CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

07 - Bijlage 1 - Wijzigingen in de toelichting

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 3 maart 2022, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Gytsjerk - Mûnein (besluitvormend, bespreekstuk)5.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1

WIJZIGING IN DE TOELICHTING

1. Toelichting hoofdstuk 4.5 Bedrijf-2 Allereerst loopt de nummering van dit hoofdstuk van de toelichting niet goed door. Na paragraaf 4.2 voorzieningen dient een paragraaf 4.3 Bedrijf-1 te volgen welke paragraaf specifiek over de planologische keuze van dit bedrijf aan De Singel zal gaan. Dit zal worden verbeterd. Paragraaf 4.3 Bedrijf-1 zal de volgende tekst bevatten: Met het voorliggende bestemmingsplan wordt het op het perceel kadastraal bekend gemeente Giekerk, sectie F, nummer 2179 gevestigde bedrijf gelegaliseerd door aan het perceel de bestemming “Bedrijf – 1” met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – opslag hoveniersbedrijf” toe te kennen. De oppervlakte van het bedrijfsperceel is kleiner dan 500m². Dit betekent dat het hoveniersbedrijf in principe een categorie 2 bedrijf is (zie onderstaand fragment van de VNG milieu– en bedrijvenzonering).

De keuze van deze bedrijfsbestemming kent een lange voorgeschiedenis. Voor het bijgebouw aan de Singel is in 2007 een bouwvergunning verleend. Het gebouw was ter vervanging van een bestaand bijgebouw waarin de bewoner van de Rinia van Nautaweg 21 hobbymatig vee hield.

Oude gebouw: foto van 25 januari 2008

Na realisatie van de nieuwe loods in 2008 waren er al aanwijzingen dat de loods ook nog voor de opslag van het hoveniersbedrijf werd gebruikt. De gemeente heeft hier in het verleden niet op gehandhaafd.

Nieuwe gebouw: foto van 2012 met opslagactiviteiten hoveniersbedrijf In 2018 is een vergunning voor de uitbreiding van de loods gevraagd. De vergunning voor de uitbreiding is verleend en hiertegen is beroep ingesteld. In de uitspraak LEE 19/1348 WaboA Ber1 van 4 oktober 2019 oordeelt de rechter dat de gemeente ten onrechte is uitgegaan van het op de aanvraag vermelde gebruik ten behoeve van “het wonen”. Bij de toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan moet volgens de uitspraak van de rechtbank niet slechts te worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar dient mede te worden beoordeeld of het bouwwerk in strijd met de bestemming moet worden geoordeeld indien redelijkerwijs valt aan te nemen dat het bouwwerk uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorziet. Het bestreden besluit is naar het oordeel van de rechtbank reeds hierom niet deugdelijk gemotiveerd. De tijdens de rechtszaak overlegde foto’s en hetgeen ter zitting over het mogelijke gebruik is gezegd, maken dat rechtbank afleidt, dat de gemeente waarschijnlijk aanknopingspunten heeft dat het bouwwerk voor andere doeleinden wordt gebruikt. De rechter is van oordeel dat het op de weg van de gemeente ligt om hier nader onderzoek naar te doen.

De gemeente heeft gevolg aan deze uitspraak gegeven en de vergunning voor de uitbreiding van het gebouw geweigerd en in het kader van het nieuwe bestemmingsplan Gytsjerk-Mûnein nader onderzoek gedaan naar het gebruik en een ruimtelijk passende bestemming van dit gebouw. Het is vervolgens aan de planwetgever (de gemeenteraad) om hierover te besluiten. Kan de bedrijfsactiviteit niet worden inbestemd, dan zal deze beëindigd moeten worden. Is een bestemming wel mogelijk, dan zal hinder en gevaar voor woningen gereguleerd worden en krijgt de ondernemer zekerheid over de uit te oefenen activiteiten op deze locatie (zie ook hierna). De huidige rechtens onzekere situatie is voor alle betrokken partijen ongewenst. Mee in dit kader is ook op grond van het Activiteitenbesluit naar de aard van de bedrijfsactiviteiten gekeken. Het bedrijf kan met een melding volstaan en gelet op de aard van de activiteiten (opslag t.b.v. een hoveniersbedrijf) levert dit milieutechnisch gezien geen problemen op. Opslag vindt dan plaats overeenkomstig de milieunormen De handreiking bedrijven en milieuzonering is een hulpmiddel voor milieuzonering in ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende

locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: • het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; • en tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen (blz. 11 van de handreiking). De bij de handreiking behorende activiteitenlijst bevat een scala aan typen bedrijvigheid. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten relevant: • het betreft “gemiddeld” moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; • de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied; • bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (productie, opslag, kantoor, parkeerterrein) kunnen de deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd. Het bedrijfstype dat in dit geval het meest op de ter plaatse uit te oefenen bedrijfsactiviteiten lijkt is SBI-2008 code 016 nummer 4: plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven bedrijfsoppervlak <= 500 m2.

Volgens de tabel geldt vanwege geur en geluid dan een richtafstand van 30 meter. In de tabel wordt voor geluid aangegeven dat de voor geluid bepalende activiteit meestal continu (dag en nacht) in bedrijf is. De ter plaatse uit te oefenen bedrijfsactiviteiten leveren niet continu (dag en nacht) geluid op. De geluidsbelasting is overwegend in de dagperiode (07:00-19:00). Omdat het een bedrijf is dat gespecialiseerd is in tuinaanleg en -onderhoud, vinden de werkzaamheden op locatie plaats. Dat betekent dat ’s ochtends materiaal en materieel wordt opgehaald om elders de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Ter plaatse wordt geen kantoor gehouden, komen geen klanten, wordt niet gekweekt en zijn geen modeltuinen, vindt geen productie plaats ed. De deelactiviteit die hier plaatsvindt betreft een afzonderlijk te zoneren opslagactiviteit. Het grootste deel van de opslag betreft het materieel. De meeste materialen wordt op de werklocatie afgeleverd. Producten die niet geheel zijn toegepast (bv. bestrating) wordt soms -getuige de foto’s- tijdelijk op het perceel opgeslagen. Hiervoor is een kleine buitenruimte nodig. Het gaat niet om geurverspreidende producten. Van continue geluids- of geurveroorzakende activiteiten is geen sprake.

In het ontwerpbestemmingsplan is maatwerk geleverd door niet een hoveniersbedrijf (categorie 2) maar een bedrijf 1 met een specifieke functieaanduiding “bedrijf-opslag hoveniersbedrijf” toe te staan. De aard van de bedrijfsactiviteiten en het hierop toegespitste maatwerk rechtvaardigen een kleinere richtafstand. Er is niet alleen naar de aard van de bedrijvigheid maar ook naar de aard van de omgeving gekeken. De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden voor het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk', maar een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt. Een 'gemengd gebied' kan ook een argument opleveren om een kleinere richtafstanden aan te houden. De woningen R. van Nautaweg 21 en 21A liggen aan een ontsluitingsweg van Gytsjerk. Op relatief korte afstand van voornoemde panden ligt een bedrijventerrein met diverse functies, waaronder detailhandels functies. Voor het overige hebben de percelen aan de R. van Nautaweg een woonbestemming. De Singel vormt ook een toegang tot een

agrarisch bedrijf. Onder deze omstandigheden kan niet worden gesproken van een rustige woonwijk en is een lichte bedrijfsbestemming acceptabel.

De richtafstand dient gemeten te worden vanaf de grens van het tot "Bedrijf 1" bestemde perceel, tot de uiterste situering van (de gevel van) een milieugevoelig object. De woningen staan op grotere afstand dan de vereiste 10 meter. Daarbij is rekening gehouden met de ruimte voor vergunningsplichtige of vergunningsvrije woninguitbreiding. Een woning wordt in de planologie aangemerkt als gevoelige functie. Bijbehorende bebouwing zoals een garage en dergelijke niet. Wordt een beroep of bedrijf in een vrijstaand bijgebouw uitgeoefend (het bestemmingsplan verbiedt het bewonen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken), dan geldt hiervoor geen afstandseis. De handreiking bedrijven en milieuzonering is bedoeld om hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies te voorkomen, maar is niet bedoeld om richtafstanden te geven voor bedrijfsfuncties onderling.

2. Toelichting hoofdstuk 6.3.2 Enkelbestemmingen De omschrijving in de toelichting van de bestemming sport wordt:

De bestemming sport heeft betrekking op het zwembad en het sportlokaal aan de Dr. O. Postmastrjitte en de ijsbaan. De ijsbaan krijgt daarnaast de aanduiding evenemententerrein.

Evenementen (algemeen) Veelal is er voor een evenement een vergunning nodig op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De vergunning op basis van de APV heeft betrekking op openbare orde en veiligheid. De APV vormt geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in diverse uitspraken hierover het volgende opgemerkt: “Het ligt op de weg van de planwetgever om een beoordeling en afweging te maken of een bestemming die evenementen op een bepaalde locatie toestaat vanuit ruimtelijk oogpunt is aangewezen. Ook dient de planwetgever omtrent onder meer het toegestane aantal evenementen per jaar en de maximale bezoekersaantallen, voorschriften op te stellen voor zover dat vanuit een oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid op een locatie van belang is. Deze beoordeling en afweging is een andere dan die op grond waarvan in een concreet geval voor een evenement al dan niet toestemming of een vergunning wordt verleend.” Hierbij gaat het o.a. om de volgende aspecten: •

verkeersaantrekkende werking (is het verkeer goed af te wikkelen?)

•

parkeren (zijn er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar?)

•

geluidhinder

Evenementenbeleid In 2017 heeft de gemeenteraad het evenementenbeleid “regels om te feesten” vastgesteld. In dit beleid is al melding gemaakt van de hierboven genoemde jurisprudentie en wetgevingspraktijk. In dit beleid is gesignaleerd dat op dit moment de meeste bestemmingsplannen niet beschikken over een planologische evenementenregeling. Om een dergelijke regeling op te kunnen nemen in het bestemmingsplan moet de centrale vraag worden beantwoord of sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het bestemmingsplan moeten -zo staat in het evenementenbeleid - dan in ieder geval de volgende zaken worden vastgelegd: - het aantal toegestane evenementen per jaar; - het soort evenementen; - de omvang van de evenementen; - de maximale bezoekersaantallen; - de (eind)tijden. Om een dergelijke regeling op te kunnen nemen moet de geluidsoverlast, de verkeersstromen en de parkeerdruk worden onderzocht. Het is mogelijk om een planologische evenementenregeling voor de gehele gemeente via één zgn. ‘paraplu-bestemmingsplan’ te regelen.

Gelet op de te verrichten onderzoeken, op te stellen regeling en het feit dat deze regeling dan voor het gehele grondgebied moet gaan gelden in combinatie met de wettelijk verplichte bestemmingsplanprocedure is de verwachting dat deze regeling dan ongeveer in werking treedt op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt (zoals het nu lijkt 2019). Aangezien de Omgevingswet al de verplichting brengt om bepaalde onderdelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening te integreren in het Omgevingsplan, waaronder de evenementen, is er voor gekozen om

dit onderwerp te betrekken bij de toekomstige omgevingsplannen. Dan kan in één keer een integrale regeling worden opgesteld. Tot dan kunnen waar nodig evenementen planologisch worden geregeld via een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Met het uitstellen van de Omgevingswet is het planologisch evenementenbeleid ook naar voren geschoven. Mee naar aanleiding van een op het bestemmingsplan Gytsjerk-Mûnein ingediende zienswijze en vanwege de aanwezigheid van een breder te gebruiken evenementenlocatie in dit plangebied, is de gemeente genoodzaakt om nu toch een planologische regeling voor evenementen in dit bestemmingsplan op te nemen. Dat zou ook een afwijkingsbevoegdheid kunnen zijn (in die zin dat met een omgevingsvergunning een evenement kan worden toegestaan) maar dan moeten de ruimtelijke consequenties (o.a. de gevolgen van de geluidsbelasting en het parkeren) van dit vergunningenstelsel wel in het moederplan zijn afgewogen (uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 maart 2015, 201401956/1/R4). Dit onderzoek kan niet geheel worden doorgeschoven naar het moment waarop de omgevingsvergunning wordt verleend. Een andere mogelijkheid is om in het bestemmingsplan een regeling voor evenementen op te nemen.

Bij het opnemen van een regeling in het bestemmingsplan zal een evenwicht moeten worden gezocht tussen de wens om in het dorp evenementen te organiseren en de bescherming van een goed woon- en leefklimaat. Daarbij gaat het niet alleen om de bestaande woonbebouwing maar ook de nieuw te bouwen woningen in de omgeving van deze locatie. Ook hier zal bij het opnemen van een evenementenregeling in dit bestemmingsplan rekening mee moeten worden gehouden. Verder ligt de positie van een tent min of meer vast. Het terrein is niet alleen bedoeld om evenementen te organiseren maar het is ook een ijsbaan. Dat betekent dat er een waterdichte leemlaag onder dit gebied ligt. Deze leemlaag mag niet met tijdelijke palen ed. worden doorboord want dan raakt de ijsbaan lek. Daarom zijn er permanente bevestigingspunten aangebracht die dienen ter bevestiging van tijdelijke bouwwerken als bijvoorbeeld een feesttent. In het evenementenbeleid is onderscheid gemaakt in: Niet of nauwelijks belastende (kleine) evenementen Deze evenementen zijn gering van omvang en hebben weinig geluidsproductie en vinden meestal overdag plaats. De diversiteit van deze evenementen is groot en het betreft vaak (eenmalige) activiteiten waarvan eventuele overlast geaccepteerd wordt bijvoorbeeld buurtfeestjes, barbecues, schoolfeesten of activiteiten zonder versterkte muziek of omroep.

Belastende (grote) evenementen Het evenementenbeleid bevat hiervoor een puntenstelsel. Per bevestigend antwoord is de score 1 punt voor de eerste vier vragen en 2 punten bij de laatste twee vragen en bij meer dan 2 punten is er volgens het evenementenbeleid sprake van een belastend element. 1. Bedraagt het aantal te verwachten bezoekers meer dan 500 op enig moment? 2. Overschrijdt de geluidsproductie van het evenementen een geluidsniveau van 70dB(A) of meer? 3. Is de duur van het evenement langer dan 6 uur op één locatie en/of het evenement duurt voort tot na 20.00 uur? 4. Is de omvang van de benodigde openbare ruimte zodanig dat het evenement invloed heeft op het verkeer, omdat de organisatie één of meer wegen nodig heeft, of voor het evenement zelf, of voor de aan- en afvoer van bezoekers;

5. Zijn er risicoaspecten ten aanzien van de volksgezondheid in het geding, bijv. overmatig alcoholgebruik of gebruik van drugs (2 punten). 6. Is er kans op verstoring van de openbare orde (2 punten). Op het gebied van geluid wordt in den lande meestal aansluiting gezocht bij de Nota Limburg van de inspectie Milieuhygiëne Limburg. Uitgangspunt voor de normstelling is de bescherming van de binnenruimte van geluidsgevoelige objecten tegen geluidshinder. Gedurende de dag- en avondperiode mag het geluidsniveau ten gevolge van een evenement in de woning (bij gesloten ramen en deuren) niet hoger zijn dan 50dB(A). Dan blijft in de woning sprake van spraakverstaanbaarheid. In de nachtperiode (na 23:00 uur en op vrijdag en zaterdag na 24:00 uur) dient de geluidsbelasting lager te zijn omdat veel mensen ook bij geringe verstaanbaarheid van geluid slaapproblemen ondervinden. In de gemeentelijke beleidsnotitie “ruimte om te feesten” staat dat per tent- en of schuurfeest wordt bekeken welke geluidsnormen kunnen worden opgelegd. Volgens dit beleid wordt er geen algemene geluidsnorm voor alle evenementen gehanteerd. Het stellen van een norm voor geluid is namelijk afhankelijk van vele aspecten en kan dus niet zonder meer gelden voor alle evenementen.

De locatie van een evenement, klachten uit voorgaande jaren, de duur van het evenement en geluidmetingen uit voorgaande jaren zijn enkele voorbeelden van relevante aspecten voor de bepaling van een geluidsnorm. Na afloop van het evenement wordt de organisatie benaderd en eventueel omwonenden om het verloop van het evenement te evalueren. Deze werkwijze is begrijpelijk maar is voor het opstellen van eenduidige regels in een bestemmingsplan niet toepasbaar. Voor evenementen in de openbare ruimte met aanmerkelijke geluidsproductie bevat de evenementennota wel geluidsnormen. Gemeten op de dichtstbijzijnde gevel mag de geluidsproductie maximaal 80 dB(A) zijn en de geluidsnorm voor de tonen in het lage spectrum is voorlopig op 95 dB(C) gesteld. Bij het stellen van deze normen is o.a. verwezen naar een aantal grotere gemeenten. De eerlijkheid gebied te zeggen, dat sinds evenementen planologisch geregeld moeten worden er veel jurisprudentie op het gebied van geluid en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is verschenen en dat veel gemeenten het evenementen- en geluidsbeleid hebben aangepast en inmiddels strengere normen hanteren. De regeling in het bestemmingsplan In het ontwerp bestemmingsplan heeft de ijsbaan per abuis de bestemming “groengroenvoorziening” gekregen met de functie-aanduiding ijsbaan. Dit wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan hersteld.

De bestemming wordt (weer) “Sport”. Daarmee is het sportief en recreatief gebruik van het terrein toegestaan. Dit gebruik vindt hoofdzakelijk in de dagperiode plaats waarbij geen muziek ten gehore wordt gebracht. Wanneer bij het sportieve of recreatieve gebruik wel sprake is van versterkte muziek (bv. wanneer de ijsbaan open kan) dan heeft de muziek een ondergeschikte functie. Wel kan hiervoor een geluidsgrens in de planregels worden opgenomen. Een sportieve of recreatieve gebeurtenis kan onder sommige omstandigheden ook worden aangemerkt als een evenement (of worden gevolgd door een evenement). Daarnaast wordt het terrein ook voor evenementen als een tentfeest of muziekevenement (bv. Tryns Rock) gebruikt. Daarom is het nodig om het perceel de aanduiding “evenemententerrein” te geven en in de bestemmingsomschrijving ook dit gebruik op te nemen. In de begripsbepalingen wordt de betekenis van evenementen gegeven:

een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve of daarmee gelijk te stellen activiteiten zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten, festivals, en dergelijke; Niet alle evenementen zullen eenzelfde hinderbeleving opleveren. Daarom is er reden om de mate van hinder te classificeren en de evenementen onder te verdelen in categorieën. De hoogte van de geluidsimmissie ter plaatse van de woning (de geluidsbelasting op de gevel) bepaalt of hinder optreedt in de woningen. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: -

-

-

-

-

-

-

In het algemeen kan worden gesteld dat wanneer het geluidsniveau op de gevel in de dag- en avondperiode lager is dan 60 dB(A) er geen geluidshinder in de woning optreedt. Daarbij is een veiligheidsmarge ingebouwd. Volgens het Bouwbesluit geldt als eis voor nieuwbouw een minimale geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van 20 dB. Volgens o.a. de Nota Limburg is gedurende de dag/avond een ten gevolge van een evenement veroorzaakt geluidsniveau van 50 dB(A) in de woning aanvaardbaar. De 20 dB heeft echter betrekking op nieuwbouw. Voor bestaande woningen kan de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie lager zijn. Hier is rekening mee gehouden. Bij een geluidsimmissie in de dag- en avondperiode tussen de 60 en de 75 dB(A) zal sprake kunnen zijn van enige geluidshinder in de woning. De grens van onduldbare geluidshinder in de woning wordt hiermee niet overschreden; In de nachtperiode dient het woon- en leefklimaat extra beschermd te worden omdat dan ook al geringere geluidsniveaus tot slaapproblemen kunnen leiden. De nachtperiode vangt aan om 23:00 uur en eindigt op 7:00 uur. Voor dagen waarop een zaterdag of zondag of officiële feestdag volgt, wordt als aanvang van de nachtperiode vaak 24:00 uur aangehouden.

In de nachtperiode wordt een ten gevolge van een evenement veroorzaakt geluidsniveau van 25 dB(A) in de woning aanvaardbaar geacht; Evenementen met een immissie van meer dan 75 dB(A) kunnen leiden tot onduldbare hinder maar dit is niet een absolute of wetenschappelijke grenswaarde. Het belang van een omwonende op minder geluidsimmissie is bij die waarde evident. Dit belang kan echter gerelativeerd worden door de tijdsduur van een evenement (hoe vaak, hoe lang, tot welk tijdstip). Daarnaast mag het bestuursorgaan een afweging maken tussen de inbreuk op het belang van de omwonende en het belang dat met het evenement gediend wordt; Voor luidruchtige evenementen wordt tegenwoordig niet alleen meer uitgegaan van het A-gewogen geluidsniveau. Onderzoek heeft aangetoond dat met name de lage frequenties (bastonen of dreunend geluid) voor overlast zorgen. Om die reden wordt bij muziekgeluid ook een eis gesteld aan het C-gewogen geluidsniveau; Bij het bepalen van de geluidsniveaus gaat het om de geluidsimmissie op de gevel en wordt ervan uitgegaan dat ramen en deuren in de uitwendige scheidingsconstructie gesloten zijn; Geluid veroorzaakt door publiek (stemgeluid) wordt daarbij buiten beschouwing gelaten; Bij de categorisering van evenementen is aangesloten bij de evenementen die in de beleidsnotitie “regels om te feesten” voor dit terrein zijn opgenomen:

o o o

een dorpsfeest en oud-en-nieuw feest één bijzonder (tent)feest als bedoeld in deze notitie andere niet of nauwelijks belastende (kleinere) evenementen

Op basis van deze uitgangspunten is tot de volgende planologische categorie-indeling van evenementen gekomen:

Categorie 1: Evenementen categorie 1 zijn evenementen waarbij geen geluidshinder optreedt. Om dit te garanderen mag de geluidsimmissie ter plaatse van (aanwezige) woningen en andere geluidgevoelige functies niet meer bedragen dan 60 dB(A). Daarbij moet gedacht worden aan: -

evenementen waarbij geen geluidsemissie plaatsvindt omdat er geen versterkte of onversterkte geluidsbronnen bij aanwezig zijn; evenementen met geluidsbronnen met een maximale geluidsimmissie van 60 dB(A) ter plaatse van de gevel van woningen.

Categorie 2: Evenementen categorie 2 zijn evenementen die geluidsimmissie opleveren tot ten hoogste 75 dB(A) respectievelijk 90 dB(C). Bij deze evenementen kan door het gebruik van geluidsbronnen dus geluidshinder optreden. Door 75 dB(A) voor het gewogen geluidspectrum en 90 dB(C) voor de lage tonen als maximum te stellen kan, in combinatie met een beperkte duur en tijdstippen, deze overlast worden gereguleerd.

Categorie 3: Evenementen categorie 3 zijn evenementen met uitzonderlijke geluidsimmissie. Hiervoor geldt een maximum aantal, maximum duur en tijdstippen. Uit onderzoek is gebleken dat de geluidsimmissie van deze evenementen hoger kan zijn 75 dB(A) en 90 dB(C). Dat geldt dan met name voor de immissie op het nog te realiseren gebouw bij de ijsbaan. Een meting heeft aangetoond dat de geluidsimmissie op deze plaats tussen de 74 dB(A) en max. 79 dB(A) bedraagt. Voor de lagere tonen lag de immissie tussen de 90 dB(C) en de 95 dB(C). Zolang hier nog geen geluidgevoelige functie is, is de immissie op dit punt niet relevant. Omdat dit bestemmingsplan wel in de bouw van een centrumgebouw voorziet, is het toch belangrijk om normen op te nemen. Rondom dit gebouw is een “overige zone- hogere geluidsbelasting evenementen” opgenomen. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat het een nieuw gebouw betreft waarbij de geluidswering van de uitwendige scheidingsconstructie 20 dB moet bedragen (Bouwbesluit). Verder is rekening gehouden met het belang dat deze lokale evenementen heeft voor de “Mienskip”. Dergelijke feesten dragen bij aan de cohesie van een dorp of streek waardoor hogere geluidsniveaus eerder worden aanvaard. Wel is er een beperking in tijdsduur en tijd in de regeling ingebouwd en is de geluidsnorm t.o.v.

het evenementenbeleid vanwege een goed woon- en leefklimaat tot 93 dB(C) verlaagd. Zo kan het bijvoorbeeld nodig zijn om voor een evenement het geluid in het dB(C) spectrum af te filteren om aan de in het bestemmingsplan opgenomen geluidsnorm te voldoen.

Met de aangepaste normstelling voor geluid, het beperkte aantal dagen en de beperkte tijdsduur en het opnemen van een immissienorm voor dB(A) en dB(C) voor het geluid kan een goed woon- en leefklimaat ook op deze locatie worden geborgd. Dat op enig moment geluidsoverlast kan worden ondervonden is daarmee afgewogen tegen het belang van dit evenement. Wanneer gemeentebreed evenementenbeleid wordt opgesteld, zal ook hier een balans moeten worden gezocht. Dit soort lokale evenementen vinden meestal in het hart van het dorp plaats. Met het stellen van een maximaal gelijktijdig bezoekersaantal is de omvang van het evenement begrensd. Er is geen norm voor parkeren opgenomen omdat de bezoekers uit eigen dorp of directe omgeving komen en de auto meestal niet het vervoermiddel is. Er is overigens ruimte voor parkeren in de directe omgeving en het parkeren heeft nooit tot overlast geleid. Met deze overwegingen is tot de volgende planregeling gekomen: De gronden hebben de aanduiding “evenemententerrein” gekregen. Ook de artikelen “begrippen” en “de wijze van meten” zijn aangevuld.

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:

1.

2.

3.

4. 5.

6.

A. Het gebruik van de bouwwerken en gronden voor de in lid 25.1 onder B genoemde evenementen tenzij de gronden zijn aangeduid als “evenemententerrein”, met dien verstande dat onder de hierna genoemde voorwaarden in een kalenderjaar de volgende evenementen zijn toegestaan: Maximaal 20 evenementendagen in categorie 1 die beginnen na 08:00 uur en eindigen voor 22:00 uur of op een zondag te beginnen na 13:00 uur en eindigend voor 22:00 uur; Maximaal 5 evenementendagen in categorie 1 of 2 die beginnen na 08:00 uur en eindigen voor 23:00 uur of op een zondag te beginnen na 13:00 uur en eindigend voor 23:00 uur. Op 2 van deze evenementendagen mag op een vrijdag, zaterdag of dag voorafgaand aan een officiële feestdag 24:00 uur als eindtijd worden aangehouden; Maximaal 5 evenementendagen in categorie 3 die beginnen na 14:00 uur en eindigen voor 23:00 uur of op een zondag beginnen na 13:00 uur en eindigen voor 23:00 uur. Op 4 van deze evenementendagen mag, wanneer de evenementendag is begonnen op een vrijdag, zaterdag of dag voorafgaand aan een officiële feestdag, 02:00 uur als eindtijd worden aangehouden. Onder een evenementendag wordt niet verstaan het opbouwen en afbreken van het evenement en het testen van het geluid; Het aantal bezoekers dat op een evenementendag gelijktijdig aanwezig is bedraagt ten hoogste 1.000.

Op 2 evenementendagen per kalenderjaar mag dit aantal ten hoogste 1.300 bedragen; De geluidsbelasting op woningen en andere geluidgevoelige functies vanwege evenementen mag niet meer bedragen dan: 1. Voor evenementen in categorie 1: 60 dB(A); 2. Voor evenementen in categorie 2: 75 dB(A) respectievelijk 90 d(B)C;

3. Voor evenementen in categorie 3: 75 dB(A) respectievelijk 90 d(B)C, met dien verstande dat voor aanwezige woningen ter plaatse van de aanduiding “overige zone-hogere geluidsbelasting evenementen” een geluidsbelasting van 80 dB(A) respectievelijk 93 dB(C) is toegestaan voor ten hoogste 4 aaneengesloten uren per evenementendag, welk tijdvak moet eindigen voor 01:00 uur;

3.

5.1 Ecologie onderdeel inpassing Wnb

De toelichting op dit onderdeel wordt als volgt: Ingevolge artikel 2.8, eerste lid, van de Wnb maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. Uit artikel 2.8 van de Wnb, in samenhang gelezen met artikel 2.7 van de Wnb, volgt dat een passende beoordeling moet worden gemaakt als een project significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden. Een project kan significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden hebben als een project leidt tot een toename van de stikstofdepositie op reeds overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Binnen het plan is ruimte voor het realiseren van een centrumfunctie bestaande uit maximaal 940 m² winkelruimte en 15 appartementen en vervangende nieuwbouw in Mûnein. Rekening houdende met de aanleg,- bouw,- en gebruiksfase is inzichtelijk gemaakt welke stikstofdepositie daarvan afkomstig zullen zijn. Met het berekeningsprogramma Aerius Calculator 2020 is berekend wat de effecten van deze ontwikkelingen zijn op de omliggende Natura 2000 gebieden.

Uit de berekening blijkt dat de ontwikkelingen leiden tot een beperkte bijdrage aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000 gebieden. Het betreft een effect op het Natura 2000 gebied Groote Wielen. Uit de berekening blijkt dat het echter gaat om een toename op niet overbelaste habitattypen. Nu de kritische depositie waarde niet wordt overgeschreden is het plan dan ook inpasbaar. De planontwikkeling kan voor het onderdeel natuur dan ook worden ingepast, er is geen sprake van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. De uitgevoerde berekening is opgenomen in de bijlage. Hierbij wordt opgemerkt dat met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering de tijdelijke gevolgen van de door de bouw en aanleg veroorzaakte stikstofdepositie inmiddels buiten beschouwing kan worden gelaten. Er zal een aangepaste berekening als bijlage worden toegevoegd.

4.

5.2.2 Cultuurhistorie

Aan het einde van de alinea m.b.t. Rijks- en gemeentelijke monumenten wordt toegevoegd: De te vervangen woningen aan de dr. Kijlstraweg 15-45 zijn geïnventariseerd in het kader van het project Delfts Rood en staan dan ook op de provinciale cultuurhistorische kaart (Grutsk op ‘e Romte.

Aan de betreffende woningen is, zowel in het ter plaatse geldende als het voorliggende bestemmingsplan, geen beschermde status van “karakteristiek” toegekend. De gemeente heeft onderzoek laten doen naar de erfgoedwaarden in de gemeente. In de rapportage over deze woningen staat in het rapport van Mûnein opgemerkt: De woningen aan de Dokter Kijlstraweg 15-45 (complex arbeiderswoningen) zijn beeldbepalend voor het aanzien van de woningen. Zij hebben geen score gekregen op: - de betekenis van het complex wegens hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing in relatie tot de onderlinge historisch-ruimtelijke context en in relatie tot de daarbij behorende groenvoorziening, wegen, wateren, bodemgesteldheid en/of archeologie; - verhalend vermogen van de gebouwtypologie; - architectonische kwaliteit van het ontwerp. De conclusie in het rapport is, dat het complex van acht dubbele arbeiderswoningen een zeer bepalende ligging in het dorp heeft. De arbeiderswoningen markeren een belangrijke periode in de ruimtelijke ontwikkeling van het dorp. De stedebouwkundigeen ensemblewaarden zijn groot. De gaafheid van zowel de gebouwen als de erven is groot. Uit een gesprek met de eigenaar van de woningen is gebleken dat de levensduur van de huidige woningen is verstreken mee omdat deze woningen lastig te verduurzamen zijn. WoonFriesland heeft er daarom voor gekozen om de woningen te vervangen.

Hierbij is rekening gehouden met de beeldkwaliteit zowel qua positionering, vormgeving en materiaalkeuze. Stedenbouwkundig is het een acceptabele oplossing om de 2 onder 1 kap blokken te vervangen door iets grotere bouwblokken, waarin 4 woningen per blok aan de Dr. Kijlstraweg worden geplaatst. Doordat de bouwmassa hierdoor iets toeneemt, heeft WoonFriesland ervoor gekozen de bouwblokken meer ‘lucht’ te geven in het straatbeeld, waardoor de massatoename (van 2 naar 4 woningen per blok) niet zal worden ervaren. De woningen worden daarom verder teruggerooid en komen niet in één rooilijn, maar zullen per bouwstrook/blok van 4 woningen verspringend ten opzichte van elkaar worden geplaatst. Hierbij worden de woningen ook verder naar achteren op de kavels geplaatst, waardoor er in het straatprofiel meer openbaar groen terug zal komen. Door deze ‘vergroening-in-beeld’ neemt de kwaliteit van de openbare ruimte toe en geeft het verspringend plaatsen van de woningen en de hoeveelheid groen aan de voorzijde, uiteindelijk een dorpser karakter aan het straatbeeld dan in de oorspronkelijke situatie. De

oplossing voor het parkeren is opgelost door twee ‘parkeerkoffers’ te maken, tussen enkele woonblokken in, zoveel mogelijk achter de voorgevels. Het parkeren vindt daardoor niet op de openbare weg plaats en is hierdoor zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. Ook dit draagt in positieve mate bij aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Op deze wijze wordt de beeldbepalende betekenis van de bebouwing voor de omgeving niet te niet gedaan. Dat een aantal woningen uit een bepaald tijdvak worden vervangen is in het belang van een goed woon- en leefklimaat en zorgt voor aanbod van moderne duurzame huurwoningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=558a2f7e-351a-4cbc-aed9-8d88dac4e61a