11a - Raadsvoorstel - Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023
Tekst van het document
Riedsútstel
Ried Agindapunt Status Program Eardere behandeling Portefúljehâlder Amtner Taheakke
: : : : : : : :
Saak- en stiknûmer
:
25 mei 2023 11a Besluitvormend Programma 0 – Bestuur en ondersteuning N.v.t. N.v.t. Mevr. J.A. Reitsma 1. Reglement van Orde gemeenteraad 2023, versie mei 2. Was/wordt-overzicht RvO Z2023-02077 / S2023-10676
Underwerp Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023 Wy stelle jo foar te besluten om: Het Reglement van Orde en overige werkzaamheden van de gemeenteraad 2023 vast te stellen. Koarte gearfetting In het Reglement van Orde (RvO) staan regels over de gang van zaken in de raadsvergadering. Ook gaat het over de andere werkzaamheden van de raad. Het voorstel is om het RvO op een aantal onderdelen aan te passen als gevolg van de Wet bevordering integriteit en functioneren decentraal bestuur. Foech ried/kolleezje De raad bepaalt zijn eigen regels voor de raadsvergaderingen en de overige werkzaamheden (artikel 16 Gemeentewet). Taljochting Op 1 januari 2023 is de Wet bevordering integriteit en functioneren decentraal bestuur in werking getreden. Een onderdeel daarvan, over de geheimhouding, treedt per 1 april 2023 in werking. Deze wet leidt tot wijzigingen van de Gemeentewet. Dit raadsvoorstel gaat op hoofdlijnen in op de voor Tytsjerksteradiel relevante wijzigingen. Verklaring Omtrent Gedrag In artikel 36a Gemeentewet wordt nu geregeld dat de VOG een benoemingsvereiste is voor de wethouders. In Tytsjerksteradiel is dit niet nieuw nu dit al was geregeld in het RvO. Zaken dubbel regelen is niet nodig, dus om die reden wordt voorgesteld artikel 10 RvO te wijzigen.
Extra bevoegdheden Commissaris van de Koning (CdK) De CdK krijgt extra bevoegdheden als sprake is van integriteitskwesties of bestuurlijke problemen in de gemeente. Zo heeft hij recht op informatie, ook als het gaat om informatie waar geheimhouding op ligt. Ook mag de CdK aanwezig zijn bij besloten vergaderingen. Uiteraard mag hij pas van die bevoegdheid gebruik maken als
Ried Punt Side
: : :
25 mei 2023 11a 2
redelijkerwijs noodzakelijk is om zijn adviserende en bemiddelende rol uit te oefenen. Voor deze wijzigingen hoeft het RvO niet te worden aangepast. Stemonthouding De Gemeentewet regelde al dat een lid van de raad niet mag deelnemen aan de stemming over een onderwerp waarbij dit lid persoonlijk belang heeft. Ter verduidelijking en aanscherping van deze regeling regelt artikel 28 van de Gemeentewet nu ook dat het raadslid zich dan ook moet onthouden van beraadslaging als hij een persoonlijk belang heeft. Ook tijdens de beraadslaging kan een raadslid immers de uitkomst van de besluitvorming beïnvloeden. Bovendien wordt de kern van het werk als lid van de volksvertegenwoordiger niet alleen gevormd door de stemming aan het eind, maar (juist) ook door de beraadslagingen die daaraan voorafgaan. Denk bijvoorbeeld aan het woord voeren tijdens de vergadering en het indienen van moties en amendementen. Om de gang van zaken bij onthouden van deelname beraadslaging en stemming goed te regelen wordt voorgesteld artikel 37a toe te voegen aan het RvO. Onverenigbare betrekkingen Artikel 15 Gemeentewet bepaalt welke acties voor een raadslid verboden zijn of pas mogen plaats vinden nadat de provincie er ontheffing voor heeft verleend. Het Ministerie heeft hiervoor een Beleidskader opgesteld waarin praktische handvatten worden aangereikt.
Daarnaast is artikel 13 Gemeentewet verduidelijkt op het gebied van ‘onverenigbare betrekkingen’. Een raadslid mag alleen als ambtenaar werkzaam zijn bij een samenwerkingsverband waaraan de gemeente waar hij raadslid is deelneemt, als hij geen werkzaamheden verricht ten behoeve van die overheid. Dit vergt geen wijziging van het RvO. Diverse wijzigingen op het gebied van geheimhouding De omgang met informatie is essentieel voor een goed en integer bestuur. Onder de Woo is voor stukken en informatie die bij een gemeente berusten openbaarheid het uitgangspunt. Toch kunnen er omstandigheden zijn die aanleiding geven om van die hoofdregel af te wijken waardoor informatie (nog) niet openbaar hoeft te worden gemaakt. De Woo bepaalt wanneer dat kan. Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen op dit gebied opgenomen. Vereiste van bekrachtiging is komen te vervallen Voorheen moest de raad de informatie die het college onder geheimhouding deelt bekrachtigen in de eerstvolgende raad. Als de raad dit niet deed verviel de geheimhoudingsplicht. Vanaf 1 april 2023 is dat niet meer nodig. Als de informatie onder geheimhouding met de raad is gedeeld kan de raad beslissen of de geheimhouding in stand moet blijven of opgeheven moet worden. Als de raad de geheimhouding niet in stand wil houden dan zal het daartoe een amendement moeten indienen.
Om dit goed te regelen wordt voorgesteld om de artikelen 15, 45, 46 en 47 in het RvO te wijzigen. Mondelinge geheime informatie Dit gaat om informatie die tijdens een besloten vergadering wordt behandeld. In dit geval geldt de geheimhoudingsplicht van rechtswege, tenzij de raad anders beslist. Het is niet nodig om hiervoor het RvO aan te passen. Informeren individuele leden van de raad en commissies De nieuwe regeling biedt geen mogelijkheid meer om informatie onder geheimhouding met één of enkele raadsleden te delen. Als informatie onder geheimhouding moet worden gedeeld dan wordt dit slechts met de hele raad gedeeld (in Tytsjerksteradiel was dit al de praktijk o.b.v. de Regeling Kennisgeving Collegebesluiten). Dit is niet van toepassing als
Ried Punt Side
: : :
25 mei 2023 11a 3
mondelinge informatie wordt verstrekt in een besloten (commissie)vergadering. Op het moment dat door een wethouder zaken in beslotenheid worden besproken, komt de informatie waarop van rechtswege geheimhouding ligt ter kennis van de aanwezigen. Deze geheime informatie is dan dus niet aan de raad verstrekt, waardoor de geheime informatie ook niet aan de gehele raad hoeft te worden verstrekt. Het is niet nodig om hiervoor het RvO aan te passen. Sanctie bij schending geheimhouding Schending van geheimhouding is een strafbaar feit. In de Gemeentewet is nu ook de mogelijkheid opgenomen dat de raad in geval van schending van de geheimhouding het betreffende lid voor maximaal 2 maanden mag uitsluiten van toegang tot stukken waarop geheimhouding rust. Het is niet nodig om hiervoor het RvO aan te passen. Kring van geheimhouders uitbreiden Uitgangspunt is dat het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd als enige bevoegd is om die informatie met anderen te delen. Op die regel bestaat één uitzondering. Als informatie onder geheimhouding met de raad is gedeeld mag daarna alleen de raad deze informatie nog met anderen delen. De wet biedt gemeenten de ruimte om te bepalen dat het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, ook na het verstrekken van de geheime informatie aan de raad nog met anderen mag delen.
De raad kan hierover regels stellen door de kring van geheimhouders uit te breiden. Voorgesteld wordt om gebruik te maken van deze mogelijkheid door in het RvO de volgende zaken op te nemen: • De burgerleden hebben op dit moment door ondertekening van de geheimhoudingsverklaring en het afleggen van de eed/belofte toegang tot geheime stukken en besloten vergaderingen. Door artikel 8 van het RvO uit te breiden met een nieuw lid 3 staat buiten kijf wat de rechten en plichten zijn van burgerleden op dit gebied. • De situatie kan zich voordoen dat het van belang is dat de gemeente externe deskundigheid inschakelt op een onderwerp dat onder geheimhouding met de raad wordt gedeeld. Om die reden wordt voorgesteld om in het RvO te regelen dat (externe) deskundigen kennis kunnen nemen van geheime informatie. Opheffen geheimhouding De hoofdregel is dat geheimhouding in acht moet worden genomen totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd deze weer heeft opgeheven. Dit is echter niet van toepassing als de informatie onder geheimhouding met de raad is gedeeld. In dat geval is de raad altijd als enige bevoegd om de geheimhouding op te heffen. Voorgesteld wordt om hiervoor artikel 47 van het RvO aan te passen. In bijlage 1 is het geactualiseerde RvO opgenomen. Daarnaast is in bijlage 2 een was/wordt-overzicht toegevoegd waarin de wijzigingen per artikel worden toegelicht.
Histoarje De bestaande verordening is vastgesteld op 26 januari 2023. Te berikken effekt Een actueel RvO waarin is vastgelegd hoe de raad zijn werk wil doen. Arguminten 1. Een actueel RvO draagt bij aan een goed functionerende raad Voor een goede gang van zaken in en om de raad is de gemeenteraad gebaat bij een
Ried Punt Side
: : :
25 mei 2023 11a 4
actueel RvO. Raads- en burgerleden committeren zich hieraan. 2. Een actueel RvO maakt duidelijk hoe de raad werkt De regels zijn geen doel op zichzelf. Het is een middel om raad, college, ambtelijke organisatie en de mienskip duidelijk te maken hoe de raad zijn werk wil doen. Alternativen De raad kan ervoor kiezen om geen actueel RvO vast te stellen of om meer wijzigingen toe te voegen. Kanttekenings/risiko’s Als geen actueel RvO wordt vastgesteld wordt niet aan de wet voldaan en kan dit onduidelijkheden opleveren: voor zowel de raad zelf als voor college, ambtelijke organisatie en de mienskip. Finânsjes Het voorstel heeft geen financiële consequenties. Kommunikaasje De verordening wordt op de voorgeschreven werkwijze bekend gemaakt. Gearwurking De raden van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben ieder een eigen Reglement van Orde. De wijzigingen in het Reglement van Orde hebben geen invloed op de gemeenteraad van Achtkarspelen. Evaluaasje Aan het eind van de raadsperiode 2022-2026 zal het RvO worden geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd voor de nieuwe raadsperiode.
Burgum, 18 april 2023 Het Presidium van Tytsjerksteradiel, secretaris,
voorzitter,
mevr. mr. A. Dam
dhr. F. de Haan
Riedsbeslút De raad van de gemeente Tytsjerksteradiel; gelezen het voorstel van het presidium d.d. 18 april 2023, punt nummer: 11a; Beslút: Het Reglement van Orde en overige werkzaamheden van de gemeenteraad 2023 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Tytsjerksteradiel van 25 mei 2023.
De griffier,
De voorzitter,
Mevr. mr. A. Dam
Dhr. drs. L.J. Gebben