1-96 - Memo college over Lokale Inclusie Agenda
Tekst van het document
Memo Inclusie
MEMO
Aan: Gemeenteraad Tytsjerksteradiel Onderwerp: Lokale Inclusie Agenda Datum: september 2021
stuknr
S2021-22981
: versie : datum
02-09-2021
:
1
Memo Inclusie
auteur : afdeling :
Titia van der Ploeg Ontwikkeling en Advies Sociaal
2
Memo Inclusie
1. Inleiding
In juli 2016 heeft Nederland het VN-Verdrag rechten voor mensen met een handicap (verder: VN-Verdrag) geratificeerd. Met de ratificatie van het VN-Verdrag is aan de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Participatiewet de verplichting toegevoegd om in het periodiek plan op te nemen hoe de gemeenteraad uitvoering geeft aan het verdrag. Het ‘Amendement Van der Staaij en Bergkamp’ geeft aan dat het de voorkeur verdient dat deze periodieke plannen worden samengevoegd tot één integraal plan voor het hele sociaal domein: de Lokale Inclusie Agenda (Tweede Kamer der Staten-Generaal 33990 nr. 35). Tot nu toe heeft de gemeente Tytsjerksteradiel geen aparte Lokale Inclusie Agenda vastgesteld. Dit betekent echter niet dat de gemeente niet handelt volgens het VN-verdrag. In deze memo zetten wordt eerst uiteengezet wat de uitgangspunten zijn voor een inclusieve samenleving, daarna wordt weergegeven in hoeverre landelijk uitvoering wordt gegeven aan de implementatie van het verdrag. Vervolgens wordt geschetst hoe er in de gemeente gehandeld wordt volgens het gedachtegoed van het verdrag, zowel binnen het ruimtelijk als het sociaal domein.
Figuur 1 Elementen inclusie
2. Uitgangspunten voor een Inclusieve Samenleving
Het doel van het VN-Verdrag is “het volledige genot door alle personen met een handicap van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid te bevorderen, beschermen en waarborgen, en ook de eerbiediging van hun inherente waardigheid te bevorderen. Personen met een handicap omvat personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving”. De uitgangspunten die hieruit af te leiden zijn, zijn gelijkheid, solidariteit, autonomie en participatie. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een index ontwikkelt om te komen tot een inclusieve samenleving/agenda. Om te starten zijn er volgens de VNG drie elementen van belang, te weten bewustwording, toegankelijkheid en ontmoeting.
3
Memo Inclusie
Bewustwording is nodig om inwoners en medewerkers van de gemeente zich te laten realiseren dat er drempels in de samenleving zijn voor mensen met een beperking. Ontmoeting tussen mensen met en zonder beperking zorgt ervoor dat er begrip ontstaat voor de verschillende perspectieven van waaruit mensen denken. Toegankelijkheid is altijd een eerste voorwaarden om mee te kunnen doen. Wanneer het OV niet rolstoeltoegankelijk is, kunnen rolstoelgebruikers niet naar hun werk. Wanneer afspraken alleen telefonisch gemaakt kunnen worden, kunnen mensen met een gehoorbeperking geen afspraken maken. Het moet voor iedereen mogelijk zijn ergens (letterlijk) toegang te krijgen en ook weer veilig weg te gaan. En omdat een samenleving pas inclusief is, wanneer iedere inwoner dit ervaart op alle aspecten van het leven, moet dit dan ook worden bekeken vanuit de volgende levensdomeinen die voor iedereen van belang zijn, aldus de VNG: • Onderwijs & ontwikkeling • Thuis • Werk & inkomen • Vrije tijd • Vervoer & welzijn • Gezondheid & ondersteuning Bovenstaande is grafisch weergegeven in figuur 1. Waarbij de inclusiviteit wordt weergegeven in de middelste cirkel: iedereen doet mee!
3. Landelijk beeld
Afgelopen juni heeft de VNG i.s.m. Movisie de (trend)rapportage ‘Inventarisatie implementatie VN-verdrag Handicap in gemeenten’ uitgebracht. Een van de onderdelen die in de rapportage naar voren komt, is de fase waarin gemeenten zich bevinden met de implementatie van het verdrag (figuur 2). Hieruit kunnen kan worden geconcludeerd dat een groot aantal gemeenten al flink op weg zijn met de implementatie van het verdrag, maar nog lang niet alle gemeenten.
Figuur 2 (% blauw = 2018 / % rood = 2019 / % groen = 2020 / paars = 2021)
De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn: • Er zijn grote verschillen tussen gemeenten met betrekking tot de lokale implementatie van het VN-Verdrag Handicap.
4
Memo Inclusie
• • •
• • •
• •
Gemeenten geven in meerderheid aan de implementatie van het VN-verdrag te plaatsen in een breder inclusiebeleid Het actief betrekken van diverse lokale spelers – en dan met name ervaringsdeskundigen - is een succesfactor in de vorming van lokaal inclusiebeleid. De inbreng van ervaringsdeskundigen wordt door gemeenten heel belangrijk geacht, maar men heeft moeite daar goede uitvoering voor te vinden. De vraag is voor gemeenten met name: hoe vind je ze? Ook sluit de wens van de gemeente niet altijd aan bij de mogelijkheden van de ervaringsdeskundigen. 41% van de gemeenten geeft aan procesmatige ondersteuning te wensen bij het betrekken van ervaringsdeskundigen Gebrek aan capaciteit en financiën is een groot knelpunt. Dit wordt door ruim 80% van de gemeenten aangegeven. Wat ondersteuning door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) betreft geven gemeenten aan vooral behoefte te hebben aan handzame kennisproducten (67%) en een (interactieve) website (70%). Sommige gemeenten geven aan het moeilijk te vinden om integraal beleid te voeren met betrekking tot de implementatie van alle onderdelen van het VN-verdrag. Als reden hiervoor geven ze dat verschillende afdelingen van de gemeente over dit onderwerp gaan of dat het om onderdelen zou gaan waarop gemeenten minder invloed hebben, zoals onderwijs of wonen.
Niet verrassend is dat de coronapandemie dit jaar als belemmerende factor wordt genoemd (hoewel niet door alle gemeenten). De bereidheid van gemeenten om de enquête in te vullen is groot, ook als gemeenten nog nauwelijks stappen hebben gezet. Hierdoor ontstaat er een goed beeld van waar de knelpunten zitten.
Bij dit rapport geven de opstellers ook meteen een kanttekening aan wanneer het gaat over het hele proces van verkennende fase tot aan de uitvoering van het lokale inclusieplan. Sommige gemeenten geven aan met het lokale inclusieplan aan de gang te gaan zonder dat ze het aan de gemeenteraad voorgelegd hebben. Ook zijn er gemeenten die aangeven wel allerlei maatregelen te nemen in de geest van het VN-Verdrag Handicap, zonder dat ze een lokale inclusie agenda hebben opgesteld.
4. Gemeente Tytsjerksteradiel
Zoals in de inleiding reeds aangeven, heeft de gemeente Tytsjerksteradiel geen separate inclusie agenda. Toch wordt er rekening gehouden met de bedoeling van het VN-verdrag. Dit gebeurt op alle terreinen in de organisatie. In de volgende paragrafen treft u een korte inventarisatie van voorbeelden uit het ruimtelijk en sociaal domein waaruit dit blijkt.
4.1. Aandacht voor inclusie in het Sociaal Domein
Het sociaal domein bestaat uit wetten die expliciet gericht zijn op inclusie. De bedoeling achter de “hoofdwetten” hangt samen met inclusie, alle inwoners worden in staat gesteld arbeid te verrichten naar vermogen, zelfstandig te leven en deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten. Maar ook de uitvoering van de Leerplichtwet en het bieden van leerlingenvervoer zijn op sociale inclusie gericht, het toegankelijk maken van onderwijs voor alle inwoners. Het beleidskader Sociaal Domein van de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel geeft 4 strategische doelen die als basis dienen voor het beleid van de verschillende beleidsterreinen van het Sociaal Domein. Deze strategische doelen zijn: • Inwoners zijn fysiek en mentaal zo gezond mogelijk; • Inwoners hebben financiële rust en passend werk, danwel een zinvolle bezigheid; • Inwoners zijn weerbaar in een veilige omgeving; • In ons gebied is de leefbaarheid behouden en versterkt.
4.1.1. Wet Maatschappelijk ondersteuning
De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) regelt hulp en ondersteuning voor burgers, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen en deel kunnen blijven nemen aan de maatschappij. Dit kan zijn in de vorm van fysieke toegankelijkheid door het verstrekken van bijvoorbeeld een rolstoel, scootmobiel of taxipas, zodat de inwoner weer in staat gesteld wordt om fysiek deel te nemen aan de maatschappij. Maar het kan ook gaan om begeleiding voor mensen die door een ziekte of stoornis niet meer zelfstandig in staat zijn om deel te nemen aan de maatschappij.
5
Memo Inclusie
De WMO-adviesraad, die bestaat uit een gemêleerde afvaardiging van de inwoners, adviseert het college gevraagd en ongevraagd over het beleid van de gemeente. De adviesraad houdt ons scherp dat er beleid wordt gemaakt waarbij iedereen telt!
4.1.2 Jeugdwet
Het doel van de Jeugdwet is dat alle jeugdigen gezond en veilig opgroeien en zich zo goed mogelijk ontwikkelen. Als opgroeien of opvoeden niet vanzelf gaat, is hulp nodig. Deze hulp en zorg hebben tot doel: het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen. Onder jeugdhulp valt ook het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer. En: het bevorderen van het zelfstandig functioneren van jeugdigen (18-) met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem. Een concreet voorbeeld van hulp binnen de gemeente Tytsjerksteradiel om iedereen gelijke kansen te bieden is Kansrijke start: Ieder kind verdient de best mogelijke start van zijn of haar leven en een optimale kans op een goede toekomst. De eerste 1000 dagen van een kind zijn cruciaal voor een goede start. De gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van problemen – zowel fysiek als mentaal – op latere leeftijd.
De gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel, partijen uit de geboortezorg en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) slaan daarom in het actieprogramma Kansrijke Start de handen ineen om de kinderen van vandaag en de volwassenen van morgen een betere kans te bieden.
4.1.3. Participatiewet
De doelstelling van de Participatiewet is dat iedereen meedoet naar vermogen, het liefst via betaald werk. De Participatiewet is getoetst aan het VN-verdrag. De uitkomst van deze toets is dat de Participatiewet een belangrijk bijdrage levert aan de versterking van gelijke kansen voor mensen met een beperking en aansluit bij de doelstelling (en meer specifiek artikel 27) van het VN-verdrag. In de Participatieverordening hebben wij vastgelegd welke instrumenten wij inzetten om invulling te geven aan de opdracht om gelijke deelname aan de arbeidsmarkt van mensen met een arbeidsbeperking te bevorderen. Voorbeelden van instrumenten die wij kunnen inzetten zijn: • Loonkostensubsidie voor werkgevers die een persoon met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking in dienst nemen. • Inzet van een jobcoach voor werknemers met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking die bij een reguliere werkgever een baan krijgen. • Het bieden van een dienstverband Beschut Werk aan personen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking waarbij sprake is van een grote begeleidingsbehoefte. De Cliëntenraad Werk en Inkomen behartigt de belangen van inwoners in Tytsjerksteradiel die van een minimuminkomen moeten leven. De cliëntenraad adviseert het college gevraagd en ongevraagd over het beleid van de gemeente.
De cliëntenraad houdt ons scherp zodat er beleid wordt gemaakt waarbij iedereen telt!
4.1.4. Overige onderdelen Sociaal Domein Welzijn Ook via het welzijnsbeleid en welzijnsorganisatie Kearn wordt er ondersteuning geboden in de vorm van buurtwerk en jongerenwerk aan onze inwoners. Zo probeert Kearn d.m.v. het buurtwerk inwoners, gemeenten en organisaties te stimuleren om hun krachten te bundelen tot een geheel: ‘tot het cement van de mienskip’. Zij ondersteunen en faciliteren inwoners en inwonersinitiatieven. Vanuit deze synergie ontstaat ‘burgerkracht’. Belangrijke thema’s daarbij zijn inclusie (meedoen), armoede, achterstand, laaggeletterdheid, eenzaamheid en gezondheid.
6
Memo Inclusie
De jongerenwerkers van Kearn spreken de taal van jongeren én van de buurt, stimuleren hun persoonlijke én sociale ontwikkeling. Zij behartigen hun belangen, ondersteunen initiatieven van jongeren, helpen waar nodig en geven grenzen aan. Het jongerenwerk is daar waar jongeren zijn, op straat, in de dorpen en op scholen. Kearn is voornemens om een nieuw project bij het Stationnetje op te zetten. Doel van het project is om jongeren met een beperking/aandoening (dit kan een zintuigelijke, motorische, verstandelijke of psychische beperking zijn) in de gemeente Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel te bereiken en te ondersteunen via de aanpak van 't Stationnetje. Op die manier kan pro-activiteit, eigenaarschap en toegang tot ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Voor dit project wordt nog gezocht naar financieringsmogelijkheden. Minimabeleid & schulddienstverlening Via diverse gemeentelijke regelingen worden inwoners met een beperkt budget ondersteund om maatschappelijk te participeren. Voor onze jeugd is er de stichting Samen en zijn er het jeugd & cultuurfonds, waarlangs kosten vergoed worden om maatschappelijk te participeren en deel te kunnen nemen aan alle onderwijsactiviteiten. Voor volwassenen zijn er, op grond van de Participatiewet, regelingen om kosten van maatschappelijke activiteiten te vergoeden.
Ook is er de minimaregeling “individuele studietoeslag”, een bijdrage voor studenten die door medische beperkingen niet in staat mogen worden geacht zelf bijverdiensten te genereren, waardoor zij beter rond kunnen komen tijdens de studie. Daarnaast wordt er schulddienstverlening geboden en geprobeerd vroegtijdig schulden te signaleren met onze partners, om problematische schulden te voorkomen. Gezondheid Ook in het nieuwe gezondheidsbeleid zal de aandacht worden gericht op gelijke kansen voor iedereen. Het doel is om gezondheidswinst te boeken voor alle inwoners en de grootste gezondheidswinst voor inwoners uit een laag sociaaleconomisch, kwetsbare positie. Hoe dit wordt uitgevoerd, wordt op dit moment uitgewerkt in de nieuwe gezondheidsnota (en de daaronder liggende uitvoeringsplannen) die eind dit jaar in uw raad voorligt. Onderwijs Het onderwijsbeleid is gericht op “koers op kansen”. Het college zet in op diverse thema’s gericht op het creëren van een gunstig en kansrijk ontwikkelklimaat, voor iedereen. Bijvoorbeeld: • Aanpak laaggeletterdheid i.s.m. ketenpartners zoals bibliotheken, scholen, Humanitas; • Bevorderen taalverwerving en meertaligheid; • Naar eerlijker/gelijke startposities van peuters en kleuters bij de start in het basisonderwijs, d.m.v.
Voor- en Vroegschoolse educatieve programma’s (VVE en VVE-thuis); • Het gebruik van het recht op onderwijs wordt bewaakt via ‘leerplicht’ en de regionale RMC/ startWijzer (voorkomen voortijdig uitval en alternatieve leer/ontwikkeltrajecten). Inburgering Binnen de nieuwe wet Inburgering en de aanbesteding die is uitgeschreven voor de leerroutes hiervoor, is opgenomen dat de (les)lokalen toegankelijk moeten zijn voor gehandicapten.
4.2. Aandacht voor inclusie in het Ruimtelijk Domein 4.2.1. Openbare gebouwen
De gemeente werkt al jaren vanuit de doelstellingen van de VN-verdrag om mensen met een beperking een goede ruimtelijke context te bieden als ze een beperking hebben. Bij het ontwerpen van de openbare ruimten in onze gemeente wordt geprobeerd voldoende rekening te houden met de specifieke, ruimtelijke wensen van minder valide mensen. Vaak worden bij de planvoorbereidingen (schetsontwerpfase) voor gebiedsontwikkelingen, in de gesprekken met belangengroepen en andere vertegenwoordigers van maatschappelijke groeperingen (bijvoorbeeld de fietsersbond, werkgroep blinden en slechtzienden, etc.) de nieuwe plannen al gecheckt op toegankelijkheid en praktisch gebruik. Er wordt al geruime tijd gebruik gemaakt van het werkboek 'geboden toegang' als het gaat om de overgangen van de openbare ruimte en de entrees van bouwwerken. ‘Geboden toegang’ is een handboek voor het
7
Memo Inclusie
toegankelijk en bruikbaar ontwerpen en bouwen voor mensen met een handicap. Dit overleg met deze specifieke doelgroep heeft vaak geresulteerd in plannen voor de openbare ruimte waarbij bijvoorbeeld: • Hellingbanen zijn toegepast volgens het handboek 'geboden toegang' bij de entrees van gebouwen als de hoogteverschillen van buiten-binnen te groot zijn; • Inritblokken zijn toegepast bij trottoirs (rekening houdend met hellingshoek van de inritten), zodat rolstoelgebruikers, rollatorgebruikers en scootmobiels de trottoirs goed kunnen op- & afrijden; • Blindegeleidelijnen zijn aangebracht daar waar dat nodig en mogelijk is; • Er in recreatieve gebieden bewust is gekozen voor brede fiets/voetpaden, zodat ook mensen met een handicap hier gebruik van kunnen maken (in bebouwd gebied is de fysieke ruimte door de gebouwen en wegen soms te beperkt om dit te kunnen doen); • Er voldoende parkeerplaatsen voor mindervaliden zijn toegepast in de centra van onze dorpen en worden op verzoek de mindervalidenparkeerplaatsen ook op andere plaatsen in de gemeente aangelegd; • In recreatiegebieden speciale speeltoestellen zijn geplaatst die ook geschikt zijn voor mindervalide mensen (bijvoorbeeld Wetter & Willepark Burgum). Desondanks valt in de openbare ruimte nog genoeg winst te behalen.
Bij nieuwe plannen gaat het vaak goed, maar bestaande situaties zijn nog lang niet altijd even inclusief ingericht. Komend half jaar worden de openbare gebouwen van de gemeente getoetst door de maatschappelijke organisatie Ongehinderd die zich inzet voor een toegankelijker Nederland. Ongehinderd heeft een app en website waarmee mensen met een lichamelijke beperking altijd en overal inzicht krijgen in de toegankelijkheid van publieke locaties. Door het keuringsteam worden locaties getoetst in opdracht van gemeenten en bedrijven. De uitkomsten hiervan komen in de app. Daarnaast is Ongehinderd de uitvoerende partij voor het Nederlands Keurmerk voor Toegankelijkheid.
4.2.2. Gemeentelijke dienstverlening
Zowel in het vastgestelde dienstverleningsplan (2020) als in de Informatiestrategie, is er aandacht voor het onderwerp Inclusie. In de Informatiestrategie van de gemeente staat hierover het volgende beschreven: “De Nederlandse overheid heeft zich uitgesproken voor een digitale toekomst waarin iedereen kan meedoen. Dit wordt digitale inclusie genoemd. Het gaat dan over het werken met digitale apparaten zoals smartphones of tablets. En het gebruiken van digitale overheidsdiensten”. Daarom zijn vier hoofddoelen bepaald: 1. digitale diensten voor iedereen makkelijker maken; 2. mensen helpen om met digitalisering om te gaan; 3. uitleggen wat de gevolgen van digitalisering zijn; 4. samenwerken met bedrijven en andere organisaties. Dit betekent dat de gemeente weliswaar inzet op digitalisering, maar dat er ook wel degelijk rekening wordt gehouden met de inwoners, ondernemers én medewerkers die juist niet mee kunnen. Zeker met het oog op de stijgende vergrijzing en het hoge percentage van laaggeletterden in onze gemeenten. De uitgangspunten zullen de komende jaren meer gestalte krijgen.
4.2.3. Wonen
Binnen het provinciale programma ‘Weer Thuis’, werken de Friese gemeenten samen met zorgaanbieders en woningcorporaties aan een convenant om de terugkeer van burgers uit een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang naar 'thuis’ te vereenvoudigen. De uitwerking van het convenant wordt lokaal in de prestatieafspraken met woningcorporaties opgenomen, waarbij de woonwens van de burger zoveel mogelijk wordt gerespecteerd en de burger zo lang als nodig wordt ondersteund bij het zelfstandig wonen.
5. Verkiezing Meest Toegankelijke Gemeente van Nederland
Op 10 augustus jongstleden is de gemeente via de email op de hoogte gebracht van het resultaat op de eerste ronde van de verkiezing Meest Toegankelijke Gemeente van Nederland. Tytsjerksteradiel heeft een rapportcijfer van 4,1 behaald. Op de onderdelen Welzijn, Gezondheid & Ondersteuning en Thuis scoort de gemeente goed. Meedoen & gelijke behandeling en Vrije tijd scoren erg slecht. Deze beoordeling is gegeven door inwoners.
8
Memo Inclusie
6. Tot slot
Inclusie moet, net als duurzaamheid, de basis van al ons handelen zijn. Ondanks dat de gemeente geen aparte inclusieve agenda heeft zijn er al goede stappen gezet om de gemeente toegankelijker en inclusief te maken in de breedste zin van het woord. Het verbeteren van de inclusie in de gemeente is een continu proces en daar moet blijvend aandacht voor zijn. Mede door de recente onderzoeken en publicaties weten wij als gemeente waar de verbeterpunten liggen en inzet nodig is.
9