodeal). 2. Klassieke doelgroep (voorheen bijstand vanuit Wwb) Heroverweging huidige budgettaire en formatieve inzet voor deze groep. Streven naar meer balans tussen de klassieke doelgroep en de nieuwe doelgroep. 3. Nieuwe doelgroep (Vso/Pro Banenafspraak en Beschut Werk ) ▪ De huidige werkwijze voor deze groep voortzetten om langdurige bijstandsafhankelijkheid te voorkomen. ▪ Beoordelen of het hanteren van een wachtlijst Beschut Werk wenselijk is (sociaal/financiële afweging). 4. Niet-uitkeringsgerechtigden (Nuggers) Beleid opstellen over de mate en vorm van (arbeids)ondersteuning die wij bieden aan nietuitkeringsgerechtigden. Dit met het oog op sturing van de inzet van het Participatiebudget. 5.

Inburgeraars Beleid voor de (arbeids)ondersteuning van inburgeraars verwerken in nieuw Inburgeringsbeleid. 6. Werkgeversdienstverlening In relatie tot het bedienen van de klassieke doelgroep, de huidige formatieve inzet heroverwegen en/of kijken of we werkzaamheden anders kunnen organiseren. 7. Financiën Kijken of we de komende jaren slim kunnen omgaan met de inzet van het Participatiebudget en hiervoor een methode kunnen ontwikkelen. Dat is een uitdaging. In verband met ombuigingen in de afgelopen jaren, wordt het steeds lastiger om binnen de budgettaire kaders te blijven. Zeker nu we te maken hebben met een groeiende nieuwe doelgroep, de plicht om inburgeraars vanaf 1 juli 2021 te ondersteunen en de gevolgen van corona. 8. Overig ▪ Bekijken of en hoe we het toenemende beroep op Wmo maatwerkvoorzieningen door de verschillende doelgroepen kunnen terugdringen. ▪ Definities van de klantgroepen aanscherpen. ▪ Het begrip resultaat definiëren en op basis van deze definitie onze gegevensset uitbreiden zodat we de resultaten kunnen monitoren.

6

1.2 RELEVANTE ONTWIKKELINGEN NA DE EVALUATIE

Bij de vaststelling van nieuw beleid is het relevant om kennis te nemen van enkele ontwikkelingen ná de evaluatie van de uitvoering van de Participatiewet in december 2020. Ten eerste heeft de gemeenteraad een motie (MV-13-2) aangenomen op 21 januari jl. met betrekking tot de uitvoering van de Participatiewet. Het college heeft de opdracht gekregen om alle mensen die onder de Participatiewet vallen de ondersteuning te geven waar ze recht op hebben, in het bijzonder de klassieke doelgroep. Deze motie is uitgewerkt in de Notitie uitvoering Participatiewet 2021 klassieke doelgroep die de raad op 22 april heeft ontvangen. Er zijn extra middelen beschikbaar gesteld om met name de klassieke doelgroep extra ondersteuning te bieden. Vooralsnog zijn deze middelen incidenteel beschikbaar gesteld en zijn toereikend om in het tweede halfjaar van 2021 de dienstverlening te intensiveren. Bij de uitwerking van de motie is ook de inschatting gemaakt dat de klassieke doelgroep zal toenemen als gevolg van corona. Om een concreter beeld te krijgen van de besteding van de middelen, is de gemeenteraad 7 juli jl. (kenmerk: Z2021-01420) geïnformeerd door middel van een raadsbrief en een bijgevoegd uitvoeringsplan.

In het uitvoeringsplan is benoemd dat wij bij wijze van experiment een andere geïntensiveerde aanpak realiseren voor de nieuwe doelgroep, resulterend in de activering van 80 mensen die op dat moment geen actieve begeleiding ontvingen. Een positieve verandering t.o.v. de situatie een halfjaar/jaar geleden, is dat de arbeidsmarktprognose zich steeds gunstiger ontwikkelt. Mede hierdoor is het aantal uitkeringen momenteel zelfs lager dan voor corona. Als wij kijken naar de prognoses die halverwege 2020 werden afgegeven (handreiking Berenschot, 1 juni 2020), die uiteenliepen van 17-27% groei van de bijstandsuitkeringen in 2021 en zelfs tot maximaal 50% groei in 2022, dan constateren wij dat de realiteit inmiddels veel positiever is. Het aantal uitkeringen was in juli 2021 562 in de gemeente Tytsjerksteradiel, 5% lager dan vóór corona in maart 2020, zelfs 11% lager t.o.v. januari 2018. Zoals ook in de inleiding benoemd, is het goed om te realiseren dat de groep die nog wel is aangewezen op een uitkering meer ondersteuning nodig heeft.

Ontwikkeling aantal uitkeringen in Tytsjerksteradiel over de periode januari 2018 – juli 2021

7

2.

WELKE UITGANGSPUNTEN HANTEREN WIJ VOOR HET NIEUWE BELEID?

Voordat wij de ambities en doelen die wij nastreven beschrijven, benoemen wij hieraan voorafgaand enkele uitgangspunten die wij in acht nemen voor het beleidsplan Participatiewet. Visie op de uitvoering van de wet  

Wij werken vanuit de vraag van de arbeidsmarkt en werkgevers bij het plaatsen van onze doelgroep. Wij houden vast aan de oorspronkelijke gedachte van de Participatiewet om banen bij reguliere werkgevers mogelijk te maken. Wij “creëren” geen nieuw betaald werk door activiteiten die nu onbetaald zijn te professionaliseren. Onderwijs gaat vóór een uitkering en arbeidstoeleiding. Wanneer een inwoner leerbaar en schoolbaar is, recht heeft op studiefinanciering en de arbeidspositie door middel van scholing verbeterd kan worden, dan is dit voorliggend aan het verstrekken van een bijstandsuitkering en het ondersteunen richting arbeid zonder scholing. Wij hebben een regiefunctie en treden op als partner richting andere partijen. Enerzijds op casusniveau, waarin een medewerker van het gebiedsteam kijkt naar alle aanwezige partijen die kunnen bijdragen aan de doelen van het individu; anderzijds op beleids- en bestuurlijk niveau, waarin we als partner optreden naar andere actoren om een gezamenlijke opgave te realiseren. Iedereen doet mee! Wij vragen inwoners die een beroep doen op een bijstandsuitkering een tegenprestatie naar vermogen te leveren. Dit is een onbetaalde, maatschappelijk nuttige activiteit of klus van tijdelijke aard en een beperkte omvang. Een tegenprestatie mag geen werk zijn dat normaal gesproken betaald zou worden gedaan.

Manier van werken met onze inwoners   

Wij werken vanuit vertrouwen met de inwoner aan arbeidsparticipatie of activering. Voorzieningen of een tegenprestatie worden niet ingezet vanuit wantrouwen. Wij kijken bij de inzet van voorzieningen i.h.k.v. de Participatiewet eerst naar voorliggende voorzieningen in de sociale basis voordat er “maatwerk” wordt verstrekt. Wij werken vanuit het gedachtegoed waarin het vermogen van de inwoner en een integrale blik op alle levensdomeinen centraal staan. Bij arbeidsinschakeling en activering hebben wij oog voor de andere levensdomeinen, waaronder bijvoorbeeld zingeving, financiën en maatschappelijke deelname door andere leden van het gezin. Wij passen de omgekeerde toets toe. Dit betekent dat wij - in plaats van de wettekst en regelgeving centraal te stellen - de bedoeling van de Participatiewet centraal stellen bij het bieden van ondersteuning. Wij beoordelen de zelfredzaamheid van niet-uitkeringsgerechtigden zonder arbeidsbeperking en bieden minimale inzet wanneer de inwoner zelf in staat wordt geacht om werk te vinden en al kan voorzien in zijn of haar inkomen.

8

Financieel 

De bestaande budgettaire kaders zijn leidend voor 2022 e.v.: 2022 2023 2024 Re-integratie voorzieningen Beurtskip

€ 297.000

€ 297.000

€ 297.000

€ 144.000

€ 144.000

NTB

Incidentele middelen a.g.v motie vreemd (MV13–2)

NTB*

* Bij de begrotingswijziging in december zal de raad worden verzocht om een deel hiervan mee te nemen naar 2022.

Organisatorisch  

Wij maken één beleidsplan voor Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel. Het nieuwe beleidsplan moet uitvoerbaar zijn voor de werkmaatschappij 8KTD. Wij werken ambities/doelen nader uit in prestatie-indicatoren in het beleidsplan, zodat wij beter kunnen monitoren of wij onze effecten bereiken, conform aangenomen motie (M-3-919) tijdens de behandeling van de kadernota. Wij beschouwen de intensivering van de ondersteuning bij arbeidsinschakeling als gevolg van de motie vreemd (MV-13-2) als experiment en evalueren in het begin van 2022. Bij de kadernota 2023-2026 kan een nieuwe afweging gemaakt worden m.b.t. de budgetten. Wij zetten de uitvoering van de “oude” Wsw en bijbehorende werkzaamheden ongewijzigd voort met Caparis, om hiermee rust en stabiliteit te garanderen bij deze doelgroep.

9

3.

WAT WILLEN WIJ BEREIKEN?

Wij willen maximale participatie realiseren onder alle doelgroepen van de Participatiewet. Onze inwoners hebben passend werk dan wel een zinvolle bezigheid. Met andere woorden: iedere inwoner doet mee. Daarnaast doet ook iedere partner (werkgevers/onderwijs/sociale basis) mee om deze missie te realiseren. Dit vertalen wij in drie ambities bij de uitvoering van de Participatiewet: (1) Wij voorkomen instroom door vroegtijdige inzet op arbeidstoeleiding; (2) Wij maximaliseren de arbeidsparticipatie van inwoners met een uitkering en/of indicatie Banenafspraak; (3) Wij intensiveren de maatschappelijke participatie van onze inwoners met een uitkering in de sociale basis. Onderstaand werken wij de doelen per ambitie uit en benoemen voorbeelden van de inspanningen die passen bij een doel. 3.1 WIJ VOORKOMEN INSTROOM DOOR VROEGTIJDIGE INZET OP ARBEIDSTOELEIDING

WAT WILLEN WIJ BEREIKEN?  Onze jonge inwoners maken een ononderbroken stap van onderwijs (praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) naar arbeid of, wanneer arbeid niet (direct) haalbaar is, een andere passende voorziening;  Geen enkele jonge inwoner verlaat zonder startkwalificatie het onderwijs en komt zonder arbeid of ondersteuning thuis te zitten;  Inburgeraars volgen gelijktijdig scholing en ontvangen ondersteuning bij arbeidstoeleiding. Dit wordt uitgewerkt in het beleid als gevolg van de nieuwe Wet inburgering. Denk bijvoorbeeld aan de volgende inspanningen:  Inzet van voorzieningen/middelen om een directe stap te maken van opleiding naar arbeid door aanwezigheid op scholen, inzet van re-integratie instrumenten voordat iemand uitstroomt, ongeacht recht op uitkering;  Participeren door gemeente in projecten met als doel om de uitstroom naar arbeid vanuit verschillende onderwijsvormen en onderwijsrichtingen te verhogen;  Direct met inwoners in gesprek over arbeidstoeleiding wanneer een aanvraag is ingediend of men overweegt een aanvraag in te gaan dienen voordat de aanvraag is afgehandeld;  In samenwerking met het UWV doorstroom naar bijstand voorkomen en vroegtijdig ondersteuning inschakelen. 3.2 WIJ MAXIMALISEREN DE ARBEIDSPARTICIPATIE VAN INWONERS MET EEN UITKERING EN/OF INDICATIE

WAT WILLEN WIJ BEREIKEN?  Arbeidsparticipatie voor alle inwoners wordt een gezamenlijke opgave voor gemeenten, onderwijs, werkgevers en andere betrokken organisaties;  Iedere inwoner met een indicatie voor een beschutte werkplek krijgt een arbeidsovereenkomst;  Inwoners met een uitkering en/of indicatie die tijdelijk geen arbeidsperspectief hebben, ontwikkelen vaardigheden en ontvangen steun om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. 10

Denk bijvoorbeeld aan de volgende inspanningen:  Initiatieven in de arbeidsmarktregio met werkgevers en onderwijs in sectoren met krapte, om inwoners uit onze doelgroepen op te leiden en onderdeel te maken van het arbeidsproces.  Door middel van social return creëren wij niet enkel kansen voor onze doelgroepen, maar anticiperen we samen met werkgevers op de tekorten op de arbeidsmarkt zoals in de zorg.  Wij organiseren beter zicht en monitoring op alle doelgroepen, zodat ook de klassieke doelgroep met (op termijn) arbeidsperspectief in zicht blijft en waar noodzakelijk een ondersteuning krijgt.  Als het aantal mensen met een indicatie voor Beschut Werk groter blijkt te zijn dan onze taakstelling, kiezen wij ervoor om deze inwoners alsnog proberen te plaatsen omdat we bij deze kwetsbare doelgroep geen wachtlijst willen hanteren. Mocht dit leiden tot financiële consequenties dan leggen wij dit voor aan de gemeenteraad. 3.3 WIJ INTENSIVEREN DE MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE VAN ONZE INWONERS IN DE SOCIALE BASIS

WAT WILLEN WE BEREIKEN?  Alle inwoners, dus ook mensen met een uitkering, indicatie en/of grote afstand tot de arbeidsmarkt, dragen bij aan de sociale basis in onze dorpen door maatschappelijk actief te zijn en/of gebruik te maken van de aanwezige collectieve voorzieningen;  We beperken zoveel als mogelijk de professionele 1 op 1 inzet om inwoners maatschappelijk te activeren; collectieve voorzieningen in dorpen zijn voorliggend.

“Wij zijn trots op ons werk. Elke dag mogen wij mensen helpen het beste uit zichzelf te halen, het leven beter te maken en de stap naar welbevinden en bijstandsafhankelijkheid in te zetten.” Sociaal werkers, evaluatie uitvoering Participatiewet 20152020

Denk bijvoorbeeld aan de volgende inspanningen:  Conform de uitwerking van de motie (MV-13-2) meer laagdrempelige ontmoeting in de wijk organiseren op vindplekken met onze sociaal werkers;  Activering van inwoners die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben in de sociale basis bij ontmoetingsplekken, maatjesprojecten e.d. Zowel voor het ontvangen als voor het bieden van ondersteuning;  Meer collectieve voorzieningen opzetten, ook vanuit de Wmo, waar inwoners terecht kunnen voor ontmoeting en ontwikkeling en de mogelijkheden hiertoe meenemen bij onze visie op inkoop Wmo/Participtiewet;  Partnerschap met aanwezige voorzieningen/organisaties in het dorp om activering mogelijk te maken en zelfredzaamheid te bevorderen;  Als benoemd bij de uitgangspunten en motie M-3-9-19, maken wij de maatschappelijke participatie meetbaar en concreet;  Het leveren van een tegenprestatie in de sociale basis wordt nader uitgewerkt in beleid (verordening/beleidsregels).

11

4.

WAT ZIJN DE CONSEQUENTIES VAN DE UITGANGSPUNTEN, AMBITIES EN DOELEN VOOR DE VERSCHILLENDE PARTIJEN?

In dit hoofdstuk vatten wij kort samen wat de consequenties zijn als wij de benoemde uitgangspunten, ambities en doelen zouden omarmen. Gezien wij met vele partners voor deze gezamenlijke opgave staan, hebben wij de consequenties per partner uitgesplitst, waarbij de inwoner zelf voorop staat. Aan de benoemde doelen wordt ook nu al dagelijks gewerkt en de omschreven inspanningen worden deels al uitgevoerd. Denk aan initiatieven als Beurtskip, werkgevers in de gemeente die maatschappelijk verantwoord ondernemen, werkgevers die zich bij ons melden om thuiszitters een leerwerkplek te bieden enz. De uitgangspunten en doelen richten zich op het uitbouwen en doorontwikkelen van dit soort initiatieven zodat wij de positieve trend in het aantal uitkeringen kunnen vasthouden. Zo kunnen ook inwoners die aangewezen blijven op een uitkering kunnen participeren naar vermogen.

4.1 ROL VAN INWONERS

Er is een eigen verantwoordelijkheid van de inwoner om te participeren, waarbij wij ons beseffen dat een groot deel van onze doelgroep met een uitkering of indicatie ondersteuning nodig heeft. De inwoner wordt optimaal gestimuleerd om een actieve bijdrage te leveren in de eigen buurt of het eigen dorp. Hiervoor is het nodig om vanuit mogelijkheden en ontwikkeling te denken en zelf, waar nodig met ondersteuning, oplossingen te vinden. Uiteraard blijft betaald werk naar vermogen voorop staan en moet de inwoner bereid zijn om dit te accepteren en de benodigde vaardigheden hiervoor op te doen. Voor het meenemen van het perspectief van inwoners is de Cliëntraad Werk en Inkomen betrokken bij het proces richting besluitvorming. 4.2 ROL VAN ONDERWIJS

Het onderwijs treedt proactief op als partner van de gemeente om alle leerlingen een goede overstap te laten maken; er zijn korte lijnen nodig voordat leerlingen uitstromen. Binnen het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs is dit bij de meeste scholen al een standaard werkwijze. Binnen het MBO zijn er verbeterkansen. We trekken hiervoor nauw op met onderwijsinstellingen en met het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC), de organisatie die voortijdig schoolverlaten tegengaat en kwetsbare overstappen vanuit onderwijs naar arbeidsmarkt volgt. Daarnaast vragen we het onderwijs te participeren in projecten waarin samen met ondernemers en gemeente ontwikkelplekken gecreëerd worden voor de werkzoekende doelgroep.

4.3 ROL VAN DE WERKGEVERS

Een groot deel van de werkgevers, waaronder ook de gemeente als werkgever zelf, voelt zich eigenaar voelen van de maatschappelijke verantwoordelijkheid om elke inwoner een geschikte werkplek te geven. Werkgevers vragen en ontvangen daarbij al passende ondersteuning van de gemeente. Betaald werk heeft daarbij de voorkeur, indien nodig met ondersteuning in de vorm van loonkostensubsidie of andere werkgeversinstrumenten. De krapte op de arbeidsmarkt creëert ook de 12

gezamenlijke urgentie om inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt in te passen in het arbeidsproces.

4.4 ROL VAN (ANDERE PARTIJEN IN) DE SOCIALE BASIS

Naast werkgevers en onderwijs zijn er allerlei partijen actief in de sociale basis van het dorp om ontmoeting, samenredzaamheid en ontplooiing mogelijk te maken. Denk aan informele ontmoetingsplekken, vrijwilligersorganisaties, het verenigingsleven e.d. Er liggen kansen om meer gebruik te maken van dit sociaal kapitaal als wij hier meer oog voor hebben en initiatieven ondersteunen. Hiervoor werken we bijvoorbeeld samen met Kearn, die hier een belangrijke rol in heeft. Daarnaast kunnen organisaties in de sociale basis, denk aan maatjesprojecten, ondersteuning geven op andere leefgebieden waardoor de stap richting arbeid kleiner wordt. 4.5 ROL VAN DE GEMEENTE

Rode draad door dit stuk is het partnerschap dat de gemeente nastreeft om samen bijstandsafhankelijkheid te voorkomen, arbeidsparticipatie te bevorderen en maatschappelijke activering mogelijk te maken. Dit betekent dat dit de grondhouding van de gemeente richting de benoemde partners moet zijn. Wij hebben een gezamenlijke opgave en een gedeeld belang om al onze inwoners een passende plek te bieden. Dit vraagt om een “erop af” mentaliteit en het waarderen en stimuleren van goede voorbeelden, zoals werkgevers die vanuit een maatschappelijke betrokkenheid doelgroepen een plek willen bieden. Richting de inwoners die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet zijn de kernbegrippen voor onze manier van werken en onze rol als volgt: -

Vertrouwen Vanuit de mogelijkheden kijken naar participatie Integraal, dus oog hebben voor de andere levensgebieden Maatwerk en werken vanuit de bedoeling van de Participatiewet.

Dit vraagt van ons om een benadering van de inwoner vanuit gelijkwaardigheid en de overtuiging dat iedereen een bijdrage kan leveren aan de sociale basis en een stap kan én wil zetten richting participeren. Tenslotte zullen wij beter inzichtelijk moeten maken welke resultaten wij nastreven en hoe onze interventies daaraan bijdragen. Dit vraagt om nadere definiëring, meetbare resultaten en goed registreren van onze ingezette interventies. TOT SLOT

Dit opiniërende stuk geeft de richting aan die het de gemeente wil volgen. Het is in eerste instantie aan de gemeenteraad om zich uit te spreken over de benoemde hoofdlijnen. Dit zal worden verwerkt in het uiteindelijke beleidsplan. Wel willen we ook de relaties met samenwerkingspartners bestendigen. We leggen dit stuk daarom voor aan onder andere de Cliëntraad Werk en Inkomen, Kearn, onderwijs en het RMC, werkgevers en aanbieders van re-integratievoorzieningen. De reacties en aanbevelingen zullen worden meegenomen richting de besluitvorming.

13

BIJLAGE I CHECKLIST AANBEVELINGEN EVALUATIE 1. Huidig beleid De hoofdlijnen van een nieuwe visie staan in dit document, nader uit te werken na opiniërende behandeling. Er is een relatie gelegd met de sociale basis, Wmo en onderwijs. 2. Klassieke doelgroep (voorheen bijstand vanuit Wwb) Door middel van de motie en het experiment is extra inzet gerealiseerd voor deze doelgroep. Bij de uitgangspunten is benoemd dat wij de uitkomsten van het experiment vooralsnog afwachten, waarna een nieuwe afweging gemaakt kan worden. 3. Nieuwe doelgroep (Vso/Pro Banenafspraak en Beschut Werk) Wij blijven intensief en vooral ook preventief inzetten op de nieuwe doelgroep. Wachtlijsten voor beschut werken hanteren wij in beginsel niet, evt. negatieve financiële consequenties leggen wij aan de gemeenteraad voor. 4. Niet-uitkeringsgerechtigden (Nuggers) Niet-uitkeringsgerechtigden waarvan de zelfredzaamheid in inkomen en/of arbeidsvermogen naar het oordeel van het college voldoende is, krijgen minimale ondersteuning. Dit werken wij nader uit. 5. Inburgeraars Het beleid rondom de nieuwe Wet inburgering wordt nader uitgewerkt en de hoofdlijnen van dit stuk nemen wij daarin mee. Het beleidsplan dat in november ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd is afgestemd met dit beleid. 6.

Werkgeversdienstverlening De werkgeversdienstverlening is van belang om de doelen in dit opiniërende stuk te realiseren. Formatieve inzet wordt binnen de Werkmaatschappij nader afgewogen. 7. Financiën Uitgangspunt is om dit binnen de bestaande kaders te doen. De huidige omvang van de doelgroep speelt daarin mee, er is sprake van een afname van uitkeringen maar de doelgroep zelf wordt complexer door blijvende instroom van de nieuwe doelgroep. Periodiek zullen wij dit, mede na afronden van het experiment behorende bij de motie (MV-13-2), afwegen bij vaststelling van de budgetten via de reguliere P&C cyclus. 8. Overig Afname van het beroep op Wmo-voorzieningen willen wij realiseren door meer bij de sociale basis aan te sluiten en de grens in “producten” tussen Wmo en Participatiewet op te heffen. Wij werken dit ook nog nader uit in de visie inkoop Wmo/Participatiewet, die begin 2022 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Nadere definiëring van resultaten, al dan niet per doelgroep, krijgt uitwerking richting het beleidsplan 25 november a.s.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=cfdab4f0-5ad1-45fc-8f04-69f7f3e9f8ad