06-B - Bijlage bij verzoek tot interpellatie - beantwoording schriftelijke vragen VVD Groenlinks m.b.t. gebruik ontheff....pdf
Tekst van het document
Burgum, 16 februari 2021
ons kenmerk : dossier : behandeld door : telefoonnummer : uw brief van : uw kenmerk : onderwerp :
S2021-03347 Z2020-05059 R. van der Wal 14 0511 beantwoording schriftelijke vragen VVD Groenlinks m.b.t. gebruik ontheffingsmogelijkheid art. 35 DHW en het convenant met KHN en FC Burgum
Geachte leden van de gemeenteraad, De raadsfracties van VVD en GroenLinks hebben op 1 februari 2021 schriftelijke vragen gesteld over het gebruik door de burgemeester van de ontheffingsmogelijkheid van artikel 35 Drank- en horecawet (DHW) en het convenant tussen Koninklijke Horeca Nederland (KHN), FC Burgum en de gemeente van 17 december 2020. In deze brief voorzien wij de vragen van een antwoord van (ieder voor eigen bevoegdheid) de burgemeester, het college of gezamenlijk (aangeduid als ‘wij’). Vooraf Wij hebben met instemming kennisgenomen van het feit dat de fracties van VVD en GroenLinks aangeven van mening te zijn dat FC Burgum een vergunning moet krijgen, korfballers een drankje na de wedstrijd moeten kunnen drinken in het sportcafé en dat dit op de juiste manier geregeld moet worden. Hierop zijn onze inspanningen steeds gericht geweest. De vragen geven ons de gelegenheid om uit te leggen voor welke uitdaging wij stonden. Feiten kort samengevat: 1. De Nije Westermar is, inclusief sportcafé, bedoeld als brede sportvoorziening voor alle sporters, waaraan een burgerinitiatief ten grondslag ligt. 2. Het bieden van een mogelijkheid aan binnensporters om op zaterdag- of zondagavond na een wedstrijd, die na 19.00 uur eindigt, nog iets te drinken in het sportcafé past niet binnen de DHV. 3. FC Burgum en KHN hebben steeds de intentie gehad om hiervoor ruimte te creëren.
Postbus 3 | 9250 AA Burgum | Raadhuisweg 7 | tel 14 0511 | fax 0511 460 861 | gemeente@t-diel.nl | www.t-diel.nl
“ Mei niget eagje ik it lânskip oer: dit is it gea fan fearten, puollen, reiden, fan bûnt strewelleguod en wâldske greiden; hjir is gjin nee te keap yn ‘ e natoer”
Gemeenteraad Tytsjerksteradiel
4. FC Burgum en KHN hebben steeds de intentie gehad om samen te werken en deze samenwerking te beklinken met een convenant. Vanuit (Koninklijke en lokale) horeca is daarbij te kennen gegeven dat een aanpassing van de DHV op dit moment niet wenselijk wordt gevonden, omdat men graag eerst aan het onderlinge vertrouwen wil werken. 5. De raad staat in meerderheid positief tegenover het vinden van een manier om het drankje na een wedstrijd op zaterdagavond in het sportcafé mogelijk te maken (opiniërende behandeling d.d. 22 oktober 2020). Voor het door het college ingediende voorstel tot verruiming van de schenktijden voor sportkantines in sporthallen bestaat geen meerderheid in de raad. Er zijn diverse alternatieven aangedragen, ook vanuit de raad. Een duidelijke keuze is hierin (nog) niet gemaakt. 6. Een groot deel van de raadsfracties hecht, vanwege de discussie over paracommercie en gezondheid, grote waarde aan een tussen betrokken partijen te sluiten convenant. 7. Bij convenant kan niet rechtsgeldig worden afgeweken van de vaste schenktijden en ontheffingsmogelijkheden van de DHV. Het schenken van alcohol op zaterdagavond aan de korfballers op basis van alleen een convenant levert een overtreding op, waartegen de burgemeester handhavend moet optreden.
Na de opiniërende raadsbehandeling op 22 oktober 2020 hebben FC Burgum en KHN het initiatief genomen om te komen tot het – eerder al gewenste – convenant. Zij zijn gekomen met een tekstvoorstel voor een convenant, waarin op basis van onderling overleg het sportcafé buiten de vaste schenktijden geopend mag zijn op basis van door de gemeente te verlenen ontheffingen. Wij wijzen er met klem op dat dit het voorstel is geweest van KHN en FC Burgum gezamenlijk. Zij geven hiermee uitdrukking aan het feit dat zij samenwerking en regelmatig overleg noodzakelijk vinden voor een aantrekkelijk en levendig Burgum en een gezamenlijke verantwoordelijkheid zien voor een juiste balans in de belangen van horecaondernemers en FC Burgum. Het overleg vindt gestructureerd plaats in een overlegorgaan met een onafhankelijke voorzitter. Wij hebben ons vervolgens beraden op de mogelijkheden om de op samenwerking en het vergroten van onderling vertrouwen gerichte intenties te faciliteren én te voorzien van een juridische basis. Afwijken van de DHV op basis van enkel een convenant is, zoals gezegd, niet mogelijk. Er waren hiervoor globaal twee oplossingsrichtingen: 1. Een permanente oplossing in de vorm van een nieuw voorstel tot aanpassing van de DHV (ofwel in de schenktijden ofwel in de ontheffingsmogelijkheden). Hiervoor bestond bij de horeca op dat moment geen draagvlak. 2.
Een tijdelijke oplossing in de vorm van een pilot, waarbij horeca en FC Burgum hun intenties in praktijk kunnen beproeven zónder aanpassing van DHV. Voor het gebruik van de ontheffingsmogelijkheid op grond van artikel 35 DHW tijdens deze pilot bestond bij horeca en FC Burgum wel draagvlak. Om deze reden is de intentie van de burgemeester om ontheffing te verlenen voor het schenken van zwakalcoholische dranken op basis van artikel 35 DHW vastgelegd in het convenant onder de nadrukkelijke voorwaarden dat dit slechts voor één jaar aan de orde zal zijn. Bij de beantwoording van de vragen hieronder zal de burgemeester de juridische basis nader uiteenzetten. Opgemerkt wordt hier nog dat er nog geen ontheffing is verleend voor afgestemde sportactiviteiten. Het convenant of de Drank- en horecavergunning ís niet een ontheffing; ontheffingen dienen door FC Burgum te worden aangevraagd. Dit is nog niet gebeurd. Er hebben – als gevolg van de lockdown – nog geen afgestemde
sportactiviteiten plaatsgevonden en het ligt niet in de lijn der verwachting dat dit op korte termijn wel het geval zal zijn. Beantwoording vragen Vragen 1 en 2: • Kunt u ons uitleggen waarom art. 35 is ingezet bij het convenant? • Kunt u ons uitleggen op welke grond art. 35 gebruikt is? De burgemeester verleent jaarlijks zo’n 60 ontheffingen op basis van dit artikel voor bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard. Het gaat dan bijvoorbeeld om het schenken van zwakalcoholhoudende dranken tijdens dorpsfeesten, tentfeesten en sportevenementen zoals een autocross, volleybaltoernooi, fierljepwedstrijden en concours hippique. De burgemeester heeft de bevoegdheid nog niet eerder gebruikt om het schenken van alcohol na een gewone sportwedstrijd mogelijk te maken, maar heeft de intentie om dat voor deze pilotoplossing wél te doen. De burgemeester doet dit in de overtuiging dat met deze tijdelijke oplossing recht wordt gedaan aan de diverse wensen en intenties, rekening houdend met de beperkingen en met respect voor geldende bevoegdheden. Ten aanzien van de bevoegdheden op grond van de DHW het volgende. De raad moet (op grond van artikel 4 DHW) regels vaststellen, waaraan paracommerciële rechtspersonen zich hebben te houden. Dit is gebeurd in de DHV; de raad heeft hierin (onder meer) schenktijden vastgesteld en nauwkeurig omschreven ontheffingsmogelijkheden van die schenktijden.
De bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 35 DHW bestaat naast de regels, die zijn opgenomen in de DHV, omdat artikel 35 DHW feitelijk iets anders regelt (het schenken van zwakalcoholische drank tijdens bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard). De burgemeester heeft deze eigenstandige bevoegdheid dus altijd, ongeacht de door de raad in de DHV gestelde regels voor paracommerciële rechtspersonen. Vraag 3: • Wist u van tevoren dat art. 35 niet voor deze toepassing bedoeld is? (voor art. 35 van de Drank- en Horecawet, zie bijlage 1) De burgemeester is van mening dat de ontheffingsmogelijkheid wél kan worden gebruikt. Op grond van artikel 35 DHW kan voor een bijzondere gelegenheid van maximaal 12 aaneengesloten dagen ontheffing worden verleend om zwakalcoholische drank te mogen verstrekken. Het begrip ‘bijzondere gelegenheid’ of het aantal bijzondere gelegenheden per jaar is niet nader geregeld in de DHW, noch in beleid. De ontheffingsmogelijkheid is een discretionaire bevoegdheid van de burgemeester. Er is daarbij sprake van beleidsvrijheid. Er is geen beleid vastgesteld. Zoals in het informerende raadsvoorstel al is aangegeven is het verlenen van ontheffingen op basis van artikel 35 DHW een tijdelijke oplossing (in het pilotjaar).
Het bijzondere karakter van de gelegenheden hangt in dit geval niet in de eerste plaats samen met de aard of het aantal gelegenheden, maar vooral met de afstemming tussen de aanvrager (FC Burgum) en de concurrent-belanghebbende (lokale horeca) en het gezamenlijke doel, dat overeenstemt met een breed gevoelde wens om het drinken van een drankje na een binnensportwedstrijd in het sportcafé mogelijk te maken, óók als dat op zaterdagavond na 19.00 uur is. Met andere woorden: de
gezamenlijke pilot maakt de korfbalwedstrijd tijdelijk – voor de duur van het convenant een ‘bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard’. Vraag 4: • Bent u met ons eens dat, als er regels zijn, deze toegepast moeten worden in een gemeente en dat u het bevoegde gezag daarvoor bent, samen met de wethouders? Ja. Bij het verlenen van ontheffingen is de burgemeester het bevoegde bestuursorgaan (dus niet samen met de wethouders). Vraag 5: • Kunt u ons uitleggen hoe u kijkt naar uw rol binnen deze afspraken in relatie tot de Publiek Private Samenwerking met FC Burgum? Immers in de notulen van de stuurgroep van 30-6-2019 lezen wij dat de APV aangepast is voor de exploitatie van FC Burgum (zie bijlage 2). Wij gaan ervan uit dat in de vraag de stuurgroepvergadering van 30-6-2020 is bedoeld. Noch de stuurgroep, noch één van haar leden (de stuurgroep bestond uit vertegenwoordigers van het burgerinitiatief, FC Burgum en gemeente) is bevoegd om de APV of de DHV aan te passen. Dat is bij uitstek de gemeenteraad. Dit blijkt ook uit de notulen, omdat is aangegeven dat de wijziging ter vaststelling op de agenda van de raad van 17 september 2020 staat. Duidelijk is daarmee dat tijdens de stuurgroepvergadering nog slechts sprake was van een collegevoorstel.
Zoals bekend heeft de raad na deze stuurgroepvergadering de DHV niet aangepast en ook de sluitingstijden-bepaling in de APV is niet conform het raadsvoorstel aangepast. Het raadsvoorstel was bedoeld om het schenken van alcohol rondom sportactiviteiten op zaterdag- en zondagavond na 19.00 uur alleen mogelijk te maken in alle sporthallen met een aangrenzende kantine (sportcafé). Het ging dus niet alleen om de Nije Westermar, maar ook om de sporthal in Oentsjerk. Het is nimmer de bedoeling geweest om de regels ten behoeve van één rechtspersoon te wijzigen. Bij de Nije Westermar speelt daarbij nog dat – en daar is al meerdere keren op gewezen - FC Burgum niet verlegen zit om openstelling van het sportcafé op zaterdag- en zondagavond, maar dat dit mogelijk wordt gemaakt ten behoeve van het medegebruik door binnensportverenigingen in de periode november tot april. Als de burgemeester geen gebruik maakt van de hem toegekende mogelijkheden om ontheffing te verlenen, schendt hij daarmee geen afspraken met - of raakt hij niet de belangen van - FC Burgum, maar de belangen van de korfballers en andere binnensporters. Afronding Het college en de burgemeester gaan ervan uit dat de gestelde vragen hiermee naar tevredenheid zijn beantwoord.
Naar aanleiding van de aangenomen motie Vreemd in de raadsvergadering van 27 februari 2020 melden we de kosten van de beantwoording van de kosten van schriftelijke vragen. De kosten van de beantwoording van deze schriftelijke vragen bedragen ca € 825,-.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel, de secretaris/directeur, de burgemeester,
H.M. van Gils
drs L.J. Gebben
de burgemeester,
drs. L.J. Gebben
bijlagen : reactie burgemeester op onderhandse vragen VVD c.c. :@ @
Van: L.J. (Jeroen) Gebben Verzonden: woensdag 27 januari 2021 17:45 Aan: Sjaak Hoekstra VVD <S.Hoekstra.VVD@t-diel.nl> Onderwerp: Antwoorden op jouw telefonische vragen Beste Sjaak, Nav jouw vragen, die jij mij telefonisch gisteren doorgaf, het volgende. Eerst maak ik een algemene opmerking, daarna zal ik jouw vragen beantwoorden. Algemene opmerking. Zoals gezegd is jouw overweging om als raadslid bezwaar te maken tegen een besluit van de burgemeester bijzonder. Niet alleen om juridische redenen, maar ook in de verhouding met raad, college/burgemeester, horeca en sport. Realiseer je daarbij dat je in een procedure waarschijnlijk niet ontvankelijk in je bezwaar zal worden verklaard. Om ontvankelijk bezwaar te kunnen maken moet iemand namelijk ‘belanghebbende’ zijn. Een raadslid kan alleen belanghebbende zijn op persoonlijke titel. De raad kan als bestuursorgaan (dus de raad in zijn geheel) belanghebbend zijn als het gaat om aan de raad toevertrouwde belangen. Dit komt bijvoorbeeld voor wanneer een raad of college bezwaar maakt tegen een besluit van provincie of buurgemeente, waardoor ook de eigen gemeente wordt geraakt. Meer in detail. Tegen de D&H-vergunning kan (moet) overigens rechtstreeks beroep worden ingesteld. Dit besluit is met de uitgebreide procedure voorbereid (conform Drank- en horecawet). De bezwaarfase wordt daarin overgeslagen.
Voor de exploitatievergunning is de normale AWB-procedure gebruikelijk (conform APV) en kan (moet) eerst bezwaar gemaakt worden. Dan een reactie op jouw vragen Inleiding Voor de Neie Westermar is een exploitatievergunning afgegeven op 17 december 2020. In de Drank en Horecawet staat in art 35, dat er bij bijzondere gelegenheden ten hoogste 12 dagen een ontheffing verleend kan worden. Reactie: Op grond van artikel 35 DHW kan voor een bijzondere gelegenheid van maximaal 12 aaneengesloten dagen ontheffing worden verleend om zwakalcoholische drank te mogen verstrekken. Het aantal bijzondere gelegenheden per jaar is niet gemaximeerd in de DHW, noch in beleid. De daarin opgenomen ontheffingsmogelijkheid is een discretionaire bevoegdheid van de burgemeester. Er is daarbij sprake van beleidsvrijheid. Er is geen beleid vastgesteld. VR 1: wat is een “bijzondere gelegenheid” Reactie: Het begrip is in de DHW niet gedefinieerd. De ontheffingsmogelijkheid is een discretionaire bevoegdheid van de burgemeester. Er is daarbij sprake van beleidsvrijheid. Er is geen beleid vastgesteld.
VR 2: hoe dient deze in de wet genoemde ontheffing gerelateerd te worden aan “ten hoogste 12 dagen” in relatie tot de duur van de vergunning (ruim een jaar) en in relatie tot de vrijstelling van de korfbal? Reactie: Zoals aangegeven is een bijzondere gelegenheid o.g.v. de DHW een gelegenheid die maximaal 12 dagen aaneengesloten duurt. Het aantal bijzondere gelegenheden per jaar is niet gemaximeerd, althans niet verder dan dat het een ‘bijzondere’ gelegenheid moet blijven. Zoals in het informerende raadsvoorstel al is aangegeven is het verlenen van ontheffingen op basis van artikel 35 DHW een tijdelijke oplossing. Het bijzondere karakter van de gelegenheden hangt niet in de eerste plaats af van de aard of het aantal gelegenheden, maar in dit geval wel af van de bijzondere wijze van afstemming tussen de aanvrager (FC Burgum) en de concurrent-belanghebbende (lokale horeca). Op deze manier is het mogelijk om – bijvoorbeeld op zaterdagavonden rondom korfbalwedstrijden – zwakalcoholische drank te schenken op basis van samenwerking en afstemming. Hetgeen ook de algemeen heersende wens van de gemeenteraad was. Zonder die afstemming, maakt de burgemeester geen gebruik van zijn mogelijkheid tot ontheffing op basis van artikel 35 DHW.
Omdat korfbalwedstrijden niet blijvend als bijzondere gelegenheid kunnen worden aangemerkt, is afgesproken dat het verlenen van ontheffingen op basis van artikel 35 DHW zich zal beperkten tot het pilotjaar. VR 3.1: wat is de juridische status van een convenant? Deze staat namelijk niet genoemd in onze Drank en Horecaverordening Reactie: De raad moet (op grond van artikel 4 DHW) regels vaststellen, waaraan para commerciële rechtspersonen zich hebben te houden. Dit is gebeurd in de Drank- en horecaverordening; de raad heeft hierin (onder meer) schenktijden vastgesteld en ontheffingsmogelijkheden van die schenktijden. De bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 35 DHW staat naast de regels, die zijn opgenomen in de Drank- en horecaverordening. De burgemeester heeft deze bevoegdheid, ongeacht de door de raad kaders, in de para commerciële verordening. Partijen zijn juridisch gebonden aan een convenant dat door of namens hen is ondertekend. VR 3.2: Mag de gemeente deze meetekenen? Reactie: Ja. De burgemeester tekent als orgaan van de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Tytsjerksteradiel. VR 3.3: Is dit een collegebevoegdheid of een raadsbevoegdheid? Reactie: De afspraken in het convenant, die betrekking hebben op het verlenen van ontheffingen op grond van artikel 35 DHW, berusten op een burgemeestersbevoegdheid.
De burgemeester is bevoegd om over het aangaan van deze afspraken te besluiten. Omdat in het convenant ook wordt ingegaan op handhaving (collegebevoegdheid), is het besluit om het convenant aan te gaan ter vaststelling voorgelegd aan het college. In het geval van privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals het sluiten van overeenkomsten, is een rol voor de raad weggelegd als er sprake is van rechtshandelingen met ingrijpende
gevolgen voor de gemeente (artikel 169 lid 4 Gemeentewet). Het college besluit in dat geval niet voordat de raad in de gelegenheid is gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Dit is in deze kwestie niet aan de orde: er is hier namelijk geen sprake van een privaatrechtelijke rechtshandeling en ook niet van ingrijpende gevolgen voor de gemeente. VR 3.4: Hoe valt de juridische rechtskracht uit dit convenant te relateren aan de handhavingsbevoegdheid van het college / de burgemeester Reactie: Partijen zijn juridisch gebonden aan een convenant dat door of namens hen is ondertekend. Het convenant is gericht op het voorkomen van handhavend optreden, maar doet niets af aan de plicht om handhavend op te treden tegen overtredingen i.c. van de DHW, DHV en/of APV.
Freonlike groetnis, Vriendelijke groet, drs. L.J. (Jeroen) Gebben burgemeester Tytsjerksteradiel t 14 0511 i www.t-diel.nl