07 - Bijlage 1.2 Advies externe veiligheid
Tekst van het document
Advies EV Bestemmingsplan Bildtwei 4 te Eastermar
Grou, 28 maart 2024
Advies EV Bestemmingsplan Bildtwei 4 te Eastermar gemeente Tytsjerksteradiel
: Martin de Haan / +31 566 75 04 52 / m.dehaan@fumo.nl Datum
: 28 maart 2023
Kenmerk
: 2024-FUMO-0087717
Status
: Definitief
Versie
: 1
- 2 / 10 -
Inleiding Aan de Bildtweg 4 te Eastermar (hierna: ‘plangebied’) bevindt zich een voormalige melkveehouderij. Initiatiefnemer wenst de agrarische bedrijfsgebouwen voor het grootste gedeelte te slopen. Deze bedrijfsgebouwen bestaan uit en stal en een loods en hebben een oppervlakte van respectievelijk ca. 890 en 400 m2. Hiervoor in de plaats wenst initiatiefnemer een nieuwe woning te bouwen langs de Bildtweg binnen het huidige agrarische bouwperceel. De huidige bedrijfswoning blijft bestaan zodat er in de toekomstige situatie twee woningen aanwezig zullen zijn. De woningen passen niet binnen de bestemming “Agrarisch – bedrijf grondgebonden”. Het perceel Bildtweg 4 te Eastermar wordt met voorliggende bestemmingsplanwijziging gesplitst in twee woonkavels (met een oppervlakte van respectievelijk 8000 en 5000 m2) met de enkelvoudige bestemming “Wonen – A1” en met behoud van de dubbelbestemming “Waarde Landschap (Open landschap). De bestemming “Agrarisch Bedrijf grondgebonden” met het bijbehorende bouwperceel vervalt met vaststelling van de nieuwe bestemming. Door de gemeente Tytsjerksteradiel is gevraagd om een advies externe veiligheid voor het bestemmingsplan. De procedure voor het wijzigen van de bestemming is voor 1 januari 2024 in behandeling genomen. Dit houdt in dat het onderstaande advies van de FUMO is gebaseerd op de op dat moment geldende regelgeving.
Eindconclusie Het plangebied ligt geheel binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie. Er wordt voldaan aan grenswaarde van 10-6 per jaar. Het groepsrisico (GR)neemt door de wijziging niet toe. Het groepsrisico dient te worden verantwoord. Omdat het groepsrisico met minder dan 10% toeneemt en het groepsrisico kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde, kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het GR (zie artikel 12, lid 3b Bevb). Geadviseerd wordt, in verband met het verantwoorden van het groepsrisico, Brandweer Fryslân overeenkomstig artikel 12 lid 2 van het Bevb om advies uit te brengen over de onderwerpen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Nadat het advies van Brandweer Fryslân door u is ontvangen kan de FUMO, indien gewenst, een definitief EV advies opstellen. Met behulp van het uitvoeren van de verantwoordingsplicht voor het GR en het advies van Brandweer Fryslân, dient het bevoegd gezag zich uit te spreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid vooralsnog geen belemmering oplevert voor de ontwikkeling van het plan. Voor wat betreft de acceptatie van het restrisico dient ook het belang van de ontwikkeling meegewogen te worden.
Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van aanwezige risicobronnen, in de nabijheid van het plangebied, is de EVsignaleringskaart geraadpleegd, zie figuur 1. Het plangebied is rood gearceerd.
- 3 / 10 -
Figuur 1. EV-signaleringskaart (28 maart 2024). Buisleidingen (rood gestippeld), propaangastank (blauwe cirkel).
De EV-signaleringskaart laat het volgende zien: Ten westen van het plangebied bevindt zich een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie. Op het eigen terrein is een propaangastank van 5 m3 aanwezig, ten behoeve van het verwarmen van de bestaande woning. Beperkt kwetsbaar object of kwetsbaar object Op grond van artikel 1 lid 1, letter a1 onder b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), worden verspreid liggende woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare als beperkt kwetsbaar object aangemerkt. Dit is het geval bij dit plan. De bestaande (bedrijfs)woning was voorheen ook al een beperkt kwetsbaar object aangemerkt. Hierin vindt geen wijziging plaats. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plangebied als beperkt kwetsbaar object moet worden aangemerkt. Propaangastank De aanwezige propaangastank wordt gebruikt voor het verwarmen van de bestaande woning en heeft een inhoud van 5 m3. De propaangastank wordt niet meer dan 5 keer per jaar bevoorraad. Dit houdt in dat een veiligheidsafstand van 10 meter moet worden aangehouden ten opzichte van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van derden, zie artikel 3.28 van het Activiteitenbesluit. Het bouwblok waarop de tweede woning zal worden gerealiseerd bevindt zich op een afstand van circa 90 meter vanaf de propaangastank.
Dit houdt in dat de propaangastank geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de propaangastank geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan
- 4 / 10 -
Hogedruk aardgastransportleiding De hogedruk aardgastransportleiding heeft de volgende kenmerken: Hogedruk aardgastransportleiding Eigenaar Leidingnaam Diameter (mm)
Druk (bar)
1% Letaliteitszone (invloedsgebied) in (m)
100% Letaliteitszone in (m)
Gasunie
40
68
138
N-505-71
324
Tabel 1: Gegevens hogedruk aardgastransportleiding
In figuur 2 zijn de letaliteitszones ten opzichte van het plangebied weergegeven.
Figuur 2. Buisleiding (rode stippellijn), 100% letaliteitsgrens (buitenzijde blauw gestippelde lijn) en 1% letaliteitsgrens (buitenzijde rode lijn).
Uit figuur 2 kan worden opgemaakt dat het plangebied geheel binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie ligt. De bestaande bedrijfswoning ligt binnen de 100% letaliteitszone. De nieuw te bouwen woning wordt buiten de 100% letaliteitszone maar binnen de 1% letaliteitszone gerealiseerd. Dit houdt in dat het aspect externe veiligheid op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) dient te worden beoordeeld. Om die reden dient er een risicoanalyse te worden uitgevoerd naar de gevolgen van het groepsrisico van de voorgenomen ontwikkeling. Op grond van het Bevb dient het ruimtelijke plan te worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar en dient het groepsrisico te worden beoordeeld. Plaatsgebonden risico (PR) buisleidingen Het plaatsgebonden risico van deze buisleidingen is binnen de belemmeringsstrook van de buisleiding gelegen. Aangezien het plangebied buiten deze belemmeringsstrook ligt, voldoet het plan aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar. - 5 / 10 -
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het PR10-6 per jaar geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan. Groepsrisico (GR) Het invloedsgebied van de buisleiding bedraagt 138 meter gemeten vanaf de buisleiding. Omdat de ontwikkeling binnen het invloedsgebied plaats vindt dient een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden (artikel 12, lid 1 Bevb). De hoogte van het groepsrisico binnen het invloedsgebied van de buisleiding is voor zowel de huidige situatie als voor de toekomstige situatie, na realisatie van het plan, met het rekenprogramma Carola, versie 1.0.0.52 berekend. Huidige situatie De populatie binnen het invloedsgebied van de buisleidingen is geïnventariseerd. Het berekende groepsrisico voor de huidige situatie is in figuur 3 weergegeven.
Figuur 3: Groepsrisicocurve bestaande situatie
Toekomstige situatie Voor de toekomstige situatie maakt het plan de realisatie van een extra woning binnen het invloedsgebied mogelijk. Voor het berekenen van de hoogte van het groepsrisico in de toekomstige situatie is uitgegaan van een toename van 2,4 personen, conform de ‘Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico’ van november 2007. Het berekende groepsrisico voor de toekomstige situatie is in figuur 4 weergegeven.
- 6 / 10 -
Figuur 4: Groepsrisicocurve nieuwe situatie
Uit figuur 4 blijkt dat het groepsrisico door de realisatie van het plan niet toeneemt. De aanwezig populatie is zo laag dat er formeel geen sprake is van groepsrisico. Er is sprake van groepsrisico indien ten minste 10 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de hoogte van het GR geen belemmering vormt voor de realisatie van de ontwikkeling. Verantwoording groepsrisico Zoals hiervoor is verwoord, valt de te bouwen woning buiten de 100% letaliteitszone, maar binnen de 1% letaliteitszone. Dit houdt in dat het groepsrisico verantwoord moet worden overeenkomstig artikel 12, eerste lid van het Bevb. Omdat het groepsrisico niet met meer dan 10% toeneemt en het groepsrisico kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde, kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het GR (zie artikel 12, lid 3 Bevb). De verantwoording beperkt zich tot de onderstaande elementen a, b, f en g van artikel 12, eerste lid van het Bevb. De wettelijk verplichte onderdelen: a. de aanwezige dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleidingen(en) op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld; b. het GR per km buisleidingen en de bijdrage ten gevolge van de vaststelling van het plan; c.
indien mogelijk de maatregelen ter beperking van het GR die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding; d. andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; e. eventueel te treffen maatregelen die leiden tot een beperking van het groepsrisico: f. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; g. de mogelijkheden van personen die zich in het invloedsgebied van de buisleiding(en) bevinden om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. De onderdelen a en b zijn in dit advies uitgewerkt. Op grond van artikel 12 lid 2 van het Bevb dient Brandweer Fryslân in de gelegenheid te worden gesteld, om advies uit te brengen over de - 7 / 10 -
onderwerpen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (onderdelen f en g). Ik adviseer u dit advies op te vragen. Conclusie Ondanks maatregelen ter verhoging van de veiligheid kunnen risico’s nooit voor 100% worden weggenomen. Ook na het nemen van veiligheid verhogende maatregelen zal een restrisico blijven bestaan. Met behulp van het uitvoeren van de verantwoordingsplicht voor het GR en het advies van Brandweer Fryslân, dient het bevoegd gezag zich uit te spreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico. Voor wat betreft de acceptatie van het restrisico dient ook het belang van de ontwikkeling meegewogen te worden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid vooralsnog geen belemmering vormt voor de haalbaarheid van voorliggend plan.
- 8 / 10 -
Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: - het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); - het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); - het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico’s gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Groepsrisico (GR) Dit is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Met het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. 2.
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op basis van het Bevb dienen plannen, vergelijkbaar met het Bevi, te worden getoetst aan de grensen richtwaarde voor het PR en de oriëntatiewaarde voor het GR. 3. Basisnet Het basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over de weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Het basisnet is vastgelegd in onder andere de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 4. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Bevt opgesteld. Hierin zijn de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet wettelijk vastgelegd.
- 9 / 10 -
5. Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) Het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende regeling is de opvolger van een groot aantal AMvB’s. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, zoals veiligheidsafstanden waaraan voldaan moet worden. Verantwoordingsplicht In het Bevi, Bevb en het Bevt is onder andere een verantwoordingsplicht GR opgenomen. Deze verantwoording houdt in dat in bepaalde gevallen planologische keuzes moeten worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag.
- 10 / 10 -