CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

04 - Bijlage 2 - M11 Besluit m.e.r. beoordeling (geanonimiseerd)

RAAD IT BESLUT 27 november 2025, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen groengasinstallatie Sonac Burgum B.V. (DOORGESCHOVEN)4.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

J.W. de Visserwei 10 9001 ZE Grou

Omgevingsdienst Fryslân

(0566) 750 300 www.fumo.nl

info@fumo.nl

Sonac Burgum B.V. IENA | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Damsingel 27 9262 NB Sumar

Grou,19 april 2023

_ : 2023-FUMO-0073357

Ons kenmerk

Afdeling

:

Vergunningverlening

en

Specialistisch

Advies

Behandeld door: (geanonimiseerd) / 0566 750 300 HE (geanonimiseerd) MN Uw kenmerk :-

_

Betreft

:

Besluit

m.e.r.-beoordeling

Geachte (geanonimiseerd) ME (geanonimiseerd) DN

Op

17 februari 2023 heeft u ons schriftelijk middels een aanmeldnotitie (artikel 7.16 van de Wet milieubeheer (WVm)) medegedeeld dat u het voornemen hebt om een groengasinstallatie en een DeNOx installatie te realiseren binnen de bestaande inrichting van Sonac Burgum B.V. aan de Damsingel 27 te Sumar. Daarnaast wilt u de mogelijkheid hebben om de vergunde stookketels in plaats van aardgas volledig op vet te kunnen stoken. Wij hebben beoordeeld of bij de voorbereiding van het besluit omtrent de aanvraag voor de omgevingsvergunning een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Omdat het de bedoeling is om binnen de inrichting dierlijke bijproducten van derden te accepteren en te vergisten betreft het een installatie voor de verwijdering van afval, anders dan bedoeld onder de categorieën 18.3, 18.6 of 18.7 van Onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De drempelwaarde zoals bedoeld in kolom 2 van categorie 18.1 van Onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. wordt overschreden. Daardoor is het realiseren van de installatie merbeoordelingsplichtig op grond van categorie 18.1 van Onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. Besluit

Op grond van onderstaande overwegingen en op basis van hetgeen is gesteld in artikel 7.17 Wm, hebben wij besloten dat bij de voorbereiding van het besluit op de voorgenomen aanvraag omgevingsvergunning van Sonac Burgum B.V. voor het realiseren van de groengasinstallatie, geen MER hoeft te worden opgesteld.

IBAN: (geanonimiseerd) BTW: NL852608263B01 KVK: 51499470

Beschrijving

en

locatie

van

de voorgenomen

activiteiten.

Sonac

Burgum B.V. (verder Sonac), onderdeel van Darling Ingredients International, verzamelt en verwerkt dierlijke bijproducten die afkomstig zijn van voor menselijke consumptie goedgekeurde dieren; zogenaamde Categorie 2 en 3 dierlijke bijproducten, als bedoeld in artikel 10 van de Europese Verordening dierlijke bijproducten (EG nr. 1069/2009). Deze grondstoffen worden verwerkt tot producten (o.a. melen en vetten), die worden afgezet in de diervoederindustrie, de meststoffenindustrie, de energiesector en de farmaceutische sector. Daarnaast worden ook nog Categorie 2 grondstoffen als bedoeld in artikel 9 van de Verordening verwerkt. Bij besluit van 1 december 2022 is hiervoor een revisievergunning verleend. De aanmeldingsnotitie heeft betrekking op het realiseren van de bestaande inrichting van Sonac aan de Damsingel 27 te Sumar; 1. hetrealiseren van een groengasinstallatie, 2. hetrealiseren van een DeNOx installatie en 3.

de mogelijkheid stoken.

om

de

vergunde

stookketels in

volgende wijzigingen

plaats van aardgas volledig

binnen de

op vet te kunnen

Groengasinstallatie De voorgenomen tiende productielijn zal voornamelijk dierlijke bijproducten (Categorie 2 en 3) verwerken tot groengas, digestaat (biobrandstof), ammoniakwater (grondstof voor een meststof) en CO2 (voor technische toepassingen). De nieuwe tiende productielijn kan circa 12.000 huishoudens

jaarlijks voorzien van gas. De aanvoer van deze producten is al vergund productiecapaciteit zal door de groengasinstallatie niet wijzigen. De activiteiten

de totale

voornamelijk het verwerken van dierlijke bijproducten conform de daarvoor geldende Europese Verordening dierlijke bijproducten. Met de voorgenomen Wabo-vergunningaanvraag voor een groengasinstallatie zal dit gedeeltelijk veranderen. Omdat de activiteit vergisten gezien wordt als het verwerken van afvalstoffen wordt Sonac in Burgum een afvalstoffeninrichting. Daarnaast zal Sonac in de voorgenomen bedrijfssituatie op geringe schaal een aantal afvalstoffen als aanvulling op de dierlijke bijproducten gaan gebruiken in de groengasinstallatie. Deze afvalstoffen (uiteindelijk allemaal afkomstig vanuit handelingen met dierlijke bijproducten) worden bijgemengd in het vergistingsproces. en

handelingen

en

van

Sonac betreffen

De nieuwe e e

e

e e e e

e e e

groengasinstallatie bestaat uit de volgende onderdelen: een losplaats (bulk) voor de vrachtwagens met grondstoffen; een aantal opslagtanks (bouwhoogte tussen de 10 en 16 meter) voor de te verwerken producten; gebouw 200-BD-780 (bouwhoogte 10 meter) waarin diverse ondersteunende processen (pompen, zuivering) plaatsvinden; de twee hoofdvergisters en de navergister (bouwhoogte ieder 24 meter); _de biogasbuffer (bouwhoogte 9 meter); een fakkelinstallatie (bouwhoogte 14 meter); meerdere opslagtanks voor hulpstoffen; zuren en logen (bouwhoogte tussen de 8 en 15 meter); een losplaats voor de vrachtwagens met hulpstoffen; zuren en logen; _de banddrooginstallatie voor het drogen van digestaat; een 4-traps gaswasinstallatie voor het verminderen van luchtemissies uit banddroger (bouwhoogte 6 meter);

Ons kenmerk:

2023-FUMO-0073357

:

-2van11-

e e e

e e e e

e

_ voorverzuring (bouwhoogte 16 meter); _buffertank afvalwater

(bouwhoogte 9 meter); _een ammoniak stripper ten behoeve van voorbehandeling afvalwater vanuit vergister (bouwhoogte 15 m); _ opslagtanks voor eindproduct CO2 (bouwhoogte 15 meter); _opslagtank voor eindproduct ammoniakwater (bouwhoogte 15 meter); _ silo voor eindproduct digestaat (bouwhoogte 12 meter); diverse ondersteunende installaties (onder andere pompen, koeltoren, DAF-unit en divers bovengrondse leidingen). _hetterrein in de noordwesthoek zal gedeeltelijk worden verhard en er zal een nieuwe rijroute worden gerealiseerd voor de toe- en afvoer van grond-, hulpstoffen en producten voor de groengasinstallatie.

De totale

vergunde verwerkingscapaciteit van veranderingen niet wijzigen.

de

inrichting,

van

700.000

ton

per jaar, zal door deze

DeNOx

installatie Door het realiseren en in gebruik nemen van de groengasinstallatie zal extra emissie van ammoniak ontstaan. Ammoniak dat ontstaat zal zo veel mogelijk worden afgevangen door het toepassen van nageschakelde technieken. Op deze manier wordt de emissie van ammoniak zo veel mogelijk beperkt. Na het toepassen van de nageschakelde technieken zal extra ammoniak vrijkomen ten opzichte van de vergunde situatie. Om de extra emissie van ammoniak te compenseren zullen de vergunde stookinstallaties (stoomketels) worden voorzien van een DeNOx installatie. Als gevolg daarvan zal, als

gevolg van de beoogde ontwikkeling, geen extra depositie van stikstofverbindingen op natuurgebieden plaatsvinden en is geen nieuwe vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Stoken op vet Binnen de inrichting is het

gebruik van een aantal stoomketels vergund. Deze installaties kunnen deels al op vet worden gestookt in plaats van met aardgas. Met de beoogde wijziging wil Sonac de stoomketels volledig met vet kunnen stoken in plaats van met aardgas. Voor de details met

betrekking

tot de

beoogde veranderingen verwijzen wij

naar

de

aanmeldingsnotitie. Mer-beoordelingsplicht De voorgenomen activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig op grond van artikelen 7.2, eerste lid, onder b van de Wm en 2, lid 5, onder a van het Besluit m.e.r. omdat het de bedoeling is om binnen de inrichting 385 ton per dag aan dierlijke bijproducten van derden te accepteren en te vergisten zal na realisatie sprake zijn van een installatie voor de verwijdering van afval, anders dan bedoeld onder de categorieën 18.3, 18.6 of 18.7 van Onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Daardoor is het realiseren van de installatie mer-beoordelingsplichtig op grond van categorie 18.1 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. waarbij de drempelwaarde van kolom 2 van 50 ton per dag wordt overschreden.

MER-plicht Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht op grond van artikel 7.2, derde lid Vm, activiteiten niet genoemd worden in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

Ons

kenmerk:

2023-FUMO-0073357

omdat de

beoogde

-3

van

11

-

In de aanmeldingsnotitie is specifiek ingegaan op Categorie 21.6 van Onderdeel C van de bijlage van het Besluit m.e.r. Deze categorie 21.6 is van toepassing op de oprichting van een geïntegreerde chemische installatie. Dat wil zeggen een installatie voor de fabricage op industriële schaal van stoffen door chemische omzetting, waarin verscheidene eenheden naast elkaar bestaan en functioneel met elkaar verbonden zijn, bestemd voor de fabricage van: a.

b.

organische basischemicaliën; anorganische basischemicaliën;

fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen (enkelvoudige of samengestelde meststoffen); basisproducten voor gewasbescherming en van biociden; e. farmaceutische basisproducten met een chemisch of biologisch procedé, of, c.

d.

f. explosieven. Deze categorie is niet relevant omdat in de Groen Gasinstallatie van Sonac Burgum sprake is van een biologische omzetting. Het omzettingsproces wordt namelijk als volgt omschreven: Vergisting is een biologisch proces waarbij micro-organismen, zoals bacteriën en gisten, koolhydraten zoals suikers en zetmeel omzetten in alcoholen, zuren en gassen. Dit proces vindt plaats in afwezigheid van zuurstof en wordt daarom ook wel anaerobe fermentatie genoemd. Het vergistingsproces kent verschillende toepassingen, zoals de productie van biobrandstoffen, de productie van alcoholische dranken en de behandeling van organisch afval om biogas te produceren. Na één recente uitspraak van de Raad van State (van 27 juli 2022 betreffende een mestvergistingsinstallatie)! staat bovenstaande omschrijving mogelijk ter discussie. In deze uitspraak vindt de Raad van State namelijk dat bij mestvergisting mogelijk sprake is van een chemische omzetting en dat de betreffende mestvergistingsinstallatie daarmee valt onder categorie C21.6 van het Besluit m.e.r. Hiermee wijkt deze uitspraak af van de eerdere, algemene opvattingen in Nederland. De drie noordelijke omgevingsdiensten (Omgevingsdienst Groningen, FUMO en de RUD Drenthe) hebben deze uitspraak beoordeeld en een notitie opgesteld (“Mestvergisting en mer-plicht” van 7 november 2022).

Deze notitie is bedoeld voor vergunningverleners en biedt handvatten om de vraag te beantwoorden of in hun concrete geval een MER gemaakt moet worden, of niet. Bij de voorgenomen Groen Gasinstallatie van Sonac Burgum wordt geen mest vergist en ook geen meststof geproduceerd. Door het vergisten van flotatieslibben van slachthuizen mag het digestaat uit de Groen Gasinstallatie sowieso niet als meststof worden afgezet. Het wordt door derden gebruikt als een biobrandstof. Naast de vraag of er sprake is van een chemische of biologische omzetting is er nog een 2e criterium moet worden voldaan in deze categorie, namelijk de ‘bestemde’ fabricage van een aantal met name vermelde stoffen/producten. Bij de Groen Gas installatie van Sonac Burgum is hiervan geen sprake. De gefabriceerde stoffen/producten met de voorgenomen Groen Gasinstallatie van Sonac Burgum worden niet vermeld (of bedoeld) in de hierboven aangehaalde opsomming a. t/m f. van categorie C21.6.

waaraan

Wij stellen vast dat categorie 21.6 van Onderdeel C van de bijlage van toepassing is op de beoogde wijziging van de inrichting.

het Besluit

m.e.r.

niet van

Procedure De in de artikelen 7.16 tot en met 7.19

Volledigheid Wij

hebben

op

ons

1

aanmeldnotitie de aanmeldnotitie

en

van

de Wm

omschreven

procedure

is gevolgd.

opschorting procedure

getoetst op volledigheid. Na overleg met de initiatiefnemer hebben, wij een aangepast luchtonderzoek ontvangen. Op 30 maart 2023

verzoek, op 15 maart 2023

ECLIENL:RVS:2022:2157.

Ons

kenmerk:

2023-FUMO-0073357

-4

van

11

-

hebben

wij een aangepaste aanmeldingsnotitie ontvangen. Wij zijn van

oordeel dat de

aanmeldnotitie, inclusief de bijbehorende bijlagen, voldoende informatie bevat voor

beoordeling van de gevolgen van ook in behandeling genomen.

de activiteit op de

fysieke leefomgeving.

een

aangepaste goede

De aanmeldnotitie

is dan

Toetsingskader Het bevoegd gezag moet op grond van artikel 7.17, derde lid van de Wm bij de beslissing rekening houden met de relevante criteria zoals aangegeven in bijlage Ill bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling: ik

Kenmerken

de projecten. Bij de kenmerken worden genomen: de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; van

van

de

projecten kan in het bijzonder in

overweging

o=vaop

verontreiniging

en

hinder;

het risico van zware ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën; de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).

Plaats

het

project. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop invloed kunnen zijn kan in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de van

projecten van a.

b.

È

Cc.

volgende typen gebieden: -

wetlands;

kustgebieden; berg- en bosgebieden; reservaten en natuurparken; -__gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (=Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (=Habitatrichtlijn) -__gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake -_

-

-

milieukwaliteit reeds worden overschreden;

-__gebieden met hoge bevolkingsdichtheid; landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. -__

3.

Kenmerken kunnen

a) b) c) d) e) f) g)

van het potentiële effect. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van de projecten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in overweging worden genomen: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); de aard van het effect; het grensoverschrijdend karakter van het effect; de intensiteit en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde .

projecten;

Ons

kenmerk:

2023-FUMO-0073357

-5

van

11

-

h)

de

mogelijkheid

om

de effecten doeltreffend te verminderen.

Daarnaast moet het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17, vierde lid Wm, indien aan de orde, verwijzen naar de kenmerken van de voorgenomen activiteit of van de door uw inrichting geplande maatregelen waarmee belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu vermeden of voorkomen worden. Informatiebronnen Voor de

beoordeling of sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben wij gebruik gemaakt van de volgende informatie: 1. _Aanmeldingsnotitie m.e.r. beoordeling Groengas installatie Sonac Burgum (versie 2 van 30 maart inclusief bijbehorende bijlagen; situatietekening inrichting (12 januari 2023), -__detailtekening Groen Gasinstallatie (11 januari 2023) -__processchema's (17 februari 2023), -_geluidonderzoek (17 februari 2023), -_geuronderzoek (17 februari 2023) -_luchtonderzoek (versie 2 van 13 maart 2023) met depositieonderzoek en AERIUS Bijlage.

220)

Overwegingen Overwegingen

ten aanzien

Ad 1. Kenmerken

van

het

van

artikel

7.17, derde

lid Wm:

project.

Omvang

van het project Voor een beschrijving van de omvang van het project verwijzen wij naar hetgeen omschreven onder “Beschrijving en locatie van de voorgenomen activiteiten”.

hierboven is

Cumulatie met andere projecten Ten aanzien van cumulatie van milieueffecten zijn er in de directe omgeving geen andere projecten gelegen waarmee rekening mee moet worden gehouden. Cumulatie met andere projecten vormt daarom geen aanleiding om een MER te verlangen. Gebruik natuurlijke hulpbronnen. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen (aardgas) neemt af omdat in de vergistingsinstallatie groengas wordt geproduceerd. Verder zal door het stoken van de stoomketels op vet het verbruik van aardgas worden gereduceerd. Productie van afvalstoffen Bij de activiteiten in de groengasinstallatie komt een geringe hoeveelheid afvalstoffen vrij. Hierbij is feitelijk geen sprake van productie van afvalstoffen maar van het verwijderen van een stoorstroom uit de te verwerken afvalstoffen. In het aangevoerde categorie 2 en 3 materiaal zit een zeer klein percentage “vervuilingen”. Dit betreft onder andere kleine metalen en plastic delen en andere zware delen (zand/glas/schelpen). Dit wordt gescheiden uit het aanvoermateriaal voordat het materiaal in de vergisters wordt gebracht. De hoeveelheid is beperkt tot ongeveer 0,5 ton per dag. In de vergistingsinstallatie ontstaat naast biogas ook digestaat. Al het afval zal uiteindelijk worden verwerkt conform de relevante minimumstandaarden uit het Landelijk Afvalstoffenplan 3 (LAP3).

Verwerken van afvalstoffen Het vergisten van categorie 2 en 3 materiaal wordt gezien als het verwerken van afval. Op deze verwerking is het sectorplan 65 (Dierlijk afval) van het LAP3 van toepassing. In de benodigde omgevingsvergunning zal worden geborgd dat de handelingen binnen de inrichting met de afvalstoffen de ‚

Ons

kenmerk:

2023-FUMO-0073357

-6 van 11

-

verplichte verwerking conform de minimumstandaard niet in de weg staan. Daarmee is tevens geborgd dat de verwerking voldoet aan de beste beschikbare technieken. Het verwerken van afval zoals beschreven in de aanmeldingsnotitie geeft geen aanleiding om een MER op te stellen. Verontreiniging

en

hinder

Geluid Om een goed beeld te krijgen van de geluidbelasting als gevolg van de beoogde wijzigingen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in het rapport “Akoestisch onderzoek “project Groen Gas” dat is opgesteld door Adviesbureau DGMR, met kenmerk M.2017.0806.09.R001van 17 februari 2023. De geluidbelasting wordt bepaald door de fabrieksinstallaties en de transporten op het terrein. De transporten buiten het terrein nemen niet toe ten opzichte van de vergunde situatie. Sonac is gevestigd aan de Damsingel 27-30 in Burgum op het industrieterrein Burgum Sumar. Dit industrieterrein is gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. De beoogde wijziging moet passen binnen deze geluidszone. Bovendien past Sonac de beste beschikbare technieken toe in de beoogde installaties. Daarmee is geborgd dat de gevolgen voor de omgeving voor het onderdeel geluid zeer beperkt blijven en inpasbaar zijn.

Geur Om een

goed beeld te krijgen van de geurbelasting als gevolg van de beoogde wijzigingen is een geuronderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in het rapport “Geuronderzoek ten behoeve van uitbreiding van de inrichting met een Groen Gas Installatie en omschakeling naar gebruik van vet als brandstof in het ketelhuis” dat is opgesteld door Adviesbureau Olfasence B.V. met kenmerk SONA23B4 van 8 februari 2023. In de benodigde omgevingsvergunning zal worden geborgd dat de beoogde wijziging van de inrichting voldoet aan een acceptabel geurhinderniveau. Dit kan door een goede omschrijving van maatregelen in de benodigde vergunningaanvraag en/of het verbinden van voorschriften aan de vergunning. Daarmee is geborgd dat de gevolgen voor de omgeving voor het onderdeel geur zeer beperkt blijven en inpasbaar zijn. Overige emissies naar lucht Als gevolg van de beoogde activiteiten komen emissies naar de lucht vrij. Het merendeel van deze emissies is rechtstreeks werkend gereguleerd vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer. Voor zo ver nodig worden aanvullend voorschriften aan de vergunning verbonden om te borgen dat deze emissies voldoen aan de beste beschikbare technieken. Daarmee is geborgd dat de gevolgen voor de omgeving voor het onderdeel lucht zeer beperkt blijven en inpasbaar zijn.

Er zal voor wat betreft de emissies naar lucht geen sprake zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Luchtkwaliteit Om een goed beeld te krijgen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit als gevolg van de beoogde wijzigingen is een luchtonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in het rapport “Luchtonderzoek veranderingen Sonac Burgum”, dat is opgesteld door Adviesbureau HaskoningDHV Nederland B.V. Industry & Buildings, met kenmerk BH7896-1B-NT-221221-1736 van 13 maart 2023. Als gevolg van het realiseren en gebruiken van de nieuwe installaties nemen de emissies van NOx en NO? af. Uit het rapport blijkt verder dat de bijdrage van PMso niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Uit de rapportage blijkt dat de beoogde verandering van de inrichting past binnen-de luchtkwaliteitseisen van bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Daarmee is geborgd dat de gevolgen voor de omgeving voor het onderdeel luchtkwaliteit zeer beperkt blijven en inpasbaar zijn. Bodem Op locaties

bodembedreigende activiteiten plaatsvinden, worden bodembeschermende maatregelen voorzieningen overeenkomstig de Nederlandse richtlijn bodembescherming 2012 getroffen. Hierdoor zal sprake zijn van een verwaarloosbaar bodemrisico. waar en

Ons

kenmerk:

2023-FUMO-0073357

-7

van

11-

Opslag

van stoffen behoeve van de nieuwe

Ten

activiteiten worden verschillende stoffen (zoals ijzerchloride, zwavelzuur natronloog), opgeslagen in verpakkingen en tanks. Om de veiligheid bij deze opslagen te borgen worden aan de benodigde omgevingsvergunning voorschriften verbonden dat deze stoffen moeten worden opgeslagen conform de relevante PGS richtlijnen. Daarmee is de veilige opslag geborgd en is er geen aanleiding om in verband met de beoogde activiteiten een MER op te laten stellen. en

Veiligheid In de Groen Gasinstallatie bevindt zich in totaal ongeveer 2800 m? biogas. Dat zijn de drie (na)vergisters, met 700 m? biogas in de bovenste 2 meter, en één biogasbuffer van 700 m?. Dit betreft echter geen opslag (procesvolume). Het groen gas wordt met een leiding direct aan de lokale netbeheerder geleverd. Door het RIVM is in 2008 een document opgesteld waarin de effecten en risicoafstanden bij de opslag biogas worden beschreven. Bij de beoogde volumes zijn de 10° afstanden dan tussen de 50 en 70 meter (afhankelijk van de samenstelling van het biogas). Binnen deze afstanden bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare objecten. Vanaf geprojecteerde locatie van de Groen Gasinstallatie bevinden zich de eerste huizen op meer dan 300 meter.

van

de

Voor de Groen Gasinstallatie wordt een nieuw explosieveiligheidsdocument (EVD) opgesteld en worden de ATEX-gebieden rond de installatiedelen in kaart gebracht. Bij calamiteiten kan de hele installatie drukloos worden gemaakt door middel van de fakkelinstallatie. Het in de installatie ingesloten biogas wordt dan direct verbrand en vormt geen gevaar voor de omgeving. Om de

veiligheid van de beoogde omgevingsvergunning aanvullend

installaties en activiteiten te borgen zullen aan de benodigde voorschriften worden verbonden. Daarmee zal worden voldaan aan de beste beschikbare technieken en geeft het onderwerp veiligheid geen aanleiding om een MER op te stellen. Verkeer en vervoer De vervoersbewegingen ten behoeve van de groengasinstallatie passen binnen de eerder vervoersbewegingen. De vergunde vervoersbewegingen zullen niet wijzigen.

Energie De groengasinstallatie eigen

per jaar leveren aan de lokale

zal ongeveer 13.000.000 m° groengas Daarnaast zal door het toepassen van vet in plaats aardgasverbruik worden gereduceerd.

netbeheerder.

vergunde

van

aardgas

in de stoomketels het

Risico van zware ongevallen De omvang van de gevaarlijke stoffen binnen de inrichting is beneden de lage drempelwaarde van Seveso IIl-richtlijn (2012/18/EU). De inrichting blijft daarom buiten de werking van het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO). De opslag van stoffen vindt plaats conform de relevante PGS-richtlijen en voldoet daarmee aan de beste beschikbare technieken. Er zijn als gevolg van de aangevraagde wijziging geen effecten voor de omgeving als gevolg van de opslag of het gebruik van gevaarlijke stoffen.

Ongewone voorvallen Door het toepassen van de beste beschikbare technieken (BBT), beveiligingsmaatregelen en -regels (ATEX) en de implementatie van meet-, signalering- en regelsystemen en (werk)procedures, wordt het risico van een ongewoon voorval zoveel mogelijk beperkt. Gezondheidsrisico’s Gelet op de aard en omvang van de activiteiten en de ligging van de projectlocatie gezondheidsrisico's te verwachten als gevolg van het voorgenomen project.

Ons

kenmerk:

2023-FUMO-0073357

zijn er geen

-8

van

11

-

Conclusie kenmerken Gezien de kenmerken

van

Ad 2. Plaats

project.

van

het

van

het project het project zien

N

wij geen

reden

om

een

MER

te verlangen.

Sonac is gevestigd aan de Damsingel 27-30 in Burgum op het industrieterrein Burgum Sumar. Dit industrieterrein is gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. De directe omgeving van de inrichting is industrieterrein. De groengasinstallatie wordt gerealiseerd in de noordwestelijke hoek van het terrein van Sonac. De afstand van de nieuw te realiseren groengasinstallatie tot de dichtstbijzijnde woning (Burgumerdaam 41) bedraagt circa 480 meter. De locatie waar de groengasinstallatie wordt gerealiseerd, sluit aan bij de reeds bestaande gebouwen en wordt binnen de grenzen van de bestaande inrichting gerealiseerd. Gelet hierop heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. Er is geen sprake van de onder 2. “Plaats van het project onder c'‚ genoemde typen gebieden, zoals in het voorgaande is beschreven. De projectlocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een beschermingsgebied voor stilte. Habitat-

vogelrichtlijn en natuurmonumenten / Flora en Fauna/Natura 2000-gebieden Soortenbescherming wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet beschermt inheemse dier- en plantensoorten, waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende beschermingscategorieën. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan de Whnb verplicht. Als

en

project niet in een Natura 2000-(deel)gebied plaatsvindt, kan het mogelijk toch schade toebrengen aan de natuurwaarden van het betreffende gebied (de zogenaamde externe werking). Als er geen sprake is van mogelijke externe werking of cumulatie, is geen vergunning ingevolge de Wnb nodig. De wet gaat uit van het “voorzorgsbeginsel", hetgeen inhoudt dat alle aspecten die met het project samenhangen die de instandhoudingsdoelstellingen van het natuurgebied in gevaar kunnen brengen, moeten worden onderzocht. een

Onder negatieve effecten moet in dit verband worden verstaan: aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied en verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten dan wel verstoring van soorten. Komt uit deze toets naar voren dat er geen kans bestaat op het optreden van negatieve effecten, dan is geen vergunning of ontheffing ingevolge de Wnb nodig. Bestaat er kans op een negatief effect, dan is er een vergunning noodzakelijk en zullen de mogelijke effecten nader moeten worden onderzocht om te kunnen beoordelen of de vergunning al dan niet kan worden verleend. De meest recente vergunning in het kader van de Wnb is van 17 december 2021. De gevolgen van de emissies en depositie van stikstofverbindingen als gevolg van de beoogde wijziging zijn inzichtelijk gemaakt middels de AERIUS berekening van 27 januari 2023. Uit de berekening blijkt dat geen extra depositie van stikstofverbindingen zal worden veroorzaakt als gevolg van het beoogde project. Het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wnb is daarom niet noodzakelijk. Met

betrekking tot gebiedsbescherming vormt verdroging mogelijk een relevante verstoringsfactor. Gelet de afstand tot de Natura 2000-gebieden zijn andere verstoringsfactoren als verdroging uitgesloten. op Hiermee kunnen significante (negatieve) natuur-effecten als gevolg van de voorgenomen verandering worden uitgesloten. Landschappen

van

historisch, cultureel of archeologisch belang

en

gebieden met hoge

bevolkingsdichtheid. Voor de gehele inrichting van Sonac Burgum geldt, voor het aspect archeologie, dat dit een ‘Gebied met lage verwachting’ is volgens het vigerende bestemmingsplan en de Friese Archeologische Monumenten kaart Extra (FAMKE). Voor deze locatie met een lage archeologische

Ons

kenmerk:

2023-FUMO-0073357

-9 van

11

-

verwachtingswaarde gelden in de gemeente Tytsjerksteradiel geen archeologische voorschriften. Het aspect archeologie is gezien de lage verwachtingswaarde in het gebied geen aanleiding om een MER op te stellen. Conclusie plaats van het project Gezien de plaats van het project zien

wij geen

reden

Ad. 3 Kenmerken van het potentiële effect Zoals uit de overwegingen onder 1 en 2 blijkt, is het de effecten geen grensoverschrijdend karakter.

om

een

MER

te verlangen.

ruimtelijk bereik van

de effecten

beperkt

en

hebben

De voorgenomen activiteiten hebben geen

significante effecten voor aspecten als luchtkwaliteit, bodembescherming, afvalverwerking geluid. Als gevolg van het initiatief neemt het gebruik aan fossiele brandstoffen af. Om de effecten op de omgeving te verminderen worden de beste beschikbare technieken toegepast. Dit zal in de benodigde omgevingsvergunning worden geborgd. en

Conclusie kenmerken Gezien de kenmerken

van van

het potentiële effect het potentiële effect zien

wij geen

reden

om

MER

een

te verlangen.

Overwegingen ten aanzien van artikel 7.17, vierde lid van de Wm: Op grond van artikel 7.17, vierde lid Wm dienen wij, indien aan de orde, te verwijzen naar de kenmerken van de voorgenomen activiteit of naar de door uw inrichting geplande maatregelen waarmee belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu vermeden of voorkomen worden. Om

verontreiniging

hinder te voorkomen of tot een minimum te

beperken moeten de beste (BBT) toegepast. Daarbij aangesloten bij de Nederlandse informatiedocumenten zoals aangegeven in de bijlage van de Regeling omgevingsrecht en de Europese documenten, waarin de beste beschikbare technieken zijn omschreven. De verontreiniging en hinder als gevolg van de nieuwe installaties en activiteiten zullen door het stellen van voorschriften in de omgevingsvergunning, en door de van toepassing zijnde voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling, tot een minimum worden beperkt. en

beschikbare technieken

worden

zal worden

Conclusie Nu uitgesloten kan worden dat de activiteit belangrijke is er geen aanleiding voor het opstellen van een MER.

Bekendmaking

beroep mededeling gedaan 12 van de Bekendmakingswet.

voor

het milieu kan hebben,

en

Van dit besluit wordt artikel

nadelige gevolgen

in het

digitaal publicatieblad van

de

provincie Fryslân conform

Tegen dit besluit staat geen afzonderlijk bezwaar of beroep open, omdat er sprake is van een voorbereidingsbeslissing als bedoeld in artikel 6:3 Algemene wet bestuursrecht. Eventuele bezwaren tegen dit besluit kunnen aangevoerd worden in de procedure omtrent de omgevingsvergunning.

Ons

kenmerk:

2023-FUMO-0073357

-10

van

11

-

Informatie Voor informatie kunt 0566

u

(geanonimiseerd)

Namens

contact opnemen

Gedeputeerde

Staten

van

de

met (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

van

de FUMO,

telefoonnummer

provincie Fryslân,

Hoogachtend,

V, ke)

(geanonimise rd)

en! (A (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) me

Et Mc

Ons

kenmerk:

2023-FUMO-0073357

en

Specialistisch

Advies

-11

van

11

-

Tytsjerksteradiel Milieueffectrapport-beoordelingsbesluit

Gemeente

Ontvangen van: Sonac Burgum B.V. een mededeling dat een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zal worden aangevraagd kenmerk 2023-FUMO-0073357 Betreft: het voornemen hebt om een groengasinstallatie en een DeNOx installatie te realiseren binnen de bestaande inrichting. Locatie: Damsingel 27, 9262 NB Sumar, gemeente Tytsjerksteradiel. In verband hiermee is nagegaan of voor de beoogde activiteit een milieueffectrapport moet worden. Gedeputeerde Staten hebben beslist dat er geen MER behoeft te worden opgesteld.

(MER) gemaakt

.

De

beslissing dient te worden aangemerkt

derden. Derden het kader van de Wabo.

zwaar

van

kunnen

als een voorbereidingsbesluit en is niet vatbaar voor behun bezwaren kenbaar maken tijdens de vergunningprocedure in

De stukken -

-

liggen ter inzage in het: provinsjehûs en bij de FUMO, elke werkdag van 9.00 tot 16.00 uur (vooraf contact opnemen); gemeentehuis van de betreffende gemeente (vooraf contact opnemen).

Voor inlichtingen en inzage van de stukken neem contact op met de FUMO, tel. 0566-75 03 00. Bezoekadres: J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE Grou.

e-mail

waboloket @fumo.nl,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=53d68386-fcc5-4e25-8884-1c4f991ddf08