CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

04 - Bijlage 7 - Royal Haskoning Nederland BV (2005) Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B.V.

RAAD IEPEN POADIUM (PUBLIEKSHAL) 15 januari 2026, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen groengasinstallatie Sonac Burgum B.V. (prosedureel)33.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

000 _0. 0 000

__

ROYAL HASKONING

IX

Bijlage

Evaluatie geurreduetie bij de Wm-vergunningaanvraag Sanae Burgum B. V.

Revisievergunning Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-

9M2375. 01/R00121RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

Evaluatie Geurreductie

Bijlage bij de Wm-vergunningaanvraag

Sanae Burgum B. V.

Sanae Burgum B. V. 13 april 2005 Definitief rapport 9P7625. 01

ET

enssahed

ooo ® ooo

mn

ROYAL

HASKONING

HASKONING

==.

DO

NEDERLAND BV MILIEU

&

Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen

(024) 328 4284 (024) 3236146

Info@nijmegen.royalhaskoning.com www,royalhaskoning.com

Arnhem 09122561

Telefoon Fax

E-mail Internet KvK

Evaluatie Geurreductie

Documenttitel

Verkorte documenttitel

Bijlage bij de Wm-vergunningaanvraag Sonac Burgum B.V. Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B.V.

Status

Definitief rapport

Datum

13

april 2005

Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B.V.

Projectnaam Projectnummer

9P7625.01

Opdrachtgever

Sonac

Referentie

Burgum B.V. 9P7625.01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm

Auteur(s) Collegiale toets door

(geanonimiseerd) (Royal Haskoning) | (geanonimiseerd) (Royal Haskoni

Datum/paraaf Vrijgegeven door

Datum/paraaf Goedgekeurd door

(geanonimiseerd) (Royal Hask: \2{OH

JOS.

(geanonimiseerd) (sonac Burou MN

(geanonimise rd)

—

000 0. 0 ___ 000 . OYAL NAIKOIIIIIIIG __

SAMENVATIING

--------------Achtergr~nd======~~~~----~~----~--~~~_=---_

In het em rapporr·li1tegrale-Milie(]zonering-BtJrgurnlSumar~~IMZ-)-uit. meL1:gIDl---er -es----------geurbelasting in de omgevlng vanl'ierih1:lustrteterrein-;-waarop-8enae-is-gelegeRrCll'-___________ " " problematisch bestempeld. In het betreffende eindrapport zijn afspraken opgenomen die moeten leiden tot een reductie van de geuremissie van Sonac van 70% in een periode van 10 jaar (Iooptijd van 1994 tot 2004).

In 1994 is hiertoe door Sonac , de provincie Fryslan en de gemeente Tytsjerksteradiel een Plan van Aanpak Geur overeengekomen (aangeduid als Plan van Aanpak 1). waarin de maatregefen worden beschreven die moeten leiden tot de gewenste geuremissiereductie van 70%. Na het verstrijken van fase 1 is in 2000 door Sonac een evaluatie voor deze eerste fase opgesteld , alsmede een Plan van Aanpak Geur voor de tweede fase (aangeduid als Plan van Aanpak 2). In het betreffende Plan van Aanpak 2 is een nadere uitwerking en detaillering gegeven van de in het Plan van Aanpak 1 nog niet nader benoemde maatregelen om de 70% reductiedoelstelling voor 2004 te behalen. Oaamaast zijn in het Plan van Aanpak 2 op basis van nieuwe inzichten verdergaande emissiereducerende maatregelen gefonnuleerd. Oit Plan van Aanpak 2 is vastgelegd bij beschikking met kenmerk 467744 (van kracht per 31 december 2001 ). In 2003 zijn door Sonac alsmede door het bevoegd gezag ex. Wm , provincie Fryslan , geuremissiemetingen uitgevoerd ter toetsing van de geuremissiedoelstellingen voor 2004. Omdat naar aanleiding van deze metingen twijfel is ontstaan omtrent de haalbaarheid van de geprognosticeerde geuremissies voor 2004 , is door Sonac een Plan van Aanpak voor de korte termijn opgesteld.

Oit Plan van Aanpak voor de korte termijn beoogde inzichtelijk te maken welke aanvullende maatregelen moesten worden getroffen om zeker te stellen dat aan de in het Plan van Aanpak 2 gestelde emissiereducties voor 2004 zou worden voldaan. Het Plan van Aanpak voor de korte termijn is inmiddels , met sueces , tot uitvoering gebracht. Vooruitlopend op de nu voorliggende aanvraag om revisievergunning is door Sonae. naast het Plan van Aanpak voor de korte tennijn , eveneens een nieuwe evaluatie opgesteld om inziehtelijk te maken welke nadere geuremissiereducerende maatregelen door Sonac kunnen worden getroffen om in de toekomst een verdergaande reductie van de geurbelasting in de omgeving van Sonac te bewerkstelligen. Hiertoe is door Royal Haskoning , in opdracht van Sonac , een concept rapport 'Plan van Aanpak Geurreductie 2004 -2014' opgesteld. Het betreffende rapport is door Sonac eind april 2004 gezamenlijk met een concept van de nu voorliggende vergunningaanvraag ingediend bij bevoegd gezag. Uitvoering van de in het rapport genoemde maatregelen was op dat moment beoogd voor (eind) 2004 en 2005. Met het oog op een verdergaande reductie van de geurbelasting in de omgeving heeft Sonac evenwel inmiddels een groot gedeelte van de in dit rapport genoemde maatregelen (parallel aan de uitvoering van het Plan van Aanpak voor de korte termijn) reeds doorgevoerd.

Oaamaast zijn op basis van voortschrijdende inzichten nog nieuwe mogelijke maatregelen geidentificeerd " en (gedeeltelijk) inmiddels doorgevoerd.

Evaluatie Geurreduetie Sonae Surgum s. v. Oefinitief rapport

-i

-

9P7625. 01/R0003/RVlIJ/AS/Nijm 13 april 2005

000 oeo_ 000 . OVAL " ASKONING _

De actuele stand van zaken ten aanzien van de inmiddels doorgevoerde maatregelen alsmede de nog voorziene maatregelen is weergegeven in het nu voorliggende ------doetlmeAt-~_Evaluatie-GeurreductieralsJijlagabij > cL m-ver unnin aanvraa Sonae Bur um B. V. '. Actuele situatie (status peri ode 10 -2004) In 2003 en 2004 is door Sonac een veelvoud aan maatregelen getroffen om de totale geuremissie van Sonae te reduceren. De doorgevoerde technische maatregelen voor het bewerkstelligen van geurreductie kunnen worden samengevat als het loskoppelen van de hoogbelaste geurstromen en non-condensables van de diverse LBI's en het aansluiten van deze luchtstromen op de LSI Ketelhuis. Hiermee is invulling gegeven aan de stand-der-techniek die conform de SREF wordt gesteld aan de behandeling van de hoogbelaste geurstromen en non-condensables. Daamaast heeft Sonac diverse technische en procedurele maatregelen getroffen voor verdere optimalisatie van de bedrijfsvoering van de wassers en biofilters voor borging van een goede werking van de installaties. De recentelijk doorgevoerde maatregelen hebben geleid tot een substantiele geurreductie van de diverse LSI's. Ten einde deze reductie inziehtelijk te maken , heeft PRA Odournet in oktober 2004 , in opdracht van Sonac , de geuremissies opnieuw gemeten voor de verschillende emissiepunten.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat de geuremissies (zoals vastgesteld in periode 10 van 2004) van vrijwel aile bronnen voldoen aan de prognose 2004. De geuremissie van de Carrousels AWZI is enigszins hoger dan de prognose 2004. De totale geuremissie , vastgesteld aan de hand van de meest actuele jaarlijkse emissie6 cijfers (periode 10 van 2004) , bedraagt 2. 210 x 10ge/uur (zie tabeI4. 6). Hiermee wordt 6 mate aan doelstelling van 10ge/uur voor 2004 , zijnde een in ruime voldaan de 3. 808 x 70% geurreductie ten opzichte van de uitgangssituatie in 1992. Ten opzichte van de uitgangssituatie van 1992 is hiermee feitelijk zelfs een geurreductie van bijna 85% gerealiseerd.

Resumerend kan worden gesteld dat Sonac hiermee invulling heeft gegeven aan de emissiereductiedoelstelling van 70% zoals verwoord in de vigerende IM Z-afspraken. Toekomstige situatie Door TNO is in opdraeht van provincie Fryslan een studie uitgevoerd waarin de aan de hand van metingen vastgestelde geuremissies zijn geevalueerd in relatie tot de verwerkingscapaciteit ten tijde van de betreffende geurmetingen. Deze benadering heeft ten doel-gehad om , indien aanwezig , een verband vast te stellen tussen de verwerkingseapaeiteit en de geuremissie per verwerkingslijn. In navolging van deze benaderingswijze heeft Sonac eveneens deze methodiek gevolgd voor het vaststellen van dergelijke emissiekentallen , uitgedrukt in geuremissie per eenheid van verwerkingscapaciteit. Door toepassing van een dergelijke kentallenbenadering kan de geuremissie worden gerelateerd aan de in de Wm-vergunningaanvraag gehanteerde verwerkingseapaciteit per verwerkingslijn. Dit biedt bevoegd gezag de mogelijkheid om de geurbelasting van Sonae te beoordelen op basis van de geuremissie die is gerelateerd aan de maximaal te vergunnen verwerkingscapaciteit. Tevens kan op theoretische basis het effect van maatregelen worden beoordeeld. Evaluatie Geurreductie Sonae Burgum B. v. Definitief rapport

-ii -

9P7625. 01/R0003/RVLlJIA S/N ijm 13 april 2005

000 0. 0_ 000 . OYAL HASKONING _

Hierbij kan worden gedaeht aan wat het effect is op de geurimmissie als een

sehoorsteen wordt verhoogd of wat het effect is op de geuremissie indien het --------geuFVeFWijderingsrendernent-van-Eler. LLBLtoe~Lafne_erni~. _

_

_

_

_

_

_

_

_

_

_

Indien de aan de hand van geurverspreidings ere enlngen vas geste ae georMla'Stinde omgeving wordt getoetst aan een onlangs door provincie Fryslfm vastgestelde geumormering , blijkt dat er sprake is van een mogelijk knelpunt. Indaehtig deze eonstatering is een teehniseh-eeonomisehe evaluatie uitgevoerd , resulterend in de zekere maatregelen zoals samengevat in tabel S. 1. naar

Tabel S. 1 Planning realisatie zekere maatregelen Locatie LSI Sreker I Ontvangsthal

Zekere maatregel Doorvoeren van processimplificatie ingevolge het niet langer verwerken van kadavers , bes!aande uit: Het vervangen van de drie bestaande grofbrekers door twee • kleinere brekers; He! elimineren van de !wee ontmetaliseringsinstallaties; • Het elimineren van de verdeelschroef naar de voorkokers; • Het aansluiten van de nieuwe groftank op he! non-condensables • systeem.

Planning

LSI Breker I Ontvangsthal en LSI Korrelpersen

Het overkappen van de biofilters , het aanpassen van het afgasleidingsysteem , het installeren van een nieuwe afgasventilator alsmede het plaatsen van een Qezamenlijke schoorsteen 1).

2007

LSI Ke!elhuis

Ombouw van een tweede s!oomke!el voor verbranding van noncondensables als reservevoorziening voor de bestaande operationele stoomketel Verdere optimalisatie van de bedrijfsvoering van de biofilters

Eerste helft 2005

AfzuiQing rioolstelsel naar non-condensables systeem

2005 -2006

Aile LSI's (excl. LSI Ketelhuis) Overiqe

Doorlopende actie 2005 -2007

Doorlopende actie

De feitelijk te realiseren hoogte van de sehoorsteen zal in de toekomst nader door Sonae worden vastgesteld , mede afhankelijk van andere ontwikkelingen binnen Sonae. Het doorvoeren van deze maatregel vormt een substantiele kostenpost voor Sonae die door Sonae aileen als finaneieel haalbaar kan worden gekwalifieeerd indien de bedrijfseontinuTteit van Sonae in de toekomst is gewaarborgd. Het realiseren van deze maatregel kan derhalve finaneieel aileen door Sonae worden gedragen indien Sonae de mogelijkheid krijgt geboden om over te gaan tot verruiming van de bedrijfstijden (Le. indien de aangevraagde continue bedrijfsvoering wordt vergund door provineie Fryslan). Hierbij w. ordt overigens opgemerkt dat Sonae er vanuit gaat dat de doelstellingen in de door bevoegd gezag te verstrekken Wm-vergunning feitelijk zijn gerieht op de reductie van de geurimmissie (Le. de geurbelasting van de omgeving). Indien door bevoegd gezag wordt gekozen voor doelstellingen voor vergaande geuremissiereduetie zal deze maatregel geen effect sorteren en behoudt Sonae zieh het reeht voor om af te zien van deze maatregel. Daarnaast merkt Sonae op dat door Sonae nadere ontwikkelingen binnen het bedrijf worden voorzien waardoor reeds anderszins de geurbelasting naar de omgeving zal worden geredueeerd.

Indien ten gevolge van deze bedrijfsontwikkelingen en de daaruit voortvloeiende reduetie van de geurbelasting reeds wordt voldaan aan de geumormering (Le. indien wordt voldaan aan de bovenwaarde van de geumormering voor geurbelasting in de omgeving) , behoudt Sonae zieh eveneens het reeht voor om af te zien van realisatie van deze maatregel. Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum s. v. Definitief rapport

-iii

-

9P7625. 0 1I R0003/RVLlJIA S/N ij m 13 april 2005

_

_

_

__

000 _0. 0_ 000 . OYAL HASKOIIIIIIIG

V~~r de Carrousels AWZI is geconcludeerd dat er redelijkerwijs geen maatregelen zijn

te treffen die resulteren in structurele geurreductie voor de Carrousels AWZI. Oit --------betek-eRt~dat-de. . recer:1telijlLvastge-steLdft9 uremissie binnen redelijke maatstaven niet

nader kan wor en gere ucee d:. ---------------~======== -

Op basis van de vastgestelde zekere maatregelen is de toekomstige geuremissie berekend na het treffen van maatregelen. Uit deze berekening wordt geconcludeerd dat hiermee een totale geuremissiereductie van circa 25% wordt bewerkstelligd ten opzichte van de uitgangssituatie (Lc. de situatie voor het treffen van maatregelen). Op basis van de berekende geurbelasting naar de omgeving blijkt dat , na het treffen van deze maatregelen , ook dan nog niet wordt voldaan aan de recentelijk door provincie Fryslan vastgestelde geurnormering voor Sonac. Uit aanvullende geurverspreidingsberekeningen blijkt echter dat de beoogde reductie van de geuremissie en -immissie van de verschillende LSI's heeft geresulteerd in een toekomstige situatie waarin de LSI's niet meer bepalend zijn voor de geurbelasting van de omgeving en slechts de geuremissie afkomstig van de Carrousels AWZI maatgevend is. Middels verspreidingsberekeningen is tevens vastgesteld dat de geurbelasting van de verschillende LSI's van Sonae (exelusief de Carrousels AWZI) wei ruimsehoots voldoet 3 aan de gestelde bovenwaarde van 35, ge/m(als 98-percentiel). De maxima Ie 3 geurbelasting ter hoogte van enige woonbebouwing bedraagt 25, ge/m(als 98percentiel). Deze betreffende woonbebouwing bevindt zich ten noorden van Sonac , ten noord-noord-oosten van de aldaar gesitueerde jachthaven van Surgum.

Dientengevolge kan worden geconcludeerd dat , op basis van de stand-der-techniek conform de Europese IPPC-riehtlijn in combinatie met een technisch-economische evaluatie van mogelijke maatregelen , een redelijkerwijs haalbare maxima Ie geur3 belasting van 25, ge/m(als 98-percentiel) bij de woonbebouwing kan worden gerealiseerd. Tevens dient te worden geconcludeerd dat op basis van deze ALARA 3 afweging het voldoen aan de streefwaarde van 18, ge/m(als 98-percentiel) als niet haalbaar moet worden gekwalificeerd. Hierbij wordt nog opgemerkt dat , indien de feitelijke verwerkingscapaciteit op jaarbasis lager is dan de aangevraagde (maximum) verwerkingscapaciteit , de geurbelasting in de omgeving van Sonac evenredig lager zal

zijn.

Uit de vergelijking van de hedonische waarden , als maat voor de (on)aangenaamheid geur , voor de Carrousels AWZI en de overige bronnen binnen de inrichting van Sonac blijkt dat deze hedonische waarde bijna een factor twee verschilt waarbij de geur van de Carrousels AWZI als minder onaangenaam kan worden gekwalificeerd. Resumerend mag worden gesteld dat de geur van de Carrousels AWZI qua (on)aangenaamheid duidelijk positief afwijkt van de overige bronnen. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de uitzonderingsdefinities , zoals verwoord in. de geurnormering v~~r Sonac. In lijn met dit besluit van provincie Fryslan betekent dit dat geurnormering kan worden geformuleerd die is toegespitst op deze bron. van een

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

•

iv-

9P7625. 0 1/R0003/RVLlJIA S/Nijm 13 april 2005

000

oeO_

.

DOD OYAL HASKOIIIIIG

V~~r de geurbelasting van de omgeving ten gevolge van aileen de Carrousels AWll blijkt dat , behoudens de verspreid liggende woonbebouwing (Lc. de woningen aan het --------M0l:Jnepaed-te. Sumar. ) in dB-. dir. ectaJlabjj eid van de AWl I , kan worden voldaan aan de bovenwaarae van 9:6 gelm-3-(alS-98::percentiel);zoals vastgeleg6--iR-ee-§eur+lQrmeringlvan provincie Fryslfm. .

loals reeds genoemd , zijn er redelijkerwijs geen maatregelen te treffen die resulteren in structurele geurreductie voor de AWll. Dit impliceert dat de recentelijk vastgestelde geuremissie en daaruit voortvloeiende geurbelasting naar de omgeving binnen redelijke maatstaven niet nader kan worden gereduceerd. Dit betekent dat de streefwaarde van 3 3 ge/m(als 98-percentiel) als niet redelijkerwijs haalbaar dient te worden gekwalificeerd. Voor de verspreid liggende woonbebouwing (Lc. de woningen aan het Mounepaed te 3 Sumar) in de directe nabijheid van de AWll wordt de bovenwaarde van 96, ge/m(als 98-percentiel) juist overschreden. Ook hier geldt echter dat er redelijkerwijs geen maatregelen zijn te treffen die voor deze locatie resulteren in een geurbelasting die lager is dan de bovenwaarde. In de eerder aangehaalde geumormering is gesteld dat , indien de geuremissie niet met redelijkerwijs te verlangen maatregelen I voorzieningen is te reduceren tot de bovenwaarde , bij wijze van uitzondering , voor een bepaalde (in de vergunning opgenomen) periode , een hogere waarde zou kunnen worden toegestaan. Indien door provincie Fryslan wordt getoetst aan de recentelijk vastgestelde geurnormering , kan door bevoegd gezag in de te verlenen Wm-vergunning gebruik worden gemaakt van de in de geumormering geformuleerde uitzonderingspositie voor de verspreid liggende woonbebouwing (Le.

de woningen aan het Mounepaed te Sumar) in de directe nabijheid van de Carrousels AWll. Een en ander zou vervolgens in de toekomst in overleg tussen provincie Fryslan en Sonac nader dienen te worden geevalueerd. Resume 1)

De toekomstige geurbelasting in de omgeving van Sonac als gevolg van de geuremissies van de verschillende LBI's van Sonae (exclusief de Carrousels AWZI) kan ruimschoots voldoen aan de gestelde 3 bovenwaarde van 35, ge/m(als 98-percentiel). Op basis van de stand-der-techniek conform de Europese IPPC-richtlijn in combinatie met een technisch-economisehe evaluatie van mogelijke maatregelen , is 3 vastgesteld dat een redelijkerwijs haalbare maxima Ie geurbelasting van 25, ge/m(a Is 98-percentiel) bij de woonbebouwing kan worden gerealiseerd (exclusief Carrousels AWZI). Tevens dient te worden

3 geeoncludeerd dat op basis van deze ALARA afweging het voldoen aan de streefwaarde van 18, ge/m(als 98-percentiel) als niet haalbaar moet worden gekwalifieeerd.

2)

Voor de geurbelasting van de omgeving ten gevolge van de geurbelasting van aileen de Carrousels AWZI blijkt dat , behoudens de verspreid liggende woonbebouwing in de directe nabijheid van de AWZI , kan 3 worden voldaan aan de bovenwaarde van 96, ge/m(als 98-percentiel). Uit de uitgevoerde haalbaarheidsstudie blijkt dat er redelijkerwijs geen maatregelen zijn Ie Ireffen die resulteren in slructureie 3 geurreductie voor de AWZ!. Dit impliceert dal de slreefwaarde van 3 ge/m(als 98-pereentiel) als niel redelijkerwijs haalbaar dienl Ie worden gekwalificeerd.

Evaluatie Geurreductie Sonae Surgum S. v. Definilief rapport

-v-

9P7625. 01/R0003/RVLlJIA S/Nijm 13 april 2005

_

_

__

000 0. 0 000 . OVAL HAl KONING

INHOUDSOPGAVE

--------____S AME~~T~ , TIN=G~ 1

INLEIDING 1. 1 1. 2 1 3 .

Biz. ________________________________________

=~· -=====~ 1 1 1 2

Toelichting Aanleiding en achtergrond

Leeswijzer

BESCHRIJVING VAN BEDRIJFSVOERING IN RELATIE TOT GEUREMISSIE 2. 1 Inleiding 2. 2 Bedrijfstijden v~~r aanvoer en verwerking van grondstoffen 2. 3 Verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn 2. 4 Representatieve bedrijfssituatie

4 4 4

3

BESCHRIJVING LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES 3. 1 Geuremissies binnen Sonac Beschrijving luchtbehandelingsinstallaties 3. 2 3. 3 Overzicht karakteristieken LBl's en carrousels AWZI

9 9 10 21

4

EVALUATIE GEURREDUCTIE VAN 1995 TOT 2004 T oelichting 4. 1 Evaluatie Plan van Aanpak 2 (periode 1999 -2010) 4. 2 Evaluatie Plan van Aanpak voor de korte termijn 4. 3 Evaluatie concept Plan van Aanpak Geurreductie 2004 -2014 4. 4 4. 5 Emissiereductiedoelstelling voor 2004 Evaluatie actuele geuremissies an no 2004 4. 6

23 23 23 25 26

2

5

GEUREMISSIES IN RELATIE TOT AANGEVRAAGDE VERWERKINGSCAPACITEIT 5. 1 Aigemeen 5. 2 Uitwerking kentallenbenadering Overzicht van geurkentallen 5. 3 5. 4 Onbehandelde geuremissie , overeenkomend met aangevraagde verwerkingscapaciteiten Geuremissie voor evaluatie van maatregelen 5. 5

5 6

29 31

33

33 33 39 39 41

6

TOETSINGSKADER GEURBELASTING NAAR DE OMGEVING 6. 1 Landelijke beleidslijnen voor geurtoetsingskader 6. 2 Actueel toetsingskader geurbelasting Sonac

43 43 43

7

GEURBELASTING VAN DE OMGEVING 7. 1 Verspreidingsberekeningen Resultaten verspreidingsberekeningen 7. 2

46 46

7. 3

Evaluatie resultaten

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definilief rapport

-vi-

47 48

9P7625. 01/R0003/RVLlJIA S/N ijm 13 april 2005

000 _OeD . 000 . OVAL HAIICOIIIIIG

8

UITGANGSPUNTEN VOOR EVALUATIE VAN NADER TE TREFFEN MAATREGELEN

50

9

EVALUATIE IPPt-GERECATEERDEMMTREGEtEN " 9. 1 Referentiekader IPPC 9. 2 Identificatie van mogelijke procesgerelateerde maatregelen Evaluatie van geTdentificeerde procesgerelateerde maatregelen 9. 3 Identificatie van alternatieve luchtbehandelingstechnieken 9. 4 Evaluatie van alternatieve luchtbehandelingstechnieken 9. 5

2 5 52 52 58 58

10

IDENTIFICATIE EN EVALUATIE VAN MAATREGELEN VOOR CARROUSELS AWZI 10. 1 Beschrijving van AWZI Actuele geuremissie 10. 2 Identificatie en evaluatie van mogelijke geuremissiereducerende 10. 3 maatregelen Conclusies inzake Carrousels AWZI 10. 4

72 72 72 73 74

11

MAATREGELEN TERVERBETERING VAN ONDERHOUD EN BEHEER VAN BIOFILTERS Onderhoud en beheer van biofilters 11. 1 Piekbelasting in relatie tot biofilters 11. 2 11. 3 Non-condensables in relatie tot biofilters Doelstelling geurverwijderingsrendement LSI's 11. 4

75 75 76 77 77

12

MAATREGELEN TER REDUCTIE VAN DIFFUSE GEUREMISSIES 12. 1 Ontstaan diffuse emissies 12. 2 Diffuse emissiebronnen en maatregelen

78 78 78

13

OVERZICHT TOEKOMSTIGE MAATREGELEN

80

14

TOEKOMSTIGE GEURBELASTING VAN DE OMGEVING 14. 1 Impact zekere maatregelen op geurbelasting 14. 2 Toekomstige geuremissie Uitgangspunten voor berekening toekomstige geurbelasting 14. 3 Resultaten toekomstige geurbelasting 14. 4 5 Evaluatie toekomstige geurbelasting 14. Geurbelasting Carrousels AWZI 14. 6

83 83 83 84 86 86 89

15

CONCLUSIES 15. 1 Actuele situatie (status periode 10 -2004) Toekomstige situatie 15. 2

92 92 92

Evaluatie Geurreductie Sanae Burgum B. V. Oefinitief rapport

-vii-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

DOD 0. 0 __ 000 . OYAL HAIKONING ___. . .

BIJLAGEN

---------Rijlag. _

_

_

_

_

_

_

1. ;-. P-lattegroJ:ld-van. dage. u(emis. s'e. gu ten binnen de inrichtlng _~ . ~::::. . . ;::__:P;:;:r~o::c::e:::~ur:. e;;~7. .w:~e~rKii'~I~ni:S:.t::rm;~cti~e=-;o:.n.derhoud-en , inspeetie-van-de·bi0fi1tersScenariobestand geurversprel Ingsb-ereleninlg-< Rapportage 'Verspreidingsberekeningen met het NNM als basis voor een aanpassing van het jaarfijkse emissieverloop' , PRA Odournet B.V " rapportnummer SONA04H 1 , 25 februari 2004 Bijlage 5: Rapportage 'Afdekking afvalwaterzuivering' , Witteveen+Bos , kenmerk BGM3-7 , 23 februari 2005 Bijlage 6: Evaluatie geurbelasting op basis van bedrijfsvoering gedurende 120 uur per week versus 168 uur per week _

-

EvaJuatie Geurreduetie Sonae 6urgum B.V , Definitief rapport

-

viii-

_

_

_

__

-------------_

9P7625. 01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm 13 april 2005

DOD 0_0 _ DOD . OVAL HASKONING

IN LEIDING

1

---1-A---:roelichtin~==============-_

_

_

_

_

_

_

_

_

_

_

_

nlrjngaanvraag-van-Sonae-Bt;Jf~UA1-B-. -V. -(-hiema-te. -noeme '--_ Deze blJ age 61J e m-e Sonae) betreft een beschrijving van de geuremissiesituatie en de effecten daarvan op de omgeving. Oaarnaast wordt aangegeven welke mogelijkheden open staan voor een verdere reduetie van de geuremissies e. q. beperking van de geurbelasting in combinatie met een toetsing aan de BREF (conform de IPPC-richtlijnen) en het ALARA-principe. 1. 2

Aanleiding en achtergrond In het eindrapport 'Integrale Milieuzonering Burgum/Sumar' (IMZ) uit mei 1994 werd de geurbelasting in de omgeving van het industrieterrein , waarop Sonae is gelegen , als problematisch bestempeld. In het betreffende eindrapport zijn afspraken opgenomen die moeten leiden tot een reductie van de geuremissie van Sonae van 70% in een periode van 10 jaar (Iooptijd van 1994 tot 2004). In 1994 is hiertoe door Sonac , de provincie Fryslfm en de gemeente Tytsjerksteradiel Plan van Aanpak Geur overeengekomen (aangeduid als Plan van Aanpak 1 \ waarin de maatregelen worden beschreven die moeten leiden tot de gewenste geuremissiereductie van 70%. In het Plan van Aanpak 1 spelen dne momenten een belangrijke rol: de uitgangssituatie in 1992 , fase 1 met een middellange termijndoelstelling voor 1999 en fase 2 met een lange termijndoelstelling voor 2004. Het betreffende Plan van Aanpak maakt sinds 1995 deel uit van de milieuvergunning van Sonac. een

Na het verstrijken van fase 1 is in 2000 door Sonac een evaluatie voor deze eerste fase opgesteld , alsmede een Plan van Aanpak Geur voor de tweede fase (aangeduid als Plan van Aanpak 2 2). In het betreffende Plan van Aanpak 2 is een nadere uitwerking en detaillering gegeven van de in het Plan van Aanpak 1 nag niet nader benoemde maatregelen om de 70% reductiedoelstelling voor 2004 te behalen. Daarnaast zijn in het Plan van Aanpak 2 op basis van nieuwe inzichten verdergaande emissiereducerende maatregelen geformuleerd. Oit Plan van Aanpak 2 is vastgelegd bij beschikking met kenmerk 467744 (van kracht per 31 december 2001). In 2003 zijn door Sonac alsmede door het bevoegd gezag ex. Wm , provincie Fryslan , geuremissiemetingen uitgevoerd ter toetsing van de geuremissiedoelstellingen voor 2004. Omdat naar aanleiding van deze metingen twijfel is ontstaan omtrent de haalbaarheid van de geprognostieeerde geuremissies voor 2004 , is door Sonae een 3 Plan van-Aanpak voor de korte termijnopgesteld. Oit Plan van Aanpak voor de korte termijn beoogde inzichtelijk te maken welke aanvullende maatregelen moesten worden getroffen om zeker te stellen dat aan de in het Plan van Aanpak 2 gestelde emissiereducties voor 2004 zou worden voldaan. Het Plan van Aanpak voor de korte termijn is inmiddels , met succes , tot uitvoering gebraeht.

2 3

Rapportage 'Plan van Aanpak NTF , Geuremissie-en immissiereductie in de periode 1992 -2004' , PRA , rapportnummer NTFA94E5 , d. d. december 1994 Rappertage 'Plan van Aanpak Senae Bergum (periede 1999 -201 0) " PRA , rapportnummer NTFB99F8 , d. d. juni 2000 Rappertage 'Plan van Aanpak veer de kerte termijn veer Senae' , PRA , rappertnummer SONA04A1 , d. d. januari 2004

Evaluatie Geurreductie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-1 -

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

_

_

__

__

DOD DeD_ DOD . OYAL HASKOIIIING _

Vooruitlopend op de nu voorliggende aanvraag om revisievergunning is door Sonac , naast het Plan van Aanpak voor de korte termijn , eveneens een nieuwe evaluatie -------opgestelG-om-inzichtelijk~te. . makel1. . Welke nad_e. r:a. geum 'ss'e educerende maatre elen " " door Sonac unnen woraengetroffenomin-de'10'9komsteen-verdergaande-reduetie-vafl----de geurbelasting in de omgeving van onac e ewer s e ligen. fl1eftrnrts-ao-orRoyaJ-Haskoning , in opdracht van Sonac , een concept rapport 'Plan van Aanpak Geurreductie 2004 -2014' 4 opgesteld. Het betreffende rapport is door Sonac eind april 2004 gezamenlijk met een concept van de nu voorliggende vergunningaanvraag ingediend bij bevoegd gezag , Uitvoering van de in het rapport genoemde maatregelen was op dat moment beoogd voor (eind) 2004 en 2005 , -

Met het oog op een verdergaande reductie van de geurbelasting in de omgeving heeft Sonac evenwel inmiddels een groot gedeelte van de in dit rapport genoemde maatregelen (parallel aan de uitvoering van het Plan van Aanpak voor de korte termijn) reeds doorgevoerd. Daamaast zijn op basis van voortschrijdende inzichten nog nieuwe mogelijke maatregelen ge'identificeerd en (gedeeltelijk) inmiddels doorgevoerd , De actuele stand van zaken ten aanzien van de inmiddels doorgevoerde maatregelen alsmede de nog voorziene maatregelen is in het nu voorliggende document 'Evaluatie Geurreductie , als bijlage bij de Wm-vergunningaanvraag Sonac Burgum BV', weergegeven ,

Leeswijzer

1. 3

In hoofdstuk 2 van dit document wordt kort ingegaan op enkele procesgerelateerde aspecten , zoals bedrijfstijden en representatieve verwerkingscapaciteiten per verwerkingslijn. V~~r een uitgebreide beschrijving van de verschillende verwerkingslijnen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 de Wm-vergunningaanvraag. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de luchtbehandelingsinstallaties die momenteel worden toegepast bij de activiteiten van Sonac. Een evaluatie van de in het veri eden opgestelde Plannen van Aanpak Geur en de stand van zaken met betrekking tot geur anno 2004 is weergegeven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt op basis van een kentallenbenadering de actuele geuremissie vastgesteld op basis waarvan een nadere evaluatie van maatregelen is uitgevoerd. De geumormering voor de geurbelasting naar de omgeving van Sonac , zoals vastgesteld door provincie Frysl~m , is vastgelegd in hoofdstuk 6. De geurbelasting , gerelateerd aan de in hoofdstuk 5 vastgestelde geuremissie , is nader uitgewerkt in hoofdstuk 7. HoofdstUk 8 geeft de uitgangspunten weer die zijn gehanteerd voor de evaluatie van nader te treffen geurreducerende maatregelen voor de diverse luchtbehandelingsinstallaties. Vervolgens worden in hoofdstuk 9 de meer technische maatregelen voor de verschillende LBI's conform het BREF-document ge'identificeerd en geevalueerd.

Gezien het uitzonderlijke karakter van de Carrousels AWZI als geurbron binnen Sonac zijn in hoofdstuk 10 de maatregelen ge'identificeerd en geevalueerd die specifiek betrekking hebben op de Carrousels AWZI.

•

Concept rapportage 'Plan van Aanpak Geurreductie 2004 -2014. Inventarisatie en evaluatie van luchtbehandeiingsinstallaties' , Royal Haskoning , rapportnummer 9P4748.01/R0006IWD/AS/Nijm , d. d. 28 april 2004

Evaluatie Geurreductie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-2-

9P7625. 0 1/R0003/RVLIJIA S/Nijm 13 april 2005

-

-

-

000 _oeo __ 000 . OVAL HAIKONING

Vervolgens wordt in hoofdstuk 11 invulling gegeven aan de wijze waarop Sonae een optimale bedrijfsvoering van de LBl's gaat waarborgen waardoor een in de tijd stabiele stelligd. Gezien het belang van ------n~rgg) geurbelastin irtde·0mgevillg-kan-w~rdenj)ew.e " --------strueture. elJag iffuse euremissies voor ae mo elijke-gearbelasting-in-de-direGtt:---_ omgeving van Sonae , zal in hoofdstuk 12 aan ae wor en e -tee-n-aarrde-nader-e00f-----Sonae te treffen teehnisehe en organisatorisehe maatregelen ter be perking van diffuse emissies. -

_

De beoogde zekere en voorwaardelijke I onzekere maatregelen worden samengevat in hoofdstuk 13 , resulterend in een toekomstige geurbelasting zoals gepresenteerd in hoofdstuk 14. Tenslotte worden de eonelusies van de voorliggende evaluatie geformuleerd in hoofdstuk 15.

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-3·

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

_

__

000 o. D_ ODO . OVAL HASKOIIIIIG __

BESCHRIJVING VAN BEDRIJFSVOERING IN RELATIE TOT GEUREMISSIE

2 :1

Inleidin

g

================

___________

Sonae verzamelt en verwerl < s ae 5IjJmrdcrcten:-ren-behoeve-vaA-€le-aanvGer-eJ:lverwerking van de grondstoffen besehikt Sonae over versehillende voorzieningen en diensten. Voor een gedetailleerde proeesbesehrijving wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de Wm-vergunningaanvraag.

_

Teneinde van de leesbaarheid van dit rapport te bevorderen , wordt in dit hoofdstuk kort ingegaan op de bedrijfsvoering van Sonae in relatie tot geuremissie , zoals eveneens reeds besehreven in de Wm-vergunningaanvraag. In §2. 2 wordt samengevat welke bedrijfstijden door Sonae worden aangevraagd voor toekomstige bedrijfsvoering. In navolging van deze bedrijfstijden wordt vervolgens in §2. 3 de verwerkingscapaeiteit per verwerkingslijn toegelicht. In §2. 4 is tenslotte de representatieve bedrijfssituatie uitgewerkt. 2. 2

Bedrijfstijden voor aanvoer en verwerking van grondstoffen De grondstoffen komen dagelijks op grote schaal vrij tijdens de slacht van runderen , kippen en varkens. Daarnaast komen de slachtbijproducten vrij bij zogenaamde vleesbewerkende bedrijven waar geslachte karkassen van runderen , varkens en kippen worden bewerkt en geschikt gemaakt voor consumptie (uitsnijderijen en uitbeenderijen). Deze aetiviteiten vinden plaats na het slachtproces. De grondstoffen worden gedurende de gehele week met speciaal daarvoor bestemde vervoermiddelen (zoals opleggers , containers , tankwagens) ter verwerking ingezameld door Sonae. Om de voortgang van het slachtproces niet te verstoren , worden de bijproducten , die bij grote slaehterijen vrijkomen , meerdere keren per dag opgehaald. De grondstoffen worden na aankomst gelost in bunkers (vaste slachtbijprodueten , veren , varkenshaar) en tanks (tot slurrie vermalen slaehtbijproducten , bloed). Vrachtwagens met grondstoffen , die niet direct kunnen worden gelost , worden gestald op het middenterrein of gestald (containers) op/bij het containerafzetblok. Vanuit deze bunkers en tanks worden ae procesinstallaties gevoed. Daarbij is een snelle verwerking gewenst ter voorkoming van kwaliteitsverlies van de geprodueeerde eindproducten alsmede negatieve milieueffecten (stank , extra belasting AWZI).

De beschikbaarheid van de benodigde verwerkingseapaciteit is dientengevolge zodanig dat de aangevoerde grondstoffen zo snel mogelijk kunnen worden verwerkt. Sonae richt zich op de verwerking van categorie 3 slachtbijproducten. Daar voor deze slachtbijproducten geen wettelijke inzamelplicht geldt , betekent dit dat ook andere verwerkingsbedrijven deze slachtbijproducten mogen inzamelen en verwerken. Mede ten gevolge van een steeds sterkere concentratie van de slachtcapaciteit en een intensivering van de inzet van die beschikbare capaciteit , is er een ontwikkeling ontstaan dat binnen de slachterijsector steeds vaker op zaterdag wordt gewerkt. Met name de grote pluimveeslachterijen , uitsnijderijen en uitbeenderijen vullen de beschikbare capaeiteit steeds vaker in op de zaterdagmorgen. Deze verandering in bedrijfsvoering heeft er toe geleid dat de vereisten vanuit deze bedrijfstak omtrent het inzamelen van grondstoffen de laatste jaren eveneens structureel zijn gewijzigd. Naar verwachting zal deze trend in de toekomst doorzetten. Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. v. Definitief rapport

-4-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

_

_

_

_ _

__

DOD 0. 0_ DOD . OYAL HASKONING _

Om te kunnen antieiperen op deze ontwikkelingen , is Sonae derhalve genoodzaakt om --------de-iA~meling-van-grondstoffe hie. r:op_ n te gassen en de 0)'1 anisatie voor verwerking hiero Ult te leggen. en ge olg-hiervan-is-dat Sonae niet-langer in~staat-is-om-zeker eid= te geven dat aile aangevoer e granos o'ff'en1in:llle-productielijnen\fOOlLatef'dB§mieEiag----_ om 15. 00 uur daadwerkelijk zijn verwerkt , waardoor zieh situaties kunnen voordoen dat het bedrijf moet doorwerken tot na zaterdagmiddag 15. 00 uur. Dit effect kan nog worden versterkt door: • Mogelijke storingen in een van de produetieproeessen waardoor aehterstand in de verwerking ontstaat; • Pieken in aanvoer ten gevolge van een onregelmatig slaehtpatroon (bijvoorbeeld ten .

tijde van feestdagen).

De verwerking van grondstoffen blijft in de toekomst in de regel starten op maandagmiddag om 15. 00 uur. Daartoe is een drieploegendienst besehikbaar waarbij de eerste ploeg begint op maandagmiddag 14. 00 uur. Deze ploeg draagt zorg voor het opstarten van de versehillende bedrijfsonderdelen. Sonae blijft er naar streven om de produetiewerkzaamheden in de loop van zaterdagmiddag te beeindigen. Bij de planning van routes op zaterdag wordt er hiertoe naar gestreefd om , voor zover dit past binnen het aanbod van slaehtbijprodueten bij de pluimveeslaehterijen , uitsnijdeJijen en uitbeenderijen , de vraehtwagens voor zaterdag 10. 00 uur binnen te laten zijn. Met name een storing of een piek in de aanvoer aan het einde van de werkweek (vrijdag en zaterdag) kan eehter de oorzaak zijn van het niet voar zaterdag 15. 00 uur kunnen verwerken van aile grondstoffen (overeenkomend met een bedrijfsperiode van 120 uur per week). Om zonder nadere beperkingen te kunnen antieiperen op dergelijke situaties , vraagt Sonae verruiming van de bedrijfstijden aan op basis van voleontinu bedrijf (zijnde 168 uur per week , gedurende 52 weken per jaar). Deze bedrijfstijden hebben betrekking op de aanvoer en de verwerking van grondstoffen. De streeftijden voor verwerking van grondstoffen blijven evenwel van maandag omstreeks 15. 00 uur tot zaterdag 15. 00 uur.

Omdat er geen toename zal zijn van de hoeveelheid te verwerken grondstoffen zal de besehikbare tijd voor het uitvoeren van preventief en eorreetief anderhoud alsmede voar het uitvoeren van sehoonmaakwerkzaamheden derhalve ongewijzigd blijven. 2. 3

Verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn In onderstaande tabel 2. 1 is , in lijn met de Wm-revisievergunningaanvraag , een overzieht gegeven van de verschillende verwerkingslijnen van Sonae , de in deze verwerkingslijnen geprodueeerde eindprodueten alsmede de verwerkingscapaciteit per

jaar.

Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-5-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

000 0. 0_ 000 . OVAL HAIKONING

Tabel 2. 1 Overzicht verwerkingslijnen en capaciteiten ~rwerkinasliin

-

Grondstoffen

Ontwerpcapaciteit [ton/jaar~ _ _

Eindproducten

Gemengd slaehtafval

320. 000

Vleesmeel en dierlijk voedervet

Pluimveeslacht-

175. 000

Diverse slachtafval

50. 000

Hoeveelheid " Me~ Jtonliaarl 74. 520

VerJtonliaad 38. 880

Pluimveemeel en pluimveevet

35. 000

21. 000

Diverse melen en velten Vere nmeellJjn Veren 60. 000 Verenmeel Bloedmeelliin Slaehtbloed 85. 000 Bloedmeel Haanneel Haanneellijn Varkenshaar 25. 000 1) Hoeveelheid geproduceerd meel en vet gebaseerd op rendementen; 2) Afhankelijk van de soort grondstof.

Noot2

Noot2

20. 400

-

Vleesmeellijn Pluimveemeeliijn Speeialtieslijn

bijproducten

11. 900 5. 000

-

-

De totale hoeveelheid grondstoffen , die op basis van de ontwerpcapaciteiten van de versehillende verwerkingslijnen kan worden verwerkt door Sonae , is op basis van tabel 2. 1 gelijk aan 715. 000 ton op jaarbasis. In lijn met de vigerende vergunning vraagt Sonae eehter vergunning aan voor de verwerking van maximaal606. 700 ton grondstoffen per jaar. Dit betekent dat de feitelijke hoeveelheid grondstoffen , die in een jaar wordt verwerkt , nooit hoger is dan deze 606. 700 ton per jaar. De verdeling van deze aangevraagde hoeveelheid over de versehillende verwerkingslijnen kan eehter per jaar versehillen. Per kalenderjaar wordt door Sonae opgave gedaan van de werkelijk verwerkte hoeveelheden alsmede van de geprognostieeerde aanvoer in het nieuwe kalenderjaar. Ter iIIustratie is in onderstaande tabel2. 2 weergegeven de verwerkte hoeveelheid grondstoffen in 2002 en 2003. De omvang ervan is afhankelijk van de hoeveelheid aangevoerde grondstoffen welke als slaehtbijprodueten vrijkomen. Tabel 2. 2 Grondstoffen in 2002 en 2003 Grondstof VleesmeeUiin I pluimveemeelliln

Haanneellijn Bloedmeellijn Verenmeellijn Restexlijn

Totaal

2. 4

Verwerkt 2002 447. 754 ton 20. 296 ton 46. 724 ton 34. 492 ton 4. 072 ton 553. 338 ton

Verwerkt 2003 378. 680 ton 19. 629 ton 48. 696 ton 36. 587 ton 759 ton 484. 351 ton

Representatieve bedrijfssituatie De in tabel 2. 1 vermelde verwerkingscapaeiteiten zijn de ontwerpeapaeiteiten op jaarbasis waarvoor de installaties oorspronkelijk zijn ontworpen. Hierbij heeft als uitgangspunt gefungeerd een effeetieve bedrijfstijd van 108 uur per week. Op basis van deze bedrijfstijd in relatie tot de ontwerpverwerkingseapaeiteit op jaarbasis kan een uurgemiddelde ontwerpverwerkingscapaeiteit op jaarbasis worden berekend (uitgaande van 52 bedrijfsweken per jaar). Deze uurgemiddelde ontwerpverwerkingseapaeiteit is weergegeven in de onderstaande tabel 2. 3.

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum BV. Definitief rapport

-6-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

DOD D. D_ ODD . OYAL HAl KOlliNG __

de uurgemiddelde verwerkingscapaciteit , berekend op basis van de standaard bedrijfstijd voor verwerking van 120 uur per week , gedurende 52 weken per jaar (zie tabeI2. 3). -

. ---

-.

----tJit1reti:rovenstaande-mag-duidelijk-wereen eat ee actuele-verwer mgscapaci el[O..-, uurbaslsin e tijefStetk1arrverschillen:-strik " < genomen-tl:lsseA-Abll-{-tijgeRs-stiistar:ld~-er:lI--_ de in tabel 2. 3 aangeduide uurgemiddelde ontwerpverwerkingscapaciteit. Om ten tijde van toekomstige geurmetingen echter vast te kunnen stellen of de metingen zijn uitgevoerd tijdens representatieve productieomstandigheden , heeft bevoegd gezag , i. c. -

--------------------

provincie Fryslan , verzocht om aan te geven welke bandbreedte van verwerkingscapaciteiten Sonac hiertoe representatief acht. Hierbij is door bevoegd gezag aangegeven dat deze representatieve verwerkingscapaciteiten aileen ten doel hebben om achteraf voor metingen te kunnen benoemen of deze onder representatieve omstandigheden zijn uitgevoerd. Deze representatieve verwerkingscapaciteiten hebben niet ten doel om geunnetingen , die zijn uitgevoerd bij een momentane verwerkingscapaciteit , te extrapoleren naar een uurgemiddelde ontwerpcapaciteit.

In de onderstaande tabel 2. 4 is , indachtig het bovenstaande , op basis van ervaringsfeiten binnen Sonac voor iedere verwerkingslijn de bandbreedte aangegeven voor een dergelijke representatieve verwerkingscapaciteit. Tabel 2. 4 Overzicht representatieve verwerkingscapaciteiten per verwerkingslijn

Verweridngslijn

Uurgemiddelde ontwerpcapaciteit ftonluurl)1

Vleesmeelliin

57

51

31 8. 9 11 15

28 8 9. 6

Pluimveemeellijn Specialtiesliin

1) 2)

Verenmeellijn Bloedmeellijn Haarmeellijn

Uurgemiddelde verwerkingscaDaciteit rtonluurl 2)

Bandbreedte representatieve uurgemiddelde verweridngscaDaciteit rton/uurl 29-57 15-31 3-8. 9 3 -11 5-15

13. 6 , , 4. 5 4 18-45 Uurgemiddelde ontwerpcapaciteit berekend op basis van de oorspronkelijke ontwerpbasis van 108 uur per week , gedurende 52 weken per jaar; Uurgemiddelde verwerkingscapaciteit berekend op basis van de standaard bedrijfstijd voor verwerking van 120 uur per week , gedurende 52 weken per jaar.

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-8-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

-

_

-

-

__

000 _0. 0_ 000 . OYAL HAJKONING

3

BESCHRIJVING LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES

~. 1

G~rem~~L~n~:S~o:n:a~c~============~

_______

De verse men e verWel1rngsproeess-errvaA-S0Aae-bestaan_honfd < akeli'k uit esleten proeesapparatuur. Oat wil zeggen dat er tijdens nermale bedrijfsveering geen proeeslueht vrij zal kemen. Op plaatsen waar deze proceslucht wei vrijkemt , werdt deze gericht afgezegen. Daarnaast werden de procesruimten ten beheeve van het werkklimaat geventileerd en werden de ruimten deer het afzuigen van de ruimtelueht ep lichte enderdruk geheuden waardeer tevens diffuse geuremissie werdt beperkt. Afzuiging werdt eok aangewend em eendensatie in bepaalde enderdelen te beperken. Het merendeel van de afgasstromen werdt bielegisch gezuiverd doer middel van luchtwassers en biefilters met een tetaal geurverwijderingsrendement van minimaal

80%. Bij een geed gedimensieneerd biefilter werden dergelijke verwijderingsrendementen haalbaar geacht 5. 6. De biefilters zijn gevuld met een dragermateriaal van boomsehers ef een eombinatie van wertelheut en Zweedse heide (vanwege de grove structuur). De gezuiverde en veehtige lucht wordt deels via 60 meter hoge scheerstenen afgeveerd en deels afgeveerd ep maaiveldheegte direct uit de (epen) biefilters. In tetaal werdt ep dit mement circa 400. 000 tet 450. 000 m 3 lucht per uur behandeld en naar de atmosfeer geemitteerd. De belasting van de luchtbehandelingsinstallaties is afgestemd ep het debiet van de bij de ventilatie betrokken ventilateren. Tevens vindt geuremissie plaats via de carrousels van de AWZI. Een kleiner deel van de afgasstromen , de zegenaamde nen-cendensables (niet condenseerbare gassen en dampen) en een aantal everige sterk geurheudende afgasstremen werdt als verbrandingslucht ingezet in een daartee speciaal ingerichte steomketel in het ketelhuis. Het geurverwijderingsrendement van de aldus behandelde afgasstromen bedraagt vrijwel 100%. De beschikbare capaciteit van deze installatie is circa 15. 000 m3/uur. De selectie van de aldus te behandelen afgasstromen is gebaseerd op de te verwachten mate van bielogische afbreekbaarheid (slecht afbreekbare geurcemponenten) alsmede de intensiteit van de geur.

In totaal beschikt Sonac over een zestalluchtbehandelingsinstallaties • LBI Breker / Ontvangsthal; • LBI Vleesmeel-/ pluimveemeellijn; • LBI Bleed I Veren I Haarfabriek; • LBI Fabriek Bijzendere Grondsteffen (FBG); • •

(LBI's):

LSI Kerrelpersen; LSI Ketelhuis.

Daarnaast vindt geuremissie plaats via de carrousels van de AWZI. Een nadere beschrijving van de luchtbehandelingsinstallaties (LBI's) is epgenomen in §3. 2. De plattegrend van de geuremissiepunten binnen de Senac inrichting is epgenemen in bijlage 1.

5 6

'Beschrijving van luchtemissiebeperkende technieken' , InfeMil , L26 , maart 2000 Bijzandere Regeling G4 uit Nederlandse Emissie Richtlijn (NeR) , InfaMil , april 2003

Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-9-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

___~

DOD D. D_ ODD . OYAL HAIKONING __

3. 2

---~. 271

8eschrijving luchtbehandelingsinstallaties

b~I~Breker:LQntvangs S!~I ============-____________ De LBI Breker 7O n angs allJErsta-atuit-een-wasse , ter-eeV0GAtiging-var.l.-biomateriaa---_ < _ en neutralisatie van geurcomponenten van de te behandelen proces-en ventilatielucht , en een nageschakeld biofilter. De wasser wordt bedreven met bronwater (verversings3 3 debiet circa 2 tot 5 m/uur en circulatiedebiet circa 50 m/uur). Met behulp van een ventilator worden de afgasstromen via de wasser afgezogen en naar het biofilter getransporteerd. Het biofilter is uitgerust met een sproeiinstallatie " die indien nodig kan worden gebruikt ter bevochtiging van het filtermateriaal met naar keuze met effluent of , indien nodig , bronwater. De gereinigde lucht wordt via het open biofilter naar de omgeving geemitteerd. In deze LBI worden voornamelijk laagbelaste geurstromen behandeld.

In september 2003 is het biofilter voorzien van nieuw biomateriaal , zijnde boomschors. 3 geurhoudende lucht behandeld. De bedhoogte en Momenteel wordt circa 70. 000 m/uur 2 het filteroppervlak van het biofilter bedragen respectievelijk circa 15, meter en 528 m. 3 2 De actuele oppervlaktebelasting van het biofilter bedraagt hiermee circa 133 m/m. uur. De verblijftijd van de afgasstroom bedraagt circa 40 seconden. De LBI wordt nominaal belast tijdens normale productie en laagbelast tijdens productiestilstand.

De LBI Breker / Ontvangsthal in de actuele situatie (status periode 10 -2004) is schematisch weergegeven in de onderstaande figuur 3. 1.

Evaluatie Geurreductie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-10-

9P7625. 0 1/R0003/RVLlJIA S/Nijm 13 april 2005

_

_

__

000 _0. 0_ 000 . DYAL HAIKDNING

Figuur 3. 1 Schematisch overzicht actuele situatie LBI Breker I Ontvangsthal (status periode 10. 2004)

onderdeel van pluimveemeellijn

wasser

22B-MS-652

biobed

(open)

3. 2. 2

LBI Vleesmeel-/ Pluimveemeellijn De LBI Vleesmeel-/ Pluimveemeellijn bestaat uit een wasser , ter bevochtiging van de te behandelen proces- en ventilatielucht , en twee nageschakelde biofilters , een zogenaamd noordbed en een zuidbed. Met behulp van twee ventilatoren worden de afgasstromen via de wasser afgezogen en naar de biofilters getransporteerd. De verdeling over de ~iofilters is naar rato van het oppervlak ervan verdeeld. De biofilters zijn overdekt en de behandelde lucht wordt via een 60 meter hoge schoorsteen geemitteerd. De biofilters zijn uitgerust met een sproejinstaliatie " die indien nodig kan worden gebruikt ter bevochtiging van het filtermateriaal met effluent. De wasser wordt met bronwater 3 bedreven. Het verversingsdebiet van het waswater bedraagt circa 2 tot 5 m/uur terwijl 3 het recirculatiedebiet 270 m/uur bedraagt. In deze LBI wordt voornamelijk laagbelaste luchtstromen behandeld. In juni 2004 is zowel het noord-als het zuidbed voorzien van nieuw biomateriaal , zijnde boomschors.

Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-

11 -

9P7625. 01/R0003/RVLlJI AS/Nijm 13 april 2005

000

oeD

.

000 OYAL HAl KONING

3 Momenteel wordt in de twee biobedden in totaal circa 130. 000 m/uur geurhoudende lucht behandeld. De bedhoogtes en filteroppervlakken van ieder bed bedragen --------fespectievelijk. . circ~1. 5- efer en 384 m 2 De actuele oppervlaktebelasting van de iofiltersoe raagt-hiennee-circa-169 m-/m-. uur. Q e-verblij Jjd-van e. afga5M(01lm-------' bedraagt circa secon en. e-tBtwordtnominaal-belast-tijeens-nGrmale. producti. e_e. LI-_ laagbelast tijdens productiestilstand. .

.

.

.

De LSI Vleesmeellijn-I Pluimveemeellijn in de actuele situatie (status periode 102004) is schematisch weergegeven in de onderstaande figuur 3. 2. Figuur 3. 2 Schematisch overzicht LBI Vleesmeel-I Pluimveemeellijn (status periode 10 -2004) meelverwerking verdieping 5200+

s c

s wasser

228-WF-650

5x ruimteafzuiging ontvettingsafdeling

bi obedden 228BF-652/653

t

e e n

ruimteafzuiging ontvt!irln'~frlo!llnn " " 3x ruimteafzuiging ontvettingsafdeling leesband 224·T8-316

D

onderdeeJ van vleesmeellijn onderdeel van pJuimveemeellijn

Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Oefinitief rapport

-12-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

__

_

_

eee

_0. 0_ 000 . OYAL HASKONING

3. 2. 3

LBI Bloed / Veren / Haarfabriek

LBLBheJ:l / \Ie. e Haarfabriek bestaat eveneens uit een wasser. voorzien van zuuraos9Ting-;-terbevochtiging-van de-te--behafleelen I3reees--en-ventilatielucf:lt •. met----------:t=we:-e=:-:n=-=a=-g=:-e:::-s:::.c;;;ael , " "< e lofilters , emrzergenaamd-rroord=bed-en-een-zttid-bed:-8e--------verdeling over de biofilters is naar rato van het oppervlak ervan verdeeld. Met behulp van twee ventilatoren worden de afgasstromen via de wasser afgezogen en naar de biofilters getransporteerd. De biofilters zijn overdekt en de behandelde lucht wordt via een 60 meter hoge schoorsteen naar de buitenlucht afgevoerd. De wasser wordt bedreven met effluent waarbij het verversingsdebiet van het waswater circa 2 tot 5 3 3 m/uur bedraagt terwijl het recirculatiedebiet circa 270 m/uur bedraagt. De biofilters zijn uitgerust met een sproeiinstaJlatie " nodig die indien kan worden gebruikt ter bevochtiging van het filtermateriaal met effluent of , indien nodig , bronwater. ----_-ue.

..

.

_

In deze LBI worden voornamelijk behandeld de ruimteluchtafzuiging van de Bloed / Veren / Haarfabriek (waaronder de bunkers en de verenvulafdeling) en afzuiging van de veren-en bloedautoclaven , de trommeldroger en diverse apparatuur van de meelafdeling van deze fabriek. In deze LBI worden hiermee voornamelijk laagbelaste geurstromen behandeld. In maart 2004 is zowel het noord-als zuidbed voorzien van nieuw biomateriaal , zijnde boomschors. 3

Momenteel wordt circa 130. 000 m/uur geurhoudende lucht behandeld. De bedhoogtes bedragen voor beide bedden circa 15, meter. Het noord-en zuidbed hebben een 2 filteroppervlak van respectievelijk 526 men 384 m 2 De actuele oppervlaktebelasting 3 2 van de biofilters bedraagt hiermee circa 143 m /m. uur. De verblijftijd van de afgasstroom bedraagt circa 38 seconden. De LBI wordt nominaal belast tijdens norma Ie productie en tijdens productiestilstand. .

De LSI Bloed / Veren / Haarfabriek in de actuele situatie (status periode 10 -2004) is schematisch weergegeven in figuur 3. 3.

Evaluatie Geurreductie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-13-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

_

_

_

__

oao _OeD __ 000 . OYAL HAIKOIIIIIG

Figuur 3. 3 Schematisch overzicht actuele situatie LSI Sioed I Veren I Haarfabriek (status periode 10 -2004)

penelevator veren 242-T5-006

afzuiging bunkerkelder verenlhaar

haarbunker 22:-T-001 >

kop transportbanden veren (2)

kop transportbanden haar (2)

stopbus mixer veer 244-MX-050

pakkingen hydroliser veer 244-CK-066 pakkingen hydroliser haar 233-CK-1 05 01 stopbus 24:-MX-1 > haar

5 C

h o

o

ruimte-afzuiging (bij

bloeddecanters)

5 t

wasser

248-

VVF-1S0

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Oefinitief rapport

-14-

biobedden 248-BF1601161

e e

n

9P7625. 01/R0003/RVUJ/AS/Nijm 13 april 2005

000 0. 0_ DOD . OVAL HA. KONING

x -

·elevator:-233. E-=-O'S[ elevator

ruimteafzuiging schudzeef

stoffi Iter I I 244-AF-051

afzuiging silo zakkenfilter 243-AF-050

afzakken 243-TS-073

~

schudzeef bl

ruimteafzuiging trommeldroger bloed 244-D-051

.»

""

ruimte-afzuiging bij

schijvendrogers

afzuiging losm. bloedautoclaven

243-CK-065/66/67/69 lintrnenger bloed 243-MX-051

I

stopbussen

bloedautoclaven

243-CK-065/66/67/69 buHzeef bloed

243-RS-051

Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B. V. Definitief rapport

-15-

9P7625. o1/Roo03/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

000 0. 0 __ 000 ROYAL HA. KONING

LBI FBG

3. 2. 4 -

-

-

-geze-LBI-bestaaLuileen_wasser , te be ochti9iDg van de aan eboden proces-en vennfatle uc en een n geschakeld biofilter~Beze LBI-behandelt de-afgasstromen uit eFabriek voor Bijzon ere Gron sto en. -etDen Ip an-e-errventilator-wordende--------" afgasstromen via de wasser afgezogen en naar het biofilter getransporteerd. De wasser 3 wordt bedreven met bronwater (verversingsdebiet circa 2 tot 5 m/uur en recirculatie3 met debiet circa 20 m/uur). Het biofilter is uitgerust een sproeirnstallatie die indien nodig kan worden gebruikt ter bevochtiging van het filtermateriaal met naar keuze effluent of , indien nodig , bronwater. In deze LBI worden voornamelijk laagbelaste geurstromen behandeld. _

In maart 2004 is het biofilter voorzien van nieuw biomateriaal , zijnde wortelhout en Zweedse heide. 3 Momenteel wordt circa 30. 000 m/uur geurhoudende lucht behandeld. De bedhoogte bedraagt circa 1 meter en het filteroppervlak bedraagt 528 m 2 De actuele oppervlakte3 2 belasting van het biofilter bedraagt hiermee circa 57 m/m. uur. De verblijftijd van de afgasstroom bedraagt circa 63 seconden. De LBI wordt nominaat be last tijdens normate productie en laagbelast tijdens productiestilstand. .

De LBI FBG in de actuele situatie (status periode 10 -2004) is schematisch weergegeven in figuur 3. 4. Figuur 3. 4 Schematisch overzicht actuele situatie LBI FBG (status peri ode 10 -2004) wasser

238-WF-402

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. v. Definilief rapport

-16-

biobed 840-MS-410

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/N ijm 13 april 2005

_

__

DOD _OeD _ DOD . OYAL HAl KONING

3. 2. 5

-

LBI Korrelpersen

--

De LBI Korrel ersen bestaat uit twee wassers en twee nageschakelde biofilters (2 x 64 2 mJ;-waarin-de-koellucht-vafl-Ele-twee-ker=relpersen behandeld-w0rdt. Met-e ulp-van-een ventilatorwordtde kO'ellochtvia-eerrcycloon-afgezegen-e via-de-wasser-naaF--Ret-biofilter getransporteerd. Eventueel meegevoerd meel wordt met behulp van een cycloon uit de afgasstroom verwijderd. In de wassers wordt de lucht bevochtigd door middel van bronwater. De biofilters zijn uitgerust met een sproei'installatie die indien nodig kan worden gebruikt ter bevochtiging van het biofiltermateriaal met bronwater. De beide biofilters zijn voorzien van wortelhout en Zweedse heide als biomateriaal 3 Momenteel kan in totaal circa 28. 000 m/uur geurhoudende lucht worden behandeld. De bedhoogte en het filteroppervlak van ieder van de biofilters bedragen respectievelijk 2 circa 15, meter en 64 m • De actuele oppervlaktebelasting van het biofilter bedraagt 3 2 hiermee circa 219 m/m. uur. De verblijftijd van de afgasstroom bedraagt circa 25 seconden. De LBI is aileen in bedrijf als de korrelpersen in bedrijf zijn (indien een korrelpers in bedrijf is , dan is ook een wasser/biofilter in bedrijf).

De LBI Korrelpersen in de actuele situatie (status periode 10 -2004) is schematisch weergegeven in figuur 3. 5. Figuur 3. 5 Schematisch overzicht actuele situatie LBI Korrelpersen (status periode 10 -2004) c

y

c

I

1--------11

o o

wasser

biobed

noord

(open)

501

n c

y c

I

t---------iI

o o

wasser

zuid

500

r--

-

--

---ti

biobed

(open)

n

3. 2. 6

LBI Ketelhuis De LBI Ketelhuis bestaat allereerst uit een wasser , die wordt bedreven met leidingwater 3 3 en recirculatiedebiet 25 m/uur) , gevolgd door twee (verversingsdebiet 10 tot 20 m/uur waterafscheiders (lame lien en centrifugaal). De bestaande gaswasser is in principe primair bedoeld voor het afscheiden van stof en vetdruppels. Daarnaast wordt beoogd een gedeelte van het aanwezige ammoniak (NH3) en waterstofsulfide (HS) te 2 absorberen. Vervolgens wordt de afgasstroom in ketel 1 van het ketelhuis verbrand. Met behulp van een ventilator worden de afgasstromen via de wasser afgezogen en naar de ketel getransporteerd. De afgasstroom wordt gebruikt als verbrandingslucht in de ketel en er wordt stoom opgewekt ten behoeve van de productieprocessen.

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-17-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

----

000 0. 0_ 000 ROYAL HAIKOIIIIIIIG _

----_ -

--

--- -

De afgasstromen , die in deze LBI worden behandeld , zijn stromen met relatief zeer 3 hoge geurconcentraties (» 1. 000. 000 ge/m). Het betreft hierbij met name de niet_- -Ico[lde~ns~erba~e dam en uit verschillende condensors. Daamaast wordt nog een aantal a: QogwaJiser van'-----ove-rige~sterJ-getJrhoudende < afgasstremen verbr-and zoals. die va e oeaon angs , de-wasservarrde-vetperserr-eraekIiAgSGRrGeVeR , vetbezinktanks. eu-_ de drain bunker (volledigheidshalve wordt verwezen naar de schematische weergave van de actuele situatie LBI Ketelhuis in figuur 3. 6). .

3

De capaciteit van deze LBI bedraagt circa 15. 000 m/uur. Uit recente metingen is 3 gebleken dat momenteel reeds circa 15. 000 m/uur geurhoudende lucht wordt afgevoerd via de LBI. Ten einde de (beperkte) volumetrische capaciteit maximaal te benutten , worden vrijwel aile aangesloten afgassen eerst behandeld in luchtcondensors. In deze luchtcondensors vindt volumetrische reductie plaats door watercondensatie van de afgassen waardoor geurhoudende componenten worden afgescheiden. De LBI Ketelhuis in de actuele situatie is schematisch weergegeven in figuur 3. 6.

Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport

-18-

9P7625. 01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm 13 april 2005

_

_

__

000

_oeD

_

DOD . OVAL HA. KONING

Figuur 3. 6 Schematisch overzicht actuele situatie LBI Ketelhuis (status peri ode 10 2004) craekli n§sehreeven

-

22~:rS-~06=308-S-n £70=T- -s:4u I

drainbunker 224-SP-301 sehroef 224-TS-326

W

vetpersen 276-EP-001/002

vaeuumpomp CG-trap 222-P-114 vet ree. tanks

222-T-119/120/122 groftank 222-T-124

fijntank 276-T-126 vet ree. tanks

276-T-011/012 hotwell 222-T-153

I I

vetopslagtanks 802-T-201/211 vetpersen 224-EP-301/306

AW tank 201 T001

rl afvoersehroef 276-TS-039 H vulschroeven 222-TS-111/112

I

H H

}

~9 lueo r ~ 228-C0-600

H

HP-bunker 222-T-140 HP-sehroef 222-TS-144 HP-schroefplm 276-TS-039

~

~

afvoerschroef 222-TS-121 groftank 276-T-121

L--J

~

vaeuumpomp C3-trap 222-P-167

H

f-r-

vaeuumpomp autoelaven 223-P-2011202

Y

~

vetnabezinktanks 223-T-301-309

. . . .. -

f-

ontvangsttanks vI. grondstoffen 229-T-001/002l003 r--

I

J

wasser

228-T-650

~ ketelhuis

r

waterafsehei dar 228-T-654

wasser

228-T-600

r

A -

Evaluatie Geurreductie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-19 -

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

000 _oeD __ 000 ROYAL HAIKOIIIIIG

A --_-

_- _-_-_-~~::::. :::I-schijvendrogers F. BG

--840:1:)=105/106-----

-lIrco-8140:CCT-100 J=-=s-c- I-------------_- _-_~_:. --

-

---. -

-

-

-

-

-

-

-_

_

_

_

_

_

_

schroef 840-T$. 059 verzameltank water/vet 840-T-050 schroef 840-T$. 050 tanks 700-T-001/002 vacuumpomp 243-P-090

I------------~

schijvendroger veer 0-052

fluidizer veer 244-CK-065

luco 244-CO-060

schijvendroger haar 0-106

fluidizer haar 233-CK-104

schijvendroger veer 0-100

luco 233-CO-1 06

luco 233-C0-1 00

bloedweicirc. tank 243-T-056 HP-bunker 242-TS-051 transportschroef 242-TS-050 bloeddecanters 245-SP-050/051

waco

243-CO-090

schroef 243-T$. 055 bloeooeitank 243-T-051 Opsh:fgtanks bloed

3. 2. 7

loog.

.

wasser

248WF-154

Carrousels AWZI Het gehele ontwerp en de bedrijfsvoering van de AWZI is afgestemd op mogelijke nominale belastingen. De maximale zuiveringscapaciteit is onder meer afhankelijk van de temperatuur en het slibgehalte en bedraagt circa 220. 000 -280. 000 i. e. met een zuiveringsrendement hoger dan 95%. De hydraulische capaciteit van de AWZI is 3 3 maximaal160 m/uur of 3. 840 m/etmaal.

Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport

-20-

9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005

000 _0. 0 _ 000 ROYAL HASKOIIIIIG

-

_

_

_

_

De AWZI is een laagbelaste actief slib installatie en bestaat uit de volgende onderdelen: 3 2 3 Twee carrousels (carrousel 1= 7. 500 mcirca , , • 2. 230 mcarrousel 2= 6. 250 m , ..Iirc_a.j.700 > m)J2 welke worden belucht door een negental beluchters (acht punt-

_-

beluchters-erreen-drijvende-aquaturbebeluGhterj; ,

-------_

_

__

--------------~.~~~n~e~n~a'bezlnRmnkss~------------------------------------------------_ , • Een membraanfiltratie-unit; • Een slibindikker; Een bandfilterpers met polymeerdosering; • 3 • Een slibopslagsilo (inhoud 50 m); • Effluentput met meet-en bemonstervoorzieningen; • Twee zandfilters voor effluentpolishing. Gezien de aard van het te zuiveren afvalwater en het emitterend oppervlak via de carrousels , vindt met name bij dit onderdeel van de AWZI geuremissie plaats. De carrousels van de AWZI zijn recentelijk gedeeltelijk afgedekt. Dientengevolge 2 bedraagt het feitelijk emitterende oppervlak van de carrousels respectievelijk 1. 750 m en 1. 540 m.2 3. 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=033358cd-ae36-4a16-a0d0-9f713b61cfc5