CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

07 - 2 - vastgesteld - toelichting - bijlage 03 Beknopte natuurtoets (ecologisch onderzoek)

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 14 december 2023, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Jistrum, Fjildwei MFA (besluitvormend, hamerstuk)2.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beknopte natuurtoets MFA Jistrum projectnummer: P001099 Onderwerp:

Beknopte natuurtoets MFA Jistrum

Datum:

21-04-2022

Inleiding KADER In het kader van de planologische procedure voor de realisatie van een multifunctionele accommodatie (MFA) aan de Fjildwei 8 in Jistrum, is een beknopte natuurtoets uitgevoerd. Het doel van de natuurtoets is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming 1

(Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets op 11 april 2022 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: helder, droog, circa 13˚C en een zwakke wind. PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied bestaat uit een gedeelte van het terrein en het complex van de huidige voetbalvereniging en de snackbar aan de noordwestzijde van het gebied. De noordwestzijde van het complex van de voetbalvereniging (voornamelijk voetbalkantine) en de snackbar worden gesloopt (nummers 1 in figuur 1). De voetbalkantine bestaat uit baksteen en heeft een plat dak met bitumen. De snackbar bestaat uit houten wanden en een plat dak. De zuid- en oostzijde van het huidige complex blijven behouden. De zuidzijde van dit gebouwdeel is opgetrokken uit baksteen en heeft een gevel bekleed met damwandplaten. De overige gebouwdelen bestaan uit baksteen met een plat dak dat met bitumen is bekleed. Ten noorden van het complex ligt een parkeerplaats. Langs de noord- en oostzijde van het complex is verharding aanwezig. Ten zuiden ligt een grasveld en staat een bomenrij. Langs de zuidzijde van de bomenrij ligt een sloot en staan bosschages.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

De plannen bestaan uit: -

de herinrichting van het parkeerterrein ten noorden van het gebouw;

-

de sloop van de gebouwdelen aan noordwestzijde van het complex en de snackbar;

-

de aanbouw van de MFA rondom het te behouden gebouw;

-

de kap van de bomenrij aan de zuidzijde van het terrein;

-

het dempen van (een gedeelte van) de sloot aan de zuidzijde en westzijde van het terrein.

Figuur 1. Locatie van het onderzochte gebied (rood). Gebouwdelen met nummer 1 worden gesloopt. Gebouwdelen met nummer 2 blijven behouden. De sloot met nummer 3 wordt gedempt. Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

2

Figuur 2. De nieuwe inrichting van het terrein

Foto’s 1 en 2. Impressie van het plangebied op 11 april 2022. Links de zuidzijde van het complex en rechts de bomenrij langs de zuidzijde van het terrein

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

3

Foto’s 3 t/m 8. Impressie van het plangebied 11 april 2022. Bovenste rij: de bomenrij langs de zuidzijde van het terrein. Middelste rij: de zuidzijde van het terrein en de te dempen sloot. Onderste rij: de noordzijde van het de te slopen gebouwdelen met ruimte achter de gevelbekleding

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

4

Foto’s 9 t/m 14. Impressie van het plangebied 11 april 2022. Bovenste rij: het te slopen gebouw en de te slopen snackbar. Middelste rij: ruimte achter boeidelen van de voetbalkantine en de te dempen sloot aan de westzijde van het terrein. Onderste rij: de west- en zuidzijde van de te slopen voetbalkantine

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

5

Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).

Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van gegevens van de laatste vijf jaar in de Nationale Database Flora en Fauna

2

(NDFF © 19 april 2022) blijkt dat in een straal van 0 - 2 km van het plangebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreffen vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren en een amfibie (heikikker). In het gemaaide grasveld aan de zuidzijde van het terrein zijn de algemene gras- en plantensoorten Engels raaigras, madeliefje, smalle weegbree en paardenbloem waargenomen. De bomenrij en bosschage aan de zuidzijde van het terrein bestaat uit zomereik, meidoorn, braam en gewone es. Langs de westzijde van het gebouw staan enkele gewone essen. De aangetroffen soorten duiden op voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden. In de watergangen groeit geen vegetatie. De oevervegetatie die op enkele locaties aanwezig is, bestaat uit algemeen voorkomende grassoorten. Beschermde plantensoorten zijn niet bekend vanuit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Geschikt habitat voor beschermde soorten is ook niet in het plangebied aanwezig. Uit de omgeving van het plangebied is een aantal vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten bekend, die vaak broeden in bebouwing of in dorpen. Het gaat hierbij onder andere om gierzwaluw, huismus, kerkuil en ransuil. Doordat het complex vrijwel volledig een plat dak heeft, is deze niet geschikt voor huismus of gierzwaluw om in te broeden.

Het hogere gebouwdeel aan de zuidzijde van het plangebied heeft openingen in de afwerking van de damwandplaten gevelbekleding. Deze openingen leiden echter niet naar een geschikte besloten ruimte waarin gierzwaluw kan broeden. Verder 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

6

zijn de gebouwdelen niet toegankelijk voor soorten als kerkuil om in te broeden of een rustplaats te hebben. In de te kappen bomen op en rondom het terrein zijn geen nesten die geschikt zijn voor soorten zoals ransuil waargenomen. Het plangebied met bebouwing en groen mogelijk een onderdeel van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals de uit de directe omgeving bekende huismus en ransuil (NDFF). In de sloten kunnen algemene vogels, zoals wilde eend, broeden. In de opgaande beplanting kunnen soorten als winterkoning, houtduif en merel broeden. Nesten van dergelijke algemene soorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd. In de bomen op het terrein zijn geen holtes of scheuren, die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen, waargenomen. In het gebouw zitten verschillende openingen en ruimtes waar vleermuizen, zoals de uit de NDFF bekende laatvlieger, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis, een verblijfplaats kunnen hebben. Het gaat om ruimtes achter de gevelbekleding rondom de voetbalkantine en open stootvoegen aan de oostzijde van het complex. Het hogere gedeelte van het gebouwdeel aan de zuidzijde heeft relatief grote openingen in de afwerking van de damwandplaten gevelbekleding.

Door de positie aan de zuidzijde zullen deze ruimten snel opwarmen en afkoelen en hebben daardoor geen geschikt microklimaat voor vleermuizen om in te verblijven. Daarnaast zijn de damwandplaten erg glad waardoor de open binnenruimten voor vleermuizen niet geschikt zijn om zich aan vast te houden. Het plangebied kan onderdeel zijn van het foerageergebied van de vleermuissoorten die uit de directe omgeving van het plangebied bekend zijn, zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger. De bomenrij langs de zuidzijde van het terrein kan onderdeel zijn van een essentiële vliegroute van vleermuizen. Het gazon en de begroeiing in het plangebied vormen geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten, steenmarter, egel en huisspitsmuis (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde otter bekend (NDFF). In of direct grenzend aan het plangebied zijn geen grote watergangen aanwezig waar deze soort voornamelijk in voorkomt. Hierdoor kan de aanwezigheid van otter worden uitgesloten. Waarnemingen van kleine marterachtigen in de directe omgeving zijn niet bekend. Geschikte verblijfplaatsen voor deze soorten zijn ook niet op het terrein aanwezig.

Verder worden deze soorten, gezien de grote mate van verstoring, niet op het terrein verwacht.

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

7

De watergangen vormen geschikt biotoop voor algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de omgeving van het plangebied is de niet-vrijgestelde soort heikikker waargenomen (NDFF). Het plangebied biedt geen geschikt biotoop voor deze meer kritische beschermde soort door het ontbreken van geschikt voortplantingsbiotoop, zoals vennen in heide- en hoogveengebieden. Overige beschermde soorten uit de soortgroepen vissen, ongewervelden en reptielen zijn niet in de directe omgeving bekend (NDFF). Het plangebied biedt deze soortgroepen ook geen geschikt leefgebied. De aanwezigheid van deze soorten kan worden uitgesloten. TOETSING Als gevolg van werkzaamheden op het terrein kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. Nader ecologisch onderzoek is nodig om te bepalen of in de bebouwing verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn en of deze door de werkzaamheden worden verstoord of vernietigd. Daarnaast kan een mogelijke vliegroute van vleermuizen verloren gaan als gevolg van de kap van de bomenrij langs de zuidzijde van het terrein. Daarom is nader onderzoek nodig om te bepalen of deze bomenrij onderdeel is van een vliegroute van vleermuizen.

Bij uitvoering van het plan zal het plangebied veranderen als foerageergebied voor vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, maar zal niet geheel ongeschikt worden. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen treden niet op. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van algemene vogelsoorten worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân.

Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

8

Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor de provincie Fryslân uitgewerkt in de Verordening Romte 2014. WEIDEVOGELLEEFGEBIED Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van weidevogelleefgebied. Hiertoe zijn specifieke gebieden aangewezen.

INVENTARISATIE Het plangebied ligt 9,9 km ten noordoosten van het dichtstbijzijnde, in het kader van de Wnb beschermde, Natura 2000-gebied ‘Alde Feanen’. Zo’n 650 m ten westen van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied. De graslanden 4 km ten noordoosten van het plangebied zijn aangewezen als weidevogelleefgebied. TOETSING Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan het Natura 2000-gebied ‘Alde Feanen’. Hierdoor zijn in potentie effecten alleen mogelijk door externe werking. Tussen het plangebied en het Natura 2000gebied ligt bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten.

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

9

Eventuele toename van stikstofdepositie als gevolg van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase is op basis van de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering vrijgesteld van vergunningplicht. De locatie van het plan ligt op ruime afstand tot de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen (> 10 km). Hierdoor wordt geen toename van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase verwacht. Het NNN in Fryslân kent geen externe werking. Met de uitvoering van de plannen gaat geen NNN verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten. Weidevogelleefgebieden zullen eveneens geen verstoring ondergaan, gezien de afstand tot het plangebied. Beschermde houtopstanden 2

De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen die buiten de bebouwde kom liggen. INVENTARISATIE EN CONCLUSIE Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom. In het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Fryslân is niet nodig. Conclusie Voor dit plan is op 11 april 2022 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Uit de toetsing komt naar voren dat als gevolg van de plannen mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen en een vliegroute van vleermuizen verloren gaan. Nader onderzoek is nodig om de aan- of afwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen van laatvlieger, gewone dwergvleermuis en/of ruige dwergvleermuis in het complex en een vliegroute langs de zuidelijke bomenrij vast te stellen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Verder moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli.

Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het plangebied gaan broeden vanwege de continue verstoring.

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

10

Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen. Een nadere analyse in het kader van de gebiedsbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Wnb nodig. Daarnaast is het plan op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met het provinciaal natuurbeleid van de Provinciale Omgevingsverordening. Het plan leidt tot slot niet tot negatieve effecten op in het kader van de Wnb beschermde houtopstanden.

datum 21-04-2022

projectnummer P001099

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=462e08fa-86c9-46a0-8f66-03448fcf4cb2