10 - Bijlage 4 - Antwoorden gestelde vragen opiniërende behandeling 14 oktober 2021
Tekst van het document
Tijdens de opiniërende behandeling van het nieuwe inburgeringsbeleid op 14 oktober 2021 hebben een aantal raadsleden vragen gesteld en hun zorg geuit over de aanbesteding van de leerroutes. Hieronder gaan wij hierop in. Aanbesteding leerroutes Opmerking De fracties van het CDA en de CU hebben hun zorg uitgesproken over de aanbesteding van de leerroutes. Reactie De inkoop van de leerroutes besteden wij regionaal aan. Op dit moment lopen er twee aanbestedingen. Een aanbesteding voor de Onderwijsroute en een aanbesteding voor de B1- en Z-route. De procedure voor de onderwijsroute is afgesloten en er zijn geen inschrijvingen geweest. In regionaal verband bekijken we nu of we een alternatief voor de Onderwijsroute kunnen aanbieden. Een potentiële aanbieder van de B1- en Z-route heeft een kort geding aangespannen tegen de gemeente Leeuwarden als aanbestedende dienst. De inhoud van dit verweer is vertrouwelijk en kan in dit stadium niet worden gedeeld. De procedure is opgeschort in afwachting van de uitkomst van het kort geding. Gevolgen Op dit moment voorzien wij geen knelpunt voor een goede start van inburgeraars die vanaf 1 januari aan onze gemeente gekoppeld worden. Zij starten waarschijnlijk pas in het voorjaar met één van de drie leerroutes.
Wij verwachten dat wij tegen die tijd een alternatief kunnen aanbieden voor de Onderwijsroute en dat wij gewoon de B1- en Z-route kunnen aanbieden. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen. Maatwerk en boete Vraag De fractie van Grien Links vraagt aandacht voor maatwerk en vraagt niet direct een boete op te leggen wanneer nieuwkomers iets niet doen of een examen niet halen. Antwoord Maatwerk Onder het huidige inburgeringsstelsel moet iedere nieuwkomer zelf de inburgeringscursus inkopen en op hetzelfde niveau inburgeringsexamen doen. Dat verandert met de invoering van de nieuwe wet. Met de nieuwe wet kunnen we maatwerk leveren. Wij bieden nieuwkomers een inburgeringscursus aan en nieuwkomers kunnen op verschillende niveaus examen doen. Daarvoor zijn drie leerroutes in het leven geroepen, namelijk: Onderwijsroute B-1 route
Z-route zelfstandigheidsroute
Taalschakeltraject dat jongeren, die dat willen en kunnen, voorbereidt op doorstroming naar het mbo-2 of het hoger onderwijs. Dit is de “reguliere” inburgeringsroute waarin het leren van de taal op B1-niveau samengaat met de voorbereiding op participatie en werk, gericht op zelfstandige deelname aan de Nederlandse samenleving. Deze route komt in de plaats van de huidige ontheffingsmogelijkheid van de inburgeringsplicht en is bedoeld om mensen die het niveau van de B1-route niet kunnen halen toch een passend aanbod op het gebied van taal en participatie te bieden.
Ook binnen de leerroutes kunnen we maatwerk toepassen. Dat hebben we uitgewerkt in onderstaande tabel.
Wijziging leerroute
Nieuwkomers kunnen na 1 ½ jaar van leerroute wijzigen. Het is mogelijk om van deze 1 ½ jaar af te wijken in schrijnende situaties. Bijvoorbeeld wanneer een nieuwkomer ziek is geweest of de partner van een nieuwkomer is overleden.
Afschalen binnen de leerroute
Niet iedereen is in staat om de taalexamens te halen op B1 niveau. Daarom is het onder voorwaarden mogelijk om taalexamens op A2 niveau af te leggen. Afschalen is alleen bedoeld voor nieuwkomers van wie na verloop van tijd duidelijk is dat het niet realistisch is om binnen de termijn van drie jaar te voldoen aan het niveau B1.
Boete Het DUO handhaaft de inburgeringstermijn en kan een boete opleggen wanneer nieuwkomers hun leerroute, het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeid en Participatie niet afronden binnen drie jaar. De gemeenten handhaven de inspanningsverplichtingen. Wij kunnen een boete opleggen wanneer nieuwkomers niet verschijnen bij de Brede Intake of wanneer zij de afspraken die in het Plan Inburgering en Participatie staan niet nakomen. Bij het uitvoeren van deze handhavingstaak nemen wij de nalevingsvisie in acht. Wij gaan uit van vertrouwen en zetten in op preventieve instrumenten, zoals goede informatievoorziening en goede dienstverlening. Daarnaast is het van belang om in de geest van de wet te handelen. Met andere woorden, draagt handhaving bij aan het maatschappelijk doel van de nieuwe wet. Wij verwachten dat het opleggen van een boete niet of nauwelijks aan de orde is. We hebben nu al de mogelijkheid om de uitkering te verlagen wanneer nieuwkomers niet meewerken aan participatie en het verkrijgen van werk. In de praktijk is dit nog niet voorgekomen. Onze ervaring is dat een gesprek en een schriftelijke waarschuwing afdoende zijn. Beleidskeuzes Vraag De fractie van D66 vraagt of er naast de genoemde beleidsdoelstellingen er nog beleidsruimte resteert. Antwoord Dat is het geval. De raad kan de beleidsdoelstellingen neerwaarts bijstellen.
Dat ligt niet voor de hand want dan sluiten we niet meer aan bij het doel van de nieuwe inburgeringswet, maar het is mogelijk. De raad kan de beleidsdoelstellingen ook opwaarts bijstellen. Een voorbeeld is het taalniveau. Taalniveau B2 in plaats van B1 kan ook de doelstelling zijn. Startkwalificaties Vraag De fractie van de CU vraagt of wij bij deze doelgroep ook willen inzetten op het behalen van een startkwalificatie. Antwoord Op dit moment zetten wij daar al op in. Daarnaast richt de onderwijsroute zich ook op het behalen van een startkwalificatie. Deze route bereidt nieuwkomers voor op doorstroom naar het mbo-2 onderwijs of het hoger onderwijs. Ook in het nieuwe participatiebeleid noemen we toeleiding naar scholing als speerpunt. Dit geldt niet alleen voor nieuwkomers, maar voor alle doelgroepen van de Participatiewet.
Financiële risico’s Vraag De fractie van de FNP vraagt of wij kunnen uitleggen wat het risico is wanneer er sprake is van en toename van asielinstroom. Antwoord Wij ontvangen twee budgetten van het Rijk. Een budget voor de uitvoering en een budget voor de inburgeringsvoorzieningen. Het Rijk baseert de budgetten op de huisvestingstaakstelling in een bepaald jaar. Stijgt de asielinstroom sterk nadat wij de budgetten al hebben ontvangen en verhoogt het Rijk dan de huisvestingstaakstelling? Dan hebben onvoldoende middelen om de wet uit te voeren. De verwachting is dat het Rijk gemeenten dan voorschotten gaat verstrekken, maar of dit ook daadwerkelijk gebeurt is niet duidelijk. Is dit niet het geval dan moeten gemeenten zelf een jaar overbruggen. Uiteindelijk rekent het Rijk af op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde huisvesting. Dit betekent dat gemeenten dan alsnog krijgen waar ze recht op hebben.