09 - Bijlage 1 - Inburgeringsbeleid Tytsjerksteradiel 2022 – 2025
Tekst van het document
Inburgeringsbeleid Gemeente Tytsjerksteradiel 2022-2025
Zaaknr: Z2021-03898
Datum: 14 september 2021 Auteur: Nienke de Vries
1
Inhoudsopgave
Blz.
1.
Inleiding
4
2.
De nieuwe inburgeringswet
4
3.
Relatie met Sociaal Domein en andere beleidskaders
6
4.
Beleidsdoelen en instrumenten
7
5.
Financiën
9
6.
Risico’s
9
Bijlage 1: Inburgeringsvoorzieningen
10
Toelichting begrippen en afkortingen Inburgeringsplichtige
Asielmigranten: Personen die als vluchtelingen worden erkend en een
Nareizigers: Personen die naar Nederland zijn gekomen vanwege hereniging
Gezinsmigranten: Personen die naar Nederland komen om te trouwen met
Overige migranten: Geestelijk bedienaren en mensen met een
asielstatus krijgen.
met gezinsleden die erkend vluchteling zijn.
een in Nederland wonende partner die geen vluchteling is.
verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk humanitair verblijfsdoel.
Maatschappelijke
Praktische hulp bij het regelen van en voorlichting over basisvoorzieningen in
Brede Intake
Intake om een beeld te vormen van de startpositie en ontwikkelmogelijkheden
PIP
Plan Inburgering en Participatie. Een persoonlijk programma voor het leren van
MAP
Module Arbeidsmarkt en Participatie. De MAP heeft betrekking op de
PVT
Participatieverklaringstraject. Door middel van het PVT maken inburgeraars
begeleiding
de Nederlandse samenleving. van de inburgeringsplichtige.
de Nederlandse taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. kennismaking met en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt. kennis met de belangrijkste waarden, sociale regels en grondrechten in Nederland.
Financiële ontzorging
Minimaal 6 maanden doorbetaling huur, gas, water, stroom en de
Bevorderen financiële
Naast financiële ontzorging is de bijstandsgerechtigde inburgeraar verplicht om
Leerroutes
Onderwijsroute: Taalschakeltraject dat jongeren, die dat willen en kunnen,
zelfredzaamheid
zorgverzekering vanuit de bijstandsuitkering.
mee te werken aan het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid. voorbereidt op doorstroming naar het MBO of het hoger onderwijs.
B-1 route: “Reguliere” inburgeringsroute waarin het leren van de taal op B1niveau samengaat met de voorbereiding op participatie en werk.
Zelfstandigheidsroute; Z-route: Deze route is bedoeld om mensen die het
niveau van de B1-route niet kunnen halen toch een passend aanbod te bieden op het gebied van taal en participatie. Taalniveau B1
Mensen die taalniveau B1 hebben, begrijpen teksten die voor het grootste deel uit veelgebruikte woorden bestaan. Maar ze begrijpen ook moeilijker taal, als ze daar veel mee te maken hebben. Bijvoorbeeld door hun werk of hobby.
2
Samenvatting Aanleiding
Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet Inburgering inwerking. Wij krijgen de regie bij inburgering en hebben een actieve rol in de begeleiding van statushouders naar integratie, participatie en werk. Wij willen inburgeraars zo snel mogelijk actief burgerschap laten verwerven door het leren van de
Nederlandse taal te combineren met participatie, met als doel dat inburgeraars integreren, zich thuis voelen en uitstromen naar werk.
Uitvoeringswet
De nieuwe wet is een uitvoeringswet met strakke kaders en weinig beleidsruimte. Dit met het oog op rechtszekerheid en uniformiteit voor inburgeringsplichtigen, ongeacht de gemeente waarin de
inburgeringsplichtige woont. De keuzes die we kunnen maken, hebben vooral betrekking op de wijze waarop wij de wet kunnen uitvoeren. Dat is een bevoegdheid van het college. De raad gaat over de beleidsdoelen.
Inburgeringsvoorzieningen
Op grond van de nieuwe wet moeten wij de volgende inburgeringsvoorzieningen aanbieden:
Maatschappelijke begeleiding
Financiële ontzorging en bevorderen financiële zelfredzaamheid
Leerroutes: onderwijsroute, B-1 route en de zelfstandigheidsroute Participatieverklaringstraject (PVT)
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)
Integratie, participatie en werk
Het maatschappelijk doel van de inburgering houdt in dat inburgeraars snel en volwaardig meedoen in de (lokale) samenleving. Om dit te realiseren is het de bedoeling dat nieuwkomers tijdens hun
inburgeringsperiode zo vroeg mogelijk een duaal traject volgen, waarin zowel het leren van de taal als het starten met participatie of werk een rol heeft. We voeren de beleidsnotitie Inburgering daarom in samenhang uit met het participatiebeleid 1.
Budgetten
Wij voeren de nieuwe wet uit binnen de budgetten die wij van het Rijk ontvangen. De raad heeft het
budgetrecht en kan ervoor kiezen om meer middelen te besteden aan inburgering dan wij ontvangen van het Rijk. Wij ontvangen de volgende budgetten:
Structureel Integratiebudget (budget voor uitvoering)
Structurele Specifieke Uitkering (budget voor inburgeringsvoorzieningen).
Werk- en activeringstrajecten moeten wij bekostigen uit het bestaande Participatiebudget.
1
Vast te stellen in de raadsvergadering van 25 november 2021
3
1. Inleiding Waarom een nieuwe wet?
Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet Inburgering in werking. De reden hiervoor is dat het huidige
inburgeringsstelsel op een aantal punten niet voldoet 2. Veel inburgeraars doen er te lang over om in te burgeren. Daarnaast worden ze onvoldoende gestimuleerd om het hoogst mogelijke taalniveau te
behalen. Ook de invulling van de eigen verantwoordelijkheid, vooral het zelf moeten kiezen van een
passende taalcursus, is een belangrijk knelpunt. Het bestaande systeem laat ook ruimte voor fraude door taalaanbieders. Op grond van de nieuwe wet moeten wij een aantal inburgeringsvoorzieningen
aanbieden. In bijlage I lichten wij deze voorzieningen kort toe en geven we aan wat we zelf doen en wat we inkopen. Het gaat om de volgende voorzieningen:
Maatschappelijke begeleiding
Financiële ontzorging en bevorderen financiële zelfredzaamheid
Leerroutes: onderwijsroute, B-1 route en de zelfstandigheidsroute Participatieverklaringstraject (PVT)
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)
In de nieuwe wet verandert er dus het nodige. In hoofdstuk 2 gaan we daar verder op in.
Welke beleidskeuzes kunnen wij maken?
De nieuwe wet is een uitvoeringswet met strakke kaders. Gemeenten hebben weinig beleidsruimte. De keuzes die we kunnen maken, hebben vooral betrekking op de wijze waarop wij de wet kunnen
uitvoeren. Het gaat dan vooral om het vraagstuk ‘wat doen we zelf en wat kopen we in’. Dat is een bevoegdheid van het college. De raad gaat over de beleidsdoelen.
2. De nieuwe inburgeringswet Wat zijn de veranderingen?
De vier grote veranderingen in het inburgeringsstelsel zijn: Nu
2022
Inburgeraar is verantwoordelijk voor inburgering en
Gemeenten worden verantwoordelijk en
Inburgeraar kan maximaal € 10.000 lenen voor
Gemeenten ontvangen geld van het Rijk en
Iedere inburgeraar moet aan hetzelfde niveau voldoen
Iedere inburgeraar volgt een leerroute op
koopt zelf inburgeringscursus in.
inburgeringscursus bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. van het inburgeringsexamen.
kopen de inburgeringscursussen in.
basis van ontwikkelingsmogelijkheden en zijn/haar persoonlijke situatie.
Inburgering grotendeels op theoretische basis.
2
kopen inburgeringscursussen in.
Inburgering in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage.
Rapport (wetsevaluatie) Algemene Rekenkamer “Inburgering de eerste resultaten van de Wet Inburgering 2013”
4
Voor welke doelgroepen geldt deze wet?
De nieuwe wet is van toepassing op inburgeringsplichtigen van 18 jaar en ouder die vanaf 1 januari
2022 in onze gemeente komen wonen. Inburgeraars moeten binnen drie jaar hun inburgeringsexamen halen. De nieuwe wet maakt onderscheid in de volgende groepen inburgeringsplichtigen: Asielmigranten
Asielzoekers die als vluchteling worden erkend. Bijna alle asielmigranten maken in eerste instantie gebruik van een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet om in hun levensonderhoud te voorzien.
Nareizigers
Personen die naar Nederland zijn gekomen vanwege hereniging met
gezinsleden die erkend vluchteling zijn (asielmigranten). Nareizigers moeten ook inburgeren.
Gezinsmigranten
Personen die naar Nederland komen om te trouwen met een in Nederland
wonende partner die geen vluchteling is. Inburgering voor deze groep begint al in het land van herkomst waar zij het basisexamen inburgering buitenland moeten afleggen. In Nederland moeten zij het inburgeringsexamen halen.
Overige migranten
Dit zijn geestelijk bedienaren 3en mensen met een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk humanitair verblijfsdoel.
Wat zijn onze taken voor deze doelgroepen?
Voor gezins- en overige migranten geldt dezelfde inburgeringsplicht als voor asielmigranten en nareizigers.
We hebben wel een andere aanbodplicht. Dit omdat de startpositie van gezins- en overige migranten anders is dan die van asielmigranten. Omdat gezins- en overige migranten meestal niet afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering, kunnen gemeenten minder van hen vragen dan van asielmigranten. In de nieuwe wet
staat dat wij voor alle groepen een Brede Intake afnemen, een PIan Inburgering en Participatie opstellen en
zorgen voor de uitvoering van de Module Arbeidsmarkt en Participatie en het Participatieverklaringstraject.
Wij hoeven geen leerroute aan te bieden aan gezins- en overige migranten. Wel geven wij een advies welke
leerroute zij het beste kunnen volgen, maar zij maken zelf een keuze. Afhankelijk van hun inkomen kunnen
zij hiervoor een lening afsluiten bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. In overzicht ziet onze dienstverlening er als volgt uit:
Onderdelen inburgeringstraject 4
Asielmigranten en nareizigers
4 5 6
overige
migranten
Maatschappelijke begeleiding
X
Financiële ontzorging en bevorderen financiële zelfredzaamheid
X
Brede Intake, Plan Inburgering en Participatie,
X
X
Leerroutes
X
X5
Participatieverklaringstraject
X
X
Module Arbeidsmarkt en Participatie
X
X
Participatiecomponent
X
X6
voorgangsgesprekken
3
Gezins- en
Een geestelijke bedienaar heeft werk dat met een godsdienst te maken heeft. Zie voor een nadere toelichting bijlage I “Inburgeringsvoorzieningen
Deze doelgroepen moeten hun inburgeringscursus wel zelf bekostigen en kunnen hiervoor € 10.000 lenen bij DUO Alleen in het geval een bijstandsuitkering wordt ontvangen. Dat is vrijwel nooit het geval.
5
Wat doen we nu al en wat is nieuw?
Sinds 2013 zijn inburgeraars zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. De Wet Inburgering 2013 kent geen plicht om inburgeraars te begeleiden naar integratie, participatie en werk. Wij hebben er destijds voor gekozen om inburgeraars wel deze dienstverlening te bieden. Dit om langdurige
bijstandsafhankelijkheid te voorkomen. Wij doen dit dus al. Veel gemeenten hebben de keuze gemaakt
om dit niet te doen. De nieuwe Wet inburgering verplicht gemeenten nu om deze dienstverlening aan te bieden. Onder het huidige inburgeringsstelsel zijn wij verplicht om asielmigranten maatschappelijk
begeleiding te bieden wanneer zij in onze gemeente komen wonen. Dit geldt ook voor de uitvoering van het Participatieverklaringstraject. De overige onderdelen van het inburgeringstraject, die wij in de tabel hierboven noemen, zijn de nieuwe taken.
Verwachte aantallen
Het aantal nieuwe inburgeraars is moeilijk te voorspellen op jaarbasis. De huisvestingstaakstelling die we van het Rijk krijgen, is een indicatie van het aantal potentiële inburgeraars. Het Rijk maakt ieder halfjaar de taakstelling bekend. Belangrijkste indicator van de omvang van de taakstelling is de asielinstroom,
dus de actuele toestand in de wereld. In de tabel hieronder hebben wij de huisvestingstaakstelling van 2018 tot en met 2021 opgenomen. 2018
2019
2020
2021
45
22
22
45
In 2021 is de taakstelling verdubbeld. Wij gaan ervan uit dat dit een incidentele verhoging is als gevolg van het wegwerken van achterstanden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het aantal
inburgeringsplichtigen is niet gelijk aan de huisvestingstaakstelling. De reden hiervoor is dat niet
iedereen hoeft in te burgeren zoals kinderen en AOW-gerechtigden. Onze aanname is dat ongeveer 70% van de personen waarvoor wij een huisvestingstaakstelling hebben inburgeringsplichtig is. Wanneer de huisvestingstaakstelling de komende jaren gelijk is aan die van 2020, verwachten we de volgende aantallen inburgeringsplichtigen:
Asielstatushouders en nareizigers
Gezins- en overige migranten
15
5
3. Relatie met Sociaal Domein en andere beleidskaders
In onderstaande tabel hebben wij de relatie met het Sociaal Domein en andere beleidskaders in beeld gebracht.
Verbinding met het Sociaal Domein
Het Rijk heeft de regie over het inburgeringstraject bewust bij gemeenten neergelegd omdat daar de uitvoering van het Sociaal Domein plaatsvindt.
Hierbij zijn een aantal voor de hand liggende verbindingen te leggen. Er is
bijvoorbeeld een logische verbinding met de Wet educatie beroepsonderwijs en laaggeletterdheid. Daarnaast is er een verbinding met de Wet
gemeentelijke schuldhulpverlening en de Participatiewet omdat de meeste
asielmigranten een bijstandsuitkering ontvangen. Ook zijn de lijnen kort als er ondersteuning nodig is via Jeugdzorg of de Wmo.
6
Beleidskader Sociaal Domein
“Inwoners hebben financiële rust en passend werk of een zinvolle bezigheid” Met name deze strategische doelstelling sluit goed aan bij het doel van de
nieuwe wet. Inburgeraars hoeven hun inburgeringscursus niet meer zelf in te kopen en te financieren via een lening. Daarnaast worden inburgeraars de eerste zes maanden financieel ontzorgd en bieden wij hen begeleiding
richting werk, integratie en participatie. Ook sluit de beoogde werkwijze meer aan bij onze basisprincipes integraal/samen mét de inwoner. Participatiebeleid 7
Het maatschappelijk doel van de inburgering houdt in dat inburgeraars snel
en volwaardig meedoen in de (lokale) samenleving. Om dit te realiseren is het de bedoeling dat nieuwkomers tijdens hun inburgeringsperiode zo vroeg
mogelijk een duaal traject volgen waarin zowel het leren van de taal als het
starten met participatie een rol heeft. We voeren de beleidsnotitie Inburgering daarom in samenhang uit met het participatiebeleid. In het participatiebeleid nemen wij de beoogde resultaten voor de uitstroom naar werk van de doelgroep asielmigranten op. Nalevingsvisie 8
De wet schrijft voor dat wij een bestuurlijke boete moeten opleggen wanneer inburgeraars verwijtbaar niet meewerken aan hun inburgeringstraject. Bij het uitvoeren van deze handhavingstaak nemen wij de nalevingsvisie in acht. Wij gaan uit van vertrouwen en zetten in op preventieve instrumenten, zoals
goede informatievoorziening en goede dienstverlening. Daarnaast is het van belang om in de geest van de wet te handelen. Met andere woorden, draagt handhaving bij aan het maatschappelijk doel van de nieuwe wet. Coalitieakkoord
we benaderen statushouders als volwaardige burgers;
we zetten ons in voor een goede integratie en snellere participatie van statushouders.
Ook deze opgave sluit aan bij het doel van de nieuwe wet.
4. Beleid en instrumenten Maatschappelijk doel en centraal principe
Het maatschappelijk doel van de nieuwe wet is dat inburgeringsplichtigen snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Dit doel wordt sneller bereikt wanneer het leren van de Nederlands taal hand in hand gaat met participatie. Op deze manier leert de inburgeraar
sneller de Nederlands taal. Het centrale principe van de nieuwe wet is dat de regie op de uitvoering van de wet bij de gemeente ligt en dat de inburgeraar zelf verantwoordelijk is voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. Wij beschouwen het nieuwe inburgeringsstelsel als een lerend stelsel dat de
gemeente, inburgeraar en uitvoerende organisaties in staat stelt om te blijven bouwen op ervaringen en kennis, te leren van fouten en verbetering door te voeren.
Wat willen wij?
We willen vanaf dag één aan de slag met inburgeraars die onze gemeente komen wonen. Wij zijn ervan overtuigd dat het actief leren van de Nederlandse taal, in combinatie met een vorm van participatie de
beste manier is om actief burgerschap te verwerven in onze samenleving. Wij vragen een actieve houding van inburgeraars op het eigen inburgeringstraject, waarbij we inzetten op beroepsgericht taalonderwijs. Een gespecialiseerde sociaal werker is het vaste aanspreekpunt voor de inburgeraars. Het hierboven
7 8
Vast te stellen in de raadsvergadering van 25 november 2021 Nog vast te stellen
7
genoemde maatschappelijk doel van de nieuwe wet, hebben wij vertaald in specifieke beleidsdoelen.
Deze beleidsdoelen vragen om subdoelen, namelijk een tijdige start en snelheid van de inburgering, dat uitgaat van maatwerk en dualiteit 9 en dat kwaliteit garandeert.
Om deze beleids- en subdoelen te realiseren zetten wij de instrumenten in die de nieuwe wet ons biedt. In overzicht ziet dit er als volgt uit: Beleidsdoelen
Inburgeringsplichtigen bereiken het voor hen hoogst haalbare taalniveau, het liefst taalniveau B1.
Inburgeringsplichtigen participeren naar vermogen direct vanaf de start van het inburgeringstraject.
Inburgeringsplichtigen hebben kennis van de Nederlandse maatschappij. Subdoel Wij starten het inburgeringstraject
tijdig zodat inburgeringsplichtigen vanaf het begin meedoen in de maatschappij
Instrumenten 10
Wij bieden een inburgeringstraject op maat
Voorinburgering in AZC
Brede Intake door gemeente op AZC Plan Inburgering en Participatie
Module Arbeidsmarkt en Participatie Financieel ontzorgen
Maatschappelijke begeleiding Participatieverklaring Leerroutes
Vanaf dag één inzetten op integratie en participatie
Brede Intake met Leerbaarheidstoets
Plan Inburgering en Participatie
3 leerroutes (taalopleiding) naar vermogen, o B1 route
o Onderwijsroute o Z-route
Wij bieden een duaal
Financiële ontzorging
Integrale aanpak
Integratie, participatie en werk naast het leren van de
inburgeringstraject
taal
Wij bieden kwalitatief hoogwaardige
Inzet gespecialiseerde sociaal werkers
Module arbeidsmarkt en participatie Plan inburgering en participatie
Participatieverklaring
Gemeentelijk toezicht op de kwaliteit van lokale
inburgeringsvoorzieningen aan
inkoop van inburgeringsvoorzieningen en participatievoorzieningen
Toezicht kwaliteit B1- en Z-route door Stichting Blik op Werk 11
De onderwijsinspectie houdt toezicht op de kwaliteit van de onderwijsroute
9
Combineren van het leren van de taal en participatie
10 11
Zie lijst toelichting begrippen en afkortingen Onafhankelijk kwaliteitsinstituut
8
5. Financiën De nieuwe wettelijke taken leiden tot extra werk. Wij zetten hiervoor de budgetten in die wij van het Rijk ontvangen. Met andere woorden, de budgetten die wij van het Rijk ontvangen zijn leidend voor de
uitvoering van de nieuwe wet. De raad heeft het budgetrecht en kan ervoor kiezen om meer middelen te besteden aan inburgering dan wij ontvangen van het Rijk.
Budgetten Rijk
Wij ontvangen van het Rijk de volgende budgetten voor de uitvoering van de nieuwe wet: 1. Structurele Integratie-uitkering
Deze uitkering is bestemd om de uitvoeringskosten te financieren zoals:
afnemen van de Brede Intake
opstellen van het Plan Inburgering en Participatie het houden van voortgangsgesprekken
overige uitvoeringskosten (bijv. ICT en inkoop)
2. Structurele Specifieke Uitkering (SPUK)
Deze uitkering is bestemd voor de bekostiging van de inburgeringsvoorzieningen. Wij moeten
verantwoording afleggen aan het Rijk over de besteding van de Specifieke Uitkering. De Specifieke Uitkering wordt jaarlijks voorlopig toegekend op basis van de huisvestingstaakstelling. De definitieve vaststelling op basis van realisatie volgt het jaar daarop (meicirculaire).
Werk- en activeringstrajecten moeten wij bekostigen uit het bestaande Participatiebudget.
6. Risico’s Hieronder beschrijven wij de mogelijke risico’s met betrekking tot de uitvoering van de nieuwe wet.
Verhoogde instroom
Het is onduidelijk hoe de financiering verloopt wanneer er een sterke toename van de asielinstroom is. Volgens Divosa 12 geldt dat bij een plotselinge grote verhoging van de asielinstroom niet mag worden
verwacht dat gemeenten deze voorfinancieren en dat het ministerie van SZW overgaat tot het verlenen van voorschotten. Of dit ook gebeurt wanneer deze situatie zich voordoet, is niet duidelijk.
Samenstelling instroom
We zijn wettelijk verplicht om dure voorzieningen in te zetten, maar we kunnen niet sturen op de
samenstelling van de instroom van inburgeringsplichtigen waarvoor wij maatwerk moeten leveren. Een
voorbeeld is het aanbieden van de leerroutes. De prognose van het ministerie van SZW is dat 60% van de asielmigranten instroomt in de B1-route, 25% in de onderwijsroute en 15% in de Z-route. In de praktijk kunnen deze percentages afwijken. Dit kan leiden tot meer uitgaven omdat er voor de leerroutes verschillende inkooptarieven gelden.
12
Vereniging van gemeentelijke directeuren en leidinggevenden in het sociaal domein
9
BIJLAGE I: VOORZIENINGEN INBURGERINGSTRAJECT Voorinburgering, doorlopende lijn en ‘warme’ overdracht’
De inburgering van nieuwkomers moet tijdig starten. Voor asielmigranten start de inburgering en
integratie op het moment dat zij aan onze gemeente worden gekoppeld. Voor deze koppeling kunnen zij het programma ‘voorbereiding op de inburgering’ volgen in het AZC. Het Centraal Opvangorgaan Asielzoekers (COA) biedt dit programma aan en is de uitvoerder van dit programma. Wordt een
asielmigrant aan onze gemeente gekoppeld en is het praktisch gezien mogelijk om de asielmigrant al in het AZC te laten starten met een inburgeringscursus? Dan geven wij daar de voorkeur aan boven het afwachten totdat de asielmigrant in onze gemeente woont. Dit kan bijvoorbeeld wanneer de afstand tussen het AZC en onze gemeente niet te groot is. Het is belangrijk dat wij vanuit onze
regierol afspraken maken met het COA over een ‘warme’ overdracht op het moment dat er een woning beschikbaar is voor asielmigranten in onze gemeente. Dit overdrachtsgesprek vindt plaats tussen het
Centraal orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de gemeente, in samenspraak met de asielmigrant. Wij hebben hierover afspraken gemaakt met het COA.
Brede Intake en Plan Inburgering en Participatie
De Brede Intake is verplicht voor elke inburgeringsplichtige. Door deze intake kunnen wij ons een beeld vormen van de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtige op het
gebied van inburgering en participatie. De zogenaamde Leerbaarheidstoets maakt onderdeel uit van de Brede Intake en heeft als doel inzicht te geven in het taalniveau Nederlands dat de inburgeringsplichtige maximaal kan bereiken tijdens de inburgeringstermijn van drie jaar. Na afronding van de Brede Intake stellen wij in afstemming met de inburgeringsplichtige, het Plan Inburgering en
Participatie (PIP) op. Het PIP is een persoonlijk programma voor het leren van de taal in combinatie
met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. Het PIP is maatwerk. Na het vaststellen van het PIP gaat de inburgeringstermijn van drie jaar lopen. Wij monitoren het PIP gedurende het inburgeringstraject en passen het PIP aan wanneer nodig.
Maatschappelijke begeleiding
Wij bieden asielmigranten zo snel mogelijk maatschappelijke begeleiding op het moment dat zij in
onze gemeente komen wonen. VluchtelingenWerk Noord Nederland (VWNN) voert dit onderdeel voor
ons uit. VWNN ondersteunt en begeleidt asielmigranten bij praktische zaken en geeft voorlichting over hoe de Nederlands samenleving is georganiseerd. Daarnaast richt de begeleiding van VWNN zich op het versterken van de zelfredzaamheid en participatie.
Module Arbeidsmarkt en Participatie
De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) is een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject
en heeft betrekking op de kennismaking met en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het
doel van deze module is om de competenties en arbeidskansen van inburgeraars in beeld te brengen en hen vaardigheden bij te brengen om een baan te vinden. De MAP moet minimaal één activiteit
bevatten gericht op de praktische inzet op de arbeidsmarkt. Dit kan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk zijn of het verrichten van werkbezoeken aan werkgevers. Wij voeren zelf het praktische gedeelte van de MAP uit. Een externe partij voert het theoretische gedeelte voor ons uit.
10
Participatieverklaringstraject
Door middel van het Participatieverklaringstraject maken inburgeraars kennis met de belangrijkste
waarden, sociale regels en grondrechten in Nederland. Centraal staat ook voorlichting over vrijheid en veiligheid van elke minderheid. Daarnaast worden inburgeraars gewezen op hun plichten, wat de
samenleving van hen verwacht en hoe wij in Nederland met elkaar omgaan. Het PVT wordt afgesloten met de ondertekening van de participatieverklaring. Naast een theoretisch gedeelte moet het PVT een excursie of activiteit bevatten waarin een Nederlandse waarde centraal staat. Wij voeren zelf het
theoretische gedeelte van het Participatieverklaringstraject uit. VWNN voert het excursiegedeelte uit.
Financiële ontzorging en bevorderen financiële zelfredzaamheid
De verplichte financiële ontzorging bestaat uit het betalen van de huur, de rekeningen voor gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering. Deze kosten betalen wij door vanuit de
bijstandsuitkering. De periode van ontzorging gaat in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat en duurt minimaal 6 maanden. Het doel van financieel ontzorgen is drieledig: 1.
Voorkomen dat onzekerheid over de financiële positie in de beginfase afleidt van de
2.
Financieel ontzorgen geeft meer tijd en ruimte om actief aan arbeidsdeelname te werken.
3.
inburgering.
Financieel ontzorgen voorkomt het ontstaan van schulden in de beginfase.
Financieel ontzorgen heeft uiteindelijk alleen toegevoegde waarde wanneer wij ook werken aan het
bevorderen van de financiële zelfredzaamheid van de bijstandsgerechtigde inburgeraar. Het onderdeel bevorderen van financiële zelfredzaamheid voert VWNN voor ons uit.
Leerroutes
In het nieuwe inburgeringsstelsel zijn wij verantwoordelijk voor het inkopen van leerroutes. Op basis van de Brede Intake leggen wij in het PIP vast welke leerroute de inburgeraar volgt. De leerroute is onderdeel van het totale inburgeringstraject en bestaat uit een cursus gericht op het leren van de
Nederlandse taal en het opdoen van Kennis van de Nederlandse maatschappij. Het type cursus, de
examinering en de verplichte kwaliteitseisen verschillen per route. De wet maakt onderscheid in drie leerroutes, namelijk: Onderwijsroute
Taalschakeltraject dat jongeren, die dat willen en kunnen, voorbereidt op
B-1 route
Dit is de “reguliere” inburgeringsroute waarin het leren van de taal op B1-
doorstroming naar het MBO of het hoger onderwijs.
niveau samengaat met de voorbereiding op participatie en werk, gericht op zelfstandige deelname aan de Nederlandse samenleving.
Z-route
zelfstandigheidsroute
Deze route komt in de plaats van de huidige ontheffingsmogelijkheid van
de inburgeringsplicht en is bedoeld om mensen die het niveau van de B1route niet kunnen halen toch een passend aanbod op het gebied van taal en participatie te bieden.
Wij hebben de inkoop van de leerroutes regionaal aanbesteed. Zo bundelen wij de krachten voor wat betreft inkoopexpertise en deskundigheid en hebben wij een sterkere marktpositie omdat we gezamenlijk meer volume genereren.
11