08.1 - Startnotitie Beleidsplan Armoede, Schulden en Preventie
Tekst van het document
Ri
Startnotysje Beleidsplan Armoede, Schulden en Preventie Portefúljehâlder Amtner Heart by riedsútstel Saak- en stiknûmer
: : : :
Mevr. C. de Pee Mevr. N. de Vries (stuknr.) 202503307113/25ZG280221
1. Ynlieding Landelijk gezien leefden in 2023 3,1% van alle huishoudens en 3,6% van alle minderjarige kinderen in armoede. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat armoede vergaande gevolgen kan hebben, zoals minder opleidingskansen, een slechtere woonsituatie, schaamte, sociaal isolement, eenzaamheid, stress, depressies en gezondheidsklachten. En leef je onder de armoedegrens, dan is er een groter risico op schulden. Mensen die te maken hebben met armoede en schulden staan in de overlevingsstand en leven van dag tot dag. Hierdoor zijn zij niet altijd goed in staat om de juiste acties te ondernemen. Denk aan de post die uit onmacht ongeopend in een la verdwijnt, terwijl de schulden ondertussen groeien. Het beleid voor bestrijding van armoede is grotendeels landelijk bepaald. Denk bijvoorbeeld aan de hoogte van het minimumloon en bijstandsuitkeringen, de verschillende toeslagen van de Belastingdienst en tijdelijke maatregelen zoals de energietoeslag. Onze invloed is daarmee beperkt, maar wij hebben zeker mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan armoedebestrijding. 2. Oanlieding In 2023 heeft de Rekenkamer onderzoek gedaan naar de effectiviteit van ons armoedebeleid. U heeft de uitkomsten en aanbevelingen van dit onderzoek opiniërend behandeld op 18 april 2024 en besluitvormend op 19 september 2024.
Daarnaast heeft u eind 2023 de evaluatie van het beleidsplan schulddienstverlening 2020 – 2024 ontvangen. De uitkomsten van het Rekenkameronderzoek en de evaluatie van het beleidsplan schulddienstverlening zijn de aanleiding om een beleidsplan Armoede, Schulden en Preventie op te stellen. In deze startnotitie beschrijven wij de actuele ontwikkelingen, hoe wij het beleidsplan vorm willen geven, welke partijen wij hierbij betrekken, de financiën en het tijdpad voor de besluitvorming. 3. Wetjouwing en ûntwikkelingen De twee belangrijkste wetten voor armoede- en schuldenbeleid zijn de Participatiewet en de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Daarnaast passen wij andere wetten toe zoals de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en de Wet adviesrecht voor gemeenten bij schuldenbewind. Huidige ontwikkelingen die van belang zijn voor armoede en schuldenbeleid zijn:
1 2
Participatiewet in balans
De Participatiewet wordt de komende jaren herzien. Hierdoor moet meer ruimte ontstaan voor de menselijke maat en bestaanszekerheid.
Wetsvoorstel proactieve dienstverlening
Met het Besluit proactieve dienstverlening kunnen UWV 1, de SVB 2 en gemeenten samenwerken en persoonsgegevens uitwisselen voor proactieve dienstverlening. Deze partijen mogen onderzoeken wie waarschijnlijk recht heeft op een
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen Sociale Verzekeringsbank
uitkering, maar deze uitkering niet gebruikt. Zij mogen contact opnemen met deze mensen en hen helpen om een uitkering aan te vragen. Het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. Vereenvoudiging inkomensondersteuning mensen (VIM)
In 2023 is het landelijke programma Vereenvoudiging inkomensondersteuning voor mensen gestart. Het programma ontwikkelt scenario’s voor een eenvoudigere inkomensondersteuning op de lange termijn. Ook pakt het programma knelpunten op die ontstaan als mensen te maken hebben met een samenloop van regelingen.
Inbreng VNG en Divosa
De VNG 3 en Divosa 4 lobbyen bij het Rijk om het landelijke sociale stelsel te repareren. Het huidige sociale stelsel is te complex waardoor mensen in de problemen komen. VNG en Divosa vinden dat er een structurele oplossing moet komen zonder dat gemeenten steeds pleisters moeten plakken met allerlei (tijdelijke) regelingen.
4.
Ynhâldlik kader
4.1 Wat wolle wy Er zijn geen kant-en-klare oplossingen voor armoede en schulden. En het is onmogelijk om deze maatschappelijke vraagstukken met één beleidsmaatregel of binnen één beleidsterrein op te lossen. Wij kunnen armoede niet tot nul reduceren en ook niet voorkomen dat er geen inwoners meer zijn met problematische schulden. Maar als onze inwoners in de knel komen, dan doen wij er alles aan om hen zo goed mogelijk en in een zo vroeg mogelijk stadium te helpen. Wij willen hiermee bestaanszekerheid, kansengelijkheid en meedoen in de Mienskip bevorderen. Thema’s die ook zijn opgenomen in het raadsprogramma en die bijdragen aan de Global Goals ‘geen armoede’ ‘geen honger’ en ‘ongelijkheid verminderen’. 4.2 Hjoeddeistige belied Op dit moment valt ons armoedebeleid onder de paraplu van het Beleidskader Sociaal Domein 2019 – 2022. De doelen in dit beleidskader gaan niet specifiek over armoede en de einddatum voor dit beleid is bereikt. Er is nog geen nieuw beleidskader en er is nog geen specifiek armoedebeleid. De einddatum van het beleidsplan Schulddienstverlening is ook bereikt. Dit beleidsplan is in 2023 geëvalueerd. 4.3 Nij belied Wij beginnen niet bij nul. In de afgelopen jaren hebben we al veel gedaan om onze inwoners in armoede en schulden te helpen. Wij leggen onze aanpak van armoede en schulden nu vast in een specifiek beleidsplan Armoede, Schulden en Preventie.
4.3.1 Beliedsplan en útfieringsprogramma Wij maken geen vuistdik beleidsplan. We houden het compact waarbij wij aandacht hebben voor de pijlers ‘Armoede, Schulden en Preventie’ en concrete en meetbare doelen. Bij dit beleidskader voegen wij een uitvoeringsplan. Dat biedt u inzicht in wat wij de komende jaren gaan doen om onze doelen te bereiken (meetbare activiteiten). Daarbij houden wij rekening met de reacties die u heeft gegeven tijdens de opiniërende behandeling van het Rekenkameronderzoek. Zie hiervoor bijlage 2.
3
4
Vereniging van Nederlands Gemeenten Divosa is de vereniging van leidinggevenden in het sociaal domein 2
4.3.2 Bouwstiennen De uitkomst van het Rekenkameronderzoek en de evaluatie van het beleidsplan schulddienstverlening zijn de bouwstenen voor het beleids- en uitvoeringsplan. Hieronder hebben we kort de aanbevelingen en de aandachtspunten nog even op een rijtje gezet. Aanbevelingen Rekenkameronderzoek 1 ▪ Specifiek armoedebeleid met concrete en meetbare doelen + jaarlijkse rapportage ▪ Drie pijlers: Armoede, Schulden en Preventie ▪ Keuze raad: beleid vanuit de mens geredeneerd / financieel gedreven beleid ▪ Maak voor de drie pijlers een bewuste keuze over de hoeveelheid en inhoud van de regelingen die beschikbaar zijn voor de inwoner 2 Versimpel de aanvraagformulieren en processen van de verschillende regelingen 3 ▪ Meer aandacht voor bekendmaking beschikbare regelingen om het bereik te vergroten ▪ Vaste contactpersoon gemeente voor de fondsen 4 Vergroot de gemeentelijke regie met betrekking tot het maatschappelijk middenveld om tot een betere samenwerking te komen.
Aandachtspunten evaluatie Beleidsplan Schulddienstverlening 1 Jongeren Extra aandacht voor de wijze en vorm van schulddienstverlening voor jongeren. 2 Langdurige financiële begeleiding Er is een groeiende groep inwoners (met of zonder schulden) die behoefte heeft aan langdurige financiële begeleiding in verband met weinig leervermogen. 3 Coaching en nazorg worden nog belangrijker De looptijd van een schuldregeling is gehalveerd van drie naar anderhalf jaar. Dat biedt mensen met schulden sneller perspectief op een schuldenvrije toekomst, maar geeft ons tegelijkertijd minder tijd om mensen voldoende te ondersteunen om financieel zelfredzaam te worden. 4.3.4 Toezegging onderzoek Meedoen Pas gratis reizen Wij hebben de toezegging gedaan om de mogelijkheden van een Meedoen Pas te onderzoeken. Mensen met een laag inkomen en weinig spaargeld kunnen dan gratis reizen met het OV in het weekend en vanaf 9.00 uur op werkdagen. Ook kinderen van 12 tot 18 jaar kunnen een pas krijgen. Wij hebben de kosten hiervan al onderzocht en verwerkt in onderstaande tabel. Hoogte inkomen % van sociaal minimum 100% 110% 120% 130% ▪
▪ ▪
Aantal huishoudens 500 1.000 1.300 1.600
Kosten per jaar per huishouden € 110 € 105 € 100 € 95
Totale kosten per jaar € 55.000 € 105.000 € 130.000 € 152.000
In bovenstaande tabel gaan we uit van het aantal huishoudens en niet van het aantal gezinsleden. Wij weten wel om hoeveel gezinsleden het in totaal gaat, maar wij weten niet hoeveel gezinsleden 12 tot 18 jaar zijn. Wij gaan dus uit van een minimale kostenvariant. Dit wel met de kanttekening dat mogelijk niet alle huishoudens in aanmerking komen voor de Meedoen Pas. Op grond van de Participatiewet moeten wij een vermogenstoets doen. Het kan dan zijn dat huishoudens wel een laag inkomen hebben, maar dat er geen recht bestaat op de Meedoen Pas omdat het vermogen te hoog is. De incidentele aanschafkosten van een pas (ook bij verlies of diefstal) zijn € 15. De structurele servicekosten voor het gebruik van een digitaal Portal (door bijvoorbeeld de uitkeringsadministratie, consulenten en beleidsadviseurs) zijn € 3.000 per jaar.
3
Integrale aanpak en onderwerp voor uitvoeringsplan Het heeft onze voorkeur om het onderzoek integraal te benaderen. Wij zoeken daarom aansluiting bij de mobiliteitsvisie ANNO, die een plek heeft gekregen in de toegekende aanvraag voor de Regiodeal Noordoost Fryslân. Hierdoor zijn er mogelijk ook andere financieringsbronnen. Het onderzoek naar de Meedoen Pas nemen wij op in het uitvoeringsplan. Actuele ontwikkeling Het kabinet onderzoekt de invoering van een landelijke reispas waarmee mensen met een laag inkomen gratis of goedkoper buiten de spits met het openbaar vervoer kunnen reizen. Het is op dit moment niet duidelijk welke invloed dit heeft op het onderzoek dat wij willen doen naar de Meedoen Pas. 4.3.5 Oare yngrediïnten en oandachtspunten Bij het opstellen van het beleidsplan en uitvoeringplan houden wij ook rekening met de volgende onderwerpen: a. Armoede in onze gemeente In het Rekenkameronderzoek staan cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek die inmiddels zijn achterhaald. Het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting en het Sociaal en Cultureel Planbureau hebben gezamenlijk een nieuwe methode ontwikkeld om armoede in Nederland te meten. In de nieuwe methode betekent armoede dat een huishouden niet genoeg financiële middelen heeft voor minimaal noodzakelijke uitgaven in Nederland.
Hierbij wordt gekeken naar inkomen en vermogen en worden voor het eerst werkelijke uitgaven aan wonen en energie meegenomen. Het beeld van de cijfers is nu als volgt: Armoede Percentage mensen dat in armoede leeft 5 Minderjarige kinderen die in armoede leven
Nieuwe rekenmethode Tytsjerksteradiel Landelijk 2,7% 3,1%
Oude rekenmethode Tytsjerksteradiel Landelijk 4,8% 6,7%
2,6%
5,9%
3,6%
9,4%
b. Gebruik instrumenten armoede, schulddienstverlening en preventie We kijken welke instrumenten we willen behouden, versterken of aanpassen. Ook bekijken we wat we nu nog missen en of we misschien afscheid moeten nemen van bepaalde instrumenten. Zo hebben wij bijvoorbeeld een aantal abonnementen voor diverse websites waar inwoners informatie kunnen vinden, maar we weten niet of dit in een behoefte voorziet. c. Raadsprogramma In het Raadsprogramma staat het volgende: “De tijden veranderen en het is duidelijk dat er een nieuwe groep mensen is die in de problemen komt. Het is dus van belang om te investeren in preventie en communicatie maar ook in een snelle uitvoering voor die groep.” U heeft ons opdracht gegeven om te onderzoeken hoe wij die nieuwe groep laagdrempelig kunnen bereiken. Het gaat hier om inwoners die werken (loondienst/ZZP) en steeds meer moeite krijgen om de eindjes aan elkaar te knopen. d. Datagedreven werken Wij maken gebruik van diverse data bij het opstellen van het plan. Het gaat om data uit onze eigen systemen, provinciale systemen en landelijke systemen.
5
Minimaal 1 jaar inkomen tot 101% bijstandsniveau 4
e. Bijstellen beleidsplan Wat ons betreft is het beleidsplan geen statisch, vaststaand beleid voor de komende vier jaar. Aan de hand van monitoring en de rapportages die wij u jaarlijks voorleggen, bekijken wij of wij het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma moeten bijstellen. 5. Gearwurking De ingewikkelde en veelkoppige armoede- en schuldenproblematiek raakt veel terreinen waar wij verantwoordelijk voor zijn, bijvoorbeeld zorg en gezondheid, onderwijs, jeugd, werk en economie, wonen, integratie en duurzaamheid. Daarom heeft een domeinoverstijgende aanpak de grootste kans op succes. Daarnaast is de samenwerking met maatschappelijke partners van groot belang. Zij zijn onmisbaar om de cirkel van armoede en kansenongelijkheid te doorbreken. Daarom betrekken wij onder andere de volgende partijen bij de totstandkoming van het beleids- en uitvoeringsplan: Intern Werk, Inkomen en Schulddienstverlening Wmo en Welzijn Jeugd en Onderwijs Duurzaamheid Omgeving Economische zaken Gezondheid Financiën
Extern Cliëntenraad Werk en Inkomen Kearn Amargi Humanitas Stichting Leergeld Jeugdfonds Sport en Cultuur Volwassenfonds Stichting Urgente Noden Voedselbank WoonFriesland Kerken Kredietbank Nederland Geldfit Locale Educatieve Jeugdagenda (LEJA) Provinciaal beleidsoverleg Armoede en Schulden
Wij voeren eerst 1 op 1 gesprekken met alle partijen. Hiermee zijn wij al gestart. Daarna werken we toe naar samenwerkingsvormen. Wij willen onder andere de zogenaamde armoedetafels hierin een belangrijke rol laten spelen. Dit zijn periodieke overleggen waarvoor wij al onze maatschappelijke partners uitnodigen die betrokken zijn bij armoede en schulden. 6. Finânsjes De huidige budgetten zijn het vertrekpunt voor de uitvoering van het beleidsplan. Afhankelijk van de keuzes die u maakt, zijn er mogelijk meer financiële middelen nodig. Mocht dit het geval zijn, dan verwerken wij dit in de Kadernota 2027 – 2030. In de tabel hieronder staan de budgetten voor 2025 tot en met 2028. Begroting Bijzondere bijstand 6 Collectieve ziektekostenverzekering Schuldhulpverlening Kwijtschelding afvalstoffenheffing Kwijtschelding rioolheffing Meedoenregelingen 7 Totaal 6 7
2025 831.500 180.000
2026 807.800 180.000
2027 807.800 180.000
2028 807.800 180.000
89.200 112.000
89.200 112.000
89.200 112.000
89.200 112.000
45.000
45.000
45.000
45.000
171.129 1.428.829
171.129 1.405.129
171.129 1.405.129
171.129 1.405.129
Bijvoorbeeld individuele inkomenstoeslag, bewindvoerderskosten, compensatie eigen risico en kinderopvang Bijvoorbeeld Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur en Volwassenfonds 5
Bij bovengenoemde budgetten gaat het bijvoorbeeld om de kosten van inkoop van schuldhulpverleningstrajecten bij de Kredietbank Nederland en het verstrekken van subsidies aan Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Deze budgetten hebben geen betrekking op uitvoeringskosten. 7. Beslútfoarming Deze Startnotitie is het vertrekpunt in het besluitvormingsproces. In januari 2026 leggen wij u het beleidsplan opiniërend voor en in maart 2026 besluitvormend 8.
8
Wij gaan ervan uit dat deze planning haalbaar is. Dit met de kanttekening dat het een arbeidsintensief proces is om te komen tot een gedragen beleids- en uitvoeringsplan want er zijn veel interne en externe partijen betrokken bij dit proces.
6