10.2 - Beleidsregels Jeugdhulp 2025 gemeente Tytsjerksteradiel
Tekst van het document
• • • • • • •
De norm van verantwoorde hulp, inclusief de verplichting om geregistreerde professionals in te zetten; Gebruik van een hulpverleningsplan of ondersteuningsplan als onderdeel van verantwoorde hulp; Systematische kwaliteitsbewaking door de jeugdhulpaanbieder; Verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor alle medewerkers van een jeugdhulpaanbieder; De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; De meldplicht calamiteiten en geweld; Verplichting om de vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.
Het college controleert jaarlijks steekproefsgewijs of een PGB correct wordt besteed. Bij signalen van oneigenlijk gebruik wordt direct een onderzoek gestart en kan het budget worden teruggevorderd. 7.5 Inzet eigen netwerk Een cliënt die met een pgb de ondersteuning zelf organiseert kan deze ondersteuning afnemen bij iemand uit het sociaal netwerk. Dit betreft informele hulp. Handelingen die voorheen werden uitgevoerd door dit sociale netwerk worden aangemerkt als eigen kracht en komen daardoor niet in aanmerking voor een vergoeding. Aanvullende zorg kan hier een uitzondering op zijn. Het gezin kan de ondersteuning ook organiseren bij een zelfstandig werkende hulp of een aanbieder. Dit betreft formele hulp. 7.6 Bepaling hoogte pgb De wettelijke vertegenwoordiger van de jeugdige/de pgb-budgethouder dient in het Budgetplan een begroting voor de ondersteuning op te nemen als hij deze via een pgb wil inkopen. De hoogte van het tarief voor informele PGB wordt gebaseerd op de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een basis tarief en een plus tarief. 🟢 Basis tarief Voor situaties waarin de informele hulp relatief licht en/of laagdrempelig is met de volgende kenmerken: •
• • • •
Er is geen sprake van complexe gedrags- of opvoedingsproblemen. Er is wel sprake van lage tot matige problematiek (bijvoorbeeld milde gedragsproblemen, lichte ontwikkelingsstoornissen), die ook buiten de gezinssetÝng worden (h)erkend (bijvoorbeeld school/kinderopvang/vereniging). De hulpverlener is vaak een familielid of bekende die geen relevante (werk)ervaring en opleiding heeft. De inzet is tijdelijk van karakter, niet frequent en niet intensief. Tijdelijke inzet met vastgestelde doelen en resultaten voor ontwikkeling van het kind. Er is sprake van een door de gemeente goedgekeurd PGB-plan.
22
Het
Plus tarief Voor situaties waarin de informele hulp zwaarder, intensiever of complexer is met de volgende kenmerken: • • • • •
Complexe thuissituatie of multiproblematiek, vastgesteld via een diagnostisch onderzoek door een gecontracteerde zorgaanbieder of medisch specialist. Er is sprake van intensieve tijdelijke inzet (bijvoorbeeld dagelijks, meerdere uren per dag) of permanent toezicht. Hulpverlener heeft aantoonbare relevante werkervaring in jeugdzorg/jeugdhulp en heeft hiervoor scholing gevolgd. Aantoonbare certificering is vereist. Tijdelijke inzet met vastgestelde doelen en resultaten voor ontwikkeling van het kind. Er is sprake van een door de gemeente goedgekeurd PGB-plan met zwaardere inzet.
aantal uren voor pgb wordt op basis van het Budgetplan vastgesteld. De hoogte van het tarief voor formele PGB is maximaal 80% van het ZIN tarief. De budgethouder kan desgewenst een duurdere voorziening inkopen, maar betaalt dan het meerdere zelf. De betalingen vanuit het pgb verlopen via de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
8 Externe verwijzers 8.1 Inleiding Er zijn verschillende verwijzers voor jeugdhulpverlening aanwezig naast het gebiedsteam. De volgende verwijzers kunnen zonder tussenkomst van het gebiedsteam verwijzen naar tweedelijns jeugdhulp: • • •
Huisarts Jeugdarts Onderwijs 23
• • •
Gecertificeerde instelling Medisch specialist Rechter, Raad voor de Kinderbescherming of OfÏcier van Justitie
Deze verwijzers dragen zelf zorg voor de zorgvuldigheidseisen bij het nemen van besluiten rond de veiligheid van kinderen. Naast bovenstaande verwijzers is er ook nog een toegang via de samenwerkingsverbanden van het onderwijs en Veilig Thuis. Hierbij geldt dat de inzet alleen bekostigd wordt door de gemeente als er een ondersteuningsplan opgesteld wordt in samenwerking met de gebiedsteams. Om de samenwerking met de Gebiedsteams, Veilig Thuis, De Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde instellingen goed te laten verlopen zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt. 8.2 Toegang via Veilig Thuis Veilig Thuis is het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling en oudermishandeling. Veilig Thuis doet onderzoek en biedt advies en ondersteuning als het gaat om (zorgen over) huiselijk geweld en kindermishandeling. Veilig Thuis kan het gebiedsteam inschakelen zodat zij gezamenlijk passende noodzakelijke hulpverlening in kunnen zetten. Wanneer noodzakelijk kan Veilig Thuis een verzoek tot onderzoek indienen bij de Raad van de Kinderbescherming. 8.3 Toegang via Raad voor de Kinderbescherming De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) is als onafhankelijke partij betrokken bij gezinnen.
Hij onderzoekt de noodzakelijkheid van een kinderbeschermingsmaatregel en kan de kinderrechter verzoeken deze maatregelen op te leggen wanneer hij ernstige zorgen heeft over de veiligheid en ontwikkeling van een kind. De RvdK onderzoekt ook de situatie van jongeren die met de politie in aanraking komen en licht de rechter of ofÏcier van justitie daarover in. De RvdK heeft een toetsende/toezichthoudende taak bij beschermingsen strafzaken. Verder adviseert de RvdK de kinderrechter als het gaat om gezag, omgang of hoofdverblijfplaats als ouders die uit elkaar gaan het niet eens worden over afspraken over de kinderen. Tot slot is de RvdK betrokken bij zaken op het gebied van afstand doen (adoptie, gezag), de screening van pleeggezinnen, adoptiegezinnen, adviesaanvragen over adoptie en afstammingsvragen. 8.4 Jeugdbescherming en Voogdij Een kinderbeschermingsmaatregel is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Dat gebeurt als de ontwikkeling en veiligheid van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. Heeft de kinderrechter een ondertoezichtstelling of gezagsbeëindigende maatregel uitgesproken dan komt de uitvoering van deze maatregel bij een Gecertificeerde Instelling (GI) zoals Regiecentrum Bescherming en Veiligheid Friesland, NIDOS, William Schrikker of het Leger des Heils Jeugdreclassering en Jeugdbescherming te liggen.
Deze GI kan verwijzen naar de Jeugdhulp. 24
8.5 Jeugdreclassering Jeugdreclassering wordt bij een strafbaar feit door de rechter opgelegd. Dit kan zijn wanneer een jongere in aanmerking is gekomen met de politie, of veelvuldig heeft verzuimd van school. De Jeugdreclassering kan ook besluiten zorg in te zetten. De kosten hiervan komen ten laste van de gemeente. Jong volwassenen (18 tot 23 jaar) kunnen ook onder de jeugdwet vallen indien zij onder het adolescentenstrafrecht vallen. De kosten hiervan komen ten laste van de gemeente. Als een jeugdreclasseringsmaatregel is afgelopen, wordt hier een melding van gedaan richting het Gebiedsteam. Mocht er nog verdere hulpverlening nodig zijn, dan neemt de jeugdreclassering contact op met het Gebiedsteam. 8.6 Spoedeisende gevallen In spoedeisende gevallen wordt passende spoedhulp ingezet via Spoed4Jeugd. Waar nodig wordt dit ingezet in combinatie met een passende tijdelijke maatregel en/of machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. Spoed4Jeugd is in Friesland 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar. 8.7 Uitzonderingen Gesloten plaatsing Als een cliënt in een gesloten setÝng geplaatst moet worden, dan is hiervoor een machtiging van de kinderrechter nodig. Dyslexie In Friesland hebben de gemeenten provinciale afspraken gemaakt met scholen en dyslexie-behandelaren. School kan na het vaststellen van ernstige enkelvoudige dyslexie als verwijzer optreden.
Er kan dan door de behandelaar gestart worden met de behandeling zonder tussenkomst van de gemeente.
9. Overgangsrecht De beleidsregels jeugdhulp 2025 treden na publicatie op 1 oktober 2025 in werking en zijn van toepassing op alle aanvragen die vanaf de datum inwerkingtreding worden ingediend. Aldus vastgesteld door het college van B&W d.d. 20 mei 2025,
dhr. drs. J. Krul gemeentesecretaris
mevr. C. Schokker-Strampel, burgemeester
Bijlage 1. Richtlijn gebruikelijke zorg, afspraken over de gebruikelijke zorg Door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is een richtlijn opgesteld met daarin afspraken over de gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling in verschillende levensfases. Deze afspraken gaan dus over de ‘normale’ zorg die ouders hun kinderen geven, in elke leeftijdsfase. Deze afspraken zien er volgt uit: 25
Kinderen van 0 tot 3 jaar • • • • • •
hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig. hebben toezicht van dichtbij nodig. kunnen zich steeds meer zelf bewegen en verplaatsen. hebben begeleiding en aanmoediging nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling. hebben begeleiding en aanmoediging nodig in hun ontwikkeling om zelfstandig te worden en zichzelf te kunnen redden. hebben een beschermde plek om te wonen nodig die fysiek en sociaal veilig is en waarin ze worden opgevoed op een pedagogische en passende manier.
Kinderen van 3 tot 5 jaar • • • • •
• • •
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Volwassenen kunnen wel in huis korte tijd op gehoorafstand toezicht houden (bijvoorbeeld de was ophangen in een andere kamer). hebben begeleiding en aanmoediging nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling. hebben begeleiding en aanmoediging nodig in hun ontwikkeling om zelfstandig te worden en zichzelf te kunnen redden. Kunnen zelf zitten, en op vlakke ondergronden zelf staan en lopen. Hebben hulp, toezicht, aanmoediging en controle nodig bij het: o aan- en uitkleden o eten en wassen o in- en uit bed komen o dag- en nachtritme o bepalen van de dagindeling. hebben begeleiding nodig bij hun spel en de manier waarop ze omgaan met hun vrije tijd. kunnen niet zonder begeleiding meedoen in het verkeer hebben een beschermde plek om te wonen nodig die fysiek en sociaal veilig is en waarin ze worden opgevoed op een pedagogische en passende manier.
Kinderen van 5 tot 12 jaar • • • • • • •
hebben een normale dagbesteding op school. Dit loopt op van 22 tot 25 uur per week. kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Volwassenen kunnen toezicht houden op een kleine afstand (bijvoorbeeld het kind laten buitenspelen in de directe omgeving van de woning als de ouder thuis is). hebben toezicht, aanmoediging en controle nodig. Vanaf 6 tot 12 jaar hebben kinderen langzaamaan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals wassen en tandenpoetsen. hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie. zijn overdag zindelijk, en 's nachts voor het grootste deel ook. Ze krijgen als dat nodig is zindelijkheidstraining van ouders. hebben begeleiding en aanmoediging nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling. hebben begeleiding en aanmoediging nodig in hun ontwikkeling om zelfstandig te worden en zichzelf te kunnen redden. 26
• •
hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school gaan. Of wanneer ze naar activiteiten gaan die school vervangen of naar plekken voor hun vrije tijd, zoals de sportclub. hebben een beschermde plek om te wonen nodig die fysiek en sociaal veilig is en waarin ze worden opgevoed op een pedagogische en passende manier.
Kinderen van 12 tot 18 jaar • • • • • • • • • •
hebben niet steeds toezicht nodig van volwassenen. kunnen vanaf 12 jaar een paar uur alleen blijven. kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of nacht alleen blijven. kunnen vanaf 18 jaar op zichzelf wonen. hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en weinig toezicht nodig. hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, aanmoediging en controle nodig. hebben tot 18 jaar een normale dagbesteding op school/opleiding. hebben begeleiding en aanmoediging nodig bij om zichzelf te ontdekken en te ontwikkelen (bijvoorbeeld het maken van huiswerk of op zichzelf gaan wonen) hebben begeleiding en aanmoediging nodig in hun ontwikkeling om zelfstandig te worden en zichzelf te kunnen redden. hebben tot het 17e jaar een beschermde plek om te wonen nodig die fysiek en sociaal veilig is en waarin ze worden opgevoed op een pedagogische en passende manier.
27