04 - Raadsvoorstel - Ontwerpverklaring van geen bedenkingen groengasinstallatie Sonac Burgum B.V
Tekst van het document
Riedsútstel
It Beslút Agindapunt Status Program Portefúljehâlder Amtners Bylage
: : : : : : :
Saak- en stiknûmer
:
22 januari 2026 4 Besluitvormend 8 – Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening B. van Zandbergen F. de Jong, P.W. Rienstra, M. Kooistra, J. Kok en J. Sijtsma 1. Raadsbesluit 14-12-2023 met amendement A-5-1 en motivering 2. Gewijzigde aanvraag 19 juli 2024 met bijlagen, inclusief de ruimtelijke onderbouwing (oorspronkelijke aanvraag 25 april 2023) 3. Memo Fumo 11 februari 2025 4. Memo advocaat bij RNMW Advocaten 10 september 2025 5. Stedenbouwkundig- en landschappelijk advies 30 september 2025 6. Landschappelijke inpassing t.b.v. de voorwaarden Ontwerp-Vvgb 30 september 2025 7. Royal Haskoning Nederland BV (2005). Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B.V. 8. Concept-adviesbrief college aan Gedeputeerde Staten (wordt nagestuurd) 2025100813796 en 25ZG307948
Underwerp Ontwerpverklaring van geen bedenkingen groengasinstallatie Sonac Burgum B.V. Wy stelle jo foar te besluten om: 1. Onder voorwaarde een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor de op 19 juli 2024 gewijzigde aanvraag om een omgevingsvergunning fase 1 van Sonac Burgum B.V. (oorspronkelijke indieningsdatum: 25 april 2023, aanvraagnummer: 7498357) ten behoeve van de realisatie van een groengasinstallatie aan de Damsingel 27 te Sumar; 2. De ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven, onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning fase 1 voor Sonac Burgum B.V. een voorschrift wordt verbonden. Dit voorschrift houdt in dat moet worden voldaan aan de landschappelijke inpassing zoals beschreven in bijlage 6 bij het besluit. Het betreft een instandhoudingsverplichting waarbij de functie van de groenstrook als contrastverzachtend element behouden moet blijven. 3. De onder 1 genoemde verklaring van geen bedenkingen en de onder 2 genoemde voorwaardelijke verplichting aan te merken als een definitieve verklaring en definitieve voorwaardelijke verplichting indien er geen zienswijze op de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en bijbehorende voorwaardelijke verplichting zijn ingediend.
Koarte gearfetting Op 14 december 2023 heeft de gemeenteraad per amendement de ontwerpverklaring van geen bedenkingen (hierna: Ontwerp-Vvgb) voor de omgevingsvergunning voor het realiseren van een groengasinstallatie aan de Damsingel 27 te Sumar geweigerd. In het amendement is de raad ingegaan op de belangenafweging. Naar aanleiding van deze weigering en de daarbij behorende onderbouwing heeft de initiatiefnemer (Sonac) de aanvraag voor de omgevingsvergunning aangepast. De provincie Fryslân vraagt de raad op de gewijzigde aanvraag een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven. De gemeente heeft de rol om in het belang van goede ruimtelijke ordening de aanvraag te beoordelen. De harde en zachte belangen, zoals de raad die in het amendement heeft verwoord, heeft het college zo goed mogelijk betrokken bij de voorbereiding van de Ontwerp-Vvgb. Daarbij heeft het college deze belangen passend bij de rol van de gemeente verwoord in dit raadsvoorstel. Het levert een voorwaarde op waaraan Sonac zal moeten voldoen. Het college stelt de raad voor om alleen onder deze voorwaarde een Ontwerp-Vvgb af te geven voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van een groengasinstallatie aan de Damsingel 27 te Sumar. Foech ried/kolleezje In artikel 2.1, lid 1, onder c.
van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) is bepaald dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren dat bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Het project is in strijd met het bestemmingsplan. Om het project toch mogelijk te maken vraagt Sonac Burgum B.V. dan ook een omgevingsvergunning voor het project aan. 1. Gedeputeerde Staten van Fryslân moet beslissen op de aanvraag. In artikel 2.4, lid 2 van de Wabo in samenhang met artikel 3.3., lid 1, onder b. en bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is samengevat bepaald dat Gedeputeerde Staten van Fryslân (hierna: GS) het bevoegd gezag zijn om een besluit te nemen over een aanvraag om omgevingsvergunning voor een inrichting zoals die van Sonac Burgum B.V. 2. Burgemeester en wethouders mag advies geven over de aanvraag. In artikel 6.1 van het Bor is bepaald dat ons college adviseur is bij een aanvraag om een omgevingsvergunning. Dit is natuurlijk alleen zo, als ons college niet op de aanvraag moet beslissen. GS moet als bevoegd gezag op de voorliggende aanvraag een besluit nemen. De adviesrol is niet begrensd en kan ingaan op thema’s zoals geur en gezondheid, waarover zorg is uitgesproken. Het artikel is juist bedoeld om de gemeente in de gelegenheid te stellen hierover te adviseren omdat ze geen bevoegd gezag zijn.
Het college zal, afhankelijk van het besluit van de raad op de ontwerp-Vvgb, invulling geven aan de adviesrol. De concept-adviesbrief van het college is als bijlage 8 bijgevoegd. 3. De raad moet verklaren geen bedenkingen te hebben tegen de omgevingsvergunning. In artikel 6.5, lid 1 van het Bor is samengevat bepaald dat GS de omgevingsvergunning voor het project alleen kan verlenen dan nadat de raad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. Daarbij is in lid 2 van dit artikel bepaald dat de raad de verklaring alleen kan weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat de inhoud van het besluit van uw raad over het geven of weigeren van de verklaring van geen bedenkingen ook is beperkt tot het beoordelen of er met het verlenen van de vergunning sprake is van een goede ruimtelijke ordening en of de ingediende ruimtelijke onderbouwing het besluit kan dragen. Side
:
2
Ynlieding Uw raad heeft bij besluit van 14 december 2023 het verzoek van GS voor het afgeven van een Ontwerp-Vvgb voor de bouw van de groengasinstallatie van Sonac Burgum B.V. geweigerd. Sonac Burgum B.V. heeft vervolgens op 19 juli 2024 de aangepaste aanvraag van 25 april 2023 om een omgevingsvergunning fase 1 ingediend bij GS. De wijziging van de aanvraag ziet op de situering (binnen het bouw- en bestemmingsvlak), waardoor de groenstructuur op het bedrijf behouden blijft en op het terugdringen van de bouwhoogte van de groengasinstallatie van 24 naar 20 meter. Als gevolg hiervan is het aantal vergistersilo’s gewijzigd van 3 naar 4. Het betreft een gefaseerde aanvraag. Fase 1 heeft betrekking op het veranderen van de inrichting (milieu) en het handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening (het bestemmingsplan). De later ingediende aanvraag – fase 2 - heeft betrekking op de vergunningaanvraag voor de activiteit bouwen. Om tot dit raadsvoorstel met achterliggende stukken te komen, hebben er diverse momenten van afstemming en overleg plaatsgevonden met betrokken partijen. Onder het kopje ‘Histoarje’ kijken we terug op het eerdere besluitvormingsproces en lichten we de vervolgstappen nader toe.
Op 27 juli 2025 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan inzake het beroep dat door belanghebbenden was aangetekend naar aanleiding van het niet tijdig beslissen van Gedeputeerde Staten op de aanvraag om omgevingsvergunning van Sonac Burgum B.V. (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2998). Deze uitspraak heeft betrekking op voorliggende aanvraag. GS is door de rechtbank opgedragen binnen 21 weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit bekend te maken. Tegen deze achtergrond verzoekt GS de gemeente om op korte termijn een besluit te nemen op het verzoek tot het afgeven van de Ontwerp-Vvgb. Histoarje De huidige activiteiten van Sonac Burgum B.V. zijn het verwerken van dierlijke bijproducten en reststromen tot ingrediënten voor onder andere diervoerding, meststoffen en de farmaceutische industrie. Voorliggend initiatief vraagt een verbreding van deze bedrijfstak waarbij restproducten omgezet kunnen worden tot groengas. Met deze groengasinstallatie worden verschillende reststromen (voornamelijk dierlijke bijproducten) en swill (organisch keukenafval) gebruikt om groen gas te produceren dat beschikbaar komt voor de regio. Deze bijproducten komen voort uit het eigen productieproces, aangevuld met swill vanuit de nevenvestiging in Sint Nicolaasga. Principeverzoek Voor dit plan heeft Sonac Burgum B.V.
op 13 februari 2023 een principeverzoek ingediend. Het college heeft op 16 mei 2023 een positief standpunt ingenomen over het opstarten van de procedure ten behoeve van de omgevingsvergunningprocedure voor de groengasinstallatie. Omgevingsvergunning fase 1 Op 25 april 2023 is door Sonac Burgum B.V. een omgevingsvergunning fase 1 aangevraagd op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bij GS. Deze aanvraag betreft het realiseren van een groengasinstallatie op het perceel Damsingel 27 te Sumar. De Ontwerp-Vvgb die hiervoor nodig is heeft de raad op 14 december 2023 bij amendement geweigerd (kenmerk Z2023-02664/S2023-17843). Uit het besluit van de raad blijkt dat de Ontwerp-Vvgb is geweigerd omdat de raad het - samengevat - voor een goede ruimtelijke ordening nodig vindt om: 1. ‘de lânskiplike ynpassing van de griene buffer tusken Sonac en de doarpen Burgum & Sumar’ in stand te houden, en Side
:
3
2. een gezonde leefomgeving te bereiken waarbij naar het oordeel van de raad het wenselijk is om de bestaande geurhinder te beperken. Ook merkt de raad op dat ‘sûnensrisiko’s, bygelyks op it mêd fan toksikologie, no noch ûnfoldwaande yskatten wurde kinne wylst dit in grutte ynfloed hawwe kin op it wen- en leefklimaat’.
Gewijzigde aanvraag Op 19 juli 2024 heeft Sonac Burgum B.V. de aanvraag om een omgevingsvergunning fase 1 gewijzigd, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de ruimtelijke motivering van de raad.
Afbeelding: Aan de linkerzijde de groengasinstallatie met de 3 hoofdvergisters en de navergister. Afbeelding komt uit de ruimtelijke onderbouwing (onderdeel van bijlage 2). Door de wijziging van de aanvraag is de bouw van de groengasinstallatie alleen strijdig met het ter plaatse geldende bestemmingsplan voor wat betreft de hoogte van de drie hoofdvergisters, de navergister en een aantal andere bijbehorende bouwwerken, geen gebouw zijnde (zie pagina 4 van de ruimtelijke onderbouwing, onderdeel van bijlage 2 M12). De gevraagde Ontwerp-Vvgb heeft hier betrekking op. Voor het overige past het bouwplan binnen het kader van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het gewijzigde bouwplan valt nu volledig binnen het bouw- en het bestemmingsvlak. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Sumar bedrijventerreinen Kanaalzone 2008’. De groengasinstallatie ligt in zijn geheel binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein 4’ (het paarse vlak), met de functieaanduidingen ‘verwerkingsbedrijf dierlijke slachtbijproducten’ en ‘geluidzoneringsplichtige inrichtingen’. Binnen deze bestemming is het gebruik ten behoeve van de installatie toegestaan. De voorgenomen activiteiten zijn geheel in lijn met de huidige activiteiten zoals het verwerken van dierlijke slachtbijproducten.
Side
:
4
De vier grootste installaties, te weten de drie hoofdvergisters en de navergister (ieder nu 20 meter hoog) en een aantal andere bijbehorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn gesitueerd aan de noordzijde (in plaats van aan de westzijde) van het bedrijfsterrein en zijn nu gelegen binnen het bestaande bouw- en bestemmingsvlak. De aanwezige “groen buffer” gelegen rondom het bedrijf blijft, voor zover deze is gesitueerd binnen de bestemming 'Groenvoorzieningen', als gevolg van het gewijzigde bouwplan intact. De door Sonac Burgum B.V. aangevraagde omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu - ten behoeve van het veranderen van de inrichting – kan door GS worden verleend aangezien er geen milieutechnisch belemmeringen zijn (bijlage 3, memo beoordeling aangepaste aanvraag). De omgevingsvergunning kan slechts verleend als het bevoegde bestuursorgaan (de gemeenteraad) een Verklaring van geen bedenking heeft afgegeven. Dit is geregeld in artikel 2.27 Wabo in samenhang met artikel 6.5 Bor. Gedeputeerde Staten heeft de gemeente op 24 juli 2024 gevraagd een Ontwerp-Vvgb af te geven voor het verlenen van de door Sonac Burgum B.V. gevraagde omgevingsvergunning. Het verzoek om een Ontwerp-Vvgb is gedaan aan het college van burgemeester en wethouders. Het college legt dit verzoek hierbij voor aan de raad. Gelet het eerdere besluit van de raad d.d.
14 december 2023, met de daaronder liggende motivatie, is de FUMO gevraagd de omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu te beoordelen. Voordat de raad wordt gevraagd een besluit te is het belangrijk te weten of het onderdeel milieu voor de Provincie akkoord is. Op 18 december 2024 wijzigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de bestaande jurisprudentie over intern salderen in de zogenoemde Rendac-uitspraak (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2024:4923). Op 11 februari 2025 is bericht van de Fumo ontvangen dat de door Sonac Burgum B.V. aangevraagde omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu - ten behoeve van het veranderen van de inrichting –door GS worden kan verleend aangezien er geen milieutechnisch belemmeringen zijn (bijlage 3, memo beoordeling aangepaste aanvraag). In vervolg op de hiervoor genoemde uitspraak Raad van State d.d. 18 december 2024 over de bestaande jurisprudentie over intern salderen in de zogenoemde Rendacuitspraak, heeft Sonac Burgum B.V. op 24 maart 2025 een principeverzoek voor het bouwplan voor een groengasinstallatie bij de gemeente ingediend. De agendacommissie heeft besloten het verzoek niet op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen. De voorkeur gaat uit naar het volgen van de formele procedure, zodat de gemeenteraad op
Side
:
5
een later moment een besluit kan nemen over de Ontwerp-Vvgb op basis van alle relevante informatie. Op 27 juli 2025 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan inzake het beroep dat door belanghebbenden was aangetekend naar aanleiding van het niet tijdig beslissen van Gedeputeerde Staten op de aanvraag om omgevingsvergunning van Sonac Burgum B.V. (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2998). Deze uitspraak heeft betrekking op voorliggende aanvraag. GS is door de rechtbank opgedragen binnen 21 weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit bekend te maken. Tegen deze achtergrond verzoekt GS de gemeente om op korte termijn een besluit te nemen over de Ontwerp-Vvgb. Uitvoerbaarheid ten aanzien van stikstof Het onderdeel stikstof staat niet in de weg voor de verlening van de omgevingsvergunning fase 1 aan Sonac Burgum B.V. door GS. Het college heeft hiervoor extern advies aangevraagd bij RNMW Advocaten. Hierna wordt dit toegelicht. In de door Sonac Burgum B.V. ingediende (gewijzigde) aanvraag omgevingsvergunning fase 1 wordt gebruik gemaakt van het zogenoemde intern salderen voor wat betreft de depositie van stikstof. De kern van intern salderen betreft het gebruiken van bestaande vergunde rechten binnen een bedrijf ten behoeve van een uitbreiding of wijziging binnen de grenzen van ditzelfde bedrijf.
Dit kan door te stoppen of te minderen met een (een deel van) de activiteiten die stikstof uitstoten. De vrijgekomen ruimte kan benuttigd worden voor het realiseren van gewijzigde of nieuwe activiteiten die stikstof uitstoten. Voorwaarde is dat er geen toename mag zijn van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten opzichte van de bestaande, vergunde situatie. Met een AERIUS-verschilberekening (een vergelijking tussen de referentiesituatie (huidig vergund) en de gewenste situatie) is door Sonac Burgum B.V. in de omgevingsvergunningaanvraag fase 1 aangetoond dat aan de voorwaarden van intern salderen wordt voldaan. Op het moment van bovenstaande uitkomst bestond er, ten tijde van het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning fase 1, wettelijk gezien geen verplichting om gelijktijdig ook een aanvraag op grond van de Wet natuurbescherming (Wbn) bij de Provincie in te dienen. Intern salderen viel niet onder de vergunningplicht. Sonac Burgum B.V. heeft hier dus geen vergunning voor kunnen aanvragen. Er was dus ook geen sprake van een aanhaakplicht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wijzigde op 18 december 2024 de bestaande jurisprudentie over intern salderen in de zogenoemde Rendac-uitspraak (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2024:4923).
Intern salderen mag niet langer worden beschouwd in de voortoets maar uitsluitend in de latere fase van de passende beoordeling als mitigerende maatregel worden beschouwd. In de voortoets wordt beschouwd of er sprake is van een vergunningplicht voor een Natura 2000activiteit (voorheen de Wet natuurbescherming). Nu intern salderen hier niet meer in mag worden meegenomen, is intern salderen vergunningplichtig geworden. De Rendac-uitspraak zorgt er niet voor dat de aanhaakplicht alsnog in werking treedt. In rechtsoverweging 25.1 behorende bij de uitspraak wordt dit expliciet benoemd. De natuurtoestemming haakt dus niet aan bij de lopende procedure. Er is een losse Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit nodig (bevoegd gezag Provincie Fryslân). Deze is inmiddels aangevraagd. Uit de hiervoor genoemde Rendac-uitspraak van 18 december 2024 van de Raad van State moet worden afgeleid dat Sonac Burgum B.V., voor het kunnen realiseren van de groengasinstallatie, over een Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit dient te Side
:
6
beschikken. Deze vergunning - die door de Provincie wordt verleend op grond van de Omgevingswet - kan echter in een later stadium worden aangevraagd. Uit bovenvermelde AERIUS-berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie in de gewenste situatie t.o.v. van de referentiesituatie niet toeneemt. Bij de beoordeling van de - bij de aanvraag omgevingsvergunning fase 1 gevoegde - AERIUS-berekeningen zijn er geen gebreken, leemtes of anderszins onregelmatigheden geconstateerd. De berekeningen zijn door de FUMO als correct aangemerkt. Op 26 september 2025 heeft Sonac Burgum B.V. een aanvraag omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit (stikstof) ingediend voor het toepassen van intern salderen. Een nadere toetsing van de vergunningaanvraag is aan de provincie Fryslân (bevoegd bezag). De provincie zal daarbij moeten toetsen aan het additionaliteitsvereiste. Met het additionaliteitsvereiste wordt kort gezegd bedoeld dat eerst moet worden onderbouwd dat er voldoende natuurmaatregelen zijn (of op korte termijn worden) getroffen om de natuurdoelen in die Natura 2000-gebieden te halen alvorens een nieuwe ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Op dit moment is niet bekend hoe aan het additionaliteitsvereiste kan worden voldaan en daarmee is ook niet bekend of vergunningen kunnen worden verleend.
De provincie heeft daarom besloten de vergunningverlening vooreerst (tot uiterlijk september 2026) op te schorten. Dit maakt dat moet worden geconstateerd dat de verlening van een door Sonac Burgum B.V. aangevraagde Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit op voorhand niet kan worden uitgesloten. Hierdoor is er geen sprake van een onuitvoerbaar plan (uitvoerbaarheidstoets) en is dit geen belemmering voor het afgeven van een OntwerpVvgb. Van belang is om hierbij op te merken dat het de gemeenteraad niet is toegestaan om in het kader van de beoordeling van de Ontwerp-Vvgb een volledige natuurtoets te verrichten. De daadwerkelijke toetsing vindt immers plaats bij de beoordeling van de aanvraag voor de Natura 2000-activiteit door de Provincie. Dit blijkt ook uit een eerdere uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 2 september 2025, (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:7393). In r.o. 8.2 wordt ingegaan op het bovenstaande. Voor een uitvoerige uiteenzetting hierover wordt verwezen naar het bijgevoegde advies van RNMW Advocaten (bijlage 4). Te berikken effekt De raad in de gelegenheid te stellen een zorgvuldig besluit te kunnen nemen over het wel of niet afgeven van de Ontwerp-Vvgb voor de op 19 juli 2024 gewijzigde aanvraag om omgevingsvergunning fase 1 van Sonac Burgum B.V. Het college zal dit besluit doorsturen naar Gedeputeerde Staten.
Arguminten 1.1. De gewijzigde aanvraag is stedenbouwkundig goed ingepast. Het gewijzigde bouwplan is enkel nog strijdig met de maximaal toegestane bouwhoogte, waarbij de aanvankelijke maximale bouwhoogte is teruggebracht van 24 naar 20 meter. De bouwhoogtes op het bedrijventerrein zijn erg wisselend in hoogte. Een gebruikelijke maatvoering voor bedrijventerreinen is 15 tot 20 meter voor hoogtes van bouwwerken (het vigerende plan staat 15 meter toe voor gebouwen). Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt een lagere bouwhoogte (5 meter). In bijzondere situaties, zoals in de huidige situatie waar de torens/afvoerpijpen zijn geplaatst op het bedrijventerrein, zijn deze inbestemd op 22, 30 of 60 meter hoogte.
Side
:
7
Op het terrein worden in de nieuwe situatie een aantal vergisters geplaatst met een doorsnede van 21 meter en een hoogte van 20 meter. Vergisters zijn, in tegenstelling tot gebouwen, vaak rond van vorm. Qua maatvoering verschillen ze niet heel veel van gebouwen. De vormentaal op een bedrijventerreinen is vaak erg divers. In de stedenbouwkundige beoordeling kan de seriematige plaatsing, plus de bijzondere maat en schaal van dergelijke vergisters al snel beoordeeld worden als bouwwerken. Er is immers weinig verschil tussen een vergister en een opslag (toren) loods. Het verschil betreft alleen de vorm: rond of vierkant. Op een bedrijventerrein met industriële bedrijvigheid is het veelal gebruikelijk om rekening te houden met een grote verscheidenheid aan ‘vormentaal’. Met name de aard van de bedrijvigheid is veelal bepalend voor de vorm van bouwwerken. Bij industriële vormgeving gaat het veelal om rond en rechthoekig, om loodsen, torens, silo’s en leidingwerk. Dit gehele ‘ensemble’ aan vormen en hoogtes vormt gezamenlijk het totaalbeeld van een industrieel bedrijf. Voor vergisters met een maatvoering van 20 meter in hoogte is het stedenbouwkundig acceptabel deze vergisters een plek te geven op een bedrijfslocatie waar al een rijke hoeveelheid aan vormen en bouwhoogtes zichtbaar zijn.
Het is stedenbouwkundige wél wenselijk de plaatsing van deze nieuwe vergisters zo te kiezen dat ze zich niet autonoom manifesteren, maar zich voegen in het geheel van de diversiteit aan vormen en hoogtes, zodat er nog steeds sprake is van een ‘ensemble’. Samenhang in de diversiteit aan ‘beeldtaal’ is een belangrijk toetsingskader voor de stedenbouwkundige kwaliteit op het gehele bedrijventerrein. Uit de geleverde 3D-visualisaties in combinatie met de voorwaarden uit het Landschappelijke Inpassingsplan blijkt dat de landschappelijke context voldoende intact blijft (bijlage 5 stedenbouwkundig en landschappelijk advies, bijlage 6, landschappelijke inpassing). Dit sluit aan bij het eerder ingebracht advies van Kubiek Ruimtelijke Plannen (bijlage 1). 1.2.
De landschappelijke inpassing van het project in de gewijzigde aanvraag komt tegemoet aan de overweging van de raad om de Ontwerp-Vvgb voor de omgevingsvergunning te weigeren. In het besluit van de raad van 14 december 2023 over de Ontwerp-Vvgb voor de aanvraag om omgevingsvergunning van Sonac Burgum B.V. van 25 april 2023 overweegt de raad dat het ‘de lânskiplike ynpassing van de griene buffer tusken Sonac en de doarpen Burgum & Sumar’ in stand wil houden. Daarbij merkt de raad in het bijzonder op ‘dat it omsetten fan in part fan de bestimming “Groenvoorzieningen” [van het bestemmingsplan Burgum/Sumar bedrijventerreinen kanaalzone 2008] yn “Bedrijventerrein 4” in ûnwinsklike desimering fan de griene buffer is’. Anders dan in de aanvraag om omgevingsvergunning van Sonac Burgum B.V. van 19 juli 2024 wordt het project in de gewijzigde aanvraag op de gronden binnen de bestemming Bedrijventerrein 4 van het bestemmingsplan Burgum/Sumar bedrijventerreinen Kanaalzone 2008 uitgevoerd. De houtopstanden waar het project wordt uitgevoerd staat in die bestemming. Hierdoor blijft de landschappelijke inpassing ter plaatse van de gronden met de bestemming “Groenvoorzieningen” behouden.
Om de instandhouding van de aanwezige groenbuffer te waarborgen, wordt voorgesteld om de Ontwerp-Vvgb onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning het voorschrift wordt verbonden dat de bouw en het gebruik van de groengasinstallatie uitsluitend is toegestaan als de landschappelijke inpassing van het bedrijfsterrein in stand wordt gehouden.
Side
:
8
Hierdoor wordt ter plaatse van de gronden bestemd als “Groenvoorzieningen” de landschappelijk inpassing in stand gehouden. Dat wil zeggen dat wordt opgelegd dat de huidige (ook als zodanig planologisch inbestemde) groenstrook gelegen aan de noord- en westzijde van het bedrijfsperceel dient te worden gehandhaafd en in stand dient te worden gehouden als beschreven in de Landschappelijke inpassing t.b.v. de voorwaarden Ontwerp- Vvgb 30 september 2025 (bijlage 6). Het landschappelijk advies luidt als volgt: • Wordt gebouwd in bestemming Bedrijventerrein 4 (etc.); • De groenopstand waar men de tanks wil realiseren staat in die bestemming. En zou verwijderd moeten worden voor de vergisters/tanks. Er wordt niet gebouwd in de naastliggende bestemming ‘groenvoorziening’. Die strook ‘groenvoorziening‘ is 30 meter breed (gezien vanaf noordelijk) en verder in de huidige situatie begroeid met hoger opgaand groen/bomen (>10 meter); • De beoogde bouw (tanks, 20 meter hoog) zal boven het overblijvende groen uitkomen. Dergelijke hoogtes zijn met landschapselementen ook niet geheel aan het zicht te onttrekken. Door initiatiefnemer zijn 3Dvisualisaties aangeleverd. Het is een reëel beeld dat daarin geschetst is. De mate waarin de bouwwerken boven de boomlaag uitkomen is beperkt.
Daarmee hoeven voor de landschappelijke inpassing geen aanvullende voorwaarden gesteld te worden aan kleurstellingen o.i.d.: de bosstrook schermt voldoende af. • De combinatie van een brede strook hoog opgaande begroeiing, vastgelegd in een uitgewerkt landschappelijk inpassingsplan maakt dat sprake is van een voldoende landschappelijke inpassing. 1.3.
Er is sprake van een voldoende gezonde leefomgeving in de omgeving. Hiermee komt de gewijzigde aanvraag tegemoet aan de overweging en argumenten van de raad om de Ontwerp-Vvgb voor de omgevingsvergunning te weigeren. Geur In het besluit van de raad van 14 december 2023 over de Ontwerp-Vvgb voor de aanvraag om een omgevingsvergunning van Sonac Burgum B.V. van 25 april 2023 is de raad van mening dat het wenselijk is om de bestaande geurhinder te beperken. Hierbij wijst de raad op de tekst in de toelichting bij het bestemmingsplan van het bestemmingsplan Burgum/Sumar bedrijventerreinen Kanaalzone 2008 (hierna: bestemmingsplan 2008) waaruit blijkt dat ‘het streven erop gericht blijft om de geuremissie in de toekomst nog verder terug te brengen’. Het college merkt in de eerste plaats op dat de betreffende tekst over het beperken van de geuremissie in de toelichting is opgenomen in het hoofdstuk “Huidige situatie” (zie pagina 8 van de toelichting). Hiermee is het voor het college niet duidelijk of er sprake is van een (duidelijk) beleidsdoel van onze gemeente. Ook omdat er in de toelichting het hoofdstuk “Gewenste ruimtelijke ontwikkelingen” is opgenomen waarin de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen zijn uiteengezet (zie pagina 17 van de toelichting). Maar het beperken van de geuremissie is hier niet in opgenomen.
In de tweede plaats merkt het college – los van de opmerking hiervoor – op dat in de toelichting samengevat ook het volgende is opgemerkt. ‘In verband met het streven om de geurhinder van het bedrijventerrein Sumar terug te dringen, is in het kader van het Integrale Milieuzoneringsproject in 1993 overeenstemming bereikt over de sanering van de geuroverlast bij Sonac Bergum B.V. en de hierbij te volgen aanpak. De afspraken zijn vastgelegd in de beleidsnotitie Integrale
Side
:
9
Milieuzonering Burgum/Sumar van augustus 1994, waarmee de raad op 15 december 1994 heeft ingestemd. Deze moesten leiden tot een reductie van 70% in de periode van 10 jaar. De geurdoelstelling uit het tweede Plan van Aanpak (70% geurreductie in 2004) is gehaald en door GS bij beschikkingen van 11 oktober 2004 vastgelegd in de Wet Milieubeheervergunning voor Sonac Burgum B.V.” (zie https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0737000002BPII/t_NL.IMRO.0737000002BPII-.pdf, pagina 38-39 van de toelichting). Uit het door Royal Haskoning Nederland BV in april 2005 uitgevoerde onderzoek blijkt dat ‘de recentelijk doorgevoerde maatregelen hebben geleid tot een substantiële geurreductie van diverse luchtverontreinigende stoffen of installaties’. “De totale geuremissie bedraagt 2.210 x 106 ge/uur voor 2004”. “Hier wordt in ruime
mate voldaan aan de doelstelling van 3.808 x 106 ge/uur voor 2004”. ‘Ten opzichte van de uitgangssituatie in 1992 – waarin sprake was van een geuremissie van 20.369 x 106 ge/uur – is hiermee feitelijk een geurreductie van bijna 85% gerealiseerd’ (zie bijlage 7, Royal Haskoning Nederland (2005) Hieruit leidt het college af dat de geuremissie op het moment van het vaststellen van het bestemmingsplan 2008 al was beperkt tot een emissie die lager is dan het doel van dat moment. Uit het door Olfasense B.V. in januari 2025 uitgevoerde onderzoek blijkt dat ‘de geuremissie van Sonac Burgum B.V. na het uitvoeren van het project van de groengasinstallatie naar verwachting afneemt tot 1.044 x 106 ouE/h”. Omgerekend is dit 2.088 x 106 ge/h. Hierbij is ook opgemerkt dat dit ‘neerkomt op een afname van de emissie van 3,6% ten opzichte van de vergunning’ (Olfasense B.V. (2025); Geuronderzoek ten behoeve van uitbreiding en inrichting met een Groen Gas installatie Ecoson Burgum. Pagina. 12. Zie bijlage M5 bij de aanvraag, Bijlage 2). Uit het grote verschil tussen de emissies leiden wij af dat er vanaf het moment van het vaststellen bestemmingsplan 2008 sprake is van een sterke afname van de geuremissie van Sonac Burgum B.V. Hierbij moet worden opgemerkt dat de hiervoor bedoelde geuremissies de emissie van hele inrichting van Sonac Burgum B.V. betreft.
In Olfasense (Geuronderzoek ten behoeve van uitbreiding van de inrichting met een Groen Gas installatie Ecoson Burgum, kenmerk: SONA23B8, november 2024, Olfasense B.V.) wordt aangetoond dat de geurbelasting door toevoeging van een groengasinstallatie niet zal leiden tot een toename van de geurbelasting ten opzichte van het huidig vergunde recht. Hiermee is aantoonbaar sprake van een 'neutraal projecteffect'. Volledigheidshalve wordt aangegeven dat de Ontwerp-Vvgb alleen betrekking heeft op de (hoogte van de) groengasinstallatie en niet de gehele inrichting. Gezondheidsrisico’s Ook wijst de raad in het besluit van 14 december 2023 op mogelijke (toxicologische) gezondheidsrisico’s van het project. Op grond van artikel 7.2, lid 1, onder b. van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 2, lid 5, onder a. en de bijlage (in het bijzonder onderdeel D, onder 18.1) van het Besluit milieueffectrapportage is het project een zogenoemde milieu effectrapportage beoordelingsactiviteit (hierna: m.e.r.-beoordelingsactiviteit). Dit betekent dat GS moet beoordelen of het project belangrijke gevolgen voor het milieu kan hebben. Hiervoor is door Sonac Burgum B.V. een zogenoemde aanmeldnotitie opgesteld. In deze notitie is uiteengezet wat de (verwachte) milieueffecten van het project zijn.
Op basis hiervan heeft GS op 19 april 2023 besloten dat: - “uitgesloten kan worden dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben”, en
Side
:
10
- ‘er geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapport is’ (zie bijlage M11 bij de aanvraag, onderdeel van Bijlage 2). In het besluit overweegt GS dat er ‘gelet op de aard en omvang van de activiteiten en de ligging van de projectlocatie er geen gezondheidsrisico’s zijn te verwachten als gevolg van het project’. Wij zien geen aanleiding voor het oordeel dat het door GS genomen besluit en het daarvoor uitgevoerde onderzoek onzorgvuldig is of dat de resultaten van het onderzoek niet juist zijn. Voor het college is er dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan het besluit van GS. Tenslotte: In de memo (bijlage 4) van 11 februari 2025 komt de FUMO (namens de Provincie Fryslân) tot de conclusie dat de vergunningaanvraag d.d. 25 april 2023 van Sonac Burgum BV voor wat betreft het onderdeel milieu ontvankelijk is en de aangevraagde activiteiten vergunbaar zijn voor de milieuaspecten zoals geur, emissies naar de lucht, geluid, externe veiligheid, bodembescherming en energie. Volledigheidshalve wordt aangegeven dat de Ontwerp-Vvgb alleen betrekking heeft op de (hoogte van de) groengasinstallatie en niet de gehele inrichting. Het college ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het door de FUMO ingenomen standpunt en de daarvoor uitgevoerde onderzoeken onzorgvuldig zijn of dat de resultaten daarvan niet juist zijn.
Voor het college is er dan ook geen aanleiding om aan de juistheid daarvan te twijfelen. 1.4. De gewijzigde aanvraag draagt bij aan een optimalisatie van het bedrijfsproces Voor het verwerken van dierlijke bijproducten heeft Sonac Burgum B.V. negen verwerkingslijnen waar op jaarbasis maximaal 700.000 ton dierlijke bijproducten worden verwerkt. Sonac Burgum B.V. is nu voornemens om een nieuwe tiende productielijn te realiseren, een zogenaamde groengasinstallatie. Met deze groengasinstallatie wordt met verschillende reststromen (voornamelijk dierlijke bijproducten) groen gas geproduceerd. Deze reststromen worden nu naar de Sonac Burgum B.V. in Son (Noord-Brabant) gebracht. Met een groengasinstallatie bij Sonac Burgum hoeven deze reststromen niet meer naar de locatie in Son te worden vervoerd en kunnen deze ter plaatse worden omgezet naar groen gas. 1.5. De gewijzigde aanvraag draagt bij aan de duurzaamheidsdoelen van de gemeente De gemeente Tytsjerksteradiel heeft de ambitie om een voortrekkersrol te nemen op het gebied van duurzaamheid en wil in 2040 energieneutraal zijn. De productie van groengas past bij die ontwikkeling. Energieneutraal houdt in dat de benodigde energie op het eigen gemeentelijk grondgebied wordt opgewekt. Deze ambitie is in de Duurzaamheidsagenda aangehaald.
Groengas maakt daarbij deel uit van de energiemix, zoals beschreven in de Transitievisie warmte (2021) en het (op te stellen) Warmteprogramma. Alternativen Een weigering voor het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad kan wettelijk gezien alleen op ruimtelijk relevante argumenten worden gestoeld. Alleen deze gronden kunnen dienen als grondslag voor de motivatie van het raadsbesluit. Het college is evenwel van oordeel dat er geen ruimtelijk relevante argumenten zijn voor het weigeren van de Ontwerp-Vvgb. Kanttekenings/risiko’s Hoewel de realisatie van de groengasinstallatie de vrees voor stank- en geluidshinder oproept, stelt het college op basis van de beschikbare informatie vast dat de Side
:
11
aangevraagde activiteiten niet leiden tot een toename van de geurbelasting ten opzichte van het huidig vergunde recht. De aangevraagde activiteiten passen binnen de reeds milieutechnisch vergunde bedrijfsvoering en het ter plaatse geldende bestemmingsplan dat door de raad is vastgesteld, met uitzondering van de hoogte. Als de raad (nogmaals) weigert een Ontwerp-Vvgb af te geven leidt dit tot een voorgenomen weigering van de door Sonac Burgum B.V. aangevraagde omgevingsvergunning fase 1. Sonac heeft laten weten dat zij in dat geval een zienswijze zal indienen en een (gerechtelijke) procedure zal beginnen tegen dit bewuste besluit. Dat kan volgens het college vergaande consequenties hebben. Op het moment dat de Raad van State in zijn uitspraak in het kader van deze procedure tot de conclusie komt dat de weigering onrechtmatig is, is hiermee een juridische grondslag gelegd voor het verhalen van schade in de vorm van bijvoorbeeld inkomstenderving, extra kosten etc. Finânsjes De kosten voor de procedure zullen via de legesverordening worden verhaald op de initiatiefnemer. Daarnaast wordt een planschadeovereenkomst afgesloten voor eventuele schadevergoedingen. Ynwenners- en oerheidspartisipaasje Sonac Burgum B.V. heeft in de maanden voorafgaand aan de fase 1 aanvraag omgevingsvergunning de tijd genomen om belanghebbenden over de plannen te informeren.
Daarna is er op 6 december 2023 op verzoek van het dorp Sumar een informatiebijeenkomst in het dorpshuis van Sumar gehouden. Kommunikaasje Zie kopje hierboven. Verder communicatie over het te doorlopen proces ligt bij het bevoegd gezag, de provincie. Yntegraliteit Alle relevante beleidsadviseurs van de afdelingen RO & Vergunningen en Ontwikkeling zijn bij de beoordeling betrokken. Gearwurking Niet van toepassing. Ferfolchtrajekt Voorwaarde voor het kunnen afwijken van het bestemmingsplan “Sumar bedrijventerreinen Kanaalzone 2008” door middel van een uitgebreide procedure is dat de gemeenteraad vooraf een Ontwerp-Vvgb afgeeft. Deze Ontwerp-Vvgb wordt met het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing door de Provincie Fryslân gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen. Als er geen zienswijzen worden ingediend, is het wenselijk dat er zo spoedig mogelijk een besluit op de aanvraag kan worden nemen. Daarom wordt aan de raad voorgesteld dat het besluit voor de Ontwerp-Vvgb tevens als een definitieve verklaring van geen bedenkingen wordt aangemerkt als er geen zienswijzen worden ingediend. Er zijn dan immers geen nieuwe feiten of omstandigheden die het nodig maken dat de raad zich opnieuw over dit initiatief uitspreekt.
In het geval er wel zienswijzen op het worden ingediend die betrekking hebben op de Ontwerp-Vvgb – dus op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van dit plan – dan zal de raad
Side
:
12
opnieuw over deze aanvraag en de dan voorliggende zienswijzen een besluit moeten nemen. Het spreekt voor zich dat het beoogde bouwplan pas daadwerkelijk kan worden gerealiseerd nadat alle wettelijk benodigde vergunningen, inclusief de Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit, zijn verleend. Burgum, 25 november 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel, secretaris,
burgemeester,
dhr. drs. J. Krul
mevr. C. Schokker-Strampel
Side
:
13
Riedsbeslút De raad van de gemeente Tytsjerksteradiel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2025, punt nummer: 4; Beslút: 1. Onder voorwaarde een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor de op 19 juli 2024 gewijzigde aanvraag om een omgevingsvergunning fase 1 van Sonac Burgum B.V. (oorspronkelijke indieningsdatum: 25 april 2023, aanvraagnummer: 7498357) ten behoeve van de realisatie van een groengasinstallatie aan de Damsingel 27 te Sumar; 2. De ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven, onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning fase 1 voor Sonac Burgum B.V. een voorschrift wordt verbonden. Dit voorschrift houdt in dat moet worden voldaan aan de landschappelijke inpassing zoals beschreven in bijlage 6 bij het besluit. Het betreft een instandhoudingsverplichting waarbij de functie van de groenstrook als contrastverzachtend element behouden moet blijven. 3. De onder 1 genoemde verklaring van geen bedenkingen en de onder 2 genoemde voorwaardelijke verplichting aan te merken als een definitieve verklaring en definitieve voorwaardelijke verplichting indien er geen zienswijze op de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en bijbehorende voorwaardelijke verplichting zijn ingediend. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Tytsjerksteradiel van 22 januari 2026.
De griffier,
De voorzitter,
mevr. mr. A. Dam
dhr. mr. K.A. Breuker
Side
:
14