10 - Bijlage 2 - Advies Cliëntenraad Werk en Inkomen nieuw inburgeringsbeleid
Tekst van het document
Aan:
College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel.
Van:
Cliëntenraad Werk en Inkomen
Betreft:
Advies van de cliëntenraad Werk & Inkomen inzake het inburgeringstraject voor migranten.
Geacht College, De Rijksoverheid bepaalt merendeels aan welke voorwaarden het inburgeringstraject moet voldoen. De gemeente is hieraan gehouden. Ondanks deze positie bevelen wij het onderstaande aan. Inzetten op doorontwikkeling in kennis en kunde na beëindiging van de inburgeringscursus. De praktijk leert dat statushouders na afronding van de inburgeringscursus het (werk)veld in worden gestuurd veelal zonder dat hun een ontwikkelingsprogramma wordt aangeboden door de bedrijven waar zij werken. Hierdoor komt het ontwikkelen van kennis tot stilstand en zal de nieuwkomer bijgevolg op het niveau van ‘schoonmaker’ blijven steken. Wij adviseren in te zetten op een vervolgtraject in opleiding in samenspraak met werkgevers en andere stakeholders nadat het verplichte gedeelte van de inburgeringscursus is afgerond. Cultuurverschillen overbruggen Ieder mens denkt, doet en redeneert vanuit zijn eigen culturele achtergrond. Vanuit deze positie vormt zich een oordeel dat gekleurd is door de eigen culturele achtergrond. Een voorbeeld: een Eritrese man die in zijn thuisland op het land werkt thuis blijft van zijn werk als er regen is voorspeld. Hier in Nederland werd hij op zijn werk verwacht maar de man kwam niet opdagen omdat er regen was voorspeld.
De achtergrond van het niet op het werk verschijnen is erin gelegen dat in zijn thuisland een ieder die op het land werkt thuis blijft, omdat er na regen veelal hevige onweersbuien ontstaan. Vanuit Nederlands cultuurperspectief begaat deze man een overtreding omdat hij niet op zijn werk verschijnt, terwijl dit verzuim vanuit het culturele perspectief van de Eritrese man niet zodanig aan te wijzen is. De door Hofstede uitgebrachte cultuurdimensies brengen de cultuurverschillen die er tussen de verschillende landen zijn in beeld https://www.hofstede-insights.com/product/compare-countries/ Wij adviseren om werkgevers en betrokkenen kennis bij te brengen over de impact die cultuurverschillen hebben op de samenwerking tussen mensen vanuit ons land en mensen uit andere landen/ culturen. Daarnaast is het essentieel voor het verstaan van de motivatie waarom iemand iets doet of nalaat om niet alleen een constatering te doen van een overtreding, maar om juist dan door te vragen wat de achterliggende gedachtes en motivatie is voor het bepaalde gedrag.
Taal leren niet alleen klassikaal, maar combineren met het participatietraject op de werkvloer. Taal leren niet alleen klassikaal, maar combineren met het participatietraject op de werkvloer. Uit ervaring van deskundigen blijkt dat de combinatie werken en het leren van taal effectief is. Dit komt doordat het leren van taal een directe betekenis krijgt doordat de Nederlandse woorden direct in relatie staan tot een activiteit. Dit sluit aan bij de in het beleidsstuk voorgenomen ambitie, ook overeenkomstig de intentie van de nieuwe inburgeringswet. Nederlandse taal, in combinatie met een vorm van participatie (van vrijwilligerswerk tot betaald werk), de beste manier is om actief burgerschap te verwerven in onze samenleving. Het ultieme doel is om inburgeraars duurzaam te laten uitstromen uit de uitkering. Participatietrajecten, doelstellingen en garanties Aan te bevelen is dat de gemeente bij de aanbesteding van de opdracht voor de uitvoering van het participatietraject de opdracht vormgeeft vanuit gemeenschappelijke kennis en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Daarnaast is het aan te bevelen dat bij de aanbesteding naar ISO 9001 certificering wordt verwezen.
ISO 9001 kan gebruikt worden om te beoordelen of de organisatie in staat is om te voldoen aan de eisen van klant. ISO 9001 wordt ook wel als volgt versimpeld weergegeven: ●
zeg wat je doet
●
doe wat je zegt
●
bewijs
(bron: wikipedia)
De volgorde is dat eerst naar de persoon van de nieuwkomer gekeken wordt om zo zijn mogelijkheden en potenties in beeld te krijgen en pas daarna wordt het instrument erbij gezocht om in te zetten voor het ontwikkelen en begeleiden van de nieuwkomer. Het ultieme doel hierbij is de participatie op verschillende ‘trappen’ van de participatieladder. Dus ‘meedoen’ naar de mogelijkheden van de persoon in kwestie.
Ambitie en leidende principes Bij punt 3 in het beleidsplan wordt gesproken over: ‘Wij ondersteunen inburgeraars bij het wegnemen van belemmeringen die van invloed zijn op het inburgeringstraject.’ Betekent dit bijvoorbeeld dat er kinderopvang wordt geregeld voor de inburgeraars als er sprake is van kinderen jonger dan 12 jaar? En aan welke andere belemmeringen wordt er gedacht en hoe gaat de gemeente ondersteunen bij het wegnemen daarvan? Kan dat binnen het budget?
Verordening Bij punt 4 in het beleidsplan wordt gesproken over een verordening en dat het handhavings aspect kan worden geregeld in de huidige afstemmingsverordening. Een door de raad vastgestelde verordening bevordert dat het college en de raad betrokken zijn bij de invulling van beleidsruimte en daarop invloed en controle kunnen uitoefenen. Bovendien is een verordening een praktisch instrument voor de uitvoering. Daarom stellen wij voor om een verordening op te stellen. Het is ons nog niet duidelijk wat er precies gehandhaafd moet worden en dat kan misschien nog concreet worden benoemd in het beleidsstuk. En wat houdt de beleidsruimte precies in? Waarop wordt dan invloed en controle uitgeoefend? Kortom, een concrete en meetbare beschrijving van de verordening is gewenst.
ZIjn de door de Rijksoverheid beschikbare financiële middelen voldoende om vakdocenten volgens de CAO te betalen? De Rijksoverheid stelt financiële middelen beschikbaar aan gemeenten zodat de laatste de voorgenomen opdracht uit kan voeren. Is dit financiële budget voor het uitvoeren van de opdracht toereikend? Op dit moment is bekend dat een aantal onderwijsinstellingen op voorhand aangeven dat zij niet op de opdracht inschrijven. De door de Rijksoverheid beschikbaar gestelde financiële middelen zijn onvoldoende om betreffende docenten conform de CAO uit te kunnen betalen. Het lijkt ons inziens sterk aan te bevelen om te monitoren en te evalueren of de door de Rijksoverheid beschikbaar gestelde geldelijke middelen toereikend zijn om de kwaliteit van het inburgeringstraject te kunnen borgen. Evaluatie en toetsing effectiviteit van het beleid In de leidende principes is het uitgangspunt dat het inburgeringsstelsel een lerend stelsel is voor de gemeente, de inburgeraar/nieuwkomer en uitvoerende organisaties die hen in staat stelt om te blijven bouwen op ervaringen en kennis, te leren van fouten en verbeteringen door te voeren. Ons advies en aanbeveling is om binnen dit traject evaluatiemomenten, bijvoorbeeld na een jaar, in te lassen en de resultaten hiervan vast te leggen zodat de effectiviteit meetbaar wordt gemaakt en ook met ons als Cliëntenraad Werk en Inkomen wordt gedeeld.
Vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geadviseerd,
Namens de cliëntenraad W & I,
A.P.C.M. De Wit, voorzitter
K. van Rooijen
Voorzitter
Secretaris