05 - Bijlage 1 - Concept Visie op maatschappelijk vastgoed
Tekst van het document
Concept vastgoed
Visie
op
maatschappelijk
CONCEPT 11 MEI 2021 Niels van Schaik , Thomas van Zeewijk Vink, Ted Rijpkema, Aukje van der Galiën
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3
2.
Doel van accommodaties ................................................................................................................ 4 Het waarom van ontmoeting .............................................................................................................. 4 Waarom deze visie .............................................................................................................................. 4 Hoe is deze visie tot stand gekomen: het proces ................................................................................ 4
3.
Visie: der moat fjoer yn sitte! .......................................................................................................... 6 Voor een vitale leefomgeving bieden we excellente voorzieningen aan............................................ 6 We zijn ons bewust van de nieuwe rol van de overheid..................................................................... 6
4.
Huidige situatie en ontwikkelingen ................................................................................................. 8 Bereikbaarheid van groot belang voor bovenlokale accommodaties................................................. 9 Jeugd: een bijzondere en belangrijke groep ..................................................................................... 10 Aanbod creëert vraag en beïnvloedt gebruikers............................................................................... 10 De rol van de gemeente .................................................................................................................... 10 Toekomstbestendigheid van leefbaarheid ........................................................................................ 10 Toekomstbestendigheid van gebouwen ........................................................................................... 11
5.
Kaders ............................................................................................................................................ 12 Ontmoeting ....................................................................................................................................... 12 Clustering en samenwerking tussen dorpen ..................................................................................... 12 Zelfwerkzaamheid ............................................................................................................................. 13 De rol van de gemeente .................................................................................................................... 13 Eigendom ........................................................................................................................................... 13 Investeren op natuurlijke momenten ............................................................................................... 14 Financieel........................................................................................................................................... 14 Subsidies ............................................................................................................................................
15 Conclusie: De kaders op hoofdlijnen ................................................................................................. 15
Wat betekenen deze kaders in concrete gevallen ................................................................................ 16 6.
Vervolg........................................................................................................................................... 18 Uitvoeringsplan ................................................................................................................................. 18
Bijlage 1 Samenvatting enquêteresultaten ........................................................................................... 19 Responsgroep .................................................................................................................................... 19 Functie van maatschappelijk vastgoed: ontmoeting ........................................................................ 19 Tevredenheid: blij met wat er in een woonplaats is, andere dorpen goed bereikbaar .................... 19 Bijlage 2 Atlas maatschappelijk vastgoed ............................................................................................. 20
1. Inleiding Leefbaarheid is een belangrijk thema in Tytsjerksteradiel en maatschappelijk vastgoed is hier een belangrijk onderdeel van. De gemeente wil graag voorzieningen in stand houden en toekomstgericht en toekomstbestendig invullen. Er spelen diverse actuele vraagstukken en ervaringen op dit thema; over onderwijs, sport, ontmoetingsplaatsen in de vorm van dorpshuizen of multifunctionele centra. Dit alles binnen demografische en maatschappelijke ontwikkelingen waardoor vraag naar en aanbod van voorzieningen verandert. In 2017 is het onderwerp maatschappelijk vastgoed op de raadsagenda behandeld. Uit een daarbij getoonde inventarisatie van de vastgoedportefeuille van de gemeente bleek dat in de gemeente circa driehonderd gebouwen en locaties als maatschappelijk vastgoed in gebruik zijn en daarvan ongeveer honderdzestig in eigendom. Scholen kampen met teruglopende leerlingenaantallen en hoge boekwaarden, dorpshuizen/MFC’s soms met gedeeltelijke leegstand en problemen met de exploitatie. Hoewel het voorzieningenniveau nu nog hoog is in de gemeente, kan de gemeente niet op deze voet verder gaan. Er spelen vragen over eigendom, kostprijsdekkende huur, beheer en exploitatie, het clusteren/delen van accommodaties en het draagvlak en mogelijke leegstand. Ook hebben we een verplichting tot het verduurzamen van gemeentelijke gebouwen.
In december 2020 heeft de gemeenteraad op basis van een startnotitie besloten om vanuit een breder perspectief naar de toekomst van accommodaties te kijken, zodat de benodigde beslissingen over maatschappelijk vastgoed goed onderbouwd genomen kunnen worden. Daarmee geeft de gemeente zichzelf, maar ook andere partijen, duidelijkheid over hoe het maatschappelijk vastgoed in Tytsjerksteradiel efficiënt en doelgericht kan worden aangeboden. Voor u ligt de conceptvisie van het college in het kader van de opiniërende behandeling door de gemeenteraad.
2. Doel van accommodaties Het doel van accommodaties is het behouden en verbeteren van de leefbaarheid en binding in dorpen en ruimte te geven aan mienskip. Maatschappelijk vastgoed draagt hieraan bij door het actief faciliteren van ontmoeting, het aanbieden van betaalbare (gemeenschappelijk te gebruiken) openbare ruimte en het onderdak bieden aan gezamenlijke activiteiten. Dat ondersteunt het dorps(wel)zijn en de sociale cohesie, aanvullend op wat ‘de markt’ biedt. Onder accommodaties van deze visie op maatschappelijk vastgoed verstaan wij: • •
Accommodaties in juridisch eigendom van de gemeente, en; Accommodaties in particulier eigendom die een maatschappelijke
functie
hebben
De ‘maatschappelijke functie’ houdt in dat het vastgoed ontmoeting of andere sociale en/of culturele functies voor mensen of het dorp stimuleren. Gemeentelijke en particuliere accommodaties hebben verschillende functies, maar de gemeente kan wel gebruikmaken van particulier eigendom om daar een maatschappelijke functie te faciliteren. Dit kan door huur te betalen of subsidies te verstrekken voor het aanbieden van bepaalde activiteiten die anders niet in een dorp zouden plaatsvinden. Opgemerkt wordt dat de schoolgebouwen onder het begrip maatschappelijk vastgoed vallen. Het neemt echter wel een specifieke positie in door de wettelijke zorgplicht van de gemeente voor onderwijshuisvesting. Voor deze gebouwen wordt een integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting opgesteld. Een accommodatie is de potentiële motor van sociale verbetering. Het kan een gebouw of plek zijn, maar het is in elk geval meer dan bakstenen alleen. Het gaat om ontmoeting.
Het waarom van ontmoeting Ontmoeting is één van de belangrijkste ingrediënten van de sociale cohesie in een dorp. Zonder ontmoeting verwordt een dorp tot een anonieme plek waar niemand elkaar kent. Die ontmoeting kan spontaan plaatsvinden, tussen buren en op straat, maar ook meer georganiseerd, bijvoorbeeld in een dorpshuis, kerk, café, school of op de sportclub. Voor een gezond dorp is een plek voor ontmoeting de basis. Voor het vasthouden van het dorps(wel)zijn, voor mooie toekomstplannen, voor oude en nieuwe vriendschappen. De vorm van zo’n ontmoetingsplek kan verschillen. Het hoeft niet per se een dorpshuis te zijn.
Waarom deze visie De gemeente wil met toekomstbestendig beleid en toekomstbestendige gebouwen werken aan sociale cohesie en de leefbaarheid van onze dorpen en de leefbaarheid in de dorpen ondersteunen. Het beleid gaat niet om de gebouwen, het gaat om de functie die die gebouwen vervullen in een gemeenschap. Om vandaag te kunnen sturen hebben we visie op de toekomst nodig. De visie biedt geen pasklare oplossingen voor elk probleem. Maatwerk blijft mogelijk er blijft ruimte voor lokale afweging.
Hoe is deze visie tot stand gekomen: het proces Deze conceptvisie op maatschappelijk vastgoed in de gemeente Tytsjerksteradiel is opgesteld in bijzondere tijden. Door beperkingen vanwege het coronavirus zijn fysieke bijeenkomsten zo goed als onmogelijk. Toch hebben we geprobeerd met bewoners en gemeenteraad informeel in gesprek te komen, online via bijeenkomsten, serious games en/of enquêtes.
Atlas Voor een inventarisatie van de huidige situatie is een dorpenatlas gemaakt. De belangrijkste bevindingen daaruit zijn hieronder uitgewerkt. De atlas is gebaseerd op demografische gegevens van de woningmarktanalyse in Noordoost-Fryslân. Daarnaast zijn gegevens over accommodaties verzameld uit diverse bronnen: kadastrale data, navraag bij dorpsbelangen en interne kennis binnen de gemeente. Hierdoor is een beeld ontstaan van het huidige aanbod en functioneren van accommodaties. Aansluiten bij bestaande visies, een bouwsteen voor de Omgevingsvisie Deze visie staat niet op zichzelf. Ze sluit aan bij bestaande visies en beleidsdocumenten, zoals de ambities geformuleerd in de Agenda Netwerk Noordoost (ANNO) III, en de visie op recreatie en toerisme. Nog lopende trajecten zijn de visie op de sociale basis en de Omgevingsvisie. Die visie wil antwoord geven op vragen over leefbaarheid, gezondheid, economische ontwikkeling, relatie overheid-inwoner en klimaatverandering. De Omgevingsvisie wordt een plan voor de toekomst van Tytsjerksteradiel, ontwikkeld samen met bewoners. Deze visie op maatschappelijk vastgoed is een bouwsteen voor de Omgevingsvisie. Samenwerken met de mienskip Uit al die bestaande en aanstaande visies komen onder meer de doelstellingen om de mienskip te versterken met basisvoorzieningen, en door informele netwerken en inwonersinitiatieven ruimte te bieden.
De gemeente wil meer samenwerken met lokale partijen: professionals en inwoners werken samen aan een stevige sociale basis, zodat dorpen optimaal kunnen functioneren. Maatschappelijk vastgoed speelt ook een belangrijke rol in het halen van de duurzaamheidsdoelstellingen, geformuleerd in de Duurzaamheidsagenda: de eigen organisatie en het maatschappelijk vastgoed moeten in 2040 energieneutraal en circulair zijn. Dat zal grote investeringen vergen de komende jaren. Participatie in tijden van Corona Voor deze visie zijn veel ingrediënten gebruikt: een enquête onder bewoners, een serious game onder bewoners en met raadsleden en meerdere informele raadsbijeenkomsten, een enquête onder dorpsbelangen en de ingebrachte ervaring met het opstellen van accommodatiebeleid in andere gemeenten. Allemaal digitaal, waarbij zo veel als mogelijk gebruik gemaakt is van de nieuwe participatiewebsite van de gemeente. De enquête en serious game zijn beperkt representatief, maar bieden wel een leidraad voor de politieke keuzes die de raad moet gaan maken.
Foto 2: Dorpshuis Aldtsjerk
3. Visie: der moat fjoer yn sitte! In het coalitieakkoord Duorsum Oparbeidzje benoemen we onze maatschappelijke opgaven. Wij stellen daarin onder andere dat onze voorzieningen voor een vitale leefomgeving op peil moeten blijven, dit is voor ons een belangrijk ingrediënt voor de visie op maatschappelijk vastgoed. Volgens onze sport en beweegvisie 2018-2025 vinden we het belangrijk dat er sportaccommodaties in de directe leef- en woonomgeving van inwoners blijven. Dit is belangrijk voor de sociale interactie en leefbaarheid in dorpen vanwege de laagdrempelige ontmoetingsfunctie van de sportaccommodatie. In de onlangs vastgestelde Duurzaamheidsagenda is neergelegd dat de ambitie is om het maatschappelijk vastgoed energieneutraal en circulair te maken. Uit de recent gepresenteerde plannen voor ANNO III spreekt een hoog ambitieniveau voor de regio in een context van een nu nog licht afnemende bevolking. Om die krimp te keren moet de regio flink investeren in werk, in wonen, bereikbaarheid en voorzieningen. Dat heeft ook zijn invloed op de visie op maatschappelijk vastgoed. Want het doel om de beste regio in Noord-Nederland te worden om te wonen, werken en recreëren is zonder die excellente voorzieningen niet haalbaar. Ons maatschappelijk vastgoed moet daar dus een flinke bijdrage aan leveren. Tegelijkertijd zijn de financiën beperkt, dus we moeten ook slim zijn.
Voor een vitale leefomgeving bieden we excellente voorzieningen aan We streven naar excellente, toekomstbestendige voorzieningen om inwoners te binden, zoals sportvoorzieningen en scholen, maar ook recreatieve voorzieningen. Deze voorzieningen vallen niet allemaal onder de noemer maatschappelijk vastgoed, maar bieden wel kansen voor dubbelgebruik en win-winsituaties. We zetten daarbij in op sociaal ondernemerschap, zoals ook blijkt uit de visie op recreatie en toerisme en het coalitieakkoord van het huidige college. We omarmen de kansen waar die zich voordoen op het grensvlak met andere beleidsvelden. Onze ambitie is om in onze voorzieningenkernen excellente voorzieningen te hebben of te creëren, geclusterd om daarmee de hoge kwaliteit te waarborgen en de uitwisseling en samenwerking te stimuleren. Onder een ‘excellente voorziening’ verstaan wij een voorziening die genoeg gebruikt wordt om een duidelijke bijdrage te leveren aan de leefbaarheid in een dorp, die gehuisvest is in een kwalitatief goed pand (dat duurzaam is of gemaakt kan worden), een maatschappelijke meerwaarde heeft en waarvan de kosten nu en in de toekomst redelijk zijn voor het belang van de aangeboden functie. In de grotere voorzieningenkernen kunnen deze functies ook een regionale uitstraling krijgen.
In ieder dorp is in ieder geval een excellente ontmoetingsfunctie en houden we de kwaliteit daarvan hoog, mits er in dat dorp aantoonbaar sprake is van behoefte aan een ontmoetingsfunctie. Daarbij leggen we vooraf niet vast in welke vorm dat moet zijn. Dus dit kan een dorpshuis zijn, maar ook in een combinatie met kerk of dorpscafé. In elk geval altijd van een duurzaam en toekomstbestendig niveau. Ook andere vormen dan hiervoor genoemd kunnen, het gaat om de kwaliteit. Liever goed en geclusterd, dan overal een eigen matige kwaliteit.
We zijn ons bewust van de nieuwe rol van de overheid Mienskip is een centraal thema in onze visie op maatschappelijk vastgoed. We willen daarom ook veel ruimte geven aan de dorpen zelf. Bijvoorbeeld door het hanteren van een ‘right to challenge’. Er is daarom ruimte voor het dorp om de ontmoetingsvorm zelf vorm te geven of over te nemen als daarmee de toekomstbestendigheid beter gewaarborgd kan worden. Daarbij stimuleren we als gemeente de verbinding met de doelen uit het sociaal domein. Dit werken we verder uit in de visie op het versterken van de sociale basis. Als gemeente verschuift onze rol steeds meer van de instantie die
alles regelt, naar die van facilitator en ‘mogelijkmaker’: we bieden bewoners de kans zélf mee te denken over het maatschappelijk vastgoed in hun woonplaats, waarbij we erop letten dat er geen groepen of dorpen vergeten worden. We vergeten onze publieke taak niet. We moeten namelijk niet vergeten dat ‘de mienskip’ bestaat uit vrijwilligers, waarvan er niet overal evenveel actief zijn. Waar vrijwilligers een voorziening willen aanbieden moeten zij zoveel mogelijk ondersteund (maar niet overvoerd met informatie of vragen) worden, maar ook waar géén vrijwilligers te vinden zijn kan er behoefte zijn aan ontmoetingsplaatsen. De gemeente ziet dat veel maatschappelijke partners, verenigingen en derden die voorheen vastgoed in eigendom hadden dat een belangrijke rol heeft in de sociale ontmoeting, zich meer en meer gaan richten op de inhoudelijke rol en het vastgoed zo veel als mogelijk afstoten. Het college ziet hier een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Gemeentelijk eigendom is geen doel op zich maar kan, wanneer er geen passende alternatieven zijn, een middel zijn om ontmoeting te faciliteren.
Foto 3: Jistrum
4. Huidige situatie en ontwikkelingen
Tabel 1: aanbod maatschappelijk vastgoed Tytsjerksteradiel
Het aanbod van maatschappelijk vastgoed is in bovenstaande tabel weergegeven. Bibliotheken, een belangrijke vorm van maatschappelijk vastgoed, vallen onder ‘cultuur’; waar bijvoorbeeld ook musea, bezoekerscentra en muziek-/theaterscholen onder vallen. Er zijn 26 scholen in de gemeente, waarvan sommige kampen met teruglopende leerlingenaantallen. Daarom wordt er op enkele locaties gekeken naar het samengaan van verschillende scholen. Veel schoolgebouwen in de gemeente raken verouderd. Daarom moeten er op termijn afwegingen gemaakt worden over renovatie, nieuwbouw of afstoten van schoolgebouwen. De meeste scholen in particulier eigendom komen in eigendom van de gemeente wanneer de onderwijsfunctie komt te vervallen. Er zijn vier grote sporthallen in de voorzieningenkernen en nog zeven gymzalen in kleinere dorpen. Behalve Wyns heeft ieder dorp een buitensportvoorziening. Deze worden op goed niveau onderhouden, maar de huuropbrengsten zijn niet kostendekkend. Gezien het grote publieke belang is dat niet altijd een probleem, maar het streven is wel om of de bezetting te verbeteren, of te onderzoeken of de sportvoorzieningen ook met andere dorpen gedeeld kunnen worden.
Bereikbaarheid van groot belang voor bovenlokale accommodaties
Kaartbeeld 1: ligging en bereikbaarheid maatschappelijk vastgoed
De locaties die (met het openbaar vervoer) goed bereikbaar zijn, zijn met groene stippen gemarkeerd, de slechter bereikbare locaties zijn met rode stippen gemarkeerd. De goed bereikbare gebieden liggen langs het spoor en de grotere wegen. Daar liggen kansen voor het aanbieden van grootschalige voorzieningen met een bovenlokale functie. Mindere bereikbaarheid is niet per se een probleem, maar zegt wel iets over de functie van deze voorzieningen: dergelijke voorzieningen zullen meer gericht zijn op de bewoners van het dorp zelf en minder gebruikers van buiten aantrekken. Bewoners van de ‘roze gebieden’ kunnen ook over de gemeentegrens heen kijken: daar zijn vaak wel voorzieningen in de buurt (bewoners van Wyns maken veel gebruik van voorzieningen in Leeuwarden). De gemeente Tytsjerksteradiel hoeft dus niet alles zelf aan te bieden, samenwerking met buurgemeenten is van belang. Er zijn grote verschillen in het aandeel ouderen per woonplaats: ouderen clusteren waar voorzieningen zijn. Waar die voorzieningen niet zijn, trekken ouderen noodgedwongen weg. Dat is te zien aan het percentage 65+’ers in dorpen zonder op ouderen gerichte voorzieningen, dat vaak lager ligt dan het gemiddelde van de hele gemeente. Ook de nabijheid van meer ‘alledaags’ maatschappelijk vastgoed is van belang voor ouderen.
Zij zijn vaak minder mobiel en daardoor worden de benodigde voorzieningen eerder onbereikbaar. Het blijkt dat naast aanwezigheid in het dorp, vooral bereikbaarheid van zorg- en dagbestedingsaccommodaties (met het OV) cruciaal is voor het behouden van ouderen in een dorp. Dorpen met relatief veel ouderen en (zorg)voorzieningen zijn Hurdegaryp, Oentsjerk en Burgum. Andere dorpen met relatief veel ouderen maar minder voorzieningen zijn Tytsjerk, Gytsjerk en Mûnein; deze dorpen zijn goed verbonden in het netwerk van de Trynwâlden en hebben relatief goede OV-bereikbaarheid. In dorpen zonder (zorg)voorzieningen én matige (OV)bereikbaarheid wonen ook relatief minder ouderen.
Jeugd: een bijzondere en belangrijke groep Om dreigende ‘ontgroening’ tegen te gaan willen we ons inzetten voor het behouden en aantrekken van jonge gezinnen. We moeten ook voor hen een aantrekkelijke gemeente blijven met en goede bereikbare faciliteiten en voorzieningen voor kinderen en jongeren.
Aanbod creëert vraag en beïnvloedt gebruikers Wanneer er een nieuwe accommodatie in een van de dorpen bij komt, trekt deze gebruikers en activiteiten naar zich toe. Bestaande accommodaties (die mogelijk nog goed passend zijn en gebruikt waren) zullen daardoor vaak een daling zien in gebruik. Dat zal gevolgen hebben voor de kwaliteit van deze accommodaties en de uitstraling binnen het dorp. Dit is geen wet van meden en perzen: nieuw aanbod kan ook nieuwe vraag creëren, zeker als een nieuwe accommodatie zich richt op een andere doelgroep of activiteit dan het bestaande maatschappelijk vastgoed. Of bestaand maatschappelijk vastgoed een terugloop in bezoekers ziet ligt ook aan het ondernemerschap en de mogelijkheden van de accommodaties om zich aan te passen. Accommodaties moeten aansluiten op de vraag, dat is nu niet overal het geval. Er zijn accommodaties met matige bezetting. Overcapaciteit zorgt voor problemen rond uitstraling, leegstand en onnodige kosten. Er zijn echter ook plaatsen waar nu te weinig aanbod is. Bij ondercapaciteit is er kans dat bepaalde activiteiten en groepen geen plek kunnen krijgen terwijl daar wel een accommodatie voor is.
De rol van de gemeente De gemeente ziet haar rol als faciliterend: de gemeente ondersteunt dorpen in het organiseren van maximale kwaliteit van hun voorzieningen en geeft mensen energie daarvoor. Gemaakte keuzes moeten daarom begrijpelijk en transparant zijn: dat zorgt voor draagvlak onder bewoners. De gemeente geeft daarin de kaders aan vanuit haar taak om het algemeen belang te waarborgen. De kwaliteit van voorzieningen bepaalt namelijk mede de leefbaarheid in een plaats. We streven er echter naar de keuze binnen die kaders zoveel mogelijk aan de dorpen zelf te laten. De genoemde kaders werken we in deze visie verder uit.
Toekomstbestendigheid van leefbaarheid Het is voor ons belangrijk dat mensen zich thuis voelen in hun woonplaats, waarbij mensen een netwerk hebben en hun dagelijkse routine kunnen blijven uitoefenen. Dit kan lang niet altijd wanneer je uit je dorp moet verhuizen om dichter bij zorgaccommodaties te zijn, of aan de rand van een dorpskern woont in een verzorgingshuis. In Tytsjerksteradiel, waar sprake is van ‘dubbele vergrijzing’, speelt dit een grote rol: de groep ouderen wordt in absolute aantallen steeds groter, maar maakt bovendien procentueel een steeds groter deel uit van de hele bevolking. Dat komt omdat er tegelijkertijd sprake is van ontgroening, door minder geboortes en doordat jongeren (die over het algemeen mobieler zijn dan ouderen) vaak wegtrekken en minder terugkeren (bijv. na hun studie). De bevolking gaat steeds meer bestaan uit mensen die niet gemakkelijk ver kunnen reizen om gebruik te maken van accommodaties. Een lager aanbod aan voorzieningen (de gebouwen) kan zo wel degelijk invloed hebben op de leefbaarheid. Die invloed op leefbaarheid is niet overal even sterk van toepassing. Er is verschil tussen forenzendorpen en dorpen met meer ‘mienskip’.
De kaders die de gemeente hanteert voor maatschappelijk vastgoed moeten dus weliswaar voldoende sturing en duidelijkheid bieden om te zorgen dat de leefbaarheid overal behouden blijft, maar ook flexibel genoeg zijn om logische keuzes voor ieder dorp te kunnen maken. Deze kaders worden in het volgende hoofdstuk uitgewerkt.
Toekomstbestendigheid van gebouwen Sterk gespecialiseerde accommodaties zijn kwetsbaar voor maatschappelijke en demografische veranderingen. Door te zorgen dat accommodaties flexibel zijn in gebruik, kan er ‘meer met minder’ worden aangeboden. Een goede samenwerking tussen dorpen en organisaties is daarom een belangrijke zaak waar meer aandacht aan besteed moet worden om accommodaties beter en slimmer te benutten. Denk hierbij aan een netwerk van dorpen die samenwerken om activiteiten te organiseren in bestaande accommodaties verspreid over de dorpen. Door deze samenwerking is de bezettingsgraad goed, en sluiten de activiteiten aan op de wensen van de dorpsbewoners. Leegstand daarvan is onwenselijk: een leegstaand pand is slecht voor de uitstraling en aantrekkelijkheid van een dorp. Daarbij is het meten van draagvlak voor en behoefte aan voorzieningen onder de totale bevolking van het dorp essentieel om in beeld te hebben. We behouden vaak liever wat er is, maar ondertussen staat de wereld niet stil. Dorpen groeien of krimpen, de leeftijdsopbouw verandert gedurende de tijd. Activiteiten en gebouwen moeten daarin mee veranderen, zodat het aanbod blijft passen bij de vraag. Ook vanuit het oogpunt van duurzaamheid moeten gebouwen toekomstbestendig worden gemaakt. Bij verouderde gebouwen dient de vraag zich steeds sterker aan: is het nog rendabel in dit gebouw te investeren?
5. Kaders Onderstaande kaders zijn uitgangspunt voor het maatschappelijk vastgoed in onze gemeente.
Ontmoeting Elk dorp heeft een excellente plek voor ontmoeting en activiteiten. Dit hoeft niet per se een dorpshuis te zijn, maar kan ook geclusterd worden met bijvoorbeeld de school, een kerk of café. Complementariteit van voorzieningen is belangrijk, zodat accommodaties niet met elkaar gaan concurreren om dezelfde doelgroep en/of type activiteit en andere groepen niet bediend worden. Accommodaties en de geboden voorzieningen moeten elkaar juist aanvullen, en richten op andere groepen om staande te blijven. Waar accommodaties momenteel complementair zijn aan elkaar, zien we een positief effect in het gebruik en de bezettingsgraad van deze accommodaties. Wij verwachten daarvan extra een positief effect op de leefbaarheid. Toch gebeurt dit aanvullen van elkaar niet altijd. Zo komt het voor dat dorpshuis, sportkantine en een dorpscafé overlap kunnen hebben in activiteiten en doelgroepen. Overleg tussen dorpen, maar ook tussen accommodaties bínnen dorpen, is dus van belang. De gemeente kan hierin faciliteren en het gesprek leiden. Het is belangrijk dat de praktische uitwerking van deze functie gebaseerd wordt op inbreng van bewoners en gebruikers, dat maakt de accommodaties ook toekomstbestendiger.
Bereikbaarheid We vinden het belangrijk dat er (sport)accommodaties in de directe leef- en woonomgeving van inwoners blijven. Dit is belangrijk voor de sociale interactie en leefbaarheid in dorpen vanwege de laagdrempelige ontmoetingsfunctie van de (sport)accommodatie. Echter als de bezetting, bijvoorbeeld door sluiting van scholen, van een accommodatie zodanig is dat het financieel niet verantwoord is deze in stand te houden, zijn ingrepen nodig en is clustering een oplossingsrichting.
Clustering en samenwerking tussen dorpen Wij zien clustering als een oplossing voor een smalle gebruiksbasis, om daarmee dubbelgebruik van een gebouw te stimuleren. Daarbij moet er een balans zijn tussen flexibiliteit (in gebouw en gebruik) en voor sommige functies de behoefte aan een eigen plek. Multifunctionaliteit, het combineren van bijpassende functies in één gebouw, is hierbij een mogelijke oplossing. In de huidige situatie is er teveel versnippering, bijvoorbeeld op het gebied van sportaccommodaties. Clustering kan betekenen dat er functies worden samengevoegd in één gebouw, dat daardoor intensiever gebruikt wordt. Het kan ook betekenen dat voorzieningen geclusterd worden in enkele grotere kernen. Daardoor worden sommige accommodaties niet meer overal aangeboden, bewoners moeten daarvoor dan naar andere dorpen. Goede samenwerking tussen dorpen is hiervoor van belang. Clustering binnen een dorp kan ervoor zorgen dat overal enkele voorzieningen aangeboden kunnen worden. Uit de verschillende uitvragen onder bewoners en dorpsbelangen blijkt dat het de voorkeur heeft om in elk geval de belangrijkste bestaande accommodaties te behouden voor ieder dorp, ook als die daarvoor geclusterd moeten worden. Dit gaat bijvoorbeeld om scholen, dorpshuizen en kerken: ontmoetingsplaatsen die gezamenlijk een brede doelgroep aanspreken.
Voor voorzieningen die een minder dagelijkse functie hebben, kunnen bewoners ook naar andere dorpen. Denk hierbij aan sportof zorgvoorzieningen en bibliotheken. De keuze ligt dus steeds op kwaliteit boven kwantiteit: wat voor de leefbaarheid van groot belang is moet in elk dorp behouden blijven (eventueel gecombineerd/geclusterd), accommodaties die een bredere gebruiksbasis nodig hebben worden tussen dorpen geclusterd. Dorpen zullen meer gebruik moeten gaan maken van elkaars voorzieningen, om zo het aanbod van maatschappelijk vastgoed binnen de gemeente op niveau te houden.
Clustering vindt plaats in logische en natuurlijke dorpsverbanden. Clustering betekent niet per se het samenbrengen van verschillende functies in één nieuw gebouw, in het eigen dorp of juist in een nabijgelegen dorp. Het kan ook betekenen dat verschillende groepen binnen het dorp gebruik maken van dezelfde ruimtes op andere tijdstippen. Daarmee stimuleren we flexibel en efficiënt ruimtegebruik van de bestaande ruimtes.
Draagvlak en bezettingsgraad De gemeente kiest ervoor in deze visie over de gehele gemeente geen algemeen geldende harde cijfermatige grens aan bezettingsgraden te verbinden, daar waar het gaat om toevoeging, behoud of afstoten van maatschappelijk vastgoed. Beslissingen daarover worden in maatwerk en op basis van de volgende vragen genomen: Hoe groot is het algemeen belang van accommodaties voor het dorp en haar omgeving? Is clustering van voorzieningen binnen het dorp of zelfs in de omgeving mogelijk? Kan het dorp de voorziening zelf in stand houden? Is de accommodatie in haar rol als excellente ontmoetingsplek doelmatig, efficiënt en proportioneel?
Zelfwerkzaamheid We willen ruimte bieden aan de dorpen om zelf het heft in handen te nemen, binnen gestelde kaders. We gaan uit van het ‘right to challenge’, vanuit de overtuiging dat dorpen het ook zelf kunnen. Een bezuinigingsopgave is hierbij geen overweging. Het gaat om het toevoegen van kwaliteit en het activeren van eigenaarschap en mienskipssin.
De rol van de gemeente De gemeente ziet haar rol als faciliterend: de gemeente ondersteunt dorpen in het organiseren van maximale kwaliteit van hun voorzieningen en geeft mensen energie daarvoor.
Eigendom Gemeentelijk eigendom is geen doel op zich maar kan, wanneer er geen passende alternatieven zijn, een middel zijn om ontmoeting te faciliteren. Wij zien onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en dragen zorg voor het faciliteren van passend maatschappelijk vastgoed. De gemeente is niet per se gehecht aan het maatschappelijk vastgoed in hun bezit. Haar rol is namelijk niet om fysieke panden in de lucht te houden, maar op zo’n manier ontmoeting te faciliteren dat de leefbaarheid in ieder dorp op peil blijft. Afstoten van eigendom maatschappelijk vastgoed is geen doel op zich, maar als het eigendom van het maatschappelijk vastgoed beter, goedkoper en/of toekomstbestendiger door het dorp zelf kan worden beheerd en dat kan worden aangetoond, dan staat de gemeente daar zeker open voor en juichen we het toe. Toegankelijkheid is dan wel een vereiste, zowel fysiek als financieel. ‘Financiële toekomstbestendigheid’ is ook een vereiste: partijen die maatschappelijk vastgoed willen overnemen moeten zowel de investering als exploitatie de komende jaren kunnen bolwerken. De gemeente stuurt op deze vereisten door goed te kijken of er voldoende draagvlak is en blijft voor het exploiteren van een accommodatie en voor de (voorgestelde) activiteiten. Ook blijven de andere kaders van toepassing op maatschappelijk vastgoed dat door het dorp zelf beheerd wordt.
Daarnaast zal ze stimuleren dat er zoveel mogelijk van de subsidie wordt gebruikt om ontmoeting actief te faciliteren. Met andere woorden, door activiteiten te belonen. Het kan ook voorkomen dat er dorpen zijn zonder gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. We stimuleren sociaal ondernemerschap om hier wel een ontmoetingsplek te faciliteren. Sociaal ondernemerschap kan ook op andere plekken een win-winsituatie opleveren en hier staan we dan ook in basis positief tegenover.
Investeren op natuurlijke momenten Investeringen in ons maatschappelijk vastgoed doen we op natuurlijke momenten, naar aanleiding van bezettingsgraden, onderhoudsmomenten of initiatieven uit het dorp.
Financieel Er is geen opgelegde bezuinigingsopgave, maar we zijn wel zuinig met onze middelen. Dat betekent dat we ons geld effectief en doelmatig inzetten en kijken waar we dat efficiënter kunnen doen. Als we het over financiën hebben maken we onderscheid tussen eenmalige investeringen en lopende exploitaties en subsidies. Voor dat laatste is het bestaande budget het uitgangspunt per dorp. Mocht het bestaande budget ontoereikend blijken, of als er toch minder budget komt, gaat de aandacht naar het aanbieden van zoveel mogelijk kwaliteit. Er zal dan dus niet geïnvesteerd worden in het aantal accommodaties, maar in het optimaliseren van hun maatschappelijke ontmoetingsfunctie. Daarbij is zorgvuldigheid ook van belang: om de kosten en kwaliteit van maatschappelijk vastgoed te borgen, mag het best wat langer duren om passende accommodaties te realiseren.
Nieuwbouw en financiering van nieuwbouw of verbouw Daar waar nieuwbouw doelmatig, efficiënt en proportioneel bijdraagt aan de maatschappelijke doelstellingen van de gemeente kan nieuwbouw worden toegepast. Dit wordt gebaseerd op inhoudelijke afwegingen, het hangt niet af van het wel of niet vrijkomen van bestaande locaties: dat zijn twee losstaande overwegingen. In de duurzaamheidsagenda is neergelegd dat nieuwbouw van eigen gebouwen energieneutraal dient te zijn. De financiering van nieuwbouw of verbouw van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed is aan de gemeenteraad. Hiervoor wordt per initiatief een maatwerk advies op basis van effectiviteit, doelmatigheid en proportionaliteit gegeven. Op basis van effectiviteit en doelmatigheid wordt beslist hoeveel geld er beschikbaar komt voor de nieuwe locatie. Dekking voor deze financiering komt in principe uit de bestaande exploitatiebudgetten van voorzieningen die worden vervangen en de algemene middelen van de gemeente. We stellen, indien van toepassing, de toekomstige gekapitaliseerde onderhoudslast van de oude locaties beschikbaar voor het toekomstig onderhoud van de nieuwe locatie of om te investeren in (nieuwe) gebouwen en daarmee onderhoudskosten op een later moment te voorkomen. De waarde van bij de gemeente in eigendom zijnde locaties valt niet automatisch onder de dekking.
De raad bepaalt wat er met de opbrengsten van de vrijkomende locaties gebeurt. Zonder harde zekerheden wordt de opbrengst niet meegenomen in de dekking. We willen eerst zekerheid over de verkoopprijs van het vrijkomende pand.
Exploitatie gebouwen Bij de exploitatie kan het gaan om energielasten, huisvestingssubsidies, huuropbrengsten en/of kosten. Zoals eerder aangegeven is het huidige budget het uitgangspunt, ook bij/na de ontwikkeling van een nieuw gebouw. Daarbij geeft de gemeente voorkeur aan het financieren van activiteiten boven het financieren van gebouwen. Van beheerders van de gebouwen wordt verwacht dat ze de beschikbare middelen efficiënt inzetten om zo goed mogelijk bij te dragen aan het doel van accommodaties. Het budget voor accommodaties moet dan ook afhankelijk zijn van het aantal bezoekers en de activiteiten: niet het gebouw, maar de ontmoetingsfunctie die een accommodatie vervult staat centraal.
Aanbieden van maatschappelijk vastgoed Huur- en gebruikslasten worden marktconform en minimaal kostendekkend doorbelast. Zo wordt oneerlijke concurrentie tussen gemeentelijke en particuliere accommodaties voorkomen: een commerciële ontmoetingsplek kan óók bij de gemeente terecht om een maatschappelijke functie te vervullen. Daar waar dat niet het geval is werken we daar in de komende periode naar toe. We nemen hier ruim de tijd voor. Wanneer dit de toegankelijkheid en het gebruik blokkeert kan de gemeente er voor kiezen maatschappelijk vastgoed aan te wijzen als een dienst van algemeen belang en lagere waarde door te belasten. Gemeentelijk vastgoed wordt verkocht of herontwikkeld wanneer het geen functie meer heeft. Afstoten van maatschappelijk vastgoed doen we, conform het gemeentelijk grondbeleid tegen marktconforme en getaxeerde waardes.
Subsidies De gemeente wil een bemiddelende rol spelen in het verlenen en aanvragen van subsidies, maar staat in principe niet garant en geeft geen borg (de gemeente wil geen rol als bank). Het bestaande budget (de exploitatielasten e.d.) blijft het uitgangspunt, er is géén vastgelegde bezuinigingsopgave op het gebied van maatschappelijk vastgoed. Als een stichtingsbestuur een accommodatie overneemt van de gemeente, komt ook alle verantwoordelijkheid waaronder die voor de exploitatie bij hen te liggen. Indien nodig of noodzakelijk kunnen partijen een huisvestingssubsidie bij de gemeente aanvragen, daarvoor moet de gemeente een huisvestingssubsidieverordening opstellen. Dat sluit aan bij de doelstelling om met het bestaande budget te blijven werken. Zo wordt oneerlijke concurrentie tussen gemeentelijke en particuliere accommodaties voorkomen.
Conclusie: De kaders op hoofdlijnen De gemeente wil de leefbaarheid verder verbeteren om de topregio te worden die we willen zijn. We investeren niet lukraak maar doelgericht. We voeren niet per se overal veranderingen door. Maar áls er een beslismoment komt, is dit een leidraad om het gesprek met dorpen te gaan voeren, langs kaders. Die kaders kunnen we kort samenvatten: • • • • • • • • •
Ontmoeting is het doel van maatschappelijk vastgoed en zorgt daarmee voor leefbaarheid, sociale cohesie en mienskip; Zelfwerkzaamheid wordt gestimuleerd en gewaardeerd, en kent verschillende verschijningsvormen. Daarbij moet er een balans zijn tussen verantwoordelijkheid en vrijheid; Clustering kan een oplossing bieden voor een hogere kwaliteit, vooral in de voorzieningenkernen; Het huidige budget is het financiële uitgangspunt voor de exploitatie. De financiering van nieuwbouw of verbouw van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed is aan de gemeenteraad; De waarde van bij de gemeente in eigendom zijnde locaties valt niet automatisch onder de dekking. De raad bepaalt wat er met de opbrengsten van de vrijkomende locaties gebeurt; Bij beslissingen over toevoeging, behoud of het afstoten van maatschappelijk vastgoed wordt de doelmatigheid, efficiëntie en proportionaliteit van de opties meegenomen in de afweging; Overtollig vastgoed en vrijkomende locaties stoten we in principe af; Ons maatschappelijk vastgoed is energieneutraal in 2040; We stimuleren sociaal ondernemerschap, met name in dorpen zonder gemeentelijk maatschappelijk vastgoed;
• •
Gemeentelijk eigendom is geen doel op zich maar kan, wanneer er geen passende alternatieven zijn, een middel zijn om ontmoeting te faciliteren. De ontmoeting staat centraal, niet de stenen. De gemeente heeft echter wel de taak om te zorgen dat er fysieke locaties aangeboden blijven worden, ook voor instanties die zich óók richten op het aanbieden van ontmoeting maar liever geen gebouwen exploiteren.
De bovenstaande en hiervoor beschreven kaders zijn de leidraad. In de uitwerking met de dorpen blijft maatwerk mogelijk, maar wel met deze kaders en doelen in het achterhoofd.
Wat betekenen deze kaders in concrete gevallen De visie schetst de doelen van de gemeente op hoofdlijnen, maar moet wel duidelijkheid geven als er keuzes gemaakt moeten worden. De precieze uitwerking per dorp zal in een uitvoeringsagenda terecht komen, maar deze visie moet wel de vragen die nu spelen in Tytsjerksteradiel kunnen beantwoorden. De visie betekent in de praktijk onder meer: Het bepalen van de vraag 1. Bij een aanvraag voor een nieuwe accommodatie moet het dorp het maatschappelijk belang kunnen aantonen, bijvoorbeeld door een hoge bezettingsgraad of zelf het initiatief en/of verantwoordelijkheid voor ontwikkeling of exploitatie te nemen. 2. De gemeente heeft weliswaar de taak om ontmoeting te faciliteren, maar dat betekent niet dat er per se in ieder dorp een gemeentelijk gefinancierde ontmoetingsplek is. Er moet voldoende behoefte zijn. De vraag naar accommodaties moet dus door het dorp aangetoond kunnen worden. 3. De minimale bezettingsgraad waarmee ‘maatschappelijk belang’ is aangetoond varieert per dorp en type accommodatie en hangt ook onder andere af van de mienskip en ligging van het dorp. Het realiseren van het aanbod 1. Het aanbod van accommodaties komt tot stand in overleg tussen gemeente, marktpartijen en mienskip. Of de gemeente zich richt op het aanbieden van een gebouw of van ontmoeting, is afhankelijk van wat andere partijen vragen en aanbieden.
Zo verschilt de rol van de gemeente per dorp en locatie. 2. We gaan eerst kijken naar clustering (in logische/natuurlijke dorpsverbanden) voordat er iets nieuws wordt gebouwd. Het terugdringen van het aantal accommodaties is een consequentie van de noodzaak om efficiënt en doelmatig te werken. 3. Het is beter vanaf het begin ‘in the lead’ te zijn dan later een verouderd gebouw te moeten ophouden om activiteiten in aan te bieden. Nieuwbouw is dus niet uitgesloten, maar niet de enige optie. Financiering 1. Kostenefficiëntie betekent niet dat elke accommodatie kostendekkend moet zijn. De accommodaties met een groot maatschappelijk belang mogen geld kosten. Het is daarnaast voor sommige vormen van maatschappelijk vastgoed zoals sportzalen en sportvelden veelal onrealistisch om rendabel te zijn. 2. Gemeentelijke accommodaties moeten niet op prijs concurreren met particuliere accommodaties. Waar ze dat wel doen, wordt dit gelijk getrokken om oneerlijke concurrentie te voorkomen. 3. De gemeente investeert alleen in haar panden, als duidelijk is dat die blijven voorzien in de vraag vanuit de mienskip. Er wordt dus eerst gekeken naar het samenspel tussen vraag en aanbod, waarbij ook wordt gekeken naar nabij aanbod dat onderbenut is en mogelijkheden van clustering
voordat tot verduurzaming, sloopnieuwbouw of grootschalige renovatie wordt overgegaan. Dit geldt helemaal voor panden waarbij de economische levensduur ten einde is. Het toepassen van deze kaders is per dorp natuurlijk maatwerk.
Foto 4: MFC Hurdegaryp
6. Vervolg Uitvoeringsplan Na vaststelling van deze visie volgt een uitvoeringsplan voor deze visie dat richting geeft aan investerings- en onderhoudsbeslissingen die we vandaag moeten maken. Het college maakt daarin het komende half jaar samen met de dorpen, per dorp en per object een overweging voor de toekomst. In het gesprek dat daarvoor nodig is gaat het nooit alleen over één specifiek gebouw. Het moet gaan om de toegevoegde waarde van het maatschappelijk vastgoed aan een dorp. Hierbij moet dus ook het aanbod in en de mogelijkheid voor gebruik van accommodaties in andere plaatsen meegewogen worden.
Bijlage 1 Samenvatting enquêteresultaten Responsgroep Van 17 februari tot 22 maart 2021 stond een enquête uit die bewoners konden invullen via de participatiewebsite van de gemeente (denkmee.t-diel.nl). Er kwam een respons van 284. De gemiddelde leeftijd van de respondenten was 47,7 jaar, beginnend bij twintigers en eindigend bij tachtigers. Daarmee vormde de responsgroep wat betreft leeftijdsopbouw een goede doorsnede van de bevolking. Wat betreft woonplaats waren de dorpen in de Trynwâlden relatief sterk vertegenwoordigd, terwijl er naar verhouding weinig respondenten uit de grotere kernen Burgum en Hurdegaryp kwamen. Een mogelijke verklaring is dat deze visie op maatschappelijk vastgoed meer speelt in kleinere kernen, omdat in de grote plaatsen men toch wel meer verzekerd is van het behoud van voorzieningen. Vanwege het aantal deelnemers en hun geografische spreiding is deze enquête beperkt representatief, maar wel bruikbaar om in beeld te brengen wat bewoners belangrijk vinden en (wel of niet) waarderen aan maatschappelijk vastgoed.
Functie van maatschappelijk vastgoed: ontmoeting De belangrijkste functie van maatschappelijk vastgoed is dat het zorgt voor ontmoeting. Accommodaties maken het mogelijk dat mensen samenkomen, daarmee zorgt het (op allerlei verschillende manieren) voor meer verbinding en sociale cohesie – wat uiteindelijk de leefbaarheid van een dorp verbetert. Om een prettige woonplaats te zijn, hebben dorpen met name een kerk, restaurant/café en een locatie voor medische zorg/ouderenwoningen nodig. Behalve dat accommodaties moeten zorgen voor ontmoeting, wordt het dus ook belangrijk gevonden dat iedereen prettig in een dorp kan blijven wonen. Als mensen een nieuwe woonplaats zouden kiezen, zijn de aanwezigheid van een school, een dorpshuis en een supermarkt het belangrijkst. Dat zijn de voorzieningen waar bepaalde groepen dagelijks gebruik van maken, het liefst hebben mensen die dus in de buurt. Omdat dorpshuizen en scholen zoveel gebruikt worden, worden die als onmisbaar gezien door bewoners. Overigens vinden ook mensen die niet zelf gebruik maken van deze accommodaties, ze toch belangrijk voor het dorp. Waarschijnlijk omdat ze merken dat anderen er wel veel gebruik van maken en deze voorzieningen daardoor een belangrijke functie vervullen.
Tevredenheid: blij met wat er in een woonplaats is, andere dorpen goed bereikbaar Mensen maken in hun eigen woonplaats het meest gebruik van het dorpshuis. Ook scholen worden vaak gebruikt, maar dan moeten die wel aanwezig zijn in de woonplaats zelf (anders gaan mensen daarvoor naar andere plaatsen). Voor winkels, met name de supermarkt, moeten mensen het vaakst naar een andere plaats reizen. Mensen zijn over het algemeen tevreden over de bereikbaarheid van maatschappelijk vastgoed in andere plaatsen. De meeste bewoners missen nu niks in hun woonplaats, anders noemen ze een supermarkt of een dorpshuis. Mensen geven dan ook hoge cijfers voor het maatschappelijk vastgoed ín hun woonplaats (gemiddeld 7,7) en voor de bereikbaarheid van maatschappelijk vastgoed in andere plaatsen (gemiddeld 7,4). Toch geven veel mensen aan dat hun dorp met minder voorzieningen, minder prettig zou zijn om te wonen. Zo willen mensen liever niet dat hun kinderen in een andere plaats naar school zouden moeten en vinden ze dat ieder dorp een dorpshuis moet hebben. Mensen geven ook vaak aan best zelf in actie te willen komen om het maatschappelijk vastgoed in hun woonplaats te ondersteunen. Sommige mensen zijn sterk voor meer samenwerking tussen de dorpen, anderen zien liever dat alles behouden blijft in ieder dorp.
Het belangrijkste is echter dat de kwaliteit op orde blijft, ook als dat betekent dat bewoners zelf meer tijd moeten investeren erin. Toch blijft de rol van de gemeente als facilitator en aanbieder van maatschappelijk vastgoed belangrijk.
Bijlage 2 Atlas maatschappelijk vastgoed Zie bijgevoegd pdf-bestand.