08 - Bijlage 1 - 3.4 - Ecologisch onderzoek (geanonimiseerd)
Tekst van het document
2 0 2
5
Ecologisch beoordeling Omgevingswet
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
U
Sl
NATUURCOLLEGTIEF
Ecologische beoordeling Omgevingswet ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum. Een
Burgum, april 2025
opdracht van: Spoelstra Omgevingsadviseur In
Lytse Wei 20 9289 LB Drogeham Contactpersoon:
(geanonimiseerd) Uitvoering: Successie Natuurcollectief
Auteur
en
veldwerkzaamheden (8
april 2025):
(geanonimiseerd) Gecontroleerd door:
(geanonimiseerd) Omslagfoto: Impressie plangebied westzijde Inzet: impressie plangebied zuidzijde
SU
SSIE
NATUURCOLLECTIEF
Inhoudsopgave 1. Inleiding
........ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
1. 1
Aanleiding
1. 2
Doel
1. 3
Gebied- en planbeschrijving
4
........ ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
4
........ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
4
2. Onderzoeksmethodiek
.... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
5
........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
7
3. Ecologische gerelateerde wet- en regelgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 4. Toetsing 4. 1
Effecten Natura 2000 4. 1. 1
4. 2
beschermde natuurgebieden
Stikstofdepositie
............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
8
...... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
8
..... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
9
Effecten provinciaal beschermde natuurgebieden
5. Toetsing
Beschermde houtopstanden
...... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
. ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
6. Toetsing Soortenbescherming (beschermde flora en fauna) 6. 1 Flora
9 10
........ ........... ........... ........... ........... ....
10
....... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
10
6. 2 Grondgebonden zoogdieren
.... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
10
6. 2. 1 Kleine marterachtigen
.... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
11
.. ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
11
6. 2. 2 Boommarter
6. 2. 3 Nationaal beschermde soorten (met provinciale vrijstelling)
.... ........... ........... ............ ...
11
6. 3 Vleermuizen
..... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
11
6. 4 Broedvogels
..... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
12
6. 4. 1 Jaarrond beschermde nesten
.. ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
6. 4. 2 Niet jaarrond beschermde nesten 6. 5 Amfibieën
.... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
13
.......... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
14
6. 5. 1 Heikikker
......... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
6. 5. 2 Vrijgestelde amfibieën
14
.... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
15
........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
15
...... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
15
6. 6 Reptielen 6. 7 Vissen.
12
6. 8 Ongewervelden
......... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ...
7. Samenvatting en conclusie flora en fauna quickscan
8. Literatuurlijst
15
... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
16
......... ........... ........... ........... ........... ........... ............ ........... ........... ........... ........... ........... ........... ........... ....
18
|
/
SUCEESSIE NATUURCOLLECTIEF
1.
Inleiding
(geanonimiseerd)
s is eigenaar
perceel aan de Noordermeer 56 te Burgum waarvoor een bouwvergunning van een nieuwbouwwoning is ontvangen (figuur 1). De bouw van de woning is zo tevens een stuk grond goed als afgerond. Aan de noordzijde van het perceel heeft (geanonimiseerd) | die dienen als tuin. de Aangezien erbij gekocht (agrarische bestemming) gaat werkelijke situering van de nieuwbouwwoning in een agrarisch bestemmingsperceel is terechtgekomen, dient er een nieuwe vergunningsaanvraag inclusief Flora en Fauna QuickScan te worden opgesteld. In opdracht van Spoelstra Omgevingsadviseur heeft Successie Natuurcollectief een ecologische beoordeling uitgevoerd om duidelijkheid te verschaffen of het geplande planvoornemen al dan niet in strijd is met de Omgevingsvan
een
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rode cirkel). Inzet: bouwvlak (rode lijn) en tuin/agriarisch perceel (gele lijn). Bron:
GoogleEarth. De
gebaseerd op het onderdeel soortbescherming. Hierbij ligt de focus op beschermde flora en fauna waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat deze voor kunnen komen binnen de invloedssfeer van het plangebied. Aangaande aanwezige beschermde soorten wordt verder ingegaan op mogelijk negatieve effecten van de werkzaamheden op deze soorten. Tevens wordt er een inschatting gemaakt van de eventuele effecten van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde natuurgebieden (waaronder Natura-2000 en EHS/NNN-gebieden) in de omgeving en beschermde houtopstanden. De voorliggende rapportage weergeeft de resultaten en het advies op basis van het uitgevoerde onderzoek. 1.2
toetsing
bestaat uit
een
onderzoek
Doel
Het doel
ecologische beoordeling is inzicht verschaffen van de mate waarin het planvoornemen van invloed is op de natuurwaarden van het plangebied en zijn “directe omgeving”. Deze kennis is de basis voor de aanbeveling over eventueel te nemen vervolgstappen om overtredingen onder de van
deze
Omgevingswet De
7
te voorkomen.
ecologisch toetsing schept, voor zover mogelijk, duidelijkheid over de volgende vraagstellingen: Komen
er
binnen
schermde soorten Een
de invloedssfeer
van
het
planvoornemen,
onder de
voor? g inzake het wijzigen
van
de
situering
van
een
nieuwbouwwoning
aan
de
Omgevingswet,
be-
2.
Bevinden zich binnen de invloedssfeer van het planvoornemen beschermde natuurgebieden?
3.
Wat zijn de mogelijke effecten zowel tijdens als na realisatie van het planvoornemen op de eventueel aanwezige beschermde soorten en/of gebieden?
4.
Middels welke vervolgstappen kunnen bij de realisatie van het planvoornemen eventuele overtredingen onder de Omgevingswet vermeden dan wel verzacht worden?
,
,
,
Is aanvullend onderzoek en/of een ecologisch gerelateerde Omgevingsvergunning vereist?
5.
Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan voor mitigatie en indien noodzakelijk aanvullend onderzoek. Voor het eventuele aanvullende inventarisatieonderzoek werkt Successie Natuurcollectief volgens de daar voor lenende protocollen die door Netwerk Groene Bureaus de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn opgesteld en/of volgens de kennisdocumenten van Bij12. Wanneer negatieve effecten op beschermde soorten en/of - gebieden te verwachten zijn is ontheffing en compensatie mogelijk vereist ,
,
,
Gebied- en planbeschrijving
1. 3
Het plangebied bevindt zich in provincie Friesland en valt onder gemeente Tytsjerksteradiel. Gelegen ten noordoosten van Burgum ligt het plangebied aan de Noordermeer 56. Het plangebied bevindt zich op percelen BGM02-I-3407 en BGM02-I-3644 met een totale perceeloppervlakte van 2. 277 m² volgens de Kadastrale kaart. ,
Het plangebied betreft een perceel buiten de bebouwde kom. Op het perceel is een bijna afgeronde nieuwbouwwoning en -garage aanwezig. De garage heeft een stalen constructie met zadelzak zonder dakpannen. De woning is grotendeels opgetrokken uit glazen wanden met her en der een bakstenen muur inclusief spouw. De woning heeft tevens een zadeldak ditmaal bedekt met zwarte dakpannen liggend op houten dakbeschot met tengels panlatten en spinvliesfolie. Aan de noordoostzijde is een kleine (vakantie)woning te vinden volledig opgemaakt van een kunststoffen materiaal. Een sloot en grondwal separeert aan de noord- en oostzijde het plangebied met de omliggende agrarische percelen. Op het terrein staan enkele losstaande eiken en esdoorn bomen. De ondergrond van het terrein bestaat met name uit opgehoogd zand/puin/grind. Ten zuiden van het plangebied is een graslandperceel aanwezig met hoogspanningsmasten. Ten noorden van het plangebied is een woonboerderij aanwezig met rieten dak. De omliggende omgeving betreft landelijk gebied dat wordt gekenmerkt door veel singels bosjes en bomen langs de weg (figuur 2 - 8). ,
,
,
,
Figuur 2. Impressie plangebied westzijde.
Een ecologisch beoordeling aangaande de bouw van nieuwbouwwoningen gelegen aan de Ticeline te Kollum.
5
Figuur 3. Impressie plangebied zuidzijde.
Figuur 4. Impressie graslandperceel ten zuiden van het plan-
gebied.
Figuur 5. Impressie plangebied oostzijde.
Figuur 6. Impressie kunststoffen woning.
Figuur 7. Impressie sloot en grondwal oostzijde plangebied.
Figuur 8. Impressie plangebied , kijkend naar het noorden.
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
6
Planvoornemen De situering van de nieuwbouwwoning komt niet overeen met de vergunde situatie (figuur 9). In het restant van de realisatiefase dienen er verhardingswerkzaamheden (bestrating) plaats te vinden en wordt de nieuwbouwwoning afgerond. Voor de nieuwbouwwoning vindt er met name werkzaamheden plaats aan de binnenzijde. Ook dient de tuin te worden ingericht wat op basis van een landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd. Op de lange termijn wanneer de nieuwbouwwoning eenmaal bewoonbaar is wordt de kleine kunststoffen (vakanie)woning gesloopt. Men heeft de wens om z. s. m. te starten met de werkzaamheden echter is de planning afhankelijk van de verkregen vergunningen. ,
,
,
,
Figuur 9. Huidige situatie met nieuwbouwwoning buiten het bouwvlak. Inzet: vergunde situatie.
2. Onderzoeksmethodiek In opdracht van Spoelstra Omgevingsadviseur heeft Successie Natuurcollectief middels een ecologische beoordeling het planvoornemen getoetst aan de Omgevingswet en overige gebiedsbescherming (provinciaal). De toetsing bestaat uit twee onderdelen: een deskresearch (o. a. raadpleging NDFF) en een veldbezoek. Middels een deskresearch wordt er onderzoek gedaan naar mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. Tevens wordt duidelijk of het planvoornemen al dan niet binnen de invloedssfeer van beschermd natuurgebieden vallen. Middels een veldbezoek (08-04-2025) is via een visuele inspectie een inschatting gemaakt of het plangebied en directe omgeving geschikt leefgebied is voor beschermde soorten en of de mogelijke effecten van het planvoornemen negatief uit kunnen pakken voor deze soort(en). ,
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
7
3. Ecologische
gerelateerde wet- en regelgeving
De ecologische wet en regelgeving is in de Omgevingswet in grote lijnen onderverdeeld in Gebiedsbescherming (Natura 2000) Soortbescherming (beschermde flora en fauna) en beschermde houtopstanden. De Omgevingswet regelt onder meer activiteiten die met natuur te maken hebben. Deze natuuractiviteiten gaan over dieren en planten in het wild en gebieden waarin ze leven. Het doel van de regels is onder meer het beschermen van soorten en gebieden. Buiten de Omgevingswet worden een aantal (natuur)gebieden op provinciaal niveau beschermd. In het voorliggende rapport wordt het planvoornemen getoetst aan de genoemde onderdelen. ,
4. Toetsing 4. 1
beschermde natuurgebieden
Effecten Natura 2000
Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op ±7 kilometer van het plangebied (figuur 10). Het betreft Natura 2000-gebied de Groote Wielen. In het kader van Natura 2000 zijn voor elk landschapstype zogenaamde ‘kernopgaven’ geformuleerd. De kernopgaven moeten leiden tot een duurzame bescherming van gebieden en een gunstige staat van instandhouding van specifieke habitattypen en soorten. Op basis van de afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied tot het plangebied zijn negatieve effecten (door externe werking) op de instandhoudingsdoelstellingen door bijvoorbeeld oppervlakteverlies geluid en trillingen op voorhand uit te sluiten. Verstorende effecten die meer motivatie behoeven worden in de volgende paragrafen behandeld. ,
,
,
Figuur 10. Ligging plangebied (blauwe icoon) t. o. v. Natura 2000-gebied (paarsa). Bron: Kaartenkijkdoos Fryslân.
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
8
4. 1. 1
Stikstofdepositie
Projecten waarbij stikstofuitstoot wordt verwacht worden getoetst aan de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied de Alde Feanen ligt op ±8. 2 kilometer van het plangebied. Tijdens de realisatiefase is naar alle waarschijnlijkheid sprake van een toename van stikstofuitstoot. Gezien de relatief grote afstand tot het dichtsbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied lijkt negatief effect door stikstofdepositie op Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uitgesloten. Echter middels een AERIUS-calculatie dient dit zichtbaar te worden gemaakt. ,
,
4. 2
Effecten provinciaal beschermde natuurgebieden
Provinciaal beschermde natuurgebieden zijn onderverdeeld in Natuurnetwerk Nederland (NNN) weidevogelkansgebied weidevogelparels ganzenfoerageergebied en ganzenslaapplaatsen. ,
,
,
Natuurnetwerk Nederland Een ingreep op het Natuurnetwerk Nederland moet worden getoetst op de wezenlijke kenmerken en waarden. Activiteiten en ontwikkelingen zijn niet toegestaan wanneer die nadelige gevolgen hebben voor de wezenlijke waarden of kenmerken of als die kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit de oppervlakte of de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt buiten de invloedssfeer van NNN-gebieden (figuur 11). Negatief effect omtrent NNN-gebieden is om deze reden niet aan de orde en een nadere toetsing omtrent NNN-gebieden wordt niet nodig geacht. ,
,
Figuur 11. Ligging van het plangebied (rode ster) t. o. v. het dichtstbijzijnde NNN-gebied (groen). Bron: Atlasleefomgeving. nl
Overige provinciaal beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de invloedssfeer van weidevogelkansgebied weidevogelparels ganzenfoerageergebied en ganzenslaapplaatsen (figuur 12). Negatief effect op op deze gebieden is daarmee op voorhand uitgesloten. ,
,
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
9
Figuur 12. Ligging van het plangebied (blauwe icoon) t. o. v. ganzenfoerageergebied (paars) en ganzenslaapplaatsen (groen). Weidevogelparels en weidevogelkansgebied liggen op grotere afstand van het plangebied. Bron: Kaartenkijkdoos Fryslân.
5. Toetsing
Beschermde houtopstanden
Als er een (deel van een) houtopstand wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal 20 bomen die buiten de ‘bebouwingscontour houtkap’ valt kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantplicht. Binnen het planvoornemen worden er geen bomen gekapt. Er is om deze reden geen sprake van een meld- en/of herplantplicht ,
6. Toetsing Soortenbescherming (beschermde flora en fauna) In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de effecten van het planvoornemen op beschermde soorten onder de categorie vogels overige Europees beschermde soorten (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn) en nationaal beschermde soorten (Andere soorten). ,
6. 1 Flora Er zijn tijdens het veldbezoek geen wettelijk beschermde plantensoorten aangetroffen. Aangetroffen soorten zijn o. a. diverse grassoorten madeliefje ridderzuring riet hondsdraf paardenbloem spec. esdoorn en eik. Op basis van de verspreidingsgegevens en het ter plaatse aanwezige biotoop wordt er geen beschermde flora binnen het plangebied verwacht. Overtreding van een verbodsbepaling binnen de Omgevingswet op het onderdeel flora is daarmee uitgesloten. ,
,
,
,
,
,
6. 2 Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat er in de omgeving (circa 5 km rondom plangebied) diverse beschermde grondgebonden zoogdieren zonder provinciale vrijstelling voorkomen. Het gaat hierbij om de boommarter bunzing damhert hermelijn otter en de wezel (Bron: NDFF). ,
,
,
,
Op basis van het beoogde planvoornemen en het ontbreken van geschikt habitat in de directe omgeving van het plangebied van de damhert (ontbrekend aaneengesloten bosgebied) en otter (ontbreken Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
10
brede watergangen en/of brede waterpartijen) kan een overtreding van een verbodsbepaling van de Omgevingswet t. a. v. deze soorten op voorhand worden uitgesloten. De andere soorten worden in de volgende paragrafen verder toegelicht. ,
6. 2. 1 Kleine marterachtigen De bunzing hermelijn en wezel hebben een voorkeur voor structuurrijk kleinschalig (cultuur)landschap waarin zij voldoende dekking vinden. Het leefgebied van kleine marterachtigen vervult de volgende ecologische functies: foerageergebied met voldoende dekking verbindingen met andere leefgebieden en rust- en voortplantingsplaatsen (Zoogdiervereniging 2021). ,
,
,
De percelen binnen het plangebied zijn geschikt leefgebied voor de bunzing hermelijn en wezel. Met name aan de noordelijk en oostelijk gelegen randen van het plangebied is voldoende dekking aanwezig in de vorm van grondwallen met bomenrijen en ondergroei die verbindende functies kunnen hebben met het omliggende foerageer- en leefgebied. Volgens verspreidingsgegevens zijn diverse (woel) muizensoorten aanwezig rondom het plangebied (Bron: NDFF) wat duidt op een (voldoende) aanwezig voedselaanbod. Bovengenoemde grondwallen bieden tevens mogelijkheden voor vaste rust-/voortplantingsplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn de grondwallen gecheckt op potentiële en/of indicaties van vaste rust-/verblijfplaatsen van kleine marterachtigen. Dergelijke verblijfplaatsen zijn niet gevonden. Bovendien worden de grondwallen niet aangetast in het planvoornemen waardoor direct negatief effect op potentiële vaste rust-/verblijfplaatsen van kleine marterachtigen op voorhand kan worden uitgesloten. Daarnaast heeft het planvoornemen tevens geen indirect negatief effect op potentiële vaste rust-/voortplantingsplaatsen in de ruimere omgeving aangezien eventueel leefgebied (te denken aan verbindingszone en/of foerageergebied) niet wordt aangetast. Om bovenstaande redenen is een overtreding uit de Omgevingswet op kleine marterachtigen op voorhand uitgesloten. ,
,
,
,
6. 2. 2 Boommarter Ten noorden van het plangbied is op ± 2. 5 kilometer afstand één waarneming van de boommarter bekend. Het leefgebied van de boommarter ligt voornamelijk in bosgebied. In het plangebied zijn met name (relatief dunne) bomen aanwezig en ontbreekt in de directe omgeving het aan geschikt aaneengesloten bosgebied. De aanwezige oudere bomen binnen de invloedssfeer van het planvoornemen zijn gecheckt op potentiële vaste rust- en voortplantingsplaatsen van de boommarter. Dergelijke verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. Om bovenstaande redenen is een overtreding uit de Omgevingswet op de boommarter op voorhand uitgesloten. 6. 2. 3 Nationaal beschermde soorten (met provinciale vrijstelling) In en direct rondom het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid verschillende grondgebonden zoogdiersoorten voor als de egel steenmarter en diverse (woel)muissoorten. Voor deze algemenere soorten geldt ten alle tijde de Zorgplicht. ,
6. 3 Vleermuizen Alle 20 vleermuissoorten in Nederland zijn beschermd in de Wet natuurbescherming. Hierbij gaat het om de bescherming van verblijfplaatsen essentiële vliegroutes en essentiële foerageergebieden. In de omgeving komen de gewone dwergvleermuis ruige dwergvleermuis laatvlieger gewone grootoorvleermuis meervleermuis rosse vleermuis en watervleermuis voor. Tijdens het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde waarden van deze soorten. ,
,
,
,
,
,
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
11
Verblijfplaatsen De bomen rondom het plangebied kunnen dienen voor potentële verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuissoorten zoals de ruige dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis rosse vleermuis en watervleermuis (figuur 2). De bomen blijven echter onaangetast in het planvoornemen. Wel dient men lichtverstrooiing richting de bomen te voorkomen wegens verstoring van mogelijke verblijfplaatsen. ,
,
De te slopen kunststoffen kleine woning wordt niet geschikt geacht voor potentële verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten zoals de gewone dwergvleermuis (figuur 6). Het betreft een relatief laag object (3< meter) volledig opgemaakt uit kunststof. Bovendien zijn er tijdens de inpectie van het object geen spleten kieren en/of wegkruipruimtes aangetroffen die kunnen dienen als invliegopeningen en verblijfplaatsen. ,
,
Het dak van de nieuwbouwwoning ligt op houten dakbeschot bedekt met zwarte dakpannen. Dergelijke daken zijn in potentie geschikt voor vleermuisverblijfplaatsen. Het dak van de woning is op enkele dakpannen het plaatsen van boeidelen en dakgoten na zo goed als afgerond. Potentële ruimtes onder de dakpannen die geschikt zijn voor gebouwbewonende vleermuissoorten worden in het planvoornemen niet aangetast of opzettelijk verstoord. Om bovenstaande redenen is het overtreden van een Verbodsbepaling omtrent vleermuisverblijfplaatsen op voorhand uitgesloten. Wel dient men lichtverstrooiing richting het dak van de nieuwbouwwoning te voorkomen wegens verstoring van mogelijke verblijfplaatsen. ,
,
Foerageergebied en vliegroute Naar alle waarschijnlijkheid wordt er in het plangebied en in de ruime omgeving door vleermuizen gefoerageerd. Het plangebied betreft echter geen essentieel foerageergebied omdat er in de omgeving voldoende uitwijkmogelijkheden met open structuur aanwezig zijn. Negatief effect op foerageergebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Daarnaast kunnen vleermuizen de randen van het plangebied gebruiken om te navigeren. Er worden geen bomen gekapt in het planvoornemen waardoor er geen aantasting plaatsvindt van vaste vliegrou,
tes.
Tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie dient men rekening te houden met mogelijke lichtverstoring van vleermuizen. Door uitsluitend overdag te werken vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken of armaturen naar beneden af te stellen richting de omgeving wordt verstoring van foeragerende en navigerende vleermuissoorten voorkomen. ,
6. 4 Broedvogels Bij broedvogels wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten en niet jaarrond beschermde nesten. 6. 4. 1 Jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied komen meerdere broedvogels voor waarvan het nest jaarrond beschermd is. Vogelsoorten als de buizerd havik boomvalk sperwer en ransuil broeden doorgaans in bomen. Dergelijke nesten zijn (bij ontbrekend bladerdek) vanwege de relatief grote omvang doorgaans goed te traceren. Tijdens het veldbezoek is gezocht naar de aanwezigheid van nesten. Dergelijke nesten zijn in en rondom het plangebied niet waargenomen. Een overtreding van een Verbodsbepaling uit de Omgevingswet t. a. v. deze soorten valt op voorhand uit te sluiten. ,
,
,
,
,
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
12
Overige jaarrond beschermde soorten Het dak van de nieuwbouwwoning kan vanwege de dakpannen potentieel nestgebied zijn voor jaarrond beschermde soorten zoals de gierzwaluw ringmus en huismus. Tijdens het veldbezoek zijn bovenstaande soorten of indicaties hiervan niet waargenomen. Daarnaast worden potentële ruimtes onder de dakpannen in het planvoornemen niet aangetast of opzettelijk verstoord. Werkzaamheden aan de woning vinden namelijk met name plaats aan de binnenzijde van de woning. Een overtreding van een Verbodsbepaling uit de Omgevingswet t. a. v. deze soorten valt op voorhand uit te sluiten. ,
6. 4. 2 Niet jaarrond beschermde nesten Tijdens het broedseizoen (grofweg mrt. t/m juli) kunnen er vogels in en rondom het plangebied broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Voor soorten waarvan het nest niet jaarrond beschermd is dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest mits op dat moment in gebruik beschermd is. Dit houdt in dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden waardoor de vogel het nest verlaat. Tijdens het veldbezoek is er gezocht naar niet jaarrond beschermde nesten. Er is één actief ekster nest in een esdoorn ten zuiden van het plangebied waargenomen (figuur 13). ,
,
,
,
Figuur 13. Eksternest in één van de esdoorns , zuidzijde plangebied. Inzet: ekster (rode cirkel) nabij het nest.
Indien men te midden van het broedseizoen gaat starten met de werkzaamheden zijn storingsfactoren die in potentie tot wezenlijke verstoring kan leiden in dat geval: tijdelijke verstoring door geluid licht en extra menselijke aanwezigheid/gebruik van materieel/verkeer. ,
Geluid Uit literatuuronderzoek (Tauw 2018) is gebleken dat in algemeenheid kan worden gesteld dat vogels vooral reageren op geluidssterktes van 80 tot 100 dB (A). Een reactie bestaat dan met name uit het ,
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
13
kijken in de richting van de geluidsbron of het alert scannen van de omgeving. Schrik- of vluchtreacties werden pas bij hogere incidentele geluidssterktes waargenomen (significant meer schrik- en vluchtreacties boven de 90 dB(A) (te denken aan podia met muziek op festival evenementen). Echter ook bij deze hogere geluidssterktes bleef meer dan 80% van de broedvogels op het nest zitten. De vogels die wel vluchtten kwamen ook weer terug op het nest. Op basis van bekend literatuuronderzoek en de beoogde werkzaamheden (aanleg bestrating binnenwerkzaamheden nieuwbouwwoning en aanleg/inrichting van de tuin) worden er geen dermate langdurige geluidssterktes verwacht waardoor het ekster zijn nest daadwerkelijk verlaat. Het inzet van groffer materiaal met bijbehorende geluidssterktes (te denken aan heien van palen) heeft namelijk al plaatsgevonden binnen het plangebied. Een verboden opzettelijk verstoring d. m. v. geluid waardoor er wezenlijke verstoring optreedt t. a. v. het eksternest kan daarmee op voorhand worden uitgesloten. ,
,
Licht Uit verschillende onderzoeken blijkt dat permanente verlichting een effect kan veroorzaken bij vogels. Tijdens de realisatiefase en in de nieuwe situatie dient men tijdelijke en permanente lichtverstrooiing richting het ekster nest te voorkomen door enkel overdag te werken of armaturen naar beneden af te stellen.
Optische verstoring: mensen materiaal en verkeer ,
Wat betreft optische verstoring is de rangorde van verstorende veroorzakende stimuli; afstand > zichtbaarheid > aantal > positie > geluid (Krijgsveld et al 2008). Vogels zijn in het algemeen meer gevoelig or bewegingen van mensen andere dieren of machines. De volgorde in afnemende gevoeligheid is hond > jager > wandelaar > fietser > langzame of stilstaande auto > rijdende auto. Dit betekent dat in open veld vogels eerder reageren op bewegingen dan op geluid. Uit literatuur (Krijgsveld et al 2008) blijkt dat voor de familie kraaien in zijn algemeenheid een verstoringsafstand geldt van < 20 meter. Dit betreft enkel wanneer mensen richting het nest lopen. In de huidige situatie van het plangebied is er reeds sprake van mensen en auto’s die dagelijks het terrein betreden aangezien men woont in de kleine kunststoffen woning. Bovendien is het nest van de ekster hoog verscholen in het bladerdek. Op basis van de huidige menselijke storingsdruk binnen het plangebied de locatie van het nest en de afstand van het nest tot aan de (mogelijk) verstorende werkzaamheden wordt wezenlijke verstoring door optische verstoring niet verwacht. Men kan tevens rekening houden met het ekster nest door auto’s en materiaal elders op het terrein zo ver mogelijk van het nest te parkeren/op te slaan. ,
,
,
,
,
Door bovenstaande mitigerende maatregelen te treffen wordt wezenlijke verstoring omtrent het ekster nest voorkomen. Indien men te midden van het volgende broedseizoen (2026) pas start met de werkzaamheden dient er door een deskundig ecoloog opnieuw een broedvogelcheck plaats te vinden.
6. 5 Amfibieën In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van de beschermde heikikker bekend (bron: NDFF). 6. 5. 1 Heikikker De heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide hoogveen laagveen en halfnatuurlijk grasland. Ook wordt de soort gemeld uit bos en struweel. De heikikker is duidelijk een cultuurvliedende soort die nauwelijks wordt aangetroffen in te intensief gebruikt agrarisch landschap rond infrastructuur en bebouwing. De heikikker blijkt in vergelijking tot bijvoorbeeld de bruine kikker een vennensoort bij uitstek (Bron: RAVON). ,
,
,
,
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
,
14
Op basis van de kenmerken van de aanwezige watergangen rondom en in de directe omgeving van het plangebied is het op voorhand uitgesloten dat de soort binnen de invloedssfeer van het planvoornemen voorkomt. Namelijk het betreffen allen intensief beheerde watergangen. Daarnaast worden er geen watergangen aangetast in het planvoornemen. Op voorhand mag daarmee worden aangenomen dat er geen sprake is van een overtreding van een Verbodsbepaling uit de Omgevingswet omtrent de heikikker. ,
,
6. 5. 2 Vrijgestelde amfibieën Binnen en rondom het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid soorten voor als de meerkikker bruine kikker bastaardkikker gewone pad en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt te alle tijde de Zorgplicht. ,
,
,
6. 6 Reptielen In de ruime omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde reptielen (bron: NDFF). Beschermde reptielen als bijv. de levendbarende hagedis en ringslang worden op basis van verspreidingsgegevens en het plaatselijke aanwezig habitat (afwezigheid van geschikte waterrijke habitats) niet binnen de invloedssfeer van het planvoornemen verwacht.
6. 7 Vissen Een negatief effect op vissen wordt uitgesloten omdat er geen watergangen worden aangetast door het beoogde planvoornemen. Daarnaast worden er zowel op basis van het veldbezoek als verspreidingsgegevens geen beschermde vissoorten in de directe omgeving van het plangebied verwacht.
6. 8 Ongewervelden In en rond het plangebied komen geen wettelijk beschermde ongewervelden voor. Dit wordt geconcludeerd op basis van de verspreidingsgegevens en het ontbreken van kritische biotopen in de directe omgeving. Voor beschermde libellen ontbreken kritische biotopen als verlandende waterlopen met waardplanten als bijvoorbeeld de krabbescheer. Overtreding van een verbodsbepaling binnen de Omgevingswet op het onderdeel ongewervelden is daarmee uitgesloten.
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
15
7. Samenvatting en
conclusie flora en fauna quickscan
De bouw van de nieuwbouwwoning aan de Noorderweg 56 te Burgum is buiten het vergunde bouwvlak terechtgekomen op een perceel met een agrarische bestemming. Hiervoor dient een nieuwe vergunning te worden aangevraagd. Men heeft de wens om z. s. m. te starten met de werkzaamheden echter is de planning afhankelijk van de verkregen vergunningen. In het kader van de vergunningsaanvraag heeft Successie Natuurcollectief een ecologische toetsing uitgevoerd om duidelijkheid te verschaffen of het beoogde planvoornemen al dan niet in strijd zijn met de Omgevingswet en provinciaal beschermde (natuur)gebieden. ,
Conclusies toetsing beschermde natuurgebieden Het planvoornemen heeft geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Gezien de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied lijkt negatief effect door stikstofdepositie op Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uitgesloten. Echter middels een AERIUS-calculatie dient dit zichtbaar te worden gemaakt. ,
Het plangebied ligt buiten NNN-gebied weidevogelkansgebied weidevogelparels ganzenslaapplaatsen en ganzenfoerageergebied. Negatief effect omtrent provinciaal beschermde natuurgebieden is om deze reden niet aan de orde. ,
,
,
Conclusies toetsing Beschermde houtopstanden Er worden geen bomen gekapt in het planvoornemen. Er is derhalve geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.
Conclusies toetsing soortenbescherming (beschermde flora en fauna) Het planvoornemen is getoetst aan Europees en nationaal beschermde soorten. Op basis van de ter plaatse aanwezige omstandigheden en verspreidingsgegevens wordt niet verwacht dat het planvoornemen tot een overtreding van een verbodsbepaling zal leiden omtrent beschermde flora amfibieën reptielen vissen en ongewervelden. ,
,
,
Zoogdieren Tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie dient men rekening te houden met mogelijke lichtverstoring van vleermuizen. Door uitsluitend overdag te werken vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken of armaturen naar beneden af te stellen wordt verstoring van potentiële vleermuisverblijfplaatsen foeragerende en navigerende vleermuissoorten voorkomen. ,
,
Broedvogels Tijdens het broedseizoen (grofweg mrt. t/m juli) broedt er een ekster in een esdoorn boom ten zuiden van het plangebied. Tijdens de realisatiefase en in de nieuwe situatie dient men tijdelijke en permanente lichtverstrooiing richting het ekster nest te voorkomen door enkel overdag te werken of armaturen naar beneden af te stellen. Ook dient men tijdens de realisatiefase rekening te houden met het ekster nest door auto’s en materiaal zo ver mogelijk van het nest te parkeren/op te slaan en zo weinig mogelijk richting het nest te lopen om wezenlijke verstoring te voorkomen. Indien men te midden van het volgende broedseizoen (2026) pas start met de werkzaamheden dient er door een deskundig ecoloog opnieuw een broedvogelcheck plaats te vinden.
Algemene(re) voorkomende soorten al dan niet met provinciale vrijstelling Binnen het plangebied komen diverse algemene(re) soorten voor waarvoor te alle tijde de Zorgplicht Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
16
geldt. Dit houdt in dat men schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk dient te voorkomen. Mitigerende maatregelen (zie tabel 1) dienen te worden getroffen om een overtreding te voorkomen.
Aanbeveling vervolgstappen/mitigerende maatregelen In onderstaande tabel 1 worden aanbevelingen gedaan voor de te nemen vervolgstappen/mitigerende maatregelen: Tabel 1. Overzicht mitigerende maatregelen/vervolg Onderdelen Omgevingswet Mitigerende maatregelen/vervolgstappen Beschermde natuurgebieden Natura-2000
Middels het aanleveren van een AERIUS stikstofberekening dient de stikstofdepositie zichtbaar te worden gemaakt op het dichtsbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000 gebied de Alde Feanen.
Beschermde houtopstanden Beschermd houtopstand Soortenbescherming
Geen vervolgstappen vereist.
Vleermuizen
Zowel tijdens de realisatiefase als in de nieuwe situatie dient verstrooiing van licht naar de omgeving te worden voorkomen/ beperkt om verstoring van potentiële vleermuisverblijfplaatsen navigerende en foeragerende vleermuizen te voorkomen. Tijdens de realisatiefase en in de nieuwe situatie dient men tijdelijke en permanente lichtverstrooiing richting het ekster nest te voorkomen door enkel overdag te werken of armaturen naar beneden af te stellen. Auto’s en materiaal dient zo ver mogelijk van het nest te worden geparkeerd/opgeslagen en men dient zo weinig richting het nest te lopen. Indien men te midden van het volgende broedseizoen (2026) pas start met de werkzaamheden dient er door een deskundig ecoloog opnieuw een broedvogelcheck plaats te vinden. ,
Niet jaarrond beschermde nesten
Algemene(re) voorkomende soorten
Door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop wordt schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk voorkomen. Denk hierbij aan het werken in één richting stapvoets rijden en het voorkomen van lichtverstrooiing richting de omliggende omgeving. ,
,
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
17
8. Literatuurlijst Informatiepunt Leefomgeving , Activiteiten Natuur https://iplo. nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/activiteiten-natuur/ Natura 2000 in Nederland https://www. natura2000. nl/gebieden/friesland Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân https://www. arcgis. com/apps/webappviewer/index. html?id=14fdb7eae5844c479140f89c88abddd3 Atlasleefomgeving https://www. atlasleefomgeving. nl/kaarten Tauw https://www. planviewer. nl/imro/files/NL. IMRO. 0153. Z2023122000024-0002/b_NL. IMRO. 0153. Z2023122000024-0002_tb15. pdf Krijgsveld et al https://www. vogelbescherming. nl/docs/287be629-e618-40f8-9d72-c05a0f394b26. pdf BIJ12 rapporten: Diverse soorten
Geraadpleegde websites: ndff-ecogrid. nl ravon. nl Waarnemingen. nl Google. maps. nl Zoogdiervereniging. nl Verspreidingsatlas. nl
Een ecologisch beoordeling inzake het wijzigen van de situering van een nieuwbouwwoning aan de Noordermeer 56 te Burgum.
18