07 - Bijlage 1 - Notitie uitgangspunten inkoopstrategie Wmo en Participatie
Tekst van het document
Uitgangspunten inkoopstrategie Wmo en Participatie (Tytsjerksteradiel) In mei 2021 heeft de Raad de startnotitie inkoopstrategie Wmo en Participatie behandeld en is een akkoord gegeven op de procesaanpak. In dit document zijn de uitgangspunten voor de nieuw op te stellen inkoopstrategie opgenomen. Deze uitgangspunten vormen het fundament voor de inkoopstrategie. Deze uitgangspuntennotitie wordt opiniërend aan de Raad voorgelegd en bevat de volgende onderdelen: 1. Aanleiding 2. Uitkomsten analyse kwantitatief en kwalitatief 3. Verkenning buurgemeenten 4. Aandachtpunten uit beleidskader Sociaal domein 5. Uitgangspunten voor de inkoopstrategie Wmo & Participatie 6. Onderbouwing uitgangspunten 7. Vervolgstappen
1. Aanleiding
De gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel kopen gezamenlijk de maatwerkdienstverlening in voor de Wmo. Dit betreft de huishoudelijke hulp, individuele begeleiding, dagbesteding (Incl. vervoer) en kortdurend verblijf. De gemeenteraden hebben bij de vaststelling van het beleidskader sociaal domein in 2019 besloten om de huidige manier van inkopen te heroverwegen. Het voornemen is om meer te gaan sturen op resultaten en als (zakelijk) opdrachtgever duidelijkere voorwaarden te gaan stellen. Dit met het doel om uiteindelijk tot betere resultaten te komen en de oplopende kosten te kunnen beheersen. Op het budget van de Wmo-maatwerkvoorzieningen is een bezuinigingstaakstelling afgesproken van €200.000, - per gemeente. De inkoop van dienstverlening in het kader van de Participatiewet loopt voor beide gemeenten in 2023 af. Deze dienstverlening bestaat uit o.a. re-integratietrajecten, arbeidsmatige dagbesteding en sociale activering. In de nieuwe inkoopstrategie willen we waar mogelijk de verbinding leggen tussen de ondersteuning vanuit de Wmo en de Participatiewet. In december 2020 is aan beide gemeenteraden de evaluatie van de Participatiewet voorgelegd, hieruit vloeien aandachtspunten voor onze inkoopstrategie.
Uit de evaluatie van de Participatiewet blijkt dat een groot aandeel van de klanten de “nieuwe doelgroep” betreft: jongeren die geen vervolgopleiding in het MBO kunnen volgen en rond hun 18e uitstromen uit Vso/Pro. Hierbij gaat het om begeleiding richting of bij werk, beschut werk of (arbeidsmatige) dagbesteding. Ook wordt de problematiek rondom jongeren steeds complexer, waardoor integraliteit en korte lijnen noodzakelijk zijn. Het blijkt dat veel van de klanten uit de Participatiewet, ook een beroep doen op de Wmo. Op basis van deze conclusies zijn een aantal aanbevelingen gedaan ten aanzien van beleid. De belangrijkste is om meer aandacht te schenken aan de verbinding met de ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein en de koppeling richting de sociale basis (Mienskip). Om strategische keuzes te maken voor de inkoop per 2023, wordt op 3 maart 2022 de inkoopstrategie aan de gemeenteraden besluitvormend voorgelegd. In dit opiniërende raadsvoorstel stellen wij enkele uitgangspunten voor die richtinggevend zijn voor de nieuwe inkoopstrategie. De uitgangspunten zijn geformuleerd op basis van de analyse, op basis van een verkenning bij buurgemeenten en op basis van een reflectie op de aandachtpunten voor de nieuwe inkoop zoals is vastgesteld in het beleidskader Sociaal domein.
1
2. Uitkomsten analyse kwantitatief en kwalitatief Kwantitatief (data) Om een strategie te kunnen bepalen is het belangrijk om eerst in beeld te brengen hoe het nu gaat op het gebied van de inkoop. Hierbij zijn de beschikbare data in beeld gebracht. O.a. het huidige gebruik van de voorzieningen en de uitgaven voor deze voorzieningen. Daarnaast is ook gekeken naar de bevolkingssamenstelling en de prognoses voor de toekomst. Hieronder een korte samenvatting van de uitkomsten van deze kwantitatieve analyse. Gebruik voorzieningen Wmo en Participatie Hulp bij het Huishouden en vervoer zijn verreweg de ondersteuningsdiensten die het meest worden verstrekt binnen de Wmo. Hulp bij het Huishouden heeft hierbinnen de hoogste uitgavenpost. Hier zien we ook een stijgende lijn in de uitgaven. Wat opvalt is dat in Tytsjerksteradiel meer mensen wonen en de bevolking ouder is, maar Achtkarspelen hogere uitgaven heeft in de Wmo (met uitzondering van vervoer). Momenteel vindt er een verdieping plaats op de cijfers om dit te kunnen duiden. Bij Participatie is het de ondersteuningsdienst jobcoach dat het meest wordt ingezet. Ontwikkelingen bevolkingssamenstelling Voor beide gemeenten zien we dat het aantal ouderen vanaf 2012 gestaag toeneemt en dat deze stijging zich in de prognose van 2040 voortzet. Het aantal jongeren daarentegen neemt af.
Dit maakt dat de totale demografische druk (voor beide gemeenten) over de jaren heen toeneemt. Hiermee is de druk op de Wmo-maatwerkvoorzieningen bovengemiddeld groot (met name op Hulp bij het Huishouden, vervoer en dagbesteding) en zal het gebruik richting de toekomst door de vergrijzing verder toenemen. Ditzelfde beeld zien wij bij onze buurgemeenten Noard-East Fryslân en Smallingerland. Huidig ondersteuningsaanbod Het beeld dat uit de analyse op het ondersteuningsaanbod naar voren komt is dat zorgaanbieders zich veelal concentreren rondom een bepaalde doelgroep. De splitsing in leeftijd en type ondersteuningsdienst laat dit zien. Daarnaast zien we dat een deel van de zorgaanbieders ondersteuning bieden aan jongvolwassenen vanuit zowel de Wmo als de Participatiewet. Kwalitatief (ervaringen) Naast de cijfers is ook gekeken naar de huidige ervaringen van de inkoop. Er is input opgehaald vanuit de driehoek gemeente – aanbieders – inwoners. Ervaring inwoners Uit het belevingsonderzoek van de Rekenkamer komt naar voren dat in het kader van preventie en de verwachte toeloop in de Wmo, het belangrijk is om in te zetten op de verbinding met- en benutting van voorliggende voorzieningen. Inwoners geven aan dat zij een samenhangend aanbod van voorzieningen wensen dat dichtbij georganiseerd in de eigen leefomgeving.
Daarnaast wensen zij een ondersteuningsaanbod dat in, samenhang met algemene voorzieningen en informele zorgstructuren, in de dorpen georganiseerd is. Inwoners voelen zich betrokken bij het eigen dorp en hechten een groot belang aan goede voorzieningen. Maatwerk per dorp is daarom gewenst. Deze ervaringen roepen de gemeente op om de kracht in de dorpen te faciliteren en inwonersinitiatieven te ondersteunen. Dit is expliciet uit de Doarpentour naar voren gekomen, die in het kader van een sterke sociale basis is georganiseerd. Ervaring aanbieders Gecontracteerde aanbieders geven aan dat zij de samenwerking met de gemeente (sociaal werkers en contractmanagement) als constructief en plezierig ervaren. Samenwerking tussen de verschillende aanbieders komt weinig tot stand. Verder geven de aanbieders aan dat de administratieve druk hoog is, doordat zowel op resultaatsgebieden wordt geregistreerd als ook op daadwerkelijke ureninzet.
2
Veel aanbieders zijn ook werkzaam in de regiogemeenten, een uniforme wijze op inkoop en op de inrichting van het administratief proces wordt als wenselijk benoemd. Ervaring gemeente Sociaal werkers en inkopers geven aan dat er een positieve relatie is met de aanbieders. Ook voor cliënten met een intensieve en complexe ondersteuningsvraag is voldoende aanbod. “Moeilijke cliënten” worden niet geweigerd door aanbieders mede door de geboden ruimte voor maatwerkafspraken binnen de inkoop. Een negatief punt is de beperkte mogelijkheid tot goed contractmanagement met zoveel aanbieders. Een ander zichtbaar negatief punt is dat de theorie van “resultaatinkoop”, waarbij het oorspronkelijke idee was dat er niet meer gedacht werd in “aantal uren begeleiding”, in de praktijk toch teruggerekend wordt uren x prijs. Hierin speelt mee dat er veel aanbieders zijn gecontracteerd. Veel van deze aanbieders werken ook in andere gemeenten en worden zo geconfronteerd met verschillende manieren van registratie en administratie.
3. Verkenning buurgemeenten Vanuit Anno III is een duidelijke ambitie om in de regio tot een duurzame samenwerking te komen, ook op het gebied van wonen en zorg. Met Regiobeeld Fryslân zijn veel data bij elkaar gebracht waardoor inzicht ontstaat in de zorgbehoefte van inwoners. Eveneens geeft dit inzicht in de noodzaak om anders te organiseren om ook voor de toekomst een houdbaar zorgsysteem te houden. In de verkenningsgesprekken met de regiogemeenten Smallingerland en Noard-East Fryslân komt naar voren dat er eenzelfde urgentie wordt gevoeld ten aanzien van de hoge uitgaven (met name op Hulp bij het Huishouden) en is op ambtelijk niveau uitgesproken dat samenwerking op de inkoop zeker interessant kan zijn om krachten te bundelen en om meer volume te creëren. Kansrijk initiatief Noard-East Fryslân De buurgemeente Noard-East Fryslân is in samenwerking met het zorgkantoor en de zorgverzekeraar een kansrijk initiatief gestart om voor kwetsbare ouderen een samenhangend ondersteuningsaanbod te creëren. De wens is om gezamenlijk met het zorgkantoor en de zorgverzekeraar het ondersteuningsaanbod in te kopen. Hierdoor wordt het mogelijk om deze ondersteuning effectief en efficiënt in te zetten, waarbij er een samenwerking ontstaat tussen huisartsen, wijkverpleegkundigen, ouderenadviseurs en de sociaal werkers van de gemeente.
Dit met het doel om kwetsbare ouderen zo optimaal mogelijk te kunnen ondersteunen en zij zo lang mogelijk zelfstandig en zelfredzaam kunnen zijn. De gemeente Noard-East Fryslân is op zoek naar buurgemeenten die aan willen haken bij dit initiatief, omdat volume en omvang van invloed is op het slagen van dit initiatief. Deze samenwerking in de regio (o.a. in ANNO-verband) tussen gemeenten en de zorgverzekeraar en het zorgkantoor is reeds opgestart en is kansrijk.
4. Aandachtpunten uit het beleidskader sociaal domein In het beleidskader sociaal domein (2019) zijn zeven aandachtspunten opgenomen voor de nieuwe inkoop: 1. Meer sturen op instroom/uitstroom van zorg; 2. Rol van inkoop en contractmanagement duidelijk positioneren; 3. Gedifferentieerde benadering van producten en leveranciers in het sociaal domein toepassen door professioneel opdrachtgeverschap te ontwikkelen; 4. Meer sturen op resultaat en de producten daar goed op inrichten 5. Intensiever sturen, monitoren en contractmanagement toepassen; 6. Onderzoeken samen met andere gemeenten of open house inkoop verlaten moet worden. 7. Gedifferentieerd inkopen van specifieke producten met specifieke resultaten (bijv. wonenzorg-combinaties).
3
Bovenstaande aandachtspunten zijn nader uitgewerkt in de uitgangspunten om helderheid te verkrijgen wat dit betekent voor de nieuwe inkoop.
5. Uitgangspunten voor de nieuwe inkoopstrategie Wmo & Participatie Onderstaande uitgangspunten zijn geformuleerd op basis van de analyse, de verkenning met de twee buurgemeenten en op basis van de uitwerking van de aandachtspunten uit het beleidskader sociaal domein. Deze uitgangspunten zijn het fundament op basis waarvan de nieuwe inkoopstrategie vorm krijgt. Hieronder staan de uitgangspunten en de onderbouwing per uitgangspunt beschreven. Uitgangspunten: 1. We werken vanuit vertrouwen met aanbieders en geven invulling aan zakelijk opdrachtgeverschap. Dat vertaalt zich voor aanbieders in het werken vanuit een - door de gemeente- geaccordeerd plan van aanpak, een voortgangsrapportage over de in het plan van aanpak vastgestelde resultaatafspraken (inclusief de vastgestelde kwaliteit van het aanbod) en het afleggen van verantwoording over gemaakte afwegingen en keuzes bij achterwege blijven van gewenste resultaat. Voor de gemeente betekent dit dat er ruimte wordt geboden voor de expertise van aanbieders en er een sterke regierol moet worden ingevuld op evalueren en monitoren van resultaat. 2. 3.
Aanbieders vergroten in lijn met de “visie versterken sociale basis” de zelf- en samenredzaamheid en nemen dit op in hun plan van aanpak met de inwoners en verbinden het ondersteuningsaanbod met de algemene voorzieningen en de Mienskip. Aanbieders initiëren preventie en innovatie in het ondersteuningsaanbod.
4.
De klantvraag staat centraal en niet het aanbod. De aanbieder werkt klantgericht en niet aanbodgericht.
5.
Aanbieders sluiten aan bij de vraag en bieden daartoe maatwerk en differentiatie in aanbod. Daar waar bestaande contracten onvoldoende leidt tot het gewenste resultaat is bij uitzondering, met toestemming van de gemeente, maatwerk buiten de bestaande contracten mogelijk.
6.
De bestaande financiële kaders worden gehandhaafd (inclusief de taakstelling van 2 ton).
7.
We hechten belang aan duurzame relaties. De contracten zullen gemiddeld 4—6 jaar bedragen.
8.
Aanbieders sturen op zo scherp mogelijke tarieven binnen het wettelijk en/of cao geldend kader.
9.
Er bestaat een gedifferentieerd aanbod voor verschillende doelgroepen bij een beperkt aantal aanbieders. Het aantal aanbieders wordt gereduceerd.
10. Er wordt aansluiting gezocht bij de regiogemeenten om zo efficiënt en effectief mogelijk de ondersteuning te kunnen organiseren. 11. Aanbieders hebben als werkgever ook een taak om zichtbaar bij te dragen om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt te laten participeren. 12. Inkoop draagt bij aan duurzaam en houdbaar zorgsysteem.
4
6. Onderbouwing van de uitgangspunten Ad 1.) Werken vanuit vertrouwen met aanbieders en invulling geven aan zakelijk opdrachtgeverschap. De gemeente wenst een sterke regierol in te vullen en tegelijkertijd ook ruimte te bieden aan aanbieders om tot passend maatwerk te komen voor de inwoner. Dit betekent dat er op basis van een uniform ondersteuningsplan resultaatsgericht wordt gewerkt. Hierbij vindt monitoring op resultaten plaats, ook tussentijds zodat tijdig op- en/of afgeschaald kan worden. De aanbieder krijgt hierbij het vertrouwen dat hij/zij vanuit zijn expertise tijdig weet te schakelen met de gemeente. De aanbieder en de gemeente functioneren als strategische partners. Door signalen op casusniveau als op collectief niveau tijdig te bespreken kan er proactief gehandeld worden om op basis van zichtbare trends. Ad 2.) Aanbieders vergroten in lijn met de “visie versterken sociale basis” de zelf/ samenredzaamheid. Aanbieders krijgen nadrukkelijker een rol bij het versterken van eigen kracht en de kracht van het sociale netwerk van inwoners. Het ondersteuningsaanbod wordt zo veel mogelijk in de eigen leefomgeving van de inwoner georganiseerd. In verbinding met de voorzieningen in de sociale basis en in verbinding met de informele zorgstructuren (Mienskip). In de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben veel dorpen een sterk verenigingsleven.
Veel inwoners van de gemeente zijn actief binnen verenigingen. Daarnaast zijn veel inwoners actief als mantelzorger of vrijwilliger. Door gebruik te maken van deze lokale infrastructuur kunnen de leefwereld en de zorg/ondersteuning van inwoners beter op elkaar worden aangesloten. Zo kan zorg en ondersteuning in de buurt worden georganiseerd, op een laagdrempelige manier. Deze beweging naar eigen kracht en zelf- en samenredzaamheid moet het uitgangspunt zijn waar de nieuwe inkoop aan bij gaat dragen. Aansluitend bij de sociale basis. Wel moeten we hierbij in acht nemen dat door vergrijzing en ontgroening druk ontstaat op het vrijwilligerswerk en op de mantelzorg. Hier dient bij de verdere uitwerking rekening mee gehouden te worden. Ad3) Aanbieders initiëren preventie en innovatie in het ondersteuningsaanbod. De gemeente wil meer inzetten op preventie en op de ontwikkeling van algemene voorzieningen. De gemeente heeft hierin zelf een sturende rol. Aanbieders worden uitgedaagd om een bijdrage te leveren aan meer preventie en innovatief aanbod. Ad 4 en 5)
De klantvraag staat centraal en niet het aanbod. De aanbieder werkt klantgericht en niet aanbod- gericht. Aanbieders sluiten aan bij de vraag en bieden daartoe maatwerk en differentiatie in aanbod. De gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel vinden het van groot belang dat er maatwerk geboden kan worden aan inwoners, zodat zij zo optimaal mogelijk in hun specifieke ondersteuningsbehoeften kunnen worden voorzien. Het bieden van maatwerk blijft een belangrijke vereiste. Maatwerk betekent dat er binnen het beschikbare aanbod voldoende diversiteit beschikbaar is. Dit betekent niet dat dit ook moet leiden tot een groot aantal aanbieders. Het is nadrukkelijk de wens om een divers aanbod aan ondersteuningsmogelijkheden af te nemen bij een beperkt aantal aanbieders. Het maatwerk moet meer ingericht worden op de doelgroepen en hun ondersteuningsbehoefte (differentiëren naar doelgroep en producten). De ondersteuningsdiensten die voor een groot deel van de cliënten uit routinematige ondersteuning bestaat die relatief eenvoudig te organiseren is, dient op een passende wijze te worden ingekocht (denk hierbij bijvoorbeeld aan Hulp bij het Huishouden basis). De keuzevrijheid van inwoners moet zich richten op de keuze binnen het ondersteuningsaanbod en minder op de keuze voor de zorgaanbieder.
Aanbieders krijgen nadrukkelijk de vraag om het aanbod af te stemmen op de behoefte van de inwoner, maar ook in aanvulling op datgeen wat in het dorp en in de sociale basis aan voorzieningen aanwezig is. Binnen de nieuwe contracten blijft ruimte om maatwerk te bieden.
5
Hierbij is het uitgangspunt dat altijd de eigen kracht en de kracht van het netwerk het vertrekpunt is. En dat algemene voorzieningen voorliggend zijn. De aanbieder dient samen met de gemeente en de inwoner tot een passend en samenhangend aanbod te komen. Voor verschillende doelgroepen worden klantprofielen uitgewerkt om een passend ondersteuningsaanbod te creëren. Daar waar een specifieke behoefte bestaat, moet ruimte blijven om dit in te kunnen vullen. Ad6) De bestaande financiële kaders worden gehandhaafd (inclusief de taakstelling van 2 ton). De inkoopopdracht voor de Wmo en de Participatie wordt binnen het financieel kader uitgevoerd. De taakstelling van € 200.000, - zal hierin meegenomen worden. Dit betekent dat er binnen de wettelijke kaders en binnen de geldende Cao-normen scherp naar de tarieven wordt gekeken. Ook betekent dit dat de instroom bij de maatwerkvoorzieningen af zal moeten nemen. Een manier om dit te bewerkstellingen is door scherp aan de poort te zijn. Een goede afbakening voor wie de gemeente aan de lat staat. Een maatwerkvoorziening wordt ingezet als een inwoner niet op eigen kracht, of met ondersteuning van zijn netwerk en niet met gebruikmaking van algemene voorzieningen zichzelf kan redden. De gemeente heeft een compensatieplicht. Belangrijk is het om de afweging “wat kan iemand nog zelf” goed te kunnen maken.
Daarnaast is het belangrijk dat er voldoende passende algemene voorzieningen zijn. Ook wordt per ondersteuningsdienst in kaart gebracht welke wijze van inkoop passend is. Voor routinematige activiteiten zoals hulp bij het huishouden (basis) kan het interessant om dit anders in te kopen dan bijvoorbeeld specialistische begeleiding. Hierbij willen we wel een realistisch beeld geven, aangezien we bij met name Hulp bij het Huishouden een hoge uitgavenpost zien. Kijkend naar de prognoses dan zien we juist dat het aantal ouderen in de gemeente de komende jaren verder gaat toenemen. Het is dan ook de verwachting dat hiermee ook de druk op het gebruik van maatwerkvoorzieningen verder zal toenemen. Het abonnementstarief heeft ertoe geleidt dat het gebruik van Hulp bij het Huishouden explosief is gestegen. Zo lang het abonnementstarief blijft bestaan en het Rijk hierin geen andere keuze maakt, zal de mogelijkheid om de instroom op Hulp bij het Huishouden te beperken minimaal zijn. Met deze reden is aansluiting bij het initiatief van Noard-East Fryslân kansrijk. In dit initiatief wordt samenhangend aanbod gecreëerd voor ouderen (ook samen met zorgverzekeraar en zorgkantoor). Ad7) We hechten belang aan duurzame relaties.
Een duurzame relatie met aanbieders is van belang omdat de verdere transformatie in het sociaal domein (meer gericht op preventie) ook van aanbieders een investering vraagt. Aanbieders zullen zich verbinden aan deze opdracht als zij ook de investering die dit vraagt op termijn kunnen terugverdienen. Dit betekent dat een nieuw contract een langere duur kent van ongeveer 4 – 6 jaar. Op deze manier kan ook toegewerkt worden naar strategisch partnerschap. Ad 8)
Aanbieders sturen op zo scherp mogelijke tarieven binnen het wettelijk en/of cao geldend kader. Scherp op de tarieven sturen vraagt ook om een zo efficiënt en effectief mogelijke inrichting van het zorglandschap. Het personeelstekort bij zorginstellingen is een groot aandachtspunt. Door de inkoopopdracht zo in te richten dat er voldoende volume is en weinig ineffectieve ureninzet van personeel (bijvoorbeeld reistijd) is, is het voor aanbieders mogelijk om goede dienstverlening te leveren tegen scherpe tarieven. Scherpe tarieven blijven echter altijd gebaseerd op de reële kostprijzen en zijn gebaseerd op de geldende cao’s. Ad 9)
Er bestaat een gedifferentieerd aanbod voor verschillende doelgroepen bij een beperkt aantal aanbieders. Het aantal aanbieders wordt gereduceerd. Er wordt op basis van klantprofielen een samenhangend aanbod georganiseerd afgestemd op de behoeften van verschillende doelgroepen. Het samenhangend aanbod zal bestaan uit een mix van eigen kracht, algemene voorzieningen aangevuld met maatwerkvoorzieningen.
6
Er bestaat een gevarieerd aanbod van ondersteuningsdiensten die bij een beperkt aantal aanbieders zal worden afgenomen. De keuzevrijheid van de inwoner op productniveau dient hierbij gewaarborgd te blijven. De keuzevrijheid van de inwoner voor een specifieke aanbieder wordt beperkt. Waarbij wordt opgemerkt dat er wel ruimte blijft om bij specifieke behoeften (bijvoorbeeld vanuit levensbeschouwelijke overwegingen) om buiten het contract om, maatwerk te kunnen bieden. Ad 10) Er wordt aansluiting gezocht bij de regiogemeenten om zo efficiënt en effectief mogelijk de ondersteuning te kunnen organiseren. Door meer volume te creëren kan een zorgaanbieder ook efficiënter en effectiever werken. In de buurgemeenten worden dezelfde inhoudelijke en financieel gestuurde afwegingen gemaakt binnen de Wmo en Participatie. Het is interessant om te verkennen wat we in de regio gezamenlijk kunnen organiseren op o.a. de inkoop en op een eenduidig werkproces waardoor ook bij aanbieders minder administratieve druk ontstaat. Ad 11 Aanbieders hebben als werkgever ook een taak om zichtbaar bij te dragen om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt te laten participeren. De beste methode om ervoor te zorgen dat inwoners van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel geen zorg en ondersteuning nodig hebben van de gemeente is door ze actief te laten participeren in de mienskip.
Dit kan door vrijwilligerswerk, inzet van ervaringsdeskundigheid, zelfhulpgroepen, buddy’s, door stages of door betaald werk. Door mee te doen in de samenleving creëren inwoners een eigen netwerk, wordt eenzaamheid tegengegaan en wordt de vraag naar ondersteuning vanuit de gemeente verminderd. Naast het ondersteuningsaanbod van aanbieders verwachten we ook dat zij als werkgever hierin een verantwoordelijk nemen. Door SROI-voorwaarden op te nemen in de inkoopcontracten (stages en leer-werplekken creëren) krijgt dit een duidelijke plek. Ad 12) Inkoop draagt bij aan duurzaam en houdbaar zorgsysteem. De gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel zullen de komende jaren gaan vergrijzen. Dit geeft extra druk op het voorzieningenniveau in de dorpen. Dit vraagt van de gemeenten dat zij naast kostenbewust ook gericht zijn op een duurzaam en houdbaar voorzieningenniveau voor de toekomst waarbij uitgaven en inkomsten beter in balans zijn. Dit uitgangspunt kent een hoge urgentie. Om een houdbaar systeem te creëren moet er meer integraal gewerkt worden en moeten de schotten tussen Wmo/Wlz (Wet langdurige zorg) worden beslecht. Dit vraagt om een gezamenlijke strategie met het zorgkantoor en de zorgverzekeraar. Een moeilijke opgave maar wel noodzakelijk. Samenwerking met omliggende gemeenten is hierin belangrijk.
Er is omvang en volume nodig om gezamenlijk tot een nieuwe vorm van inkoop te komen. Aansluiting bij het initiatief van de buurgemeente Noard-East Fryslân is kansrijk.
7. Vervolgstappen De uitgangspunten zullen verder uitgediept en geconcretiseerd worden. De uitwerking van de klantvraag zal input opleveren op het gewenste ondersteuningsaanbod. Op basis hiervan zal de inkoopstrategie verder worden uitgewerkt. Hierbij kunt u denken aan de onderstaande profielen. A)
Creëren samenhangen aanbod/gecombineerde zorgstromen voor ouderen. Hierbij onderzoeken of aansluiting bij Nood-East Fryslân (Anno-verband) en eventueel Smallingerlandmogelijk is.
B)
Creëren samenhangend aanbod voor jongeren (Wmo/Participatie) waarbij het ontwikkelpotentieel van jongeren maximaal wordt benut.
7
C)
Creëren samenhangend ondersteuningsaanbod voor volwassen die door een aandoening of een beperking of een tijdelijke onbalans in hun situatie (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben bij het zelfredzaam zijn.
Tevens zullen de ontwikkelingen bij de Friese gemeenten op de Wmo & Participatie in beeld worden gebracht om te kunnen bepalen of een samenwerking tot de mogelijkheden behoort. De uitkomsten van de verdiepende analyse worden vertaald naar een passende inkoopvorm, inclusief een passend bekostigingsmodel. Vervolgens zal de inkoopprocedure(s) worden beschreven. Dit alles tezamen zal opgeschreven worden in de nieuwe inkoopstrategie Wmo & Participatie. Hieronder is de planning opgenomen. Planning Fasering
Activiteiten
Positie College en Raad (incl. adviesraden) TD
8K
College
College
Gerealiseerd per:
Opstellen inkoopstrategie Opstellen conceptinkoopstrategi e
• • •
Uitgangspunten en hoofdlijnen Discussiepunten Basiskeuzes of overkoepelende uitspraken
Informerend en opiniërende bijeenkomst
2 november 25 november
Fractiespecialistenoverleg
18 november
Oplevering definitieve inkoopstrategie - Besluitvormende bijeenkomst • Adviesraden/cliëntenraad sociaal domein • Cliëntenplatform participatie
Wmoadviesraad
Cliëntenraad • Colleges van B&W • Gemeenteraden
3e week
13 december
Adviesraad SD
14 december 2 december
3e week
Januari 2022 3 maart 2022
8