07 - Bijlage 1 - Werkversie omgevingsvisie Tytsjerksteradiel
Tekst van het document
Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel 2021 – 2040 Werkversie
1
Objectiviteit is belangrijk
Een positieve houding
Dokkum
Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel
1. WONEN
iedere inwoner een passende woning
2021 – 2040 8. SCHONE ENERGIE
beschikbaar voor iedere inwoner
2. WERKEN
Onze koers: We wonen, werken en ontspannen in vitale en leefbare dorpen en een aantrekkelijk buitengebied. De leefomgeving beweegt mee met de ontwikkelingen van deze tijd, met respect voor de bestaande ruimtelijke en sociaal-culturele kwaliteiten.
Gezondheid is belangrijk
We denken inclusief
iedere inwoner toegang tot werkgelegenheid
Leeuwarden
Tytsjerksteradiel
3. ECONOMIE
vitaal, fossielvrij en circulair
Groningen
7. KLIMAAT EN BIODIVERSITEIT
gezond, veilig en groen
voorkomen, herstellen en aanpassen
We zoeken samenwerking
6. MOBILITEIT
gezond, vlot en veilig
5. ONTMOETINGSPLEKKEN EN VOORZIENINGEN
Drachten
toegankelijk voor iedereen
Omgevingskwaliteit is belangrijk
2
We kijken integraal en gaan zorgvuldig met de beschikbare ruimte om
Afwentelen wordt voorkomen
4. LEEFOMGEVING
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
blz. 4
2.
Tytsjerksteradiel nu
blz. 5
3.
Ontwikkelingen
blz. 6
4.
Tytsjerksteradiel straks: visie op de toekomst
blz. 8
5.
Proces
blz. 10
3
1. Inleiding Waarom een omgevingsvisie?
Het mooie Tytsjerksteradiel is onze gemeente en daar zijn we trots op! We zijn zuinig op ons DNA en sterke basis, tegelijkertijd willen we Tytsjerksteradiel verbeteren. De vraag daarbij is, hoe onze gemeente er over 20 jaar uit moet zien. Welke ontwikkelingen komen op ons af en hoe spelen we daarop in? Welke wensen hebben we zelf voor de fysieke leefomgeving? En hoe gaan we dat met elkaar voor elkaar krijgen? Deze vragen liggen ten grondslag aan de omgevingsvisie die voor u ligt. Dit document is een visie van zowel raad en inwoners van onze gemeente. Hiermee schetsen we op hoofdlijnen onze ambities voor de ruimtelijke ontwikkeling van Tytsjerksteradiel tot 2040. Stevige ambities om onze gemeente mooi te houden. We hebben deze visie nodig om te kunnen bepalen waar we als gemeente naar toe willen en om initiatieven te kunnen beoordelen. Maar, wie bepaalt of een initiatief een goed idee is? Het is logisch dat niet alles overal kan, maar met de omgevingsvisie moet ook niet alles dichtgetimmerd worden. Daarom heeft deze omgevingsvisie een andere insteek dan de traditionele structuurvisies die de afgelopen jaren in Nederland zijn gemaakt: duidelijk over wat we willen bereiken, maar zonder precies vast te leggen welke functies waar mogelijk zijn. We willen daarmee flexibiliteit inbouwen. Met de omgevingsvisie sorteren we voor op de nieuwe werkwijze van de Omgevingswet.
Regelmatig zullen we de ambities die we nastreven tegen het licht moeten houden. Zijn ze nog relevant of zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we op in moeten spelen? In het laatste geval zal de omgevingsvisie op die onderdelen wellicht moeten worden herzien. We houden continu de vinger aan de pols en passen de visie aan als de toekomst dat van ons vraagt.
Nieuwe rol- en taakverdeling
Bij een nieuwe werkwijze hoort ook een andere rol- en taakverdeling. De Omgevingswet is hier duidelijk over. De overheid wil samen met de samenleving beleid vormgeven en uitvoeren. Dat betekent, dat diezelfde overheid minder stuurt en meer loslaat en meer ruimte geeft aan de samenleving. Binnen de gemeente stuurt de raad stuurt daarbij uitsluitend op hoofdlijnen, het college verzorgt de uitvoering en bepaalt de details. Tegelijkertijd verwacht de overheid dat de samenleving ook haar verantwoordelijkheid neemt. Initiatief nemen en samen doelen realiseren. De gemeente zal vaker faciliterend optreden en minder als regisseur en uitvoerder. Bij het loslaten hoort ook een andere houding ten opzichte van initiatieven. Alle initiatieven die bijdragen aan de ambities die we samen hebben gesteld, verdienen het om vanuit een positieve houding serieus onderzocht te worden op haalbaarheid. Er blijven altijd voorwaarden gelden, bijvoorbeeld als het gaat om hoger overheidsbeleid dat bindend is of regels uit het omgevingsplan. Daarom werken we volgens het motto: ‘Ja, mits …’. Als gemeente willen we graag initiatieven stimuleren en samen met anderen ontwikkelingen mogelijk maken, maar enige sturing blijft gewenst. Ontwikkelingen moeten elkaar ook versterken en niet beperken.
De gemeente is verantwoordelijk voor het bewaken van een goede samenhang en de afweging tussen algemeen en individueel belang. Ook moet de gemeente bemiddelen tussen voor- en tegenstanders van een initiatief.
Hoe werkt de nieuwe omgevingsvisie?
De omgevingsvisie geeft aan wat we willen bereiken in Tytsjerksteradiel. Hiervoor hebben we ambities geformuleerd. Als er zich nieuwe initiatieven aandienen maar ook als we zelf plannen hebben, kijken we of deze voldoen aan de leidende principes die in deze visie zijn beschreven:
4
-
Past het binnen de ambities van de omgevingsvisie? Is er rekening gehouden met het afwegingskader van 8 algemene uitgangspunten?
De beantwoording van deze vragen vormt een flexibel kader voor initiatieven en gemeentelijke plannen. Het biedt daarmee volop mogelijkheden voor gemeente en samenleving om de ambities voor de toekomst waar te maken.
Hoe is deze omgevingsvisie ontwikkeld?
De tijden dat de overheid alleen de inrichting van Nederland regelt is voorbij. We willen gezamenlijk met inwoners en belangenvertegenwoordigers tot goede en gedragen plannen en oplossingen komen. Dat betekent dat iedereen vanaf de start mee kan praten en beslissen over de koers die we in Tytsjerksteradiel gaan varen. We hebben daarom niet alleen met ambtenaren en raadsleden nagedacht over de toekomst van onze gemeente. Bij de “Doarpetoer” is met inwoners en bezoekers van de gemeente gesproken over wat ze belangrijk vinden voor de toekomst van Tytsjerksteradiel. Ook hebben we vragen gesteld via de participatiewebsite www.denkmee.t-diel.nl. Verder hebben we rekening gehouden met het bestaande beleid, waarbij het abstractieniveau soms verschilt. Tot slot vragen we belanghebbenden (stakeholders en ketenpartners) in onze regio om mee te kijken en suggesties te doen voor de omgevingsvisie. Vanuit deze opbrengst hebben we de koers en de ambities geformuleerd, waarbij we er steeds rekening mee houden dat we via co-creatie verder willen komen. Deze aanpak is (voor iedereen) misschien even wennen, maar er ontstaat meer ruimte en draagvlak om samen de ambities te realiseren. Wij willen samen met u aan de slag voor een toekomstbestendig Tytsjerksteradiel met ruimte voor initiatief. De omgevingsvisie is bindend voor het gemeentebestuur.
Met andere woorden, u mag ervan uitgaan dat de gemeente handelt naar deze visie.
Wat staat waar in de omgevingsvisie?
De omgevingsvisie moet (verplicht) in elk geval de volgende elementen bevatten: - Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: waar bestaat de fysieke leefomgeving uit en wat is de kwaliteit ervan? - De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied: wat gebeurt er/ gaat er gebeuren en hoe houden we het grondgebied in stand? - De hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving: wat zijn onze ambities? Al deze elementen zijn terug te vinden in deze visie. In hoofdstuk 2 (Tytsjerksteradiel nu) is de kwaliteit van de fysieke leefomgeving omschreven. Dan is in hoofdstuk 3 een beschrijving toegevoegd van de ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de gemeente. In hoofdstuk 4 (Tytsjerksteradiel straks) zijn de voorgenomen ontwikkelingen voor onze gemeente te lezen. Hierbij is ook beschreven welke rol de gemeente voor zichzelf ziet bij de aanpak. In hoofdstuk 5, tot slot, wordt uitgelegd hoe de beleidscyclus werkt en hoe de visie met alle betrokkenen actueel wordt gehouden.
2. Tytsjerksteradiel nu Landschap
Het grondgebied van Tytsjerksteradiel heeft een grote verscheidenheid aan landschappelijke en natuurlijke waarden. Dat komt omdat het op de overgang ligt van het DrentsFriese Plateau naar de lager gelegen veen- en kleigebieden in het noordwesten. Rondom het Burgumermar liggen hoge zandgronden die naar het westen toe geleidelijk onder het laagveen verdwijnen. In Wyns en omstreken gaat uiteindelijk het kleigebied het beeld beheersen. Samenhangend met de bodem en de hoogteligging kan het landschap in verschillende typen worden opgedeeld. In het oosten de Wâlden, een besloten en wat hoger gelegen coulisselandschap op zandgrond met elzensingels en houtwallen. Meer naar het noordwesten ligt open veenen kleiweidelandschap. In de zuidwesthoek van Tytsjerksteradiel zijn laagveenmoerasgebieden en meren te vinden in brede open laagten tussen de hoger gelegen gebieden. Deze natuurlijke laagten zijn in het verleden in de ondergrond uitgesleten en vormen nu veelal de natte verbindingen tussen de grotere natuurgebieden. Op deze plaatsen zijn moerassige elementen te vinden vanwege de van oorsprong hoge grondwaterstand. In Tytsjerksteradiel zijn er dus verschillende landschappen en natuurwaarden. Er liggen grote natuurgebieden als de Alde Feanen (Nationaal Park), de Grutte Wielen, het Bûtenfjild, de Burgumermar en De Leijen. Hier komen veel zeldzame en bedreigde plant- en diersoorten voor.
In het gebied bevinden zich ook diverse karakteristieke Amerikaanse windmolens. De Alde Feanen en Grutte Wielen zijn aangewezen als Natura 2000-gebied, en worden beschermd onder de Wet Natuurbescherming. Tegelijkertijd zijn beide gebieden van groot belang voor de watersport en de recreatie in de gemeente. Een groot deel van de gemeente ligt in het Nationaal Landschap van de Noardlike Wâlden, een lommerrijk singel5
en houtwallenlandschap. In het open weidelandschap komen weidevogels en ganzen voor. Boeren spelen in beide landschappen een cruciale rol in het beheer en moeten er tegelijkertijd bedrijfsmatig uit de voeten kunnen. De belevingswaarde is groot en er wordt veelvuldig gerecreëerd.
De kernen
Het karakter en de inrichting van het landschap wijzen op een plattelandsgemeente dat overwegend agrarisch is. In de laatste decennia van de 20e eeuw groeide Tytsjerksteradiel echter ook sterk als forensengemeente. De gemeente telt zeventien dorpen, waarvan Burgum en Hurdegaryp de grootsten zijn. Daarnaast ligt het dorp Feanwâldsterwâl voor een deel in de gemeente. Alle dorpen hebben een eigen historie, waar de inwoners veel waarde aan hechten. Dit gevoel voor historie blijkt uit de grote betrokkenheid van de inwoners bij hun dorp en leefomgeving. Er zijn de laatste decennia vele internetsites opgezet, waar men ingaat op de geschiedenis van het dorp, met diverse foto’s van vroeger. Ook hebben de meeste dorpen cultuurhistorische routes ontwikkeld, vaak met gebruik van informatiepanelen waarop de geschiedenis van markante plekken is beschreven. Burgum is de hoofdplaats van de gemeente en hier is ook het gemeentekantoor. Het dorp heeft de meeste voorzieningen en vervult een centrumfunctie in de nabije omgeving. Bijna een derde van de 32.000 inwoners van de gemeente woont in Burgum.
Ligging
Tytsjerksteradiel heeft een landelijke ligging, maar Leeuwarden, Drachten en Dokkum zijn via de centrale as goed te bereiken. Daarnaast heeft Hurdegaryp een treinstation op de lijn Leeuwarden-Groningen. Dit maakt het dorp aantrekkelijk voor forensen die makkelijk naar Leeuwarden en Groningen kunnen reizen. Voorzieningen en werkgelegenheid zijn daarmee nooit heel ver weg, maar de dorpen in de gemeente kennen niet de drukte en schaarse ruimte van de steden.
Identiteit
Uit onderzoek onder de Friese bevolking is gebleken dat het Friese landschap en de Friese taal als belangrijke onderdelen van de Friese identiteit worden gezien. Al deze aspecten hebben een sterk raakvlak met onze gemeente. Daarbij heeft Tytsjerksteradiel bijna alle kenmerken van het Friese landschap in zich. De Friese taal is nog steeds de meest gesproken omgangstaal in de gemeente. Vooral in de kleinere dorpen vormt de Friese taal een belangrijk deel van de identiteit van de bewoners. Verder heeft elk dorp zijn eigen karakter en identiteit. In de Trynwâlden wonen veel forensen die op Leeuwarden zijn georiënteerd. In Burgum kan men juist voor veel voorzieningen in het eigen dorp terecht. Earnewâld staat bekend om zijn recreatie en watersport en Jistrum en Eastermar zijn echte wâlddoarpen. In Tytsjerksteradiel heerst een gemeenschapsmentaliteit met een rijk verenigingsleven. Men heeft daarbij een mentaliteit van “trochpakken” wat blijkt uit de vele initiatieven die vanuit de mienskip komen.
Sociaal leven
de gemeente te blijven door een beperkt woningaanbod. Daarentegen bieden de goede infrastructuur van wegen en spoor, maar ook de moderne glasvezelnetwerken een goede basis voor forensen, thuiswerkers of ambitieuze ondernemers.
Recreatie en toerisme
In Tytsjerksteradiel is het toerisme goed ontwikkeld. Vooral het gebied rond Earnewâld wordt druk bezocht. Het Nationaal Park De Alde Feanen is een toeristische trekker. Hier zijn veel mogelijkheden om te varen, fietsen en wandelen. Naast Earnewâld en omgeving, zijn de vakantieparken Swartkrús en Bergumermeer en het dorp Eastermar belangrijke trekpleisters. In de gehele gemeente zijn ook diverse campings te vinden. De streek De Trynwâlden kent een aantal states met historische parken waar vooral dagjesmensen plezier aan beleven. Voor fietsers en wandelaars zijn er bewegwijzerde routes door de gemeente. Bovendien zijn er met veerponten extra mogelijkheden gecreëerd om een fietstocht te maken door het waterrijke gebied van de gemeente.
De gemeente kent sterke sociale structuren. Vooral de kleinere dorpen zijn overzichtelijke gemeenschappen, waar een elk eenieder kent en van ieders doen en laten op de hoogte is. Men voelt zich nog geroepen tot de zorg voor elkaar. Er is een rijke sportcultuur in Tytsjerksteradiel met een grote deelname in diverse sporten. Elk dorp kent zijn multifunctioneel centrum of dorpshuis met allerhande activiteiten voor de inwoners. Elk jaar zijn er toneeluitvoeringen met vaak Friestalige stukken en ook openluchtspelen. Belangstellenden kunnen verder hun hart ophalen bij muziekverenigingen of zangkoren. Voor het leven in het verleden kan men terecht in veel musea met collecties van uiteenlopende aard.
3. Ontwikkelingen De volgende belangrijke ontwikkelingen in de wereld en in Nederland zijn van invloed op de leefomgeving in onze gemeente. Ze worden ook genoemd in de Nationale omgevingsvisie en in de provinciale omgevingsvisie, dus ze worden breed erkend. Deze ontwikkelingen vormen de basis voor wat we willen bereiken om onze gemeente vitaal en leefbaar te houden. Ze zijn per onderwerp weergegeven, maar houden allemaal verband met elkaar.
1. Bevolking
De bevolkingsaantallen van zowel Fryslân als de gemeente Tytsjerksteradiel zijn, na decennia van groei, nu langzaam maar zeker aan het stabiliseren. Op middellange termijn (vanaf 2025) zullen de bevolkingsaantallen op al deze niveaus zelfs licht gaan dalen1. Dit alles heeft effect op de leefomgeving op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en recreatie en we zullen daar op moeten inspelen. Er is voorlopig nog wel een lichte groei van het aantal huishoudens (voornamelijk eenpersoonshuishoudens in de vorm van alleenstaande jongeren en ouderen), waardoor er nu nog extra woningen nodig zijn. Doordat we steeds ouder worden en er steeds minder kinderen geboren worden, ‘vergrijst’ de samenleving. Dat wil zeggen dat er in relatieve zin meer ouderen zijn dan jongeren of mensen van middelbare leeftijd. Dat heeft effect op de gezondheidszorg (hogere kosten), het onderwijs (minder scholen nodig), de woningmarkt (vraag en aanbod passen niet meer bij elkaar), het voorzieningenniveau (veranderende behoefte in voorzieningen) en de arbeidsmarkt (krapte op de arbeidsmarkt en het moeilijk kunnen vinden van geschikt personeel). Aan de andere kant betekent het dat er naar verwachting voldoende werk zal zijn voor de komende generaties.
De sociale structuren in Tytsjerksteradiel staan wel onder druk. Enerzijds treedt er vergrijzing op in de dorpen van de gemeente en anderzijds is het voor jongeren moeilijk om in
1
6
Bron: CBS prognose Fryslân 2020 - 2050
2. Economie en werkgelegenheid
Als gevolg van de veranderende economie (groei van de dienstverlenende sector ten opzichte van de agrarische en industriële sectoren) is steeds meer werkgelegenheid te vinden in de stedelijke centra van ons land. Dat trekt mensen vanuit het platteland of de regio naar die stedelijke centra toe. Dit is terug te zien in de populariteit van de grote steden in het Westen van het land, maar ook in Fryslân zijn de grootste kernen met de meeste voorzieningen het populairst om in te wonen en die groeien dan ook het snelst. Echter, door corona heeft het thuiswerken een vlucht genomen. Het zou kunnen dat thuiswerken ook op langere termijn een blijvend onderdeel wordt van het werken. Dat betekent dat het gemakkelijker wordt om te gaan wonen op een plek verder weg van de fysieke werkplek zoals het kantoor. Dat biedt mogelijkheden voor onze landelijke gemeente waar het werk- en voorzieningenniveau lager ligt dan in de stedelijke centra, maar waar het wel prettig wonen is in een schone, groene en landelijke omgeving. Onze economie draait nu bijna volledig op de energie die we halen uit fossiele brandstoffen (steenkool, aardolie en aardgas). Vanwege klimaatverandering is het nodig de economie fossielvrij te maken en over te gaan op koolstofvrije, schone energie zoals groene stroom en waterstof. Dat is de energietransitie. Daarnaast kennen we nu een economie die lineair2 is ingericht.
Het is van belang de economie ‘circulair’ te maken. Daarbij wordt bewust geconsumeerd en bewust geproduceerd zodat grondstoffen niet te snel opraken en wordt afval omgezet in nieuwe grondstoffen.
2
Hierbij worden grondstoffen niet hergebruikt
3. Voorzieningen
De ontwikkeling van snel (mobiel) internet heeft de samenleving ingrijpend veranderd. Wonen, werken en winkelen zijn erdoor beïnvloed en de ontwikkelingen gaan nog steeds door. In huis zijn steeds meer apparaten aangesloten op het internet, waardoor ouderen bijvoorbeeld langer thuis kunnen blijven wonen, werkenden ook thuis kunnen werken en consumenten de deur niet meer uit hoeven om te winkelen. Dit alles heeft ook effecten op de fysieke leefomgeving. Het aanbod van fysieke winkels laat weer een lichte groei zien na jaren van afname, waarbij ook het karakter van deze winkels aan het veranderen is. Deze verandering gaat vaak samen met een (deels) digitale manier van ondernemen. Door die sterk groeiende digitale afzetmarkt rijden er steeds meer busjes op de weg en in de dorpen en wijken die pakketbestellingen thuis afleveren. Maar dit biedt ook extra mogelijkheden om prettig te kunnen wonen en leven. En het biedt kansen voor ondernemers die het hier een prima vestigingsklimaat vinden en daarbij hun afzet in heel Nederland kunnen hebben.
4. Leefbaarheid en sociale basis
De hiervoor beschreven ontwikkelingen hebben ook invloed op de leefbaarheid in stedelijke wijken en in dorpen zoals in onze gemeente. Daarnaast zien we de laatste decennia een terugtrekkende (Rijks)overheid, waardoor mensen meer op zichzelf zijn aangewezen en meer voor elkaar moeten zorgen. Een goede sociale basis (sociale kring van gezin, buurt en wijk/ dorp) is daarbij van belang. Actief meedoen (participeren) in de samenleving wordt steeds belangrijker en is ook steeds meer nodig. We zien dan ook dat onze inwoners steeds meer activiteiten (vrijwilligerswerk, mantelzorg, etc.) zelf doen. En we zien tegelijkertijd dat steeds meer nieuwe initiatieven ontstaan van onderop. Vooral in Fryslân en ook in onze gemeente is de gemeenschapszin groot en is het woord mienskip een begrip. Het draagt bij aan de sterke sociale verbinding in de dorpen en daarmee aan de leefbaarheid. Door de decentralisatie 7
van sociale zaken kunnen we als gemeente nu meer dan ooit sociale zaken en de fysieke leefomgeving bij elkaar brengen. Dat is dan ook wat we met deze omgevingsvisie doen.
5. Mobiliteit
Digitale ontwikkelingen hebben een sterke invloed op de ontwikkeling van mobiliteit. Er zijn steeds meer digitale hulpmiddelen beschikbaar die ons helpen om onze reizen per auto of openbaar vervoer optimaal in te vullen. Daarnaast nemen de mogelijkheden rond deelvoertuigen toe. Het is niet meer per se noodzakelijk om een auto of een bromfiets in eigendom te hebben. Ook de ontwikkelingen in het zelfrijdende vervoer gaan snel. Vracht- en personenwagens zijn nu al deels zelfsturend. ‘Transportation as a service’ is mogelijk de toekomst. Ook zijn er andere ontwikkelingen in de mobiliteit. De gangbare brandstofmotoren in voertuigen worden in het kader van de energietransitie vervangen door elektromotoren. Dat heeft als positief effect dat geluidsoverlast en fijnstofoverlast langs wegen de komende jaren verminderen, waardoor de woonkwaliteit langs wegen toeneemt. Wel moet hier in de komende jaren laadinfrastructuur voor worden ingepast en aangelegd en de openbare ruimte. Deze ombouwoperatie is complex, maar kan goede kansen opleveren voor ondernemers. Al deze ontwikkelingen dwingen ons om na te denken over de toekomstige invulling van onze infrastructuur, als het gaat om bijvoorbeeld veiligheid en stroomvoorziening. Ook bieden de ontwikkelingen de mogelijkheid om onze infrastructuur nog beter te benutten.
6. Klimaat en energie
Om klimaatverandering tegen te gaan is een energietransitie nodig. De energietransitie betekent dat we overgaan van energie uit fossiele brandstoffen naar koolstofvrije, schone energie. Dat heeft effect op de fysieke leefomgeving: opwekken van die schone energie is nodig, huizen moeten worden verduurzaamd en auto’s worden steeds meer
elektrisch aangedreven. Dit vraagt de nodige aanpassingen van de infrastructuur. Verder kan het vergroenen van de leefomgeving bijdragen in het tegengaan van klimaatverandering. Naast het tegengaan van verdere klimaatverandering is ook aanpassing aan de al gaande opwarming van de aarde noodzakelijk. We noemen dat klimaatadaptatie. Als gevolg van de opwarming van de aarde veranderen de weersomstandigheden wereldwijd en ook in Nederland. Zo ervaren we enerzijds vaker hitte en droogte en anderzijds juist ook vaker hevige neerslag. De hitte en droogte houdt ook vaker langer aan en de neerslag is vaker veel heviger dan we gewend zijn. Het is van groot belang de leefomgeving hier goed op in te richten.
7. Biodiversiteit en milieu
Als gevolg van klimaatverandering en diverse andere menselijke ingrepen is er wereldwijd een daling in biodiversiteit waar te nemen. Een miljoen (van de in totaal zeven miljoen) planten diersoorten zijn met uitsterven bedreigd. In Nederland en Fryslân zien we dit bijvoorbeeld terug in het verdwijnen van insecten, bodemleven en weidevogels. Daarnaast levert in Nederland de hoge concentratie van stikstof in de grond, het water en de lucht problemen op voor de bodem, het water en de in Nederland aanwezige kwetsbare natuur.
4. Tytsjerksteradiel straks: visie op de toekomst Hier staat Tytsjerksteradiel in 2040 In hoofdstuk 2 zijn de bestaande kwaliteiten, en in hoofdstuk 3 zijn de belangrijkste ontwikkelingen geschetst die van invloed zijn op de leefomgeving in Nederland, Fryslân en onze gemeente. Die ontwikkelingen grijpen allemaal in elkaar en houden allemaal verband met elkaar. In dit hoofdstuk is op basis van deze bestaande kwaliteiten en de huidige ontwikkelingen de koers, dus de voorgenomen ontwikkeling, beschreven die we voor ogen hebben tot 2040.
Onze koers: We wonen, werken en ontspannen in vitale en leefbare dorpen en in een aantrekkelijk buitengebied. De leefomgeving beweegt mee met de ontwikkelingen van deze tijd, met respect voor de bestaande ruimtelijke en sociaal-culturele kwaliteiten.
Deze koers is hieronder nader uitgewerkt in acht ambities. Het is van belang deze ambities integraal en gelijktijdig aan te pakken en er tijdig op in te spelen. We doen dat als gemeente niet alleen, maar samen met de mienskip en overige partijen. Onze gemeente is ‘global goals gemeente’. Elk van de ambities draagt bij aan een of meerdere ‘global goals’ of ‘sustainable development goals’ (SDG’s) van de Verenigde Naties.
We komen voor onze gemeente tot de volgende ambities: In 2040 in Tytsjerksteradiel… 1. Heeft iedere inwoner een passende woonruimte. 2. Heeft iedere inwoner toegang tot werkgelegenheid. 3. Is de economie vitaal, fossielvrij en circulair. 4. Bewegen en ontspannen we in een gezonde, veilige en groene omgeving. 5. Zijn er genoeg ontmoetingsplekken en voorzieningen. 6. Is de mobiliteit gezond, vlot en veilig. 7. Is de leefomgeving aangepast aan het veranderende klimaat en de biodiversiteit hersteld. 8. Heeft iedere inwoner toegang tot schone energie.
Hierna lichten we elk van deze ambities toe.
1. Wonen: iedere inwoner een passende woning
We zorgen voor een woningvoorraad die aansluit bij de vraag en behoefte van onze inwoners, met name ook de jongeren en mogelijk mensen van buiten. Dat betekent dat we nieuw bouwen wanneer daar vraag naar is, maar ook dat we de mogelijkheid bieden bestaande woningen aan te passen aan de veranderende samenstelling van gezinnen en zorgbehoefte. Daarnaast bieden we de mogelijkheid om nieuwe -mogelijk innovatieve - huisvestingsmogelijkheden toe te voegen aan de voorraad, afgestemd op vraag en behoefte. Deze ambitie draagt bij aan SDG 11 (duurzame steden en gemeenschappen).
2. Werken: iedere inwoner toegang tot werkgelegenheid
We zorgen voor voldoende toegang tot werkgelegenheid voor onze inwoners. Dat betekent dat we onze agrariërs faciliteren in hun bestaande bedrijfsvoering, maar ook waar mogelijk helpen met ruimere planologische mogelijkheden als dat nodig is. Het betekent daarnaast dat we werken aan voldoende bedrijfskavels voor onze ondernemers, dat we thuiswerken faciliteren, meer mogelijkheden voor toerisme bieden en dat we de verbindingen met de nabijgelegen 8
plaatsen Leeuwarden, Groningen en Drachten optimaliseren. Deze ambitie draagt bij aan SDG’s 2 (geen honger) en 8 (waardig werk en economische groei).
3. Economie: vitaal, fossielvrij en circulair
We dragen eraan bij dat de economie vitaal, fossielvrij en circulair wordt. En stimuleren de mienskip hieraan mee te werken. Dat betekent dat we schone energie opwekken en gebruiken, zuinig omgaan met grondstoffen en die zoveel mogelijk hergebruiken. Daarnaast stimuleren we het hergebruiken van restproducten zoveel mogelijk om op die manier de afvalstroom zo klein mogelijk te maken. We stimuleren en faciliteren talentontwikkeling en innovatieve ideeën uit de mienskip. Ook optimaliseren we de aantrekkelijkheid van onze winkelgebieden. Verder willen we ruimte bieden voor ondernemers, maar wel ingepast in, en met respect voor het bestaande landschap. Deze ambitie draagt bij aan SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie).
4. Leefomgeving: gezond, veilig en groen
We zorgen voor een gezonde, veilige en groene leefomgeving in de dorpen en het buitengebied, die uitnodigt tot bewegen en ontspannen in de buitenlucht. We maken de leefomgeving gezonder, veiliger (inclusief veilig verkeer) en groener en we breiden de recreatieve mogelijkheden in de dorpen en het buitengebied uit. Deze ambitie draagt bij aan SDG 3 (goede gezondheid en welzijn).
5. Ontmoetingsplekken en voorzieningen: toegankelijk voor iedereen
Om bij te dragen aan de sociale basis zorgen we ervoor dat er voldoende ontmoetingsplekken zijn in de dorpen en onze inwoners toegang hebben tot de noodzakelijke voorzieningen. Waar voorzieningen niet haalbaar zijn in de kleinere dorpen, zorgen we voor voldoende toegang tot voorzieningen elders door de infrastructuur te optimaliseren. Deze ambitie draagt bij aan SDG’s 9 (industrie, innovatie en infrastructuur) en 11 (duurzame steden en gemeenschappen).
6. Mobiliteit: gezond, vlot en veilig
We zorgen ervoor dat bewoners, ondernemers en toeristen vlot en veilig kunnen gaan, waar ze naar toe willen. Iedereen moet daarbij kunnen kiezen hoe hij/zij wil reizen en makkelijk kunnen wisselen tussen fiets, bus, auto en trein. We benutten daarbij de bestaande infrastructuur zo goed mogelijk, met gebruikmaking van toekomstige digitale mogelijkheden.
7. Klimaat en biodiversiteit: voorkomen, herstellen en aanpassen
We zorgen ervoor dat de leefomgeving zodanig is ingericht dat het de gevolgen van klimaatverandering aankan. Maar ook dat het verdere klimaatverandering zoveel mogelijk tegengaat. We stimuleren inwoners en bedrijven daar zelf ook mee aan de slag te gaan. We stimuleren voldoende waterberging en een groenere ruimte om hittestress tegen te gaan en CO2 te binden. En ondersteunen een aangepast water- en bodembeheer om droogte tegen te gaan. Deze ambitie draagt bij aan SDG 13 (klimaatactie). We herstellen en versterken de biodiversiteit in de dorpen en het buitengebied. Dat kan door bijvoorbeeld ecologisch berm- en maaibeheer, maar ook door het vervangen van tegels door groen (in de tuin). In het buitengebied stimuleren we natuurvriendelijk grondgebruik en -beheer door onze agrariërs, zodat ook daar de biodiversiteit – zowel bovengronds als ondergronds – kan herstellen. Waar agrariërs andere planologische mogelijkheden nodig hebben, denken we met ze mee en faciliteren daar waar mogelijk. Deze ambitie draagt bij aan SDG 2 (geen honger) en 15 (leven op het land).
8. Schone energie: beschikbaar voor iedere inwoner
We zorgen voor voldoende schone energie voor onze inwoners door ruimte te creëren voor kleine windmolens bij agrarische bedrijven en zonnepanelen volgens de gemeentelijke zonneladder. Woningen te verduurzamen en duurzame mobiliteit (elektrisch rijden) te faciliteren. Ook hier stimuleren we initiatieven uit de mienskip en vragen deze om mee te werken. Deze ambitie draagt bij aan SDG’s 9
7 (betaalbare en duurzame energie) en 9 (industrie, innovatie en infrastructuur).
Hoe geven we daar in Tytsjerksteradiel invulling aan? We werken aan deze koers via een afwegingskader dat bestaat uit acht algemene uitgangspunten. Dit afwegingskader vormt, samen met de hiervoor genoemde ambities, het leidende principe voor ideeën en initiatieven.
1. Omgevingskwaliteit is belangrijk
Onze bestaande ruimtelijke waarden en identiteit vormen de basis voor alle ontwikkelingen. Dat betekent dat ontwikkelingen voortbouwen op bestaande kwaliteiten en deze zo mogelijk versterken of door ontwikkelen.
2. We kijken integraal en gaan zorgvuldig met de beschikbare ruimte om
We kijken integraal naar initiatieven uit de samenleving en we zoeken naar meervoudig ruimtegebruik en koppelkansen in de leefomgeving. Voorbeelden kunnen zijn: landbouw en natuurbeheer in het coulissenlandschap, thuis wonen en werken, zonnepanelen op daken. Als koppelen of functies samenvoegen niet haalbaar is, zorgen we voor een goede landschappelijke inpassing.
3. Afwentelen wordt voorkomen
Het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Hetzelfde geldt voor afwentelen naar plaats. Bij ingrepen in het ene gebied moeten negatieve effecten op andere gebieden en wie daar leven en werken zoveel als mogelijk worden voorkomen.
4. Gezondheid is belangrijk
De fysieke leefomgeving heeft invloed op zowel de lichamelijke als de mentale gezondheid van onze inwoners. Daarom is het belangrijk om steeds een balans te zoeken waarbij het aspect
gezondheid een belangrijke plaats inneemt. Hierbij heeft preventief handelen de voorkeur boven achteraf handelen.
5. Objectiviteit is belangrijk
5. Proces
Invulling van koers en ambities
De beleidscyclus
Objectiviteit willen we waarborgen waar mogelijk. Dit betekent dat we keuzes maken op basis van data, metingen, onderzoek en participatie en minder op gevoel of politieke voorkeur. Zo krijgen we een objectief beeld van de ontwikkelingen en de gevolgen daarvan.
Deze visie richt zich op de periode tot 2040. Anders als vroeger, zal deze vastgestelde omgevingsvisie een blijvend gegeven zijn en dus ook actueel moeten blijven. Dat betekent dat we een proces vaststellen om deze eerste omgevingsvisie 1.0 actueel te houden. Dat is de beleidscyclus die we hier voorstellen.
6. We denken inclusief
Aan de slag met de Omgevingswet
Iedereen in onze samenleving doet ertoe en is gelijkwaardig. Wat we doen, doen we voor alle mensen, flora en fauna. Hierbij hoort ook participatie zoals omschreven bij de beleidscyclus.
Start raadsperiode
Belangrijke elementen in het proces:
7. Een positieve houding
Participatie en communicatie
We hebben een positieve houding richting initiatiefnemers en samenleving. Het ja, mits-principe. Dus: kansen en ruimte bieden zodat we als samenleving ons kunnen aanpassen aan de ontwikkelingen die op ons afkomen (uitnodigingsplanologie). En dat op zo’n manier dat de verschillende belangen in balans blijven. Met respect voor ieders belang. Dat vraagt om vertrouwen en ook om een goed ingebedde participatie bij initiatieven.
Participatie is belangrijk en dat nemen we serieus. Om zoveel mogelijk inwoners te bereiken gebruiken we digitale middelen en hebben we persoonlijk contact. Ook het bedrijfs- en verenigingsleven vragen we om hun mening. En vooral de jeugd willen we horen, we zoeken naar nieuwe wegen om deze doelgroep nadrukkelijk te betrekken bij de participatie. We vertellen daarbij steeds in begrijpelijke taal welke vragen of initiatieven er spelen en wat de spelregels zijn. En achteraf vertellen we welke keuzes we gemaakt hebben en waarom. Dat doen we op een proactieve manier via een mix van vindbare kanalen.
8. We zoeken samenwerking
We staan niet alleen in de regio en we kunnen ook niet alles alleen oplossen. Bovendien zijn veel opgaven regiooverstijgend en ligt besluitvorming niet altijd bij ons. We zoeken daarom zo veel de samenwerking in onze regio. Daarmee willen we niet alleen ons zelf versterken, maar ook een bijdrage leveren aan een vitale regio en een noordelijke topregio.
Belangrijk binnen iedere vierjarige cyclus is het vaststellen van de resultaten die de gemeente per ambitie wil bereiken. Zodat monitoring mogelijk is. Binnen de visie zijn hier geen harde cijfers voor genoemd. Dit past niet binnen de opzet van de omgevingsvisie en het is ook niet de taak van de gemeenteraad: zij stuurt op hoofdlijnen. Het college heeft de taak de vastgestelde ambities voor de lange termijn op een realistische manier in te vullen voor de komende periode van vier jaar. Hiertoe benoemt het college indicatoren die per ambitie en de daarbij te bereiken resultaten de voortgang en resultaten inzichtelijk maken.
Vierjarige cyclus
Deze cyclus is vierjarig en loopt gelijk op met die van de gemeenteraad. In het eerste jaar van een nieuwgekozen raad ontvangt de nieuwe raad de terugkoppeling over de afgelopen vier jaar. Dit op basis van actuele data, gegevens monitoring van de afgelopen periode, maatschappelijke ontwikkelingen, etc. De nieuwe politieke samenstelling van de gemeenteraad kan daarbij haar weerslag vinden in de herziening van het beleid. Hierna heeft de gemeenteraad haar verdere periode om dit beleid ook uit te voeren.
10
Ketenpartners
Een goede omgevingsvisie, het daaraan gekoppelde omgevingsplan en eventuele programma’s, kunnen alleen ontstaan en blijven bestaan wanneer we ook de ketenpartners (buurgemeenten, provincies, Wetterskip, hulpdiensten, ANNO, Veiligheidsregio, FUMO. etc.) continu bij het proces betrekken.
Monitoring
Monitoring is een voorwaarde om goede afwegingen te maken, bij alle initiatieven. Door te meten of gewenste effecten worden behaald – of juist niet – ontstaat kennis en kunnen we bijsturen en leren. Zo kan ook de omgevingsvisie
in een vierjarige cyclus verder worden verbeterd. Om goed te kunnen monitoren zullen we in elk geval per ambitie indicatoren benoemen die een objectief beeld geven van wat hier wordt bereikt.
Datagedreven werken
Datagedreven werken zorgt voor een zoveel mogelijk objectieve benadering van de hele beleidscyclus. We bieden raad en college hierbij voortdurend de belangrijkste kengetallen en ontwikkelingen aan via bijvoorbeeld dashboards.
Wie doet wat?
Binnen de Omgevingswet zijn de rollen voor gemeenteraad en college verschillend. In onderstaande afbeelding is zichtbaar welk instrument bij welk bestuursorgaan hoort. De terugkoppeling in de laatste fase is een activiteit tussen beide bestuursorganen.
11