10 - Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
14 ABRvS, 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770. 15 Hoofdstuk 4 uit de ruimtelijke onderbouwing kan ik feite als een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden opgevat.
Uit dit hoofdstuk blijkt dat er geen sprake is van ‘belangrijke nadelige milieueffecten’. 16 Nu de zandwinning beëindigd is, zal er per saldo sprake zijn van (veel) minder wegverkeerslawaai.
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
30
opgenomen. Van zonnepanelen is geen milieuhinder te verwachten.17 Dat geldt wel voor de bijbehorende transformators, die overdag (enig) geluid produceren. In dit opzicht kan een vergelijking worden gemaakt met de in de publicatie vermelde categorie ‘elektriciteitsdistributiebedrijven van < 10 MVA’.18 Het betreft hier een milieucategorie 2-inrichting met een grootste aan te houden richtafstand van 30 meter vanwege het milieuaspect geluid. De exacte plek van de transformatoren is nog niet bepaald, maar deze zullen op meer dan 30 m van woonpercelen komen te liggen.19 De ontgrondingsvergunning wordt direct na afloop van de graafwerkzaamheden in september door de zandwinner ingetrokken. Deze wordt dus niet (milieuneutraal) gewijzigd. Overigens mag verwacht worden dat het zonnepark tot minder milieuhinder leidt dan de zandwinactiviteit met de bijbehorende zuiger en het vrachtverkeer. Het projectgebied is gedeeltelijk binnen de geluidzones van de industrieterreinen Skûlenboarch en Westkern gelegen. De toevoeging van het zonnepark betekent dat de zandwinning ter plaatse wordt beëindigd.
Per saldo legt dit een minder groot beslag op de plaatselijke ‘geluidsruimte’, zodat dit geen gevolgen heeft voor de algehele geluidsbelasting van de industrieterrein en de bijbehorende geluidscontouren.20 4.4 Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De oprichting van het zonnepark leidt, zoals aangeven in paragraaf 4.2, niet tot een substantiële verkeersaantrekkende werking en is daarmee niet van invloed op de luchtkwaliteit. Op grond van de Wet milieubeheer is sprake van een project dat 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.5 Stikstof Het realiseren, gebruiken en ontmantelen van een zonnepark leidt tot NOx-emissie. Deze NOx-emissie wordt veroorzaakt door de inzet van mobiele werktuigen en transportmiddelen die brandstof verbruiken. Er is een Aeriusberekening uitgevoerd om te beoordelen of dit leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr binnen Natura 2000-gebieden. Er is gerekend met de volgende specificaties per MWp:21 Fase
Werktuig/transportmiddel
Aantal/jr
Vermogen (kW)
Belasting (%)
Realisatiefase
Kraan (land) Kraan op ponton (water) Vrachtwagens
1 1 30
200 200
60 60
Draaiuren (totaal) 24 24
Emissiefactor 0,4 0,4
17 Een zonnepark is een type A-inrichting in de zin van het Activiteitenbesluit. Er is geen melding of omgevingsver-
gunning voor het onderdeel milieu nodig. 18 Het inkoopstation krijgt een capaciteit van 40 MVA. Er is evenwel geen sprake van distributie van elektriciteit
zoals bedoeld in deze VNG-categorie. De milieu impact voor wat betreft geluid, is vergelijkbaar met elektriciteitsdistributiebedrijven van < 10 MVA of met een willekeurige categorie 2-inrichting. 19 Er worden t.b.v. het zonnepark geen ‘ongedierte verjagers’ met ultrasoon geluid ingezet. 20 Tevens mag verwacht worden dat het zonnepark met al zijn ‘oneffenheden’ meer geluid absorbeert dan het ‘gladde’ wateroppervlak. 21 Deze specificaties zijn opgevraagd bij een EPC-bedrijf die diverse drijvende zonneparken heeft gebouwd. Bij de berekening is uitgegaan van 35 MWp.
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
31
Gebruiksfase Ontmantelingsfase
Auto (werknemers) Boot Verreiker Kraan (land) Auto Boot Verreiker Vrachtwagen Auto
5 2 2 1 50 2 2 10 5
50 100 200
60 60 60
80 80 16
1,5 0,4 0,4
50 100
60 60
80 80
1,5 0,4
Bij het aanleggen van de dagrecreatieve voorzieningen in de rand van de zandwinplas, zal eveneens NOx-emissie vrijkomen. Dit wordt veroorzaakt door de machines en transportmiddelen die voor het grondwerk en voor de aanleg van de vissteigers en uitkijkpunten worden ingezet. Hiervoor is gerekend met de volgende specificaties:22 Werktuig/transportmiddel
Aantal/jr
Vermogen (kW)
Graafmachine Kraan (land) Vrachtwagens Auto (werknemers) Auto (dagrecreanten)
1 1 15 20 500
200 200
Belasting (%) 60 60
Draaiuren
Emissiefactor
80 24
0,4 0,4
Uit de berekening volgt dat er geen depositie boven 0,00 mol/ha/jr optreedt. Dit betekent dat er geen ontheffing in het kader van de Natuurbeschermingswet aangevraagd hoeft te worden en dat ‘stikstof’ dus geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. Het Aeriusrapport is als losse bijlage opgenomen. 4.6 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen hieronder. Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan één op de miljoen. Het groepsrisico (GR) legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Bij de berekening van het GR spelen twee factoren mee: 1) de aard en de hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen; 2) het aantal potentiële slachtoffers. In een omgeving met veel inwoners is dit aantal bijvoorbeeld groter dan in een dunbevolkt gebied.
Advies Bureau Externe Veiligheid Fryslân (2013) In het kader van de bestemmingsplanprocedures die in 2013 voor het projectgebied zijn doorlopen, is door het Bureau Externe Veiligheid Fryslân een uitgebreid extern veiligheidsadvies opgesteld. Daaruit is naar voren gekomen dat binnen de plangebieden rekening moet worden gehouden met gevaarlijke inrichtingen, aardgastransportleidingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voorgesteld wordt 22 Gebaseerd op ervaringen met vergelijkbare projecten.
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
32
om geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 risicocontouren van genoemde risicobronnen toe te staan. Dit is binnen de bestemmingsplannen juridisch vertaald.23 Verder is in het advies aangegeven dat met een toename van 500 personen in de plangebieden - waartoe ook het recreatiestrand en de Nye Industriewei worden gerekend - het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde blijft. De gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel schatten in dat het strand en het projectgebied op een dag met topdrukte door maximaal 150 personen gelijktijdig gebruikt worden. De toename van het aantal dagrecreanten op grond van onderhavig plan bedraagt ten hoogste 75 personen.24 In tabel 4.1 is aangegeven hoe dit is berekend. Deze toename van personen blijft ruim binnen de bandbreedte van 500 personen die voor de bestemmingsplannen zijn aangenomen en op grond waarvan berekend is dat de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt daarmee geen belemmering voor de dagrecreatie in het projectgebied. Volledigheidshalve worden hieronder de belangrijkste risicobronnen nagelopen. Voorziening Visstekken en vissteiger Rondje plas Uitkijkpunten Bootcampvoorzieningen
Toelichting 6 stekken en 1 steiger Wandeling van half uur Uitgevoerd als steiger/kijkscherm Diverse toestellen
Aantallen bezoekers 15 30 15 15 75
Tabel 4.1 Verwachte bezoekersaantallen nieuwe dagrecreatie
Afbeelding 4.1 Uitsnede openbare risicokaart (bron: risicokaart.nl)
Gevaarlijke inrichtingen In het projectgebied zijn geen inrichtingen of risicocontouren aanwezig die betrekking hebben op het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Aan de Joerelaan 2 te Eastermar bevindt zich een meet- en regelstation van de Gasunie. Hoewel dit station niet onder het Bevi valt, geldt het wel als een risicovolle inrichting. In het advies van het Bureau Externe Veiligheid Fryslân is geconstateerd dat voor het 23 Met name door de kiosk en het toiletgebouw van het recreatiestrand buiten de PR 10-6 contour van een aard-
gastransportleiding te verplaatsen. 24 Hoewel formeel niet toegestaan, wordt het projectgebied op dit moment al structureel gebruikt voor dagre-
creatie. De voorzieningen zijn feitelijk bedoeld om deze bestaande behoefte te accommoderen.
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
33
meet- en regelstation een veiligheidsafstand van 25 m geldt en dat deze deels binnen het betreffende bestemmingsplangebied ligt (circa 8 m). Voor onderhavig plan is van belang dat er binnen de veiligheidsafstand geen (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Het tracé van het ‘rondje plas’ valt er eveneens geheel buiten. Aardgastransportleidingen Langs de Joerelaan liggen meerdere aardgastransportleidingen van de Gasunie en NAM. De invloedsgebieden van deze leidingen bestrijken een groot deel van de zuid- en westkant van het projectgebied. Eén van de gasleidingen (A602) heeft een PR 10-6 contour. Deze contour ligt over het zuidelijk deel van het projectgebied. Onderhavig plan maakt geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour mogelijk. Een deel van beoogde tracé van het ‘rondje plas’ - inclusief bijbehorende vogelspotplek - vallen er wel binnen. Dit leidt niet tot een knelpunt (zie boven). Transport van gevaarlijke stoffen Uit de Risicokaart blijkt dat het Prinses Margrietkanaal tot het ‘basisnet water’ behoort. Over dit kanaal worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het PR valt samen met de kade. In het advies van het Bureau Externe Veiligheid Fryslân is aangegeven dat er geen GR berekend hoeft te worden, omdat de vervoersaantallen voor de maatgevende stof GF3 op 0 is gesteld.
Er geldt wel een Plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 25 m, gerekend uit de waterlijn. Binnen deze PAG is geen bebouwing toegestaan binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Onderhavig plan maakt dit evenmin mogelijk, zodat het transport van gevaarlijke stoffen geen knelpunt vormt. Conclusie Binnen het projectgebied wordt een drijvend zonnepark mogelijk gemaakt. De rand van de zandwinplas zal worden benut waarvoor deze nu ook al bestemd is: dagrecreatief medegebruik en natuurwaarden. Een zonnepark is niet te beschouwen als een gevaarlijke inrichting. Evenmin kan een zonnepark getypeerd worden als een (beperkt) kwetsbaar object. Uit het voorgaande is gebleken dat er voor wat betreft het PR en GR van omliggende risicobronnen sprake van een verantwoord risico. De colleges van burgemeester en wethouders worden gevraagd om dit te onderschrijven. 4.7 Bodem Het Besluit Bodemkwaliteit streeft naar duurzaam bodembeheer waarbij een balans gezocht wordt tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu enerzijds en het gebruiken van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen anderzijds. Het Besluit bevat regels voor kwaliteitsborging (Kwalibo), bouwstoffen, grond en baggerspecie.
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet de vraag worden beantwoord of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
34
bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Op de kaart van het Bodemloket (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) zijn geen bodemverontreinigingen of verdachte activiteiten binnen het projectgebied gemeld. De aanleg van het zonnepark en de dagrecreatieve voorzieningen vragen niet om (grootschalig) bodemverzet. Er worden evenmin bouwwerken opgericht die bedoeld zijn voor het langdurig verblijf van personen. Grond die eventueel vrijkomt zal ter plaatse toegepast worden. Bodemonderzoek kan derhalve achterwege blijven. In het kader van de grondoverdracht aan Skûlenboarch BV heeft wel een bodemonderzoek plaatsgevonden. Daarbij is het zuidelijke deel van de zandwinplas niet meegenomen wegens ontoegankelijkheid. Om onderzoek in dit deel mogelijk te maken zou er fors gesnoeid en gemaaid moeten worden, hetgeen ingaat tegen de beoogde natuurfunctie van dit gebied. De uitkomsten van het bodemonderzoek zijn opgenomen in het rapport ´verkennend- en indicatief bodemonderzoek gronden Zandwinning Skulenboarch te Eastermar´ (Sigma Bouw & Milieu, 12 augustus 2020). Uit dit rapport blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De bovengrond en het grondwater bevatten enkele verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde respectievelijk streefwaarde.
“Deze lichte verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek.” 4.8 Water Beleid Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. Deze paragraaf vat samen hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het projectgebied ligt in het beheergebied van Wetterskip Fryslân. Het waterbeleid voor dit beheergebied is vastgelegd in het ‘Waterbeheerplan 20162021’. Projectgebied Er is nog geen definitief bouwplan voor het drijvende zonnepark ontwikkeld. Wel is een contour bepaald waarbinnen het zonnepark gesitueerd wordt (zie afbeelding 3.12). Ook is door de initiatiefnemer een aantal minimumeisen voor het materiaalgebruik en de manier van bouwen vastgesteld. Beide hebben primair te maken met de plaatselijke ecologie en de waterkwaliteit. Samengevat gaat het om het volgende: • Het zonnepark wordt gerealiseerd binnen de contour uit de inrichtingsschets en krijgt een oppervlak van maximaal 24,5 ha. Dit betekent dat minimaal 50% van het huidig wateroppervlak open blijft. • De bovengenoemde contour zorgt er tevens voor dat het zonnepark ten minste 30 m uit de oever komt te liggen.
Daarmee worden de ondiepere delen van de zandwinplas (minder dan 7,5 m diep) zoveel mogelijk ontzien en blijft er voldoende ruimte beschikbaar voor bestaande en nieuwe natuurwaarden (zie hiervoor paragraaf 4.9).
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
35
•
•
• •
•
Er zal bodemverankering (i.p.v. oeververankering) worden toegepast om geen belemmeringen in de oeverzone voor flora/fauna en het beheer op te werpen. De bodemverankering wordt zodanig vormgegeven dat plaatselijke peilveranderingen kunnen worden opgevangen. Dit gebeurt in overleg met het waterschap. De initiatiefnemers willen werken met het Zim Float-systeem of een verbeterende versie hiervan. Dat houdt in ieder geval in: toepassing van glas-glaspanelen met zoveel mogelijk lichtdoorlatendheid; lichtstraten binnen de drijvende modules; ‘schone’ materialen (o.a. drijvers van HDPE en staalconstructies die Magnelis gecoat zijn) om uitspoeling van verontreinigende stoffen te voorkomen. Zo mogelijk worden er 'biohutten' aan de panelen bevestigd, die benut kunnen worden als kraamkamers voor vissen. In het zuidelijke deel van de zandwinplas worden, als dit technisch en economisch uitvoerbaar is, enkele drijvende rieteilanden aangelegd (eveneens via bodemverankering). Deze ‘eilanden’ hebben een cultuurhistorische en visuele functie. Het zonnepark zal tijdens de gebruiksfase alleen gereinigd worden met osmosewater. Dit om te voorkomen dat verontreinigende stoffen in het water komen.
Digitale watertoetsprocedure Op 10 september 2020 is de digitale watertoetsprocedure doorlopen. Hieruit is naar vormen gekomen dat de ‘normale procedure’ van toepassing is (zie de bijlagen). Ook dient er een watervergunning aangevraagd te worden, omdat er een hoofdwatergang door het projectgebied loopt. Op 28 oktober 2020 heeft overleg plaatsgevonden tussen Wetterskip Fryslân en de initiatiefnemer. Het waterschap heeft daarbij een toelichting gegeven op het plaatselijke watersysteem en kenbaar gemaakt welke eisen gesteld worden aan de beoogde ontwikkelingen in het projectgebied. De initiatiefnemer bereidt op dit moment de aanvraag watervergunning voor. 4.9 Ecologie Om de uitvoerbaarheid van onderhavig planvoornemen te toetsen, is door BügelHajema Adviseurs BV een ecologische inventarisatie naar natuurwaarden uitgevoerd.25 Uit deze inventarisatie is naar voren gekomen dat er geen noodzaak is om aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid uit te voeren. Ook is geen ontheffing in het kader van de Wnb nodig. In het onderzoek van BügelHajema is niet alleen gekeken naar aanwezige waarden. Er zijn tevens aanbevelingen gedaan voor nieuwe natuur en vergroting van de biodiversiteit. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies vermeld.
25 Natuuronderzoek Zandwinplas Skûlenboarch, 8 juli 2020 (concept). Een aangepaste versie volgt in oktober.
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
36
Beschermde soorten “Mogelijk gebruiken vogels met jaarrond beschermde nestplaats, andere vleermuissoorten, das en rugstreeppad het gebied als verblijfplaats of leefgebied, echter negatieve effecten voor deze soorten ten gevolge van het project kunnen worden uitgesloten. Op basis van het veldbezoek en gebruikte bronnen is een voldoende beeld van de overige soortgroepen ontstaan. Beschermde soorten reptielen, vissen en ongewervelden zijn niet bekend uit het projectgebied en ook niet te verwachten. Voor deze soortengroepen zijn negatieve effecten uitgesloten. In algemene zin is de verwachting dat de natuurwaarde juist zal toenemen ten gevolge van het project. Wel moeten het broedseizoen van vogels en de zorgplicht van de Wnb voor zoogdieren en amfibieën die vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân in acht worden genomen.”
Afbeelding 4.2 Deelgebieden met potentie voor natuurontwikkeling (bron: BügelHajema Adviseurs BV)
Beschermde gebieden “Ten gevolge van de ontwikkeling treden geen negatieve effecten ten aanzien van Wnb-beschermde gebieden op. Er is geen sprake van overtredingen van verboden in het kader van gebiedsbescherming volgens de Wnb. Er is derhalve geen vergunning Wnb nodig voor uitvoering van het project. Er treden geen negatieve effecten op ten aanzien van provinciaal beschermde NNN-gebieden of weidevogelkansgebieden. Een klein deel van de oostoever van de zandwinplas dat is aangewezen als
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
37
“natuur buiten het NNN” blijft behouden en het project voorziet juist in versterking van de natuurwaarden in aangrenzende terreindelen. Ook hier zijn negatieve effecten ten gevolge van het project uitgesloten. Het project is niet in strijd is met de provinciale ruimtelijke verordening.” Potenties voor natuurontwikkeling “Op basis van de inventarisatie […] zes deelgebieden onderscheiden waar verschillende kansen voor natuurontwikkeling aanwezig zijn. Deze deelgebieden zijn weergegeven in [afbeelding 4.2] en de kansen worden hieronder kort beschreven. In het inrichtingsplan zijn deze adviezen vrijwel volledig overgenomen, met als belangrijk aanvullend element de drijvende rieteilanden. Het voornemen is om bij de exacte uitwerking en uitvoering een deskundig ecoloog te betrekken. Aanvullend kan een beheerplan worden opgesteld.” Hierna volgt een toelichting op voorgenomen maatregelen in de deelgebieden. Heischraal grasland Aan de oostkant wordt het areaal ‘heischraal grasland’ uitgebreid. Het gaat hier om een voedselarm milieu, dat een ideaal biotoop vormt voor bepaalde zeldzame plantensoorten. In het verleden zijn ter plaatse van de ‘schrale oever’ aan de westkant bijvoorbeeld dwergbloem, dwergvlas en pilvaren aangetroffen. De hoop is dat dergelijke zeldzaamheden in het gebied terugkeren. Oeverzwaluwen/wilde bijen Aan de oostkant komt een klif voor oeverzwaluwen.
Verder wordt het oevertalud aan deze kant van de zandwinplas zoveel mogelijk geschikt gemaakt voor wilde bijen. Dit gebeurt door het aanbrengen van steilranden. In dit gebied wordt tevens struweel aangebracht in de vorm van ‘takkenbossen’. Heuvelbos Er wordt meer gelaagdheid aangebracht in het ‘heuvelbos’ aan de zuid- en westkant van de zandwinplas. Op dit moment is er weinig ondergroei in dit bos, waardoor de natuurwaarde beperkt is. Door gericht openingen voor lichttoetreding te creëren, kan de gewenste ondergroei ontstaan en het bos gevarieerder worden. Vooral door de plaatselijke hoogteverschillen - droog/nat, zon/schaduw wisselen elkaar af - is er potentie voor natuurontwikkeling. Niet alleen planten, maar ook vogels, insecten en zoogdieren kunnen hiervan profiteren. Met uitzondering van de vogelspotplek wordt er geen recreatie in dit gebied mogelijk gemaakt. Het wandelpad ligt hier aan de buitenkant. Zo ontstaat een aaneengesloten rustgebied voor de natuur. Waterleven Ook de zandwinplas zelf is en blijft van ecologisch belang. Het gaat dan met name om de ondiepere delen van de plas, waar nog plantengroei aanwezig is. Verder kan de plas in de winter als slaapplek gebruikt worden door bijvoorbeeld ganzen en eenden. In het landschappelijk ontwerp is uitgegaan van het volgende:
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
38
•
Het zonnepark komt minimaal 30 meter uit de kant van de oevers komt te liggen, zodat de ondiepere delen worden ontzien en beschikbaar blijven als foerageergebied voor vleermuizen en (riet)vogels. • Het zonnepark beslaat maximaal 50% van het wateroppervlak, zodat ganzen/eenden en andere vogelsoorten voldoende ruimte overhouden om er te slapen en foerageren; • Voor het zonnepark wordt bodemverankering (i.p.v. de gebruikelijke oeververankering) toegepast zodat de oeverzone volledig vrij blijft voor soorten die hiervan gebruik maken. Het zonnepark zal gebouwd worden met toepassing van ‘glas-glas panelen’, die zoveel mogelijk zonlicht doorlaten en voorkomen dat er, door overmatige beschaduwing, zuurstofverarming optreedt. Ook zullen er lichtstraten tussen de drijvers komen, die ervoor zorgen dat zonlicht blijft doordringen in het water. Het zonnepark kan ook direct bijdragen aan verbetering van de ecologische condities, bijvoorbeeld door ‘biohutten’ aan de panelen te bevestigen. Het gaat hier om gevlochten manden die door vissen benut kunnen worden als ‘kraamkamers’. Ook de drijvende rieteilanden kunnen helpen de biodiversiteit van de plas te verbreden doordat hier luwe plekken ontstaan waar waterplanten en algen kunnen groeien en bijvoorbeeld door futen of meerkoeten gebroed kan worden.
4.10 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Archeologische waarden dienen op grond van de (aangepaste) Monumentenwet 1988 te worden mee gewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) is voor het projectgebied aangegeven dat bij bodemingrepen van substantiële omvang archeologisch onderzoek verricht dient te worden. De drempel voor dit onderzoek verschilt voor de perioden ‘steentijd-bronstijd’ en ‘ijzertijd-middeleeuwen’ en per locatie. Aangezien het projectgebied vrijwel geheel vergraven is en op grond van onderhavig plan zeer beperkt grondverzet noodzakelijk is, kan archeologisch onderzoek achterwege blijven. Cultuurhistorie Als gevolg van het beleid Modernisering Monumentenzorg is per 1 januari 2012 in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.6.1) bepaald dat overheden verplicht zijn cultuurhistorie integraal mee te wegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Dit is gebeurd door raadpleging van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2, geen specifieke waarden) en door het uitvoeren van een cultuurhistorische analyse. Een en ander is verwerkt in de inrichtingsschets. Daaruit blijkt dat de toekomstige inrichting van het projectgebied de huidige en historische gebiedskwaliteiten versterkt.
4.11 Reflectie en duisternis Zonnepanelen kunnen licht reflecteren en daardoor voor overlast in de (woon)omgeving zorgen. Voor de panelen die binnen het projectgebied worden toegepast geldt een reflectiepercentage van 3-5% bij normale lichtinval. Of er daadwerkelijk gereflecteerd wordt hangt af van locatie specifieke omstandigheden (stand en
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
39
hoogte spiegelend vlak) en de stand van de zon (de tijd en de tijd van het jaar). De hoek van de invallende lichtstraal bepaalt de hoek van de uitvallende lichtstraal. Hoe steiler de helling van de panelen, hoe groter de kans op hinder. Wanneer de panelen vrij vlak (35 graden of minder) worden opgesteld, gaat de reflectie veelal naar boven. Dan is er voor de omgeving geen hinder door reflectie. Logischerwijs is achter de zonnepanelen eveneens geen sprake van een spiegelend effect. De zonnepanelen in het projectgebied worden in een hellingshoek van 12 graden geplaatst. Hinder door reflectie is bij de gekozen opstelling daarom niet te verwachten. Met betrekking tot het aspect ‘duisternis’ kan tenslotte worden opgemerkt dat het zonnepark geen lichtuitstraling zal hebben. Er zal geen verlichting worden aangebracht.
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
40
5.
Uitvoerbaarheid
5.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten voor realisatie van het zonnepark en de dagrecreatieve voorzieningen komen voor rekening van de initiatiefnemer. Dat geldt ook voor eventuele planschadekosten, die daarmee dus ‘anderszins verzekerd’ zijn. Er wordt een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten waarin dit is vastgelegd. In deze overeenkomst is eveneens opgenomen dat het zonnepark - conform het provinciaal beleid - na de exploitatietermijn van 30 jaar verwijderd zal worden. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze ruimtelijke onderbouwing wordt, tegelijkertijd met het ontwerp-besluit, voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen voor of tegen het plan kenbaar te maken. Aan de totstandkoming van onderhavig plan is een uitgebreid participatietraject voorafgegaan. Enerzjyk Skûlenboarch BV heeft de volgende bijeenkomsten georganiseerd: • Op 30 juni hebben vertegenwoordigers van Doarpsbelang Eastermar, Doarpskorporaasje Enerzjyk Eastermar, Doarpsbelang Jistrum-Skûlenboarch, Energie Coöperatie ‘De SinneSkeppers’, Plaatselijk Belang Kootstertille en Enerzjyk Skûlenboarch BV elkaar ontmoet in het Tillehûs in Kootstertille. Daarbij is de intentie uitgesproken dat er een samenwerking wordt aangegaan voor de ontwikkeling van het drijvend zonnepark.
Het streven is een zonnepark te bouwen dat deels of geheel in lokaal eigendom komt. In de komende maanden zal de samenwerking verder vorm en inhoud worden gegeven. Plaatselijk Belang Drogeham was niet vertegenwoordigd op 30 juni, maar heeft later alsnog te kennen gegeven dat zij wil aanhaken bij de gespreken over de verdere samenwerking. • Op 2 juli is in Meerzigt Eastermar de concept-inrichtingsschets voor het projectgebied aan de direct omwonenden gepresenteerd. Een van de eigenaren van Enerzjyk Skûlenboarch BV was hierbij aanwezig. Er zijn vragen gesteld over het planvormingstraject en suggesties gedaan voor de uitwerking van het ontwerp. • Op woensdag 2 september is bij het recreatiestrand een bijeenkomst voor alle inwoners van de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel georganiseerd. Bezoekers zijn voorgelicht over de plannen voor de herontwikkeling. Via enkele wandpanelen, een filmpje en een maquette is informatie gedeeld over de aanleg van het zonnepark, de nieuwe recreatiemogelijkheden en de ontwikkeling van natuurwaarden. Er konden vragen gesteld worden aan de eigenaren van Enerzjyk Skûlenboarch BV, waarvan veel gebruik gemaakt is. Ook de betrokken Doarpskoöperaasje Enerzjyk Eastermar en Energie Coöperatie ‘De SinneSkeppers’ waren aanwezig om toe te lichten hoe geïnteresseerden kunnen participeren in het zonnepark.
Er zijn door diverse deelnemers suggesties gedaan voor de toekomstige inrichting en het beheer van de zandwinplas. De strandbijeenkomst was onderverdeeld in vier ‘tijdsloten’ en trok in totaal zo’n 80 bezoekers.
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
41
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.
Inrichtingsschets Aeriusberekening Bodemonderzoek Watertoets Natuuronderzoek
Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch
42
COLOFON Opdrachtgever Enerzjyk Skûlenboarch BV Rapportage Gorissen Ruimtelijk Advies info@gorissenadvies.nl
Datum 15 december 2020 Status Definitief
Copyright @2020 Gorissen Ruimtelijk Advies. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.