CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

06 - Bijlage 1 - Notitie zienswijze bestemmingsplan Skûlenboargerwei 10 Eastermar

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 24 november 2022, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Skûlenboargerwei 10 Eastermar (besluitvormend, hamerstuk)1.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stuknummer: S2022-16787 zienswijzennota bestemmingsplan “Skûlenboargerwei 10 Eastermar” 1.1. Status zienswijzennota Deze zienswijzennota behoort bij het besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan “Skûlenboargerwei 10 Eastermar”. De zienswijzennota bestaat uit twee hoofdstukken. Hoofdstuk 1 is een algemeen (inleidend) hoofdstuk met daarin o.a. de ingekomen zienswijzen, de ontvankelijkheid van de zienswijze en de verdere procedure van het besluit. In hoofdstuk 2 is de zienswijze samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Er is daarbij aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan. De zienswijze is geanonimiseerd als bijlage bij deze zienswijzenota gevoegd. 1.2 Procedure bestemmingsplan De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure). Het ontwerp-bestemmingsplan “Skûlenboargerwei 10 Eastermar” heeft na de publicatie op officiële bekendmakingen en de Staatscourant vanaf 4 augustus 2022 tot en met 15 september 2022 ter inzage gelegen en was digitaal beschikbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze termijn kon een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen.

Na de zienswijzenronde beslist de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. De gemeenteraad weegt hierbij de ontvangen zienswijze mee. Tegen het vaststellingsbesluit kan binnen een termijn van zes weken beroep worden aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Beroep heeft geen opschortende werking. Om te voorkomen dat het besluit tot vaststelling in werking treedt, zou een voorlopige voorziening kunnen worden aangevraagd bij de voorzieningenrechter van de Afdeling. 1.3 Ingekomen zienswijzen Tijdens de periode van terinzagelegging is er één zienswijze ingediend. Het betreft de zienswijze van de provincie Fryslân. De zienswijze is bij deze nota gevoegd. 1.4 Bescherming persoonsgegevens In verband met de bescherming van de persoonsgegevens zijn de namen van de indieners van een zienswijze in deze notitie geanonimiseerd. 1.5 Ontvankelijkheid zienswijze De zienswijze is binnengekomen binnen de periode van de terinzagelegging. De zienswijze is gericht aan de raad. De zienswijze is ontvankelijk.

2.

Zienswijze Hieronder geven wij een samenvatting, een beoordeling en een conclusie van de zienswijze. 2.1. Zienswijze van de provincie Fryslân Deze zienswijze heeft betrekking op het vestigen en uitoefenen van een niet agrarisch bedrijf in het landelijk gebied. Voor de afwijzing van deze locatie zijn in de notitie inspraak en overleg de volgende drie argumenten genoemd: 1. Bij hergebruik van vrijkomende bebouwing in het buitengebied is uitsluitend detailhandel als ondergeschikte functie toegestaan. De provincie stelt dat een landbouwmechanisatiebedrijf met als hoofdactiviteit de verkoop van machines/voertuigen ongewenst en niet passend is in het landelijk gebied. Deze functie zou naar het oordeel van de provincie op een

bedrijventerrein thuishoren. De verkoop van landbouwmachines zou ondergeschikt moeten zijn aan de reparatiefunctie. 2. De verordening Romte biedt in artikel 1.2.1 de mogelijkheid voor hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen. De provincie stelt dat de bebouwing dan wel aanwezig moet zijn en in casu is er bebouwing gesloopt. Daardoor zou enkel gebruik kunnen worden gemaakt van de thans aanwezige bebouwing, met een mogelijke aanvulling van 50% van bestaand bebouwd oppervlak. 3. De provincie is van mening dat de initiatiefnemers op het perceel een scheiding willen aanbrengen in een woon- en werkdeel. Dit is ongewenst in het landelijk gebied. De provincie stelt dat er sprake dient te zijn van een samenhangend erf. Beoordeling gemeente. Argument 1 In de uitspraak van 22 september 2010 (ABRvS, 201001264/1/H1) heeft de Afdeling overwogen dat uit de omstandigheid dat slechts een klein deel van de totale omzet van een onderneming uit detailhandelsactiviteiten wordt behaald, niet kan worden afgeleid dat de onderneming groothandel bedrijft, waarbij de verkoop aan particulieren als incidenteel, ondergeschikt aan en voortvloeiend uit de groothandelsactiviteiten moet worden aangemerkt.

De afdeling stelde dat bij deze beoordeling de aard, indeling en inrichting van het pand in aanmerking moeten worden genomen en voorts, hoe geregeld de muziekwinkel door particulieren wordt bezocht en hoeveel detailhandeltransacties ter plaatse hebben plaatsgevonden. In casu is er sprake van een onderneming dat zich bezighoudt met reparatie- en onderhoud, inen verkoop van landbouwmachines. Onbetwist is het feit dat de verkoop van landbouwmachines aan agrariërs als groothandelsactiviteiten dienen te worden aangemerkt. Incidenteel wordt er een machine aangeboden voor de particuliere markt. Het gaat daarbij om de verkoop van een motormaaier o.i.d. Het bedrijf voert geen assortiment voor dier en tuin. Wat betreft de aard, indeling, inrichting van de onderneming kan worden gesteld dat het te realiseren bedrijfspand zal worden ingericht als werkplaats voor het uitvoeren van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden voor landbouwmachines. In het pand zal geen ‘winkelruimte’ of ‘showroom’ worden gerealiseerd. Op de beoogde verharding naast de werkplaats zullen landbouwmachines kunnen worden opgesteld. Uit de beoogde aard, indeling en inrichting van het bedrijf blijkt duidelijk dat het bedrijf zich niet richt op de verkoop aan particulieren. De verkoop aan particulieren vindt slechts incidenteel plaats en het aantal detailhandelstransacties vormt ca.

2 à 3 % van het totale aantal transacties. Argument 2 De provinciale verordening stelt in artikel 1.2.1 dat nieuwe stedelijke functies in het landelijk gebied kunnen worden toegestaan, indien sprake is van hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen. Daarnaast biedt artikel 4.3.2 van de provinciale verordening Romte de mogelijkheid voor aanvullende bebouwing met een maximum van 50% van het bestaande bebouwde oppervlak en 50% van het bestemmingsvlak. De gemeente is van mening dat bij het bepalen van het bestaande bebouwde oppervlak rekening gehouden moet worden met de in 2019 gesloopte kippenloods. In de begripsbepalingen behorende bij deze verordening is immers een definitie opgenomen voor ‘bestaande bebouwing’, te weten “de bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig aanwezig is, of waarvoor een bouwvergunning is verleend, dan wel een aanvraag om bouwvergunning is ingediend die kan worden verleend”. Het bestaande bebouwde oppervlak wordt logischerwijs bepaald aan de hand van de bestaande bebouwing.

Het bestaande bebouwde oppervlak (inclusief de gesloopte loods) bedraagt ca. 1300 m2. Er zal aanvullend een gebouw mogen worden gerealiseerd met een maximale oppervlakte van ca. 650 m2. De beoogde werkplaats met een oppervlakte van 480 m2 kan derhalve aanvullend worden gebouwd. Argument 3 De opmerking dat initiatiefnemers op het perceel een scheiding van wonen en werken nastreven, is gestoeld op het feit dat er een aparte inrit is bedacht voor het ontsluiten van het landbouwmechanisatiebedrijf. De bestaande inrit, met een breedte van ca. 4 meter, voert direct langs de bedrijfswoning en diverse bestaande gebouwen. Op grond van de Regeling Voertuigen mag de maximale breedte van een landbouwvoertuig 3 meter bedragen en de lengte van een voertuig combinatie met aanhangwagen maximaal 18,75 meter. De bestaande inrit biedt onvoldoende ruimte voor het kunnen manoeuvreren met dergelijke brede en lange landbouwvoertuigen en -combinaties. Een nieuwe inrit is derhalve noodzakelijk. De beoogde werkplaats en de beoogde verharding zijn bovendien op korte afstand achter de bestaande kippenloods geprojecteerd. Er zal in praktijk geen sprake zijn van een afgescheiden woon- en werkdeel, maar van een samenhangend erf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=42a7bde1-5b6f-469e-a778-896c81d543ff