10 - Bijlage 1 - Startnotitie burger- en overheidsparticipatie
Tekst van het document
1 van 11
Startnotitie: Verstevigen participatie in Tytsjerksteradiel Aanleiding In het raadsprogramma 2022-2026 Samen in actie voor Tytsjerksteradiel wordt veel aandacht besteed aan een verbeterde verbinding tussen burgers en gemeente. Om de verbinding te vergroten, wordt aandacht besteed aan de menselijke maat, de kwaliteit van dienstverlening en burgerparticipatie. Eveneens staat in het coalitieakkoord Tytsjerksteradiel bloeit de mens centraal en stelt de coalitie zich open, transparant en verbindend op. Tot slot geeft de raad opdracht aan het college om een burger- en overheidsparticipatieverordening – waarin de wijze van participatie beschreven wordt - voor te bereiden voor behandeling in de raad. Tytsjerksteradiel is een gemeente met een groot aantal actieve dorpskernen met daarin een gedreven mienskip. Op een natuurlijke wijze wordt er binnen de gemeente Tytsjerksteradiel al jaren op allerlei manieren geparticipeerd door inwoners. Binnen de verschillende kernen bestaan meerdere vormen van actief burgerschap. Zo zijn er de verschillende dorpsbelangen, de ‘denk mee’-website, de denktank voor burgers zoals Burgum 2040, is er een brede participatieve ontwikkeling van Burgum West (voorheen “de Warren”) en kennen een aantal dorpen het project ‘Buurtkracht’ van de gemeente in samenwerking met welzijnsorganisatie KEaRN.
Doel startnotitie Deze startnotitie heeft als doel om ‘des Tytsjerksteradiels’, op een natuurlijke wijze, een scenario te ontwikkelen voor het ‘verstevigen van participatie’ voor de gemeente en haar inwoners. Uit een bijeenkomst met de raad en uit gesprekken met verschillende ambtenaren blijkt dat actief burgerschap, democratisch recht en zeggenschap zeer belangrijke motieven zijn voor participatie in Tytsjerksteradiel. Uit het feit dat er al jaren veel burgerinitiatieven bestaan in de gemeente blijkt dat dit gevoel ook breed wordt gedeeld onder de inwoners van de gemeente. Tegelijkertijd blijven er ook groepen lastig te bereiken. Doordat deze groepen elkaar wel weten te vinden, kan er wantrouwen tegenover de gemeente ontstaan. Een ander participatiemotief vanuit de gemeente is dan ook het verbinden van de gemeente met (delen van) de mienskip. Bovendien bestaan er verschillende beelden en invullingen over wat er het begrip participatie bedoeld wordt. Om als gemeente verschillende doelen te formuleren en te behalen en om de vele (toekomstige) processen van burger- en overheidsparticipatie te kunnen faciliteren, maken we in deze startnotitie een opmaat voor een werkwijze voor participatie in de gemeente Tytsjerksteradiel. Hiervoor schetsen we twee mogelijke scenario’s. Dit komt in het laatste deze van deze notitie aan bod.
Doelen als uitgangspunt voor op te stellen participatiebeleid Uit de gevoerde gesprekken zijn een aantal doelen voortgekomen om te komen tot participatiebeleid en een passende burger- en overheidsparticipatieverordening (wettelijke verplichting per 1/1/2025) voor de gemeente. Deze doelen zijn met name gestoeld op sterk aanwezige democratische motieven vanuit de gemeente(raad) van Tytsjerksteradiel. Deze doelen zijn als volgt geformuleerd:
2 van 11
1. Helder definiëren en afbakenen over wat er onder burger- en overheidsparticipatie verstaan wordt. 2. Het ontwikkelen van een strakkere participatiewerkwijze van de gemeente, zodat: a. De mate van invloed en de wijze van communicatie (zoals de terugkoppeling tijdens participatieprocessen en de resultaten) van tevoren beter bepaald worden door de gemeente. b. We Er vooraf beter wordt nagedacht over gestructureerde, laagdrempelige en passende participatievormen, waarbij vooraf duidelijk is wie verantwoordelijk is vanuit de gemeente, wat de rol van het gemeentebestuur is (raad en college), wat de mate van invloed is voor de inwoners en wat het doel is van de participatie. c. We een standpunt als gemeente (college en raad) hebben ten aanzien van initiatieven uit de samenleving. Zo kunnen we sneller, beter en eenduidiger reageren op de initiatieven, wensen en kennis van de burgers. Op dit moment komen nieuwe participatie-initiatieven gefragmenteerd binnen bij de gemeente en is er zodoende weinig zicht op wat er allemaal al gebeurt in de verschillende dorpskernen. Deze doelen dragen allemaal bij aan een heldere verwachtingsbasis, tussen inwoners en de gemeente—met zichtbare, herkenbare en werkbare participatie—en daarbij aan een goede de relatie tussen beiden.
Resultaten Hierna beschrijven we eerste de beoogde resultaten die volgen uit het uitvoeren van deze startnotitie. De beschreven stappen in deze startnotitie leiden uiteindelijk tot: 1. Een visie van de gemeente op burger- overheidsparticipatie. De visie beantwoordt de vragen ‘Waarom vinden we participatie belangrijk?’, ‘Bij welke kwesties willen wij participatie inzetten?’ en ‘Wanneer is participatie goed gegaan?’. 2. Meer bewustzijn over de rolverdeling bij de organisatie van participatie . Die rolverdeling geldt intern, bijvoorbeeld tussen raad, college en organisatie. De rolverdeling geldt ook extern: tussen inwoners en gemeente. 3. Een praktische, toegankelijke werkwijze om participatieprocessen gemeentebreed zo goed mogelijk te organiseren. Een onderdeel van deze werkwijze is ten minste een toolbox met participatieinstrumenten; deze geeft ons praktische handvatten. Een duidelijk ingerichte werkwijze zorgt ervoor dat de processen goed afgebakend worden georganiseerd. 4. Meer intern bewustzijn over de werking van participatie en de grenzen aan participatie. 5. Een aantal gezette stappen (vijf of acht, afhankelijk van het scenario) van de handreiking Aan de slag met participatie. Door deze stappen te zetten is alle inhoud gereed om vervolgens een verordening te schrijven en daarmee te voldoen aan het eerder genoemde wetsvoorstel.
Aandachtspunten Het voorstel in deze startnotitie kent vier aandachtspunten:
3 van 11
1. Deze notitie is een procesvoorstel Dat betekent enerzijds dat enkele inhoudelijke uitgangspunten en processtappen duidelijk gemaakt worden: we beginnen niet bij nul. Anderzijds hangt de uitkomst af van wat we samen gaan doen en doorlopen. Een aantal uitgangspunten in dit proces zijn: 1. Dat we toewerken naar een visie op burger- en overheidsparticipatie (resultaat 1). Een dergelijke visie geeft fundamenteel houvast (zichtbaarheid en herkenbaarheid) bij participatie, ook bij vraagstukken waar nog geen ervaring mee is. 2. Dat we zoveel mogelijk bestaande stukken gebruiken (het raadsprogramma, de beleidsnota ‘Overheidsparticipatie bij burgerinitiatieven’, de verordening op het burgerinitiatief en het ‘Participatiebeleid fysieke leefomgeving gemeente Tytsjerksteradiel’, zie de bijlage voor het laatste stuk). 3. Dat het voorgestelde proces leidt tot praktische handvatten om goede burger- en overheidsparticipatie te organiseren (resultaat 2). Deze handvatten zorgen voor herkenbaarheid, structuur en werkbaarheid op de lange termijn, zodat er straks één herkenbare werkwijze beschikbaar is voor inwoners, maar ook voor medewerkers en gemeentebestuurders (raad en college). De werkwijze moet helpen bij een scherpe rolverdeling, taakverdeling en procesafbakening van alle betrokkenen bij een participatieproces.
In deze startnotitie staat aangekondigd dat we aan de slag gaan—om tot de beschreven resultaten te komen via de hier benoemde stappen—maar houden we ruimte om wat er aan bod komt in de resultaten, producten en stappen gezamenlijk invulling te geven.
2. Participatie is geen wondermiddel Participatie is wenselijk en heeft op meerdere manieren meerwaarde. Participatie is echter geen wondermiddel dat vanzelf voor draagvlak zorgt. Het is geen vervanger van de representatieve democratie die door raadsleden wordt uitgevoerd en het creëert ook niet vanzelf groter vertrouwen onder inwoners. Verkeerd gevoerde participatie kan juist een averechts effect creëren. Niet alles kan tegelijkertijd en dat vraagt daarom om scherpe afwegingen die bepaalde consequenties op voorhand accepteren. Om die reden is het noodzakelijk om, waar mogelijk, van tevoren / vroegtijdig met elkaar te bepalen of participatie bij bepaalde (beleids)dossiers wenselijk is. Vroegtijdige bewustzijn en voortijdige (politieke) besluitvorming over de meerwaarde van de inzet en de beperkingen van participatie is daarin essentieel.
3. Goed intern samenspel is nodig voor goed samenspel met de samenleving Het is goed om vooraf aan de samenleving te vragen hoe ze willen participeren en wat ze daarin van hun gemeente verwachten. Tegelijkertijd is het net zo belangrijk om als gemeentebestuur (raad en college) vooraf, kaderstellend op casusniveau duidelijk te maken wat wordt verwacht, wat als ‘goede participatie’ wordt gezien en hoe er met bepaalde onderwerpen wordt omgegaan (deze oproep wordt ook sterk gedaan in het wetsvoorstel). De meest geuite kritiek op participatie is dat het onduidelijk is wat de doelen zijn, hoeveel ruimte er is voor invloed en wat er met de uitkomsten is gebeurd. Door deze duidelijkheid van tevoren te
4 van 11
bieden (met een participatievisie) maar ook te leveren als organisatie, werken we aan de verbetering van de ervaringen van meedoen met participatieprocessen. Goed samenspel tussen de gemeenteraad en het college van B&W is nodig om op een vruchtbare manier het samenspel met de gemeenschap te organiseren. Dat betekent vroegtijdig en voorafgaande aan de start van een participatievraag onder andere duidelijkheid creëren over een aantal onderwerpen, zoals de interne rolverdeling. De driehoek burgemeester-gemeentesecretarisgriffier is een belangrijk punt van houvast om het intern samenspel te bewaken. Maar we laten, anderzijds, genoeg ruimte om met elkaar de juiste samenspelafspraken te maken.
4. Goede participatie gaat over gedrag We kunnen als gemeente van alles willen en van alles zeggen, maar hoe we ons gedragen – intern naar elkaar toe of extern naar de inwoner – doet ertoe. Tegelijkertijd mogen we inwoners ook aanspreken op hun houding en gedrag binnen participatieprocessen. Door via vooraf vastgestelde kaders de participatie in te gaan wordt de gewenste duidelijkheid ook gecreëerd. Daarom vraagt dit procesvoorstel om een open en betrokken houding van gemeenteraad en college.
Proces: scenario’s voor verstevigen participatie Deze startnotitie is een eerste stap om als gemeente te komen tot een passend scenario voor het verstevigen van participatie. Hierna beschrijven we twee scenario’s van waaruit we hiermee aan de slag kunnen. Beide scenario’s zorgen (er)voor: (1) continuïteit van de op de historisch gegroeide en natuurlijke participatiewijze die zo kenmerkend is voor de mienskip in Tytsjerksteradiel; (2) dat ook in de toekomst participatie in Tytsjerksteradiel zo goed mogelijk blijft gaan en blijft verbeteren. Beide scenario’s beschrijven een aantal (verschillende) stappen die we met elkaar gaan doorlopen, deze stappen zijn in lijn met de routekaart voor participatie afkomstig uit de handreiking ‘Aan de slag met participatie’ die Berenschot heeft geschreven in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze stappen zijn ook nodig om uiteindelijk een burger- en overheidsparticipatieverordening te maken en vast te stellen (zoals het Wetsvoorstel ‘Versterking participatie op decentraal niveau’, in het voorjaar van 2024 aangenomen in de Tweede en Eerste kamer, gaat verplichten.) Voor het proces dat nodig is om de bovengenoemd ambities en resultaten te behalen, presenteren we twee scenario’s waar tussen gekozen kan worden. Beide scenario’s hebben ongeveer dezelfde structuur in fasen en in onderwerpen die aan bod komen.
De onderwerpen die aan bod komen gaan onder andere over ambities, rolverdeling, te organiseren activiteiten en de relatie met andere projecten, programma’s en initiatieven die binnen Tytsjerksteradiel lopen. Voor beide scenario’s geldt:
5 van 11
In fase 1 is aandacht voor het verkennen en bespreken van belangrijke participatieonderwerpen. Denk aan de kwaliteitseisen voor participatie, het uitdaagrecht (en de omgang met initiatieven),1 rollen binnen het gemeentehuis of uitgangspunten bij de organisatie van participatie. Deze verkenningen en besprekingen dragen bij aan het groeiend intern bewustzijn (resultaat 2) de uiteindelijke participatievisie (resultaat 1). Fase 1 begint in het eerste kwartaal van 2025. In fase 2 is meer gericht op het maken en doen. Denk aan het maken van een toolbox voor participatie of aan het uitvoeren van een experiment. Fase 2 zorgt zo voor belangrijke bouwstenen voor een participatiewerkwijze (resultaat 3) en wordt alvast doorgekeken naar wat intern nodig is om na de fase een burger- en overheidsparticipatieverordening te kunnen laten schrijven. Fase 2 begint in het tweede kwartaal van 2025 Voor allebei de keuzes geldt dat uiteindelijk met de driehoek een plan van aanpak gemaakt wordt voor het gekozen scenario.
Scenario 1: het experimenteerscenario Het eerste scenario is een ‘basisscenario.’ Er wordt gebruik gemaakt van bestaande stukken zoals het raadsprogramma, maar ook van andere interne stukken. Op basis van die stukken maken we een paar hulpmiddelen en waarmee geëxperimenteerd kan worden. Fase 1 wordt ingevuld door te beginnen met een bijeenkomst met (een gedeelte van) de gemeenteraad om het over de volgende onderwerpen te hebben: •
Wanneer is burgerparticipatie goed gelukt?
•
Wat is de ideale interne rolverdeling om participatie met inwoners zo vruchtbaar mogelijk vorm te geven?
•
Welke instrumenten, zoals bijvoorbeeld het Uitdaagrecht, passen bij de inwoners van Tytsjerksteradiel?
Op basis van deze bijeenkomst maken we een ‘visie op participatie’ die aansluit bij bestaande stukken en de uitkomsten van de bijeenkomst waarbij er ook aandacht is voor de rolverdeling (resultaat 1 en 2). Fase 2 krijgt invulling op basis van die visie. We maken een overzichtelijke toolbox (met bijvoorbeeld een selectie participatieinstrumenten) om reguliere burgerparticipatie als gemeente te organiseren, passend bij de visie (resultaat 3). De toolbox is in scenario 1 de kern van de werkwijze. Welke instrumenten uiteindelijk het beste in de toolbox kunnen, wordt in samenspraak met de ambtelijke organisatie besloten: zij moeten er het meeste aan hebben. In scenario 1 worden samen stappen gezet om de bovengenoemde resultaten te behalen. Het samen zetten van deze stappen draagt bij aan intern bewustzijn (resultaat 4). De visie en de toolbox worden als één pakket opgeleverd en aan de gemeenteraad aangeboden. Na fase 2 kan
Hier moet wat over opgeschreven worden in de komende burger- en overheidsburger- en overheidsparticipatieverordening. 1
6 van 11
hiermee geëxperimenteerd worden door de gemeente. We verwachten dat de gemeenteraad één tot twee keer betrokken is in het proces van scenario 1, dat ongeveer vijf à zes maanden duurt.
Scenario 2: het leerscenario Burger- en overheidsparticipatie is waardevol en lastig tegelijkertijd (zie ook de genoemde aandachtspunten eerder in deze startnotitie), daarom is dit scenario ten opzichte van scenario 1 meer gericht op gezamenlijk – stap voor stap – bepalen wat belangrijk, haalbaar en passend is. In dit scenario stellen we voor om een duale werkgroep (met het presidium, de portefeuillehouder en iemand van de ambtelijke organisatie) in te richten om deze stappen te zetten. Fase 1 wordt ingevuld door te beginnen met een bijeenkomst met (een gedeelte van) de gemeenteraad en het college van B&W om een paar belangrijke onderwerpen te selecteren waarop samen geleerd moet worden. Mogelijke onderwerpen zijn: •
lessen trekken op basis van afgelopen participatieprocessen;
•
kwaliteitseisen voor burger- en overheidsparticipatie (wanneer is een proces goed gegaan? Denk aan de inclusiviteit van participatieprocessen);
•
een gezamenlijk referentiekader en een gezamenlijke taal voor burger- en overheidsparticipatie (die ook publiek gemaakt kan worden);
•
de ideale interne rolverdeling ten aanzien van participatie (Wat doen de raad en het college?);
•
passende participatieinstrumenten voor Tytsjerksteradiel zoals het Uitdaagrecht;
•
specifieke leerdoelen stellen voor de toekomst.
We kiezen gezamenlijk in de bijeenkomst drie onderwerpen waar de werkgroep mee aan de slag gaat. De werkgroep behandelt elk onderwerp in een aparte werksessie. De resultaten hiervan worden gevat in een ‘visie op burger- en overheidsparticipatie’ waarin ook aandacht is voor de rolverdeling (resultaat 1 en 2). Fase 2 krijgt invulling door specifiek met de resultaten van de werkgroep aan de slag te gaan. Denk aan het bedenken van een (standaard) werkwijze voor burger- en overheidsparticipatie, het inrichten van een toolbox, het trainen van een selectie ambtenaren, het oefenen met de nieuwe werkwijze en de toolbox, en het evalueren van een recente casus (resultaat 3 en 4). Ook geeft fase 2—indien gewenst—ruimte om een experiment of pilot te doen met een nieuw instrument om op basis daarvan te monitoren hoe de visie, de werkwijze of de toolbox het doen. Fase 2 sluiten we af met terugblik op de gezette stappen en een mogelijke agenda voor de toekomst (met bijvoorbeeld drie aandachtspunten, zoals het oefenen met kaderstelling) (resultaat 4). De visie, werkwijze, toolbox en agenda voor de toekomst worden als één pakket opgeleverd en aan de gemeenteraad aangeboden. We verwachten dat de gemeenteraad minimaal twee keer betrokken is in het proces van scenario 2 (maar meer is mogelijk als de duale werkgroep dat nodig vindt) dat ongeveer zeven à negen maanden duurt.
De inhoud van beide scenario’s staat naast elkaar in Tabel 1 hieronder—om een helder overzicht te geven.
7 van 11
Tabel 1. Wat zijn de resultaten na scenario 1 en scenario 2? Resultaten scenario 1
Resultaten scenario 2
Toelichting
Een visie op burgeren overheidsparticipatie (resultaat 1 en 2)
Een visie op burgeren overheidsparticipatie (resultaat 1 en 2)
Hierin staat kort en helder wat we verstaan onder burgeren overheidsparticipatie. Wat we ermee willen in Tytsjerksteradiel en hoe we kijken naar de juiste rolverdeling.
Een basiswerkwijze en voor burger- en overheidsparticipatie (resultaat 3)
De basiswerkwijze bestaat uit een aantal stappen die altijd gezet worden. Bijvoorbeeld een startmoment, een participatieplan en een keuze voor een instrument.
Een toolbox voor burger- en overheidsparticipatie (resultaat 3)
In de toolbox zitten een paar burger- en overheidsparticipatie instrumenten (met uitleg) waaruit gekozen kan worden door ambtenaren die participatie moeten organiseren. De toolbox geeft de praktische handvatten.
Een aantal getrainde ambtenaren (resultaat 3 en 4)
We trainen een selectie ambtenaren zodat zij met de werkwijze en toolbox kunnen werken en als ambassadeurs de werkwijze kunnen uitdragen. De selectie maken we met de driehoek.
Stappen 1 t/m 5 van de handreiking gezet (resultaat 5)
Stap 1 t/m 3 gaan over hoe de gemeente kijkt naar burgeren overheidsparticipatie, de democratie, haar ambities en over waarom burger- en overheidsparticipatie belangrijke gevonden wordt. Deze stappen worden gezet in bijeenkomsten.
Een toolbox voor burger- en overheidsparticipatie (resultaat 3)
Stappen 1 t/m 5 van de handreiking zijn gezet (resultaat 5)
Stap 4 en 5 gaan over de verschillende participatievormen en -instrumenten om daar invulling aan te geven. Deze stappen worden in gezet in de werksessies, met het opstellen van de werkwijze en door middel van de toolbox. De bovenstaande stappen vormen de input om een burgeren overheidsparticipatieverordening (stap 8) te schrijven. Stappen 7 & 8 van de handreiking gezet (resultaat 5)
Stap 7 gaat over het leren van burger- en overheidsparticipatie. Dit heeft plaatsgevonden in de werksessies en krijgt verder vorm in een agenda voor de toekomst. Alle bovenstaande stappen vormen de input om een burgeren overheidsparticipatieverordening (stap 8) te schrijven.
Vervolgacties / stappen Na de scenario’s Na het kiezen van een scenario en het doorlopen van dit scenario, is er: 1. Een visie van de gemeente op burger- overheidsparticipatie. 2. Meer bewustzijn over de interne rolverdeling bij de organisatie van burger- en overheidsparticipatie. 3. Een praktische, toegankelijke werkwijze om participatieprocessen gemeentebreed zo goed mogelijk te organiseren (de praktische handvatten) 4. Meer intern bewustzijn over de werking van burger- en overheidsparticipatie en de grenzen aan participatie.
8 van 11
5. Een aantal gezette stappen (vijf of acht, afhankelijk van het scenario) van de handreiking Aan de slag met participatie. Opvolging 1: Om aan het wetsvoorstel te voldoen, moet de burger- en overheidsparticipatieverordening nog wel geschreven worden. Deze burger- en overheidsparticipatieverordening vervangt de huidige ‘Algemene Inspraakverordening’ die we nu hebben. Het doel van het wetsvoorstel is “[het vastleggen] dat op decentraal niveau wordt bepaald hoe ruimte kan worden gegeven aan initiatieven van inwoners en maatschappelijke partijen. Het wetsvoorstel beoogt te bevorderen dat in elke gemeente heldere kaders en spelregels voor participatie worden opgesteld die passen bij de lokale omstandigheden.”2 In de verordening staat de ruimte voor (burger)initiatieven en staan kaders en spelregels voor burger- en overheidsparticipatie. Die ruimte, kaders en spelregels gaan ergens over; die moeten aansluiten bij wat past en gewenst is in Tytsjerksteradiel. In beide scenario’s hebben we een aantal stappen gezet die gelden als voorbereiding op het (laten) schrijven van de verordening. Alle inhoud is—met het volgen van deze startnotitie—aan bod gekomen. Opvolging 2: het ‘gewoon’ gaan doen. Met het volgen van deze startnotitie hebben we alle ingrediënten om met elkaar te zorgen voor zichtbare, herkenbare en werkbare burger- en overheidsparticipatie.
We hebben een eenduidig beeld over burger- en overheidsparticipatie als gemeente (een visie), de praktische handvatten (een werkwijze en/of toolbox) en het bewustzijn om het goede samenspel met de gemeenschap vorm te geven. Met resultaten kunnen we—als inwoners en gemeente—met elkaar doorwerken aan het ‘verstevigen van participatie.’
2
Memorie van Toelichting bij het Wetsvoorstel, Kamerstuk 2022, 36210, nr 3., p. 12.
9 van 11
Bijlage 1.
Opbrengst van de bijeenkomst in maart
Op 10 maart 2023 hebben we een bijeenkomst met de raad georganiseerd. In deze bijeenkomst zijn meerdere onderwerpen besproken: de eerste indrukken van raadsleden bij participatie, de motieven voor participatie en de mate waarin bepaalde participatieinstrumenten geschikt zijn in Tytsjerksteradiel. In onderstaande figuur is een tweedeling te zien over een van de besproken onderwerpen (vier verschillende motieven voor participatie) en de lokale invulling—door gemeenteraadsleden en andere aanwezigen—van die motieven. De grootte van de witte bollen weerspiegelt het aantal mensen dat een motief het meest belangrijk vond.
Zoals te zien wordt er in Tytsjerksteradiel het meeste waarde gehecht aan democratische motieven voor participanten. Daar zouden de meeste participatieprocessen aan moeten voldoen en aan bijdragen. Ook werden alle aanwezigen gevraagd naar hun eerste indrukken van participatie in algemene zin. De aanwezigen werd gevraagd een meer positieve indruk en een meer negatieve indruk op te schrijven. Een bundeling van de belangrijkste indrukken staat in onderstaande tabel.
10 van 11
Positieve indruk
Negatieve indruk
Draagvlak, betrokkenheid en samen tot iets
Teleurstelling, niet gehoord voelen
‘gedragen’ komen Meedoen, mee ontwerpen en meewerken aan resultaten Verbinding maken met elkaar
Tijdsinvestering moeite, vertraging en langdurige projecten Kennisgebrek, onkunde en NIMBY3 Nodeloos complex
Inspirerend en het serieus nemen Tot slot, tijdens een instrumentencarrousel kwamen vijf verschillende instrumenten voorbij met de vraag hoe enthousiast de raadslieden hiervan werden. 1. Een burgerbegroting. Hier waren veel aanwezigen enthousiast over. ‘Met strak omschreven kaders moet dit kunnen. […] Anders kunnen er financieel onverstandige keuzes worden georganiseerd.’ 2. Het uitdaagrecht (voor initiatieven uit de samenleving) lag genuanceerd. De aanwezigen waren hierover verdeeld. Een voorstanders zei: ‘Je hoort vaak wat niet goed gaat, maar laten we de burgers dan maar de kans geven om te proberen te laten zien wat beter kan.’. 3. Een dorps- of wijkraad kon rekenen op vele tegenstanders. Dit omdat elk dorp al een dorpsbelang heeft. 4. Het burgerberaad had veel aanwezigen in het midden. Argumenten varieerden van tegen: ‘het was een stadse oplossing’ tot mild enthousiast: ‘Dat is erg afhankelijk van welke vraag en hoe goed georganiseerd. Het liefste met gelote club mensen om ook unusual suspects mee te krijgen. Dit zou goed tegen de kloof kunnen zijn.’ 5. Bij een lokaal referendum waren veel aanwezigen tegen: ‘de optie is te zwart-wit, en eigenlijk nooit van toepassing op de werkelijkheid.’ Iemand die voor was, zei: ‘mits er een goede vraagstelling is, kan je er best wat aan hebben, en je moet duidelijk hebben welk percentage acceptabel is.
Een hele goede uitleg is van belang.’
NIMBY staat voor ‘not in my backyard’. Een vertaling hiervan is: ‘niet in mijn achtertuin.’ Deze afkorting gaat over een bepaalde gedraging die omschrijft dat mensen vaak voor bepaalde maatregelen zijn, zolang ze er zelf maar geen last van hebben. 3
11 van 11
Bijlage 2.
Wat is een participatievisie?
Om als gemeente participatie te verbeteren zijn er meerdere producten die op weg kunnen helpen bij die verbeterslag. Doorgaans wordt het onderscheid tussen de volgende vier producten gemaakt: •
Een participatievisie gaat vaak in op de betekenis van participatie in de representatieve democratie, de ambitie van de gemeente en op een stelling over waarom de gemeente participatie belangrijk vindt.
•
Het participatiebeleid gaat doorgaans in op de vormen van participatie en de manieren waarop participatie georganiseerd wordt.
•
Een participatie-uitvoeringsprogramma benoemt enkele doelen, resultaten en/of activiteiten die de gemeente de komende jaren gaat ondernemen.
•
De burger- en overheidsparticipatieverordening verankert de afspraak die de gemeente met zichzelf maakt op het gebied van participatie.
Het is niet zo dat er maar één juist product is voor een gemeente, of dat ‘een participatievisie’ alleen mag gaan over de onderwerpen die in het rijtje benoemd staan. In de praktijk zijn verschillende invullingen van een visie te vinden, we sturen twee voorbeelden mee: 1. Een voorbeeld uit Culemborg (bijlage 2.1): dit stuk heet ook letterlijk ‘Participatievisie’ maar heeft in de inhoudsopgave meerdere hoofdstukken staan: van (weer) een visie tot een stuk over rolverdeling binnen het gemeentehuis. In het hoofdstuk ‘visie’ staat hoe de gemeente naar participatie kijkt. 2. Een voorbeeld uit Amsterdam (bijlage 2.2): daar staat
Bijlage 2.1. Bijlage 2.2. Voorbeeld Culemborg.pdf Voorbeeld Amsterdam.pdf
een visie op participatie in een raadsbrief. Naast die raadsbrief was er ook nog een los beleidskader en een leidraad voor participatie. In de raadsbrief is heel duidelijk te lezen (1) hoe naar de lokale democratie gekeken wordt, (2) wat de functie van participatie is, (3) wat belangrijke kenmerken van gemeente zijn, en (4) wat participatie van de gemeente vraagt. Maar daarnaast legt die brief ook uit wat de gemeente gaat doen, bijvoorbeeld in termen van een veranderstrategie (iets dat niet in een ‘klassieke’ visie staat). Deze twee voorbeelden zijn ook maar voorbeelden, maar ze laten zien dat er meerdere invulling van een participatievisie mogelijk zijn. Voor Tytsjerksteradiel streven we naar een visie waarin kort en helder staat wat we met participatie willen in Tytsjerksteradiel en hoe we kijken naar de juiste rolverdeling. Een werkwijze en/of toolbox maakt dan mogelijk om wat in de visie staat, in de praktijk te kunnen brengen (dit overlapt met de categorieën ‘participatiebeleid’ en ‘participatieuitvoeringsprogramma’).