04 - Bijlage 7 - Royal Haskoning Nederland BV (2005) Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B.V.
Tekst van het document
Overzicht karakteristieken LBl's en carrousels AWZI De belangrijkste karakteristieken van de LSI's en de Carrousels AWZI zijn weergegeven in de onderstaande tabel 3. 1.
Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B. V. Definitief rapport
-21
-
9P7625. 0 1I R0003/RVLlJIA S/N ijm 13 april 2005
__
(geanonimiseerd)
ROYAL
|
HASKONING
Tabel 3.1 Overzicht karakteristleken LBI's
Í
Afgasdebiet
[m*/uur]
LB! Breker
/
Boomschors
Ontvangsthal LBI Vleesmeel- /
Wasser en twee gesloten
LB! FBG
biofilters (noord- en zuidbed)
Wasser en een open biofilter
bron LBI Korrelpersen
Twee wassers
en
twee
nageschakelde op elkaar e
LB! Ketelhuis
Wasser en twee water-
e
| Oppervlakte-
Wortelhout en
(open
30.000
Zweedse
biofilter)
heide
bron
Zweedse
Oppervlakte-
Wortelhout en
biofilter
heide
(open
Oppervlakte-
Verblijftijd
Verversings-
Im?]
biofilter
[sl
gaswasser
biofilter
70.000
Knal dn dt000 |
Schoorsteen
| 60 m hoogte LB! Bloed / Veren / | Wasser met zuurdosering en | Schoorsteen 60 m hoogte twee gesloten biofilters Haarfabriek
Pluimveemeellijn
Oppervlakte
belasting
en
„uur
biofilter
debiet
mè/uur)
‚|
Reeclrculatledebiet gaswasser
m?/uur!
at ER
hes
PNL
Schoorsteen
afscheiders gevolgd door
ketelhuis 42
verbranding van de lucht-
hoogte
m
stroom in ketel 1 Carrousels AWZI
Optimale beluchting via acht een puntbeluchters drijvende aquaturboen
Oppervlaktebron
Nihil
(oppervlaktebron)
beluchter
Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B.V.
Definitief rapport
-23-
ET 01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm 13 april 2005
ooo LJ
oon
ROYAL
EVALUATIE
GEURREDUCTIE
HASKONING
VAN 1995 TOT 2004
Toelichting In dit hoofdstuk
_
Dn
reductiedoelstellingen van de geuremissies zoals vastgelegd in de vigerende Wm-vergunning. aan
4,2
de
wordt beschreven op welke wijze tot op heden uitvoering is gegeven
Evaluatie Het Plan
Plan van
van
Aanpak
Aanpak 1
voor
(periode 1999
2
de
periode 1992
—
—
2010)
2004 stelde als doel
een
resultaat-
verplichting om uiteindelijk een geuremissiereductie van 70% in het jaar 2004 ten opzichte van de uitgangssituatie in 1992 te bewerkstelligen. Deze reductie was noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de geurconcentratie van 10 ge/m° als 98-percentiel niet meer wordt overschreden ter plaatse van de woonbebouwing in Sumar. Deze reductie zou moeten worden bewerkstelligd door het toepassen van adequate geurreducerende maatregelen. In de onderstaande tabel 4.1
weergegeven
voor de
Tabel 4.1 Geuremissie
zijn de emissiegegevens (gebaseerd
uitgangssituatie
uitgangssituatie
op
in 1992.
periode 10)
1992
Actuele benaming emissiepunt
Uitgangssituatie 1992 x10° ge/uur]
LB! Breker / Ontvangsthal
4.148
LBI Vleesmeel-/ Pluimveemeellijn
9.578
LB! Bloed / Veren / Haarfabriek LB! FBG LBI
Korrelpersen
LBI Ketelhuis
)dre siminonaeg(
Carrousels AWZI Biofilter AWZI
Na evaluatie van het Plan
van
Aanpak
1 is in 2000 een nieuw Plan van Aanpak dat in 2004 de doelstelling van 70% geurreductie
opgesteld om er zorg voor te dragen ten opzichte van 1992 daadwerkelijk zou worden bewerkstelligd. In dit Plan van Aanpak 2 is hiertoe een nadere uitwerking en detaillering gegeven van de in het Plan van Aanpak 1 nog niet nader benoemde (procesgeïntegreerde) maatregelen om de 70% reductiedoelstelling voor 2004 ten opzichte van 1992 te behalen. Daamaast zijn ín het Aanpak 2 op basis van nieuwe inzichten verdergaande emissiereducerende maatregelen geformuleerd voor de lange termijn (2004 2010). De maatregelen, die in de voorafgaande jaren zijn gerealiseerd door Sonac, kunnen in grote lijnen als volgt worden gekarakteriseerd door procesgerelateerde technische maatregelen en verdere aanscherping van de reeds aanwezige operationele beheersmaatregelen van de LBI's. Plan
van
-
De
procesgerelateerde technische maatregelen omvatten voornamelijk eliminatie dan wel vervanging van bestaande installatieonderdelen door technische uitvoeringen die resulteren in minder geuremissie. De belangrijkste getroffen procesgerelateerde maatregelen zijn opgenomen in de onderstaande tabel 4.2. Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum Definitief rapport
B.V. -23-
9P7625,01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm 13 april 2005
(geanonimiseerd)
BOVAL HASKONING
Tabel 4.2 Voorgestelde maatregelen tot en met 2003 in kader van Plan van Aanpak 2 en de status van de maatregelen
Optimalisatie gaswasser en vervanging biofillermateriaal
Nieuw lamellenpakket in de wasser Biobed voorzien van boomschors
Gerealiseerd eind 2003
LBI Vleesmeel-/ Pluim-
Stopzetten verwerking surplusslib
Afvoer slib naar de landbouw
Gereallseerd in 1999
veemeellijn
Onderzoek naar afvalwaterafvoer en
(Destructor)
Toepassen besproelingssysteem bij overkapt biofilter van destructor waarbij effluent van AWZI als sproeiwater kan worden ingezet
hi
Verwijdering van 1 autoclaaf uit destructor na realisatie
Verwijderd
LBI Breker / Ontvangsthal
Gerealiseerd in 2003
afzuiging van de bedrijfsriolering bij de destructor
van
continue verwerking van
Gerealiseerd in 2000
vh
dn
ik
Kr med Gerealiseerd In 2000
aa
|
|
|
Gerealiseerd in 2003
pluimveeslachtbijproducten
Vernieuwing autoclaaf pluimveemeellijn
Functie wordt
LBI Bloed / Veren /
Vervanging trommeldroger door schijvendroger waarbij afgassen van schijvendroger
Haarfabriek
als non-condensables worden afgevoerd naar het ketelhuis
van per
autoclaaf is vervallen; autoclaaf
gerealiseerd
Gerealiseerd in 2003 Afzuiging van de fluidizers van de veren- en
de te behandelen afgasstroom kan worden teruggebracht. De afgasstromen met non-condensables zullen hierbij worden afgevoerd naar het ketelhuis
haarmeellijn via een luco op het noncondensables systeem (afkoppelen van LBI
Gpripeert
Verdergaande compartimentering en afsluiting procesonderdelen waardoor de omvang van
Niet
2003 als buffervat gebruikt
Bloed / Veren / Haarfabriek)
Í
in 2004
In
blobedden
Gerealiseerd
LBI FBG
Verdere
onttrekking en afvoer van non-condensables, afkomstig optimalisatie van de Restex vettanks, naar het ketelhuis
Afzuiging van resten voltanks aangesloten op
Gerealiseerd
LB!
Onderzoek tot aansluiten afgasstroom
Nader onderzoek naar technische
Niet gerealiseerd
Beperken bronwater als sproei-
en
spoelwater van biofilters en vervangen door
effluentwater AWZI
Korrelpersen
van de
van
korrelpersen op LB! FBG
Gebruik van effluent voor
bevochtiging
de
van
haalbaarheid. Uit metingen blijkt dat LB! ook bij discontinue belasting LB! AWZI
goed functioneert
Biofilter is in 2003 uit gebruik genomen
Niet gerealiseerd
Opzetten anaërobe zuivering om meest vervuilde afvalwaterstromen (o.a. Restex) te
Afvalwater wordt elders
Niet gerealiseerd
Onderzoek
naar
gezuiverd
Doorlopende actie
verdere uitbreiding verbranding
Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B.V. Definitief rapport
in 2000
Vergroting biofilter indien beluchte slib meer geurcomponenten bevat dan verwacht behandelen
LBI Ketelhuis
in 2001
|
9P7625,01/ROOO3/RVLIJ/AS/Nijm -24-
13
april 2005
DOD 0. 0_ DOD . OYAL HAlkONllliG
-
4. 3
-
-
In het Plan van Aanpak 2 is voor 2004 een totale geuremissie geprognosticeerd van 6 5.950x10ge/uur , welke overeenkomt met een geurreductie van circa 70% ten opzichte -van de uitgangs. s. Jtuatie 1992. Middels de enoemde maatregelen werd verwacht de
reaualeaoelstellingen-te-bewerkstelli§en;----------_
_
_
__
Evaluatie Plan van Aanpak voor de korte termijn In 2003 zijn door Sonac alsmede door het bevoegd gezag ex. Wm , de provincie Fryslan , geuremissiemetingen uitgevoerd ter toetsing van de geuremissiedoelstellingen voor 2004. Daar naar aanleiding van deze metingen twijfel is ontstaan omtrent de haalbaarheid van de geprognosticeerde geuremissies voor 2004 , is door Sonac een 7 Plan van Aanpak voor de korte termijnopgesteld. Dit Plan van Aanpak voor de korte termijn beoogt inzichtelijk te maken welke aanvullende maatregelen moeten worden getroffen om zeker te stellen dat aan de in het Plan van Aanpak 2 gestelde em issiereducties voor 2004 kan worden voldaan. In dit Plan van Aanpak voor de korte termijn is allereerst geconstateerd dat hoofdzakelijk de emissie van de LSI Sioed / Veren / Haarfabriek zonder aanvullende maatregelen zou kunnen resulteren in het niet behalen van de beoogde geuremissiereductiedoelstelling. Derhalve zijn in dit Plan van Aanpak voor de korte termijn maatregelen voorgesteld die primair betrekking hebben op de LSI Sioed / Veren / Haarfabriek. In algemene zin kan worden gesteld dat voor het doorvoeren van deze maatregelen als leidend principe is gehanteerd dat aile hoogbelaste geurstromen en de non-condensables afgasstromen niet langer worden behandeld in de LSI Sioed / Veren / Haarfabriek maar worden verbrand via het non-condensables systeem (LSI Ketelhuis).
De feitelijke maatregelen zijn onderstaand weergegeven in tabeI4. 3. Tabel4. 3 Doorgevoerde maatregelen in kader Plan van Aanpak voor de korte tennijn Locatie LBI Bloed I Veren I Haarfabriek
Uitvoering Realiseren van reehtstreekse aflaat van de productstroom uit de hydrolizer veren op de sehijvendroger Aansluiten van afzuiging van de fluidizers van de veren-en haanneellijn via een luco op het non-eondensables systeem
Status maatregel Gerealiseerd in 2004 Gerealiseerd in 2004
(I. e. LBI Ketelhuis)
Loskoppelen van bloeddecanters en aansluiting op noncondensables systeem (i. e. LBI Ketelhuis) Verwijderen van f1ashvat veren
Gerealiseerd in 2004 Gerealiseerd in 2004
Rappartage 'Plan van Aanpak voar de korte termijn voor Sanae' , PRA , rappartnummer SONA04A1 , d. d. januari 2004 Evaluatie Geurreductie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport
-25
-
9P7625. 0 1I R0003/RVLlJIA S/Nijm 13 april 2005
000 0. 0_ 000 . OVAL HAIKOIilING __
4. 4
Evaluatie concept Plan van Aanpak Geurreductie 2004 -2014
--------Vooruitlopend-op. . danu~vo. a(liggflr:Lde aanvraa om Wm-vergunning heeft Sonac een nieuw P an van Aan a'k-opgesteld om-inzichtelijk-te-maken-welke-nade~re--------- "" geuremissiereduceren e maa regel'ernt(JOrSonac-zullen-w(:rc;feA-§etr~ffeA-om-e > verdergaande emissiereductie te bewerkstelligen. Hiertoe is door Royal Haskoning , in opdracht van Sonac , een eerste concept rapport 'Plan van Aanpak Geurreductie 2004 2014' B opgesteld. Het betreffende rapport is door Sonac eind april 2004 gezamenlijk met de concept vergunningaanvraag ingediend bij bevoegd gezag. Uitvoering van de in het rapport genoemde maatregelen was op dat moment beoogd voor (eind) 2004 en 2005. -
Met het oog op een verdergaande geuremissiereductie heeft Sonac evenwel inmiddels een groot gedeelte van de in dit (concept) rapport genoemde maatregelen reeds doorgevoerd. Daarnaast zijn op basis van voortschrijdende inzichten nog nieuwe mogelijke emissiereducerende maatregelen ge'identificeerd en (gedeeltelijk) inmiddels doorgevoerd. Een actueel overzicht van de inmiddels doorgevoerde maatregelen is weergegeven in tabel 4. 4.
a
Concept rapportage 'Plan van Aanpak Geurreductie 2004 -2014 , Inventarisatie en evaluatie van luchtbehandelingsinstallaties' , Royal Haskoning , rapportnummer 9P4748.01/R0006M1D/AS/Nijm , dd. , 28 april 2004
Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport
9P7625O, 1/R0003/RVLlJIA S/Nijm -26-
13 april 2005
(geanonimiseerd)
BOYAL
Tabel 4.4 Doorgevoerde maatregelen in kader van
Locatie
LBI Breker /
Ontvangsthal
concept Plan van Aanpak Geurreductie
Optimalisatie afzuigsysteem waardoor de afvoer van
non-condensables
naar
de LB! wordt
|
2004
-
|
Status maatregel
Uitvoering
Aansluiten vet(recirculatietanks (222-T-119/120/122) op luchtcondensor en condensables systeem
non-
Gerealiseerd in 2004
(222-TS-121/122) op luchtcondensor en non-
Gerealiseerd in 2004
(i.c. LBI Ketelhuis
Aansluiten drietal afvoerschroeven
LB! Vleesmeel- /
Optimalisatie afzuigsysteem waardoor de afvoer
Aansluiten van
Pluimveemeellijn
van
non-condensables naar de LBI wordt
|
2014
geminimaliseerd
geminimaliseerd
|
HASKONING
afzuiging van de groftank vleesmeellijn via luco 228-CO-600 op non-
condensables systeem
(l.c. LBI
Gerealiseerd in 2004 Ì
Ketelhuis
Gerealiseerd in 2004
Aansluiten van
afzuiging Hotwell en vettank na decanter (vleesmeellijn) en grof- en fijntank pluimveemeellijn) via luco 228-CO-600 op
Aansluiten
van
afzuiging van de pluimveevettanks 276-T-011/012/013
non-condensables systeem Aansluiten
van
de
i.c. LBI Ketelhuis)
|
via de luco van het |
(i.c. LB] Ketelhuis)
afzuiging van de Hotwell via de luco van het non-condensables systeem
Aansluiten van de afzuiging vetrecirculatietanks 276-T-011/012/013 van de pluimveemeellijn via luco 228-CO-600 op non-condensables systeem
(i.c. LB! Ketelhuis,
in 2004 Gerealiseerd Í
| Gerealiseerd in 2004
Saneren van HP-bunker 222-T-137 waardoor afzuiging van bunker is komen
Gerealiseerd in 2004
te vervallen Aansluiten
van
Aansluiten van systeem
erealiseerd in 2004
vulschroeven 222-TS-111/112 op luchtcondensor en non-condensables
afzuiging tussenbunker 222-T-140 op luchtcondensor en non-condensables
(i.c. LBI Ketelhuis
feefeplsoerd
Aansluiten van HP-transportschroef 222-TS-144 op luchtcondensor en non-condensables systeem
Gerealiseerd in 2004
(i.c. LB] Ketelhuis
Aansluiten van
(Gerealiseerd in 2004
afzuiging afvoerschroef na decanter 276-TS-039 van pluimveemeellijn op de
luchteondensor en non-condensables systeem
(l.c. LB! Ketelhuis
|
Aansluiten van
afzuiging ontmetalisering pluimveemeellijn op de luchteondensor en noncondensables systeem (i.c. LB! Ketelhuis
Vervangen biofiltermateriaal
Evaluatie Geurreductie Sonac
Definitief rapport
in 2004
Biobedden voorzien
van
Burgum B.V, -27-
boomschors
Gerealiseerd in 2004 |
‚Gerealiseerd in 2004
9P7625/01/RO0O/RVLIJ/AS/Nijm 13 april 2005
II DC. OeD _ DOD HAIKONING . OVAL _
I
I :
locatie LBI Bloed { Veren { Haarfabriek
LBI FBG LBI Korrelpersen LBI Ketelhuis Carrousels AWZI
Maatregel Optimalisatie afzuigsysteem waardoor de afvoer van non-condensables naar de LBI wordt
geminimaliseerd I Vervangen biofillerrnateriaal Optimalisatie gaswasser Vervanoen biofiltermateriaal
Uitvoering
StatLs maatregel
Aansluiten van afzuioino opslaosilo bloedmeel via een zakkenfilter Aansluiten van afzuiging van de bloedcoagulatie en aan-en afvoerschroeven via een condensor op het non-condensables systeem (LBI Ketelhuis)
~EIe rj1liSeerd 1\ in 2004
Biobedden voorzien van boomschors Realiseren van zuurdosering Biobedden voorzien van nieuw biomateriaal. ziinde wortelhout en Zweedse heide
Geen recent dooroevoerde maatreoelen Onderzoek naar verdere uitbreidino verbrandinoscapaciteit non-condensables systeem Geen recent doorgevoerde maalregelen
Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B. V. Definitief rapport
-28-
Ger~alliseerd in 2004 Gerkdliseerd in 2004
$er¢~lIseerd in 2004 GerkJliseerd in 2004
j,
).Doorlopende , I I aclle .
I I,
9P76251°'iI0003lRVLlJIASINIIO
13 april 200~
ooo Hel ooo
ROYAL
4.5
Emissiereductiedoelstelling
voor
HASKONING
2004
De
doorgevoerde maatregelen, zoals hierboven beschreven, hebben tot doel gehad geuremissiereductie van 70% te bewerkstelligen ten opzichte van de uitgangssituatie in 1992. In de onderstaande tabel-4.5-zijn de resultaten van de en 1998 alsmede de 1992 in voor 2004 conform Plan van geursituaties prognose
een
zekere
—
Aanpak
2 weergegeven.
Tabel 4.5
Vergelijking emissiecijfers
Uitgangssituatie
Benaming emissiepunt
Emissiesituatie 1998
1992
Prognose emissiesituatie 2004 (PvA2)
)dre siminonaeg(
|__z2030 _ |
14308
In het verleden is geconstateerd dat de totale geuremissie gedurende een jaar sterk kon variëren. Dit laatste werd onder meer veroorzaakt door het feit dat dierlijk restmateriaal in warme zomerperiodes over het algemeen meer aan bederf onderhevig was alvorens
het materiaal werd verwerkt in het Sonac verhoogde geuremissie in de betreffende
periodes
productieproces. Dientengevolge ontstond een zomerperiodes ten opzichte van de winter-
in eenzelfde jaar. De prognose voor de emissiesituatie voor 2004, zoals opgenomen in bovenstaande tabel 4.5, is derhalve in overleg met bevoegd gezag
gedefinieerd als een seizoensgebonden prognose, betrokken op de jaargemiddeld representatieve periode 10 (grofweg de maand oktober). Voor de overige perioden in een jaar moest gebruik worden gemaakt van een seizoensafhankelijke correctiefactor alvorens eventuele metingen onderling met elkaar te kunnen vergelijken c.q. te kunnen toetsen aan de periodespecifieke emissiedoelstelling. De laatste
jaren is de conditionering van de aangevoerde slachtbijproducten echter aanzienlijk verbeterd. Daarnaast is een snelle verwerking van de aangevoerde slachtbijproducten bij Sonac goed gewaarborgd. Door beide aspecten is de versheid van het aangevoerde en feitelijk verwerkte materiaal de laatste jaren sterk toegenomen waardoor seizoensgebonden bederf
van
het materiaal in mindere mate bepalend is
geworden voor de geurproductie. Dit laatste betekent dat het seizoensgebonden karakter van de geuremissie bij Sonac substantieel minder sterk is dan voorheen, hetgeen
belasting
eveneens van
tot
de AWZI.
uiting is gekomen
in een
aanzienlijk mindere seizoensafhankelijke
Niet minder belangrijk is dat de laatste jaren vele veranderingen zijn doorgevoerd om een optimale werking van de aanwezige LBl's te bewerkstelligen. Hiertoe zijn met name de laatste tijd veel processtromen losgekoppeld van de biofilters. Deze relatief hoogbelaste luchtstromen kunnen zorgen voor een (plaatselijke) overbelasting van de biofilters. Deze stromen worden nu dan ook afgevoerd via de LBI Ketelhuis, waar Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum Definitief rapport
B.V. -29-
9P7625.01/RO003/RVLIJ/AS/Nijm 13 april 2005
DOD .
verbranding plaatsvindt. Via de aanwezige biofilters worden nu voornamelijk de minder geconcentreerde ruimteluchtstromen behandeld en geemitteerd naar de omgeving. Juist " -a de relatief hoogbelaste rocesluchtstromen wordt verwacht dat deze worden --------ueinvloed-door-de-mate-waaFiR-het-aaF1€jevoerde-materiaal aan eaerLonder. beYjg is-. aar creze proceslochtstromen-nu-worden erbr-and-met-eeR~el:!fVelWijder::ir:lgi'---_ >" rendement van vrijwel 100% , mag worden verondersteld dat de reeds sterk afgenomen seizoensafhankelijkheid van geuremissie nog verder wordt gedempt. _
------
---
DOD OYAL HAIKONING
_
_
_
_
------
_
_
Indachtig het bovenstaande is Sonac van mening dat , voor verdere beoordeling van de actuele geuremissies maar vooral ook voor de beoordeling van de toekomstige geuremissies , de betreffende seizoensinvloed op de geuremissiedoelstellingen en op de op enig moment in een jaar uitgevoerde emissiemetingen dient te worden losgelaten. Metingen van PRA Odoumet en TNO , uitgevoerd over 2004 , bevestigen dit beeld. Door TNO is in opdracht van provincie Fryslfm een studie uitgevoerd waarin de aan de hand van metingen vastgestelde geuremissies zijn geevalueerd (zie ook hoofdstuk 5). Op basis hiervan is door TNO eveneens geconcludeerd dat seizoensinvloed op de geuremissies niet significant is. In navolging van het bovenstaande heeft PRA Odournet op verzoek van Sonac een 9 rapport opgesteld , waarin de emissieprognose voor 2004 zonder seizoensinvloed is vastgesteld. In dit rapport is toegelicht op welke wijze prognose van de emissiesituatie voor 2004 is aangepast voor de situatie zonder seizoensinvloed. Hiertoe is een rekenkundige verdiscontering doorgevoerd op de oorspronkelijke periodeafhankelijke emissiesituatie , op basis waarvan een jaargemiddelde (periode onafhankelijke) aangepaste prognose voor 2004 wordt berekend. Deze rekenkundige verdiscontering is in meer detail toegelicht in het genoemde rapport.
Voor nadere toelichting wordt kortheidshalve verwezen naar het betreffende rapport zoals opgenomen in bijlage 4 van dit rapport. In de onderstaande tabel 4. 6 is de in het genoemde rapport van PRA Odoumet vastgestelde emissieprognose weergegeven voor 2004 , indien geen rekening meer wordt gehouden met seizoensinvloed. Tabel 4. 6 Prognose geuremissies an no 2004 Benaming emissiepunt
Prognose emissiesituatie 2004
Aangepaste prognose 2004
500
313 1. 441 1. 566 63
LSI Sreker I Ontvangsthal LSI Vleesmeel-I Pluimveemeelliin LSI Sioed-I Veren I Haarfabriek
9
(PvA2) 8 [x10ge/uurl
(zonder seizoensinvloed) lx108~e/uurJ
LSI FSG LBI Korrelpersen
2. 300 2. 500 100 200
LSI Ketelhuis Carrousels AWZI Siofilter AWZI TOTAAL
100 200 50
200 100 125 gesaneerd
5. 950
3. 808
Rapportage 'Verspreidingsberekeningen met het NNM als basis voor een aanpassing van het jaarlijkse emissieverloop' , PRA Odournet S.v. , rapportnummer SONA04H1 , d. d. 25 februari 2004
Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport
-
30-
9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005
_
_
_
__
ooo
Ee ooo
ROYAL
4.6
Evaluatie actuele
geuremissies
anno
HASKONING
2004
In oktober 2004 heeft PRA Odournet, in opdracht van Sonac, de geuremissies gemeten voor de verschillende emissiepunten!®, ter verificatie van de gestelde
emissiereductiedoelstellingen voor 2004
——
opnieuw
en
—
Tijdens deze geurmetingen zijn tevens de uurgemiddelde verwerkingscapaciteiten per verwerkingslijn geregistreerd. Deze actuele uurgemiddelde verwerkingscapaciteiten zijn in combinatie met de bandbreedte voor de representatieve uurgemiddelde verwerkingscapaciteit (zoals vastgelegd in 82.3 en 82.4) weergegeven in tabel 4.7. Tabel 4.7 Uurgemiddelde
Verwerkingslijn
verwerkingscapaciteit tijdens emissiemetingen Bandbreedte
representatieve
Actuele uurgemiddelde verwerkings-
uurgemiddelde verwerkingscapaciteit
[ton/uur’
Vleesmeelijn
capaciteit tijdens geurmetingen periode
Er
29-57
— 2004 [ton/uur)
10
ne
„
Uit tabel 4.7 kan worden
geconcludeerd dat de actuele uurgemiddelde
verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn tijdens de geurmetingen van periode 10 2004 past binnen de bandbreedte van de representatieve verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn. Derhalve kunnen de geurmetingen van periode 10 2004 als representatief worden gekwalificeerd voor de bedrijfsvoering van Sonac. —
—
De resultaten deze geuremissiemetingen 4,8,
Tabel 4.8 Prognoses
en
stand
van
Benaming emissiepunt
zijn weergegeven
zaken geuremissies
Prognose emissiesituatie 2004 (met
seizoensinvloed) Ix10* ge/uur]
LB! Breker / Ontvangsthal
anno
in de onderstaande
tabel
2004
Aangepaste
prognose 2004 (zonder seizoensinvloed
Stand
zaken
van
anno
2004
[x10° ge/uur]
500
(geanonimiserd)
LB! Vleesmeel-/ Pluimveemeellijn LB! Bloed / Veren / Haarfabriek FBG Lal Koreipersen
le
ml 100
Carrousels AWZI
TOTAAL
Rapportage
200
50
Biofilter AWZI
‘Geuronderzoek Sonac Burgum
125
277
gesaneerd
gesaneerd
3.808
5.950
14
|
B
2004 (periode 10), PRA Odournet B.V., rapportnummer
SONA04Y1, d.d. oktober 2004 Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum BV. Definitief rapport
9P7625.01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm -31-
13 april 2005
000
_oeo_
.
000 OVAL HASKOII. IIG
Daar de actuele stand van zaken an no 2004 voor de geuremissies is vastgesteld in periode 10 van 2004 , kunnen deze geuremissies direct worden getoetst aan de -----pr0gn0se-emissiesituatie20_Q~_IDet seizoensinvloed. Hieruit blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan oe gest~lde-emissiereductie. --
Uit tabel 4. 8 kan bovendien worden geconcludeerd dat de geuremissies (zoals vastgesteld in periode 10 van 2004) van vrijwel aile bronnen voldoen aan de aangepaste prognose 2004 (zonder seizoensinvloed). De geuremissie van de Carrousels AWZI is enigszins hoger dan de aangepaste prognose. Resume De totale geuremissie , vastgesteld aan de hand van de meest emissiemetingen in 6 periode 10 van 2004 , bedraagt 2. 210x10ge/uur (zie tabeI4. 8). Hiermee wordt voldaan aan de IMZ-doelstelling voor emissiereductie , zijnde een 70% geurreduetie ten opziehte van de uitgangssituatie in 1992. Op basis van de resultaten uit periode 10 -2004 kan zelfs worden gesteld dat een geurreductie van bijna 85% is gerealiseerd. Deze eonclusie wordt bevestigd door geuremissiemetingen die zowel in opdracht van Sonae als de provineie Frysl€m nadien zijn uitgevoerd.
Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport
-32-
9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005
------
000 _OeD _ 000 ROYAL MAIKONING
5 ~--5. 1
GEUREMISSIES IN RELATIE TOT AANGEVRAAGDE VERWERKINGSCAPACITEIT
gemeen Door TNO is in opdraeht van provincie Fryslim een studie uitgevoerd waarin de aan de hand van metingen vastgestelde geuremissies zijn geevalueerd in relatie tot de verwerkingscapaciteit ten tijde van de betreffende geurrnetingen. Deze benadering heeft ten doel gehad om , indien aanwezig , een verband vast te stellen tussen de verwerkingseapaeiteit en geuremissie per verwerkingslijn. In navolging van deze benaderingswijze heeft Sonae eveneens deze methodiek gevolgd voor het vaststellen van dergelijke emissiekentallen , uitgedrukt in geuremissie per eenheid van verwerkingscapaeiteit. Het voordeel van een dergelijke kentallenbenadering is dat de geuremissie kan worden gerelateerd aan de in de Wm-vergunningaanvraag gehanteerde verwerkingseapaeiteit per verwerkingslijn. Dit biedt bevoegd gezag de mogelijkheid om de geurbelasting van Sonae te beoordelen op basis van de geuremissie die is gerelateerd aan de maximaal te vergunnen verwerkingseapaciteit. Tevens kan op theoretisehe basis het effeet van maatregelen worden beoordeeld. Hierbij kan worden gedaeht aan het effeet op de geurimmissie als een sehoorsteen wordt verhoogd of als het geurverwijderingsrendement van een LSI toe-of afneemt. Een nadeel van de kentallenbenadering is dat hiertoe geuremissiemetingen uit het verleden worden gehanteerd die zijn vastgesteld bij bedrijfssituaties die niet meer volledig aetueel zijn.
In de afgelopen periode zijn immers nadere emissieredueerende maatregelen door Sonae doorgevoerd waardoor het speeifieke geuremissiekental van een verwerkingslijn substantieel kan afnemen. Sij toename van het aantal (gesehikte) meetgegevens in de toekomst , zal de betrouwbaarheid van deze kentallen toenemen. In de onderstaande paragraaf is een uitwerking gegeven van de geurkentallen bij Sonae , afgeleid op basis van gesehikte meetresultaten en produetiegegevens. Uiteindelijk zal dit leiden tot een overzieht van de geuremissies in relatie tot van de maximaal aangevraagde verwerkingscapaeiteit van de versehillende verwerkingslijnen.
5. 2
Uitwerking kentallenbenadering
5. 2. 1
Aigemeen Voor de uitwerking van de kentallenbenadering is gebruik gemaakt van de emissiemetingen zoals deze de afgelopen twee jaar zijn uitgevoerd in opdraeht van provineie Fryslim en Sonae. Hierbij is gebruik gemaakt van de ongereinigde geuremissies (Le. aan de inlaat van LSI's) waardoor een kental wordt verkregen dat onafhankelijk is van het in de tijd varierende geurverwijderingsrendement van een LSI. De resulterende geurkentallen zijn derhalve een maat voor de ongereinigde geuremissie per ton grondstoffen e. q. geprodueeerde korrels. Voor de uitwerking van de kentallenbenadering is gebruik gemaakt van lineaire regressieanalyse , waarbij het uitgangspunt is gehanteerd dat het lineaire verband het mathematisehe nulpunt doorsnijdt.
Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Oefinitief rapport
-33-
9P7625. 0 1/R0003/RVlIJIA S/Nijm 13 april 2005
DOD 0. 0 _ DOD . OYAL HASKONING
Vaststelling geurkental LBI Breker / Ontvangsthal
5. 2. 2
_D _e_bes_c ikbare emissiemetingen van de LBI Breker / Ontvangsthal , waarvoor eveneens --------de verwerkingscapactteiten-ten-tijae-van de geur:metingen-5escFilk aaLzUu •. zij -eer:-;------gegeven In ~onderstaande1abel-5:-11-;. --
_
_
_
__
_
.
-
-
-
--
-
-
-
--
-
_
_
_
_
_
label 5. 1 Over:zicht emissiemetingen van de LBI Breker I Ontvangsthal Meetdatum
Capaciteit Breker I Ontvangsthal [ton I uur]
16-09-2003 12-12-2003 04-03-2004 29-05-2004 12-08-2004
37. 5 44 21 " Iaag " 16. 9
Totale (ongereinigde) geuremissie 8 [x 10ge I uur] 10. 300 1 ) 12. 700 1 ) 4. 700 2 ) 2. 200)3 82. 900)4 2. 450)2 1. 565)1
02-09-2004 32. 9 17-12-2004 36 1) Uitgaande van meetresultaat TNO/w+B; 2) Berekend op basis van gemeten uitgaande afgasstroom en verondersteld rendement van 80%; 3) Meting is gebaseerd op te lage (niet nader gedefinieerde) verwerkingscapaeiteit en wordt derhalve niet in de kentalbepaling meegenomen; 4) In everleg met provineie Fryslan is vastgesteld dat deze geurmeting niet representatief is voer de geuremissie van LBI Breker I Ontvangsthal. Deze meting is derhalve niet in de kentalbepaling meegenomen.
Het geurkental voor de LBI Breker Ontvangsthal is vastgesteld op basis van de vijf meetcampagnes zoals genoemd in tabeI5. 1. De vastgestelde (ongereinigde) geuremissies van deze meetcampagnes zijn uitgezet tegen de verwerkingscapaciteit. Vervolgens is lineaire regressieanalyse toegepast voor het vaststellen van het geurkental (zie figuur 5. 1). Figuur 5. 1 Lineaire regressieanalyse geurkental voor grondstoffen LBI Breker I Ontvangsthal
14. 000 ~
:::I :::I
asm
~
III
iiiII)
E
I!!:::I
III m III " tI m
C
!III m c
0
12. 000 10. 000 8. 000 6. 000 4. 000 2. 000 0 20
25
30
35
40
45
50
Capaciteit [ton/uur]
Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport
-34-
9P7625. 0 1/R0003/RVLlJIA S/Nijm 13 april 2005
_
_
__
000 _0. 0_ 000 . OYAL HA. KOIlING
6
Uit deze analyse voigt een geurkental van 190 x 10gelton aangevoerde grondstoffen. -
-5-. 2. 3
Vaststelling geurkewl. b. BI Vlee~sm--;.e.;;;.e-_I--I-_P..l:..u:-i-_ , , " ,, , , mve.:.. . e._m__ e e 12Iij _n_ .
__ __
_
_
_
_
_
_
_
_
_
_
_
IKoare el'f11s·stemetingerrvan-de·tHI-Y-leesmeel-I-P-h. limveemeellijn W.aarY.(lO[_ , eveneens de capaciteiten ten tijde van de geurmetingen beschikbaar zijn , zijn weergegeven in de onderstaande tabel 5. 2. e
esc
Tabel 5. 2 Overzicht emissiemetingen van de LBI Vleesmeel·/ Pluimveemeellijn
1) 2) 3)
Meetdatum
Capaciteit vleesmeellijn
Capaciteit pluimveemeellijn
[ton I uur]
Totale (ongereinigde) 8 I uur] geuremissie [x 10ge
16-09-2003 12-12-2003 04-03-2004
45 44 3D
0 25 20
5. 800 16. 900 1 ) 13. 350 3 )
29-05-2004 12-08-2004 02-09-2004 28-09-2004 17-12-2004
0 16. 9 32. 9
13 204, 0 20
[ton I uur]
34 368,
21
2. 600)3 11. 410 1 ) 4. 300)3 10. 500)2 8. 391 1 )
Uitgaande van meetresultaat TNONV+B; Uitgaande van meetresultaat PRA Odournet; Berekend op basis van gemeten uitgaande afgasstroom en verondersteld rendement van 80%.
Op basis van meetgegevens van 16 september 2003 en 2 september 2004 is een geurkental afgeleid voor de vleesmeellijn. Op be ide meetdagen is immers aileen vleesmeel geproduceerd en geen pluimveemeel. Op deze dagen bedroeg de (ongereinigde) 6 geuremissie respectievelijk 5. 800 en 4. 300 x 10ge/uur bij verwerkingscapaciteiten van respectievelijk 45 en 329, ton/uur. 6 Dit resulteert in geurkentallen van respectievelijk 129 en 131 x 10ge/ton , overeen6 met een gemiddeld kental van 130 10ge/ton grondstoffen voor komend x de vlees-
meellijn.
Het geurkental voor pluimveemeeJ is vervolgens afgeJeid op basis van een zestal meetcampagnes. De vastgestelde (ongereinigde) geuremissies zijn hierbij uitgezet tegen de verwerkingscapaciteit. Vervolgens is lineaire regressieanalyse toegepast voor het vaststellen van het geurkentaJ voor de grondstoffen van de pluimveemeellijn (zie figuur 5. 2)
Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B. V. Definitief rapport
-
35·
9P7625. 01/R0003/RVlIJ/AS/Nijm 13 april 2005
_
_
__
_
_
_
__
000 0. 0_ 000 ROYAL " AIKONING
Figuur 5. 2 Lineaire regressieanalyse geurkental veer grendsteffen
pluimveemeellijn
12. 00 'i:' :::I :::I
Q;
Cl
~
..
10. 000 8. 000
'iii
E'"
I!!
:::I .. Cl .. "t:I Cl
c
°e. .
Cl I:
0
6. 000 4. 000 2. 000 0
10
15
20
25
Capacite it [ton/uur]
30
6 Uit deze analyse voigt een geurkental van 360 x 10ge/ton grondstoffen voor de
pluimveemeellijn. 5. 2. 4
Vaststelling geurkental LBI Bloed I Veren I Haarfabriek De beschikbare emissiemetingen van de LBI Bloed I Veren I Haarfabriek , waarvoor eveneens de verwerkingscapaciteiten ten tijde van de geurmetingen beschikbaar zijn , zijn weergegeven in de onderstaande tabel 5. 3. Tabel 5. 3 Overzicht emissiemetingen van de LBI Bleed I Veren I Haarfabriek Meetdatum
Capaciteit slachtbloed
[ton I uur]
17-09-2003 12-12-2003 03-03-2004 28-05-2084 12-08-2004 01-09-2004
10 104, 10 5 11 13 13
Capaciteit veren
Capaciteit varkensharen
[ton I uur]
[toni uur]
5 7 0 32, 5. 5 4. 4
Totale capaciteit Bleed I Veren I Haarfabriek
[ton I uur]
3 23 2. 9
18 19. 7 12. 9
2. 5 2. 9 2. 4 25,
10. 7 19. 4 198,
Totale
(ongereinigde) geuremissie
8 I uur] [x 10ge 14 18. 900•) 102. 400 14. )
2. 900 1 ) 1. 000)1 11. 000 1 ) 3. 850)3
15. 689)2 28-09-2004 6. 5 22 5. 534 1 ) 16-12-2004 11 41, 2. 9 18 1) Uitgaande van meetresultaat TNOJW+B; 2) Uitgaande van meetresultaat PRA Odournet; 3) Berekend op basis van gemeten uitgaande afgasstroom en verondersteld rendement van 80%; 4) In het voo~aar van 2004 zijn ingrijpende emissiereducerende maatregelen doorgevoerd voor de Bloed I Veren I Haarfabriek. De metingen uit het najaar van 2003 worden derhalve , in overleg met de provincie Fryslan , als niet representatief gekwalificeerd voor de actuele situatie en zijn derhalve niet in de kentalbepaling meegenomen. Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport
-
36-
9P7625. 01/R0003/RVlIJ/AS/Nijm 13 april 2005
DOD0 __ 0.
_
DOD . OYAL HASKONING
De geurkentallen voor veren , slachtbloed en varkensharen zijn vastgesteld op basis van de zes meetcampagnes in 2004 , zoals genoemd in tabel 5. 3. De vastgestelde ----(ongereinigde)_geu(em·ssies van deze meetcam agnes zijn uitgezet tegen de totale ~------verwefk:ingSCapaciteit:-Hierbij-is-hetgeurkental-v00r-e!e " erie-verschillen e gronastOffen_ , gelijk veron ers e ervo gens IS iffer8'lre-regressieanalyse-t0e @el3ast-vooF-het------_ vaststellen van het geurkental (zie figuur 5. 3). _
.
Figuur 5. 3 Lineaire regressieanalyse geurkental voor grondstoffen LBI Bloed I Veren I Haarfabriek
18. 000 ';:' :::J
2
.
Q) CI
~
.~ en !!l E
.
Q). . :::J CIl CI CIl 'C CI
'c Qi. . 0
CIl CI C
16. 000 14. 000 12. 000 10. 000 8. 000 6. 000 4. 000 2. 000 0 10
12
14
18 Capaciteit [tonluur] 16
20
22
24
Uit deze analyse voigt een geurkental voor de drie verschillende grondstoffen van 420 x 6 10ge/ton grondstoffen. 5. 2. 5
Vaststelling geurkental LBI FBG De beschikbare emissiemetingen van de LBI FBG , waarvoor eveneens de verwerkingscapaciteiten ten tijde van de geurmetingen beschikbaar zijn , zijn weergegeven in de onderstaande tabel 5. 4. Tabel 5. 4 Overzicht emissiemetingen van de LBI FBG -
Meetdatum
1) 2) 3)
Totale (ongereinigde) geuremissie 8 rx 10ae I uur] 1, 1003)
Capaciteit FBG
02-09-2004
rton I uur] 4. 8
28-09-2004 17-12-2004
5 5. 2
727)2 89)1
Uitgaande van meetresultaat TNO/w+B; Uitgaande van meetresultaat PRA Odournet; Berekend op basis van gemeten uitgaande afgasstroom en verondersteld rendement van 80%.
Evalualie Geurreductie Sonae Burgum B.V , Definitief rapport
-37 -
9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005
_
__ _
000 _0. 0 __ 000 . OYAL " AI KONING
_
_
_
_
_
_
Het aantal beschikbare geuremissiemetingen voor de LSI FSG blijkt beperkt en bovendien bevinden de hieraan gerelateerde verwerkingscapaciteiten zich in een zeer , b_epeJ~bandbreedte. Het geurkental voor de FSG is desalniettemin vastgesteld aan > < de-hantl-van-deze-drie meetcamr:agnes-uit.200t-. .
------_
_
_
_
_
_
_
_
Op basis van lineaire regressieanalyse is voor de LSI FSG een geurkental van 60 x 10 ge/ton grondstoffen vastgesteld. 5. 2. 6
_
6
Vaststelling geurkental LSI Korrelpersen De beschikbare emissiemetingen van de LSI Korrelpersen , waarvoor eveneens de capaciteiten ten tijde van de geurmetingen beschikbaar zijn , zijn weergegeven in de onderstaande tabel 5. 5. Tabel 5. 5 Overzicht emissiemetingen van de LBI FBG Meetdatum
Capaciteit korrelpersen Jton I uur]
17-12-2003 04-03-2004
9 11 4)
Totale (ongereinigde) geuremissie 8 [x 10ge I uurl 1 1. 600 ) 1, 2.2503)
11 2. 650 1 ) 29-05-2004 1, 1.0003) 12-08-2004 11 2 946) 28-09-2004 11 Uitgaande TNO/W+B; 1) van meetresultaat 2) Uitgaande van meetresultaat PRA Odournet; 3) Berekend op basis van gemeten uitgaande afgasstroom en verondersteld rendement van 80%; 4) Gesehatte verwerkingscapaeiteit.
Het aantal beschikbare geuremissiemetingen voor de LSI Korrelpersen blijkt beperkt en bovendien bevinden de hieraan gerelateerde verwerkingscapaciteiten zich in een zeer beperkte bandbreedte. Het geurkental voor de korrelpersen is desalniettemin vastgesteld aan de hand van deze vijf meetcampagnes uit 2004. Op basis van lineaire regressieanalyse is voor de LSI Korrelpersen een geurkental van 6 160 x 10ge/ton geproduceerde korrels vastgesteld.
Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport
-38-
9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005
_
_-
===
000 _oeo_ 000 . OYAL HAl KONING
5. 3 -~ - -
_ -
_ ---
Overzicht van geurkentallen _
_-
-
,
o_de...Q[lderstaande tabel 5. 6 is een overzicht gegeven van de vastgestelde kentallen voorde-ongereinigde-geuremissies-v-an de verschilienoe-LBI's . ._
__
_
__
Tabel 5. 6 Overzicht vastgestelde geuremissiekentallen Geurkental (ongereinigd) e [x 10ge/ton grondstof]
LBI
Product
LBI Breker / Ontvangsthal LBI Vleesmeel-/ Pluimveemeellijn
Aangevoerde Qrondstoffen Grondstoffen vleesmeellijn
LSI Bloed / Veren / Harenfabriek
LSI FBG LSI Korrelpersen
190 130 360 420 420
Grondstoffen pluimveemeellijn Slachtbloed Veren Varkenshaar Specialtiesgrondstoffen
420 60 160
Korrels
In aanvulling op de geuremissiekentalien uit tabel 5. 6 kan worden opgemer1t< dat de geuremissie van LBI Ketelhuis en Carrousels AWZI onafhankelijk van de verwerkingscapaciteit worden verondersteld. In analogie met de door provincie Fryslan gehanteerde karakteristieken zijn voor deze geurbronnen de geuremissies gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabeI5. 7. Tabel 5. 7 Overzicht karakteristieke geuremissie LBI Ketelhuis en Carrousels AWZI Geuremissie [x 108_ge I uur}
Geurbron
85
LBI Ketelhuis Carrousels AWZI
5. 4
280
Onbehandelde geuremissie , overeenkomend met aangevraagde verwerkingscapaciteiten Door Sonac is in de Wm-vergunningaanvraag een maximale verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn op jaarbasis aangevraagd. Deze maxima Ie verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn is nader toegelicht in hoofdstuk 2 van dit rapport en is bovendien weergegeven in de onderstaande tabel 5. B. De totale hoeveelheid grondstoffen , die op basis van de ontwerpcapaciteiten van de < verschillende verwer1ingslijnen kan worden verwerkt door Sonac , is op basis van tabel 5. B gelijk aan 715. 000 ton op jaarbasis. In lijn met de vigerende vergunning vraagt Sonac echter vergunning aan voor de verwerking van maximaal 606. 700 ton grondstoffen per jaar. Dit betekent dat de feitelijke hoeveelheid grondstoffen , die in een jaar wordt verwerkt , nooit hoger is dan deze 606. 700 ton per jaar. De verdeling van deze aangevraagde hoeveelheid over de verschillende verwerkingslijnen kan echter per jaar verschillen. Voor het vaststellen van de maatgevende geuremissie behorend bij de aangevraagde totale verwerkingscapaciteit van grondstoffen (Lc. 606. 700 ton per jaar) dient derhalve te worden uitgegaan van een maximale verwer1ingscapaciteit < per lijn de aangevraagde verwerkingscapaciteit wordt overschreden. waarbij totale echter niet
Evaluatie Geurreductie Sonae Burgum S. V. Oefinitief rapport
-39-
9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005
000 _0. 0_ 000 . OYAL HA. KOIIING
Voor de bepaling van de maximale verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn is derhalve een correctiefactor gehanteerd die gelijk is aan de aangevraagde totale verwerkings--c'=al2aciteit i. c. 606. 700 ton er jaar) gedeeld door de sommatie van de maximale -----'verwerk1ngsea~aeiteiteA-!3eF-verweFkingslijn (LG;-715. 000-ton. per jaar)._ ,
_
_
_
_-
.
_
__
De Wm-vergunningaanvraag is gebaseerd op volcontinue bedrijfsvoering , overeenkomend met 168 bedrijfsuren per week , gedurende 52 weken per jaar. Derhalve is deze bedrijfssituatie als uitgangspunt gehanteerd voor verdere beschouwingen. De maximale uurgemiddelde verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn , uitgaande van 168 uur per week , is derhalve eveneens opgenomen in tabel 5. 8. Taber 5. 8 Overzicht verwerkingslijnen en capaciteiten
Verwerkingslijn
Maximare verwerkingscapaciteit
[ton/jaar]
Breker I Ontvangsthal
Vleesmeellijn Pluimveemeellijn Bloedmeellijn Verenmeellijn Haarmeellijn
Gecorrigeerde maximare verwerkingscapaciteit
[ton/jaar]
-
-
325. 000 175. 000
275. 773 148. 493
85. 000 60. 000 20. 000 50. 000
72. 125 50. 912 16. 971
FBG
Verwerkingscapacileit per verwerkingslijn uitgaande van 168 uur per week [tonluur] 31. 6)1 31. 6 17. 0 8. 3 5. 8 1. 9 49 8. 5)2
42. 427
Korrelpersen Totaal 715. 000 1) Identiek aan vleesmeellijn; 2) Maximale capaciteit van de korrelpers.
-
606. 700
-
Op basis van de maximale uurgemiddelde verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn en het vastgestelde kental per verwerkingslijn kan vervolgens de maximale uurgemiddelde (ongereinigde) geuremissie per verwerkingslijn c. q. LSI worden vastgesteld , uitgaande van volcontinu bedrijf (zijnde 168 uur per week , gedurende 52 weken per jaar). Deze berekende geuremissies zijn weergegeven in tabel 5. 9. Taber 5. 9 Overzicht (ongereinigde) geuremissies uitgaande van 168 uur per week LBI
LBI Breker I Ontvangsthal LBI Vleesmeel-I
Pluimveemeellijn LBI Bloed I Veren I Harenfabriek
Product
Verwerkingscapaciteit
Geurkental
Uurgemiddelde
[ton/uur]
(onbehandelde)
Aangevoerde grondstoffen
(ongereinigd) [x 10B ge I ton grondstof]
316,
190
6. 000
Grondstoffen vleesmeellijn
31. 6 170,
130 360
4. 110 6. 120
83 5. 8 19
420
3. 470 2. 450 815
Grondstoffen
pluimveemeellijn Slachtbioed Veren Varkenshaar Specialties Qrondstoffen
420 420
LSI FSG 4. 9 60 LSI Korrelpersen Korrels 8. 5 160 Tolale uurgemiddelde geuremissie[x 10B ge I uur) , uitgaande van 168 uur per week Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport
-40-
geuremissie
[x 10B ge I uur]
295 1. 360 24. 620
9P7625. 0 1/R0003/RVL IJI AS/Nijm 13 april 2005
000 _0. 0_ 000 . OVAL HAIKONING
5. 5
Geuremissie voor evaluatie van maatregelen
Op-basis_van de. aetuele situatie (status eriode 10 -2004) hanteert Sonae als uitgangspuntaatlRJorde-I:Sfs-;-die-bestaan-\;Iit-eeo-vQorgesctiaKelae_was. .s~n-een-----------------~~~~~ ,ij biofilter , re e erwlj5effi1rninimaaI1l90rverwijderiflgsfendemer:tt-van. 8O?k_baalbaa_ moet worden geaeht. Hierbij dienen enkele kanttekeningen te worden geplaatst: • Een geurverwijderingsrendement van 80% voor de biofilters kan over het algemeen als eonservatief worden gekwalifieeerd: tijdens de emissiemetingen zoals reeentelijk uitgevoerd , is voor de meeste LSI's bij herhaling een hoger geurverwijderingsrendement vastgesteld; • Het geurverwijderingsrendement is voer een dee I afhankelijk van de belasting van de biofilters; zowel zeer hoge als erg lage belastingen kunnen een versleehtering van het rendement te zien geven. ..
--------
...
__________
Gezien het feit dat een hoger geurverwijderingsrendement binnen de bedrijfsvoering van Sonae niet als stabiele factor in de tijd kan worden aangemerkt , is voor deze beschouwing uitgegaan van een eonservatief geurverwijderingsrendement van 80%. Indien dit uitgangspunt wordt gehanteerd voor berekening van behandelde geuremissies deze LSI's kan , in combinatie met de emissies afkomstig van LSI Ketelhuis en Carrousels AWZI (zie tabeIS.?) , de totale geuremissie van Sonae wordt vastgesteld , behorend bij de totale aangevraagde verwerkingseapaeiteit. Deze geuremissies zijn weergegeven in tabeI5. 10. van
Tabel 5. 10 Overzicht (gereinigde) geuremissies uitgaande van 168 uur per week LBI
Product
lSI Breker I Ontvangsthal
Aangevoerde grondstoffen Grondstoffen vleesmeellijn
lSI Vleesmeel-I
Pluimveemeellijn lSI Bloed I Veren I Harenfabriek LSI FBG
1)
Grondstoffen Slachtbioed
pluimveemeellijn
Veren Varkenshaar Specialties Qrondstoffen
LSI Korrelpersen Korrels LSI Ketelhuis Carrousels AWZI Totale gereinigde geuremissie[x 10' ge I uur]
Uurgemiddelde onbehandelde geuremissie [x 10' ge I uur]
Uurgemiddelde gereinigde geuremissie 1) [x 10' ge I uurJ
6. 000 4. 110 6. 120
1. 200 820 1. 225
3. 470 2. 450 815
695 490 165
295 1. 360
60 270 85 280 5. 290
Uurgemiddelde gereinigde geuremissie is berekend uitgaande van een geurverwijderingsrendement van 80% voor de LSI's (exclusief LBI Ketelhuis en Carrousels AWZI).
Uit tabel 5. 10 kan worden geconeludeerd dat , indien wordt uitgegaan van de kentallenbenadering in eombinatie met de aangevraagde maximale verwerkingscapaciteit op jaarbasis en een geurverwijderingsrendement van 80% voor de LSI's , de resterende geuremissie hoger is dan de in de vigerende Wm-vergunningen vastgelegde maximale geuremissies en aanzienlijk hoger lijkt dan de in 2004 en 2005 tijdens diverse geurmetingen waargenomen werkelijke geuremissies.
Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum B. V. Definitief rapport
-41
-
9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005
_
000 0. 0_ 000 . OYAL HA. KONING _
_
__
_
_
_
_
De reden dat deze theoretisch bepaalde rnaximale geuremi'ssies hoger ziJh dan de recentelijk vastgestelde geuremissies , moeten in hoofdzaak worden gezocht in de -navolgende aspecten~: ---:-_---:_-:-_-:---:---;-~~--:----;-. _._ -;D;:.e.=;1;5:.e.::..r:...~eK:..:.e::.:n..::l~nv~van , de-maximale-emissies-via-de-kentallen ena edjjgJlet(~ een------'veilige en lenfengevolge corrs-ervatieve-benadering;;• De werkelijke geurverwijderingsrendementen van de LSI's zijn , zeker bij een hogere belastingervan , over het algemeen hoger dan de beschouwde 80%. --------_
_
_
De in tabel 5. 10 weergegeven uurgemiddelde geuremissies\ berekend bij maximale verwerkingscapaciteit , zullen worden gehanteerd voOr de nadere evaluatie van geurreducerehde maatregelen.
Evaluatie Geurreductie Sc;mac Burgum B. V. Definitief rapport
-42-
9P7625. 01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm 13 april 2005
_
_
_
_
__
000 _0. 0_ 000 . OYAL " A.KONING
6
TOETSINGSKADER GEURBELASTING NAAR DE OMGEVING
6 1
Landelijke_be~jnen voor
eurtoetsingskader -----------------------
e
an
elijKealgemene-uitgangsptln is-sinds-1·995-eat-{flieuwe}Qsur:l:lil=lder-v'OQ[lromeu-_
dient te worden. Daarvan is de volgende landelijke beleidslijn afgeleid: • Ais er geen hinder is , zijn maatregelen niet nodig; • Ais er wei hinder is , worden maatregelen op basis van het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable) afgeleid. Aspecten die bij dit proces een rol kunnen spelen zijn de historie van het bedrijf in zijn omgeving , de aard en de waardering van de geur , het klachtenpatroon en andere beschikbare informatie over de hinder en (mogelijke) emissies , de technische en financiele consequenties van mogelijke maatregelen , de consequenties voor de werkgelegenheid , etc. • De mate van hinder die nog acceptabel is , wordt bepaald door het bevoegd bestuursorgaan. In overleg met het bedrijf worden maatregelen conform het ALARAprincipe geformuleerd om de hinder weg te nemen c. q. zoveel mogelijk te beperken. De resultante van dit uitgebreide afwegingsproces is dan het zogenaamde acceptabel hindemiveau. 6. 2
Aetueel toetsingskader geurbelasting Sonae Bovengenoemd beleid is tot ep heden veer de provincie Fryslan uitgangspunt geweest
bij de vergunningverlening voor Sonac en is verder ingevuld met behulp van de door het ministerie van VROM vastgelegde systematiek voor Integrale Milieuzonering. Het uiteindelijke doel daarbij was om , middels een reductiedoelstelling van 70% ve~r 2004 ten opzichte van 1992 , de geurbelasting v~~r de dichtstbijzijnd gelegen bestaande woonbebouwing , met inachtneming van mogelijke rekenonnauwkeurigheden , te 3 reduceren tot maximaal 10 ge/m(als 98-percentiel). Een aantal bestaande woningen in Sumar zou een acceptabel geachte geurbelasting mogen ondervinden tussen de 3 en 3 de 10 ge/m(als 98-percentiel). Concreet is inhoud gegeven aan dit beleid middels verschillende stappenplannen (Plannen van Aanpak) om zodoende te komen tot de gewenste geuremissiereductie. Het meest recente Plan van Aanpak 2 is daarbij een nadere uitwerking en detaillering van de in het Plan van Aanpak 1 nog niet nader benoemde (procesge'integreerde) maatregelen om de 70% reductiedoelstelling voor 2004 ten opzichte van 1992 te behalen. Daarnaast zijn in het Plan van Aanpak 2 op basis van nieuwe inzichten verdergaande emissiereducerende maatregelen geformuleerd voor de lange termijn (2004 -2010). De uiteindelijk toegestane maximale geuremissies zijn door de provincie Fryslan eind 2004 vastgelegd middels een ambtshalve wijziging ingevolge de Wet milieubeheer (i. c.
de beschikking met kenmerk 558034 , van kracht per 28 december
2004). 5. 3
MogeJijk toekomstig toetsingskader Vooruitlopend op de besluitvorming op de onderhavige aanvraag voor Wm-vergunning heeft het College van Gedeputeerde Staten van Provincie Fryslan op 22 maart jongstleden , afzonderlijk een geurnormering voor Sonac vastgesteld 11. De conclusies van dit besluit zijn door de provincie Fryslan samengevat in de volgende geurnormering: 11
Rapportage 'Kader voor geurnormering bij Sonae Burgum BY' , provineie Fryslan , maart 2005
Evaluatie Geurreduetie Sanae Burgum B. V. Definitief rapport
-43-
9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005
_
_
__
000 _oeo_ 000 . OYAL HAIIlOIIIING
3 Realiseer met inachtneming van ALARA 15, gelma/s 9B-percentie/ , maar zeker niet hoger dan 9B-percentie/ -I--uvan-3O, ge/m! ter hoo§te-van-geuffJevoe/ige-Objectell~/ndienjs aangetoond dat. eLgfte. f. Ls~zoensinvloed meer is dan w orden deze waarden respectieve/ijk 1B, en 35, ge/m~ a/s 9B-percenllel." "
-
-
-
-
zijn twee uitzonderingen denkbaar: Indien de geuremissie niet met rede/ijkerwijs te vertangen maatrege/en I voorzieningen is te reduceren tot
Op bovenstaande 1.
de bovenwaarde , dan zou bij wijze van uitzondering , voor een bepaa/de (in de veffJunning opgenomen)
periode , een hogere waarde kunnen worden toegestaan. Aan het eind van die periode dient de situatie
Daarbij is bovenstaande geumormering uitgangspunt tenzij lande/ijk (bijvoorbeeld TLO) aan/eiding geven om hieNan afte wijken. Afwijking van bovenstaande normering is in principe ook mogelijk als afdoende is aangetoond dat: a. een bepaa/de bron (bijvoorbeeld de AlNZl) bepalend is voor de huidige geurimmissie situatie. b. de geur van die bron qua (on)aangenaamheid duidelijk (positief) afwijkt van de overige brennen. opnieuw te worden geevalueerd. erkende instrumenten
2.
Wordt aan beide voorwaarden voldaan , dan kan geumormering worden geformuleerd , die is toegespitst op deze bron. Onder geuffJevoelige bestemmingen (objecten) worden over het algemeen verstaan bestemmingen die horen bij de /eef-en woonomgeving. Naast woningen kunnen dit andere /ocaties zijn waar mensen zich gedurende langere tijd kunnen bevinden en waar blootstelling aan geur tot hinder kan leiden , zoa/s ziekenhuizen , bejaarden-en verpleegtehuizen en recreatiegebieden.
Seizoensinvloed In het verleden is geeonstateerd dat de totale geuremissie gedurende een jaar sterk kon varieren. Dit laatste werd onder meer veroorzaakt door het feit dat dierlijk restmateriaal in wanne zomerperiodes over het algemeen meer aan bederf onderhevig was alvorens het materiaal werd verwerkt in het Sonae produetieproees. Dientengevolge ontstond een verhoogde geuremissie in de betreffende zomerperiodes ten opziehte van de winterperiodes in eenzelfde jaar. De laatste jaren is de eonditionering van de aangevoerde slaehtbijprodueten eehter aanzienlijk verbeterd. Daarnaast is een snelle verwerking van de aangevoerde slaehtbijprodueten bij Sonae goed gewaarborgd. Door beide aspeeten is de versheid van het aangevoerde en feitelijk verwerkte materiaal de laatste jaren sterk toegenomen waardoor seizoensgebonden bederf van het materiaal in mindere mate bepalend is geworden voor de geurproduetie. Dit laatste betekent dat het seizoensgebonden karakter van de geuremissie bij Sonae substantieel minder sterk is dan voorheen , hetgeen eveneens tot uiting is gekomen in een aanzienlijk mindere seizoensafhankelijke belasting van de AWZI. Niet minaer belangrijk is dat de laatste jaren vele veranderingen zijn doorgevoerd om een optimale werking van de aanwezige LSI's te bewerkstelligen. Hiertoe zijn met name de laatste tijd veel processtromen losgekoppeld van de biofilters.
Deze relatief hoogbelaste luchtstromen kunnen zorgen voor een (plaatselijke) overbelasting van de biofilters. Deze stromen worden nu dan ook afgevoerd via de LBI Ketelhuis , waar verbranding plaatsvindt. Via de aanwezige biofilters worden nu voornamelijk de minder geeoncentreerde ruimteluehtstromen behandeld en geemitteerd naar de omgeving. Juist van de relatief hoogbelaste proeesluehtstromen wordt verwaeht dat deze worden be·invloed door de mate waarin het aangevoerde materiaal aan bederf onderhevig is.
Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport
-44-
9P7625. 01/R0003/RVLlJIA S/Nijm 13 april 2005
000 _oeo_ 000 . OVAL HA. KONING
Oaar deze proeesluehtstromen nu worden verbrand met een geurverwijderingsrendement van vrijweI100% , mag worden verondersteld dat de reeds sterk afgenomen ------~eizoensafbankeJij heid van euremissie nog verder wordt gedempt. -OpoasiS-van tle-kentalienbenaderiflg;-z0als-~esGhetst~il+ oofcf'8 UK 1 kaoJ5o_v_EffiQ. ien> wor en a ge el , In navo 1 van-de-eerdere'bevindingeA-van j:rGvincie--F-slful_Op_ , basis van de door TNO uitgewerkte kentallenbenadering , dat seizoensinvloed geen signifieante invloed heeft op de geuremissie van Sonae. Het vastgestelde (lineaire) verband tussen de geuremissie en de verwerkingseapaciteit is hierbij immers vrijwel onafhankelijk gebleken van de periode waarin de metingen zijn uitgevoerd. Indaehtig het bovenstaande is Sonae van mening dat , voor verdere beoordeling van de geurbelasting naar de omgeving , seizoensinvloed geen signifieante invloed heeft op de geuremissies van Sonae. Oit betekent dat , bij een toetsing van de Wm-vergunningaanvraag aan dit door provineie Fryslan specifiek voor Sonae vastgestelde geurhinderbeleid , als 3 uitgangspunt een bovenwaarde van 35, ge/m(als 98-percentiel) en een streefwaarde 3 van 18, ge/m(als 98-pereentiel) dient te worden gehanteerd. _
Consequenties , voorlvloeiend uit vastgestelde geurnormering Indien de normering (zonder seizoensinvloed). zoals vastgesteld door provineie Fryslan , 3 wordt vergeleken met de vigerende geumormering (zijnde 10 ge/mals 98-pereentiel) , kan , in analogie met de eonstatering van provincie Fryslan , het volgende worden geeoncludeerd: 3 • Het voldoen aan de streefwaarde van 18, ge/mbetekent een aanseherping van de huidige normering van een factor 56; , • Indien niet kan worden voldaan aan de streefwaarde , mag ten hoogste worden afgeweken tot de bovenwaarde van 35, ge/m 3 • Oit betekent een aanseherping van , de huidige normering van een factor 29. Resumerend kan worden vastgesteld dat de provincie Fryslan voornemens is om de toekomstige geurnormering voor Sonae aanzienlijk aan te scherpen waardoor een forse inspanning e. q. investering van Sonae wordt gevraagd om middels nader te treffen maatregelen aan deze geurnormering te voldoen.
Evaluatie Geurreduetie Sanae Surgum s. v. Definitief rapport
-45-
9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005
-
-
-
_
_
_
_
__
DOD _OeD DOD . OYAL HAIKONING
GEURBELASTING VAN DE OMGEVING
7 ----1. -1 .
:\[erspreidingsberekeningen
------------n~==I----------~=========~;===================-~-==-----geu oel~s1irrg-vam:fe-omgevin§-k-ilfl 'nziehtelij wQrden-gemaaklaaJL ~.L!.d~v.ae.!n..!.--:-:-_ > e
... .. .. . .
verspreidingsberekeningen. Voor dergelijke berekeningen kan gebruik worden gemaakt van het geavanceerde computermodel Stacks , dat door KEMA is ontwikkeld voor berekeningen van verspreiding van luchtverontreiniging. Middels het model kunnen geuremissies worden vertaald naar een geurconcentratie in de omgeving. De hierbij gehanteerde berekeningsmethoden zijn gebaseerd op de modernste meteorologische beschrijvingen van turbulentie , de atmosferische gelaagdheden en de wind in de atmosfeer (de zogenaamde grenslaag). Daarnaast wordt rekening gehouden met factoren als emissieduur en de specifieke locatie van de geurbronnen ten opzichte van geurgevoelige objecten. Stacks is gebaseerd op het Nieuw Nationaal Model (NNM). V~~r de berekeningen is gebruik gemaakt van Stacks versie 2004 , release juli.
De algemene uitgangspunten , die voor de verspreidingsberekeningen bij Sonac zijn gehanteerd , zijn weergegeven in de onderstaande tabel 7. 1. Tabel7. 1 Uitgangspunten verspreidingsberekeningen Parameter Klimatologie
Ruwheidslengte van de omgeving Receptorhoogte Gebouwinvloed
Aanname De klimatologisehe gegevens van Sehiphol zijn representatief voor de omgeving van Sonae. Gerekend is met de klimatologische gegevens van Sehiphol voor de Reriode 1995 tot en met 2003. De ruwheidslengte bedraagt 0. 25 meter. Voor de receptorhooote Is 1 meter QehanteeYd. Ja
Op basis van de maximale uurgemiddelde verwerkingscapaciteit per verwerkingslijn en het vastgestelde kental per verwerkingslijn , is in hoofdstuk 5 de uurgemiddelde (gereinigde) geuremissie per verwerkingslijn c. q. LBI vastgesteld , uitgaande volcontinue bedrijfsvoering (zijnde 168 uur per week , gedurende 52 weken per jaar). Daar de Wmvergunningaanvraag is gebaseerd op deze continue bedrijfsvoering , is dit als uitgangspunt gehanteerd voor verdere beschouwingen. De gehanteerde invoergegevens voor de verschillende bronnen zijn weergegeven in tabel 7. 2. De berekeningen zijn uitgevoerd door PRA Odournet. Het gehanteerde scenariobestand is opgenomen in bijlage 3 van dit rapport.
Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport
-46-
9P7625. 01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm 13 april 2005
_
_
__
_
DOD DeD_ DOD ROYAL HASKONING ___
2000
/ 100
-
o 98 %
10
2000
Figuur 7. 1 Geurbelasting van de omgeving als gevolg van de totale geuremissie van Sonae , 3 uitgaande van 168 bedrijfsuren per week. De geureontour van 10 ge/mals 98-pereentiel is gepresenteerd [Bron PRA Odournet].
7. 3
Evaluatie resultaten Uit figuur 7. 1 kan worden geconcludeerd dat , indien wordt uitgegaan van de kentalienbenadering in combinatie met de aangevraagde maximale verwerkingscapaciteit op jaarbasis en een geurverwijderingsrendement van 80% voor de biofilters , de resterende geurbelasting naar de omgeving van Sonac relatief hoog is.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit als een conservatieve benadering kan worden
beschouwd , mede gezien het feit dat de aangevraagde maximale verwerkingscapaciteit de laatste jaren niet door Sonac is gerealiseerd. Daarnaast kan worden opgemerkt dat het gehanteerde geurverwijderingsrendement van 80% voor de biofilters eveneens als conservatief kan worden gekwalificeerd: tijdens de emissiemetingen zoals recentelijk uitgevoerd , is voor de meeste LSI's bij herhaling een hoger geurverwijderingsrendement vastgesteld. De werkelijke geurverwijderingsrendementen van de LSI's zijn immers , zeker bij een hogere belasting van het biofilter , over het algemeen hager dan de beschouwde 80%. Gezien het feit dat dit hogere geurverwijderingsrendement echter nog niet als stabiele factor in de tijd kan worden aangemerkt , is voor deze beschouwing uitgegaan van een conservatief geurverwijderingsrendement van 80%. Oit laatste heeft evenwel een substantiele impact op de berekende geurbelasting naar de omgeving.
Evaluatie Geurreduetie Sonae Burgum B. V. Definitief rapport
-48-
9P7625. 01/R0003/RVLlJ/AS/Nijm 13 april 2005
000 0. 0_ 000 . OVAL HAIIlOIIIIIIG __
-
_
_ -
_ -
_ -
In hoofdstuk 2 van dit rapport is toegelicht dat Sonac als streeftijden voor de bedrijfsvoering uitgaat van 120 uur per week (maandag 15. 00 uur tot zaterdag 15. 00 _- -u~url. " Teneinde het effect van beide benaderingswijzen (qua bedrijfstijden) op de --getlremissie-en--de-gel;. lr-belastin§-in-de. Gmgeving-van-SonacJiDSeelCLte::::l:lte1IgM:; 's in'DIJrag-eo-eveneens-de-geurbelasting-uttgewefk1-iAdien-w. Qrdt-uitgegaan-vao-eel-I--_ bedrijfstijd van 120 uur per week. Zoals nader uitgewerkt in deze bijlage , kan worden geconcludeerd dat de twee verschillende benaderingen qua bedrijfsuren per week resulteren in vrijwel identieke geurcontouren. Oit bevestigt de verwachting dat het verruimen van de bedrijfsduur tot continue bedrijfsvoering (zonder toename van de totaal te verwerken hoeveelheid grondstoffen) niet leidt tot een hogere geurbelasting in de omgeving. Voor een nadere toelichting op deze conclusie wordt kortheidshalve verwezen naar deze bijlage.
_
.
__
Evaluatie Geurreductie Sonac Burgum a. v. Definitief rapport
-49-
9P7625. 01/R0003/RVLIJ/AS/Nijm 13 april 2005
-
__
_
-
-
__
000 _0. 0_ 000 . OVAL HAIKONING
8
UITGANGSPUNTEN VOOR EVALUATIE VAN NADER TE TREFFEN MAATREGELEN
____ Bijlfe 'uitwerking-van-megelijk-tee te passen-emissie-~en Imrriissier. eClucer. . enoe---------m ;::;:a;;:-a::a;Iiege. " " " " " " .e.=nc+ls. Ond'9Tstaand~een-inventarisatie~l:Jft~ev0er:d~Var:l-de-mogelijk_toepasbare'-----_ __
technische maatregelen volgens de geldende stand-der-techniek.
Sonac wordt confonn EU-richtlijnen gekwalificeerd als een 'verwerkingsbedrijf voor categorie 3 materiaal' en behoort als zodanig tot de binnen in EU-verband gedefinieerde categorie 'Slaughterhouses and Animal By-products Industries' , waarvoor vanuit Europees verband de IPPC-richtlijn van toepassing is. Daar Sonac als bestaand bedrijf wordt aangemerkt , betekent dit dat uiterlijk in 2007 een toetsing moet hebben plaatsgevonden aan deze IPPC-richtlijn. In de praktijk impliceert dit dat de technische uitvoering van de verschillende installatieonderdelen moet worden getoetst aan de stand-der-techniek. Deze stand-der-techniek is in EU-verband vastgelegd in het zogenaamde BAT-referentiedocument (BREF) 'Integrated Pollution Prevention and Control-Reference Document on Best Available Techniques in the Slaughterhouses and Animal By-products Industries'. November 2003. Ais invalshoek voor het vaststellen van de gangbare technische maatregelen volgens de stand-der-techniek zal daarom onder andere dit BREF-document als leidraad worden gehanteerd.