09 - Bijlage 3 - Notitie provincie antwoorden vragen FPM
Tekst van het document
Beantwoording vragen Noordoost-Fryslân over Friese Projectenmachine door provincie Fryslân
Hieronder treft u de beantwoording aan van de vragen die vanuit Noordoost-Fryslân over de FPM zijn gesteld. Aansluitend gaan wij nog even kort in op de FPM als Fries samenwerkingsverband gericht op Europa.
1.
Waar is de nulmeting? Op verworven euro’s, maar óók op daadwerkelijke knelpunten die in de verwerving zouden bestaan? Er is geen nulmeting gehouden voorafgaand aan het ontwerpen van de FPM. In het Definitief Ontwerp (blz. 24) wordt aangegeven dat de FPM elke twee jaar een onderzoek laat uitvoeren naar de Europese gelden die i n Fryslân worden besteed. Dit onderzoek zal voor het eerst plaatsvinden zodra de uitvoering op gang is gekomen, dat wil zeggen in het tweede semester na de start van de FPM. Er is overigens wel degelijk sprake van knelpunten in Fryslân wat betreft de verwerving van projecten waarmee een beroep kan worden gedaan op Europese middelen. Uit een artikel in Binnenlands Bestuur van 18 april 2019 - dat gebaseerd is op gegevens van ERAC - blijkt dat Fryslân (met Drenthe en Flevoland) behoort tot de provincies die het minste weten te profiteren van Europese middelen en daarbij ver achterblijft bij de meeste andere provincies. De afwezigheid van een universiteit (een belangrijke projectmotor) speelt hierin volgens het artikel een belangrijke rol: zo is voor Fryslân het verschil met Groningen significant. Het beeld van achterblijvende projectontwikkeling wordt in Fryslân breed herkend bij provincie, gemeenten en kennisinstellingen, culturele instellingen en (clusters uit) het bedrijfsleven.
Ook wordt dit beeld bevestigd door een benchmark uit 2019 van ERAC voor de provincie Gelderland (https://internationaal.gelderland.nl/projects++plans/documenten/handlerdownloadfile s.ashx?idnv=1472527) waaruit blijkt dat de Europese subsidie per inwoner in Friesland het laagst is van alle provincies. Dit geldt ook voor de verworven Europese subsidie ten opzichte van het Bruto Regionaal Product.
2.
Waar is de analyse die ten grondslag ligt aan de ambitie van 130 miljoen, inclusief motivering van 40% GLB en 60% ‘overig EU’? Programmagebieden, programmabudgetten, allocatiemechanismen, ‘fair shares’, etc. De ambitie van tenminste € 130 mln. aan binnen te halen Europese middelen in de periode 2021-2027 is gebaseerd op een voorzichtige inschatting van de provincie Fryslân naar aanleiding van onze eigen gegevens over de middelen die in de periode 2014-2020 zijn neergedaald en de verdeling tussen POP-middelen en overige Europese programma’s. Het bedrag van tenminste € 130 mln. is opgenomen in het provinciale bestuursakkoord 2019-2023 en vervolgens in de provinciale Beleidsbrief Fryslân en Europa 2020-2023.
3.
Waar is de verbinding naar financieringsopties, in aanvulling op subsidieopties? De budgetten van EIB (zoals ELENA, InvestEU, direct loans, etc.) zijn een veelvoud van 1
de subsidiepotten en de Europese Commissie maakt voor 2021-2027 de zogenaamde ‘blended finance’ (combinatie van subsidie en financiering in één project) veel meer mogelijk. De FPM richt zich op het helpen ontwikkelen van projecten en kijkt daarbij primair naar Europese subsidieprogramma’s. Mocht in voorkomende gevallen een combinatie met andere Europese financieringsvormen aantrekkelijk zijn, dan kan dit ook in de advisering aan de initiatiefnemer van een project worden betrokken. De FPM staat ervoor open om de mogelijkheden voor blended finance te verkennen en benutten, dit kan bijvoorbeeld in de vorm waarin Europe Ready Fryslân nu kennisen informatiesessies organiseert.
4.
Hoe wordt de ambitie afrekenbaar gemaakt voor de uitvoerders? Wij nemen aan dat met ‘uitvoerders’ het Uitvoeringsteam van de FPM wordt bedoeld. De ambitie (tenminste € 130 mln. aan Europese middelen) is een ambitie voor Fryslân als geheel, dat wil zeggen voor de gezamenlijke deelnemers (provincie, gemeenten, kennisinstellingen, clusterorganisaties) aan de FPM en niet voor het Uitvoeringsteam. Het Uitvoeringsteam is aanspreekbaar op de kwaliteit van de ondersteuning en begeleiding bij het ontwikkelen van ideeën tot concrete Europese projecten. De tweejaarlijkse onderzoeken, zoals ook genoemd bij vraag 1, geven hierbij handvatten om te sturen als resultaten tegenvallen of aan de andere kant meevallen en nog beter kunnen.
5.
Waar is de analyse van huidige structuren (NOM, SNN, RVO, HNP, VNG, Neth-ER, branchevertegenwoordigingen, etc. etc.)? Dit is een baaierd aan structuren met sterk uiteenlopende rollen en taken als het om Europese middelen en projecten gaat. Zo’n analyse voert erg ver, terwijl de praktische waarde voor Fryslân mag worden betwijfeld. Om het wat dicht bij huis te houden noemen wij hier de NOM en het SNN, die beide andere taken hebben dan de FPM. Voor de NOM staat advisering en ondersteuning (o.a. via participaties) van bedrijven centraal. Het SNN is wat Europa betreft primair de uitvoerder van EFRO en specifieke (innovatie)regelingen voor bedrijven. De FPM zit in een fase hiervoor: het helpen ontwikkelen van goede projecten waarmee een beroep op Europese middelen (bijv. EFRO) kan worden gedaan.
6.
Waar is de analyse met hoe andere provincies het aanpakken, wanneer wel wordt gesteld dat die meer succesvol zijn? Provincies kennen sterk uiteenlopende benaderingen in hun aanpak van Europa, afhankelijk van hun omvang en de structuur van hun economie, kennisinstellingen enz. Voor het succes in het benutten van Europese middelen verwijzen wij naar het antwoord op vraag 1. De uitgewerkte aanpak voor FPM heeft inmiddels ambtelijk interesse gewekt vanuit andere provincies, die enthousiast zijn over de Friese ambitie en beoogde werkwijze. 2
7.
Waar is de benchmark met andere provincies, niet enkel op verworven euro’s maar vooral op absorptievermogen van economische / geografische / ecosystemische [triple-helix] variabelen? Er heeft geen brenchmark vergelijking met andere provincies plaatsgevonden. In de Beleidsbrief en de Uitvoeringsagenda Fryslân en Europa is een analyse opgenomen van de sterke en zwakke punten van Fryslân als het om Europa gaat. Daar is met het ontwerpen van de FPM – in een breed team met ervaringsdeskundigen vanuit o.a. Friese gemeenten, kennisinstellingen, (clusters van) bedrijven, culturele instellingen en provincie – op voortgebouwd.
8.
Hoe verhoudt het voorstel zich tot de Wet Markt & Overheid? Bij de FPM staat het makelen en schakelen ten aanzien van initiatiefnemers in het ontwikkelen van Europese projecten centraal. Hier worden geen activiteiten ondernomen waarmee met overheidsgeld de concurrentie met commerciële bedrijven wordt aangegaan. De FPM kent daarentegen diverse regelingen om initiatiefnemers van projecten financieel te ondersteunen bij het inschakelen van externe expertise in het opstellen en indienen van een aanvraag bij een Europees programma. Die externe expertise wordt gevonden bij commerciële partijen. Het werk van de FPM komt daarmee ook de markt ten goede.
9.
Hoe verhoudt de beoogde subsidie aan Stichting Innovatiepact Fryslân zich tot staatssteunregels? Een subsidie aan de Stichting IPF past geheel binnen de staatssteunregels. Het is overigens goed mogelijk dat bij de vormgeving van de FPM uiteindelijk voor een andere juridische constructie wordt gekozen, waardoor de subsidierelatie met IPF niet meer aan de orde is. Wij onderzoeken op dit moment wat de beste juridische vorm is om de samenwerking van de Friese partners (provincie, gemeenten, kennisinstellingen, clusterorganisaties) in de FPM gestalte te geven.
10.
Hoe voorkom je bij allocatie aan een innovatiestichting de juiste inhoudelijke en capacitaire aandacht voor de grote breedte aan niet-innovatie thematieken in de Europese mogelijkheden? De redactie van deze vraag roept wat verwarring op. Wij nemen aan dat wordt bedoeld hoe ervoor wordt gezorgd dat bij een innovatiestichting voldoende ruimte wordt geboden aan niet-innovatie gerelateerde onderwerpen. Dit is een kwestie van het maken en bewaken van de juiste afspraken over wat er geleverd moet worden. In de organisatieopzet van de FPM is dat de verantwoordelijkheid van de Stuurgroep en de Regiegroep.
11.
Hoe verhoudt het creëren van een extra laag / organisatie zich tot de opmerking dat er minder bureaucratie nodig is?
3
In de huidige situatie werken veel organisaties in Fryslân als het om Europa gaat op eigen houtje, of zij ondernemen weinig tot niets richting Europa bij gebrek aan menskracht of deskundigheid. Daardoor blijven Fryslân-breed kansen in Europa liggen. De FPM is geen extra laag, maar speelt een stimulerende, verbindende en faciliterende rol. De FPM zorgt door bundeling van inzet en deskundigheid juist voor een doelmatiger en doeltreffender ondersteuning van de projectontwikkeling in Fryslân. Zo wordt kennis gedeeld, kunnen ideeën worden gekoppeld en ontstaan bredere projecten die voor Europa veel interessanter zijn en voor Fryslân meer opleveren.
12.
Hoe is de subsidieregeling voor vouchers aan initiatiefnemers voorzien (formele regeling, staatssteun, Awb, procedures, toetsing, verantwoording, administratieve lasten, etc.)? De subsidieregeling kan door de provincie worden uitgevoerd en zal dan aan alle regels en procedures voldoen.
13.
Hoe is inspraak van de gemeenten op besteding van hun eventuele cofinanciering voorzien? Veel Europese programma’s stellen de eis van regionale cofinanciering. In de meeste gevallen zal deze worden opgebracht door de provincie. Als gemeenten wordt gevraagd om – aanvullend op de provincie - een cofinancieringsbijdrage te leveren, zal dat gaan over projecten waarvan de voordelen op hun grondgebied neerslaan. Zij beslissen zelf over het verlenen van die cofinanciering.
14.
Klopt onze lezing van pagina’s 27 t/m 29 van het rapport dat er wordt begroot op: ▪ ▪ ▪
2,2 fte nieuwe capaciteit? Én EUR 835.000 (2021) groeiend tot EUR 1.203.000 (2027) extra cash-out uitgaven? Én inzet van vele – al dan niet al bestaande – fte capaciteit binnen de loonlijsten van de beoogde partners?
Nee, deze lezing klopt niet: ▪ Het gaat om 4,2 fte nieuwe capaciteit, zoals vermeld staat op blz. 23 van het Definitief Ontwerp ▪ De bedragen van € 835.000 tot € 1.203.000 hebben betrekking op de totale exploitatie van de FPM. De kosten van de formatie (4,2 fte) zijn daarin begrepen en bedragen 25 à 30% van de begrote kosten ▪ De inzet van capaciteit binnen de loonlijsten van de beoogde partners is bescheiden: zo gaat het bij gemeenten om het aanwijzen van een contactpersoon die de verbinding met de Uitvoeringsorganisatie van de FPM onderhoudt. Dat is allerminst een dagtaak, maar hangt af de inzet die de gemeente richting Europa ambieert. Verder gaat het om inzet van medewerkers bij het ophalen en doorgeven van ideeën aan de FPM. Deze ‘antennefunctie’ in het veld behoort toch al tot het normale werk van (beleids)medewerkers, net als het delen van informatie binnen de eigen organisatie. Dit kan dus over meerdere medewerkers worden gespreid, maar 4
het is aan de gemeenten om dit goed te organiseren. Uit de tabel op blz. 29 van het DO blijkt dat de inzet voor deelname aan de FPM voor kleine gemeenten wordt geschat op 0,5 tot 1 fte, voor grote gemeenten op 1 tot 1,5 fte. De FPM als samenwerkingsverband Uw vragen gaan voornamelijk in op de financiële en personele aspecten van de FPM in relatie tot de gemeenten. Dat ligt voor de hand omdat deze aspecten vaak het meest in het oog springen. Maar wij vragen hiernaast ook uw aandacht voor de FPM als Fries samenwerkingsverband gericht op Europa. Fryslân is een bijzondere provincie die zich o.a. kenmerkt door kleinschaligheid en een dunne sociaaleconomische structuur. Er is, bij voorbeeld in tegenstelling tot Groningen, in Fryslân geen sprake van een alles dominerende stad of van grote ‘fabrieken van Europese projecten’ als de Rijksuniversiteit of het UMCG. Fryslân moet zijn kleinschaligheid en vaak versnipperde aanpak dus compenseren door de krachten te bundelen. En dat is precies wat de partijen die de FPM gaan vormen, beogen: samenwerking van provincie, gemeenten, kennisinstellingen, clusterorganisaties/ bedrijfsleven om in Europa wel te bereiken wat afzonderlijk niet lukt. Op zijn Fries gezegd: ‘de lapen gearsmite’.
Dat samenwerkingsverband waarvan de FPM het resultaat is, symboliseert de gezamenlijke Friese inzet op Europa, waarvoor de basis is gelegd bij het brede Friese Europadiner in december 2019. Daar hebben bestuurders en directeuren van Friese overheden, kennisinstellingen, clusterorganisaties en bedrijfsleven de urgentie van een gezamenlijke en gebundelde Friese inzet op Europa onderschreven en zich bereid verklaard daaraan vanuit hun organisaties een bijdrage te leveren. Nu, anderhalf jaar later en na uitvoerige ambtelijke en bestuurlijke afstemming, staan de Friese partners voor de uitdaging om die gezamenlijke aanpak gestalte te geven door de FPM te water te laten en met een zo sterk mogelijke bezetting koers te zetten richting Europa. Op die reis heeft Fryslân alle gemeenten nodig.
5