CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

08 - 1 - vastgesteld - Toelichting BP MFA Jistrum VG

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 12 oktober 2023, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Jistrum, Fjildwei MFA (doorgeschoven)18.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding In 2019 is in Jistrum een Dorps OntwikkelingsMaatschappij (DOM) project gestart. Hierin staat de samenwerking tussen de gemeente en het dorp en werken aan de leefbaarheid en toekomstbestendigheid van Jistrum centraal. Alle verenigingen en (maatschappelijke) organisaties uit het dorp zijn bij het project betrokken. Belangrijke onderdelen / -werpen van het project zijn de bestaande sportvoorzieningen en de nieuw te bouwen school in het dorp. De scholenkoepel PCBO heeft plannen voor het bouwen van een nieuwe school. In Jistrum zijn de voorzieningen zoals school, kinderdagopvang, gymzaal en sportvoorzieningen verspreid door het dorp. De bouw van een multifunctionele accommodatie (MFA) is een mooie kans voor Jistrum om alle voorzieningen te kunnen behouden. Vanuit de DOM is een stap gezet door geld aan de projectgroep beschikbaar te stellen om te onderzoeken of er draagvlak is om een dergelijke gemeenschappelijke accommodatie te realiseren waar maatschappelijke organisaties en verenigingen in het dorp gebruik van maken, maar ook verantwoordelijk zijn voor de exploitatie en financiering van de accommodatie. In de projectgroep zijn alle stakeholders uit het dorp vertegenwoordigd. Doel van het DOM onderzoek is om de voorzieningen in het dorp te behouden en deze te centreren in het MFA. In dit kader is ook nog een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd.

In juli 2022 heeft de gemeenteraad de visie op Maatschappelijk Vastgoed vastgesteld. Met dit besluit zijn de kaders voor de bouw van het MFA in Jistrum duidelijk geworden. In september 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met de bouw van een MFA in Jistrum.

1.2 Kader en uitgangspunten In de maatschappelijk vastgoed visie is een groot aantal kader en uitgangspunten opgenomen. Door het clusteren van voorzieningen wil de projectgroep van DOM Jistrum aansluiting zoeken bij deze maatschappelijk vastgoed visie. Door het clusteren van voorzieningen wordt ingezet op ontmoeting, leefbaarheid, sociale cohesie en de mienskip voor en door het dorp; Een ontmoetingsplek, de gymzaal, kinderopvang, peuterspeelzaal, kerk, sportvereniging en de school onder één dak; Het dorp is door zelfwerkzaamheid gekomen tot dit plan. Zij hebben de verantwoordelijkheid genomen om te kijken vanuit een breed en toekomstbestendig perspectief voor zowel de mienskip als de gemeente; De kwaliteit van de voorziening is gevonden in het multifunctioneel gebruik van elkaars ruimte door het clusteren van voorzieningen; Het financiële uitgangspunt voor de investering en exploitatie zijn de huidige budgetten die de gemeente opgenomen heeft in de begroting voor heel Jistrum; Bij beslissingen over toevoeging, behoud of het afstoten van maatschappelijk vastgoed wordt de doelmatigheid, efficiëntie en proportionaliteit van de opties meegenomen in de afweging.

Met het MFA heeft het dorp hier een mogelijke invulling aangegeven; Overtollig vastgoed en vrijkomende locaties (peuterspeelzaal, basisschool It Iepen Stee en basisschool De Greide) komen vrij en kunnen worden afgestoten; Inzet is een energie neutrale voorziening;

-

Gemeentelijk eigendom is geen doel op zich maar kan, wanneer er geen passende alternatieven zijn, een middel zijn om ontmoeting te faciliteren; De ontmoeting staat centraal, niet de stenen. De gemeente biedt de fysieke locatie aan voor de instanties die zich óók richten op het aanbieden van ontmoeting, maar liever geen gebouwen exploiteren.

Op grond van het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw en het (meervoudig) gebruik van het MFA in Jistrum mogelijk gemaakt.

1.3 Het dorp Jistrum Het dorp Jistrum is ontstaan in de vroege middeleeuwen op een zandrug. Jistrum is een dorp dat het midden houdt tussen een langgerekt streekdorp en een esdorp omdat het een brink-achtige ruimte in het midden heeft. Het dorp is in de Middeleeuwen ten oosten van het Bergumermeer op een zandrug ontstaan. Een zandrug die van de lage oever over nog geen kilometer oploopt tot 3.7 m boven N.A.P. en die van het noordwesten – de Eest – met een buiging naar het oosten loopt. De romano-gotische kerk is in het midden van de 13de eeuw op een hoogte in het midden van het dorp gebouwd. De beoogde locatie van het MFA is gelegen ten zuiden van het dorp Jistrum.

Het plangebied grenst aan de noord- en oostzijde aan woningbouw. In het noordoosten is een basisschool gevestigd die zijn functie inmiddels heeft verloren. Aan de westzijde is een voetbalveld gelegen en aan de zuidzijde de ijsbaan. In het plangebied zelf is de voetbalvereniging gevestigd. De bedoeling is om deze bestaande bebouwing op te nemen in het nieuwe MFA. Luchtfoto’s locatie plangebied bron: Google Maps

1.4 Bestemmingsplangebied Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn de percelen aan de Fjildwei 4A, 6A (gedeeltelijk), 8, 8A en 8B in Jistrum. Deze percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Oostermeer, sectie G, nummer 2325, 2324 (gedeeltelijk), 2310, 2311 en sectie N, nummer 191 (gedeeltelijk). In het noordoosten van het plangebied is aan de Buurtlaan 3 een basisschool gelegen voorzien van een maatschappelijke bestemming. Een deel van dit perceel wordt aan het plangebied toegevoegd in verband met voldoende parkeerplaatsen, mede als overloopfunctie bij piekdrukte en om te faciliteren in extra openbare parkeervoorzieningen. Deze percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Oostermeer, sectie G, nummer 2317 en nummer 2314 (beide deels). Laatstgenoemd perceel voorziet in een groenbestemming. Op onderstaande luchtfoto is globaal de bestemmingsplangrens weergegeven. De bestaande snackbar maakt geen onderdeel uit van het plangebied.

Figuur 1 bron: Google maps

1.5 Geldende bestemmingsplan Het voor de gronden binnen het plangebied geldende bestemmingsplan is het plan Jistrum 2017. Dit plan is op 19 juli 2017 door de raad van de gemeente Tytsjerksteradiel vastgesteld. Binnen het plangebied is een aantal bestemmingen van toepassing. Sport Op grond van het geldende bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied voor wat betreft de gronden ter plaatse van het dorpshuis bestemd als “Sport”. Hiermee zijn de gronden bestemd voor terreinen ten behoeve van sport en sportieve recreatie, waaronder wordt begrepen sportzalen, verenigings- en kleedgebouwen, gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer, al dan niet in combinatie met horeca, categorie 1 of 2, mits de horecavloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van het bebouwde deel van het bouwvlak van de voorziening, met een maximum van 200 m². De bestemming voorziet in 2 bouwvlakken voorzien van verschillende maatvoeringen. In het bouwplan is op deze gronden het hoofdgebouw van het MFA beoogd en een deel van het terrein opgenomen.

Wonen – Vrijstaande woningen 1 In het plangebied is de aanwezige muziekkoepel voorzien van de bestemming “Wonen – Vrijstaande woningen 1”. Deze gronden zijn bedoeld voor: hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van het wonen. Daarbij zijn de gronden ook bestemd voor de daarbij behorende [. . .] tuinen, erven en verhardingen. De bestemming voorziet in een bouwvlak. Maatschappelijk – Onderwijs Voornoemde basisschool is voorzien van de bestemming “Maatschappelijk – Onderwijs”. Deze gronden zijn bedoeld voor: educatieve en informatieve voorzieningen en kinderopvang, met daaraan ondergeschikt groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, wegen, straten en paden en water. Groen – Groenvoorziening Ten zuiden van de maatschappelijke bestemming is de bestemming “Groen – Groenvoorziening” van toepassing. Deze gronden zijn bedoeld voor: groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, bermen en beplanting, paden en water. Planologische mogelijkheden In figuur 2 is het voor het bestemmingsplangebied betreffende fragment van de verbeelding van het bestemmingsplan Jistrum 2017 weergegeven.

Figuur 2 bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Ten aanzien van de geïntegreerde (bestaande) sportaccommodaties is een deel van de voorgenomen activiteiten in en rondom het MFA al mogelijk. Met uitzondering van de activiteiten ten behoeve van onderwijs, cultuur (jeugdsoos, muziek, enz.), multifunctionele ruimtes en functies op het buitenterrein. Ten aanzien van de beoogde bestemming is zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij de bestemming van de nog nieuw te bouwen MFC in Tytsjerk. Echter, is in deze bestemming de sportfunctie niet specifiek geregeld, maar als onderdeel van de te realiseren functie. In dit kader wordt uitgegaan van de bestemming “Maatschappelijk – Sociaal Cultureel en Religie, Onderwijs en Sport’.

In de huidige bestemming “Sport” is een wijzigingsmogelijkheid opgenomen op grond waarvan burgemeester en wethouders het bestemmingsplan kunnen wijzigen in die zin dat: A. de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits: 1. de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bestaande bouwvlak zal bedragen; B. in een bouwvlak in een aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” een andere goothoogte en/of andere bouwhoogte en/of ander bebouwingspercentage wordt aangegeven, mits: 1. het bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste 80% zal bedragen; 2. de goothoogte van een gebouw ten hoogste 10 m zal bedragen; 3. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 15 m zal bedragen; C. een nieuw bouwvlak wordt aangegeven, mits: 1. de oppervlakte ten hoogste 50 m² zal bedragen; D. een aangegeven bouwvlak wordt verwijderd. Deze wijziging voorziet slechts in aanpassingen binnen de geldende bestemming. Ook de algemene wijzigingsbevoegdheden leiden niet tot voldoende bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het realiseren van het MFA. De binnen het plangebied aanwezige bestemming “Wonen – Vrijstaande woningen 1” voorziet weliswaar in een wijzigingsbevoegdheid en de mogelijkheid tot een functieverandering, maar is niet toereikend om een deel van het MFA mogelijk te maken.

Voor de bestemmingen “Maatschappelijk – Onderwijs” geldt dat deze parkeervoorzieningen mogelijk maken, maar dan alleen ten behoeve van de ter plaatse geldende bestemming. Parkeren als overloopfunctie of ten behoeve van het openbaar gebied, is niet toegestaan. Dit betekent dat er een nieuw bestemmingsplan vastgesteld moet worden om het MFA mogelijk te maken.

1.6 Leeswijzer Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 een omschrijving van het plan opgenomen. In hoofdstuk 3 is het voor dit bestemmingsplan van toepassing zijnde beleid van het Rijk, de Provinsje Fryslân en de gemeente uiteengezet. Een omschrijving van de milieu- en andere omgevingsvoorwaarden met inbegrip van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken is opgenomen in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is een juridische omschrijving van de regels van het bestemmingsplan opgenomen. Een omschrijving van de economische uitvoerbaarheid is opgenomen in hoofdstuk 6. Als laatste zijn in hoofdstuk 7 de resultaten van het overleg en de inspraak opgenomen.

2 Planomschrijving 2.1 Bestaande situatie In Jistrum zijn de voorzieningen, zoals school, kinderopvang en sportverenigingen, verspreid door het dorp. Daarnaast is de sporthal in het dorp verouderd, is er op dit moment geen dorpshuis meer aanwezig en vragen bestaande verenigingen om een plek waar zij elkaar kunnen ontmoeten. Ook is het aantal leerlingen van de school de afgelopen jaren flink toegenomen. Er is op dit moment behoefte aan twee extra lokalen. Van de verwachte krimp is in Jistrum geen sprake. De verwachting is dat het leerlingenaantal de komende tijd verder groeit, of in ieder geval gelijk blijft. Op termijn komen overtollig vastgoed en diverse locaties (peuterspeelzaal, basisschool It Iepen Stee en basisschool De Greide) vrij. Deze kunnen feitelijk worden afgestoten. Dankzij het MFA kunnen deze voorzieningen behouden blijven en wordt direct invulling gegeven aan het verduurzamen van onze voorzieningen. De inzet is uiteindelijk een energie neutrale voorziening. Op deze manier draagt het clusteren van voorzieningen bij aan de leefbaarheid van het dorp.

2.2 Nieuwe situatie Het bouwplan voorziet in de bouw van een MFA aan de Fjildwei 4A, 6A (gedeeltelijk), 8, 8A en 8B in Jistrum. Het MFA biedt onderdak aan Bernemienskip de Greide, de peuter- en kinderopvang, V.V. Jistrum, de binnensportverenigingen, muziekvereniging Joost Wiersma, toneelvereniging Snieskeppers, de PKN gemeente en de jeugdsoos. Behalve het hoofdgebouw van het MFA is het ook de bedoeling om de hierbij horende voorzieningen zoals een berging te bouwen en parkeerplaatsen/een fietsenstalling, een schoolplein/speelterrein en terras aan te leggen. De plannen bestaan uit het herinrichten van het terrein. Hiervoor worden de gebouwdelen aan noordwestzijde van het complex gesloopt en wordt het parkeerterrein anders ingericht. Ook wordt nieuwe bebouwing rondom de te behouden delen van het huidige complex gerealiseerd. De bestaande bouwdelen worden opgeknapt en verduurzaamd. De bomenrij aan de zuidzijde van het terrein wordt onder voorwaarden (i.v.m. ecologie) gekapt en een gedeelte van de sloot aan de zuidzijde en westzijde van het terrein wordt verbreed ten behoeve van watercompensatie.

De plannen bestaan uit: de herinrichting van het parkeerterrein ten noorden van het gebouw; de sloop van de gebouwdelen aan noordwestzijde van het complex; de aanbouw van het MFA rondom het te behouden gebouw; de kap van de bomenrij aan de zuidzijde van het terrein; het verbreden van de sloot aan de zuidzijde en westzijde van het terrein. In juli 2022 heeft de gemeenteraad de visie op Maatschappelijk Vastgoed vastgesteld. Met dit besluit zijn de kaders voor de bouw van het MFA in Jistrum duidelijk geworden. In september 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met de bouw van een MFA in Jistrum. In de maatschappelijk vastgoed visie is een groot aantal kader en uitgangspunten opgenomen, zie paragraaf 1.2 Kader en uitgangspunten.

Op basis deze uitgangspunten is een ontwerp van het MFA uitgewerkt. In dit ontwerp is – samengevat – ruimte voor: 1. basisonderwijs (basisschool It Iepen Stee en De Greide) en kinderopvang in (vooral) een nieuwe aanbouw; 2. ontmoeting (onder andere horecaruimte/huiskamer en soosruimte) in de bestaande gebouwen en in de aanbouw; 3. sport in de vorm van een sport- en speelzaal en kleedruimtes voor sportverenigingen in (vooral) de bestaande gebouwen.

Locatie van het gebied (rood). Gebouwdelen met nummer 1 worden gesloopt. Gebouwdelen met nummer 2 blijven behouden. Bron kaartondergrond: Google Maps.

In navolgende schema en voorstelling is af te lezen waar de beoogde functies zijn gedacht en hoe het MFA er uiteindelijk uit komt te zien. A school en kinderopvang B ontmoetingsruimte C kleedruimtes D sport- en speelzaal

Schema van het MFA (bron: Alynia Architecten)

Voorstelling van het MFA (bron: Alynia Architecten)

2.3 Stedenbouwkundige inpassing Voor de gronden binnen het plangebied geldt de Welstandsnota Tytsjerksteradiel. Hierin is het welstandsbeleid van de gemeente opgenomen. Op grond van de welstandsnota liggen de gronden binnen het plangebied in het welstandsgebied “Woongebieden gerealiseerd na 1950”. Voor wat betreft het plangebied en de omgeving is hierover onder andere het volgende opgemerkt. “Na de tweede wereldoorlog zijn in de gemeente in vrijwel alle kernen diverse uitbreidingswijken aansluitend aan de oude kernen gebouwd. Er zijn verschillende bouwperioden te onderscheiden, te weten wederopbouwperiode (jaren 50 en begin 60), de jaren 60 en 70 met veel projectmatige bouw, en in toenemende mate variatie in vormgeving, de jaren 80 met veel rijenwoningen en de jaren 90 met veel individuele bouw en kleurrijke vormgeving. Elke wijk vertoont als regel in de stedenbouwkundige structuur en in de bebouwing de kenmerken van de desbetreffende bouwperiode. In de woongebieden is de hoofdfunctie wonen. Daarnaast treffen we vooral in de grotere kernen, verschillende bij de woongebieden behorende functies aan als winkels, multifunctionele centra en scholen. Qua plaatsing zijn de woningen voornamelijk in een eenvoudig, rechthoekig stratenpatroon gebouwd en staan vrijwel altijd in duidelijke rooilijnen langs de straat.

Er is in de woonwijken uit de jaren 50, 60 en begin 70 sprake van een strak patroon van rooilijnen. In de daar op volgende jaren is er een grotere variatie. In sommige wijken komt het voor dat de woningen zijn gesitueerd aan woonerven en meanderende, vaak doodlopende straten en hofjes. In deze gevallen is er vaker sprake van verspringende rooilijnen. De grote variatie in de stedenbouwkundige structuur neemt weer af in de woonwijken, gebouwd vanaf eind jaren 80 van de vorige eeuw. In de meeste gevallen zijn de woningen van de woonstraat gescheiden door middel van voortuinen. De woningen zijn doorgaans gericht naar de straat, soms op de andere openbare verblijfsruimtes, zoals parkeerpleintjes. De hoofdvormen in de woonwijken en woonbuurten worden, afhankelijk van de periode waarin ze gebouwd zijn, gekenmerkt door een verscheidenheid aan woningtypen; rijenwoningen, (half)vrijstaande woningen en bungalows. Overwegend is het beeld van grondgebonden laagbouw: woningen in één dan wel twee bouwlagen met kap, en met een eigen voor- en achtertuin. De seriematige rijtjesbouw overheerst in dorpsuitbreidingen uit de jaren 50 en 60, en de beginjaren 70. Ook in de jaren 80, tijdens de relatief langdurige economische recessie zijn in de uitbreidingsgebieden vrijwel uitsluitend rijenwoningen en zogenaamd HAT-woningen gebouwd.

Voor het overige, dus in de jaren 70 en de jaren 90 gaat het voornamelijk om halfvrijstaande en vrijstaande woningen in een meer gevarieerde hoofdvorm. De hoofdvorm van gebouwen in de naoorlogse uitbreidingswijken is merendeels symmetrisch, enkelvoudig en kantig. De rijtjesbouw bestaat doorgaans uit twee bouwlagen met een doorlopende langskap, met een tamelijk flauwe dakhelling (< 40º). Platte daken op woningen komen vrijwel niet voor, met uitzondering van bijvoorbeeld jaren 60 villawijken als “Woelwijk” in Tytsjerk. Wat betreft de vrijstaande en halfvrijstaande woningen is het patroon van noklijnen wisselend: zowel haaks als parallel aan de straat. Kenmerkend voor de naoorlogse dorpsuitbreidingen is verder dat aan- en uitbouwen bij woningen over het algemeen ondergeschikt zijn aan de hoofdbouwmassa op een perceel en dat deze een eenvoudige hoofdvorm hebben.

Het beeld in de uitbreidingsgebieden wordt voornamelijk bepaald door woningen. Andere gebouwen in de woongebieden zoals winkels en scholen hebben een van hun bijzondere functie afgeleide vorm. De woonbebouwing heeft een gevelindeling, een kleur- en materiaalgebruik en een detaillering die veelal overeenkomen met de periode waarin ze gebouwd is. De geleding van de gevels is kan zowel horizontaal als verticaal gericht zijn. Een veelheid aan gevelwandcomposities komt voor. De woningen zijn in de meeste gevallen gericht op de straat. Bij rijenwoningen wordt het straatbeeld bepaald door de voorgevels. Herhalingen in gevelritmiek en (eventuele) dakkapellen zijn hier kenmerkend. Bij halfvrijstaande en vooral bij vrijstaande woningen blijven, afhankelijk van de onderlinge afstand, in de regel meerdere gevels (of delen van gevels) vanaf de weg zichtbaar. Vooral bij vrijstaande woningen is er per individuele woning variatie in gerichtheid van gevel en gevelopeningen. De indeling van de open en gesloten vlakken is per woningtype evenwichtig. Gesloten gevelwanden gericht naar de openbare ruimte komen niet voor. Het materiaalgebruik is vrijwel uitsluitend steenachtig, met een terughoudend kleurgebruik (beige, aardetinten). De oudste rijenwoningen (veelal sociale woningbouw) zijn trouwens overwegend van rode baksteen.

De hellende daken zijn uitgevoerd met pannen, meestal beton, maar ook gebakken pannen komen voor, en zijn voorzien van een daklijst of boeiboord. De nieuwere woningen kennen een gevarieerder materiaalgebruik en vooral ook een gevarieerder kleurgebruik. Gevelelementen of details worden soms uitgevoerd in primaire kleuren. De meest recent gebouwde woningen worden gekenmerkt door meer moderne materialen en kleuren.” Het ontwerp van het MFA De nieuwbouw MFA is een samenvoeging van diverse functies uit het dorp, samengebracht op de sportlocatie van Jistrum. De functies in het MFA worden voornamelijk op de begane grond gesitueerd. Dit betekent weliswaar een verdubbeling van het huidige grondoppervlak van het huidige bouwwerk (sporthal), maar blijft in bouwhoogte beperkt tot één bouwlaag met kap. Daarmee is de bouwhoogte minimaal gelijk of lager dan de huidige bouwhoogte van het sportgebouw. In stedenbouwkundig opzicht is de gewenste ‘MFA-bouwkorrel’ (grootte en hoogte), zoals uitgewerkt voor het MFA Jistrum, ruimtelijk goed inpasbaar op de sporthallocatie. Een groot deel van het nieuwe MFA betreft al de bestaande sporthal. De uitbreiding van het programma van eisen vindt met name plaats aan de achterzijde van de sporthal, het gebied waar zich het voetbalveld en de ijsbaan zich bevinden, dat vervolgens weer grenst aan het buitengebied van Jistrum.

Het laatste genoemde gebied kenmerkt zich als een open, landelijk gebied. De maat en schaal van het MFA voegt zich goed in het stedenbouwkundige weefsel van het dorp. De uitbreiding vindt niet plaats richting de woonwijk, maar juist aan de huidige ‘achterzijde’ van de sporthal. De bouwhoogte sluit aan bij de bouwhoogte van het bestaande gebouw, die overeenkomt met de bouwhoogten van de woonfuncties in de woonwijk. Door het gebouw in te passen in de landschappelijke context, aan de achterzijde van het bestaande bouwwerk, wordt geen afbreuk gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit van de woonwijk en doet daarmee geen afbreuk aan de leefomgeving. Dit geldt voor zowel de te realiseren maximale bouwhoogte als de uitbreiding van het bouwvlak, de ‘voetprint’ van het nieuwe bouwwerk. De maatvoering van het MFA is juist afgestemd op de landschappelijke context en daarom bewust laag gehouden. Hierdoor spreidt het bouwprogramma zich meer uit over een wat groter grondoppervlak, maar vanwege de open, landschappelijke context achten wij deze uitbreidingsrichting aan de achterzijde (afgekeerd van de bestaande woonwijk) juist aanvaardbaar.

Voor een omschrijving van dit welstandsgebied en de hierbij horende welstandseisen wordt verwezen naar de welstandsnota. De welstandsnota is beschikbaar op de internetpagina van de gemeente: https://www.t-diel.nl/welstandsnota-tytsjerksteradiel. In de algemene welstandseisen voor het welstandsgebied “Woongebieden gerealiseerd na 1950” is opgemerkt dat: “Bij verbouwing, vervanging, of nieuwbouw van individuele gebouwen in woongebieden, gerealiseerd na 1950, dienen de volgende kenmerken als uitgangspunt te worden gehanteerd.” Ten aanzien van (overige) gebouwen geldt: Ruimte: gebouwen dragen met hun uiterlijk bij aan het algemene beeld van de ruimtelijke eenheid waarin ze zich bevinden. Plaatsing: gericht op de straat, dan wel op andere openbare verblijfsruimtes, zoals pleinen en Bijzondere gebouwen als scholen en winkels, en andere van het woongebied deel uitmakende bijzondere gebouwen hebben een specifieke, functioneel bepaalde, plaatsing. Hoofdvorm: bijzondere gebouwen als scholen en winkels, en andere van het woongebied deel uitmakende bijzondere gebouwen hebben een specifieke, functioneel bepaalde, hoofdvorm.

Aanzichten en opmaak een variatie in gerichtheid van gevel en gevelopeningen; geen gesloten wanden naar de openbare ruimte; gevels van steenachtig materiaal en kozijnen en ramen van hout; hellende daken zijn voorzien van dakpannen; kleurgebruik voor gevel in hoofdzaak in beige en aardetinten; bijzondere gebouwen als scholen en winkels, en andere van het woongebied deel uitmakende bijzondere gebouwen hebben een specifieke, functioneel bepaalde, architectonische uitmonstering. Conclusie Op grond van de algemene welstandseisen voor het welstandsgebied “Woongebieden gerealiseerd na 1950” voldoet het ontwerp van het MFA naar het ambtelijke oordeel aan de algemene welstandseisen.

3 Beleid 3.1 Beleid van het rijk 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. In de NOVI zet het Rijk haar visie op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050 uiteen. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken. Het versterken van de “omgevingskwaliteit” is hierbij het uitgangspunt. Het begrip “omgevingskwaliteit” duidt het geheel van ruimte (bouwwerken, wegen e.d.) en het milieu (bodem, water e.d.) aan. In het NOVI omschrijft het Rijk nationale belangen, geeft het richting door omschrijven van vier belangrijke samenhangende opdrachten en helpt het keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan, en niet alles kan overal. De vier belangrijke samenhangende opdrachten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda (op dit moment geldt de Uitvoeringsagenda Nationale Omgevingsvisie 2021-2024). Hierin omschrijft het Rijk hoe zij de NOVI uitwerkt en uitvoert. In de Uitvoeringsagenda geeft het Rijk – voor zover belangrijk voor het voorliggende bestemmingsplan – de volgende richting aan de in de NOVI omgeschreven opdrachten.

Toepassen van de afwegingsprincipes 1. Combineer, daar waar mogelijk, [. . .] maximaal met andere opgaven; 2. Sluit bij inpassing [. . .] aan bij de kenmerken van het gebied; 3. Voorkomen afwenteling naar tijd en plaats. ‘Vermeden gebruik’ (besparen) of als het niet kan, efficiënt gebruik van de fysieke leefomgeving helpen hierbij. Toetsen op de gevolgen van klimaatbestendigheid: alle overheden dienen besluiten over de ontwikkeling en inrichting van een gebied te toetsen op de gevolgen voor de klimaatbestendigheid.” Toepassen van voorkeuren en voorkeurvolgordes voor klimaatadaptatie Om wateroverlast en -tekorten te voorkomen, wordt in het Deltaprogramma ingezet op het hanteren van de volgende voorkeursvolgorde in een gebied [. . .]. De vraag naar water wordt afgestemd op de beschikbaarheid van water, door bij de toedeling van watervragende functies aan gebieden rekening te houden met de waterbeschikbaarheid in die gebieden en door in te zetten op een zuinige omgang met water door watervragende functies. “Toepassen van voorkeuren en voorkeursvolgordes voor energietransitie” 1. Voorkeursvolgorde voor zon-PV: op daken en gevels van gebouwen, dan op onbenutte terreinen in bebouwd gebied en indien nodig locaties in het landelijk gebied; 2. Voorkeur voor energiebesparing, warmtenetten en ander gebruik van bestaande gasleidingen.

Energiebesparing is een belangrijke eerste stap (ook omdat daarmee de ingreep in de omgeving wordt beperkt). Voor de resterende warmtevraag moeten alternatieven voor verwarmen met aardgas gerealiseerd worden, zoals restwarmte, geothermie, aquathermie, duurzame gassen en all-electric oplossingen.

3.

Toetsen op de gevolgen van klimaatbestendigheid: alle overheden dienen besluiten over de ontwikkeling en inrichting van een gebied te toetsen op de gevolgen voor de klimaatbestendigheid.”

Op grond van het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw en het gebruik van een MFA mogelijk gemaakt. Een MFA is – per definitie – een gebouw of terrein waar verschillende (dorps)activiteiten samenkomen. In die zin versterkt het MFA de “omgevingskwaliteit” van het woonen leefmilieu in Jistrum waar “het prettig is om te werken, wonen en recreëren”. In het ontwerp van het MFA is de aanleg van voldoende vervangende waterberging opgenomen om (onaanvaardbare) ‘afwenteling van wateroverlast naar tijd en plaats’ te voorkomen. De aanleg van deze vervangende waterberging is op grond van het voorliggende bestemmingsplan ook mogelijk en op grond van de Keur Wetterskip Fryslân 2013 ook nodig (zie ook hoofdstuk 4.5). Hiermee draagt het MFA bij aan het ‘voorkomen van wateroverlast en [mogelijk] ook -tekort’ als onderdeel van de “klimaatadaptatie”. Daarbij is energieneutraliteit voor het installatieconcept het uitgangspunt. Dit wordt zoveel als mogelijk ook doorgevoerd in het bestaande deel. Het bouwplan gaat uit van: Volledig los van aardgas. Installeren van lucht-waterwarmepompen met natuurlijk koudemiddel. Zonwering (lamellen, screens), dakoverstekken om een zo laag mogelijke koellast te creeren. Luchtbehandelingskasten met een minimale energielabel A++, een lage luchtsnelheid en zo hoog mogelijk rendement.

De nieuwste generatie EC-ventilatoren, nog hoger rendement en lager geluidsniveau. Regeltechniek (op afstand door installateur) voor de beheer- en onderhoudsfase om verbruik verder te optimaliseren. De energie voor de installaties wordt duurzaam opgewekt (zonnepanelen en collectoren).

De zonnepanelen zelf dragen natuurlijk bij aan het beperken van het verbruik van energie van buiten het MFA. De school staat technisch gezien ook geheel los van de rest van het gebouw. Hierdoor kan met een eigen technische ruimte worden voldaan aan de minimale aangegeven ambitie voor Frisse scholen. Het geeft ook de mogelijkheid om op een aantal items meer dan deze ambitie te kunnen realiseren dan de scoringskaart aangeeft.

Ook de nieuw te realiseren bouwdelen omvatten een groot deel van de bestaande bebouwing en wordt uitgevoerd binnen de eisen van het Bouwbesluit. Bij deze onderdelen worden de buitengevels bekleed en geïsoleerd en ook het dak wordt aangepast. Tot slot wordt bij de inrichting van het terrein rekening gehouden met klimaatadaptie door het aanleggen van groenvoorzieningen en het (deels) toepassen van waterdoorlatende bestrating. Hiermee draagt het MFA bij aan de ‘klimaatbestendigheid, klimaatadaptatie en de energietransitie’.

3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is onder andere het volgende bepaald. 1. “Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn” (artikel 3.1.1.). 2. “Een bestemmingsplan bevat naast de bij of krachtens de wet voorgeschreven bestemmingen en regels, in elk geval een beschrijving van die bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven” (artikel 3.1.3). 3. “Een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor gaan vergezeld van een toelichting, waarin zijn neergelegd: a. Een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen; b. Een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; c. De uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; d. De uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; e. Een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; f.

De inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan” (artikel 3.1.6). 4. “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien” (artikel 3.1.6). 5. “Voor zover bij de voorbereiding van het bestemmingsplan geen milieueffectrapport wordt opgesteld [. . .], waarin de hiernavolgende onderdelen zijn beschreven, worden in de toelichting ten minste neergelegd: a. Een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; b. Voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het plan begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; c. Een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken.” 1.

Overleg met de besturen en diensten In de voorbereiding van het voorliggende bestemmingsplan heeft overleg plaatsgevonden met de besturen en diensten zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro die een mogelijk belang hebben bij het plan. Een verslag van dit overleg is opgenomen in hoofdstuk 7.

2. Omschrijving van de bestemmingen Een omschrijving van de in het voorliggende bestemmingsplan gebruikte bestemmingen is opgenomen in hoofdstuk 5. 3. Toelichting Bij de in hoofdstuk 5 opgenomen omschrijving van de in het voorliggende bestemmingsplan gebruikte bestemmingen is ook een onderbouwing voor de keuze voor deze bestemmingen opgenomen. In hoofdstuk 4.5 is een omschrijving van de effecten van het plan op de waterhuishouding opgenomen en de in het plan opgenomen maatregelen om onwenselijke effecten te voorkomen of te beperken. Zoals opgemerkt is in hoofdstuk 7 een verslag van het in artikel 3.1.1 van het Bro opgenomen overleg opgenomen. In artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat ‘de raad bij de voorbereiding van een bestemmingsplan alle nodige kennis over de voor het plan belangrijke feiten en belangen moet verzamelen’. Hiervoor is in de voorbereiding op het bestemmingsplan onderzoek uitgevoerd. Onderdeel van dit onderzoek zijn onder andere het beoordelen van het plan op basis van het overheidsbeleid, het beoordelen van de effecten van het plan op het milieu en de omgeving en het overleggen met belanghebbenden en belangstellenden over het plan. De resultaten van dit onderzoek zijn vooral opgenomen in achtereenvolgens hoofdstuk 3, 4, 6 en 7.

Zoals opgemerkt heeft er in de voorbereiding van het plan overleg met belanghebbenden en belangstellenden plaatsgevonden over het plan. De manier waarop dit overleg heeft plaatsgevonden is omschreven in hoofdstuk 7. De uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan is omschreven in hoofdstuk 4, 6 en 7. 4. Behoefte aan nieuwe stedelijke ontwikkeling De omschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling is de zogenoemde “Ladder voor duurzame verstedelijking”. Op basis hiervan is antwoord op de volgende vragen nodig om te onderbouwen dat er sprake is van een “zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik” met de voorgenomen ontwikkeling. 1. Is er sprake van een “stedelijke ontwikkeling”? 2. Is er sprake van een “nieuwe” stedelijke ontwikkeling? 3. Is er sprake van een behoefte aan de ontwikkeling? Is er sprake van een “stedelijke ontwikkeling”? Op grond van artikel 1.1.1, lid 1, onder i. van het Bro is een “stedelijke ontwikkeling” een “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Uit de Nota van Toelichting bij het Bro blijkt dat “andere stedelijke voorzieningen” zijn “accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en leisure”.

Op grond hiervan is een MFA zoals dat op grond van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt in beginsel een “stedelijke ontwikkeling”.

Hierbij moet ook in overweging worden genomen dat op grond van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ‘een bestemmingsplan dat voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt’ (zie onder andere rechtsoverweging 6.3 van de uitspraak 201608869/1/R3 van 28 juni 2017). Zoals opgemerkt in hoofdstuk 1.5 is op grond van het geldende bestemmingsplan het plangebied voor het grootste deel bestemd als “Sport”, voor een heel klein deel “Wonen – Vrijstaande woning 1” en een ander klein deel als “Maatschappelijk - Onderwijs”. Laatstgenoemde bestemming is betrokken bij het plangebied om extra parkeerplaatsen mogelijk te maken. Op grond van het voorliggende bestemmingsplan worden de gronden bestemd als “Maatschappelijk – Sociaal Cultureel, Religie, Onderwijs en Sport”. In vergelijking met de bestemming “Sport” verschilt de bestemming “Maatschappelijk – Sociaal Cultureel, Religie, Onderwijs en Sport” vooral door het mogelijk maken van de activiteiten onderwijs, cultuur (jeugdsoos, muziek, enz.), multifunctionele ruimtes en functies op het buitenterrein. Daarbij opgemerkt dat MFA uitgaat van het samenbrengen van (bestaande) functies die verspreid door het dorp aanwezig zijn.

Daarnaast wordt er een grotere oppervlakte (met name richting het zuiden) aan gebouwen toegestaan. Het mogelijk maken van alle sportaccommodaties is – in vergelijking met de bestemming “Sport” een beperkte wijziging van de gebruiksmogelijkheden. Om de grotere oppervlakte aan gebouwen voor het MFA mogelijk te maken is op grond van het voorliggende bestemmingsplan ongeveer 2.450 m² van de gronden binnen het plangebied aangeduid als “bouwvlak”. In vergelijking met het geldende bestemmingsplan is de oppervlakte van de gronden met deze aanduiding ongeveer 1.560 m². De nieuwbouw voorziet daarmee in een vergroting van ongeveer 890 m². Hiermee is (een uitbreiding van) ‘een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m² mogelijk. Op basis hiervan is het MFA dat op grond van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt aan te duiden als een “stedelijke ontwikkeling”. Is er sprake van een “nieuwe” stedelijke ontwikkeling? Zoals opgemerkt verschilt de bestemming “Maatschappelijk – Sociaal Cultureel, Religie, Onderwijs en Sport” van de bestemming “Sport” vooral door het mogelijk maken van de activiteiten onderwijs, cultuur (jeugdsoos, muziek, enz.), multifunctionele ruimtes en functies op het buitenterrein en een grotere oppervlakte aan gebouwen.

In vergelijking met de bestemming “Maatschappelijk - Onderwijs” verschilt de beoogde bestemming “Verkeer -Verblijf” niet, gelet op de beoogde parkeerfunctie. Deze activiteit is ook al op grond van de bestemming “Maatschappelijk - Onderwijs” mogelijk, maar zonder bestemmingswijziging is formeel sprake van strijdig gebruik. Op grond van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ‘voorziet een bestemmingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging / -verschuiving, in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken, indien die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was.’ Alles in overweging nemende is er met de bouw en het gebruik van het op grond van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk gemaakte MFA geen sprake van een stedelijke ontwikkeling die nieuw is. Hierbij is in de eerste plaats overwogen dat het plangebied binnen het stedelijk gebied van Jistrum ligt. In die zin is er dan ook geen sprake van een ‘nieuw planologisch ruimtebeslag, maar alleen een planologische functiewijziging’. In de tweede plaats is overwogen dat de “ruimtelijke uitstraling” van het MFA zoals weergegeven in het ontwerp (zie onder andere paragraaf 2.2) voor delen ook al mogelijk is op grond van het geldende bestemmingsplan. De bouw en het gebruik van het gebouw van het MFA en de inrichting en het gebruik van de gronden rondom het plangebied ten behoeve van sport / speelterrein en in het noordelijk deel als parkeerterrein is op hoofdlijnen op grond van het geldende bestemmingsplan ook al mogelijk. Nu het oordeel is dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is het niet nodig om antwoord te geven op de vraag of er sprake is van een behoefte aan de ontwikkeling op grond van de “Ladder voor duurzame verstedelijking”. 5.

Milieueffectrapport, waarden en eisen Voor het voorliggende bestemmingsplan is niet een milieueffectrapport opgesteld. Een onderbouwing hiervoor is opgenomen in hoofdstuk 4.1. Een omschrijving van de cultuurhistorische waarden in en (mogelijke) monumenten in de grond van het plangebied en de manier waarop deze in dit plan zijn overwogen is opgenomen in hoofdstuk 4.10. In hoofdstuk 2 en vooral hoofdstuk 4 is een omschrijving opgenomen van de andere waarden in en in de omgeving van het plangebied en de manier waarop deze in dit plan zijn overwogen. Een omschrijving van de manier waarop de op grond van hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen in dit plan zijn overwogen is – wanneer van toepassing op dit plan – ook opgenomen in hoofdstuk 4.

3.2 Beleid van de provinsje Fryslân 3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân 2020 - De romte diele Op 23 september 2020 hebben de Provinciale Staten van Fryslân de Omgevingsverordening Fryslân 2020 – De romte diele vastgesteld. Hierin omschrijft de provincie haar ambities, doelen en principes voor Fryslân voor de periode tot en met 2050. De belangrijkste ambitie van de provincie is “brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân”. Om deze ambitie te halen wil de provincie sturen op doelen (in plaats van regels). Hiervoor onderscheidt de provincie doelen voor de bestaande situatie en vier opdrachten. De doelen voor de bestaande situatie zijn: 1. Samenhangend netwerk van steden en dorpen; 2. Slimme groei van de gastvrijheidseconomie; 3. Duurzame landbouw; 4. Karakteristieken van het landschap zijn beleefbaar; 5. Behoud van het Friese erfgoed; 6. Natuur beschermen en ontwikkelen;

7. Verbeteren en schoonhouden van het milieu; 8. Kwaliteit en kwantiteit van het (grond)water zijn op peil. Voor de vier opdrachten zijn de doelen: 9. Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; 10. Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; 11. Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; 12. Fryslân versterkt de biodiversiteit. Het MFA dat op grond van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt draagt vooral bij (of kan vooral bijdragen) aan de hiervoor onder 9, 10 en 11 omschreven doelen. Zoals opgemerkt in hoofdstuk 3.1.1 is een MFA – per definitie – een gebouw of terrein waar verschillende (dorps)activiteiten samenkomen. In die zin houdt het MFA de ‘leefomgeving in Jistrum vitaal en leefbaar’. Ook is in hoofdstuk 3.1.1 al opgemerkt dat in het ontwerp van het MFA, rekening wordt gehouden met een duurzame wijze van bouwen waarbij het bestaande bouwdeel volledig wordt geïntegreerd, inclusief de inrichting rondom het MFA. Hiermee draagt het MFA ook bij aan ‘het voortzetten van de energietransitie’ en een ‘klimaat-adaptieve inrichting’.

3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014 Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. De laatste aanpassing van de verordening is door Provinciale Staten vastgesteld op 23 maart 2021. In de verordening heeft de provincie regels opgenomen voor die onderdelen van haar beleid die zij van “provinciaal belang” acht. Het bestemmingsplangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn op grond van de Verordening Romte Fryslân 2014 aangeduid als “bestaand stedelijk gebied”. Een klein deel aan de zuidzijde ligt buiten deze aanduiding. In de verordening is – voor zover van toepassing op het voorliggende plan – het volgende bepaald. Artikel 2.2 Archeologie 1. “In de plantoelichting van een ruimtelijk plan wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de wijze van onderzoek naar en bescherming van archeologische waarden en verwachtingswaarden zoals aangegeven op de Famke.” 2. “Indien in een ruimtelijk plan wordt afgeweken van het bepaalde in het eerste lid wordt onderbouwd op welke wijze in een vergelijkbare bescherming van archeologische waarden is voorzien.” Artikel 2.5 Reclame-uitingen 1. “In een ruimtelijk plan [. .

.] voor gronden binnen een afstand van 400 meter gemeten vanaf de grens van de bestemming verkeersdoeleinden of een vergelijkbare bestemming voor een autosnelweg of een autoweg, bevat geen bouwmogelijkheden voor een reclamemast met een hoogte van meer dan 6 meter.” Artikel 7.1 Ecologische hoofdstructuur 7.1.1 3. “Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden nabij de ecologische hoofdstructuur kan nieuwe, niet-agrarische activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, mits die niet leiden tot

een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur.” Artikel 9.6 Opstellingen voor zonne-energie 9.6.1 1. “In een ruimtelijk plan voor het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in een opstelling voor zonne-energie.” Archeologie Een omschrijving van de archeologische (verwachtings)waarden op grond van de FAMKE in het plangebied is opgenomen in hoofdstuk 4.10. Hierbij is ook een omschrijving opgenomen over de manier waarop het behoud van deze waarden op grond van het voorliggende bestemmingsplan is gewaarborgd. “Reclame-uitingen” Het bestemmingsplangebied van het voorliggende bestemmingsplan ligt op een afstand van ongeveer 150 meter ten westen van de Joost Wiersmaweg. Ter plaatse van Jistrum en het plangebied is deze weg een doorstroomweg. Dit betekent dat reclamemasten met een hoogte van meer dan 6 meter in het plangebied niet mogelijk gemaakt mogen worden op grond van het plan. Om dit te waarborgen is in artikel 3, lid 3.2, onder 3.2.2, onder B. van de regels van het voorliggende bestemmingsplan bepaald dat ‘de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen bijbehorende bouwwerken zijnde, ten hoogste 5 m zal bedragen, met dien verstande dat: 1. De bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten en reclamemasten, en palen ten hoogste 10 meter zal bedragen; 2.

De bouwhoogte van antennemasten ten hoogste 15 meter zal bedragen; 3. De bouwhoogte van reclamemasten ten hoogste 6 meter zal bedragen.’ Ecologische hoofdstructuur Ongeveer 700 meter ten westen van het bestemmingsplangebied ligt een gebied van de ecologische hoofdstructuur (nu: NatuurNetwerk Nederland). Hiermee ligt het plangebied “nabij de ecologische hoofdstructuur”. Om inzicht te krijgen in onder andere de effecten van het voorliggende bestemmingsplan op de ecologische hoofdstructuur is in april 2022 een beknopte natuurtoets uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn samengevat opgenomen in hoofdstuk 4.6. Uit de resultaten blijkt dat het plan geen effect heeft op beschermde natuur, op grond van de Verordening Romte Fryslân 2014. Zonne-energie Op grond van het voorliggende bestemmingsplan is de aanleg en/of bouw van zonnepaneel mogelijk als onderdeel van de bestemming. Dit betekent onder andere dat op de bouwwerken die op grond van de regels van het plan binnen een bouwperceel gebouwd mogen worden zonnepanelen aangelegd mogen worden. Het betekent ook dat het aanbod van zonne-energie dat van deze zonnepanelen komt in beginsel niet groter mag zijn dan de vraag naar energie van de activiteiten die binnen dit bouwperceel (en de directe hiermee samenhangende omgeving) plaatsvinden.

3.3 Beleid van de gemeente 3.3.1 Structuurvisie Finster op romte In 2010 heeft de raad de Structuurvisie Finster op romte vastgesteld. Hierin omschrijven wij de “toekomstvisie van Tytsjerksteradiel” tot 2020. Op 20 september 2018 heef de raad besloten om deze visie te blijven volgen tot het vaststellen van een omgevingsvisie. In de structuurvisie worden verschillende soorten dorpen onderscheiden. Behalve de grote dorpen zoals Burgum en Hurdegaryp en recreatiedorpen zoals Earnewâld zijn er in de gemeente kleine dorpen zoals Jistrum. Het uitgangspunt bij ontwikkelingen is dat deze moeten passen bij de aard en schaal van het dorp waarin ze plaatsvinden en in het landschap. Voor wat betreft de ontwikkelingsmogelijkheden in de kleine dorpen is in de Structuurvisie het volgende opgemerkt. “Ontwikkelingen in de kleine kernen vragen om een zorgvuldige inpassing en maatwerk. Een Leefbaarheidstraject wordt gestart om tot maatwerk te komen en gerichte verbeteringen aan te brengen in de vaak kwetsbare ruimtelijke situatie en/of de hechte sociaalmaatschappelijke omgeving (gemeenschap). Hierin worden Dorpsbelang en de plaatselijke bevolking gevraagd hun inbreng te leveren. De samenwerking van de gemeente met de ‘dorpsklankborden’ is bedoeld om gezamenlijk zicht te krijgen op de sociale agenda van de (dorps)gemeenschap en de daaruit voortvloeiende noodzakelijke, c.q.

gewenste, materiële en immateriële voorzieningen.” Dorpsvisie Jistrum / Skûlenboarch 2020-2030 Voor het dorp Jistrum is een de Dorpsvisie Jistrum / Skûlenboarch 2020-2030 opgesteld. Deze visie en dit ontwikkelingsplan dient als basis voor de agenda en acties van Dorpsbelang en andere werkgroepen. De intentie is om met deze visie de toekomstige ontwikkelingen in en rondom het dorp op een positieve en samenhangende wijze te beïnvloeden. De doelstelling is om in samenspraak met de inwoners van Jistrum een visie te ontwikkelen op een aantal belangrijke thema’s, waaronder voorzieningen voor sport, cultuur en religie (verenigingen). Jistrum is trots op zijn rijke en hechte verenigingsleven en de vele vrijwilligers die dit met elkaar in stand houden. Dit geeft een sterke, sociale binding. Kinderen moeten de gelegenheid krijgen om muziekles te krijgen. Ook variatie in sportmogelijkheden blijft een punt van aandacht. Naast de bestaande culturele hoogtepunten zoals het Dorpsfeest, de uitvoeringen van de toneelvereniging en de concerten van de fanfare zouden er regelmatig culturele gebeurtenissen moeten zijn zoals optredens van onze lokale muziekgroepen of andere muzikale optredens. Ook lezingen, themaavonden en films over andere culturen zijn boeiend. In de dorpsvisie is een aantal sociale thema’s verder uitgewerkt waarin een nieuwe MFA als een rode draad wordt aangehaald.

Sociale thema onderwijs Met ingang van het schooljaar 2019-2020 zijn de twee basisscholen, CBS De Finne en OBS It Iepen Stee samengegaan in een ontmoetingsschool, Bernemienskip De Greide. Een fusie van christelijk en openbaar onderwijs, een identiteitsrijke school waarin zowel christelijk als openbaar zich thuis voelt. Dit is voor de kinderen een mooie manier van verbinden. De peuterspeelzaal is tevens onderdeel van de Bernemienskip De Greide. De wens is om een nieuwe school te bouwen in combinatie met het MFA waarin ook de peuterspeelzaal zijn plek zal krijgen, zodat alle onderwijsactiviteiten onder 1 dak zitten. Daarnaast zijn dan de sportvoorzieningen dichtbij en hoeven de kinderen niet meer over de straat naar de gymnastiek.

Sociale thema MFA Enkele jaren terug hebben een aantal leden van Dorpsbelang en inwoners een groepje gevormd die het zagen zitten om een multifunctioneel centrum te realiseren. Er is in 2016 een bijeenkomst geweest voor alle verenigingen en belangstellenden waar het idee is gepresenteerd en inmiddels is er een breed draagvlak onder de verenigingen en Jistrumers. Jistrum heeft hierop meegedaan aan de selectieprocedure om in 2019 een DOM (DorpsOntwikkelingsMaatschappij) 2.0 te worden. De leden van de organisatie en van de jury zijn onder de indruk van de beweging die Jistrum (en andere dorpen) hebben gemaakt en de manier waarop plannen zijn gepresenteerd. Het DOM-bestuur Jistrum heeft middels een pitch het plan gepresenteerd. Het juryadvies was als volgt: “Het dorp kende een grote verdeeldheid. Nu staan alle neuzen dezelfde kant op. Het dorp wil een MFA. Er is nog geen plan voor de bestaande panden die dan hun functie verliezen. Ook is het belangrijk dat er meer wordt samengewerkt tussen de verschillende verenigingen. Het MFA kan daarin een bevorderende rol spelen. De stand van zaken is dat alle betrokken partijen bereid zijn mee te werken en mee te investeren in een MFA, ook de gemeente. Wat betreft de DOM organisatie wil het dorp de beleidsgroep (bestuursfunctie/DOM) loskoppelen van werkgroepen die uitvoeringstaken hebben.

Denk niet gelijk aan nieuwbouw aan de rand van het dorp, maar kijk naar de bestaande panden, locaties en mogelijkheden”. Gemeente Tytsjerksteradiel heeft bij de start van DOM 2.0 besloten één dorp door te laten gaan voor DOM 2.0. Op 13 november 2018 is door college van burgemeester en wethouders gemeente Tytsjerksteradiel een besluit genomen over Jistrum en de eventuele deelname aan het project DOM 2.0. Het college heeft het advies van de jury gevolgd en Jistrum geselecteerd voor deelname aan de DOM 2.0. In november 2019 is er een subsidie vanuit het Iepen Mienskipsfûns binnengekomen voor de eerste fase. Begin 2020 is de opdracht tot een haalbaarheidsonderzoek gegeven en in september 2021 is een ‘Go’ afgegeven door de gemeente. Sociale thema verenigingen en vrijwilligers Jistrum heeft een rijk verenigingsleven waarin veel vrijwilligers actief zijn. Dorpsbelang hecht veel waarde aan deze vrijwilligers en om voor nu en in de toekomst voldoende vrijwilligers te behouden, heeft dit punt de aandacht van Dorpsbelang. Wanneer er een MFA gerealiseerd gaat worden, kunnen de verenigingen hun krachten bundelen en kunnen vrijwilligers efficiënter worden ingezet. Er wordt vanuit gegaan dat een MFA ertoe zal bijdragen dat de inwoners het MFA zien als hun “hûs fan it doarp”.

Conclusie Zoals ook al eerder opgemerkt is er vanuit de DOM geld aan de projectgroep beschikbaar gesteld om te onderzoeken of er draagvlak is om een gemeenschappelijke accommodatie te realiseren waar maatschappelijke organisaties, verenigingen in het dorp gebruik van maken waarbij deze ook verantwoordelijk zijn voor de exploitatie en financiering van de accommodatie. Vervolgens is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Een MFA in Jistrum is mede gelet op de verwevenheid in de dorpsvisie een ‘gewenste, materiële voorziening van de (dorps)gemeenschap’ van Jistrum. Alles in overweging nemende past de ontwikkeling van het MFA zoals dat op grond van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt dan ook bij de aard en schaal van het dorp.

3.3.2 Duurzaamheidsagenda Tytsjerksteradiel Op 18 februari 2021 heeft de raad de Duurzaamheidsagenda Tytsjerksteradiel vastgesteld. Hier is een programma van projecten opgenomen om in 2040 als gemeente energieneutraal te zijn. Hiermee bedoelt de gemeente dat ‘alle energie die in de gemeente gebruikt wordt duurzaam wordt opgewekt’. Het uitgangspunt hierbij is dat ‘er in een jaar niet meer energie uit het gas- en elektriciteitsnet betrokken wordt dan er vanuit duurzame bronnen aan wordt toegeleverd’ (dit met uitzondering van de energievraag van de industrie-activiteiten). Om als gemeente in 2040 energieneutraal te zijn, zijn in de duurzaamheidsagenda onder andere volgende stappen opgenomen die voor het voorliggende bestemmingsplan en/of het MFA van toepassing (kunnen) zijn. We zetten in op forse energiebesparing. We stappen over op duurzame alternatieven zoals warmtepompen, bodem-/aardwarmte, inductie, groen gas en/of waterstof. Geschikte (bedrijfs)daken worden voorzien van zonnepanelen. We ondersteunen bedrijven bij planvorming voor verduurzamingsmaatregelen, zoals plaatsing van zonnepanelen op daken en het aanbrengen van ledverlichting. We onderzoeken de mogelijkheid voor het overkappen van parkeerplaatsen met zonnepanelen. Andere stappen die in de agenda zijn opgenomen zijn de volgende. Circulariteit wordt een vast onderdeel bij onze inkoop en aanbestedingen. [. .

.] De gemeente geeft [hierbij] het goede voorbeeld. We herstellen en vergroten waar mogelijk de biodiversiteit waarbij we een sterk groen netwerk binnen onze bebouwde omgeving krijgen. We zetten ons in om hittestress en nachtelijke warmte-uitstraling te beperken en om wateroverlast en verdrogen zoveel mogelijk te voorkomen. Nieuwbouw van eigen gebouwen is energieneutraal. Het ontwerp voor het MFA is gericht op het realiseren van een goed binnenklimaat, waarbij rekening wordt gehouden met de maatschappelijke duurzaamheidsopgave. Dit betekent dat het gebouw een goede isolatie krijgt om verlies van warmte te voorkomen. Daarbij krijgt het gebouw ook overstekken en zonneschermen om onwenselijke verwarming te voorkomen in de zomerperiode. Ook zal er in de uitvoering veel aandacht zijn aan het luchtdicht maken van het gebouw om de uitwisseling van warmte tussen binnen en buiten zoveel als mogelijk te voorkomen. Installaties van het MFA zijn allemaal all-electric. Na het opleveren van het gebouw wordt geen gebruik meer gemaakt van gas om het gebouw te verwarmen, met uitzondering van het bestaande gedeelde totdat de nutsvoorzieningen over voldoende capaciteit beschikken om over te gaan op gasloos. Voor het verwarmen en koelen worden gebruik gemaakt van lucht-waterwarmtepompen. De ventilatie krijgt een warmteterugwininstallatie.

Op het dak van het MFA worden ruim 100 zonnepanelen aangelegd. In dit kader wordt ook verwezen naar paragraaf 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie. Hiermee voldoet (het nieuwe deel van) het MFA aan de BENG-eisen voor nieuwe gebouwen. De installatie is later ook nog uit te breiden om in een mogelijke toename van het energieverbruik te voorzien.

Het ontwerp voor het MFA wordt beoordeeld op basis van de eisen van GPR-gebouw. Hierop moet het gebouw een scoregemiddelde van tenminste 8 krijgen. Deze score wordt bepaald op basis van de volgende onderwerpen: Energie; energieprestatie, energieprestatie aanvullend; Milieu; materiaal, water, ruimte en natuur; Gezondheid; akoestisch comfort, luchtkwaliteit, thermisch comfort, visueel comfort; Gebruikskwaliteit; toegankelijkheid, functionaliteit, technische kwaliteit, sociale waarde; Toekomstwaarde; aanwezige kwaliteit, adaptiviteit gebouw, klimaatadaptiviteit, belevingswaarde. Hiermee geeft de GPR een oordeel over de duurzaamheid van een gebouw in de breedste zin van het woord. Het gebouw wordt opgenomen in het Madaster (www.madaster.nl). Madaster is het kadaster voor materialen en producten. In Madaster wordt data vastgelegd over alle materialen die zijn verwerkt in het gebouw. Door ieder onderdeel te registreren krijgen wij inzicht in onder andere de losmaakbaarheid, embodied carbon en toxiciteit van materialen en producten. Ook kan bepaald worden of materialen en producten hergebruikt kunnen worden. Om nog meer circulair te bouwen, wordt zoveel als mogelijk het bestaande gebouw gehandhaafd en worden de aangebrachte zonnepanelen hergebruikt. De daaromheen ontworpen nieuwbouw draagt er vervolgens aan bij om dit bouwdeel nog verder te verduurzamen.

Daarnaast infiltreert het regenwater zoveel mogelijk op het terrein in de bodem. Het overschot wat niet kan infiltreren, wordt afgevoerd naar de ten zuiden van het plangebied gelegen te verbreden sloot.

3.3.3 Maatschappelijk Vastgoed Visie De gemeente wil met toekomstbestendig beleid en toekomstbestendige gebouwen werken aan sociale cohesie en de leefbaarheid van onze dorpen en de leefbaarheid in de dorpen ondersteunen. Het beleid gaat niet om de gebouwen, het gaat om de functie die die gebouwen vervullen in een gemeenschap. Om vandaag te kunnen sturen hebben we visie op de toekomst nodig. De visie biedt geen pasklare oplossingen voor elk probleem. Maatwerk blijft mogelijk en er blijft ruimte voor lokale afweging. Op 7 juli 2021 is de visie op maatschappelijk vastgoed vastgesteld door de gemeenteraad van Tytsjerksteradiel, met als doel de leefbaarheid in de dorpen verder te verbeteren en om van Tytsjerksteradiel een topregio te maken. Tegelijkertijd zijn bij de vaststelling daarmee de kaders (paragraaf 1.2) voor het bouwen van multifunctionele centra duidelijk geworden. Jistrum is op dit moment te veel versnipperd. De kerk, gymzaal, de school en kinderdagopvang zitten verspreidt door het dorp. Daarnaast is er een leegstaande school aanwezig, staat het lokale commerciële onderdak (horecapand) te koop. Het project MFA Jistrum kan daarom een oplossing bieden die past binnen de genoemde kaders van de Maatschappelijk Vastgoed Visie.

4 Milieu- en andere omgevingsrandvoorwaarden 4.1 Milieueffectrapportage Op 1 september 1994 is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) in werking getreden. In het besluit is bepaald voor welke plannen en besluiten een milieueffectrapportage(beoordeling) nodig is. Op grond van het voorliggende bestemmingsplan worden mogelijk de volgende m.e.r.(-beoordelings)plichtige activiteiten mogelijk gemaakt. kolom 1 activiteiten D 11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=729c52d1-75a8-4a55-9bc9-cc8c19f64cb0