CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

09 - Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing ligplaats Feantersdyk 4M

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 30 mei 2024, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Legaliseren ligplaats Feantersdyk 4M Earnewâld (beslútfoarmjend, besprekstik)7.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

omgevingsvergunning

Earnewâld woonark nabij woonhaven Tytsjerksteradiel

DATUM IMRO IDN

29-04-2022 NL.IMRO.0737.xxx-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

Earnewâld woonark nabij woonhaven T. De Jong

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Fam. Kleinhuis 20220316

AUTEUR STATUS

M.A. Bulthuis concept

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1.

Aanleiding

1.2.

Projectgebied

1.3.

Planologische regeling

1.4.

Leeswijzer

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

2.1.

Huidige situatie

2.2.

Voorgenomen initiatief

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1.

Rijksbeleid

3.2.

Provinciaal beleid

3.3.

Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4

Toetsing omgevingsaspecten

4.1.

Bedrijven en milieuzonering

4.2.

Bodemkwaliteit

4.3.

Ecologie

4.4.

Wegverkeerslawaai

4.5.

Water

4.6.

Luchtkwaliteit

4.7.

Archeologie

4.8.

Cultuurhistorie

4.9.

Externe veiligheid

4.10.

Kabels en leidingen

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

5.1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 6

3/36

Afweging en conclusies

6.1.

Aanleiding

6.2.

Afweging

11

13

17

23

25

6.3.

Conclusie

Bijlagen Bijlage 1

4/36

27 Watertoets

29

Ruimtelijke onderbouwing

5/36

6/36

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1. Aanleiding Net buiten de woonhaven in Earnewâld bevindt zich al enkele decennia een woonschip dat al die tijd door dezelfde bewoners bewoond is geweest. Het bestaande woonschip voldoet niet meer aan de technische eisen voor vaartuigen en beperkingen die worden gesteld voor het bewonen van een schip. De bewoners van het woonschip hebben daarom de wens om het woonschip te vervangen voor een woonark. De ligplaats van het woonschip valt op dit moment echter onder de uitsterfregeling en is niet geregeld via het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. Door de bewoners van het woonschip is bij de gemeente Tytsjerksteradiel een verzoek ingediend om de ligplaats planologisch te voorzien van een permanente planologische regeling. De gemeente heeft besloten gezien de voorgeschiedenis dit verzoek te honoreren. Omdat het initiatief niet past binnen het bestemmingsplan Earnewâld is een aanvraag omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Deze ruimtelijke onderbouwing is een onderdeel van de aanvraag en toont aan dat met het initiatief sprake is en blijft van een goede ruimtelijke ordening. Voorgeschiedenis Het woonschip is in het verleden via verschillende rechtsmogelijkheden planologisch geregeld geweest. Het woonschip kent dan ook een planologische voorgeschiedenis.

De ligplaats net buiten de woonhaven is in 1988 tijdelijk ingenomen om een definitieve plek te vinden in de woonhaven. Door een capaciteitstekort is dit echter nooit gebeurd. In het bestemmingsplan Earnewâld (2000) is er voor gekozen om de ligplaats niet opnieuw te bestemmen en te plaatsen over het algemene overgangsrecht. In het bestemmingsplan Earnewâld (2013) is er voor gekozen om het woonschip onder de uitsterfregeling van de gemeente te plaatsen. Dit houdt in dat als de ligplaats voor gedurende een jaar niet wordt ingenomen dat de ligplaats wordt beëindigt en als strijdig gebruik wordt gezien. Nu het woonschip aan het einde is van zijn levensduur en de bewoners de wens hebben het schip te vervangen voor een woonark, heeft de gemeente besloten te willen meewerken aan het planologisch reguleren van de ligplaats.

1.2. Projectgebied Het projectgebied is gelegen aan het postadres Feanstersdyk 4m in Earnewâld, net buiten de woonhaven. Hieronder in figuur 1.1 is een luchtafbeelding opgenomen van het projectgebied. Zoals weergegeven op figuur 1.1, is het projectgebied volledig in het water gelegen.

7/36

Figuur 1.1

Situering projectgebied

1.3. Planologische regeling Het projectgebied valt onder het bestemmingsplan Earnewâld (2013) waarin het de bestemming "water" heeft, zie figuur 1.2. Gronden met de bestemming 'water' zijn bestemd voor oonder andere kanalen, vaarten, meren en andere waterpartijen. Ook zijn gronden met de bestemming "water" bestemd voor kades en oevers. Daarnaast zijn bouwwerken in de vorm van woonschepen toegestaan van de aanduiding "specifieke vorm van aanduiding "wonen - woonschip". Het projectgebied beschikt echter niet over deze aanduiding, waardoor een woonark in strijd is met het bestemmingsplan. Omdat de woonark het bestaande woonschip vervangt, kan de woonark ook niet onder dezelfde uitsterfregeling als van het bestaande woonschip vallen.

8/36

Figuur 1.2

Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan

1.4. Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie en de gewenste ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 wordt het voor het plan relevante beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 behandelt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de conclusie.

9/36

10/36

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

2.1. Huidige situatie De ligplaats aan de Feanstersdyk 4M wordt in de bestaande situatie bezet door een verouderd woonschip. Dit woonschip ligt al enkele decennia deze locatie. De afmetingen van het bestaande woonschip bedragen circa 27x5 meter. Het woonschip ligt in in de lengte van de oever. De ligplaats bevindt zich aan de noordrand van Earnewâld, waar zich de woonkern van het dorp bevindt. Dit in tegenstelling tot de zuidrand van Earnewâld dat zich kenmerkt aan vele campings en recreatieparken. De locatie van de ligplaats is net buiten het bestaande bebouwde (stedelijk) gebied van Earnewâld gelegen. De ligplaats grenst aan een zijpad van de Feanstersdyk dat alleen voor langzaam verkeer toegankelijk is. Iets verder naar de Feanstersdyk toe ligt een parkeerterrein behorend bij de woonhaven en jachthaven. De woonhaven ligt direct ten westen van de ligplaats, hier bevinden zich enkele woonarken. In figuur 2.1 is een overzicht weergegeven van het projectgebied en de directe omgeving.

Figuur 2.1

11/36

Luchtfoto bestaande situatie omgeving projectgebied

2.2. Voorgenomen initiatief In de gewenste situatie wordt het woonschip op ligplaats aan de Feanstersdyk 4M vervangen door een woonark waarbij de ligplaats wordt voorzien van een permanente planologische regeling. Net als in de bestaande situatie komt de woonark in de lengte van de oever te liggen. De woonark is qua opzet vergelijkbaar met de woonarken in de woonhaven. De afmetingen van de woonark bedragen 24x6,5 meter. De bouwhoogte van de woonark bedraagt maximaal 3,5 meter en sluit daarmee aan op de maximale bouwhoogte van de woonarken in de woonhaven. De woonark zal worden uitgevoerd in twee bouwlaag en bestaat uit houtbouw. De woonark betreft een drijvend bouwwerk en zal daarom moeten voldoen aan het bouwbesluit. In het ontwerp zal hiermee rekening worden gehouden. Tot slot zal de bestaande steiger worden vervangen. Verkeer en parkeren De ligplaats wordt niet direct ontsloten op de Feanstersdyk. De steiger van de ligplaats is toegankelijk via een deels verhard pad dat naar de woonhaven loopt. Dit pad eindigt uiteindelijk op de Feanstersdyk. Ook bevindt zich een sluiproute naar het noordelijk gelegen parkeerterrein. Met dit project vinden er geen veranderingen plaats aan deze ontsluitingsstructuur. De vervanging van de bestaande woonboot voor een woonark leidt niet tot een toename van de verkeersgeneratie. Er is namelijk netto niet sprake van een toename in wooneenheden.

Ook zal de ligplaats aan de Feanstersdyk 4M wederom worden gebruikt door de bewoners van de woonark Rondom de ligplaats zijn meer dan voldoende parkeermogelijkheden. Ten noorden van de ligplaats bevindt zich een parkeerterrein en langs de Feanstersdyk ligt een parkeerstrook. Beide parkeermogelijkheden worden in de bestaande situatie ook reeds gebruikt door de bewoners van het woonschip

12/36

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1. Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden.. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het projectgebied raakt, gezien de relatief zeer kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI. Het draagt wel bij aan de opgave om de regio sterker te maken. Ladder duurzame verstedelijking De 'ladder voor duurzame verstedelijking' geldt als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de behoefte en de beschikbare ruimte binnen stedelijk gebied.

13/36

De ontwikkeling van een woonark wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Toetsing aan de ladder is daarom niet noodzakelijk.

3.2. Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân 2019 - De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. De provincie gaat voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid, een gezonde leefomgeving en het terugdringen van leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden. Het behoud van het karakteristiek van de provincie wordt nagestreefd door het beschermen van de eigen identiteit. De provincie wil extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven: 1. Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; 2. Energietransitie met kracht voortzetten; 3. Fryslân klimaatadaptief inrichten; 4. Versterken van de biodiversiteit. Het project voorziet in de vervanging van een verouderde woonboot voor een nieuwe woonark, wat zorgt voor een impuls van de uitstraling rondom de woonhaven. Het project heeft daarmee invloed op de leefbaarheid en sluit daarmee aan op de provinciale omgevingsvisie.

3.2.2 Omgevingsverordening Fryslân Op 21 september 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Fryslân vastgesteld. De Omgevingsverordening Fryslân is in werking getreden op 1 januari 2024. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke belangen. Het voorgenomen initiatief raakt echter geen belangen uit Omgevingsverordening Fryslân in is hiermee in overeenstemming.

14/36

3.2.3 Woningbouwafspraak regio Noordoost Friesland experiment tot en met 2025 Tussen de gemeente Tytjerksteradiel en de provincie zijn in de periode 2019 en 2020 diverse gesprekken geweest waaruit afspraken zijn gevolgd over het creëren van balans op de woningmarkt in de regio. Één van de uitkomsten van deze afspraken is het opstarten van een experiment waarbij onder andere de gemeente Tytsjerksteradiel meer vrijheid krijgt van de provincie om wonen buiten het stedelijk gebied mogelijk te maken. De provincie heeft vertrouwen in de gemeenten in de regio om zelf, met ruimte en vertrouwen, de door beide partijen gewenste balans te bewerkstelligen. Het gaat hierbij aan de ene kant om bouwvolumes maar aan de andere kant om plancapaciteit, de prognose van de woningbehoefte, sloop, herstructurering en deprogrammering. De gemeente draagt hierdoor de verantwoordelijkheden voor de effecten die kunnen optreden in de bestaande woningvoorraad. De provincie is bereid mee te werken aan het experiment vanwege de vraag vanuit het rijk om vanwege de druk op de woningmarkt een overprogrammering tot maximaal 130% (harde en zachte plancapaciteit) mogelijk te maken. De looptijd van het experiment is tot 2025. De gemeenten in Noordoost Friesland worden in het experiment vrij gelaten in het programmeren van zowel binnen- als buitenstedelijke programmering.

Daarbij is voor de provincie van belang dat er sprake is van een goede verhouding c.q. balans tussen binnen- en buitenstedelijke programmering (50% - 50%). Uitgangspunt hierbij is dat binnenstedelijke voor buitenstedelijke gaat, waarbij tevens wordt toegewerkt naar de woningbehoefte die voor de komende 10 jaar wordt gezien. Voor de gemeente Tytsjerksteradiel houdt dit praktisch gezien in dat zij meer ruimte krijgt om de overgebleven 150 woningen uit het compensatiepakket van De Centrale As-overeenkomst toe te kennen. Omdat hiermee een belangrijke verantwoordelijkheid binnen het gemeentelijk beleid is geland zal toetsing aan de afspraken met de provincie plaatsvinden in de volgende paragraaf 'Gemeentelijk beleid'.

3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Finster op romte De structuurvisie Finster op romte (2010) geeft de toekomstvisie weer van Tytsjerksteradiel tot het jaar 2020. Op 20 september 2018 heeft de raad bij een evaluatie van de structuurvisie geoordeeld dat de houdbaarheidsdatum van de visie nog niet is verstreken en is besloten de structuurvisie te blijven hanteren tot het moment van vaststellen van een nieuwe omgevingsvisie. In de structuurvisie wordt onderscheid gemaakt in verschillende typen kernen. Naast grote kernen als Burgum en Hurdegaryp en recreatieve kernen als Earnewâld bestaat de gemeente uit kleine kernen. Voor ontwikkelingen is het uitgangspunt dat deze moeten passen in aard en schaal van het dorp en het landschap. Ontwikkelingsruimte in de kleine kernen is meer beperkt en richt zich vooral op inbreiding en kwaliteitsimpulsen. In beginsel wordt alleen gebouwd voor de eigen behoefte (natuurlijke groei). De dorpen gaan echter nadrukkelijk niet op slot. Ontwikkelingen in kleine kernen vragen om een zorgvuldige inpassing en maatwerk. De gemeente streeft naar behoud van voorzieningen in zijn dorpen. Het voorgenomen initiatief is een goed voorbeeld van maatwerk waarbij de gemeente er voor heeft gekozen om de al decennia aanwezige situatie opnieuw planologisch vast te leggen. Het initiatief past hiermee binnen de gemeentelijke structuurvisie.

15/36

3.3.2 Woningbouwafspraak regio Noordoost Friesland experiment tot en met 2025 Het is voor de gemeente Tytsjerksteradiel essentieel om haar verantwoordelijkheden en beloftes die volgen uit het experiment zoals dat is afgesproken met de provincie op de juiste wijze na te komen. De doelen en uitgangspunten van het experiment zijn hierboven in (sub)paragraaf 3.2.4 beschreven. Nu voorliggend initiatief bestaat uit het toevoegen van harde plancapaciteit buiten stedelijk gebied moet worden getoetst of (1) er voldoende (eigen) behoefte is voor de woonfunctie (2) of er geen mogelijkheden zijn dit initiatief mogelijk te maken binnen stedelijk gebied (inbreiding i.p.v. uitbreiding) en (3) of er voldoende wooncontingent beschikbaar is. 1. Is er voldoende (eigen) behoefte? De behoefte voor een woonark op de ligplaats aan de Feanstersdyk 4M volgt uit het feit dat de bestaande woonboot verouderd is en aan vervanging toe is. Er is dan ook geen sprake van een toename in het aantal wooneenheden. 2. Zijn er mogelijkheden het initiatief mogelijk te maken binnen stedelijk gebied? Deze mogelijkheden zijn er niet. Er is geen ruimte beschikbaar in de woonhaven. Daarom is besloten om de ligplaats planologisch te reguleren door middel van een omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan. 3.

Is er voldoende wooncontingent beschikbaar? Het wooncontingent is niet van toepassing op dit project. Het aantal wooneenheden neemt niet toe, het initiatief voorziet in de vervanging van een bestaande woonboot.

16/36

Hoofdstuk 4

Toetsing omgevingsaspecten

Voor de beoogde ontwikkeling is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de relevante milieuaspecten (bodem, milieuzonering en externe veiligheid) en om andere sectorale regelgeving.

4.1. Bedrijven en milieuzonering Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. Waardering omgeving Voor het beoordelen van de mate van hinder die aanvaardbaar is ter plaatse van hindergevoelige functies wordt onderscheid gemaakt tussen een 'rustige woonomgeving' en een 'gemengd gebied'. Het komt erop neer dat als beoordelingskader voor een goede ruimtelijke ordening voor woningen in een gemengd gebied de normen uit het Activiteitenbesluit toereikend zijn. Voor woningen in een rustige woonomgeving geldt een strengere norm. Een woonark kan daarbij vergeleken worden met een woning. Het projectgebied ligt in een omgeving met zowel woon- als recreatieve functies.

De omgeving karakteriseert zich daarom duidelijk als een gemengd gebied. Dit is ook duidelijk te zien op de verbeelding van het geldende bestemmingsplan. Op circa 25 meter van de locatie van de ligplaats bevindt zich een jachthaven. Voor een jachthaven geldt op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Er kan niet aan deze richtafstand worden voldaan. Wel wordt de milieusituatie aanvaardbaar geacht, omdat zich al decennialang een woonboot op de ligplaats bevindt. Ook bevindt de woonhaven zich binnen 30 meter van de jachthaven. Andere recreatieve functies, waaronder kampeerterreinen en vakantieparken liggen op grotere afstand. Er kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van onaanvaardbaar milieuhinder.

4.2. Bodemkwaliteit Bodem is een belangrijk toetsingskader op het moment dat nieuwe ontwikkelingen spelen. Vooral bij nieuwe woningbouwontwikkelingen moet aangetoond worden dat woningen op bodem van voldoende kwaliteit worden gebouwd. Met dit initiatief vinden er geen ingrepen plaats in de bodem, de woonark is op het water gelegen. Een

17/36

bodemonderzoek kan dan ook achterwege blijven.

4.3. Ecologie Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. 4.3.1 Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt op een afstand van 135 meter van het (dichtstbijzijnde) NNN-gebied en Natura 2000-gebied 'de Alde Feanen'. Op een afstand van circa 400 m liggen de dichtstbijzijnde, door de provincie als EHS overig en EHS water aangeduide gebieden. Directe effecten op Natura 2000-gebieden zoals versnippering kunnen dus worden uitgesloten. Het initiatief bestaat uit de vervanging van een woonboot voor een woonark waarbij de ligplaats wordt voorzien van een permanente planologische regeling, waardoor er geen sprake is van toevoeging van wooneenheden. Daarnaast is het initiatief locatiegebonden en heeft het een zeer beperkte omvang. Verder liggen op dichtere afstand van de Alde Feanen meerdere woonarken en woningen. Om deze redenen veroorzaakt het initiatief geen conflict met de Wet natuurbescherming.

Stikstof Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Wat valt onder de vrijstelling: 1. het bouwen en slopen van een bouwwerk; 2. het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk (bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, weg- en waterbouw zoals pleinen, straten, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatieinfrastructuur, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen; 3. De vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a. het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) Wat betreft de gebruiksfase is er geen (extra) stikstofemissie, omdat het hier om een vervanging van een bestaande woonboot gaat.

De ligplaats blijft in het gebruik door de bewoners van het bestaande woonschip, ook neemt het aantal mensen in het projectgebied niet toe. Er is dan ook geen sprake van extra verkeersbewegingen die zorgen voor een toename in de uitstoot van stikstofemissie. Een stikstofonderzoek kan dan ook achterwege

18/36

blijven. 4.3.2 Soortenbescherming De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.

De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het projectgebied ligt volledig op het water. Ook bevindt zich in de bestaande situatie al een steiger op de locatie, hier bevindt zich dan ook geen oeverbeschoeiing. Ook kennen de oevers in de directe omgeving een intensief gebruik. Langs de oevers bevinden zich namelijk meerdere woonarken. Ook ligt de ligplaats nabij een drukke jachthaven. De aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten is om deze redenen uit te sluiten. Een ecologisch onderzoek kan dan ook worden uitgesloten.

4.4. Wegverkeerslawaai Wet geluidhinder Algemeen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1: schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 5 of meer 600 350 3 of 4 400 350 1 of 2 250 200

19/36

De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. Aan het uiteinde van een gezoneerde weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. 30 km-wegen Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde, mede gezien de grote afstand tot de weg en het feit dat de Feantersdyk geen doorgaande functie heeft. Beoordeling van de situatie De ligplaats van woonschepen is aangewezen als een geluidsgevoelig terrein.

Hiermee worden ligplaatsen aangewezen als geluidsgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder. Op circa 120 meter van het projectgebied bevindt zich de Feanstersdyk waar een maximum snelheid van 60 km/uur geldt. De ligplaats valt binnen de geluidszone van de Feanstersdyk. In de bestaande situatie bevindt zich al een woonboot op de ligplaats. Ook bevinden zich op geringere afstand van de Feanstersdyk meerdere woonarken en woningen. Om deze redenen kan het akoestisch klimaat op de locatie van de ligplaats aanvaardbaar worden geacht. Een akoestisch onderzoek kan dan ook achterwege blijven.

4.5. Water In het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is het verplicht plannen en projecten te toetsen op wateraspecten. Voor de meeste projecten wordt dit gedaan via de watertoets. Het doel van de watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen, projecten en besluiten. Uit de watertoets volgt veelal een te volgen procedure en komen enkele wateraspecten die het project raakt naar voren. Zo kan er sprake zijn van demping van oppervlaktewater, een toename van de verharding en veelal van een (hemel)waterafvoersysteem. Het initiatief is aangemeld bij het Wetterskip Frsylân middels de watertoets. Omdat het initiatief uitsluitend een vervanging van een woonschip betreft is de uitkomst van de toets dat er geen waterschapsbelangen geraakt worden en de korte procedure van toepassing is. De uitkomst van de toets is als bijlage 1 van deze onderbouwing gevoegd.

20/36

4.6. Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Het initiatief voorziet in de vervanging van een woonboot voor een woonark waarbij de ligplaats wordt voorzien van een permanente planologische regeling. Het aantal motorvoertuigbewegingen neemt niet toe en daarmee verslechtert de luchtkwaliteit niet in betekenende mate. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.

4.7. Archeologie Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. De grond wordt niet geroerd. Er is daarom ook geen sprake van mogelijke verstoring van eventueel aanwezige archeologische (verwachtings)waarden.

4.8. Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een bestemmingsplan worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het projectgebied. In of nabij het projectgebied is geen sprake van cultuurhistorische waarden. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het project.

21/36

4.9. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

De risicokaart is geraadpleegd om te inventariseren of er mogelijk risicovolle inrichtingen en transportroutes in en rondom het projectgebied bevinden. Uit de risicokaart blijkt dat dit soort inrichtingen en transportroutes zich niet in de omgeving van het projectgebied bevinden. Het aspect externe veiligheid vormt voor dit project geen beperkingen en aanvullend onderzoek kan achterwege blijven.

4.10. Kabels en leidingen In (de omgeving van) het projectgebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de gebruiksmogelijkheden in het projectgebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Binnen het projectgebied zijn verder geen sprake van kabels en leidingen waar rekening mee gehouden moeten worden. Daarom zijn geen verdere maatregelen noodzakelijk en vormt het aspect kabels en leidingen geen belemmering voor dit project.

22/36

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

Via de procedure van de omgevingsvergunning kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen.

5.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Via de procedure van de omgevingsvergunning kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen. Procedure omgevingsvergunning Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarna wordt de ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.

5.2. Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het project financieel haalbaar is. Om deze reden wordt deze omgevingsvergunningsprocedure doorlopen. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Wanneer sprake is van bepaalde bouwplannen, moet de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Voor vaststelling van het planologisch besluit moet duidelijk zijn op welke wijze potentiële

23/36

kosten zullen worden verhaald. Voor dit project is er geen sprake van een grondexploitatieregeling of een anterieure overeenkomst. De ligplaats wordt al decennialang door de bewoners van het woonschip gehuurd. De vervanging van het schip voor de woonark zal de eigendomssituatie van de ligplaats niet wijzigen.

24/36

Hoofdstuk 6

Afweging en conclusies

6.1. Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de ligplaats van een woonark planologisch wordt geregeld.

6.2. Afweging Het project is niet strijdig met de relevante beleidsuitgangspunten op zowel rijks als provinciaal en gemeentelijk niveau, past binnen het woningbouwcontingent en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. In de beoogde situatie is ook sprake van een verantwoorde milieusituatie.

6.3. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

25/36

26/36

Bijlagen

27/36

28/36

Bijlage 1

29/36

Watertoets

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 29-04-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Korte procedure

2.

Advies Europes e Kaderrichtlijn Water (krw)

3.

Advies Vrij voor de boezem

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

29-04-2022, 09:40

P agina 1 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het plan uits luitend over de functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee

2.

Verwacht je een toename van verharding in het plan? nee

3.

Is er s prake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? nee

4.

Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd? nee

5.

Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? nee

6.

Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken? nee

7.

Raak je de laag primaire waterkeringen? nee

8.

Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen? nee

9.

Raak je de laag hoofdwateren? nee

10.

Raak je de laag rioolwaterpers leidingen? nee

11.

Raak je de laag Grondwaterbes chermings gebied? nee

29-04-2022, 09:40

P agina 2 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 12.

Raak je de laag Kaderichtlijn water? ja

13.

Raak je de laag vrij voor de boezem? ja

14.

Raak je de laag waterzuiverings object? nee

29-04-2022, 09:40

P agina 3 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

Korte procedure Voor je plan moet je de korte procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.

Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons kenbaar te maken. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan mogelijk invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit in de waterparagraaf. Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.

Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen

Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van 29-04-2022, 09:40

P agina 4 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons .

Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.

Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl

Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring

29-04-2022, 09:40

P agina 5 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2.

Advies Europese Kaderrichtlijn Water (krw) Je raakt een ecologis che opgave die is aangewezen vanuit Kaderichtlijn Water.

Wat moet ik doen? De huidige ecologis che s ituatie mag niet vers lechteren.

Waar moet ik op letten? Vanuit Wetters kip Frys lân hebben wij volgens de Kaderrichtlijn Water en de Waterwet de plicht om maatregelen te nemen om de ecologis che doelen te bereiken die per waterlichaam zijn vas tgelegd en ook om deze te bes chermen.

Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.4.5) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf Meer achtergrondinformatie hierover kun je vinden in onders taande link: www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/bes tuur/waterbeheerplan-20162021/KRWBes lis nota.pdf/view.

29-04-2022, 09:40

P agina 6 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 3.

Advies Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor boezem.

Wat moet ik doen? Wij advis eren je om toekoms tige wateroverlas t tegen te gaan door voldoende hoog te bouwen.

Waar moet ik op letten? Je ingetekende locatie ligt vrij voor de boezem. (s treefpeil: -0,52 m NAP). Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is bes chermd tegen hoge waters tanden in de Fries e boezem. Je moet daarom rekening houden met hoogwater in het kader van regionale wateroverlas t. Het is van belang om rekening te houden met de droogleggings norm (Leidraad watertoets , paragraaf 4.3.7) of het maatgevend boezempeil (MBP) (op te vragen bij Wetters kip Frys lân). Het MBP, behorend bij een s ituatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Wij advis eren de nieuwe bebouwing/infras tructuur voldoende hoog aan te leggen. De hoogte van het plangebied kun je ins chatten op https ://www.ahn.nl/. We advis eren u echter om dit in te laten meten omdat hoogtemetingen een moment opname beteffen en er kans is dat dit niet helemaal accuraat is . Let op: wij zijn niet de bevoegde ins tantie voor de aanleghoogte, maar advis eren je hierin.

Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.2.4) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf

29-04-2022, 09:40

P agina 7 van 7

https://dewatertoets.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=0bd81e6d-9018-4463-b32b-9ac4a9fa93c8