CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

07 - Bijlage 4 - Zienswijzennota Gytsjerk Mûnein

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 3 maart 2022, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Gytsjerk - Mûnein (besluitvormend, bespreekstuk)30.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Argument 2 Woningbouwplan Voor een deel van het perceelsnummer 1785 is een plan ontwikkeld voor de realisatie van een aantal duurzame levensloopbestendige senioren woningen. Daarvoor hebben inmiddels 21 senioren (vooral) echtparen uit Gytsjerk en 5 van buiten Gytsjerk belangstelling getoond. Ook onderschrijft Dorpsbelangen Gytsjerk in de concept-Dorpsvisie Gytsjerk (mei 2021) die mogelijke ontwikkeling. Op grond van het bovenstaande wordt gevraagd om voor een deel van het perceelsnummer 1785, gelegen tussen de Canterlandseweg en de nieuwbouwwijk Oer de Feart I en II te Gytsjerk de dubbel bestemming agrarisch - cultuurgrond/waarde-woudenlandschap te wijzigen in de bestemming ‘Wonen”.

Beoordeling gemeente Deze wijziging kan niet zonder meer in het voorliggende bestemmingsplan worden meegenomen. Hiervoor is de planprocedure te ver gevorderd.

Door de gevraagde wijziging van het bestemmingsplan ontstaat namelijk een wezenlijk ander plan. De impact op de omgeving (naastgelegen woningen en bedrijven) is hier wezenlijk van belang. De omgevingsaspecten van de gewenste wijziging dienen eerst in kaart te worden gebracht. Dit vereist nadere onderzoeken en betekent ook dat opnieuw een ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd. Op dit moment wordt gekeken waar, in welke omvang en welk type (vrijstaand, halfvrijstaand, rijenbouw of appartementen) woningbouw in onze gemeente kan plaatsvinden. Hier komt nog bij dat voor het opnemen van woningbouwplannen diverse omgevingsaspecten (milieu, geluid, verkeer, woon- en bedrijfssituatie, stikstofdepositie e.d.) een rol spelen. Er is met het verzoek geen inzicht gegeven in de omgevingsaspecten waardoor het verzoek ook niet kan worden meegenomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Met het oog op het voorgaande wordt voorgesteld om de bestemmingsplanprocedure niet af te breken om dit verzoek nader planologisch te onderzoeken. De vraag kan in het kader van de locatiekeuze voor woningbouw in onze gemeente worden opgepakt. Voor de Trynwâlden geldt dat er door de dorpsbelangen wordt gewerkt aan een brede verkenning van de woningbouwmogelijkheden in dit gebied.

Conclusie De ingediende reactie leidt op dit moment niet tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan of het afbreken van de huidige planprocedure. Wel zal in overleg met de indiener worden voorgesteld om dit initiatief kenbaar te maken aan de dorpsbelangen zodat het mee kan worden genomen in de brede verkenning die voor de woningbouw in de Trynwâlden wordt uitgevoerd.

2.7 Zienswijze 7 Er wordt aandacht gevraagd voor de volgende punten. Er is op het bestemmingsplan “Gytsjerk centrum 2005” eerder een zienswijze ingediend. De zienswijze was gericht op de impact van hoogbouw van “De Skuorre” grenzend aan de westzijde van woning Rinia van Nautaweg 55b en de bevoorrading en veiligheid van het winkelgebied. Argument 1 Zienswijze bestemmingsplan Gytsjerk – centrum 2005 Voor het bestemmingsplan “Gytsjerk centrum” is eerder een zienswijze ingediend en deze is deels gegrond verklaard. Het gegrond verklaarde deel van de zienswijze had betrekking op de maximale goothoogte van 9 meter aan de oostzijde en 11 meter aan de westzijde van het bouwvlak ten westen van het perceel Rinia van Nautaweg 55b (De Skuorre). Er wordt vanuit gegaan dat dit onveranderd wordt overgenomen in het aangepaste bestemmingsplan. Beoordeling gemeente De zienswijze tegen het bestemmingsplan Gytsjerk-centrum heeft destijds geleid tot een kleine aanpassing van de plankaart. Voor het overige was de zienswijze toen niet overgenomen. Het bouwvlak en de maximale hoogtes, zoals opgenomen in het plan Gytsjerk centrum 2005, zijn onveranderd in het voorliggende ontwerp bestemmingsplan opgenomen. De maximale goothoogte bedraagt 9 meter aan de oostzijde en 11 meter aan de westzijde. Aan dit onderdeel van de zienswijze wordt dus voldaan.

Conclusie Aan dit argument wordt voldaan en dit leidt niet tot een aanpassing van het plan.

Argument 2 Planschade Het bouwvlak voor “De Skuorre” grenzend aan de westzijde van het perceel Rinia van Nautaweg 55b is een mega hoog gebouw (max 16 meter) direct gesitueerd achter de erfafscheiding van voornoemd perceel. Het hoge en brede bouwvlak zal een grote impact hebben op het woongenot door wegnemen van uitzicht, zon- en daglicht. Dit zal een grote waardevermindering betekenen voor de woning op voornoemd perceel. Beoordeling gemeente Voor planschade geldt een separate procedure. Een verzoek om tegemoetkoming planschade kan na het onherroepelijk worden van een bestemmingsplan worden ingediend. Wel wijzen wij erop dat bij planschade een vergelijking wordt gemaakt tussen de twee opeenvolgende bestemmingsplannen. Voor de locatie “De Skuorre” verandert hier dus feitelijk niets. De termijn om planschade voor het bestemmingsplan Gytsjerk centrum 2005 te vragen is verstreken omdat dit plan al veel langer dan vijf jaar onherroepelijk is. Conclusie Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het plan. Voor planschade is een afzonderlijke procedure. Argument 3 Locatie bouwplan De Skuorre Het ijsbaan terrein wordt met de komst van “De Skuorre” in zijn geheel afgesloten. Er wordt voor gepleit om “De Skuorre” te verplaatsen naar de andere zijde, de Canterlandse weg.

De integratie van de ijsbaan met het winkelcentrum blijft zo gewaarborgd en de ijsbaan als festivalterrein kan in huidige vorm blijven bestaan omdat geluidsoverlast voor toekomstige bewoners van “De Skuorre” in mindere mate een rol gaat spelen bij het organiseren van evenementen. Dit komt de leefbaarheid en verbondenheid van het dorp ten goede. Beoordeling gemeente Dit argument is ook ingebracht in het kader van het bestemmingsplan Gytsjerk centrum 2005 en deze zienswijze is toen om stedebouwkundige en functionele redenen als volgt afgewezen:

De keuze van de gemeenteraad om aan de noordzijde van het plein de bebouwing te realiseren leidt tot zichtbare gebouwen gericht op een zonnig en toegankelijk parkeerplein dat ook visueel onderdeel uitmaakt van de openbare ruimte. Kritiek op de vorige inrichting van het centrum was juist dat parkeerruimte grotendeels verscholen aan de achterzijde van de winkels was gesitueerd en dat dit geen positieve uitstraling had omdat bezoekers ook niet konden zien waar nog ruimte was. In het vorige bestemmingsplan is het bouwvlak van “De Skuorre” naar aanleiding van een zienswijze op dit vorige plan nog zoveel mogelijk in noordelijke richting (op de rand van de ijsbaan) geschoven om extra parkeerruimte te creëren. Het verplaatsen van “De Skuorre” naar de Canterlandseweg en de Rinia van Nautaweg is door ons opnieuw beoordeeld. De stedenbouwkundige context van de bouwlocatie aan de noordzijde (locatie “De Skuorre”) omschrijven wij als volgt: Er is een bouwvlak van ca. 854 m2 met de mogelijkheid om te bouwen in 4 bouwlagen: commerciële plint op de begane grond en 3 bouwlagen appartementen. Aan de noordzijde van deze locatie is de open, groene setting van de ijsbaan en aan de zuidzijde het plein met een parkeerfunctie. Aan de oostzijde staat een woning (nr. 55) met een kleine “bouwkorrel” (2 lagen met een kap als 3e laag).

De bouwkavel en deze woning hebben beide een totaal verschillende oriëntatie, maar komen wel overeen in materiaalgebruik en kleurstelling

(baksteen en dakpannen). Hiermee is in verschijningsvorm nog sprake van, zij het in geringe mate, enige relatie. Aan de westzijde staat het nieuwe winkelpand “De Hoeve”. Verplaatsing naar de zuidzijde van het parkeerterrein zou het volgende betekenen: 1. De ruimte tussen de bestaande panden daar, te weten de woontoren “de Kiosk” aan de oostzijde en het winkelpand “de Hoeve” aan de westzijde is te klein voor verplaatsing van het totale bouwvlak. Hier is ruimte voor ca. 544 m2 bebouwing (300 m2 minder dan aan de noordzijde). Vanwege de noodzakelijke ruimtelijke kwaliteit is een bouwafstand van minimaal 20 m ten opzichte van de locatie van “De Kiosk” noodzakelijk. 2. Aan de zuidzijde is sprake van een andere stedenbouwkundige context dan aan de noordzijde. Hier is het stedenbouwkundig van belang dat het bouwvolume ruimtelijk mee moet doen met de stedenbouwkundige context van het wegprofiel van de Canterlandseweg. Omdat hier overwegend lagere bouwhoogten zijn en er niet sprake is van openheid zou een maximale bouwhoogte van 3 bouwlagen stedenbouwkundig verantwoord zijn. Dit is één bouwlaag minder dan aan de noordzijde. 3. Deze zuidelijke locatie heeft, gezien de ligging, als probleem dat de commerciële plint aan alle zijden van het gebouw aantrekkelijk en goed benaderbaar moet zijn. Dat maakt de architectonische opgave en invulling complex. 4.

Met een gebouw aan de zuidzijde wordt het winkelcentrum meer afgesloten van het dorp. De beleving wordt hierdoor “introverter” (zie ook ons reactie op argument 1). Met bebouwing aan de noordzijde doet het plein actiever mee in het stedenbouwkundig weefsel van het dorp. 5. Het maximaal aantal te realiseren parkeerplaatsen op het gehele parkeerterrein zal ca. 8 parkeerplaatsen minder zijn (aan de zuidzijde verdwijnen er 44 stuks, aan de noordzijde kunnen er 36 stuks bijkomen). 6. Aan de zuidzijde kan een ontwikkelaar geen parkeerplaatsen realiseren terwijl dat aan de noordzijde wel kan/ verplicht is. 7. Financieel gezien leidt deze locatie tot een niet sluitende planontwikkeling. Dit komt door een kleiner bouwoppervlak en de voorgestelde geringere bouwhoogte waardoor er geen 15 maar 8 appartementen gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast zal het woongenot hier minder zijn en dit is van invloed op de verkoopbaarheid. Evenementen op het ijsbaanterrein zijn in het huidige bestemmingsplan niet planologisch geregeld. Gelet op de ingediende reactie en gelezen de jurisprudentie nemen wij voor dit terrein een evenementenregeling op in de voorschriften van het bestemmingsplan waarbij de borging van een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt is en zoveel mogelijk zal worden aangesloten op het gemeentelijke evenementenbeleid “regels om te feesten”.

Er zullen normen voor de geluidsimmissie op de gevel van geluidsgevoelige bebouwing worden opgenomen en tijdvakken waarin dit geluid maximaal mag worden geproduceerd. Wanneer “De Skuorre” is gebouwd en in gebruik wordt genomen dan zal een goed woon- en leefklimaat worden geborgd. Conclusie Om de evenementen planologisch en juridisch goed te regelen is het nodig om een regeling voor evenementen in het bestemmingsplan op te nemen. Daarmee is de impact van evenementen op de geluidsgevoelige functies begrensd. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van de planregels met een evenementenregeling (zie bijlage bij raadsvoorstel) en

een aanvulling van de toelichting maar niet tot de gevraagde verschuiving van het bouwvlak omdat dit voor het gebruik van het terrein niet nodig is en wij dit functioneel en stedebouwkundig geen aanvaardbaar alternatief vinden. Argument 4 Bevoorrading en veiligheid van het winkelgebied Er wordt aandacht gevraagd voor de veiligheid op het parkeerterrein plus de toegangswegen en geluidsoverlast tijdens de bevoorrading van de winkels in “De Skuorre”. Is in het nieuwe centrumplan rekening gehouden met de bevoorrading? Alle bevoorrading van "De Skuorre" zal plaatsvinden via het parkeerterrein. Dit komt de veiligheid niet ten goede. Beoordeling gemeente De invloed van de verkeersveiligheid ten gevolge van de bevoorrading van de bedrijven in “De Skuorre” zal beperkt zijn. Het betreft kleinschalige bedrijvigheid waar geen intensieve bevoorrading van toepassing is. De ruimte rond “De Skuorre” biedt voldoende mogelijkheden om dit op veilige wijze te laten plaatsvinden. Conclusie Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

2.8 Zienswijze 8 ijsbaancommissie Gytsjerk Op het terrein het groene hart van Gytsjerk is in 1950 een ijsbaan opgezet, met als bestemming sport en spel en evenementen terrein voor het gehele jaar. In 2020/2021 heeft het terrein een onderhoudsbeurt gehad. De middenberm werd verwijderd, het afwateren is verbeterd en de toegang van het terrein aangepast. Hier was het ijsbaan bestuur erg blij mee en hebben daar verder op ingezet. Het ijsbaan huis is verbouwd en uitgebreid en er zijn nieuwe materialen aangeschaft. Muziekinstallatie vernieuwd, want een ijsbaan zonder muziek kan gewoon niet. De zorgen zijn gericht op het uitbreidingsplan, er is geen tegenstand, maar wat betreft geluid, parkeren en toegankelijkheid van het terrein bestaat de angst dat nieuwe bewoners gaan klagen. Argument 1 Geluid Voor mensen die in het nieuw te realiseren pand “De Skuorre” gaan wonen, moeten wel beseffen dat er op het terrein het groene hart van Gytsjerk bij evenementen geluidsoverlast kan zijn. De openingstijden in de winter van de ijsbaan zijn, overdag van 14.00 uur – 17.00 uur en ’s avonds van 19.00 uur – 22.00 uur. Hier wordt dan de hele dag muziek gedraaid. Daarna worden er nog opruimwerkzaamheden verricht (zonder muziek). Beoordeling gemeente De ijsbaan heeft in het ontwerp-bestemmingsplan de enkelbestemming groengroenvoorziening gekregen met een functie-aanduiding.

Het ijsbaanterrein heeft in het geldende bestemmingsplan Gytsjerk - centrum 2005 de bestemming “sportdoeleinden 1”. Ook andere ijsbanen in onze gemeente hebben of deze bestemming of een bestemming met

bijbehorende functieaanduiding. Wij kunnen ons daarom vinden in het verzoek om, gelet op het gebruik van het ijsbaanterrein, de bestemming “sport” voor het terrein te behouden en deze bestemming weer aan het terrein toe te kennen. Hierdoor kan het terrein worden gebruikt voor sport en sportieve recreatie (waaronder schaatsen). Dit gebruik vindt hoofdzakelijk in de dagperiode plaats waarbij geen muziek ten gehore wordt gebracht. Wanneer bij het sportieve of recreatieve gebruik wel sprake is van versterkte muziek (bv. wanneer de ijsbaan open kan) dan heeft de muziek een ondergeschikte functie. Wel zal hiervoor een geluidsgrens in de planregels worden opgenomen. Een sportieve of recreatieve gebeurtenis kan onder sommige omstandigheden ook worden aangemerkt als een evenement (of worden gevolgd door een evenement). Evenementen op het ijsbaanterrein zijn in het huidige bestemmingsplan niet planologisch geregeld. Gelet op de ingediende reactie en gelezen de jurisprudentie nemen wij voor dit terrein een evenementenregeling op in de voorschriften van het bestemmingsplan waarbij de borging van een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt is en zoveel mogelijk zal worden aangesloten op het gemeentelijke evenementenbeleid “regels om te feesten”.

Er zullen normen voor de geluidsimmissie op de gevel van geluidsgevoelige bebouwing worden opgenomen en tijdvakken waarin dit geluid maximaal mag worden geproduceerd. Wanneer “De Skuorre” is gebouwd en in gebruik wordt genomen dan zal hiermee een goed woon- en leefklimaat worden geborgd. Conclusie De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van de planregels met een evenementenregeling (zie bijlage bij raadsvoorstel) Argument 2 Parkeren Voor de bewoners die daar wonen, winkelend publiek en personeel wat er werkt en de mensen die op het evenementen terrein komen moet voldoende parkeergelegenheid zijn. Dit moet geen overlast worden. Beoordeling gemeente Met een gewijzigde vaststelling voor het ijsbaanterrein in de bestemming “sport” en het gebruik van de gronden voor evenementen wordt het gebruik van het ijsbaan terrein overeenkomstig het daadwerkelijke gebruik planologisch geregeld. Dit biedt duidelijkheid voor alle partijen. Conclusie Dit argument leidt mede tot een aanpassing van het bestemmingsplan, in die zin dat het ijsbaanterrein de bestemming “sport” behoudt en niet de bestemming “groengroenvoorziening” zoals per abuis in het voorontwerp bestemmingsplan was aangegeven. Het gebruik als ijsbaan en andere sportieve en recreatieve activiteiten evenals evenementen worden als passend binnen de bestemmingsomschrijving worden aangemerkt.

Na het bouwen van “De Skuorre” zal er nog steeds ruim voldoende parkeerruimte aanwezig zijn op het plein of in de directe omgeving van het centrum. Piekmomenten met enige parkeeroverlast zijn niet altijd te voorkomen. Op het ijsbaanterrein is parkeren als een ondergeschikte functie binnen de planregels mogelijk. Het ijsbaanterrein is er primair voor de sport(ieve) functie en die van evenemententerrein. Parkeren zou daar alleen incidenteel, als

omstandigheden het toelaten en de parkeerbehoefte extreem groot is, kunnen worden toegestaan. Argument 3 Toegankelijkheid De ijsbaan heeft een eigen kleine ingang. Dit hoeft geen probleem te zijn. Maar bij grote evenementen zal er toch met auto’s en vrachtauto’s, spullen worden aangevoerd. Het zou prettig zijn dat hier rekening mee wordt gehouden en dat de toekomstige bewoners zich hiervan bewust zijn. De inwoners van Trynwâlden vertrouwen erop dat de gemeente dit ter harte neemt en het groene kloppende hart van Gytsjerk mag blijven bestaan voor sport/spel en vertier in het dagelijks bestaan. Beoordeling gemeente Zoals in het commentaar op het tweede argument wordt aangegeven wordt het gebruik van het ijsbaanterrein planologisch geregeld waardoor duidelijkheid voor alle partijen ontstaat. Eventuele toekomstige bewoners kunnen op basis van het bestemmingsplan weten wat voor activiteiten waar kunnen plaatsvinden. Conclusie Dit argument leidt mede tot een aanpassing van het bestemmingsplan, in die zin dat het ijsbaanterrein de bestemming “sport” behoudt en dat evenementen als passend binnen de bestemmingsomschrijving worden aangemerkt.

2.9 Zienswijze 9 Vereniging voor dorpsbelangen Giekerk Als eerste zijn er opmerkingen op de regeling van de ijsbaan, mede in relatie tot de nog te bouwen woningen in ‘De Skuorre’ in het centrumgebied van Gytsjerk. Dit betreft met name de mogelijkheid van evenementen op de ijsbaan. Verder worden er nog een aantal suggesties gedaan ten aanzien van functieverruiming langs hoofdwegen. Argument 1 Gebruik en bestemming ijsbaanterrein De ijsbaan heeft in Gytsjerk een belangrijke functie. Behalve dat hier – als er ijs ligt – geschaatst kan worden, heeft dit terrein ook een belangrijke functie voor het jaarlijkse dorpsfeest en diverse andere evenementen en (sportieve) activiteiten. Ook bestaan er plannen in het dorp om de ijsbaan een verbrede functie te geven voor bijvoorbeeld openluchtspelen, muziekuitvoeringen, trimbaan, skeelerbaan etc. In het vigerende bestemmingsplan heeft dit terrein de bestemming Sport, waarbinnen sport en sportieve recreatie mogelijk zijn en daaraan ondergeschikt onder meer recreatief medegebruik en restauratieve voorzieningen. Hoewel deze bestemming niet geheel dekkend is voor wat er al jarenlang feitelijk met instemming van de gemeente (via evenementenvergunningen) gebeurt op dit terrein maakt deze toch duidelijk dat het hier om meer gaat dan alleen een ijsbaan. In het nu voorliggende plan is het terrein bestemd als Groen-groenvoorziening.

Hoewel het terrein inderdaad groen oogt, is dit naar ons idee een te beperkte bestemming. Welswaar is te elfder ure vlak voor de tervisielegging naar aanleiding van een opmerking van ons ter zake ambtshalve nog de aanduiding ijsbaan toegevoegd, maar dit geeft lang niet de mogelijkheden die de huidige bestemming biedt en al helemaal niet de verruimde mogelijkheden die we als Dorpsbelang graag zouden willen zien voor dit terrein. Een

bestemming voor sport en (dag)recreatie doet meer recht aan de feitelijk bestaande situatie. Recreatie hoeft hierbij niet beperkt te zijn tot sportieve recreatie. Beoordeling gemeente Het ijsbaanterrein heeft in het geldende bestemmingsplan Gytsjerk - centrum 2005 de bestemming “sportdoeleinden 1”. Ook andere ijsbanen in onze gemeente hebben of deze bestemming of een bestemming met bijbehorende functieaanduiding. Wij kunnen ons daarom vinden in het verzoek om, gelet op het gebruik van het ijsbaanterrein, de bestemming “sport” voor het terrein te behouden en deze bestemming weer aan het terrein toe te kennen. Hierdoor kan het terrein worden gebruikt voor sport en sportieve recreatie. Dit gebruik vindt hoofdzakelijk in de dagperiode plaats waarbij geen muziek ten gehore wordt gebracht. Wanneer bij het sportieve of recreatieve gebruik wel sprake is van versterkte muziek (bv. wanneer de ijsbaan open kan) dan heeft de muziek een ondergeschikte functie. Wel zal hiervoor een geluidsgrens in de planregels worden opgenomen. Een sportieve of recreatieve gebeurtenis kan onder sommige omstandigheden ook worden aangemerkt als een evenement (of worden gevolgd door een evenement). Evenementen op het ijsbaanterrein zijn in het huidige bestemmingsplan niet planologisch geregeld.

Gelet op de ingediende reactie en gelezen de jurisprudentie nemen wij voor dit terrein een evenementenregeling op in de voorschriften van het bestemmingsplan (zie ook hierna). Conclusie Dit argument is mede leidend tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan voor wat betreft de bestemming van het ijsbaanterrein. De bestemming “Groen-groenvoorziening” wordt veranderd in “sport” met een ruimere bestemmingsomschrijving waardoor ook evenementen mogelijk zijn. Argument 2 Nieuwbouwlocatie “De Skuorre” Dit klemt te meer nu in het nieuwe bestemmingsplan pal ten zuiden van de ijsbaan de bestemming Centrum is neergelegd, met daarin een bouwvlak waar behalve centrumfuncties ook 15 woningen zijn toegestaan. Dit is een continuering van de mogelijkheid die hier al was opgenomen in het vigerende bestemmingsplan binnen de bestemming Centrumdoeleinden B. In het stedenbouwkundig ontwerp van het centrumplan gaat het hierbij om “De Skuorre “ op de plek van de voormalige supermarkt, die nu is verplaatst naar het westelijk deel van het centrumplan. Momenteel wordt hier een invulling voorzien van commerciële functies op de begane grond met daarboven woningen.

Er is geen weerstand tegen deze mogelijkheid in het centrum van het dorp, maar er dient wel voorkomen te worden dat de mogelijkheid van woningen op deze plek het bestaande gebruik van de ijsbaan voor evenementen zoals het dorpsfeest (en Tryn’s ROCK) en de gewenste toekomstige activiteiten gaat belemmeren. Dit gelet op de aanspraak die toekomstige bewoners kunnen maken op een redelijk woon- en leefklimaat. Beoordeling gemeente Evenementen op het ijsbaanterrein zijn op dit moment niet planologisch geregeld. Wij begrijpen de zorg over de mogelijkheid van het houden van evenementen op het ijsbaanterrein in relatie tot de bewoning van “De Skuorre”. Gelet op de ingediende reactie en gelezen de jurisprudentie nemen wij voor dit terrein een evenementenregeling op in de voorschriften van het bestemmingsplan waarbij de borging

van een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt is en zoveel mogelijk zal worden aangesloten op het gemeentelijke evenementenbeleid “regels om te feesten”. Er zullen normen voor de geluidsimmissie op de gevel van geluidsgevoelige bebouwing worden opgenomen en tijdvakken waarin dit geluid maximaal mag worden geproduceerd. Wanneer “De Skuorre” is gebouwd en in gebruik wordt genomen dan zal een goed woon- en leefklimaat worden geborgd. Hierbij zal onderscheid worden gemaakt in zwaarte van het evenement: Categorie 1: Evenementen categorie 1 zijn evenementen waarbij geen geluidshinder optreedt. Om dit te garanderen mag de geluidsimmissie ter plaatse van (aanwezige) woningen en andere geluidgevoelige functies niet meer bedragen dan 60 dB(A). Daarbij moet gedacht worden aan: -

evenementen waarbij geen geluidsemissie plaatsvindt omdat er geen versterkte of onversterkte geluidsbronnen bij aanwezig zijn; evenementen met geluidsbronnen met een maximale geluidsimmissie van 60 dB(A) ter plaatse van de gevel van woningen.

Categorie 2: Evenementen categorie 2 zijn evenementen die geluidsimmissie opleveren tot ten hoogste 75 dB(A) en 90 dB(C). Bij deze evenementen kan door het gebruik van geluidsbronnen dus geluidshinder optreden. Door 75 dB(A) en 90 dB(C) als maximum te stellen kan, uitgaande van een geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van 20 dB bij nieuwbouw in combinatie met een beperkt aantal, een beperkte duur en tijdstippen, deze overlast worden gereguleerd. Om de overlast zoveel mogelijk te begrenzen is voor deze evenementen ook een norm van maximaal 90 dB(C) opgenomen. Onderzoek heeft aangetoond dat met name de lage frequenties (bastonen of dreunend geluid) tot geluidsoverlast leiden.

Categorie 3: Evenementen categorie 3 zijn evenementen met uitzonderlijke geluidsimmissie. Hiervoor geldt een maximum aantal, maximum duur en tijdstippen. Uit onderzoek is gebleken dat de geluidsimmissie van deze evenementen hoger is dan 75 dB(A) en 90 dB(C) op de plek waar een centrumgebouw is beoogd. Daarom is voor dit gebouw een specifieke zone opgenomen en mag op deze woningen gedurende een beperkt aantal dagen en een specifiek tijdvak de geluidsimmissie tot 80 dB(A) en 93 dB(C) bedragen. Zolang hier nog geen geluidgevoelige functie is, is de immissie op dit punt niet relevant. Omdat dit bestemmingsplan wel in de bouw van dit centrumgebouw voorziet, is het toch belangrijk om normen op te nemen. Rondom dit gebouw is daarom een “overige zonehogere geluidsbelasting evenementen” opgenomen. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat het een nieuw gebouw betreft waarbij de geluidswering van de uitwendige scheidingsconstructie 20 dB moet bedragen (Bouwbesluit). Verder is rekening gehouden met het belang dat deze lokale evenementen heeft voor de “Mienskip”. Dergelijke feesten dragen bij aan de cohesie van een dorp of streek waardoor hogere geluidsniveaus eerder worden aanvaard. Wel is er een beperking in tijdsduur en tijd in de regeling ingebouwd en zijn de geluidsnormen t.o.v. het Evenementenbeleid vanwege een goed woon- en leefklimaat

verlaagd. Zo kan het bijvoorbeeld nodig zijn om voor een evenement het geluid in het dB(C) spectrum af te filteren om aan de in het bestemmingsplan opgenomen geluidsnorm te voldoen. Met de aangepaste normstelling voor geluid, het beperkte aantal dagen en de beperkte tijdsduur en het opnemen van een immissienorm voor dB(A) en dB(C) voor het geluid kan een goed woon- en leefklimaat ook op deze locatie worden geborgd. Dat op enig moment geluidsoverlast kan worden ondervonden is daarmee afgewogen tegen het belang van dit evenement. Wanneer gemeentebreed evenementenbeleid wordt opgesteld, zal ook hier een balans moeten worden gezocht. Dit soort lokale evenementen vinden meestal in het hart van het dorp plaats. Het evenementenbeleid “regels om te feesten” gaat uit van de volgende evenementen: - 1 commercieel tentfeest tot 02:00 uur; - 1 dorpsfeest; - 1 oud- en nieuw feest; - Tryns rock festival (in open lucht met eindtijd voor muziek van 23:30 uur en eindtijd feest 24:00 uur); - Verder geldt voor evenementen tot 150 bezoekers met live/versterkte muziek vrijdag en zaterdag een eindtijd van 24:00 uur en op de andere dagen een eindtijd van 23:00 uur. Het plan van de gemeente om na inwerkingtreding van de Omgevingswet gemeentebreed planologisch evenementenbeleid op te stellen is door het uitstellen van deze wet niet uitgevoerd.

Jurisprudentie en de zienswijzen leiden ertoe dat in dit plan al een regeling moet worden opgenomen. Bij een planologische regeling staat – anders dan in het evenementenbeleid – de ruimtelijke afweging (een goed woon- en leefklimaat) centraal. Met de in het bestemmingsplan op te nemen planologische regeling worden normen voor de geluidsimmissie op de gevel van geluidsgevoelige bebouwing opgenomen en gelden tijdvakken waarin dit geluid maximaal mag worden geproduceerd. Niet het evenement of de openbare orde en veiligheid maar een goed woon- en leefklimaat is daarbij het uitgangspunt. Dat betekent overigens niet dat het belang van het evenement niet mag worden meegenomen. Voor een beperkt aantal momenten en in een beperkte mate kan onduldbare overlast aanvaardbaar worden gevonden. In het bestemmingsplan wordt -dit alles overwegende- de raad voorgesteld de volgende planologische regeling op te nemen zodat tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan in ieder geval dient te worden gerekend: A. Het gebruik van de bouwwerken en gronden voor de in lid 25.1 onder B genoemde evenementen tenzij de gronden zijn aangeduid als “evenemententerrein”, met dien verstande dat onder de hierna genoemde voorwaarden in een kalenderjaar de volgende evenementen zijn toegestaan: 1.

Maximaal 20 evenementendagen in categorie 1 die beginnen na 08:00 uur en eindigen voor 22:00 uur of op een zondag te beginnen na 13:00 uur en eindigend voor 22:00 uur; 2. Maximaal 5 evenementendagen in categorie 1 of 2 die beginnen na 08:00 uur en eindigen voor 23:00 uur of op een zondag te beginnen na 13:00 uur en eindigend voor 23:00 uur. Op 2 van deze evenementendagen mag op een

3.

4. 5.

6.

vrijdag, zaterdag of dag voorafgaand aan een officiële feestdag 24:00 uur als eindtijd worden aangehouden; Maximaal 5 evenementendagen in categorie 3 die beginnen na 14:00 uur en eindigen voor 23:00 uur of op een zondag beginnen na 13:00 uur en eindigen voor 23:00 uur. Op 4 van deze evenementendagen mag wanneer de evenementendag is begonnen op een vrijdag, zaterdag of dag voorafgaand aan een officiële feestdag 02:00 uur als eindtijd worden aangehouden. Onder een evenementendag wordt niet verstaan het opbouwen en afbreken van het evenement en het testen van het geluid; Het aantal bezoekers dat op een evenementendag gelijktijdig aanwezig is bedraagt ten hoogste 1.000. Op 2 evenementendagen per kalenderjaar mag dit aantal ten hoogste 1.300 bedragen; De geluidsbelasting op woningen en andere geluidgevoelige functies vanwege evenementen mag niet meer bedragen dan: 1. Voor evenementen in categorie 1: 60 dB(A); 2. Voor evenementen in categorie 2: 75 dB(A) respectievelijk 90 d(B)C; 3. Voor evenementen in categorie 3: 75 dB(A) respectievelijk 90 d(B)C, met dien verstande dat voor aanwezige woningen ter plaatse van de aanduiding “overige zone-hogere geluidsbelasting evenementen” een geluidsbelasting van 80 dB(A) respectievelijk 93 dB(C) is toegestaan voor ten hoogste 4 aaneengesloten uren per evenementendag, welk tijdvak moet eindigen voor 01:00 uur;

Conclusie Om de evenementen planologisch en juridisch goed te regelen is het nodig om een regeling voor evenementen in het bestemmingsplan op te nemen. De ingediende reactie leidt dan ook tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Argument 3 Evenementen en eventuele verplaatsing bouwvlak “De Skuorre Gelet op de jurisprudentie die is ingezet met de uitspraak over het Twentse Schuttersfeest in 2005 is het geleidelijk aan duidelijk geworden dat de mogelijkheid van evenementen in een bestemmingsplan in principe vooraf geregeld moet worden, zodat duidelijk is voor de bewoners van in het bestemmingsplan opgenomen woningen waar ze aan toe zijn met de incidentele belasting die van evenementen uitgaat boven hetgeen een goed woon- en leefklimaat inhoudt. Hierbij gaat het met name om de het aantal dagen en de tijden van de dag dat de geluidbelasting hoger mag zijn dan 50 dB(A) op de gevel. De gemeente heeft momenteel haar evenementenbeleid neergelegd in de nota Evenementenbeleid Tytsjerksteradiel 2017. Hierin wordt aangegeven dat het nu niet goed mogelijk is om evenementen al goed vooraf te regelen in een bestemmingsplan, mede gelet op het onderzoek dat hiermee gepaard gaat. Men wil wachten op de Omgevingswet, waarvan in 2017 nog werd verwacht dat deze in 2019 in werking zou treden. Inmiddels is op 27 mei jl. bekend geworden dat de voorgenomen inwerkingtredingsdatum is uitgesteld naar 1 juli 2022, verder uitstel is niet uitgesloten. Het beleid van de gemeente houdt nu in dat

evenementen per geval met een afwijking van het bestemmingsplan kunnen worden toegestaan. Deze beleidslijn is in het geval van het onderhavige bestemmingsplan, waar nieuwe woningen gepland zijn, risicovol te noemen. Op het moment dat de woningen in de Skuorre zijn gerealiseerd en er moet per geval een afweging plaatsvinden of en onder welke voorwaarden evenementen op de ijsbaan kunnen worden toegestaan zijn de woningen maatgevend en kunnen dan niet of slechts onder zeer beperkende voorwaarden worden toegestaan. Een voorproefje van een vergelijkbare situatie heeft zich recentelijk elders in het plangebied al voorgedaan bij de laad- en loslocatie van de supermarkt in relatie tot de nieuw gerealiseerde woningen aan de Riemersmastrjitte, die hiervan geluidbelasting ondervonden. Dit had ook van tevoren in het bestemmingsplan geregeld moeten worden. Nu dit niet was gebeurd hebben er op grond van de milieuregelgeving aanpassingen moeten plaatsvinden aan de laad- en loslocatie, die eerder niet waren voorzien. Een dergelijke situatie moet nu bij de evenementen (en andere activiteiten) op de ijsbaan worden voorkomen. Hiervoor hoeft niet te worden gewacht op de Omgevingswet.

Het voorstel is dat er nu alsnog bij de vaststelling van het bestemmingsplan een regeling wordt opgenomen voor evenementen (en andere recreatieve activiteiten) op de ijsbaan, die hierbij dan de bestemming sport en (dag)recreatie zou moeten krijgen. Ook andere gemeenten hebben op dergelijke locaties al evenementenregelingen opgenomen in recente bestemmingsplannen. Er wordt, voorafgaand aan de vaststelling, gevraagd om overleg met de gemeente over de invulling van deze regeling. Uitgangspunt voor ons is 12 evenementen per jaar, waarvan een aantal meerdaags, met een nader bepalen geluidbelasting tot in de nacht. Dan is voor de woningen van tevoren bekend wat men kan verwachten. Eventueel kan hierbij in het bestemmingsplan ook een zogeheten ‘dove gevel’ worden voorgeschreven bij de naar de ijsbaan gerichte zijde van de woningen in de Skuorre. Ter verduidelijking: de toekomstige bestemming zou reguliere sport en (dag) recreatieve activiteiten mogelijk moeten maken (met in de praktijk een niet al te hoge geluidbelasting), en daarnaast dus evenementen (met wel incidentele hogere geluidbelasting). Terzijde moet nog worden genoemd dat in de huidige sportbestemming op de ijsbaan lichtmasten tot 15 meter hoog zijn toegestaan en in de nu voorgestelde groenbestemming maar tot 10 meter.

Voor de ijsbaan nu is dit hoog genoeg, maar met het oog op de andere mogelijke functies (zoals openluchtspelen) zouden we graag die maximale hoogte van 15 meter weer willen aanhouden. Indien er geen goede evenementen/activiteitenregeling tot stand kan komen, wordt voorgesteld om de bouwmogelijkheid voor de Skuorre alsnog te verplaatsen naar elders in het centrumgebied. De woningen in de Skuorre zijn nog niet gerealiseerd. De gronden zijn (nog) eigendom van de gemeente, net als de rest van de openbare ruimte in het centrumgebied. Gelet op de nu ontstane situatie is het voorstelbaar dat de woningen niet pal tegen de ijsbaan aangezet worden, maar dat het bouwblok wordt verplaatst naar de zuidzijde van het parkeerterrein, tegen de Canterlandseweg aan. Hiervoor is voldoende ruimte. Ook geeft dit een beter bebouwingsbeeld aan deze centrale weg in het dorp en neemt het zicht op het parkeerterrein weg. En de woningen liggen verder af van de ijsbaan als evenemententerrein, waardoor de geluidbelasting lager kan zijn. Het verlies aan parkeergelegenheid kan worden gecompenseerd op de locatie van de Skuorre nu. Feitelijk is

dit nu ook al parkeerterrein. En de viskraam die nu aan de zuidzijde van het parkeerterrein staat, kan naar de noordzijde worden verplaatst, evenals de wekelijkse markt. Een andere oplossing kan zijn om in de Skuorre geen woningen toe te staan, maar alleen commerciële en maatschappelijke functies. In de praktijk zal dit exploitatie technisch waarschijnlijk leiden tot een gebouw van maar één bouwlaag. Hierbij kan worden gedacht aan toch nog een multifunctioneel centrum in ons dorp. De nu net met steun van de gemeente gerealiseerde ontmoetingsruimte in bibliotheek heeft de nodige beperkingen, juist onder meer vanwege de aanwezigheid van woningen in de omgeving daarvan. Een multifunctioneel centrum op de plek van de Skuorre zou ook prima passen bij de gedachte voor verbreding van de functie van de ijsbaan, meer activiteiten betekenen ook meer ontmoetingen. Maar, nogmaals zij benadrukt: in principe niet tornen aan bestaande toegekende functies (in de Skuorre) in het bestemmingsplan, maar dan ook niet aan de functies van de ijsbaan, wat nu met dit bestemmingsplan materieel wel gebeurt (door de bestemming Sport te veranderen in Groen). De woningen zullen als er geen oplossing worden gevonden het primaat krijgen, dit is wat ons betreft niet aanvaardbaar. Beoordeling gemeente Wij verwijzen hierbij naar onze reactie m.b.t. argument 3.

Het is evident dat woningen het dichtst bij een evenemententerrein maatgevend zullen zijn. Een in het bestemmingsplan opgenomen planologische evenementenregeling voorkomt dat per evenement een afweging moet worden gemaakt of een omgevingsvergunning kan worden verleend. Dat met het oog op een goed woon- en leefklimaat daarbij enige begrenzing noodzakelijk is, is uitlegbaar en verdedigbaar. De noordgevel als dove gevel maken vinden wij stedebouwkundig niet aanvaardbaar en het gaat ook ten koste van de woonkwaliteit van de woningen. De suggestie om de bouwhoogte van overige bouwwerken tot 15 meter te verhogen is in de nieuwe bestemming “sport” overgenomen. Binnen de bestemming “Sport” zijn lichtmasten met een hoogte van 15 meter toegestaan. Het verplaatsen van “De Skuorre” is ook ingebracht in het kader van het bestemmingsplan Gytsjerk centrum 2005 en deze zienswijze is toen om stedebouwkundige en functionele redenen als volgt afgewezen:

De keuze van de gemeenteraad om aan de noordzijde van het plein de bebouwing te realiseren leidt tot zichtbare gebouwen gericht op een zonnig en toegankelijk parkeerplein dat ook visueel onderdeel uitmaakt van de openbare ruimte. Kritiek op de vorige inrichting van het centrum was juist dat parkeerruimte grotendeels verscholen aan de achterzijde van de winkels was gesitueerd en dat dit geen positieve uitstraling had omdat bezoekers ook niet konden zien waar nog ruimte was. In het vorige bestemmingsplan is het bouwvlak van “De Skuorre” naar aanleiding van een zienswijze op dit vorige plan nog zoveel mogelijk in noordelijke richting (op de rand van de ijsbaan) geschoven om extra parkeerruimte te creëren. Het verplaatsen van “De Skuorre” naar de Canterlandseweg en de Rinia van Nautaweg is door ons opnieuw beoordeeld. De stedenbouwkundige context van de bouwlocatie aan de Noordzijde (locatie “De Skuorre”) omschrijven wij als volgt: Er is een bouwvlak van ca. 854 m2 met de mogelijkheid om te bouwen in 4 bouwlagen: commerciële plint op de begane grond en 3 bouwlagen appartementen. Aan de noordzijde van deze locatie is de open, groene setting van de ijsbaan en aan de zuidzijde het plein met een parkeerfunctie. Aan de oostzijde staat een woning (nr. 55) met een kleine “bouwkorrel”

(2 lagen met een kap als 3e laag). De bouwkavel en deze woning hebben beide een totaal verschillende oriëntatie, maar komen wel overeen in materiaalgebruik en kleurstelling (baksteen en dakpannen). Hiermee is in verschijningsvorm nog sprake van, zij het in geringe mate, enige relatie. Aan de westzijde staat het nieuwe winkelpand “De Hoeve”. Verplaatsing naar de zuidzijde van het parkeerterrein zou het volgende betekenen: 1. De ruimte tussen de bestaande panden daar, te weten de woontoren “de Kiosk” aan de oostzijde en het winkelpand “de Hoeve” aan de westzijde is te klein voor verplaatsing van het totale bouwvlak. Hier is ruimte voor ca. 544 m2 bebouwing (300 m2 minder dan aan de noordzijde). Vanwege de noodzakelijke ruimtelijke kwaliteit is een bouwafstand van minimaal 20 m ten opzichte van de locatie van “De Kiosk” noodzakelijk. 2. Aan de zuidzijde is sprake van een andere stedenbouwkundige context dan aan de noordzijde. Hier is het stedenbouwkundig van belang dat het bouwvolume ruimtelijk mee moet doen met de stedenbouwkundige context van het wegprofiel van de Canterlandseweg. Omdat hier overwegend lagere bouwhoogten zijn en er niet sprake is van openheid zou een maximale bouwhoogte van 3 bouwlagen stedenbouwkundig verantwoord zijn. Dit is één bouwlaag minder dan aan de noordzijde. 3.

Deze zuidelijke locatie heeft, gezien de ligging, als probleem dat de commerciële plint aan alle zijden van het gebouw aantrekkelijk en goed benaderbaar moet zijn. Dat maakt de architectonische opgave en invulling complex. 4. Met een gebouw aan de zuidzijde wordt het winkelcentrum meer afgesloten van het dorp. De beleving wordt hierdoor “introverter” (zie ook ons reactie op argument 1). Met bebouwing aan de noordzijde doet het plein actiever mee in het stedenbouwkundig weefsel van het dorp. 5. Het maximaal aantal te realiseren parkeerplaatsen op het gehele parkeerterrein zal ca. 8 parkeerplaatsen minder zijn (aan de zuidzijde verdwijnen er 44 stuks, aan de noordzijde kunnen er 36 stuks bijkomen). 6. Aan de zuidzijde kan een ontwikkelaar geen parkeerplaatsen realiseren terwijl dat aan de noordzijde wel kan/ verplicht is. 7. Financieel gezien leidt deze locatie tot een niet sluitende planontwikkeling. Dit komt door een kleiner bouwoppervlak en de voorgestelde geringere bouwhoogte waardoor er geen 15 maar 8 appartementen gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast zal het woongenot hier minder zijn en dit is van invloed op de verkoopbaarheid.

Voor wat betreft de reactie om geen woningen in “De Skuorre” toe te staan, maar het te gebruiken als multifunctioneel centrum merken wij op dat binnen de bestemming “centrum” ook sociaal – culturele voorzieningen zijn toegelaten, Het bestemmingsplan hoeft hiervoor niet te worden aangepast. Wij zien echter ook een toegevoegde waarde voor en vraag naar woningen in dit centrumgebouw. De combinatie van een commerciële plint met woningen zorgt ook voor een economisch uitvoerbaar plan. Conclusie Dit argument leidt mede tot de aanpassing van de bestemming voor het ijsbaanterrein van “Groen groenvoorziening” in “sport”. Om de evenementen planologisch en juridisch goed te regelen is het nodig om een regeling voor evenementen in het bestemmingsplan op te nemen. De ingediende reactie leidt dan ook tot een aanpassing van het bestemmingsplan en een aanvulling van de toelichting maar niet tot de gevraagde verschuiving van het bouwvlak omdat dit voor het gebruik van het terrein niet nodig is en wij dit functioneel en stedebouwkundig geen aanvaardbaar alternatief vinden.

Argument 4 Functieverruiming langs hoofdwegen In het vigerende bestemmingsplan zijn de gemengde functies (winkels / dienstverlening / bedrijven / maatschappelijk al dan niet in combinatie met wonen) buiten het centrum beperkt tot alleen de huidige locaties. Dit mede om hiermee geen afbreuk te doen aan de gewenste ontwikkeling van het centrumgebied. Een groot deel van het centrum is nu evenwel in de praktijk al ingevuld met woningen (o.m. hoek Riemersmastrjitte / Canterlandseweg) Hier waren aanvankelijk ook gemengde functies gedacht, maar die zijn er niet gekomen. Afgezien van de begane grond van de Skuorre is nu niet meer te verwachten dat er nog veel meer gemengde functies komen in het centrum. In het daarvóór geldende bestemmingsplan Gytsjerk (1992) was de mogelijkheid opgenomen om ook gemengde functies te realiseren langs de hoofdwegen van het dorp. Vanouds was vestiging van deze functies hier ook het geval. Met de coronacrisis is gebleken dat thuiswerken een belangrijke plaats heeft ingenomen. En nu zou een dergelijke mogelijkheid geen afbreuk meer hoeven te doen aan de ontwikkeling van het centrum. Daarom wordt ervoor gepleit om de mogelijkheid om gemengde functies langs de hoofdwegen in het dorp weer op te nemen in het plan, hetzij door een afwijkingsmogelijkheid dan wel door een daartoe strekkende wijzigingsbevoegdheid.

Dit in elk geval voor de bestemmingen voor vrijstaande woningen. Beoordeling gemeente In de toelichting van het bestemmingsplan “Gytsjerk – centrum” wordt het volgende genoemd onder het gemeentelijk beleid (paragraaf 3.4): “In het structuurplan It doarp de kime foarby (1997) is het ruimtelijk beleid in hoofdlijnen

aangegeven. Gytsjerk en Oentsjerk worden vanuit het ruimtelijk beleid als twee afzonderlijke kernen beschouwd, maar zijn vanuit overwegingen van een vergelijkbaar woonmilieu een tweeling – kern. Specifiek voor Gytsjerk zijn in het Structuurplan verschillende doelstellingen aangegeven. Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn de volgende elementen van belang: • Herbezinning en vormgeving van het winkelcentrum (eventueel in combinatie met noordelijke omgeving) • Realisatie van de uitbreiding Oer de Feart I • Realisatie van de uitbreiding Oer de Feart II • De kernzone van Gytsjerk is aangegeven in de gebieden langs de Rinia van Nautaweg en een beperkt deel van de Canterlandseweg en de Nieuwe Straatweg (inmiddels heeft de gemeente in het kader van de Notitie Detailhandel een nieuw centrum aangewezen. Het centrumgebied is uitgebreid. Dit beleid is vertaald in het onderhavige bestemmingsplan)” Na de vaststelling van het bestemmingsplan Gytsjerk – centrum is de structuurvisie “Finster op romte” door de gemeenteraad in januari 2010 vastgesteld. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt bij het gemeentelijk beleid (paragraaf 3.3) verwezen naar deze structuurvisie. In de visie is ten aanzien van “voorzieningen” (paragraaf 3.5) het volgende opgenomen.

“Concentreren maatschappelijke en commerciële voorzieningen In het vorige hoofdstuk zijn de ontwikkelingen besproken op het gebied van bevolkingsomvang en – samenstelling. Deze maatschappelijke ontwikkelingen spelen een rol bij het (kunnen) functioneren van de diverse voorzieningen. Andere ontwikkelingen, zoals schaalvergroting en commercialisering, hebben eveneens grote invloed. Deze ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat de instandhouding van voorzieningen in kleinere dorpen onder druk

komt te staan. Uit een oogpunt van leefbaarheid willen wij ons echter tot het uiterste inspannen voor het behoud van de voorzieningen in de kleinere dorpen. Eerst wanneer dat niet meer haalbaar is ligt het voor de hand om te kiezen voor concentratie hiervan. De grotere maatschappelijke en commerciële voorzieningen worden wel geconcentreerd in Hurdegaryp, Gytsjerk/Oentsjerk en Burgum. Concentratie van wonen en van voorzieningen in de grotere kernen, maakt het voor bedrijven en instellingen aantrekkelijker om zich hier te handhaven of te vestigen. In de overige kleine kernen zal het, naast eventuele bestaande voorzieningen, gaan om verspreide en/of ambulante voorzieningen. De voorzieningen die gevestigd zijn in de grote kernen kunnen daarbij een rol spelen.” Het gemeentelijk beleid is erop gericht om voorzieningen te concentreren in het centrum van de grotere kernen, waaronder Gytsjerk. Om een daadwerkelijke concentratie van voorzieningen voor elkaar te krijgen en te behouden is het van belang om planologisch geen (extra) centrumfuncties buiten het centrum te faciliteren. Dit is dan ook de reden dat wij geen wijzigings- of afwijkingsbevoegdheid in het plan hebben opgenomen langs de hoofdwegen. Wel hebben wij al lange tijd een regeling in ons bestemmingsplan opgenomen die het mogelijk maakt om bij woonfuncties een beroep aan huis of een zeer lichte bedrijvigheid uit te oefenen.

Deze regeling is ook in dit plan opgenomen. De in procedure gebrachte Omgevingsvisie bevat op dit punt geen ander beleid. In incidentele gevallen kan bij ruimtelijk aanvaardbare projecten altijd via een omgevingsvergunning “handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” medewerking worden verleend. Hierbij merken wij nog op dat het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid niet een oplossing voor de lange termijn biedt. Dit omdat bij de in werkingtreding van de Omgevingswet de bestemmingsplannen worden omgezet in een omgevingsplannen en de daarin opgenomen wijzigingsbevoegdheden dan niet meer als zodanig kunnen worden toegepast. Medewerking zal dan in de meeste gevallen plaatsvinden via een omgevingsvergunning. Conclusie Het opnemen van een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid voor centrumvoorzieningen past niet in het geldende gemeentelijk beleid. Wij zijn dan ook niet voornemens om een dergelijke afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid in het plan op te nemen. Dit argument leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

2.10 Zienswijze 10 De zienswijze is gericht op de bestemmingsplanwijziging aan de Singel te Gytsjerk van een woonbestemming naar een bedrijfsbestemming. Argument 1 Rechtzaak Er is een rechtszaak geweest omtrent de uitbreiding van de betreffende locatie. Alvorens op de inhoud in te gaan wordt het volgende opgemerkt: Ter correctie op de zin in deze brief ‘dat de rechtbank heeft aangegeven dat ook zonder de uitbreiding het huidige gebruik van het gebouw al een aandachtspunt is waarvoor een oplossing moet worden gezocht: dit heeft de rechtbank niet aangegeven maar dit heeft de gemeente in een verweer aangegeven. Dat is wat anders. Dat verwees er juist volgens de rechtbank naar dat er al een vermoeden bestond bij de gemeente van bedrijfsmatig gebruik al voordat de vergunning werd verleend. Dus het voornemen van de gemeente om de bestemming te wijzigen naar bedrijfsmatig gebruik is alleen een besluit van de gemeente en geen uitspraak van de rechtbank. Na uitspraak van de rechtbank is na enige tijd en onderzoek de omgevingsvergunning

ingetrokken door de gemeente. Over dit proces zijn wij op de hoogte gebracht. De volgende stap van de gemeente was een uitgewerkt voornemen om het bestemmingsplan te wijzigen zonder daarover in gesprek te gaan. Opmerkelijk na een rechtszaak waarin de uitspraak van de Rechtbank is gedaan dat de gemeente het destijds genomen besluit onzorgvuldig had voorbereid. Eigenaar van het betreffende perceel werd echter wel de mogelijkheid gegeven om in gesprek met de burgemeester te gaan. Wij worden steeds achteraf geïnformeerd terwijl wij verwacht hadden dat we nu vooraf betrokken zouden worden om tot oplossingen te komen.

Beoordeling gemeente De mogelijke keuze van deze bedrijfsbestemming kent een lange voorgeschiedenis. Voor het bijgebouw aan de Singel is in 2007 een bouwvergunning verleend. Het gebouw was ter vervanging van een bestaand bijgebouw waarin de bewoner van de Rinia van Nautaweg 21 hobbymatig vee hield.

Oude gebouw: foto van 25 januari 2008

Na realisatie van de nieuwe loods in 2008 waren er al aanwijzingen dat de loods ook nog voor de opslag van het hoveniersbedrijf werd gebruikt.

Nieuwe gebouw: foto van 2012 met opslagactiviteiten hoveniersbedrijf

Het bestemmingsplan Gytsjerk 2006 laat een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis toe mits deze activiteit in de bijlage is genoemd en de oppervlakte mag niet meer zijn dan 30% van de bestaande bebouwing en ook nooit meer dan 50 m2. Een hoveniersbedrijf wordt in deze bijlage niet genoemd. De eigenaar is zelf niet woonachtig in de woning R. van Nautaweg 21 en er is dus geen relatie tussen het betreffende bedrijf en de voornoemde woning. De gemeente heeft in het verleden niet op deze feiten gehandhaafd. In 2018 is een vergunning voor de uitbreiding van de loods gevraagd. Hiertegen zijn zienswijzen ingediend. De vergunning voor de uitbreiding is verleend en hiertegen is door u beroep ingesteld. In de uitspraak LEE 19/1348 WaboA Ber1 van 4 oktober 2019 oordeelt de rechter dat de gemeente ten onrechte is uitgegaan van het op de aanvraag vermelde gebruik ten behoeve van “het wonen”. Bij de toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan moet volgens de uitspraak van de rechtbank niet slechts te worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar dient mede te worden beoordeeld of het bouwwerk in strijd met de bestemming moet worden geoordeeld indien redelijkerwijs valt aan te nemen dat het bouwwerk uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorziet.

Het bestreden besluit is naar het oordeel van de rechtbank reeds hierom niet deugdelijk gemotiveerd. De tijdens de rechtszaak overlegde foto’s en hetgeen ter zitting over het mogelijke gebruik is gezegd, maken dat rechtbank afleidt dat de gemeente waarschijnlijk aanknopingspunten heeft dat het bouwwerk voor andere doeleinden wordt gebruikt. De rechter is met de eiser van oordeel dat het op de weg van de gemeente ligt om hier nader onderzoek naar te doen. De gemeente heeft gevolg aan deze uitspraak gegeven en de vergunning voor de uitbreiding van het gebouw geweigerd en in het kader van het nieuwe bestemmingsplan GytsjerkMûnein nader onderzoek gedaan naar het gebruik en een ruimtelijk passende bestemming van dit gebouw. Het is vervolgens aan de planwetgever (de gemeenteraad) om hierover te besluiten. Kan de bedrijfsactiviteit niet worden inbestemd dan zal deze beëindigd moeten worden. Is een bestemming wel mogelijk, dan zal hinder en gevaar voor woningen gereguleerd worden en krijgt de ondernemer zekerheid over de uit te oefenen activiteiten op deze locatie (zie ook hierna). De huidige rechtens onzekere situatie is voor alle betrokken partijen ongewenst.

Het gesprek met de burgemeester waaraan gerefereerd wordt had juist betrekking op de gevolgen en de afhandeling van de rechtszaak (de vergroting van de loods is niet doorgegaan), handhaving en de bevoegdheid van de planwetgever bij vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan een planologische keuze te maken. Het horen van belanghebbenden in het kader van een bestemmingsplan vindt niet plaats door middel van een gesprek met de burgemeester maar middels het indienen van een zienswijze bij de gemeenteraad waarna de planwetgever alle belangen afwegende tot een keuze kan komen. Mee naar aanleiding van de zienswijze is ook in het kader van het Activiteitenbesluit naar de aard van de bedrijfsactiviteiten gekeken. Het bedrijf kan met een melding volstaan en gelet op de aard van de activiteiten (opslag t.b.v. een hoveniersbedrijf) levert dit milieutechnisch gezien geen problemen op. Opslag vindt dan plaats overeenkomstig de milieunormen. Er worden overigens geen licht ontvlambare stoffen opgeslagen. Wij hebben de indiener van de zienswijze geïnformeerd over het ontwerpbestemmingsplan en de opgestelde ontwerpregeling voor dit perceel. Daarbij is in de toelichting ook de voorlopige ruimtelijke motivering gegeven. Bij de gemeente kenbare belangen (waaronder omgevingsbelangen) zijn daarbij uiteraard meegenomen.

Onderdeel van de procedure is dat een zienswijze op het ontwerp kan worden ingediend. Hiermee is de betrokkenheid van een belanghebbende met het plan geborgd.

Conclusie De uitspraak van de rechtbank vereist dat de gemeente iets vindt van het bestaande gebruik van de loods. Dit bestemmingsplan is hiervoor het geschikte instrument. De rechter besluit inderdaad niet tot een planwijzing. Dat is aan de gemeenteraad als planwetgever.

Argument 2 Bestemming In de beoogde bestemming wordt alleen het huidige bouwwerk voor bedrijfsmatig gebruik gelegaliseerd. Het westelijk gelegen deel ernaast is wonen. Echter op dit moment wordt dit deel voor buitenopslag gebruikt zoals container, losse materialen en gestalde tuinhuisjes. Met het toestaan van bedrijfsgebruik verwachten wij weer een toename van het stallen van materialen zoals dat ook in het verleden al het geval was. Wij gaan er dan vanuit dat hierop gehandhaafd wordt en dat niet wij daar achteraan moeten. Bovendien is er een opslag van diesel voor de tuinmachines in het gebouw, wat niet een prettig gevoel geeft. Wat ons betreft is geen enkele bedrijfsmatige bestemming hier gewenst. Beoordeling gemeente Een klein gedeelte van de woonbestemming, direct aansluitend aan en gelegen ten westen van de bedrijfsbestemming wordt inderdaad ook gebruikt ten behoeve van de opslag van het hoveniersbedrijf. (zie onderstaande luchtfoto).

Het is een omissie in het bestemmingsplan dat dit deel van het perceel geen bedrijfsbestemming heeft gekregen maar een woonbestemming heeft behouden. Wij stellen de raad dan ook voor om aan dit deel van het perceel ook de bestemming “Bedrijf – 1” toe te kennen. Met het herstellen van deze omissie wordt het bedrijfsperceel 450m². De oppervlakte van het bouwvlak wordt niet vergroot. Dat blijft 325m². Hiermee wordt een te grote versnippering van de bestemmingen voorkomen en het doet ook recht aan de sinds jaar en dag ontstane bedrijfssituatie. Wij begrijpen het belang van de indiener van deze zienswijze bij een rechtens zekere situatie. Het bedrijf heeft echter wel belang bij een kleine buitenruimte om bv. bestrating op te slaan. Vanuit de woning van de indiener van de zienswijze is geen zicht op deze opslag. Bij een steeds verdere uitbreiding in westelijke richting zou de opslag mogelijk wel zichtbaar kunnen zijn. Een verdere uitbreiding van de activiteiten in westelijke richting (op gronden met de agrarische bestemming) is niet toegestaan. Deze gronden vallen ook buiten dit plangebied. Mee naar aanleiding van de zienswijze is ook in het kader van het Activiteitenbesluit naar de aard van de bedrijfsactiviteiten gekeken. Het bedrijf kan met een melding volstaan en gelet op de aard van de activiteiten (opslag t.b.v.

een hoveniersbedrijf) levert dit milieutechnisch gezien geen problemen op. Opslag vindt dan plaats overeenkomstig de milieunormen. Er worden overigens geen licht ontvlambare stoffen opgeslagen. Diesel is niet licht ontvlambaar. Wanneer ter plaatse diesel zou worden opgeslagen, dan bevat het Activiteitenbesluit voorwaarden over de wijze van opslag. Conclusie Ook voor de buitenopslag willen wij een rechtens zekere situatie met een duidelijke begrenzing creëren. Om een te grote versnippering en een onduidelijke plansituatie te voorkomen wordt het bedrijfsperceel nog iets vergroot (zonder hieraan een bouwmogelijkheid toe te kennen). Dit argument leidt tot een aanpassing (vergroting) van het bedrijfsperceel en een aanpassing van de toelichting.

Argument 3 Richtafstand In de toelichting op het ontwerp is aangegeven dat het zou gaan om gemengd gebied, met een verkleining van een afstandsstap tot gevolg. Dit wordt anders gezien: Er is geen rekening gehouden met het feit, dat de percelen aan de westkant grenzen aan agrarische percelen met landschappelijke waarde (bestemmingsplan ”Buitengebied 2013”). Bovendien is het gebouw heel dicht gelegen bij het Natura 2000-gebied de Groote Wielen. De genoemde korte afstand van een bedrijventerrein maakt dit niet anders. Dat bedrijventerrein is er wel, maar de ontsluiting ervan is gelegen aan de zuidkant van het bedrijventerrein. De afstand tussen onze woning en die ontsluiting is niet kort, maar aanzienlijk. Het argument dat de Singel ook wordt gebruikt ter ontsluiting van een achterliggend agrarisch bedrijf gaat niet op, omdat het ontwerp de Singel zélf bestemt tot “Groen – Groenvoorzieningen”. De Singel is eigendom van de gemeente, maar kent niet de bestemming “weg” en heeft in die zin dus ook geen publiek karakter. De bestemming “Groen – Groenvoorzieningen” onderstreept ook juist de landschappelijke waarde van de Singel, die in het naastgelegen bestemmingplan “Buitengebied 2013” ook de dubbelbestemming “Waarde - Landschap (Woudenlandschap)” heeft.

Het gebruik van de Singel is in het ontwerp dan ook beperkt tot ondergeschikt semi agrarisch gebruik (door de exploitant van één achterliggend agrarisch bedrijf). Het ontwerp gaat dus juist uit van “rustig buitengebied”. De Singel is ook een fietspad/wandelpad. Uitsluitend aanwonenden mogen met een auto of tractor gebruik maken van het pad. Met toename van verkeer ontstaan toenemende gevaarlijke situaties. Er kan in de gegeven omstandigheden niet kan worden gesproken van een gemengd gebied. Daarvoor ligt het accent te zwaar op de landschappelijke waarde en “rustig buitengebied” van de directe omgeving als geheel. Er bestaat en/of is dan ook geen deugdelijke reden gegeven voor het toepassen van een verkleining van een afstandsstap. Daarmee is de juiste richtafstand geen 10 meter, maar 30 meter. Verder wordt nog aangeven dat legalisatie niet noodzakelijk lijkt. Wat mogelijk eerder een reden voor “de oplossing die gezocht moet worden” was de behoefte aan een bedrijfskavel. Deze komen nu voldoende voorhanden op het te ontwikkelen bedrijventerrein “Sanjesfjild Trynwalden”. Er wordt de raad verzocht om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, namelijk met handhaving van de huidige bestemming “wonen”. Tot slot wordt gevraagd om nog geïnformeerd te worden over de overwegingen en welk proces hieraan vooraf gegaan is, om tot het voorliggende ontwerp te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=f897449b-6b32-41bf-b4c1-f2022dfb3d17