04 - Bijlage 2 - Omgevingsvergunning (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Toen er niet op dat aanbod is ingegaan, is besloten een informatieavond te organiseren.
Dit is de betreffende informatieavondavond waar diverse omwonenden zich hebben laten horen. Kort gezegd kwam het erop neer dat de omwonenden van mening waren dat zij te weinig zijn betrokken in het proces. De gemeente heeft vervolgens getracht de omwonenden zoveel mogelijk te betrekken bij de plannen voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark. Er hebben diverse gesprekken met vertegenwoordigers van de omwonenden plaatsgevonden en deze vertegenwoordigers hebben ook deelgenomen aan een aantal omgevingstafels, waarbij zij input hebben geleverd voor de wijze van inpassing van het park in het landschap. De keuze voor een grondwal met beplanting is ook afkomstig van één van de afgevaardigden. Over het ontwerp voor de landschappelijke inpassing is consensus bereikt. Omwonenden hebben aangegeven bedenkingen te blijven houden tegen de omvang van het zonnepark.
De gemeente is derhalve van mening dat er wel degelijk draagvlak is voor het zonnepark. De burgers van Noardburgum zijn weliswaar niet meteen bij de eerste Sinnetafelavond betrokken geweest, maar dat is te verklaren door het feit dat de gronden waarop het zonnepark bedacht is, gelegen zijn binnen de grenzen van Burgum. Gelet op het bovenstaande zijn we van mening dat er wel degelijk voldoende aandacht is besteed aan de participatie. Ter aanvulling verwijzen we nog naar het participatieverslag dat als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd.
Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie Gelet op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden, verzoekt de provinciaal archeoloog aan te geven wat de exacte diepte is van de ingrepen voor het plaatsen van de Zonnepanelen. Op dit moment is niet aan te geven wat de exacte ingreep van de diepte zal zijn. In de bouwvoorbereidingsfase zal een geotechnisch onderzoek worden uitgevoerd om de draagkracht van de gronden te toetsen. Op basis van dit onderzoek zal kunnen worden onderzocht of bepaalde gronden opgehoogd moeten worden en vervolgens kan de benodigde diepte van de profielen van het zonnepark worden bepaald. De uitkomsten van dit geotechnisch onderzoek zullen aan de archeoloog van Provincie Fryslân worden voorgelegd en aan de hand van de uitkomsten zal dan tot een standpunt moeten worden gekomen ten aanzien van een eventueel archeologisch onderzoek.
Cultuurhistorie Tevens wordt er door de provinciaal archeoloog aandacht gevraagd naar de effecten van het beoogde zonnepark op de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Fryslân is een aantal paden in de nabijheid van het plangebied weergegeven. Het betreft een nieuw fiets/ wandelpad aan de
oostzijde, een verharde weg en op wat grotere afstand een puinreed aan de westzijde en een historische, onverharde reed aan de zuidkant van het plangebied. Voor het nieuwe fiets/ wandelpad geldt dat deze van weinig cultuurhistorische waarde is en bovendien op afstand van het zonnepark. Het plan is dan ook niet van invloed op dit pad. Voor de verharde weg en puinreed aan de westzijde geldt dat deze niet worden aangetast met het voornemen. De verharde weg (Koumarwei) zal onderdeel uitmaken van de wegen en paden die voor recreatief gebruik (wandelen / fietsen) toegankelijk zijn. Tussen het puinreed en het zonnepark zal bovendien groen worden aangebracht. Het plan is ook hier niet van invloed op de cultuurhistorische waarde of beleving. Voor de onverharde reed (landweg) geldt dat deze weinig herkenbaar is in het huidige landschap. Alleen het eerste deel vanaf de Koumarwei is als landweg zichtbaar. Dit eerste deel zal in het ontwerp blijven bestaan en deels met groen worden ingevuld. Gezien de beperkte herkenbaarheid van de reed, zal het effect op de beleving van het cultuurhistorische beperkt zijn.
Water en ontgrondingen Water De provincie vraagt aandacht voor water robuust bouwen. Het adviseert kwetsbare installaties iets hoger dan NAP aan te leggen. Er lopen al geruime tijd gesprekken met het Waterschap in het kader van de Watervergunning voor de aanleg van de drainage. Voor wat betreft het aanleggen van het park op een minimale hoogte met het oog op het grondwaterniveau, zal in overleg met het Waterschap nader worden uitgewerkt.
Ontgrondingen De provincie adviseert om contact met de FUMO op te nemen met het oog op eventuele ontgrondingen. Naast het mogelijk ophogen van gronden, zullen er mogelijk ook ontgrondingen plaatsvinden. De omvang van dergelijke ontgrondingen is afhankelijk van de detailengineering door de aannemer en zal dus enkel na vergunningverlening duidelijk worden. Op het moment dat geconstateerd is dat er ontgrondingen dienen plaats te vinden, zal er ten behoeve van de uitvoering van de ontgrondingen met de FUMO contact worden gelegd.
Onderbouwing ‘minder geschikt zijn’ landbouwgrond
Om aan de voorwaarden uit de Verordening Romte Fryslân te kunnen voldoen, dient te worden onderbouwd dat deze gronden onvoldoende toekomstperspectief hebben voor landbouw en minder geschikt zijn dan alternatieve opties die wel aansluiten bij bestaand stedelijk gebied. Verzocht wordt de onderbouwing op dit punt aan te vullen en duidelijk te maken of aan deze voorwaarde kan worden voldaan. Toelichting artikel 6.4 Provinciale Verordening Wanneer het gebruik maken van landbouwgronden in het specifieke geval onvermijdelijk is dan gaan we er vanuit dat eerst wordt gekeken naar geschikte locaties die minder geschikt zijn als landbouwgrond. Als voorbeeld kan worden genoemd het gebruik maken van landbouwgronden die gereserveerd zijn voor een stedelijke uitbreiding maar voorlopig niet tot ontwikkeling worden gebracht. Volgens de Toelichting op artikel 6.6 Omgevingsverordening Van de afwijking in artikel 6.6, tweede lid kan slechts gebruik worden gemaakt wanneer de gronden op enige afstand van de kern, minder waardevol zijn voor de landbouw dan de alternatieve locaties die wel aansluiten op de kern. Verondersteld kan worden dat aansluitend aan kernen vaker sprake zal zijn van landbouwgronden die minder waardevol zijn, omdat ze bijvoorbeeld zijn gereserveerd voor een toekomstige woon- of werkuitbreiding.
Als een dergelijke locatie direct aansluitend aan de kern beschikbaar is dan ligt het niet voor de hand om te kiezen voor een zonnepark op landbouwgronden op afstand van de kern. Het is overigens niet noodzakelijk dat in detail wordt onderzocht welke financiële waarde landbouwgronden hebben. Landbouwgronden, die als zodanig ook in gebruik zijn, beschouwen wij in het algemeen als waardevol. Als de beschikbare locaties aansluitend aan de kern en de locaties “op enige afstand” vergelijkbaar zijn dan moet worden gekozen voor de locatie aansluitend op de kern. Agrarische gronden op afstand kunnen als minder waardevol worden gezien als de gronden bijvoorbeeld al langere tijd in gebruik zijn voor opslagdoeleinden of omdat ze naast natuurgebieden liggen. In dit soort gevallen kan in de belangenafweging worden gekozen voor een zonnepark op afstand. Er kan ook worden gekozen voor een locatie “nabij” als hiermee kan worden vermeden dat een zonnepark zorgt voor extra verstoring van de openheid en rust in een weidevogelkansgebied. Weidevogels Op basis van de kaart Weidevogelskansgebied, N2000, NNN, Overige Natuur behorende bij de Nota Weidevogels 2021-2030 is er in casu geen sprake van een weidevogelkansgebied.
In het gebied is een bos aanwezig, ooit aangeplant om de energiecentrale aan het oog te onttrekken. Dit bos is aangewezen als Natuur buiten NNN. Hetzelfde geldt voor een strook grond aan de zuidzijde van het beoogde zonnepark. Het bos en de gronden aan de zuidzijde zijn weliswaar binnen het plangebied gelegen, maar zullen niet worden aangetast.
Akker- en weidebouw In 2008 is door Alterra een data-analyse gedaan van de betreffende gronden. Wetende dat voor het gebruik voor akkerbouw of weidegrond, klei grond overwegend geschikt is / zand grond overwegend minder geschikt is / veen vaak ongeschikt is, in verband met ontwateringsdieptes etc, kan worden gesteld dat in het plangebied akkerbouw ‘minder geschikt’ is en dat weidebouw ‘half/half geschikt’ is. De betreffende gronden worden in praktijk ook niet gebruikt voor akkerbouw er is enkel sprake van wat weidebouw. Als gekeken wordt naar alternatieve gronden in de nabijheid van Burgum of Noaqrdburgum, blijkt dat de agrarische gronden rondom Burgum en Noardburgum kleigronden zijn, waardoor deze landbouwgronden zich goed lenen voor akker- en weidebouw.
Cultuurhistorische waarde Daar komt bij dat de landbouwgronden direct grenzend aan de kern cultuurhistorisch waardevoller zijn, gelet op het feit dat het coulisselandschap betreft, waar de meeste houtsingels nog aanwezig zijn. Vele waarvan houtsingels in goede staat verkeren.
Conclusie Gelet op het bovenstaande is de gemeente van mening dat de beoogde gronden ‘minder waardevol’ zijn dan de gronden rondom de kern Noardburgum en wordt daarmee voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 6.6. tweede lid van de Omgevingsverordening Fryslân en kunnen deze agrarische gronden, niet direct grenzend aan een kern, worden aangewend voor het realiseren van een zonnepark.