CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

07 - Bijlage 1.2 Ecologische quickscan (verduidelijkt)

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 20 juni 2024, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bildtweg 4 te Eastermar (beslútfoarmjend, hammerstik)2.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologische quickscan Bildtweg 4 te Eastermar

6 november 2023

Auteur:

Altenaweg 22 9321 XE Altena Tel: 050 - 7503817 Email: vos@vos-eo.nl

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Bildtweg 4

2

1. Inleiding De opdrachtgever is voornemens om een bestaande stal en loods aan de Bildtweg 4 te Eastermar te slopen. De woning blijft staan. In de plaats van de gesloopte bebouwing wil hij op het perceel dat er aan de noordzijde aan grenst een nieuwe woning bouwen (Regeling rood voor rood). De voorgenomen werkzaamheden, hebben mogelijk effect op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele negatieve effecten in kaart te worden gebracht om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Daarom verlangt de gemeente Tytsjerksteradiel een ecologisch onderzoek. In veel gevallen is een uitgebreid ecologisch onderzoek niet nodig en kan volstaan worden met een quickscan. In de ecologische quickscan wordt getoetst aan de natuurwetgeving en wordt aangegeven in hoeverre eventueel aanvullend onderzoek nodig is.

2. Plan- en studiegebied Het plan- en studiegebied ligt aan de Bildtweg 4 te Eastermar (gem. Tytsjerksteradiel, provincie Fryslân). Het plangebied bestaat uit de huidige stal en loods, de erfverhardingen rondom de stal die nodig zijn als werkruimte en het deel van het perceel aan de noordzijde waar nieuwbouw zal plaatsvinden. Voor inventarisatiedoeleinden wordt een indeling in uurhokken (5x5 km) en kilometerhokken gebruikt om de verspreiding van soorten en vegetaties in kaart te brengen. Het plangebied en de directe omgeving daarvan liggen in het kilometerhok 201-575 (uurhok 06-55).

3. Methode Het onderzoek bestaat uit een veldonderzoek op de locatie en bureaustudie. Op 18 augustus 2023 is het plangebied bezocht en is de aanwezigheid van natuurwaarden in kaart gebracht. Aangetroffen beschermde plant- en diersoorten zijn genoteerd. Het veldonderzoek is een momentopname. Aan de hand van literatuur en gegevens van verschillende instanties is onderzoek gedaan om een beeld van de natuurwaarden van het plangebied aan te vullen. Er is daartoe een globale rapportage opgevraagd bij de Nationale Database Flora & Fauna (NDFF). Bronnen betreffen onder meer J. de Jong (2017) De Kerkuil; ecologie, gedrag en bescherming. RBF print & mail Drachten en de websites AHN.nl, Bodemdata.nl, Natura2000.nl, Topotijdreis.nl, Verspreidingsatlas.nl en Fryslan.frl.

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Bildtweg 4

3

4. Resultaten 4.1 NDFF Uit de beknopte levering vanuit de Nationale Database Flora & Fauna (NDFF) blijkt dat de beschikbare gegevens een fragmentarisch karakter hebben. Alleen vaatplanten, mossen en vogels zijn redelijk tot goed onderzocht. De gegevens uit de NDFF zijn aangevuld met gegevens uit literatuurbronnen (Tabel 1). Tabel 1. Aantal soorten in het kilometerhok volgens de NDFF (2023). Soortgroep Totaal Beschermd Vaatplanten 255 Mossen 21 Korstmossen 6 Paddenstoelen 5 Vleermuizen niet 12 HRIV-soort Overige zoogdieren 8 33 WnbA-soort met vrijstelling, 14 HR-soort Broedvogels 44 42 Wintervogels 80 79 Amfibieën 1 16 WnbA-soort met vrijstelling Reptielen niet7 Vissen 3 18 WnbA-soort Dagvlinders 10 Libellen 59 Overige ongewervelden 12 -

Overig 7 Rode-Lijstsoorten

11 Rode-Lijstsoort 15 Rode-Lijstsoort waarvan 7 op Rode Lijst

1 Rode-Lijstsoort

Uurhok: 7 Rode-Lijstsoorten Uurhok: Laatvlieger (RL-KW), Gewone grootoorvleermuis, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Gewone en Ruige dwergvleermuis. 3 Tevens zijn ook Das en Waterspitsmuis (geen provinciale vrijstelling) in het uurhok waargenomen. 4 Otter 5 Bunzing (RL-KW), Haas, Konijn, Wezel (RL-GE) 6 Uurhok: Gewone pad, Kleine watersalamander, Bastaardkikker, Meerkikker en Bruine kikker; tevens Heikikker (HRIV). 7 Uurhok: geen reptielen aangetroffen 8 Grote modderkruiper (RL-KW) 9 Uurhok: Groene glazenmaker (HRIV, RL-BE), Vroege glazenmaker, Glassnijder en Bruine korenbout (RLKW) 1 2

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Bildtweg 4

4

4.2 Landschap en beschermde gebieden Het plangebied ligt op een zandkop in een veengebied, aan de noordkant van de laagte waar de Witveenstervaart doorheen loopt. De watergang die aan de zuidzijde van het plangebied ligt, staat 250 meter naar het zuidoosten in verbinding met de Witveenstervaart en de Kattegatsterwijk. De naam Zet of ’t Oerset bij het plangebied duidt op een brug of pontje dat er ooit op deze plek was. De watervegetatie wordt gedomineerd door Kikkerbeet en op sommige plekken door kroos. Verder zijn onder meer Pijlkruid en Grote egelskop frequent tot abundant aanwezig. Het landschap heeft een agrarisch karakter met veel grasland en hier en daar maïsakkers. De graslanden in en om het plangebied waren ten tijde van het veldbezoek kort geleden gemaaid. Tussen het perceel waar de nieuwe woning zal worden gerealiseerd en de maïsakker ten noorden daarvan ligt een drooggevallen greppel. Tussen het bestaande erf en de nieuwe woning liggen een watervoerende sloot en een hoogopgaande singel met o.a. Gewone es, Spaanse aak, Schietwilg en Eenstijlige meidoorn. Ook de sloot langs de Bildtweg is watervoerend. Aan de zuidzijde van de watergang en verder naar het westen ligt natuurgebied De Leijen (Natuurnetwerk Nederland). De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Alde Feanen) bedraagt meer dan acht kilometer.

4.3 Vaatplanten, (korst)mossen en paddenstoelen In het plangebied komen algemene plantensoorten voor. Op de golfplaten van het dak van de stal komen algemene soorten (korst)mossen voor. Beschermde en zeldzame plant-, mos- en korstmossoorten zijn op basis van het veldbezoek uitgesloten in het plangebied. Zeldzame soorten paddenstoelen worden op basis van het biotoop niet verwacht. 4.4 Vleermuizen De stal is opgebouwd met stalen spanten op staanders, onderling verbonden door houten gordingen. Op de spanten liggen golfplaten en rondom zijn enkelsteens muren opgetrokken. Op de kopse gevels bevindt zich een afwerking van golfplaten. Vleermuizen en vogels kunnen door diverse gaten en spleten in de stal komen. In de stal zijn op twee plekken afgebeten insectenschildjes en een keutel van de Gewone grootoorvleermuis gevonden. Verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen en zijn in de stal uitgesloten vanwege onvoldoende wegkruipmogelijkheden. De loods bestaat voor een deel uit een open werktuigberging en een afgesloten deel waar paarden gestaan hebben. De constructie is gelijk aan die van de stal. Vleermuisverblijfplaatsen zijn uitgesloten. De stal maakt deel uit van een kophalsrompboerderij, waarbij de kop en de hals blijven staan. Het pannendak van het voorhuis is geschikt voor vleermuizen als verblijfplaats, doordat vleermuizen aan de kopse kanten kunnen invliegen onder de randpannen.

Een ander bijgebouw dat eveneens zal blijven staan is niet geschikt voor vleermuizen. Het is met name het groen rond de boerderij en de ligging nabij natuurgebied die het plangebied

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Bildtweg 4

5

aantrekkelijk maken voor vleermuizen. Soorten die in het voorhuis kunnen verblijven zijn Gewone grootoorvleermuis, Gewone en Ruige dwergvleermuis en mogelijk ook Laatvlieger en Meervleermuis. Het groen rond de boerderij vormt het foerageergebied voor deze soorten (behalve Meervleermuis). De Bildtweg vormt mogelijk een vliegroute voor vleermuizen. 4.5 Overige zoogdieren Op basis van het landschap zijn algemene soorten zoogdieren te verwachten. Op het erf zijn geen sporen aangetroffen van Das, Steenmarter, Hermelijn en Wezel. Geschikt water- en moerasbiotoop ontbreekt voor Otter en Waterspitsmuis. Sporen en vaste verblijfplaatsen van andere beschermde soorten zijn niet aangetroffen en op basis daarvan uitgesloten. 4.6 Vogels In de stal zijn geen nesten en sporen van vogels aangetroffen. In de berging/loods, in onderscheid van de stal, waren twee duivennesten aanwezig; uit één daarvan vloog een holeduif wat er waarschijnlijk op duidt dat er nog eieren of jongen aanwezig zijn. Verder waren er in beperkte mate braakballen en schijtsporen die duiden op incidentele aanwezigheid van de Kerkuil. Deze loods biedt geen nestplekken aan kerkuilen. In de systematiek van het Kennisdocument betreft het daarom geen nest-verblijfplaats.

Nestplaatsen bevinden zich in de boerderijen in Witveen, langs het lint Witveensterweg - Robyntsjewei- Bildreed (in 2019 twee broedgevallen volgens Waarneming.nl). Dit is op minstens 850 meter van het plangebied. De boerenerven langs de Zwarteweg liggen op vergelijkbare afstand. Van hieruit vliegen kerkuilen tot in het natuurgebied De Leijen (er zijn ook waarnemingen van kerkuilen bij het 500 meter zuidelijker gelegen paviljoen). Afstanden van twee tot vijf kilometer vanaf de nestplek zijn bij telemetrieonderzoek gemeten (De Jong 2017). De aanwezigheid van de Kerkuil in het plangebied betreft op basis van de sporen een incidentele aanwezigheid. “Overige verblijfplaatsen” in de zin van het Kennisdocument zijn uitgesloten. Er waren geen huismussen aanwezig en deze worden vanwege de afgelegen ligging niet verwacht. In het opgaand groen rond het bestaande perceel en het perceel dat bebouwd zal worden broeden algemene vogelsoorten. In het grasland worden geen broedende weidevogels verwacht in verband met de nabijheid van het bestaande erf en het opgaand groen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in en rond het plangebied is op basis van het veldbezoek uitgesloten. 4.7 Amfibieën In het plangebied komen algemene amfibieën voor, zoals Gewone pad, Meer- en Bastaardkikker, Bruine kikker en Kleine watersalamander.

De zwaar beschermde Heikikker (HRIV) is uit het uurhok bekend en komt voor in De Leijen. Het plangebied is als landbiotoop ongeschikt. De aanwezigheid van de Heikikker is daarom uitgesloten. 4.8 Overige soortgroepen In het plangebied en de directe omgeving ervan komen algemene soorten ongewervelde dieren voor. Daarnaast komt in de omgeving de Grote modderkruiper voor (WnbA, RL-KW). De brede watergang aan de zuidzijde vormt voor deze soort een geschikt biotoop. De overige

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Bildtweg 4

6

watervoerende sloten in het plangebied zijn ongeschikt, doordat ze sterk beschaduwd zijn, waardoor er veel blad in het water ophoopt, wat een type bagger oplevert waarin grote modderkruipers niet kunnen leven. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten op basis van de bekende verspreiding en het biotoop.

5. Effecten

5.1 Werkzaamheden en uitstraling Er zal sloop- en grondwerk plaatsvinden om de bestaande stal en loods te verwijderen. Het sloopafval zal worden afgevoerd en bouwmateriaal worden aangevoerd. Gedurende een aantal weken zullen er graafmachines en kranen op de locatie aan het werk zijn. Vanwege de zandbodem wordt ervan uitgegaan dat er geen heiwerkzaamheden uitgevoerd worden. De werkzaamheden zijn gepland vanaf het najaar van 2023 en sloop- en funderingswerkzaamheden zijn afgerond vóór het voorjaar van 2024. Als gevolg van de werkzaamheden wordt de bodem ter plaatse verstoord en vindt uitstraling plaats van met name geluid, trillingen en stof. Uit stikstofberekeningen bij projecten met vergelijkbare omvang en ligging blijkt dat er geen overschrijdingen van stikstof plaatsvinden in Natura 2000-gebieden. Er is van uitgegaan dat de werkzaamheden overdag plaatsvinden en dat er tijdens de bouwperiode ’s nachts geen verlichting wordt gebruikt. 5.2 Effecten op natuurgebieden De werkzaamheden hebben een lokale uitstraling. Negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000 en het NatuurNetwerk Nederland zijn uitgesloten. 5.3 Effecten op vogels De werkzaamheden met de meeste uitstraling vinden plaats in het winterhalfjaar. De uitstraling van geluid en optische verstoring reikt niet tot in de Leijen, waardoor rustende en overwinterende watervogels niet worden verstoord.

De verstoring van foeragerende vogels op aangrenzende graslandpercelen is beperkt en er is voldoende alternatief foerageergebied in de omgeving aanwezig. Jaarrond beschermde nesten worden niet verstoord of vernietigd. Voor zover de werkzaamheden doorlopen in het broedseizoen betreft het (af)bouwwerkzaamheden waarbij de uitstraling gering is. 5.4 Effecten op overige soorten Op de plek van de werkzaamheden worden algemene plant- en diersoorten tijdelijk verstoord. Omdat de werkzaamheden overdag plaatsvinden en er qua verharding en bebouwingsgraad geen toename plaatsvindt (eerder een afname), zijn negatieve effecten op foerageergebied en vliegroute van vleermuizen uitgesloten. Negatieve effecten op overige bedreigde en beschermde plant- en diersoorten zijn uitgesloten.

Vos Ecologisch Onderzoek

Ecologische quickscan Bildtweg 4

7

6. Conclusies en advies Negatieve effecten op natuurgebieden zijn uitgesloten. Ten aanzien van de Kerkuil voorziet het Kennisdocument alleen in een methode om de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten uit te sluiten. “Overige rustplaatsen” waar het hier eventueel om gaat, worden in het Kennisdocument slechts summier besproken en worden beschreven als vaste plekken, wat een zekere continuïteit in gebruik suggereert. In het boek dat Johannes de Jong schreef over De Kerkuil (2017) wordt het onderwerp “Overige rustplaatsen” slechts kort aangestipt in een advies om in een schuur twee nestkasten op te hangen, omdat de man en de vrouw een eigen rustplek hebben. Het gaat daarbij om verblijfplaatsen in de directe omgeving van een nestplaats. Daarvan is in het plangebied geen sprake. Op basis van de geringe hoeveelheid braakballen en sporen is de situatie beoordeeld als “incidentele aanwezigheid”. Negatieve effecten op beschermde soorten zijn uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet nodig. Daarnaast geldt een algemene zorgplicht. Het verstoren, verwonden of doden van dieren (en planten) moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Wanneer er bijvoorbeeld amfibieën worden aangetroffen op de bouwplaats kunnen deze het beste worden opgepakt en verplaatst naar een plek in de omgeving, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=cfe4f37d-2e10-47fb-adee-3980d4a6ab61