06 - Bijlage 2a - Bijlagen groenbeleidsplan 2025
Tekst van het document
Bijlagen Groenbeleidsplan 2025
1
Bijlagen Groenbeleidsplan 2025 Gemeente Tytsjerksteradiel
2
Inhoudsopgave Bijlage 1: Samenvatting groenbeleidsplan 2012 ................................................................. 4 Bijlage 2: Overzicht bezuinigingen op openbaar groen 2012-2024 ..................................... 5 Bijlage 3: Overzicht bewonersparticipatie openbaar groen en biodiversiteit ...................... 6 Bijlage 4: Ziekten en plagen bij bomen ................................................................................ 8 Bijlage 5: Overlast door bomen .......................................................................................... 10 Bijlage 6: Overzicht speerpunten en uitvoering groenbeleidsplan 2025 ........................... 14 Bijlage 7: Speerpunten beleid bomen ................................................................................ 15 Bijlage 8: Groenstructuurplannen dorpen .......................................................................... 22 Bijlage 9: Speerpunten beleid groen in de dorpen ............................................................. 47 Bijlage 10: Speerpunten beleid groen in het buitengebied ................................................ 54 Bijlage 11: Speerpunten beleid park De Klinze .................................................................. 59 Bijlage 12: Kaders verkoop openbaar groen ......................................................................
61 Bijlage 13: Overzicht Unielijstsoorten in onze gemeente 2025 ......................................... 63 Bijlage 14: Resultaten enquête Denk Mee: Wat vind jij van het openbaar groen. ............ 64
3
Bijlage 1: Samenvatting groenbeleidsplan 2012 Dit groenbeleidsplan is grotendeels een voortzetting van het groenbeleid van de periode 1993 t/m 2012. Het is geactualiseerd op basis van nieuwe ontwikkelingen. Bomen zijn belangrijke beelddragers in het openbaar groen en daarom van grote waarde. In het bijzonder trachtten wij de boomstructuren in stand te houden en in de nieuwbouwplannen uit te breiden. Dit om de dorpen samenhang te geven. Verder proberen wij te zorgen voor voldoende groeiruimte voor de bomen en ons bomenbestand door middel van variatie in soorten en het bevorderen van het natuurlijk evenwicht weerbaarder te maken tegen ziekten en plagen. Daarnaast streven wij naar het vergroten van de waarde van ons bomenbestand door het in stand houden en toepassen van nectarhoudende, besdragende en eetbare soorten. Dit vergroot tevens de belevingswaarde van het openbaar groen. In de dorpen streven wij naar grote groenobjecten met gebruikswaarde voor sport, spel en recreatie. Ook natuur en beleving zijn belangrijke elementen die wij hierin willen meenemen. Dit in de vorm van bloemrijk gras, bijenweides en eetbaar groen. Daarnaast proberen wij bestaande elzensingels en dykswallen in te passen in de dorpen om zo het gebiedseigen karakter van de dorpen te versterken. In het buitengebied proberen wij de elzensingels, dykswallen, bosjes en hagen te behouden.
Zo willen wij een bijdrage leveren in het behoud van De Noardlike Fryske Wâlden. Daarnaast streven wij naar goed functionerende sloten en graspaden. Tot slot willen wij het landgoed van de Klinze (rijksmonument) in stand houden. Op het gebied van onkruidbestrijding op de verharding zijn wij sinds 2016 verplicht om het onkruid niet-chemisch te bestrijden. Verder gaan wij met ingang van dit jaar de openbare ruimte dit jaar onderhouden op basis van beeldkwaliteit. Daarnaast is het mogelijk dat burgers zelf het openbaar groen onderhouden. Naar aanleiding van de bezuinigingen zijn er een aantal zelfbeheerinitiatieven ontstaan. Verder zijn er nog een aantal zelfbeheerinitiatieven als die voortvloeien uit een eetbaar-groenproject of de realisatie van een bijenweide. Tot slot hebben bewoners een rol gespeeld bij snoeiwerkzaamheden van De Klinze, de planvorming van het Wetter en Wille-park in Burgum en de inrichting van het kantineplein in Jistrum.
4
Bijlage 2: Overzicht bezuinigingen op openbaar groen 2012-2024 2012 Onkruidbestrijding alle boomspiegels door Caparis laten uitvoeren
€ 29.750
Omvormen heestervakken naar gazon
€ 20.500
Omvormen gazons naar extensief gras
€ 15.500
Begroting 2018; deels terugdraaien omvorming gazons naar extensief gras
-€ 7.354
Meer hagen machinaal knippen
€ 5.000
Meer bermen klepelen
€ 13.646
Begroting 2018; terugdraaien meer bermen klepelen
-€ 13.646
Afschaffen budget omvorming
€ 15.604
Extra taakstelling opgelegd door bestuur
€ 10.000
2019 Niet meer onkruidvrijhouden haagvoet volwassen hagen
€ 12.000
Minder schouwen veiligheid bomen (VTA)
€ 17.500
Tijdelijke verlaging budget gazonmaaien
€ 30.000
Financiële ruimte iepziektebestrijding benutten
€ 5.000
2021 Minder vaak graskanten snijden
€ 12.000
Boomspiegels volwassen bomen niet meer schoffelen
€ 24.000
Verlagen beeldkwaliteit heestervakken naar beeldkwaliteit C, minder vaak schoffelen en snoeien
€ 11.500
Totaal
€ 201.000
5
Bijlage 3: Overzicht bewonersparticipatie openbaar groen en biodiversiteit Oentsjerk (Groenkerk) Fruit te overtuin It Medsje Aldtsjerk (Dorpsbelang) Maaien deel van de gazons Gytsjerk-Oentsjerk (Stichting Cultuur en Landschap) Blommenpaad Gytsjerk-Oentsjerk (ruiter-menpad) Vlinderberm Canterlandseweg Bijenweide Van Haersmasingel Bloembakken aan lantaarnpalen Rengersweg Gytsjerk (Dorpsbelang) Bijenweide It Heechhout Munein (Biodiversiteitswerkgroep) Bloembakken met bijen en vlinderplanten verspreid door het dorp Trynspaed boomsingel met belevingswaarde voor kinderen Ryptsjerk (bewonersgroep) Realisatie bloemenweide met bollen Klaassluske Noardburgum (dorpsbelang in samenwerking met Friese Milieu Federatie) Ecologisch groen en bijenhotel It Heech en J.A. Fokkemastraat Hurdegaryp (Stichting Dorpstuin, bewonersgroep) Dorpstuin Onderhoud heestervakken Reidlanswei Heestervakken in grasstroken Reidseame Dorpswapen stationsplein Sumar (Dorpsbelang en vogelwacht) Bijenweide bij Bintjemonument (per 1 augustus 2023 naar de gemeente gegaan) Nestkastjes t.b.v. bestrijding eikenprocessierups Eastermar (Vogelwacht) Nestkastjes t.b.v. bestrijding eikenprocessierups Jistrum (vogelwacht) Nestkastjes t.b.v. bestrijding eikenprocessierups. Onderhoud zwaluwwand Jisteboerewei 6
Burgum (Vogelwacht, bewonersgroep, winkelhiem) Diverse nestgelegenheden vogels Wetter en Willepark Bloembakken aan lantaarnpalen winkelcentrum Bloemenweide Prins Willem Alexanderstraat Garyp (Vogelwacht en Garyp in it grien) Bloemrijk gras op diverse locaties (ook bollen) Bijen/vlindertuin bij Geahus Eetbaar groen Koutenburg Nestgelegenheid vogels (nestkastjes en ecotil) Bloembakken aan lantaarnpalen Greate Buorren Earnewald (Biodiversiteitswerkgroep) Inzaaien bermen met maaisel uit natuurgebieden Planten van knotwilgen in bermen Bijentuin met bijenhotel VVV-gebouw Planten bollen in gras
7
Bijlage 4: Ziekten en plagen bij bomen Hieronder volgt een overzicht van de meest voorkomende ziekten en plagen en ons beleid hierin. Iepziekte De bestrijding van de iepziekte wordt regionaal opgepakt door Stichting Iepenwacht Fryslan. Hierbij worden zieke iepen en veldiepen gerooid. Om het iepenbestand te herstellen worden er nieuwe resistente iepen aangeplant. Door deze aanpak is de het uitvalspercentage door iepziekte geruime tijd lager dan 1% Wij zullen deze wijze van bestrijding van de iepziekte voortzetten. Kastanjebloedingsziekte Omdat er nog geen middel gevonden is tegen deze ziekte zijn wij terughoudend met planten van paardenkastanjes. Paardenkastanjes met deze ziekte kappen wij pas als ze een slechte vitaliteit hebben. Essentaksterfte Wij verwijderen dode bomen en bomen met een slechte vitaliteit. Weinig en matig aangetaste bomen laten wij zoveel mogelijk met rust om ze de mogelijkheid te geven om op een natuurlijke wijze te herstellen. Daarnaast zijn we terughoudend met activiteiten die een terugval in de vitaliteit van essen veroorzaken. Tot slot zullen wij geen monoculturen van essen aanleggen.
Essentaksterfte Eikenprocessierups Met het oog op de risico's op de volksgezondheid bestrijden wij deze rups voor zover er financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Daarnaast zullen wij maatregelen nemen om het aantal natuurlijke vijanden van deze rupsen te verhogen. Dit door bijvoorbeeld te zorgen voor voldoende nectarplanten en beschutting en door het ophangen van nestkastjes en vleermuizenkasten.
8
Massariaziekte Deze ziekte komt voor op platanen. Omdat deze soort slechts hier en daar is toegepast zetten wij geen uitgebreid inspectieprogramma op. Wij houden deze bomen in de gaten en snoeien de aangetaste takken weg. Bacterievuur Omdat in onze gemeente slechts op beperkte schaal fruitteelt plaatsvindt, bestrijden wij deze ziekte niet actief. Wel zullen wij ernstig aangetaste bomen verwijderen. Daarnaast zullen wij grote concentraties van boomsoorten uit de rozenfamilie voorkomen. Dit omdat deze ziekte aan deze familie gebonden is. Insecten en schimmels Luizen, rupsen (spintselmot, kleine en grote wintervlinder, etc), elzenhaantje, meeldauw, roest, bladvlekkenziekte, etc leiden niet tot sterfte, risico’s voor de veiligheid of gevaar voor de volksgezondheid. Daarom gaan wij deze aantastingen niet actief bestrijden. Wel zullen wij door de inrichting en het beheer van ons openbaar groen er naar streven het aantal natuurlijke vijanden te verhogen.
9
Bijlage 5: Overlast door bomen In het algemeen worden bomen zeer gewaardeerd, maar sommige bewoners vinden het een nadeel een boom bij de woning te hebben. Dit in verband met schaduw, bladval, wortelgroei, etc. Door bij de keuze van de locatie van de bomen en de soortkeus hiermee rekening te houden, kan dit deels voorkomen worden. Hierbij speelt wel een rol dat er ook een zekere tolerantie gevraagd mag worden. Dit omdat anders nergens een (grote) boom geplant kan worden. Bomen zijn belangrijk voor de woonomgeving. Door hun grootte is hun bijdrage aan het beeld, de biodiversiteit en het klimaat groot. De mate waarin ze hieraan bijdragen hangt ook samen met de grootte van de bomen. De ruimte is, met name in de dorpen, beperkt. Om toch een mooie groene woonomgeving te houden waarin bomen hun plek hebben, zullen wij van elkaar een bepaalde mate van overlast moeten accepteren. Ervaringen van overlast zijn per definitie subjectief. Wat de één acceptabel vindt is voor de ander ondragelijk. Om duidelijkheid te scheppen over hoe wij omgaan met de ervaren overlast van bomen maken wij onderscheid in reële overlast en niet reële overlast. De volgende overlast wordt reëel geacht: -
Schade door wortels en takken aan gebouwen, wegen en leidingen.
-
Zware schaduw op huis en tuin.
-
Sterk verminderde lichtinval in huis.
Wetgeving Het Burgerlijk Wetboek, onderdeel burenrecht, bepaald dat de bomen niet binnen 2 m van de erfscheiding geplant mogen worden (artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek), tenzij van de betreffende buur toestemming is verkregen. In de Algemene Plaatselijke Verordening heeft de raad hierover afwijkende regels vastgesteld. Voor bomen met een stamomtrek tot 50 cm op 1,30 m boven het maaiveld is deze afstand 50 cm. Voor bomen met een stamomtrek van 50 cm en groter op 1,30 m boven het maaiveld is deze afstand nihil. Takken die over de perceelsgrens hangen mogen na aanschrijving van de boomeigenaar verwijderd worden (artikel 5:44 lid 1 Burgerlijk Wetboek). Wortels die door de perceelsgrens groeien mogen zonder aanschrijving van de boomeigenaar verwijderd worden (artikel 5:44 lid 2 Burgerlijk Wetboek). Dit recht is echter wel begrensd door algemene rechtsregels als ‘misbruik van bevoegdheid’ (artikel 3:13 Burgerlijk Wetboek), ‘onrechtmatige daad’ (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek) en ‘redelijkheid en billijkheid’ (artikel 3:12 en artikel 6:2 Burgerlijk Wetboek). Een boom mag niet verminkt worden, onherstelbaar beschadigd raken, zijn stabiliteit verliezen of door de ingreep afsterven. Iemand die misbruik van zijn snoeirecht maakt, kan aansprakelijk worden gesteld voor de schade die de eigenaar van de boom daardoor lijdt.
Beleid overhangende takken De ruimte in de dorpen is beperkt en het belang van bomen in de woonomgeving is groot (beeld, biodiversiteit en klimaat). Daarom is het niet overal haalbaar om te voorkomen dat 10
takken over de erfgrens groeien. Om samen te zorgen voor een groene woonomgeving wordt in beginsel coulance gevraagd en gegeven. Immers, ook takken van bomen van bewoners hangen over gemeentegrond. Als wij overhangende takken van onze bomen verwijderen doen wij dit met het oog op het behoud van de boom en diens vorm en met het oog op wat redelijk en billijk is. Beleid schade door wortels gemeentelijke bomen De beperkte ruimte in de dorpen en het belang van bomen in de woonomgeving zorgt er ook voor dat het niet overal te voorkomen is dat wortels in andermans percelen groeien. Ook hier wordt coulance gevraagd en gegeven zodat wij samen zorgen voor een groene woonomgeving. Wortels die aantoonbaar andermans gebouwen en leidingen beschadigen worden altijd verwijderd. Bij wortels die andermans bestrating opdrukken en andermans erfafscheidingen beschadigen wordt de ernst van de schade beoordeeld en gekeken naar de mate waarin de hinder onrechtmatig is. Dit is afhankelijk van de context (wel of geen bomenrijke omgeving, of de bomen er eerder waren dan de perceeleigenaar en de mate waarin de perceeleigenaar zelf de condities heeft geschapen waardoor schade mogelijk is). Kortom of de schade door handelen van de perceeleigenaar of de locatie te voorzien was. Het verwijderen van de wortel(s) die de schade veroorzaken wordt door ons of namens ons uitgevoerd.
Op particulier terrein gaan wij pas over tot herstelwerkzaamheden als de wortelopdruk van verharding 2 cm of meer is. Daarbij achten wij het risico op struikelen bij normaal gebruik groter dan dat het op particulier terrein verwacht mag worden. Bij wortelopdruk in gemeentelijke verhardingen accepteren wij pas aansprakelijkheid voor schade bij een wortelopdruk van 3 cm of meer. Bij erfafscheidingen wordt beoordeeld in welke mate de wortelopdruk de constructie vernield. De bepalende factoren zijn de mate waarin de opgedrukte erfafscheiding in het oog springt als ontsierend en in welke mate de wortelopdruk ervoor zorgt dat de erfafscheiding niet kan functioneren zoals dat bedoeld is (bv een tuinmuurtje, borderrand met een grondkerende functie). Schaduwwerking Met name in de dorpen valt de schaduw van bomen vaak over andermans percelen en woningen. Ook hier zijn de ervaringen van overlast subjectief. Wat de één acceptabel vindt is voor de ander ondragelijk. Om samen te zorgen voor een groene woonomgeving wordt in beginsel coulance gevraagd. In de jurisprudentie is de lijn dat het algemeen belang is gediend bij de aanwezigheid van bomen en dat dit dwingt tot terughoudendheid bij verwijdering hiervan. Er is geen recht op onbeperkt toetreden van zonlicht. Een bepaalde mate van hinder dient daarbij geduld te worden.
11
Bij de beoordeling van hinder door schaduw van bomen wordt gekeken naar de mate van onrechtmatigheid (artikel 5:37 Burgerlijk Wetboek - onrechtmatige hinder). Dit wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria: -
Aard (het betreft hier schaduw van bomen),
-
Ernst (hoeveel uur van de dag, hoeveel maanden en op welk deel van het perceel last van schaduw van de bomen. Schaduw door de woning zelf wordt hierbij niet meegerekend),
-
Duur (zie toelichting bij ‘ernst’.)
-
Plaatselijke omstandigheden (betreft het een zeer bomenrijke omgeving?) ,
-
Welk belang wordt gediend bij het veroorzaken van hinder (bomen dragen bij aan de aankleding, de leefbaarheid van de woonomgeving, de biodiversiteit en aan het verbeteren van het klimaat).
-
In hoeverre de hinder was te voorzien (stonden de bomen er wel of niet eerder dan dat de bewoner er kwam wonen.)
Vooral het feit of de boom er al of niet stond voordat de hinder ondervindende bewoner er kwam wonen en in welke omgeving deze hinder plaatsvindt zijn belangrijke graadmeters voor de mate van onrechtmatigheid. Bijvoorbeeld: Wanneer de boom er al stond voordat de hinder ondervindende bewoner er kwam wonen dan heeft de bewoner meer hinder te accepteren. Hierbij moet ook het algemene gegeven meegenomen worden dat bomen groeien en daardoor meer schaduw gaan geven. Woont degene die hinder ondervindt in een bomenrijke omgeving, dan zal de hinder minder snel onrechtmatig zijn. In alle gevallen vraagt dit op een beoordeling per geval. Bomen en zonnepanelen
Bestaande situaties In bestaande situaties gaan wij geen gemeentelijke bomen kappen of drastisch snoeien omdat ze schaduw geven op zonnepanelen. Bewoners kunnen zelf berekenen of een boom wel of geen schaduw geeft of zal geven op hun zonnepanelen. Dit op basis van de afmetingen van de woning, de afmetingen van de boom en de hellingshoek van de zon in de verschillende maanden en op de verschillende momenten van de dag. Als echter duidelijk zichtbaar is dat de boom ziek is of grote gebreken heeft, zullen wij maatwerk leveren. Bij nieuwe aanplant en herplant zal wel rekening worden gehouden met zonnepanelen. Dit met uitzondering van situaties waarin gemeentelijke bomen door bewoners illegaal zijn gekapt.
Omgevingsplannen In omgevingsplannen zullen wij bij de inrichting van de openbare ruimte zoveel mogelijk rekening houden met de zonnepanelen. Enerzijds door de positie van de kavels en de inrichting van de openbare ruimte. Anderzijds door bij het planten van bomen rekening te houden met zonnepanelen. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat in bestemmingsplannen wel plek moet blijven voor bomen. Bij inpassing van bestaande bomen,
12
elzensingels en dykswallen gaat het belang van de boom voor op het belang van de zonnepanelen.
Herinrichtingsplannen Dit betreft zowel de herinrichting van de openbare ruimte als grootschalige renovaties van buurten, vergelijkbaar met de plannen van Woonfriesland aan de Burgemeester Steenhuislaan in Burgum. Als de bomen gehandhaafd kunnen blijven, gelden de beleidsuitgangspunten voor bestaande situaties. Als de bomen niet gehandhaafd kunnen blijven, gelden de beleidsuitgangspunten voor bestemmingsplannen. Niet reële overlast Niet-reële overlast zijn klachten over: -
Bladval en afvallen van bloemen en vruchten: dit is van tijdelijke aard.
-
Bladeren in dakgoten of op platte daken: Dit is met regelmatig onderhoud te ondervangen
-
Vochtonttrekking van de tuin: de tuinaanleg kan hieraan worden aangepast.
-
Insectenplagen zoals honingdauw, spinselmot en elzenhaantje: deze zijn van tijdelijke aard.
-
Pollen: deze zijn van tijdelijke aard en de kap van de betreffende boom/bomen lost het probleem niet op.
-
Algenlaagjes op houtwerk of de dakbedekking: dit is door regelmatig onderhoud te ondervangen.
-
Vogelpoep.
13
Bijlage 6: Overzicht speerpunten en uitvoering groenbeleidsplan 2025 Het overzicht speerpunten groenbeleidsplan en wijze van uitvoering is vanwege zijn papierformaat (A3) los bijgevoegd.
14
Bijlage 7: Speerpunten beleid bomen 1. Behouden van de boomstructuren in de dorpen door deze in stand te houden en uit te breiden. Op de volgende wijze geven wij invulling aan dit speerpunt.
Instandhouding door herplant. Daar waar bomen uitvallen en ruimte is om nieuwe bomen te laten groeien, streven wij naar het uitvoeren van herplant. Een jonge boom moet tussen de oude bomen wel een eerlijke kans krijgen om te groeien. Dit met het oog op vocht, zonlicht en ruimte. Daarom zullen wij de concurrentieverhoudingen zwaar meewegen bij de beslissing om wel of geen herplant uit te voeren.
Laanstructuren van bomen inventariseren of bepalen en waar nodig herstellen en uitbreiden. Om het groene netwerk te versterken willen wij de laanstructuren herstellen en uitbreiden. Daarvoor voeren wij eerst een inventarisatie uit. De beschikbare ruimte, het type landschap (open landschap of ‘de walden’) en de aanwezigheid van kabels en leidingen bepalen in belangrijke mate de mogelijkheden voor uitbreiding van de laanstructuren.
Uitbreiding in nieuwe bestemmingsplannen. Bij nieuwe doorgaande routes in bestemmingsplannen realiseren we nieuwe boomstructuren. Hier passen wij bij voorkeur bomen van de eerste grootte (formaat; eik, iep), maar minimaal bomen van de tweede grootte (formaat esdoorn, berk) toe. Ingepaste landschapselementen zoals houtwallen en elzensingels kunnen ook dienstdoen als boomstructuur. 2. Optimaliseren van de groeiomstandigheden van de bomen door te zorgen voor voldoende groeiruimte. Op de volgende wijze geven wij invulling aan dit speerpunt.
Zorgen voor voldoende ondergrondse groeiruimte. De ondergrondse groeiruimte voor bomen moet minimaal voldoen aan de onderstaande afmetingen. Omloop boom 1e
Kroondia
Stamdia
Bewortel
Bewortel
Breedt
Breedte
grootte ‘eindbeeld’
meter
meter
bare
bare
e
trekzijd
eindbeeld
(indicatie
ruimte
ruimte
plantlo
e
(minimaa
f)
(hangwa
(grondw
catie
(minima
ter)
ater)
l)
al)
Optie 1: duur-zaam
10 meter
80 - 100
60 - 80
30 - 40
3,00 -
3,40 -
circa 80 jaar
1) 6
cm
m3
m3
4,50 m
3,75 m
meter
2) 1,75 x
3) 90 -
3) 45 -
1,75 m
120 m3
60 m3
15
Optie 2: verkort circa
7 meter
40 - 60
30 - 40
15 - 20
2,50 -
2,25 -
40 jaar of boom 2e
1) 4
cm
m3
m3
3,50 m
2,60 m
grootte
meter
2) 1,25 x
3) 45 -
3) 22 -
1,25 m
60 m3
30 m3
Optie 3: kort circa 20
5 meter
20 - 30
15 - 20
7 - 10
1,50 -
1,80 -
jaar of boom 3e
1) 3
cm
m3
m3
2,50 m
1,90 m
grootte
meter
2) 0,75 x
3) 22 -
3) 10 -
0,75 m
30 m3
15 m3
Optie 4: vorm-boom
2-3m
20 - 40
7 - 10
4-5
1,50 -
0,75 -
duurzaam
1) 1,0 -
cm
m3
m3
2,00 m
1,00 m
1,5 m
2) 0,75 x
3) 10 -
3) 6 - 8
0,75 m
15 m3
m3
1) Plantafstand t.o.v.
2) Minimale
3) Bomen in verharding
Bewortelbare
obstakels is minimaal 0,6 x
afmeting open
x factor 1,5.
diepte meer
kroonbreedte
boomspiegel
Onder verhardingen:
dan 1,25 m
specifieke rand-
en minimaal
voorwaarden t.b.v.
0,75 m.
inrichting plantlocatie noodzakelijk. Grondwaterprofiel GWST tot 1,50 m onder maaiveld. 1e grootte: eik, iep; 2e grootte: esdoorn, berk: 3e grootte: meidoorn, sierappel. Trekzijde = De (zuid)westzijde van de boom waar vanwege de heersende windrichting het meeste aan de wortels getrokken wordt. Bij bomen in groenstroken bepaald vooral de breedte van de plantlocatie de mogelijkheid voor het planten van bomen. Dit omdat dit de grootte van de doorwortelbare ruimte bepaald. Bij bomen in verhardingen zullen wij ondergrondse groeiruimtes realiseren. Dit omdat een boom niet in straatzand wil groeien. Daar waar alleen voetgangers en fietsers komen volstaat een groeiplaats met bomenzand. Als er autoverkeer over de groeiplaatsen moet rijden, voorzien wij het plantgat van een frame. Dit kunnen betonelementen, kratten of drukspreidende platen zijn. In de gevallen waar bomen erg belangrijk zijn voor de aankleding van de ruimte maar waar onvoldoende ruimte of middelen zijn om voldoende groeiruimte te realiseren zullen wij kiezen voor bomen met een korte omlooptijd (bv 20 jaar) of voor vormbomen. Aangezien deze keuzes hogere onderhoudskosten met zich meebrengen zijn wij hier erg terughoudend in.
Vergroten boomspiegels waar dit nodig is. Bij bomen die in de verharding staan zullen wij kijken naar de grootte van de boomspiegel en de benodigde ruimte voor verkeerskundig of maatschappelijk gebruik (bijvoorbeeld:
16
markten, evenementen). Als er mogelijkheden zijn om de boomspiegel te vergroten zullen wij dit uitvoeren. Deze boomspiegel kan al of niet beplant worden.
Afstand houden van kabels en leidingen. In de toekomstige bestemmingsplannen streven wij naar een minimale afstand tussen bomen en kabels van 2 m. Hierbij willen wij de kabels en leidingen bij voorkeur gescheiden van de bomen aanleggen Bij bestaande situaties, die niet voldoen aan deze regels, handhaven we de boom zolang deze geen problemen geeft.
Vrijhouden openbare verlichting. In de toekomstige bestemmingsplannen dient de takvrije hoogte minimaal groter te zijn dan de hoogte van de lichtmast. Daarnaast dient bij voorkeur een lichtmast minimaal 3-6 m van een boom te staan. Hiermee willen we voorkomen dat de bomen de lichtmasten hinderen bij het verlichten van de straat. 3. Het voorkomen van nieuwe overlastsituaties (schaduw, plak, overmatige zaadval, boomwortelschade in verhardingen) door juiste soortkeus en goed en integraal ontwerp. Op de volgende wijze geven wij invulling aan dit speerpunt. Per overlastsituatie gaan wij in op welke maatregelen wij nemen.
Voorkomen nieuwe schaduwoverlast. Om overlast van schaduw in de nieuwe situaties te voorkomen zullen wij de volgende ontwerpregels hanteren: - Aan de noordzijde van een oost-west lopende straat worden alleen (rijen) bomen geplant als de tuinen voldoende diep zijn (de boom blijft lager dan de afstand tussen boomvoet en gevel). - Bij noord-zuid lopende straten hebben bomen aan de westzijde een (lichte) voorkeur, omdat de schaduw van de middagzon op de straat valt. Schaduw van de ochtendzon wordt als minder hinderlijk ervaren.
17
Voorkomen schaduw op zonnepanelen bij nieuwe aanplant. In uitbreidingsplannen, herinrichting van openbare ruimte en grootschalige renovatie houden wij bij de inrichting van de openbare ruimte zoveel mogelijk rekening met de zonnepanelen. Enerzijds door de positie van de kavels en de inrichting van de openbare ruimte. Anderzijds door bij het planten van bomen rekening te houden met zonnepanelen. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat in uitbreidingsplannen wel plek moet blijven voor bomen. Bij inpassing van bestaande bomen, elzensingels en dykswallen gaat het belang van de boom voor op het belang van de zonnepanelen.
Voorkomen nieuwe overlast van plak (honingdauw). In langdurige droge perioden veroorzaken alle boomsoorten in meer of mindere mate overlast door honingdauw (honingdauw is de plakkerige afscheiding die geproduceerd wordt door bladluizen) Er zijn echter een aantal soorten die veel overlast kunnen veroorzaken door honingdauw. Dit zijn de lindes en esdoorns. Lindesoorten waarbij de onderkant van het blad behaard is (bijvoorbeeld de zilverlinde) veroorzaken echter een stuk minder overlast door honingdauw. Om nieuwe overlastsituaties te voorkomen zullen wij geen druipgevoelige lindes en esdoorns toepassen bij parkeerplaatsen.
Voorkomen nieuwe overlast van overmatige zaadval. Berken, bepaalde iepenklonen, esdoorns, beuken en eiken kunnen overlast veroorzaken door overdadige zaadval. Soms is het jaarlijks en soms is het eens in de paar jaar (mastjaren). Zaadval is een tijdelijk verschijnsel dat vrij eenvoudig is op te ruimen. Berkenzaad is zo fijn dat het lastig op te ruimen is en overal naar toe waait. Deze zaadval wordt echter verschillend ervaren. Sommige inwoners hebben met plezier een aantal berken in hun tuin staan. Andere inwoners kunnen nog geen berk op 20 m van hun woning verdragen. Aangezien berken toch vaak aanleiding geven tot klachten, zullen wij in de buurt van woonbebouwing geen berken meer als straatbomen toepassen.
18
Voorkomen boomwortelschade aan verhardingen door integraal ontwerp. Boomwortelschade aan verhardingen ontstaat doordat de boom een te kleine of te smalle groeiplaats heeft of te dicht bij verhardingen staat. Wij streven ernaar om bij nieuwe inrichting of reconstructies van de openbare ruimte deze situaties te voorkomen. Dit door de openbare ruimte vanuit een integraal oogpunt te ontwerpen. Dit betekend dat de belangen van groen, wegen, riolering en openbare verlichting worden meegenomen in het ontwerp van de openbare ruimte inclusief het openbaar groen. 4. Bomenbestand weerbaarder maken tegen ziekten en plagen door te zorgen voor variatie in soorten en het bevorderen van het natuurlijk evenwicht. Op de volgende wijze geven wij invulling aan dit speerpunt.
Het toepassen van meerdere soorten per buurt. Ziekten in monoculturen kunnen leiden tot kaalslag. Omdat dit niet wenselijk is willen wij meerdere boomsoorten per buurt toepassen. In een kleine buurt zoals bijvoorbeeld het Feanhusterpaed in Garyp passen wij minimaal 2 boomsoorten toe. In een grote buurt zoals bijvoorbeeld Winterswijk in Burgum passen wij minimaal 4 boomsoorten toe. Bij boomstructuren blijven wij in de deeltracé ’s 1 boomsoort toepassen. Over het hele tracé genomen, variëren wij wel in boomsoorten.
Zorgen voor huisvesting en voedsel voor natuurlijke vijanden die plaagsoorten bestrijden. Het gaat hier om natuurlijke vijanden zoals vogels, vleermuizen, sluipwespen, sluipvliegen en gaasvliegen. De vogels en de vleermuizen hebben vooral huisvesting nodig. De sluipwespen, sluipvliegen en gaasvliegen hebben vooral voedsel (pollen en nectar) nodig. Ze bestrijden de plaaginsecten door daar eitjes op te leggen. Bij het groen in de dorpen gaan wij in op de wijze waarop wij dit willen verbeteren. Dit in samenhang met het verhogen van de biodiversiteit. De mogelijkheden voor de huisvesting voor vogels en vleermuizen willen wij vergroten door het ophangen van nestkastjes voor verschillende soorten vogels. Daarnaast willen wij vleermuizenkasten ophangen. 5. Verhogen van de natuurwaarde van het openbaar groen door het planten en in standhouden van nectarhoudende- en besdragende boomsoorten. Op de volgende wijze geven wij invulling aan dit speerpunt.
Op peil houden aandeel nectarhoudende en besdragende soorten in ons bomenbestand. Bij het bestaande openbaar groen richten wij ons op het op peil houden van het aandeel nectarhoudende- en besdragende soorten. Dit doen wij in de eerste plaats door te streven naar het behoud van deze bomen. Als er onverhoopt toch nectarhoudende- of besdragende soorten gekapt moeten worden, dan zullen wij ernaar streven om ook een nectarhoudendeof besdragende soort te herplanten.
Aanplanten van nectarhoudende en besdragende soorten.
19
In bestemmingsplannen en inbreidingen zorgen wij ervoor dat 25% van de bomen bestaat uit nectarhoudende- of besdragende soorten. Nectarhoudende soorten zijn: linde, esdoorn, paardenkastanje. tamme kastanje, prunus, sierappel, sierpeer, acacia en wilg. Van deze bomen dragen de prunus, (sier)appel en (sier)peer ook vruchten waar vogels op afkomen. Besdagende soorten zijn vooral: meidoorn, lijsterbes en meelbes. 6. Verhogen van de beleving van het openbaar groen door het planten en in standhouden van boomsoorten met eetbare vruchten. Op de volgende wijze geven wij invulling aan dit speerpunt.
In standhouden en aanplanten van boomsoorten met eetbare vruchten. Wij richten ons in de eerste instantie op het in standhouden van boomsoorten met eetbare vruchten. De walnoten, tamme kastanjes en de fruitbomen in het Wetter en Willepark in Burgum en het Voedselpark in Hurdegaryp. Daarnaast planten wij waar dit passend is nieuwe boomsoorten met eetbare vruchten.
Onder de aandacht brengen van het gebruik van boomsoorten met eetbare vruchten. Om onze inwoners te informeren waar de boomsoorten met eetbare vruchten staan brengen wij de locatie hiervan in beeld. Dit door het publiceren van een kaart en de locaties op de app Wildplukwijzer te zetten. Daarnaast gaan wij onze inwoners nog meer uitnodigen om de vruchten te plukken. Bij veel bewoners is er nog wat onbekendheid en schroom om dit te doen. Wij gaan dit doen door hierover te publiceren in de media en door bordjes bij de betreffende bomen/boomgroepen te plaatsen. 7. Het verbeteren van het gemeentelijk bomenbestand door de (versleten) niet vitale bomen te vervangen. Op de volgende wijze geven wij invulling aan dit speerpunt.
Uitvoering planmatige vervanging niet vitale bomen. Als de vitaliteit van de bomen afneemt dienen ze vervangen te worden. De gemiddelde levensduur voor de bomen in de dorpen is 50 jaar. Voor de bomen in het buitengebied is de gemiddelde levensduur 80 jaar. Om deze vervanging uit te kunnen voeren zijn financiële middelen nodig. Op basis van de beschikbare middelen, de vitaliteit van de bomen en de noodzaak tot vervanging, wordt een planning gemaakt.
Aanplanten klimaatbestendige bomen. Het klimaat veranderd. Daardoor is het regelmatig lang nat of lang droog. Daarnaast stijgt de gemiddelde temperatuur geleidelijk. Naast dat wij bij de soortkeus streven naar inheemse bomen buiten de bebouwde kom, bomen met bloemen en vruchten door insecten en vogels, bomen die kunnen groeien op de betreffende locatie, willen wij de factor ‘klimaatbestendigheid’ ook meewegen. Dit zal resulteren in meer klimaatbestendige soorten als tamme kastanje, wintereik, elsbes, netelboom, boomhazelaar en walnoot. 20
Desondanks (en nogmaals) zijn voldoende groeiruimte voor een boom en een goede groeiplaats de belangrijkste randvoorwaarden om een boom goed te laten groeien!
21
Bijlage 8: Groenstructuurplannen dorpen Oentsjerk
Karakteristiek van het dorp. Oentsjerk vormt (samen met Gytsjerk) de kern van de Trynwâlden. De Trynwâlden liggen op een zandeiland, dat als een voorpost van de oostelijk gelegen Wâlden in het open (veen)weidelandschap ligt. De nog aanwezige elzensingels typeren de hoger gelegen zandgronden. Rijke stedelingen bouwden vanaf de 17e eeuw op de rand van de zandrug en het waterrijke veen Staniastate en De Klinze met bijbehorende bosparken. Van Heemstrastate is alleen het park over, maar de ligging midden in het dorp en het nieuwe zorgcentrum zijn erg waardevol. Later is er meer bos aangeplant. De oudste bebouwing ligt aan de westkant van de Rengersweg, terwijl alle latere bebouwing aan de oostkant staat. De Trynwâldsterdyk/ Rengersweg is vanouds de ruggengraat tussen de Oentsjerk en Gytsjerk, zowel verkeersader als hoofdstraat in de dorpen. De afwaardering van deze doorgaande weg heeft de openbare ruimte enorm verbeterd. Voor café It Wapen fan Fryslân tussen de oude bebouwing is nu een echt plein gekomen.
Typering van het groen. Midden in het dorp vormt Heemstrastate met aan de oostkant het parkje om de sportvelden en aansluitend het bos van It Fryske Gea naar de Kaetsjemuoiwei een mooie groenstructuur. De woonbuurt ten noorden van Heemstrastate is ruim opgezet met veel bomen en gazons. De Dr Kijlstraweg grenst aan de open ruimte rond het monumentale parkbos Staniastate. De openheid tussen het dorp en de state is belangrijk. Typerend voor de ligging van de Staniastate is het vergezicht vanuit het park op het open weidelandschap. De praktijkschool (IPC) is zo uitgebreid dat het zicht vanuit Heemstrastate in zekere mate geblokkeerd wordt. Er zijn voldoende speelveldjes. De Haersmasingel aan de zuidzijde van Heemstrastate is als tweede dorpsstraat (de Rengersweg is vanouds nummer 1) met gevarieerd groen ingericht. In de woonbuurt aan de zuidkant is zijn de aanwezige elzensingels en waterlopen zoveel mogelijk ingepast. Dit zal ook in het nieuwste gedeelte komende jaren zo gehandhaafd worden. Langs de zuidrand van Oentsjerk ligt een bosstrook met fietspaden naar Gytsjerk en naar de Kaetsjemuoiwei.
Ruimtelijke ontwikkelingen met kansen voor het groen. Gytsjerk en Oentsjerk zijn samen aangewezen voor het opvangen van de woningbehoefte in de Trynwâlden. De herkenbaarheid van de Trynwâlden als “voorpost” de het Woudenlandschap zou hierbij een randvoorwaarde moeten zijn. Dit betekent dat de Nieuwe Straatweg en de Kaetsjemuoiwei niet dichter bebouwd mogen worden, omdat dan het zicht op weilanden met elzensingels verloren gaat. Ook de uitzichten vanaf de Trynwâldsterdyk en de Rengersweg op het open landschap aan de westzijde moeten gerespecteerd worden. Aan 22
de noordkant is de ruimte om Staniastate te belangrijk om te bebouwen. Eventuele ruimtelijke invulling voor Gytsjerk/Oentsjerk zal naar alle waarschijnlijkheid maatwerk worden, waarbij de kenmerkende groenstructuren van dit gebied maatgevend zullen zijn bij de inpassing van woningbouw. Achter de Ontmoetingskerk aan de zuidkant van de Sanjesreed komt een bedrijventerrein. Via een nieuwe openbare ruimte rond de kerk en via een groene rand om het bedrijventerrein kan een ommetje gelopen worden. De langzaamverkeersroutes en de groenstructuren zijn hier belangrijke elementen die veel aandacht verdienen. Dit zijn per definitie elementen die de oude dorpsstructuren goed kunnen verbinden met nieuwe structuren, zoals die van het bedrijventerrein Sanjesfjild. Het is wenselijk de groenzones aan de noord- en zuidzijde van het dorp door een rustig en herkenbaar wandelpad te verbinden. Vanaf de Kijlstraweg kan je al door het park naar de Hofwegen wandelen. Langs de Hofwegen en de Kamp ontbreekt een herkenbaar pad. Ook hier vraagt een gedetailleerd schaalniveau extra aandacht en kunnen groenstructuren een belangrijke toevoeging zijn in de ontwikkeling van ‘routes’. Door opwellend grondwater ligt er in het openbaar groen een kans voor waardevolle wateren oevervegetaties, mits een afscheiding van het voedselrijke water in de omgeving gemaakt kan worden.
23
Aldtsjerk
Karakteristiek van het dorp. Aldtsjerk ligt op het noordelijk uiteinde van het zandeiland de Trynwâlden en wordt omgeven door veen- en kleigronden. De elzensingels en bosstroken op het zand resulteren in een kleinschalig, bosachtig beeld (de Wâlden). De vergezichten over het veenweidelandschap vormen hiermee een sterk contrast. De eenheid van het dorp aan de Murk, nabij het Aldtsjerkstermar en verbonden met het monumentale park De Klinze is bijzonder waardevol. De Van Sminiaweg, langs De Klinze, als dorpsstraat langs de kerk en door de brede bocht (’t Amelân) naar café de Moarkswâl bij de ophaalbrug, is beeldbepalend. De open weilanden tussen het dorp en de Klinze zijn ruimtelijk belangrijk. De woonstraten zijn minder sfeervol, maar ondergeschikt aan de Van Sminiaweg. De brug over de Murk, de kerk, de haven en de Klinze zijn de herkenningspunten.
Typering van het groen. Buiten het dorp is de Van Sminiaweg een monumentale eikenlaan passend bij de Klinze. In het dorp vallen de lindes rond de kerk en op ’t Amelân op. Over de brug tot de dorpsrand staan iepen en populieren. In de woonstraten staan kleinere bomen of zijn elzensingels ingepast. Er zijn speelveldjes en vanaf de haven leidt een klein pad naar het mar. De statige oprijlaan van de Klinze is over de weg heen verlengd tot in het dorp. Daar splitst een zijlaan af naar het bos Grikenlân en Turkije.
Ruimtelijke ontwikkelingen en kansen voor groen. Het plan Aldtsjerk Foarút wil ten noordwesten van het dorp aan de Van Sminiaweg de aanleg van een nieuw meer. Langs de randen van dit meer zal gevarieerde bebouwing worden ontwikkeld (woningen, bedrijfjes en recreatiewoningen). Het meer ontstaat door zandwinning. Met de opbrengst van het zand kan een deel van het plan worden gefinancierd, dat door het dorp zelf wordt ontwikkeld. De locatie ligt in het open weidelandschap met een uitwaaierende oost-west verkaveling. De brug over de Murk en aangrenzende bebouwing vormen de overgang van het dorp met zijn kleinschalig karakter naar dit nieuwe gedeelte. Het meer past in het open landschap. De nieuwe woningen staan met de achterzijde tegen de bestaande woningen aan de Van Sminiaweg en laten ruimte voor uitzicht over het meer en het westelijk weidelandschap. De recreatiewoningen worden laag vormgegeven en liggen in een brede rietoever (geen bomen). Het meer wordt verbonden met de Aldsjerksterfeart, een onderdeel van de Noordelijke Elfstedenroute. Met bomen langs de vaart kan de aanblik van de bedrijfsgebouwen aan de Rhaladyk verzacht worden.
24
Earnewâld
Karakteristiek van het dorp. Vroeger leefden de bewoners van visserij, jacht, rietteelt, rietproducten en veehouderij. Het Princenhof is al lang bekend als eldorado voor zeilers en ook het hotel Prinsenhof staat er al vanaf het begin van de vorige eeuw. Later begon de sterke ontwikkeling van de watersport met jachthavens, loodsen, horeca, campings en vakantiehuisjes rond It Wiid. Vroeger lag het dorp aan de rand van de Alde Feanen, maar door natuurontwikkeling vormt het dorp nu een soort enclave in het natuurgebied, dat status heeft gekregen van Den Haag (Nationaal park) en van Europa (Natura 2000). Het Prinsenhof, de oude sluis met woning, de kerk en de nieuwe Buitenplaats zijn de markante herkenningspunten.
Typering van het groen. In de oude dorpskern is de haag rond de kerk het enige karakteristieke groen. De havens, campings en vakantiehuisjes rond ’t Wiid liggen grotendeels achter beeldbepalende rietkragen met wilgen. Dit groen is zeer belangrijk als overgang tussen de drukke en kleurrijke recreatieactiviteiten en de natuurlijke kenmerken van het Nationaal Park.
Ontwikkelingen met kansen voor het groen. Het is een enorme uitdaging om de dynamiek van de recreatie te verenigen met de natuurlijke omgeving van het natuurgebied en het oorspronkelijke karakter van Earnewâld. Andere watersportcentra in Fryslân zoals Grou en Heeg worstelen hier ook mee, maar hebben niet te maken met de strikte bescherming van natuurwaarden door Natura 2000. Het betekent dat de recreatie niet verder mag uitbreiden, maar zich door verbetering van de kwaliteit staande moet houden. Binnen de enclave is een vervanging van sfeerloze bebouwing en inrichting naar kwalitatief en visueel waardevolle bebouwing en inrichting mogelijk. Visueel waardevol betekent ingepast in de voor de Alde Feanen kenmerkende moerasnatuur met rietoevers, graslandjes, elzen en wilgenbosjes. Inspiratie voor vervangende nieuwbouw zijn de materialen (meest uit het gebied afkomstig), waarmee men vroeger boerderijen, vissershuisjes, zwartgeteerde schuren en houten steigers bouwde. 25
Het masterplan Waterfront Earnewâld geeft voor deze kwaliteitsverbetering het kader aan. Het eerste gedeelte, het oeverplan, is reeds uitgevoerd. Aan de noordoostkant van het dorp wordt (laatste) woonuitbreiding voorbereid.
Eastermar en Heechsân
Karakteristiek van het dorp. Op de rand van hoge zandgronden en lage veengronden aan het riviertje De Lits ligt Eastermar aan de rand van een es, die zich tot Heechsân uitstrekt. De voedselarme zandgrond is eeuwenlang bemest met schapenstront en heideplaggen om rogge, boekweit e.d. te verbouwen. De grote es is verkaveld en de percelen zijn met houtwallen omplant. De Achterweg is nog altijd een zandweg, die (deels?) langs de rand van de es ligt. In Heechsân valt de oude toren bij het kerkhof op. De Grote Hornstweg met oude bebouwing en bomen lijkt de es aan de oostkant te begrenzen maar mogelijk ligt de grens oostelijker. Het veen is afgegraven en als turf is per schip afgevoerd. In de dorpskern ligt het grachtje met karakteristiek scheefgroeiende bomen en een “brinkachtig” pleintje tussen de oude gevels van café, winkels en woonhuizen. De prachtige ijsbaan met ligplaatsen voor boten en de kade met kleine woningen ligt tegen dorpskern aan. Dit alles maakt Eastermar een levendige bezienswaardigheid. De woonstraten op de es zijn meest tussen de houtwallen ingepast. Langs de Grote Hornstweg liggen twee bedrijventerreinen.
26
Typering van het groen. De (groen)structuur bestaat uit bomen in de dorpskern en houtwallen langs de straten in de uitbreidingen. De kleinschaligheid van landschap en dorp dragen veel bij aan de kwaliteit van het beeld. Een kwetsbare kwaliteit, die bij schaalvergroting (van bedrijventerreinen of verkeer) telkens keuzes of doordachte oplossingen zal vergen.
Ruimtelijke ontwikkelingen met kansen voor het groen. Aan de noordoostkant wordt momenteel de meest recente uitbreiding tussen de dykswallen in gepast. Het dorp wil graag blijven groeien met woningen en bedrijven. Om de bestaande hoge kwaliteit te beschermen is in de eerste plaats aanpassing of vervanging van niet meer functionerende bebouwing en inrichting wenselijk. Daarbij kan ook Heechsân worden betrokken, omdat met Eastermar als één geheel kan worden gezien.
Feanwâldsterwal
Karakteristiek van het dorp. De “Wâl” is een karakteristiek veenderijdorp met de vaart langs de dorpsstraat (is tevens gemeentegrens met Dantumadiel). Ten zuiden van de vaart liggen de hogere zandgronden van de Wâlden. Bij Dûke Lûk mondt de feart uit op de lage veengronden van het Bûtenfjild.
27
De opstrekkende verkaveling achter de huizen, waarmee het veenmoeras is ontgonnen ligt meest onzichtbaar achter de woningen, maar zijsloten markeren de enkele perceelsranden.
Typering van het groen. Langs de vaart en de weg is geen ruimte voor bomen of openbaar groen, maar op de voorerven staan soms prachtige bomen. In de smalle zijstraten is enkel ruimte voor hagen, die de samenhang van de straat versterken.
Ontwikkelingen met kansen voor het groen. De invloed van de Centrale As en de aftakking naar Hurdegaryp ten zuiden van het dorp zal door versterking van de elzensingels tussen het dorp en de (hooggelegen) weg zo veel mogelijk beperkt worden. Feanwâldsterwâl ligt aan de rand van het Bûtenfjild, waarvoor plannen met natuur en watersport worden ontwikkeld. Sloepen en andere kleine boten kunnen de dorpsvaart levendiger maken. Naast de verhuur van boten bij Dûke Lûk is er dan behoefte aan aanlegplaatsen en een jachthaventje. Garyp
Karakteristiek van het dorp. Het dorp ligt op hogere zandgronden met Wâldenlandschap tegen de lagere veenweiden aan. De Gravinneloane biedt vergezichten op het open weidelandschap. Het contrast tussen singellandschap en open landschap is belangrijk voor de herkenbaarheid. Ten zuiden van het dorp lagen uitgestrekte heidevelden. De oudste wegen zijn de vroegere schaapsdriften, zoals de Ielke Boonstraloane en de Mounehoek, waarlangs de schapen naar het dorp gedreven werden. Bij de ontginning van de heide in lange opstrekkende percelen is soms naar één punt verkaveld, zodat een waaierstructuur van versmallende percelen is ontstaan. De latere wegen, zoals de meeste straten in Garyp, volgen de opstrekkende percelen. De driehoek Greate Buorren, Lytse Bourren en Tsjerkepaed is het meest karakteristieke deel van Garyp. Het nieuwe Unicumplein is naast de oude kerk en het dorpshuis een herkenningspunt in de dorpsstructuur.
Typering van het groen. De (groen)structuur wordt bepaald door de bomen langs Easterein – Greate Buorren – Mounehoek en de Gravinneloane. Langs de tussenliggende straten, die meest in de richting van de opstrek liggen zijn soms boomsingels ingepast. Opvallend is open groene ruimte achter het dorpshuis, waar de sportvelden liggen en ook ruimte is om te spelen. De meest rustige wegen bieden een goede uitloop naar het landschap.
Ruimtelijke ontwikkelingen met kansen voor het groen. Door de aanleg van de aftakking van de Centrale As wordt de Gravinneloane een stuk rustiger en kan deze worden heringericht. Het is wenselijk hierbij de het zicht op het open landschap aan de noordzijde te behouden.
28
Op dit moment vinden er geen significante, ruimtelijke ontwikkelingen plaats in Garyp. Gelet op de bouwkundige kwaliteit van de huidige onderwijsvoorziening in het dorp, wordt er wel een nieuwe ontwikkeling verwacht voor het onderwijs in het dorp. Er zou zich een ontwikkelkans voor nieuw woonprogramma voor kunnen doen als er meer duidelijkheid komt voor de onderwijshuisvesting. Het dorp en de overheid zijn hierover in gesprek. Aanpassingen en visie voor groenstructuren hangen daarom nauw samen met de keuzes die er de komende jaren worden verwacht voor de koppelkans tussen het onderwijsprogramma en het woningbouwprogramma.
Gytsjerk
Karakteristiek van het dorp. Gytsjerk vormt (samen met Oentsjerk) de kern van de Trynwâlden. De Trynwâlden vormen een zandeiland, dat als een soort voorpost van de oostelijk gelegen Wâlden, in het open (veen)weidelandschap ligt. De nog aanwezige elzensingels typeren de hoger gelegen zandgronden. Vroeger waren zandruggen de enige jaarrond begaanbare verbindingen. De weg tussen Groningen en Leeuwarden liep toen over de Canterlandseweg. Rijke stedelingen bouwden vanaf de 17e eeuw aan de rand van de zandrug en het waterrijke veen Staniastate en De Klinze met bijbehorende bosparken. Later is er meer bos aangeplant. Gytsjerk is sterk uitgegroeid langs de Canterlandseweg, die vanouds de hoofdstraat is. De Trynwâldsrerdyk / Rengersweg is vanouds de ruggengraat tussen de dorpen in de Trynwâlden en doorgaande weg als hoofdstraat in de dorpen. De afwaardering van deze route heeft de openbare ruimte sterk verbeterd. Aan de route liggen nu pleinen bij de Rinia van Nautaweg en de Nieuwe Straatweg. Het winkelcentrum en café de Viersprong vormen het 29
centrum, maar wachten op een uitbreiding en verfraaiing. Andere herkenningspunten zijn de kerk aan de Canterlandseweg, Poelzicht, het haventje en de voormalige melkfabriek (nu bedrijvencentrum).
Typering van het groen. Langs de Singel aan de zuidrand van Gytsjerk ligt een aaneengesloten groenstructuur van bossingels. Aan de noordrand vormt de ijsbaan met beplanting en de Gytsjerksterfeart een groenstructuur. De woonstraten zijn meest ruim opgezet en voorzien van bomen en gazons.
Ruimtelijke ontwikkelingen met kansen voor het groen. Gytsjerk en Oentsjerk zijn samen aangewezen voor het opvangen van de woningbehoefte in de Trynwâlden. De Nieuwe Straatweg en de Kaetsjemuoiwei zouden bij het vervullen van deze behoefte niet dichter bebouwd moeten worden, omdat dan langs deze wegen het Wâlden-karakter van de Trynwâlden verloren gaat. Een uitbreiding zou landschappelijk het beste aan de zuidkant van Oentsjerk gesitueerd kunnen worden. Hier is al een fietspad dat aansluit op de Rinia van Nautaweg. Het Centrumplan zal Gytsjerk voorzien van een (groen) hart bij de historische kruising van de Canterlandseweg, de Rinia van Nautaweg en de Nieuwe Straatweg. Het zou mooi zijn om de oude eiken langs de Canterlandseweg tot deze kruising door te kunnen planten en ook de kruising met bomen accent te geven. Daarnaast is er vanuit het dorp vaak aangegeven dat er een wens is om (veel) meer groen aan het centrumgebied van Gytsjerk toe te voegen. Het gaat dan om een groenstructuur op het parkeerplein in het centrum van Gytsjerk. Vergroening van het plein heeft niet alleen een structuurbepalende functie, maar ook een functionele functie. Deze functionele functie kan de toename van ‘hittestress’ in belangrijke mate verminderen bij grote, verharde oppervlakten in (winkel-)centra.
Het voorkomen van hittestress met openbaargroen heeft een keerzijde, omdat hierbij in enige mate aan parkeerruimte zal moeten worden ingeleverd ten gunste van de toevoeging van groen. De mogelijkheden tot vergroenen zullen voor het centrum van Gytsjerk worden onderzocht. Gytsjerk wil beter met het Atsjebosk aan de oostkant van de Trynwâldsterdyk verbonden worden. Nu de weg verkeerskundig is afgewaardeerd zou de verbinding ter hoogte van de Eliza Posthumaweg gemaakt kunnen worden. Vanuit het Atsjebosk zou ook pad naar de Bouwe Pet wenselijk zijn. Een wandelverbinding tussen het groen aan de noord- en zuidkant van het dorp is wenselijk. De Dr. O. Halbertsmastrjitte vormt hiervoor een geschikte groene zone, maar de verbinding met de Canterlandseweg is smal en onzichtbaar. De Riemersmastrjitte – Halbertsmastrjitte vormt een logischer verbinding tussen noord en zuid, die duidelijk als bomenlaan herkenbaar is (deels nog moet worden). Door opwellend grondwater ligt er in het openbaar groen een kans voor natuurlijke wateren oevervegetaties, mits een afscheiding van het voedselrijke water uit de omgeving gemaakt kan worden.
30
Hurdegaryp
Karakteristiek van het dorp. De oudste straten van Hurdegaryp, zoals de Rijksstraatweg en de Burg. Drijberweg liggen op zandruggen, die zich tot het voormalige Geale Slotsje en het westelijke eilandje in het ijsbaanpark uitstrekken. De aangrenzende laagten zijn opgehoogd met zand, waarbij het slotenpatroon van het veenweidenlandschap is verdwenen. In ’t Súd zijn de bestaande sloten en een poel wel opgenomen in de bebouwing, waardoor de openbare ruimte een gevarieerder beeld heeft. Vroeger was de Rijksstraatweg de dorpsstraat, nu is deze centrumfunctie overgenomen door de Fuormanderij. Het station, de kerk, de Fuormanderij, de flat in ‘t Súd en Bennemastate zijn de belangrijkste herkenningspunten. Typering van het bestaande groen. De woonwijken zijn meest ruim opgezet, Bomen en gazons bepalen het beeld. Er is waardevolle natuur (ecologisch groen) langs de dorpsranden te vinden, vooral bij ‘t Súd. Het hele watersysteem in ‘t Súd ligt achter een stuw afgescheiden van andere wateren. Hierdoor kan de waterstand worden geregeld en is er geen vermenging met landbouwwater. Door opwellend grondwater is de waterkwaliteit zo goed, dat in de sloten veel waterplanten groeien. Door langs de oevers de teelaardelaag te verwijderen zijn er ook botanisch waardevolle vegetaties met orchideeën tot ontwikkeling gekomen: niet alleen in ’t Súd, maar 31
ook langs de Fûgelweide en langs de Reidlânswei bij de zandwinplas. In de volgende fasen van ’t Súd zullen dezelfde kansen benut worden. Het ijsbaanpark is voor de oostkant van Hurdegaryp belangrijk om te wandelen en te vissen. Aan de noordkant biedt de Slachtedijk een uitloop naar de fraaie Oosterdijk. De nieuwe rondweg zal deze verbinding niet verbreken. Het Hoeksterpad en De Horst vormen een rustige groene verbinding tussen beide uitloopmogelijkheden, maar zou herkenbaarder gemaakt moeten worden. Aan de westkant ligt het “djippe gat”, de zandwinplas, die met de oevers particulier eigendom is en nu vooral een mooi uitzicht biedt.
Ruimtelijke ontwikkelingen met kansen voor het groen. Door de aanleg van de rondweg kan de Rijksstraatweg in het dorp worden heringericht tot een rustige groene dorpstraat. De nieuwe dorpsstraat vormt met de Westeromwei / Easteromwei en de Burg. Drijberweg de hoofdstructuur, die zich door een laanbeplanting kan onderscheiden. De Fuormanderij en het Kindcentrum zijn belangrijke (nieuwe) voorzieningen, die door de Swagermanstraat verbonden worden met de hoofdstructuur. De Bodaanstraat vormt de verbinding met ‘t Súd. Het groen langs deze straten verdient een opwaardering om deze verbindingen aantrekkelijker te maken. Als de waterverbinding met Ryptsjerk verbeterd wordt en misschien zelfs met Tytsjerk een waterverbinding gemaakt kan worden zijn ook sloepentochten naar de Elfstedenroute, het Bûtenfjild een Leeuwarden mogelijk. Door elektrische auto’s/fietsen/boten te huur aan te bieden kan er een duurzaam transferium van gemaakt worden. Groene en blauwe ontwikkelingen zijn in nauwe samenhang met recreatieve ontwikkelingen de moeite van het onderzoeken waard. Voor dit idee is een haalbaarheidsstudie nodig. De zandwinplas (strand, wandelen) heeft eveneens recreatieve mogelijkheden. Onderzocht zou kunnen worden of de eigenaar wil meewerken aan mogelijke ontwikkelingen nabij/aan de zandwinplas Hurdegaryp.
32
Jistrum en Skûlenboarch
Karakteristiek van het dorp.. Het dorp is ontstaan tussen 3 essen, waar vroeger de akkers lagen. De akkers werden met bemest door de schapen, die op de uitgestrekte omringende heidevelden liepen. Eén van de essen is goed herkenbaar aan de zandweg (Achterwei) rondom en aan de bolle ligging van de percelen. Een andere es is vroeger al verkaveld en door (elzen)singels op de perceelsgrenzen niet meer te overzien. Op deze es is De Geasten gebouwd. De kleinste es ligt aan de zuidzijde van de Schoolstraat is volgebouwd (Buurtlaan, Fjildwei e.o.). De schaapsdriften, waarlangs de schapen naar het dorp werden gedreven zijn goed herkenbaar (Koaidyk, de Meren, de Tillewei). Maar er is geen snippertje heide of een oude schaapskooi meer te vinden, wel oude boerderijen en de oude kerk uit de 13e eeuw. Van de 4 Friese esdorpen rond het Burgumermar is Jistrum het beste herkenbaar gebleven. Heechsân/Eastermar, Sumar en Noardermar (bij Burgum) zijn de andere 3. De Schoolstraat is de dorpsstraat en tevens doorgaande weg, waardoor er geen ruimte is voor bomen langs de weg. Recent is de uitbreiding Langhof aan de zuidoostzijde van het dorp gebouwd.
Typering van het groen. De (groen)structuur van het dorp vormt één geheel met het landschap: daarom staat op de open es geen wegbeplanting en wel langs de Achterwei rond de es. De elzensingels houden 33
meest bij het dorp op en de sloten zijn in het dorp gedempt. Omdat de grond zeer leemrijk is het beter de sloten en singels te behouden voor natuurlijke drainage of watertoevoer. Aan de Jisteboerewei ligt een bedrijventerrein en is een zwaluwwand en een moerasje aangelegd.
Ruimtelijke ontwikkeling met kansen voor het groen. Er is nog uitbreiding van de Geasten mogelijk. Inpassing van de nieuwe woningbouw zal plaatsvinden met behoudt c.q. versterking van de karakteristieke, streekeigen beplantingskenmerken die het gebied heeft. De historische es zou een moderne invulling kunnen krijgen voor de teelt van veevoer door, een gespecialiseerd bedrijf, dat levert aan boeren, die zich helemaal specialiseren op het houden/fokken van vee. De es wordt hiermee weer herkenbaar als akkercomplex. De bedrijfsgebouwen (zoals silo’s) van het “voerstation” zouden buiten de es moeten komen te staan. Skûlenboarch De brug over het PM-kanaal is bepalend geweest voor Skûlenboarch. Voor de schippers en de toeschouwers kwamen er een café, bedrijven en woningen. Het bedrijventerrein Westkern ten oosten van Skûlenboarch wordt naar het westen uitgebreid. Een goede inpassing in het landschap zonder Skûlenboarch te overheersen moet het uitgangspunt zijn.
Mûnein
Karakteristiek van het dorp. Uit verspreide bebouwing langs wegen zijn de dorpen Readtsjerk (Dantumadiel) en Mûnein ontstaan. Mûnein ligt op de oostelijke flank van de zandgronden in de Trynwâlden, grenzend 34
aan de veengronden van het Bûtenfjild. De meeste straten lopen oost- west passend in de verkaveling van de elzensingels. Het haventje aan de Dr.Kylstraweg is met een vaart verbonden met het plassengebied van de Houtwielen. Het netwerk van elzensingels aan de noordkant van het dorp is fijnmazig en in goede staat van onderhoud. Aan de zuidzijde ligt de bosstrook langs de Ekkelreed, waardoor het dorp mooi in het landschap is ingepast. Het pleintje (hoek Kylstraweg – Jelte Binneswei), de haven en de oude vlasfabriek zijn de herkenningpunten.
Typering van het groen. De Dr.Kijlstraweg is de toegangsweg vanuit Oentsjerk en loopt door het dorp naar Readtsjerk. Het is daarmee de belangrijkste dorpsstraat en daarom waar mogelijk met bomen beplant. De Mounewei, K. Rienewerfstrjitte hebben van Mûnein een woonkern gemaakt, compleet met straatbomen en sierheesters. Het pleintje en het haventje zijn ontmoetingsplekken en herkenningspunten in het dorp, die met bomen, hagen, o.i.d. een bescheiden accent hebben gekregen.
Ruimtelijke ontwikkelingen met kansen voor het groen. Het landelijk karakter van Mûnein blijft bestaan als de woonstraten er uit zien als landelijke wegen zonder verhoogde voetpaden of “stadse” beplanting. Geen sierheesters, maar elzensingels, solitaire bomen (geen rijen) en gras. De laatste uitbreiding aan de Flaaksikkers laat dit zien.
Noardburgum
Karakteristiek van het dorp. Het dorp is ontstaan uit een verzameling Wâldspultsjes en plaggenhutten op de Burgumer heide. De heide is ontgonnen tot kleine perceeltjes akker- en weiland. In de van de vorige eeuw is de verspreide bebouwing met nieuwbouwstraten aangevuld. Aan de oostkant van het dorp is het oude karakter van perceeltjes weiland met losse bebouwing nog zichtbaar. Voor 35
de identiteit, maar ook voor ommetjes in het dorp is het wenselijk deze structuur te behouden door perceeltjes onbebouwd te laten en paadjes toegankelijk te houden. In de nieuwste uitbreiding zijn oude eikensingels ingepast in de groenstructuur. Deze kant van het dorp ligt in een opstrekkende verkaveling. De Rijksstraatweg doorsnijdt het dorp en tegelijk zijn de parallelwegen ook woonstraten van het dorp. De kerk en de pastorie aan de parallelweg zijn met de bijbehorende bomen beeldbepalend voor het dorp. Het verzorgingshuis Nieuw Toutenburg draagt ook bij aan het beeld van het dorp.
Typering van het groen. De (groen)structuur van het dorp wordt vooral bepaald door de (nog jonge) bomen langs de Rijksstraatweg en de Zevenhuisterweg. De kruising van beide wegen is erg open en wordt gedomineerd door de (niet functionerende) fontein, die verwijst naar het waterleidingbedrijf en het waterwingebied met bos aan de zuidzijde van de Rijksstraatweg. Het bos van Nieuw Toutenburg is ook belangrijk voor het dorp. In het dorp bepalen de veldjes, elzensingels en losse bomen het beeld.
Ruimtelijke ontwikkelingen met kansen voor het groen. De mogelijkheden voor inbreiding van het dorp worden onderzocht, waarbij de waarde van de onbebouwde veldjes wordt beoordeeld. Als het plaatselijk tot inbreiding komt zou tegelijk de zichtbaarheid van de te handhaven veldjes vergroot moeten worden. Dit kan door tegelijk ook paden aan te leggen en doorzichten te creëren.
36
Ryptsjerk
Karakteristiek van het dorp. Tussen de veenplassen (Grote Wielen) en het veenweidelandschap ‘t Bûtenfjild ligt de Ryptsjerksterfeart. Bij de brug in de weg naar Gytsjerk (en vroeger verder naar Leeuwarden) is Ryptsjerk ontstaan. De brug en de oude landelijke wegen zijn er nog steeds en de kruising is centrum van het dorp. Door vervening is het dorp op een zandeiland komen te liggen. Er is een woonbuurt gebouwd ten westen van de landelijke Binnendijk. De (historische) band met de vaart is versterkt door de oever toegankelijk te houden en het water uit te breiden in de buurt.