10 - Bijlage 2 - Was-wordt-tabel
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Algemene Plaatselijke Verordening 2024 Artikel 2:27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:27 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. openbare inrichting; een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Nieuwe tekst Artikel 2:27 Begripsbepalingen In deze afdeling en afdeling 5 wordt verstaan onder: 1. openbare inrichting: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, afhaalgelegenheid voor maaltijden, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. terras: een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. Het terras maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van de besloten ruimte zoals genoemd in lid 1. 3. sportactiviteit: wedstrijd of training van een sportieve of recreatieve rechtspersoon; 4. sporthal: een in meerdere zaaldelen op te delen hal waarin verschillende takken van zaalsport tegelijkertijd kunnen worden beoefend. 5.
voor de volgende begrippen worden de definities aangehouden zoals vermeld in de Alcoholwet: - alcoholhoudende drank; - bezoeker; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank.
Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 3. De burgemeester weigert de aanvraag om vergunning in behandeling te nemen indien de aanvrager geen Verklaring Omtrent het Gedrag met betrekking tot de leidinggevende(n) overlegt bij de vergunningaanvraag, die is afgegeven maximaal drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5.
Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting. 6. De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB). 7. a. De burgemeester weigert de vergunning voor een horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid, waar bedrijfsmatig alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt indien niet wordt voldaan aan de volgende eisen:
Nieuwe tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 3. De burgemeester weigert de aanvraag om vergunning in behandeling te nemen indien de aanvrager geen Verklaring Omtrent het Gedrag met betrekking tot de leidinggevende(n) overlegt bij de vergunningaanvraag, die is afgegeven maximaal drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5. Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting. 6.
De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB). 7. Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting als dienstverlening kan worden
1. leidinggevenden als bedoeld in gezien voor het winkelend artikel 1 lid 1 van de Alcoholwet publiek; dienen te voldoen aan de eisen b. een zorginstelling; die bij of krachtens artikel 8, lid c. een museum; 1, 2 en 3 van de Alcoholwet zijn d. een school; gesteld; e. een bedrijfskantine of 2. de openbare inrichting dient te restaurant. 8. Indien de vergunningsaanvraag voldoen aan de eisen die bij of mede betrekking heeft op één of krachtens artikel 10 van de meer bij de openbare inrichting Alcoholwet zijn gesteld; b. De burgemeester kan ontheffing horende terrassen op de weg, verlenen van de inrichtingseisen beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die weg ten bedoeld onder a, sub 2. 8. Het eerste lid geldt niet voor een behoeve van het terras. 9. Onverminderd het gestelde in het openbare inrichting die zich bevindt in: zevende lid, kan de burgemeester a. een winkel als bedoeld in artikel 1 de ingebruikneming van die weg van de Winkeltijdenwet voor zover ten behoeve van een of meer bij de activiteiten van de openbare inrichting als dienstverlening kan een openbare inrichting behorende terrassen weigeren: worden gezien voor het winkelend a. indien het beoogde gebruik publiek; schade toebrengt aan de weg b. een zorginstelling; dan wel gevaar oplevert voor de c. een museum; d. een school; bruikbaarheid van de weg of e. een bedrijfskantine of -restaurant.
voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; 9. Indien de vergunningsaanvraag mede b. indien dat gebruik een betrekking heeft op één of meer bij de belemmering kan worden voor openbare inrichting horende terrassen het doelmatig beheer en op de weg, beslist de burgemeester onderhoud van de weg. over de ingebruikneming van die weg 10. Op de aanvraag om een ten behoeve van het terras. vergunning of een vrijstelling is 10. Onverminderd het gestelde in het paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene zesde en zevende lid, kan de wet bestuursrecht (positieve burgemeester de ingebruikneming van fictieve beschikking bij niet tijdig die weg ten behoeve van een of meer beslissen) niet van toepassing. bij een openbare inrichting behorende 11. Het bepaalde in het achtste en terrassen weigeren: negende lid geldt niet voorzover in a. indien het beoogde gebruik schade het daarin geregelde onderwerp toebrengt aan de weg dan wel wordt voorzien door de Wet beheer gevaar oplevert voor de rijkswaterstaatwerken of het bruikbaarheid van de weg of voor Provinciaal Wegenreglement het doelmatig en veilig gebruik Fryslân. daarvan; b. indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 11.
Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 12. Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal Wegenreglement Fryslân.
Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Voor openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, is het de houder van: a. een café, discotheek, restaurant of daaraan verwant bedrijf waar alcohol mag worden geschonken verboden bezoekers toe te laten: - op zondag tot en met donderdag tussen 01.00 en 06.00 uur - op vrijdag en zaterdag tussen 02.00 en 06.00 uur; b. een cafetaria, snackbar, lunchroom of daaraan verwant bedrijf waar geen alcohol mag worden geschonken verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met zaterdag tussen 24.00 en 06.00 uur. 2. Het is de houder van een paracommerciële openbare inrichting, zoals bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet, verboden deze voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen de volgende tijdstippen: a.
Voor inrichtingen van rechtspersonen, die zich richten op activiteiten van recreatieve en sportieve aard (bijvoorbeeld: voetbalvereniging, tennisvereniging, korfbalvereniging) of daaraan verwante instelling: - op maandag tot en met vrijdag van 00.00 tot 06.00 uur; - op zaterdag en zondag van 00.00 tot 06.00 en van 19.00 tot 24.00 uur, danwel, indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4 lid 4 van de Drank- en horecaverordening 2014, uitsluitend van 0.00 tot 06.00 uur; b. voor inrichtingen van rechtspersonen, die zich richten op activiteiten van sociaal culturele aard: op zondag tot en met donderdag van 00.00 tot 06.00 uur en op vrijdag en zaterdag van 01.00 tot 06.00 uur; 3. voor inrichtingen van rechtspersonen, die zich richten op activiteiten van levensbeschouwelijke of godsdienstige
Nieuwe tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Voor openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, is het de houder van: a. een café, discotheek, restaurant of daaraan verwant bedrijf waar alcohol mag worden geschonken verboden bezoekers toe te laten: - op zondag tot en met donderdag tussen 01.00 en 06.00 uur - op vrijdag en zaterdag tussen 02.00 en 06.00 uur; b. een cafetaria, snackbar, lunchroom of daaraan verwant bedrijf waar geen alcohol mag worden geschonken verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met zaterdag tussen 00.00 en 06.00 uur. 2. Het is de houder van een paracommerciële openbare inrichting, zoals bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet, verboden deze voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen de volgende tijdstippen: a.
Voor inrichtingen van rechtspersonen, die zich richten op activiteiten van recreatieve en sportieve aard (bijvoorbeeld: voetbalvereniging, tennisvereniging, korfbalvereniging) of daaraan verwante instelling: - op maandag tot en met vrijdag van 00.00 tot 06.00 uur; - op zaterdag en zondag van 00.00 tot 06.00 uur en van 19.00 tot 00.00 uur; - in afwijking van lid 2 onder a gelden voor een sportkantine in een sporthal de volgende aanvullende openingstijden: zaterdag en zondag van 19.00 tot 00.00 uur, mits een andere sportieve of recreatieve rechtspersoon op dat moment gebruik maakt van de sporthal; b. voor inrichtingen van rechtspersonen, die zich richten op activiteiten van sociaal culturele aard: op zondag tot en met donderdag van 00.00 tot 06.00 uur
aard: dagelijks van 00:00 tot 06.00 uur. 4. Het is de houder van een terras als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, verboden dit voor bezoekers geopend te houden op zondag tot en met zaterdag tussen 24.00 en 06.00 uur. 5. Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 6. De burgemeester kan door middel van een voorschrift andere dan in lid 1 t/ 4 van dit artikel genoemde tijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras, dan wel ontheffing van de sluitingstijden verlenen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 8. Het in het eerste, tweede en vierde lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
en op vrijdag en zaterdag van 01.00 tot 06.00 uur; c. voor inrichtingen van rechtspersonen, die zich richten op activiteiten van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard: dagelijks van 00:00 tot 06.00 uur. 3. Het is de houder van een terras als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, verboden dit voor bezoekers geopend te houden op zondag tot en met zaterdag tussen 00.00 en 06.00 uur. 4. Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. De burgemeester kan door middel van een voorschrift andere dan in lid 1 t/ 4 van dit artikel genoemde tijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras, dan wel ontheffing van de sluitingstijden verlenen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Omgevingswet gebaseerde voorschriften.
Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet wordt als volgt toegevoegd. Bestaande tekst Nog niet opgenomen
Nieuwe tekst Artikel 2:34a Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op activiteiten van sociaal-culturele aard mag uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken op: a. Zondag tot en met donderdag vanaf 11.00 uur tot 00.00 uur; b. Vrijdag en zaterdag vanaf 11.00 uur tot 01.00 uur.
2. Een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op activiteiten van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard mag uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken: dagelijks vanaf 11.00 uur tot 00.00 uur. 3. Een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op activiteiten van sportieve en recreatieve aard mag uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken tijdens en tot twee uur na afloop van een sportactiviteit, waarbij uiterlijk de volgende schenktijden gelden: a. Maandag tot en met vrijdag vanaf 19.00 uur tot 00.00 uur; b. Zaterdag vanaf 14.00 uur tot 19.00 uur; c. Zondag van 12.00 uur tot 19.00 uur. 4. In afwijking van lid 3 mag op zaterdag en zondag van 19.00 uur tot 00.00 uur alcoholhoudende drank worden verstrekt onder de volgende voorwaarden: a. in een sportkantine in een sporthal; b. tijdens deze uren er in de sporthal geen andere activiteiten worden georganiseerd dan sportactiviteiten, behoudens activiteiten waarvoor de burgemeester een ontheffing o.g.v. artikel 4 lid 4 van de Alcoholwet heeft verleend; c. de betreffende paracommerciële rechtspersoon bij convenant op samenwerking gerichte afspraken heeft gemaakt met de plaatselijke afdeling van Koninklijke Horeca Nederland en de gemeente. 5.
Het is een paracommerciële rechtspersoon verboden om alcoholhoudende dranken te verstrekken tijdens een bijeenkomst van persoonlijke aard, tenzij de burgemeester een ontheffing heeft verleend. 6. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de schenktijden genoemd in lid 1 t/m 4 van dit artikel, ten aanzien van
Nog niet opgenomen
Nog niet opgenomen
bijeenkomsten van een paracommerciële rechtspersoon: a. die zich voornamelijk richt op activiteiten van sportieve en recreatieve aard: maximaal 8 keer per jaar; b. die zich voornamelijk richt op activiteiten van sociaal-culturele aard: tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard. Daar waar in een dorp reguliere horeca aanwezig is, wordt het aantal bijeenkomsten na overleg met de horeca en de betreffende paracommerciële rechtspersoon vastgesteld; c. die zich voornamelijk richt op activiteiten van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, voor activiteiten en vieringen die geen direct verband houden met de levensbeschouwelijke of godsdienstige aard van de instelling. 7. Een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in lid 6 moet uiterlijk 4 weken voor aanvang van de bijeenkomst worden aangevraagd. Artikel 2:34b Verbod openlijk aanprijzen Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen de verhuur of ter beschikking stellen van pand en inventaris) van bijeenkomsten van persoonlijke aard openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of andere tijdschriften, via de eigen website of social media accounts van de paracommerciële rechtspersoon.
Artikel 2:34c Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.