CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

04 - Bijlage 7 - Royal Haskoning Nederland BV (2005) Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B.V.

RAAD IT BESLUT 22 januari 2026, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen groengasinstallatie Sonac Burgum B.V. (besprekstik)33.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

leder van de ge'identificeerde technieken zal vervolgens worden beoordeeld op een of meerdere van de volgende beoordelingscriteria: • Bedrijfszekerheid I beschikbaarheid; • Te behalen geuremissiereductie; • Technische knelpunten binnen de bestaande bedrijfsvoering; • Nadelige impact op andere milieucompartimenten (bijvoorbeeld energieverbruik of emissie van broeikasgassen); Investeringskosten; • • Jaarlijkse exploitatiekosten.

Bij de technische en economische toetsing zal primair worden uitgegaan de essentie

van

het Nederlandse geurbeleid zoals verwoord in de Herziene Nota Stankbeleid

(1994) , de VROM brief van 30 juni 1995 alsmede het Nationaal Milieubeleidsplan 3 (1998) en 4 (2001). Hiervoor wordt tevens verwezen naar de landelijke beleidslijnen zoals gepresenteerd in hoofdstuk 6.

V~~r de feitelijke technische en economische toetsing van de ge'identificeerde maatregelen zal derhalve het ALARA-beginsel als leidend principe worden gehanteerd. V~~r geurproblematiek is hiertoe binnen de Nederlandse regelgeving (Nederlandse Emissie Richtlijn 2003 -NeR2003) geen eenduidige drempelwaarde ten aanzien van de kosteneffectiviteit geformuleerd. Het ALARA-principe gaat evenwel onverminderd uit van het uitgangspunt dat een gevergde investering en de hieraan gerelateerde jaarlijkse exploitatiekosten naar mening van het bedrijf en het bevoegd bestuursorgaan redelijk en billijk zijn in relatie tot de te behalen geuremissiereductie. Allereerst worden in hoofdstuk 9 de meer technische maatregelen voor de verschillende LSI's conform het SREF-document ge'identificeerd en geevalueerd. Gezien het uitzonderlijke karakter van de Carrousels AWZI als geurbron binnen Sonac zullen in hoofdstuk 10 de maatregelen worden ge'identificeerd en geevalueerd die specifiek betrekking hebben op de Carrousels AWZI. Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

9P762501/R0003/RVLlJ/AS/Nijm , -50-

13 april 2005

_ _

_

000 0. 0_ 000

_

.

OYAL HASJ(ONING

Vervolgens zal in hoofdstuk 11 invulling worden gegeven aan de wijze waarop Sonae een optimale bedrijfsvoering van de LSI's gaat waarborgen waardoor een in de tijd ------_~tabieJe_(lage)__9~urbelasting in de omgevin kan worden bewerkstelligd. Gezien hot belang van structureel lage-cfiffose-gettremissies--ve&F-Eiee;-mfftlo6!g~e:HIlilJf'~k~el-!g3. e~u. ur. bela sting in de direete omgeving van Sonae , zal in hoofdstuk 12 aandaeht worden besteed aan de nader door Sonae te treffen teehnisehe en organisatorische maatregalen ter beper1ing < van diffuse geuremissies.

-.....-

De beoogde zekere en voorwaardelijke I Ohzekere maatregelen worden samengevat in hoofdstuk13.

Evaluati. e Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-51 •

9P7625. 01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm 13 aprfl2005

--_

_

_

000

oeo_

__

.

9

000 OVAL HAIKONING

EVALUATIE IPPC-GERELATEERDE MAATREGELEN

j

Referentiekader IPPC

--------~STTOI'la~e~w'ordt_ronform_EU-riehtlijAeA_§ekwalifi€eerd " "" als-e9~elWeOOngsbedrjjf.JLoor-, categorie 3 materiaal' en behoort als zodanig tot de binnen in EU-verband gedefinieerde categorie 'Slaughterhouses and Animal By-products Industries' , waarvoor vanuit Europees verband de IPPC-richtlijn van toepassing is. Daar Sonae als bestaand bedrijf wordt aangemerkt , betekent dit dat uiterlijk in 2007 een toetsing moet hebben plaatsgevonden aan deze IPPC-richtlijn. In de praktijk impliceert dit dat de technische uitvoering van de verschillende installatieonderdelen moet worden getoetst aan de stand-der-techniek. Deze stand-der-techniek is in EU-verband vastgelegd in het zogenaamde BAT-referentiedocument (BREF) 'Integrated Pollution Prevention and Control-Reference Document on Best Available Techniques in the Slaughterhouses and Animal By-products Industries' , November 2003. Ais invalshoek voor het vaststellen van de gangbare technische maatregelen volgens de stand-der-techniek wordt daarom allereerst dit BREF-document als leidraad gehanteerd. _

__

Bij deze evaluatie wordt onderscheid gemaakt tussen procesgerelateerde maatregelen en

9. 2

maatregelen gerelateerd aan bestaande luchtbehandelingsinstallaties.

Identificatie van mogelijke procesgerelateerde maatregelen Voor deze onderhavige installatieonderdelen heeft Royal Haskoning , in overleg met Sonac en in navolging van het BREF-document , de volgende procesgerelateerde maatregelen ge'identificeerd: Continue bedrijfsvoering van de verschillende verwerkingslijnen , in het bijzonder • voor veren en haren (BREF §4. 3. 1. 1 I §4. 3. 3. 3); • Handhaven van onderdruk in de bedrijfsruimten voor opslag en bewerking van aangevoerde grondstoffen (BREF §4. 3. 1. 2); • Toepassen van een gesloten uitvoering van de opslag en bewerking van aangevoerde grondstoffen (BREF §4. 3. 1. 31 §4. 3. 3. 1); Diepgevroren opslag van aangevoerde grondstoffen (BREF §4. 3. 1. 4); • • Verkleining van aangevoerde grondstoffen (BREF §4. 3. 3. 2). Daarnaast wordt in het BREF-document ingegaan op het treffen van organisatorische maatregelen (BREF §5. 1. 1. 1).

9. 3

Evaluatie van ge'identificeerde procesgerelateerde maatregelen

9. 3. 1

Continue bedrijfsvoering van de verschillende verwerkingslijnen , in het bijzonder voor veren en haren (BREF §4. 3. 1. 1 / §4. 3. 3. 3) Door middel van continue b~drijfsvoering van de verschillende verwerkingslijnen wordt beoogd dat de aangevoerde grondstoffen zo snel mogelijk na ontvangst kunnen worden verwerkt. Hierdoor wordt bederf en daaraan gerelateerde geuremissie zo veel mogelijk geminimaliseerd. Binnen de vigerende Wm-vergunning is het , door de in de vergunning opgenomen beperking van de bedrijfstijden , voor Sonac niet mogelijk om ten aile tijden de verwerking van aangevoerde grondstoffen te waarborgen. Dit heeft als consequentie dat , Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-52-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

_

_

__

DOD DeD. DOD . OYAL HAIKONING _

_ -

_

_

--

op moment dat nog grondstoffen in opslag zijn terwijl Sonac uit oogpunt van de toegestane (vergunde) bedrijfstijden de bedrijfsvoering dient te beeHndigen (i. c. _~ z'=a:.t.!:e-::;r~d~agmidda " 15. 00 uur) , er bederf van de aangevoerde grondstoffen kan optreden ---waardoor-extra-geur-emissie-entstaat-tijeeAs-de· peFiede-van-stilstand-van-de:-

_

_

kirrgsUjrrenn:.

--

--

-

--------------

-

--

-

_____

----------

Mede ten gevolge van een steeds sterkere concentratie van de slachtcapaciteit en een intensivering van de inzet van die beschikbare capaciteit , is er een ontwikkeling ontstaan dat binnen de slachterijsector steeds vaker op zaterdag wordt gewerkt. Met name de grote pluimveeslachterijen , uitsnijderijen en uitbeenderijen vullen de beschikbare capaciteit steeds vaker in op de zaterdagmorgen. Deze verandering in bedrijfsvoering heeft er toe geleid dat de vereisten vanuit deze bedrijfstak omtrent het inzamelen van grondstoffen de laatste jaren eveneens structureel zijn gewijzigd. Naar verwachting zal deze trend in de toekomst doorzetten. Om te kunnen anticiperen op deze ontwikkelingen , is Sonac derhalve genoodzaakt om de inzameling van grondstoffen hierop aan te passen en de organisatie voor verwerking hierop uit te leggen. Een gevolg hiervan is dat Sonac niet langer in staat is om zekerheid te geven dat aile aangevoerde grondstoffen in aile productielijnen voor zaterdagmiddag om 15. 00 uur daadwerkelijk zijn verwerkt , waardoor zich situaties kunnen voordoen dat het bedrijf moet doorwerken tot na zaterdagmiddag 15. 00 uur. Dit effect kan nog worden versterkt door: e Mogelijke storingen in een van de productieprocessen waardoor achterstand in de verwerking ontstaat; e Pieken in aanvoer ten gevolge van een onregelmatig slachtpatroon (bijvoorbeeld ten

tijde van feestdagen).

De verwerking van grondstoffen blijft in de toekomst in de regel starten op maandagmiddag om 15. 00 uur. Daartoe is een drieploegendienst beschikbaar waarbij de eerste ploeg begint op maandagmiddag 14. 00 uur. Deze ploeg draagt zorg voor het opstarten van de verschillende bedrijfsonderdelen. Sonac blijft er naar streven om de productiewerkzaamheden in de loop van zaterdagmiddag te beeindigen. Bij de planning van routes op zaterdag wordt er hiertoe naar gestreefd omvoor , zover dit past binnen het aanbod van slachtbijproducten bij de pluimveeslachterijen , uitsnijderijen en uitbeenderijen , de vrachtwagens voor zaterdag 10. 00 uur binnen te laten zijn. Met name een storing of een piek in de aanvoer aan het einde van de werkweek (vrijdag en zaterdag) kan echter de oorzaak zijn van het niet voor zaterdag 15. 00 uur kunnen verwerken van aile grondstoffen (overeenkomend met een bedrijfsperiode van 120 uur per week). Om zonder nadere beperkingen te kunnen anticiperen op dergeJijke situaties , vraagt Sonac verruiming van de bedrijfstijden aan op basis van volcontinu bedrijf (zijnde 168 uur per week , gedurende 52 weken per jaar). Deze bedrijfstijden hebben betrekking op de aanvoer en de verwerkin~ van grondstoffen. De streeftijden voor verwerking van grondstoffen blijven evenwel van maandag omstreeks 15. 00 uur tot zaterdag 15. 00 uur.

Door mid del van deze verruiming van de bedrijfstijden wordt voorkomen dat op enig

moment nog grondstoffen gedurende het weekend in opslag worden gehouden. Confonn de intentie van deze BREF-maatregel wordt hierrnee extra geuremissie

voorkomen. Daarnaast wordt een gelijkmatigere belasting van de AWZI en de LBl's bewerkstelligd waardoor een constanter geurverwijderingsrendement in de tijd wordt Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-53-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

DDD D. O. DDO . OVAL HA. KONING -.

-

-

-

-

-

9. 3. 2

-

gerealiseerd. Resumerend kan worden gesteld dat , middels de aangevraagde continue bedrijfsvoering van de verwerkingslijnen , volledig invulling wordt gegeven aan deze -gREF-maatregel. _

_

_

_

_

__

~~~=-=--=-=-~. =--=--:=-~=-:~--=-=--=-=-=--=-=-=~-=--=-

Handhaven van on er ru I e-bedTijfsruimten~voGr__eps~a§_eR-be-wedilJg..v.a < gevoerde grondstoffen (BREF §4. 3. 1. 2)

.. . .. . .. . .. . .. . .-

-

De grondstoffen , de veren en haren worden met behulp van vrachtwagens aangevoerd inpandig in gedeeltelijk gesloten (Lc. overkapte) bunkers gelost. Hierbij wordt de ontvangsthal zoveel mogelijk gesloten gehouden. Door middel van de gesloten transportbanden voor aanvoer van het materiaal vanuit de stortbunkers worden tevens de stortbunkers en de bedrijfshal geventileerd door het handhaven van een lichte onderdruk in de breker / ontvangsthal. Daamaast worden de daaropvolgende bedrijfshallen voor verwerking van het materiaal eveneens mechanisch geventileerd. en

Bloed wordt aangevoerd in gesloten tankauto's. Vanuit deze tankauto's wordt het bloed via een gesloten systeem naar de bloedtanks verpompt. De loshandelingen vinden inpandig plaats in de bloedlossluis die is voorzien van ruimteafzuiging. Daamaast worden de daaropvolgende bedrijfshallen voor verwerking van het bloed eveneens mechanisch geventileerd. Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat reeds invulling gegeven wordt aan deze op de BREF gebaseerde maatregel. 9. 3. 3

Toepassen van een gesloten uitvoering van de opslag en bewerking van aangevoerde grondstoffen (BREF §4. 3. 1. 31 §4. 3. 3. 1) De grondstoffen , veren en haren worden met behulp van vrachtwagens aangevoerd en inpandig gelost in gedeeltelijk gesloten (Lc. overkapte) bunkers. Daar het lossen van vraehtauto's in de stortbunkers vereist dat deze bunkers in enige mate open zijn , kan in teehnisehe zin geen verdergaande gesloten uitvoering van de stortbunkers worden gerealiseerd. Daamaast is het transport en de bewerking van de grondstof in de breker / ontvangsthal reeds volledig gesloten uitgevoerd. In het BREF-doeument wordt als alternatief voorgesteld om gesloten hoppersystemen toe te passen voor de ontvangst van aangevoerde grondstoffen. Indachtig de relatief hoge verwerkingseapaeiteit van de onderhavige grondstoffen bij Sonae worden dergelijke hoppersystemen door Sonae praktisch niet haalbaar geacht. Daarnaast zou doorvoering van dit altematief een aanzienlijke finaneieHe desinvestering betekenen voor de bestaande grondstofontvangstvoorzieningen. Bovendien is in de BREF deze techniek ook niet aangeduid als stand-der-teehniek (BREF §5. 3 / §5. 3. 2). Bloed wordt aangevoerd in gesloten tankauto's. Vanuit deze tankauto's wordt het bloed via een gesloten systeem naar de bloedtanks verpompt.

De loshandelingen vinden volledig inpandig plaats in de bloedlossluis die is voorzien van ruimteafzuiging. Resumerend kan worden gesteld dat naar huidige stand-der-techniek reeds invulling wordt gegeven aan deze op de BREF gebaseerde maatregel.

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-

54-

9P7625. 0 1/R0003/RVLIJIA S/Nijm 13 april 2005

_

_

_

__

000 0. 0_ 000 . OYAL HAIKONING __

9. 3. 4

Diepgevroren opslag van aangevoerde grondstoffen (BREF §4. 3. 1. 4)

~-------------D~pvriezen==~~~ ______~ ~ __~ ~ __~ ______~ ~ __~ , Inaren-slacntt)'iJprOducten "" zo-vers-alslTlogelijk-woFdeA-verwerkt kar:l It ...o::-o:=r_-v:-:-o=-o=rkoming';-----, " tID1ti~le_geurre-cfllctie-;-lndien-gronElsteffelH1iet-bir. u:len--------­ van bede resu eren In een su afzienbare termijn zouden kunnen worden verwerkt , kan worden overwogen om dit dierlijk materiaal te diepvriezen bij de slachthuizen dan wei bij het verwerkingsbedrijf. De laatste jaren is de conditionering van de aangevoerde slachtbijproducten aanzienlijk verbeterd. Daamaast kan worden gesteld dat de huidige bedrijfsvoering van Sonac is ingericht op het zo snel mogelijk na ontvangst kunnen verwerken van aangevoerde grondstoffen. Oit betekent dat naar redelijke maatstaven kan worden gesteld dat Sonac reeds een zo snel als mogelijke verwerking van grondstof heeft bewerkstelligd. Toepassing van diepvriezing zou slechts in beeld komen indien Sonac in het kader van de Wm-vergunningaanvraag niet de mogelijkheid krijgt om over te gaan tot continue bedrijfsvoering. De onderstaande toelichting op diepvriezing heeft derhalve aileen betrekking op de situatie waarin Sonac haar productieactiviteiten in de loop van zaterdag dient te beeindigen. Diepvriezing zou in die situatie betekenen dat , gezien de benodigde tijd om het aangevoerde materiaal te diepvriezen c. q.

te ontdooien , de totale verwerkingstijd voor aangevoerd materiaal zou toenemen. Alvorens te kunnen worden ingevroren , dienen de meeste grondstoffen immers te worden verkleind met behulp van brekers. Om de vereiste tijdswinst te kunnen realiseren , zullen de verkleinde grondstoffen vervolgens in hoog tempo moeten worden ingevroren. Gelet op de omvang van de hoeveelheid grondstoffen , die in bijzondere gevallen kan oplopen tot circa 500 ton natte grondstoffen per weekend , dient een aanzienlijke vriescapaciteit te worden < ge(nstalleerd. " Om op maandag de grondstoffen vervolgens te kunnen verwerien , zal het ontdooien van de grondstoffen op zondagavond in gang dienen te worden gezet. De gedeeltelijk ontdooide grondstoffen zullen opnieuw worden gebroken (ter versnelling van de warmteoverdracht) en in de bestaande procesinstallaties worden gebracht. Omdat zowel voor het invriezen als het ontdooien een aantal aanvullende bewerkingen noodzakelijk zullen zijn , zal er sprake zijn van een toename van geuremissies. Deze emissies zullen bovendien blijven bestaan gedurende een deel van het weekeinde. Een en ander is schematisch weergegeven in de onderstaande figuur 9. 1.

Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B. V. Definitief rapport

, 9P762501/R0003/RVLlJ/AS/Nijm

·55 -

13 april 2005

000 _OeD _ 000 . OYAL HAIKOIIIIIIG

Figuur 9. 1 Schematische weergave geuremissies tijdens diepgevroren opslag grondstoffen em Issie

Bestaand proces

Daar bovendien bekend is dat de 'houdbaarheid' van vleesproducten sterk afneemt na bevriezing en ontdooiing , wordt voor Sonac geen geuremissiereductie voorzien indien zou worden overgegaan tot structurele bevriezing en ontdooiing van grondstoffen. Koe/en In plaats van het diepvriezen van grondstoffen kan , in aanvulling op hetgeen dat in de BREF is geschetst , tevens worden overwogen om koeling van grondstoffen toe te passen. Een effectieve koeling leidt in principe tot dezelfde problemen als bij diepvriezen , uitgezonderd ontdooien en opnieuw breken. Kortheidshalve wordt dan ook verwezen naar het aspect diepvriezen. Tenslotte kan voor bloed worden opgemerkt dat hiervoor reeds koeling plaatsvindt conform de hiertoe gestelde wettelijke eisen. Pasteurisatie In plaats van diepvriezen of koelen kan tevens worden overwogen om pasteurisatie toe te pass en op de ontvangen grondstoffen. Pasteurisatie is in eerste aanleg bedoeld om in geval van dierziekten een groot aanbod van materiaal , dat de verwerkingscapaciteit tijdelijk ver te boven zou gaan , af te stemmen op de beschikbare verwerkingscapaciteit. Pasteuriseren houdt in een zodanige hittebehandeling van de grondstoffen dat het mogelijke bederf ervan wordt tegengegaan.

Pasteuriseren is slechts voor bepaalde grondstoffen mogelijk , zijnde zogenaamde slappe slachtbijproducten welke vooraf worden verkleind (gebroken) en in suspensie kunnen worden gebracht. Het handelt hierbij om gemengde slachtbijproducten en de pluimveeslachtbijproducten. Pasteurisatie kan plaatsvinden in grote tanks. Gelet op de aard van de grondstoffen zullen hiervoor twee tanks noodzakelijk zijn met afzonderlijke voorbewerkingsapparatuur. De toe name van het aantal handelingen zaJ netto een toe name inhouden van de geuremissies. Pasteurisatie zal bovendien slechts een gedeeltelijke oplossing kunnen inhouden. Er zal altijd sprake blijven van het verwerken van grondstoffen die om fysieke redenen niet kunnen worden gepasteuriseerd (biDed , veren , varkenshaar). Daarnaast zal bij Evaluatie Geurreductie Sonac Surgum s. v. Definitief rapport

-56·

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

000 _OeD _ DOD . DVAL HASKDNIIIIG

-

-_

pasteurisatie een voorbewerking in de vorm van ontvangst , breken en pompen noodzakelijk blijven. De daarbij gepaard gaande geuremissies zullen niet worden _w eggenQInen. Een en ander is schematisch weergegeven in de onderstaande figuur 9. 2:. -----------------~=====___ Figuur 9. 2 Schematische weergave geuremissies tijdens pasteurisatie van grondstoffen Storten

1---."

Geuremissie

Geuremissle

Geuremissie

Verhilten

1---.

.

Geuremissie

Bestaand proces

Resumerend kan worden gesteld dat in geval van Sonac pasteurisatie geen geschikte maatregel is voor het bewerkstelligen van geurreductie. 9. 3. 5

Verkleining van aangevoerde grondstoffen (BREF §4. 3. 3. 2) In de BREF wordt voorgesteld om aangevoerde grondstoffen te verkleinen tot een deeltjesgrootte van 20 tot 150 mm (conform EU richtlijn 1774/2002/EC). Op deze wijze kan worden bewerkstelligd dat het materiaal door middel van gesloten systemen kan worden verpompt c. q. verplaatst , resulterend in een maximale geurreductie. Daarnaast wordt hierdoor voor het gehele productieproces een hogere energie-efficiency bewerkstelligd. Door middel van brekers in combinatie met de zogenaamde desintegrators wordt het aangevoerde materiaal voor vleesmeellijn verkleind tot een deelljesgrootte van maximaal 15 mm. In analogie hiermee worden ook de aangevoerde grondstoffen voor de pluimveemeellijn verkleind door mid del van grofbrekers , fijnbrekers en desintegrators. De aangevoerde bloed , veren en haren voldoen zonder nadere (voor)behandeling reeds aan de gestelde eisen v~~r deeltjesgrootte. Hiermee-kan worden gesteld dat op dit moment reeds invulling is gegeven aan deze op de BREF gebaseerde maatregel.

9. 3. 6

Organisatorische maatregelen (BREF §5. 1. 1. 1) In de BREF (§5. 1. 1. 1) wordt gesteld dat bedrijven , behorend tot deze sector , dienen te overwegen om een milieubeleidsverklaring op te stellen en een milieuzorgsysteem te implementeren voor de procedurele borging van de verschillende milieuaspecten. Daarnaast wordt aanbevolen om het milieuzorgsysteem te certificeren volgens EMAS of ISO 14001.

Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B. V. Definitief rapport

-57-

9P7625. 01/R0003/RVUJ/AS/Nijm 13 april 2005

000 _0. 0_ 000 . OVAL HAIItONING

-

-

-_

_

_

Sonac beschikt over een systeem van Total Quality Management (TQM) dat de zorg bestrijkt voor kwaliteit , arbeidsomstandigheden (arbo) , milieu , maar ook (voedsel-) _- l[!;ilig~elcL(/jACCP < Met behul van het softwareprogramma 'Quality on Line' , waarin de proeedures--en-instructies-staan-besel'lrevenw0rdt-0nder-meer-.het.mnieuzorgsysteem , .

Inmiddels is Sonac gecertificeerd voor: • ISO 9001 2000 (kwaliteitszorg); • ISO 14001 (milieukwaliteitszorg); • GMP (Good Manufacturing / managing Practice); • HACCP (Hazard Analysis of Critical Control Points). Sonac beschikt derhalve als onderdeel van het TQM systeem over een milieubeleidsverklaring en een operationeel bedrijfsintern milieuzorgsysteem (BIM). Jaarlijks stelt Sonac milieujaarverslagen annex milieu-uitvoeringsprogramma's op waarin de belasting per milieucompartiment (lucht , water , bodem , geur en geluid) wordt vastgelegd. Sonac beschikt over een eigen Milieukwaliteitsdienst (MKD). Resumerend kan worden geconcJudeerd dat Sonac op dit punt volledig invulling heeft gegeven aan hetgeen dat is gesteld in de BREF. 9. 4

Identificatie van alternatieve luchtbehandelingstechnieken Ter overweging en evaluatie van een alternatieve luchtbehandeling voor de bestaande LBI's heeft Royal Haskoning in overleg met Sonae en in navolging van het BREFdocument de volgende mogelijke luchtbehandelingstechnieken geidentificeerd: " Toepassen van een gaswasser (BREF §4. 3. 3. 9! §4. 3. 3. 12! §4. 3. 3. 13); • • Toepassen van een bioscrubber (BREF §4. 3. 3. 8); • Toepassen van biofilters (BREF §4. 1. 33); • Toepassen van actiefkool filters (BREF §4. 1. 34); Toepassen van verhoogde schoorstenen (BREF §4. 1. 35); • Verbranding van non-condensables en hoogbelaste geurstromen in bestaande • stoomketels (BREF §4. 3. 3. 11); Verbranding van non-condensables en hoogbelaste geurstromen in een thennische • naverbrander (BREF §4. 3. 3. 1 0).

9. 5

Evaluatie van alternatieve luchtbehandelingstechnieken

9. 5. 1

Toepassen van een gaswasser (BREF §4. 3. 3. 9! §4. 3. 3. 12! §4. 3. 3. 13) ! Toepassen van een bioserubber (BREF §4. 3. 3. 8) Gaswasser Voor een optimale werking van biofilters dient de te behandelen luchtstroom te worden bevochtigd alvorens deze luchtstroom in het biofilter wordt geleid. Deze bevochtiging wordt op dit moment bij Sonac gerealiseerd door deze luchtstroom door gaswassers te leiden. Deze wassers worden bedreven met bronwater , leidingwater of effluent (in lijn met BREF §4. 3. 3. 9). Daarnaast is de gaswasser van de LBI Bloed ! Veren / Haren voorzien van zuurdosering.

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. v. Definitief rapport

-58-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

-----

000 0. 0_ 000 . OVAL HAl KONING -.

-

-

-

--

-

-_

_

-

-

-

Toepassing van een gaswasser resulteert , naast bevochtiging van de luchtstroom , in het afscheiden van stof en vetdruppels. Bovendien worden in enige mate stikstof-en LV'l. avelbQudende com onenten verwijderd. Door toepassing van de voorgeschakelde gaswasserwordt'het-afgas-zo eptimaal-mG!'jelijk-gecon I ioneer ...vooEDiofiliratie1vaarbjf----" ----e.;-e=-n-z=-o=-=T """ ""s " a5ie m ie1ljke-uedrtjfsvoering-van-het-eiefilter-werat--boo0!'jd...QOGI:. , d~ gecombineerde effecten wordt , in combinatie met het biofilter , in de praktijk een geurreductie bewerkstelligd met een typisch rendement van circa 80% tot 90%.

_-

.

____

__

Naast deze in de BREF uitgewerkte optie wordt in de BREF tevens voorgesteld om andere wasvloeistoffen toe te passen zoals natrtumchloriet (NaCI0-BREF §4. 3. 3. 12) 2 of natriumchloraat (NaCI0-BREF §4.3.3.13) , opgelost in water. V~~r beide wasvloei3 stoffen geldt dat deze als chemische oxidator sterk reageren met geurrelevante componenten zoals HS2 , amines en mercaptanen. Zoals gerapporteerd in de BREF wardt een belangrijk nadeel gevormd door het feit dat bij deze toe passing toxische gechloreerde amines kunnen worden gevormd. Daarnaast vindt bij de reactie met zuren , zoals HS2 , de vorming van chloordioxide (CI0 2 ) plaats , dat wordt geclassificeerd als zeer giftig en gevaarlijk voor het milieu. Toepassing van deze chemische wasvloeistoffen in combinatie met een biofilter dient in dit kader als technisch niet haalbaar te worden gekwalificeerd. Reden hiertoe is dat dergelijke chemicalien een desinfecterende werking hebben waardoor de biologische activiteit van het biofilter sterk afneemt. Mede op basis van testen uit het verleden heeft Sonac dan ook besloten om deze chemicalien niet toe te passen op de verschillende gaswassers. Daarnaast wordt in de BREF aangegeven dat voor sterk geurhoudende luchtstromen de toepassing van aileen een gaswasser een lager geurverwijderingsrendement realiseert dan de meer voor de handliggende technieken , zoals biofiltratie.

Toepassing van deze techniek in plaats van een biofilter is derhalve niet aan te raden. Resumerend is in de BREF deze techniek dan ook niet aangeduid als stand-der-techniek (BREF §5. 3! §5. 3. 2). Bioscrubber Ais alternatieve behandelingstechniek kan conform de BREF worden overwogen om een bioscrubber toe te passen. Hiertoe wordt de luchtstroom door een scrubber geleid waarin biologische activiteit aanwezig is. Deze biologische activiteit kan worden gerealiseerd door stationair biologisch materiaal , dat zich op een vast dragermateriaal in de scrubber bevindt , dan wei door biologisch materiaal , dat zich in de waterfase bevindt (bijvoorbeeld AWZI-effluent) en wordt gerecirculeerd over de scrubber. In de BREF wordt aangeduid dat voar behandeling van geurhoudende luchtstromen de

toe passing van aIleen een gaswasser een lager geurverwijderingsrendement realiseert

dan de meer voor de handliggende technieken , zoals biofiltratie. Daarnaast kan worden opgemerkt dat bioscrubbers. gevoelig zijn voor f1uctuaties in de afgascondities waardoor ook het geurverwijderingsrendement in de tijd zal varieren. Toepassing van deze techniek in plaats van een biofilter is derhalve niet aan te raden. Resumerend is in de BREF deze techniek dan ook niet aangeduid als stand-der-techniek (BREF §5. 3 I §5. 3. 2).

Evaluatie Geurreductie Sonac Surgum s. v. Definitief rapport

..

59 ..

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

_

_

__

cco _c. o_ CCC . OYAL HAIIlOIIIIIG

Toepassen van biofilters (BREF §4. 1. 33)

9. S. 2 -----_In

de_BHE (§4 1. 3~) wordt als stand-der-techniek voor de behandeling van laagbelaste gearstromen de-toepassing van biofilters voorgesteld (BR~F-§S.3.1 , SS. 3-:-Z ~Najjoor=--_ voenng van Iverse maatmgete'rrZ(}als-beschreven-in-hoofdstl:Jk-4--vaFl-EIit-Fal3J30Ft. . . z~jn-----_ vrijwel aile hoogbelaste luchtstromen , die oorspronkelijk op de verschillende LBI's waren aangesloten , inmiddels geelimineerd dan wei anderszins behandeld. Dit betekent dat momenteel vrijwel aileen de laagbelaste luchtstromen zijn aangesloten op de verschillende biofilters waarmee invulling is gegeven aan dit uitgangspunt in het BREFdocument. _

V~~r een optimale werking van de biofilters ten einde een maximaal geurverwijderingsrendement te bewerkstelligen , zijn hiertoe in de BREF enkele aanbevelingen opgenomen: Toepassing van een geschikt biofiltermateriaal (waaronder boomschors); • Verblijftijd van laagbelaste afgasstromen in het biofilter van circa 30 seconden; • Goede beheersing van vochtigheid , zuurgraad (pH) en zuurstoftoevoer. • Uit de onderstaande tabel 9. 1 kan worden geconcludeerd dat voor de meest kritische biofilters , zijnde de biofilters van de LBI Breker I Ontvangsthal , de LBI Vleesmeellijn I Pluimveemeellijn en de LBI Bloed I Veren I Haarfabriek , reeds een geschikt biofiltermateriaal (zijnde boomschors) wordt toegepast. Tevens bedraagt de verblijftijd van de afgassen in deze biofilters meer dan de in de BREF gestelde 30 seconden. Ten aanzien van de goede beheersing van vochtigheid en zuurgraad (pH) kan worden opgemerkt dat de bedrijfsvoering van de biofilters wordt gemonitored. In de toekomstige situatie zal verdere optimalisatie van de bedrijfsvoering van de wassers en biofilters worden nagestreefd en zal middels periodieke contrale borging plaatsvinden van een goede werking van de installaties. Voor de zuurstoftoevoer naar de biofilters kan worden opgemerkt dat dit a-priori reeds is geborgd door de aanvoer van hoofdzakelijk ruimteventilatielucht naar deze biofilters.

Voor een nadere uitwerking van de te treffen maatregelen voor het waarborgen van een optimale bedrijfsvoering van de biofilters en wassers wordt verwezen naar hoofdstuk 11.

Evaluatie Geurreductie Sanae Burgum B. v. Definitief rapport

-

60-

9P7625. 01/R0003/RVLlJI AS/Nijm 13 april 2005

_

_

__

_

Ot

oeu

__

000 . DVAL HAIKDNING

Tabel9. 1 Overzicht karakteristieken van maatgevende biofllters lBI

Technlsche ultvoerlng I

LBI Breker / Ontvangsthal

Wasser en een open biofilter

LBI Vleesmeel-/ Pluimveemeelliin LBI Bloed I Veren / Haarfabriek

Wasser en twee gesloten blofilters (noord-en zuidbed) Wasser met zuurdosering en twee gesloten blofilters (noord-

Emissiepunt

Biomaterlaal

Afgasdebiet

Oppervlakte biofilter

[m'/uur]

[m]2

Oppervlaktebelasting blofllter

Verblijftijd

[m'/m.2 uur]

[s]

blofilter

Oppervlaktebron (open

Boomschors

70. 000

528

133

40

Schoorsteen 60 m hoo. ote Schoorsteen 60 m hoogte

Boomschors

130. 000

2 x 384

169

32

Boomschors

130. 000

526 en 384

143

38

V erverr'I. " ~ 5-I gaswass

Reclrculatledeblet gaswasser

2

50

d'~''l~

[m'/~ur' 5

3 [m/uur]

biofilter)

en

zuidbed)

Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B. V. Oefinitief rapport

-61

-

2

1

5

215

11

270 270

9P7625 01il°OO3lRVUJlASINIJ " 13 april 20D!

000 O. D_ ODD . OYAL HAIKONING __

9. 5. 3 -------

Toepassen van actiefkool filters (BREF §4. 1. 34) -ActiefkooLfilters_worde. 10m toe east voor eurreductie. Deze teehniek is primair ge aseer op-de-adsorptie arrgetJrcomponenten~op een aGtiefkGol opper:v 8R. Afhankelijk van e ee nlsefie ultvoorilrgsvoTITfVan-he actiefk:ool-filter-*l:IAAeR-Ele~e----_ geurcomponenten periodiek weer gecontroleerd worden verwijderd (Le. gedesorbeerd) waama de actiefkool opnieuw bruikbaar is (zogenaamde regeneratieve actiefkool adsorptie). Indien desorptie van geureomponenten technisch / eeonomisch niet haalbaar is , dient de actiefkool periodiek te worden vervangen en als afval te worden afgevoerd (niet-regeneratieve actiefkool adsorptie). .

_

_

_

V~~r toepassing binnen de destruetiebranche wordt in het BREF-doeument opgemerkt dat , na een initieel goed geurverwijderingsrendement , dit rendement in de tijd sterk afneemt. Dit laatste wordt met name veroorzaakt door de aanwezigheid van vet , stof , water en aerosolen waardoor de werking van de aetiefkool in de tijd snel vermindert. De aard van de geurcomponenten maakt regeneratie van het actiefkool bovendien niet mogelijk waardoor de standtijd van het actiefkool (onbetrouwbaar) laag is en het aetiefkool zekerheidshalve zeer frequent dient te worden vervangen. Zoals aangeduid in het BREF-document betekent dit dat de onderhoudskosten en de kosten voor vervanging van het actiefkool hoog zijn. Bovendien kan nog worden opgemerkt dat ammonia niet kan worden verwijderd uit de luehtstroom waardoor specifiek voor Sonac overall een lager geurverwijderingsrendement zou worden gerealiseerd dan op dit moment het geval is door toepassing van biofilters. Tenslotte heeft Sonae tijdens eerdere toepassing van aetiefkool filters ervaren dat dit onder de geldende omstandigheden kan leiden tot brand van het actiefkool. Resumerend kan daarom worden gesteld dat de toepassing van aetiefkool filters als teehniseh en eeonomisch niet haalbaar dient te worden gekwalifieeerd. 9. 5. 4

Toepassen van verhoogde sehoorstenen (BREF §4. 1. 35) Luchtstromen worden na behandeling in een luehtreinigingsinstallatie normaal gesproken geemitteerd naar de atmosfeer via een (hoge) sehoorsteen. Door het toepassen van een verhoogde sehoorsteen kan in het geval van geurhinder in de directe (woon)omgeving een verbeterde dispersie van de geurstroom worden bewerkstelligd waardoor (a Is gevolg van dit verdunningseffect) een lagere geurconeentratie op leefniveau wordt ondervonden. Deze maatregel resulteert derhalve niet in een reductie van feitelijke geuremissie maar wei in de mate van geurbelasting die wordt ondervonden in de nabije (woon)omgeving (verlaging van de geurimmissie). Voor de LSI Vleesmeel-/ Pluimveemeellijn en de LBI Bloed / Veren Haarfabriek geldt dat dit gesloten biofilters betreffen , waarbij reeds sehoorstenen worden toegepast met hoogtes van 60 meter. Hiermee wordt voldaan aan de aanbevelingen zoals genoemd in §4. 1. 35 van het SREF-document. Het toepassen van een verhoogde sehoorsteen vereist in geval van een biofilter allereerst dat het biofilter gesloten is door middel van een overkapping. Zoals aangeduid in de BREF (§4. 1. 33) vergt een biofilter echter frequente inspeetie van het biomateriaal.

Sonae is , op basis van ervaringen met andere reeds overkapte biofilters binnen Sonae , van mening dat door overkapping van het biofilter voor de LSI Breker / Ontvangsthal en de LBI Korrelpersen deze inspectie kwalitatief minder goed kan worden uitgevoerd. Evaluatie Geurreductie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-

62-

9P7625. 0 1I R0003/RVL IJI AS/N ijm 13 april 2005

__

_

__ __

000 0. 0_ 000 . OVAL HAIKONING _

-

-

Met het oog op het streven naar verdergaande reduetie van de geurbelasting heeft Sonae eehter besloten om de realisatie van een sehoorsteen voar de LBI Breker I ----OntvangsthaLen. d. ellI Korre. lpersen vooralsno toeh door te voeren , met dien verstande CiarSonacervanuit-gaah:lat de-doelstellingen-iR--e1e-Goor-bevoeg -geza9 je verstrekken Wm-vergunnlng feitenj~eTI'Cht-op-cle-redtJctie-ltan-de-geI:lFirnmissie-{i..; " ", de geurbelasting van de omgeving). Indien door bevoegd gezag wordt gekozen voor doelstellingen voor vergaande geuremissiereduetie zal deze maatregel geen effect sorteren en behoudt Sonae zieh het reeht voor om af te zien van deze maatregel. .

_

De kosten voor realisatie van deze voorwaardelijke maatregel , bestaande uit het overkappen van de biofilters , het aanpassen van het afgasleidingsysteem , het installeren van een nieuwe afgasventilator alsmede het plaatsen van een gemeensehappelijke sehoorsteen (inelusief eiviele voorzieningen) worden begroot op 250.000-., Daamaast dient op jaarbasis rekening te worden gehouden met kosten voor extra elektrieiteitsverbruik , overeenkomend met een bedrag van circa 30.000-, per jaar. Dit betekent dat de betreffende maatregel een substantiEHe Oaarlijkse) kostenpost vormt voor Sonae die door Sonae aileen als financieel haalbaar kan worden gekwalifieeerd indien de bedrijfseontinuiteit " van Sonae in de toekomst is gewaarborgd. Het realiseren van deze maatregel kan derhalve financieel aileen door Sonae worden gedragen indien Sonae de mogelijkheid krijgt geboden om over te gaan tot verruiming van de bedrijfstijden (i. e. indien de aangevraagde continue bedrijfsvoering wordt vergund door provineie Fryslan). €

€

Tenslotte merkt Sonae op dat door Sonae nadere ontwikkelingen binnen het bedrijf worden voorzien waardoor reeds anderszins de geurbelasting naar de omgeving zal worden geredueeerd. Indien ten gevolge van deze bedrijfsontwikkelingen en de daaruit voortvloeiende reduetie van de geurbelasting reeds wordt voldaan aan de geumormering , behoudt Sonae zieh eveneens het reeht voor om af te zien van realisatie van deze maatregel. 9. 5. 5

Verbranding van non-eondensables en hoogbelaste geurstromen in een thermisehe naverbrander (BREF §4. 3. 3. 1 0) Introductie In het BREF-doeument (§5. 3 I §5. 3. 2) wordt als stand-der-teehniek voor luehtbehandeling gesteld dat laagbelaste geurstromen dienen te worden behandeld in een biofilter terwijl non-eondensables en hoogbelaste geurstromen in bestaande stoomketels dan wei in een thermisehe naverbrander dienen te worden gereinigd. Beide thermisehe teehnieken voor behandeling van non-eondensables en hoogbelaste geurstromen zijn gebaseerd op de verbranding van de arganisehe geureomponenten bij een temperatuur van minimaal850 °C en een verblijftijd van 1 it 2 seeonden (of equivalent) waardoor volledige afbraak van deze geureomponenten wordt bewerkstelligd , resulterend in typisehe geurverwijderingsrendementen van bijna 100%. Thermisehe behandeling in de stoomketels is nader uitgewerkt in §9. 5. 6. In deze paragraaf zal nader worden ingegaan op de toe passing van een thermisehe naverbrander.

Evaluatie Geurreductie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-63-

9P7625. 01/R0003/RVLlJIA S/Nijm 13 april 2005

_

-. ---

_

_

-_

__ __

__

000

oeo_

ODD ROYAL HAIKONING

TechniekseJectie Bij naverbranding middels een nageschakelde techniek wordt onderscheid gemaakt -------t'ussen thermis. c. he~n atalyjjsche naverbranders. Therrnische naverbranders werken me

een

open-vtam-bij~eetitemperattJur-van·eirea-l0Q---1. 000~-Jn-een

aalillls. cn~---~--

---------::n-a:--v::e-r-. b::-:r-=a-n~e:-r::-:w-:.o.~ , , , rr' aoor toep1ffiSiny-va e-errkatalysator-ee-veri:raAGiAg-bij-lagerv-.>

_

temperaturen (300 -500°C) gerealiseerd. Een belangrijk nadeel van een thermische naverbrander is dat deze een substantiele energiebehoefte vergt terwijl de geproduceerde warmte niet of nauwelijks nuttig kan worden ingezet in het productieproces. Thermische naverbranders kunnen daarom worden uitgerust met een regeneratief systeem waarbij middels keramische bedden de in-en uitgaande gasstromen worden verwarmd respectievelijk gekoeld waardoor het temperatuurverschil tussen in-en uitgaande stroom beperkt blijft (energetisch voordeJig). Deze laatste techniek wordt normaal gesproken aangeduid als regeneratieve therrnische oxidatie

(RTO).

Resumerend kunnen drie verschillende technieken worden onderscheiden: • Katalytische naverbranding; • Thermische naverbranding zonder warmteterugwinning; • Thermische naverbranding met warmteterugwinning: regeneratieve thermische oxidatie (RTO). Door het hoge vochtgehalte en de veelal lage concentraties organische componenten zal de benodigde steunbrandstof voor de drie technieken hoog zijn , resulterend in hoge operationele kosten. Gezien het relatief lage energetische rendement voor thermische naverbranding zonder warmteterugwinning zullen de operationele kosten voor deze techniek substantieel hoger zijn dan voor de twee overige technieken. Thermische naverbranding zonder warmteterugwinning verdient derhalve op deze technischeconomische gronden niet de voorkeur. De mogeJijk aanwezige zware metalen en vettige delen in de afgasstroom kunnen resulteren in respectievelijk vergiftiging en verstopping van de katalysator waardoor de levensduur van de katalysator uiterst kort zal zijn. Naast het feit dat dit zal resulteren in een lage beschikbaarheid en betrouwbaarheid van deze emissiereductietechniek zal dit tevens resulteren in hoge operationele kosten voor frequente vervanging van de katalysator. De toepassing van katalytische naverbranding voor de behandeJing van non-condensables afgasstromen wordt derhalve op technisch-economische gronden niet haalbaar geacht.

Van de beschouwde verbrandingstechnieken zal regeneratieve thermische oxidatie (RTO) technisch-economisch het best toepasbaar zijn tegen de laagste investeringskosten en operationele kosten aangezien deze techniek een veel hogere thermische efficiency heeft dan een katalytische naverbrander en een thermische naverbrander zonder warmteterugwinning. Daarnaast is deze techniek het meest geschikt voor de sterk verontreinigde non-condensables afgasstroom. Deze constatering is in Jijn met de in de BREF voorgestelde naverbrandingstechniek , zijnde regeneratieve thermische oxidatie (BREF §4. 3. 3. 1 0).

Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-64·

9P7625. 01JR0003JRVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

__

_

__

DDD oeD __ DOD . OYAL MAl KONING _

Ontwerpgrondslagen RTO installatie De volgende afgaskarakteristieken zijn als uitgangspunt gehanteerd voor het ontwerp _van em] BTO-installatie voor behandeling van de non-condensables afgasstroom: -------

•

. -

• e

De~~: ~.O~Nm~w~===== mpeTatuu. 1-5-4Q~ -; ,

.. . ..

e·

___

~===============

Samens~lling: ~riabele~cTo-n-c-e-n~tr-a:ti-es-o-~-a-n7is-c~h-e-c-o-~-p-o-n-e-n~t-en-~~~t~~-----, ,

Vochtgehalte:

-

variabel tussen 40 -90% relatieve vochtigheid.

Uitgangspunten ontwerp

Bij verbranding van het totaal aan afgascomponenten zullen onder andere SOx en NOx worden gevormd. In principe zou dit te vermijden zijn door vooraf NH3 en HS2 middels een voorgeschakelde gaswasser te verwijderen. Om de volgende redenen wordt echter voorgesteld om een loogscrubber na te schakelen aan de RTO om op deze wijze sax te verwijderen: • Een voorgeschakelde gaswasser dient een tweetrapssysteem te zijn , bestaande uit een zuur-en een loogwasser voor de verwijdering van respectievelijk NH3 en HS. 2 Een nageschakelde wasser voor de verwijdering van sax is daarentegen eenvoudig uit de verbrandingsafgassen te verwijderen ~et behulp van een eentraps loog• •

•

f

scrubber; De voorgeschakelde gaswasser veroorzaakt een met waterdamp verzadigde afgasstroom , waardoor het verbruik aan steunbrandstof voor de RTO hoger wordt; Door de aanwezigheid van NH3 in de afgasstroom zal enerzijds NOx worden gevormd. Anderzijds zal door de aanwezigheid van NH3 ook een DeNOx-effect optreden waardoor de NOx-eoneentratie wordt geredueeerd. Naar verwaehting zal de NOx-coneentratie in dat geval lager zijn dan 50 -70 mg/Nm;3 Zelfs bij voorschakeling van een HS-serubber wordt , ten gevolge van piekemissies , 2 de coneentratie SOx uit de RTO mogelijk te hoog.

Hoewel de uitlaattemperatuur uit de RTO laag kan zijn , dient in dit geval een temperatuur van circa 150'C te worden gekozen om voldoende hoog boven de eondensatletemperatuur van sax (120°C) te blijven en zodoende extreme corrosie te vermijden. Gezien de mogelijke eorrosie dient de behuizing van de keramisehe bedden te worden uitgevoerd in roestvast staal met een externe isolatie (resulterend in relatief hoge investeringskosten). De meeste uitvoeringsvormen van RTO's laten een stofeoncentratie toe van 25 mg/Nm om vervuiling van de keramisehe bed den te beperken. Oit betekent dat stoffiltratie mogelijk nodig zal zijn. Voorgesteld wordt om vooralsnog (voor een globale kostenraming) enige vervuiling te accepteren en geen stoffilters te plaatsen.

3

In principe kan een RTO worden uitgevoerd met meerdere keramische bedden. De eenvoudigste vorm is een tweebed systeem. In de situatie van Sonae is , in lijn met de BREF (§4. 3. 3. 10) een driebed systeem nodig o~ pieke~issies tijdens omsehakelen van de afgasstroom te vermijden. Bovendien is de afgasstroom vervuilend door aanwezigheid van vettige eomponenten en aerosolen. Hierdoor is frequent (bijvoorbeeld wekelijks) reinigen van de keramische bedden middels een zogenaamde 'bake-out' noodzakelijk. Met een driebed systeem is bake-out tijdens normaal bedrijf mogelijk , resulterend in een hoge beschikbaarheid van de installatie.

oJ

Evaluatie Geurreductie Sonae Burgum B. V. Oefinitief rapport

-65-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

000 _0_0 _ 000 . OYAL HAIKOIIIIIIIG

onzekere maatregel te worden gekwalificeerd daar de technische haalbaarheid binnen de beschikbare capaciteit van de LSI Ketelhuis nog nader dient te worden vastgesteld. Gezien het onze ere KaraKterJall-de-b-ovenstaande-maatre€Jel~wQl:dt-deze.maatreg-eJ , vooralsnog als een onzeke re maa rege geRWalifi'C~erd;afhank-elijk-vaA-t0ek0msti9G---_ overwegingen ten aanzien van de inzet van een tweede stoomketel (zie onderstaand). _

Overige LBl's V~~r de overige LSI Vleesmeel-/ Pluimveemeellijn en de LSI FBG geldt dat de meest hoogbelaste geurstromen reeds zijn losgekoppeld en zijn aangesloten op het noncondensables systeem (i. c. LSI Ketelhuis). Voor de LSI Korrelpersen geldt dat de geurstromen niet geschikt zijn voor aansluiting op het non-condensables systeem.

Mogelijkheden tot ombouw tweede stoomketel In lijn met de huidige technische invulling voor thermische verbranding van de non-

condensables en de hoogbelaste geurstromen , impliceert dit , als meest voor de handliggende oplossing , de ombouw van een tweede stoomketel voor de toepassing van deze afgasstromen ais verbrandingslucht. Sonac beschikt over meerdere stoomketeJs voor de productie van stoom , dat benodigd is als thermisch medium in diverse stappen van het productieproces. Om meer verbrandingscapaciteit te creeren voor de thermische behandeling van geurhoudende luchtstromen , zou kunnen worden overwogen om een tweede stoomketel geschikt te maken voor de toevoer van geurhoudende luchtstromen aJs verbrandingslucht. Hiermee zou een verbrandingsinstallatie worden bewerkstelligd met vergelijkbare karakteristieken als de bestaande omgebouwde stoomketel. Een belangrijk voordeel van het toepassen van een stoomketel voor het verbranden van geurhoudende luchtstromen is het feit dat de warmte , die wordt gegenereerd in de stoomketel , nuttig wordt toegepast als stoom in het productieproces. Daar stoom altijd in enige mate benodigd is tijdens bedrijfsvoering van het productieproces , betekent dit dat geen extra brandstof (i. c. aardgas) behoeft te worden verstookt voor verbranding van de geurhoudende luchtstromen waardoor deze luchtbehandeling qua energie-inzet op een effectieve wijze kan plaatsvinden. De stoomvraag van het productieproces kan tijdens bedrijfsvoering echter sterk fluctueren.

In de praktijk betekent dit dat de aanwezige stoomketels relatief snel kunnen op-en afschakelen en kunnen voorzien in de stoombehoefte op moment dat de stoomvraag wijzigt. Ten einde de verbranding van de non-condensables en de hoogbelaste geurstromen tijdens de bedrijfsvoering van het productieproces te kunnen waarborgen , zal de stoomketel , waarin deze afgassen worden verbrand , bij sterk afnemende stoomvraag als laatste worden teruggeregeld. In de praktijk betekent dit dat bij afnemende stoomvraag eerst de andere ketels worden teruggeregeld c. q. afgeschakeJd en dat vervolgens , de stoomketel , waarin deze afgassen worden mee verbrand , wordt teruggeregeld tot een bepaald minimumniveau om zodoende afdoende verwerkingscapaciteit bij minimaal vereiste procescondities te waarborgen. Deze laatst beschreven situatie komt (ook tijdens normale bedrijfsvoering) ten gevolge van de afnemende productiedoorzet met enige regelmaat v~~r. Hierbij dient te worden opgemerkt dat bij afnemende stoomvraag ten behoeve van de productie , eveneens de productie van non-condensables en daarmee het aanbod van non-condensables aan de LSI Ketelhuis afneemt. Evalualie Geurreductie Sonae Burgum B. v. Definitief rapport

-70 -

9P7625. 01/R0003/RVLlJIA S/N ijm 13 april 2005

_

_ __

_

_

__

_

__

DOD _0 . 0. . -DOD . OVAL ItAIKONING _

-----_

_

Indien zou worden besloten om een tweede stoomketel geschikt te maken voor het mee verbranden van geurhoudende luchtstromen , zal tijdens minimale stoomvraag vanuit het _p , roducJieproJ;. e een conflictsituatie ontstaan. Op dat moment zal immers de stoomvraag-la-ger-zijrrdan-de-stoomprodtletie-vafl-de-twee-iA-gedrijf. -zijn e stoomKe als , zelfS=als eze op mmlmummveau worderrbe-dreve n-voorkomenele'gevallefl-2altGm-de'-----_ behandeling van afgassen te waarborgen , een structurele hoeveelheid stoom moeten worden weggekoeld wat in feite vernietiging van (fossiele) energie betekent. In navolging van hetgeen dat wordt germpliceerd in de BREF (§4.3.3.11) , dient hier te worden geeoneludeerd dat vanuit energetisch oogpunt dit alternatief (met name voor het onderhavige scenario waarin een tweede ketel wordt ingezet) als economisch kritisch moet worden gekwalificeerd. _

.

Vooralsnog heeft Sonae besloten om , als reservevoorziening voor de normaal in bedrijf zijnde stoomketel voor non-condensables verbranding , op korte termijn een tweede stoomketel om te bouwen. Deze ketel zal eehter niet gelijktijdig met de reeds omgebouwde ketel in bedrijf zijn maar aileen als operationele ketel fungeren op moment dat de eerste stoomketel in storing zou vallen. Hiermee wordt in ieder geval de verwerking van de non-eondensables afgassen gewaarborgd tijdens normale bedrijfsvoering en is het niet meer noodzakelijk om bij storing van ketel 1 de hoogbelaste geurstromen en non-eondensables over de biofilters te leiden. Tevens wordt hiermee invulling gegeven aan hetgeen in de BREF is gesteld inzake het kunnen beschikken over een adequate reservevoorziening voor behandeling van non-eondensables in geval van storing van het primaire afgasverbrandingssysteem. De kosten voor het ombouwen van ketel 2 teneinde verbranding van de hoogbelaste geurstroom als reservevoorziening mogelijk te maken , worden op dit moment door , Sonae geraamd op 250.000--. €

Met het oog op het kunnen voldoen aan het gestelde toetsingskader voar geurbelasting in de omgeving dan wei te streven naar verdergaande reductie van de geurbelasting wil Sonae de toepassing van een tweede stoomketel als continu in bedrijf zijnde afgasbehandelingsinstallatie voor non-condensables op dit moment , gezien de hoge investeringskosten die met deze maatregel gepaard gaan , als een voorwaardelijke maatregel besehouwen. Oit betekent praktisch dat , indien uit toekomstige (tussentijdse) evaluaties van de geurbelasting van Sonac wordt geconstateerd dat onvoldoende reductie van de geurbelasting heeft plaatsgevonden (Le. als de bovenwaarde van de geumormering voor geurbelasting in de omgeving wordt oversehreden) , deze maatregel alsnog zal worden doorgevoerd. De kosten voor realisatie van deze voorwaardelijke maatregel , bestaande uit het aanpassen c. q. uitbreiden van het afgasleidingsysteem , het aanpassen van het besturingssysteem voor bedrijfsvoering van de ketel(s) en het afgasleidingsysteem alsmede het ombouwen van ketel2 worden beg root op een totaal van 750.000-. , €

Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-71 -

9P7625. 0 1I R0003/RVLlJIA S/Nijm 13 april 2005

_

000 _0 . 0 ___ 000 . OVAL HAl KONING _

10

-

..

-

1(J. 1-1-

IDENTIFICATIE EN EVALUATIE VAN MAATREGELEN VOOR CARROUSELS AWZI -

Beschrijving-van AWZII-----

----_

_

_

_

_

____.

__

___-

Het gehele ontwerp en de bedrijfsvoering van de AWZI is afgestemd op mogelijke nominale belastingen. De maximale zuiveringscapaciteit is onder meer afhankelijk van de temperatuur en het slibgehalte en bedraagt circa 220. 000 -280. 000 i. e. met een zuiveringsrendement hoger dan 95%. De hydraulische capaciteit van de AWl I is 3 3 maximaal160 m/uur of 3. 840 m/etmaal. De AWl I is een laagbelaste actief slib installatie en bestaat uit de volgende onderdelen: • Twee carrousels; • Drie nabezinktanks; • Een membraanfiltratie-unit; • Een slibindikker; • Een bandfilterpers met polymeerdosering; 3 • Een slibopslagsilo (inhoud 50 m); • Effluentput met meet-en bemonstervoorzieningen; • Twee zandfilters voor effluentpolishing. De karakteristieken van de twee carrousels zijn weergegeven in de onderstaande tabel 10. 1. Tabe110. 1 Karakteristieken carrousels AWZI Carrousel Carrousel 1 Carrousel 2

Inhoud [mi 7. 500 6. 250

Totaal oppervlakte 2. 230 1. 700

[m 2 ]

Geuremitterend

1 2 oppervlakte[m ) ]

1. 750 1. 540

1) De carrousels van de AWZI zijn recentelijk gedeeltelijk afgedekt Dientengevolge bedraagt het feitelijk 2 geuremitterende oppervlak van de carrousels respectievelijk 1. 750 men 1. 540 m•2 De carrousels worden belucht door een negental beluchters: acht puntbeluchters en €len drijvende aquaturbobeluchter. In de AWll wordt het afvalwater van Sonac gezuiverd. Tijdens deze zuivering wordt onder andere een groot gedeelte van de geurcomponenten in het afvalwater afgebroken. Een gedeelte van de geurcomponenten zal eehter worden geemitleerd. De geuremissie als gevolg van de AWll van Sonac is hierbij in hoofdzaak afkomstig van de carrousels. 10. 2

Actuele geuremissie De meest recente metingen aan de gereinigde luchtstroom van de Carrousels AWll zijn uitgevoerd in periode 10 van. 2004. De geuremissie van deze bron is daarbij vastgesteld op 273 x 10 6 ge/uur. Deze aan de hand van metingen vastgestelde geuremissie is een factor 50 -70 hoger dan de geuremissie die op basis van de kentalbenadering kan worden berekend zoals opgenomen in de NeR voor RWll beluchtingstanks. Door Witleveen+8os is evenwel geeoncludeerd dat deze NeR-emissiekentallen voor RWZl's niet direct toepasbaar zijn voor industriele AWZl's zoals Sonae. V~~r een nadere toelichting op deze conclusie Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-72-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

-=---=---

000 0. 0 __ 000 . OVAL HASKONING __

wordt verwezen naar de rapportage die Witteveen+Bos hiertoe in opdracht van Sonac heeft opgesteld (kenmerk BGM3-7 , d. d. 23 februari 2005). Deze rapportage is --------opgelJomen in_b.ijlage~5.-__ , 10. 3

Identificatle en evaluatie van mo-ge1ijke-geuremissieredueerende-maatFegelu-9RH-----_ In het BREF-document zijn geen specifieke maatregelen geformuleerd die betrekking hebben op de reductie van de geuremissie afkomstig van de Carrousels AWZI. Op verzoek van Sonac is door Witteveen+Bos een technische en economische haalbaarheidstudie uitgevoerd naar de mogelijkheden om de te komen tot reductie van de geuremissie van de Carrousels AWZI. Deze studie (kenmerk BGM3-7 , d. d. 23 februari 2005) is opgenomen in bijlage 5 , waarnaar kortheidshalve wordt verwezen. De belangrijkste bevindingen van Witteveen+Bos zijn onderstaand gepresenteerd. reductie van de geuremissie van de Carrousels AWZI , zijn de volgende alternatieven geselecteerd en uitgewerkt: 1) Afdekking van de carrousels , toepassing puntbeluchters , luchtafzuiging en -behandeling; 2) Afdekken van de carrousels , vervangen van de puntbeluchters door compressoren en bellenbeluchting , luchtafzuiging en -behandeling; 3) Vervangen van carrousels door nieuwe beluchtingstanks met een grotere waterdiepte en beluchting met compressoren; 4) Verlagen van de slibbelasting in de carrousels door toepassen van voorzuivering of verhogen slibgehalte. am te komen tot nadere

Ten aanzien van een mogelijk ander alternatief , zijnde het verlagen van de belasting naar de Carrousels AWZI door voorzuivering , is door Witteveen+Bos geconcludeerd dat dit alternatief technologisch niet haalbaar is zonder dat het huidige zuiveringsconcept wordt gewijzigd. Zonder een dergelijke wijziging zullen naar verwachting de effluenteisen niet worden gehaald. Oit alternatief is derhalve op technische gronden door Witteveen+Bos niet verder uitgewerkt. Door Witteveen+Bos is allereerst aangegeven dat het afdekken van de beluchtingstanks (alternatief 1 en 2) een aantal nadelen kent: • Er is geen direct zicht meer op het biologische proces en de beluchting: aanwezigheid van schuim en/of drijtlagen als indicatie van bijzondere omstandigheden wordt niet waargenomen; • De temperatuur neemt toe waarbij wordt opgemerkt dat bij te hoge temperatuur (hoger dan 35°C) het biologische proces slechter gaat functioneren. Het risico is dat niet aan de effluenteisen wordt voldaan; • Het energieverbruik voor de beluchting neemt toe bij toenemende temperatuur. Het verlagen van de slibbela~ting door verhogen van het slibgehalte in de carrousels (alternatiet 4) is procestechnisch nauwelijks mogelijk vanwege de beperkingen in de capaciteit van de nabezinktanks. De AWZI van Sonac is ultralaag be last en valt vo/gens de RWZI systematiek in de laagste categorie slibbelasting.

Naar verwachting neemt de geuremissie derhalve nauwelijks at als de slibbelasting in de carrousels wordt verlaagd. Afdekking wordt daarmee dientengevolge niet voorkomen. Voor dit altematief is derhalve door Witteveen+Bos geconcludeerd dat dit niet zal leiden tot verdergaande Evaluatie Geurreductie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-

73-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

_

000 0. 0_ 000 ROYAL HAIKONING -.

reduetie van de geuremissie. Dit alternatief is dientengevolge niet verder eeonomisch uitgewerkt. Voor de restererute-altematieven-(-+'-2-en-3) is. door-Witte'leeiffBo-s e·en insehatting----_~_ gemaakt van e verels e Inv steringskosten-(nauwkeurigheid. ± -3. 0. . %) D--z==e:;..z::::i.l·..n:..;~ ", , 2. samengevat in de onderstaande tabel 10. ..

_

_

Tabel 10. 2 Overzicht investeringskosten voor alternatieven geurreductie Carrousels AWZI Alternatief

1)

2) 3)

Investeringskosten

Afdekking van de carrousels toepassing puntbeluchters luchtafzuiging en behandellng ,

,

Afdekken van de carrousels , vervangen van de puntbeluchters door compressoren en bellenbeluchtinjl , luchtafzuiging_e n -behandeling Vervangen van carrousels door nieuwe beluchtingstanks met een grotere waterdiepte en beluchting met compressoren

€

€

€

3. 630. 000 4. 840. 000 3. 570. 000 1)

1) De kosten veor dit altematief zijn exclusief de kosten voor sloop van de twee bestaande carrousels. Door Witteveen+80s wordt gesteld dat afdekking van de Carrousels AWZI de geuremissie redueeert (alternatief 1 en 2). Deze alternatieven resulteren echter , naast bijzonder hoge investeringskosten , in sterk verhoogde exploitatiekosten van de AWZI met als risico dat de effiuenteisen niet langer worden gehaald. Het vervangen van de carrousels door nieuwe beluehtingstanks met een grotere waterdiepte en beluchting met eompressoren verdient om technisehe redenen derhalve enige voorkeur. De investeringskosten bedragen circa 3.570.000-waarbij , nog wordt opgemerkt dat dit bed rag exclusief de kosten is voor sloop van de twee bestaande carrousels. De feitelijke kosten zullen dus naar verwachting nog structureel hoger worden. Deze orde van grootte van investeringskosten wordt door Sonae echter binnen de huidige finaneiele middelen van Sonac als niet redelijkerwijs haalbaar beschouwd. Het doorvoeren van deze maatrege/ vo/doet derha/ve naar mening van Sonae niet aan het ALARA beginsel. €

10. 4

Conclusies inzake Carrousels AWZI Zoals hierboven beargumenteerd , zijn er rede/ijkerwijs geen maatrege/en te treffen die resulteren in structurele geurreduetie voor de AWZI. Dit betekent dat de reeentelijk vastgestelde geuremissie binnen redelijke maatstaven niet nader kan worden geredueeerd.

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-74-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

_

_

__

_

000 OeD _ 000 . OVAL HAS KONING __

11

MAATREGELEN TERVERBETERING VAN ONDERHOUD EN BEHEERVAN BIOFILTERS

111,

Onaertioucfenbeh-e-eT Van--biOfiJter~e==~

_

_

_

_

_

_-

=============

Goed onderhoud en beheer van de biofilters is essentieel voor een goede werking van de biofilters (lange standtijd en hoog geurverwijderingsrendement). De werking van het biofilter is dan ook mede bepalend voor de geurbelasting van de omgeving. Om een goede werking van de biofilters te kunnen waarborgen , is door Sonac dan ook een systeem van onderhoud en toezicht opgezet , waarbij de taken en verantwoordelijkheden duidelijk zijn verdeeld over de afdeling Productie , de Technische Dienst en de Milieukwaliteitsdienst. Hiertoe wordt onder andere gebruik gemaakt van werkinstructies en procedures (werkinstructie W-202-BGM-01 en procedure P-202-BGM-01) , die zijn opgenomen in bijlage 2. Toezicht op de biofilters vindt dagelijks plaats. Dit dagelijks toezicht , de feitelijke controle van de betreffende apparatuur en controle van de afzuigende werking is ondergebracht bij de afdeling Productie en vindt plaats aan de hand van specifieke controlelijsten. Elke ploeg dient aile controlepunten te doorlopen en middels parafering goed te keuren.

Indien een controlepunt niet goed wordt bevonden , wordt hierop actie ondemomen , hetzij door middel van het direct oplossen (indien mogelijk) van de geconstateerde afwijking , hetzij door middel van terugkoppeling aan de Technische Dienst en/of de Milieukwaliteitsdienst , die vervolgens benodigde acties zullen ondememen om de geconstateerde afwijking te onderzoeken c. q. op te lossen. Aangezien elke ploeg de biofilters controleert , vindt elke 8 uur een controle plaats. De Technische Dienst is belast met het reguliere technische onderhoud van de installaties en is daarnaast 24 uur per dag paraat voor het verhelpen van eventuele storingen van de randapparatuur. Het periodiek technisch (preventief) onderhoud van de installaties is opgenomen in het onderhoudsprogramma dat de Technische Dienst hanteert. Voor dit onderhoud dient met name gedacht te worden aan onderhoud van meet- en regelapparatuur , ventilatoren , kleppen en pompen. Onder verantwoordelijkheid van het Hoofd Productie worden periodieke onderhouds-en schoonmaakwerkzaamheden , zoals het reinigen van de wassers , uitgevoerd. Het tweede Iijns toezicht en het algemeen toezicht op het functioneren van de biofilters wordt uitgevoerd door een medewerker van de afdeling Milieukwaliteitsdienst. Deze medewerker beoordeelt dagelijks de door de afdeling Productie ingevulde controlelijsten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=586fb4c6-364e-4ee1-a950-9c8e840a7f25