CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

04 - Bijlage 1 - Zienswijzenota zonnepark Stoppelsoal

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 20 juni 2024, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: VGGB zonnepark Stoppelsoal (beslútfoarmjend, besprekstik)4.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzenota omgevingsvergunning ‘Stoppelsoal te Burgum’

Datum

12-02-2024

Zaaknummer / stuknummer

Z2021-04730

Afdeling

8KTD - Ruimtelijk Domein Ontwikkeling en Advies

Behandelaar

Marc Buenk

Onderwerp

Zienswijzenota ontwerp-omgevingsvergunning Zonnepark Stoppelsoal

Procedure Op 23 november 2023 heeft de raad van Tytsjerksteradiel een ontwerp-VVGB afgegeven en vervolgens is de ontwerp-omgevingsvergunning, tezamen met de ontwerp-VVGB voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn zijn er diverse zienswijzen ingediend, waaronder een van de provincie. Zienswijzen De zienswijzen hadden betrekking op de volgende aspecten: • • • • • • • •

Aantasting van de natuur; Aantasting van het uitzicht; Aantasting recreatieve waarde van het gebied; Geluidhinder; Schitteringen van de zonnepanelen; Strijd met de provinciale zonneladder; Archeologie en Cultuurhistorie; Ontbreken draagvlak/onvoldoende participatie.

De zienswijze van de provincie had betrekking op de volgende aspecten: • • • •

Aandacht voor Archeologie; Aandacht voor Water en Ontgrondingen; ‘minder waardevolle’ landbouwgronden; Stikstof berekening.

Op deze aspecten zal hieronder nader worden ingegaan. Aantasting recreatie Gesteld wordt dat het gebied een grote recreatieve waarde kent, getuige het recreatiepark en het frequente gebruik van de in de nabijheid van het plangebied aanwezige wandel-/fietspad. Gevreesd wordt dat het zonnepark een aantasting van de recreatieve waarde van het gebied met zich mee zal brengen.

Wat betreft de veronderstelde negatieve impact op de recreatieve waarde van het gebied het volgende. Algemeen Het plangebied is onderdeel van een energielandschap, met de nodige hoogspanningsmasten en op de achtergrond de bebouwing van de energie centrale. Recreatiepark Grenzend aan het plangebied is het recreatiepark Zwartkruis gelegen. Gesteld wordt dat de aanwezigheid van het recreatiepark getuigd van de recreatieve waarde van het gebied. Het gaat hier echter om een voornamelijk op de watersport georiënteerd recreatiepark, met ca. 59 recreatiewoningen gelegen aan water. De ligging van dit recreatiepark op deze locatie heeft niet zozeer te maken met de hoge recreatieve waarde van het plangebied, maar vooral met de aanwezigheid van het Bergumermeer. Wandel- en fietspaden Er wordt terecht aangegeven dat er thans intensief gebruik wordt gemaakt van een wandel-/fietspad in de nabijheid van het plangebied. Dit pad voert voetgangers en fietsers langs het recreatiepark en langs het hekwerk van de energie centrale.

Fragment netwerk fiets-/voetpaden

Fragment nieuw fiets-/voetpad

In het zonnepark is een extra fietsroute bedacht, die via een aan te leggen vegetatiezone en het pad parallel aan de Koumarwei, naar de nieuwe doorsteek door het park voert. Hier ontstaat door de houtsingel en de brede watergang een prachtig nieuw profiel. Via een nieuwe brug wordt er een verbinding met het bestaande pad langs recreatiepark Zwartkruis gemaakt. De landschappelijke inpassing van het zonnepark zal ook aan de westelijke zijde worden gerealiseerd, om het zonnepark vanaf de zijde van het fiets-/wandelpad aan het oog te ontrekken. Daarnaast wordt een integraal recreatief rust- en informatiepunt toegevoegd, waarbij gedacht kan worden aan een bouwwerk, zoals hieronder weergegeven.

Concept rustpunt

Educatieve waarde In één van de zienswijzen is aangegeven dat er getwijfeld werd aan de educatieve waarde van het zonnepark In het gebied met het hooiland is een rust- en informatiepunt bedacht, waar informatie zal worden verschaft over de duurzame energie-opgave en de rol van zonnepanelen op dat vlak. Daarnaast zal er informatie worden geboden over de biodiversiteitsopgave en hoe daar in het park invulling aan wordt gegeven. Dit rust- en informatiepunt zal tevens een locatie vormen, waar mensen kunnen zitten en eventueel kunnen schuilen tegen de regen. De exacte invulling van dit rust- en informatiepunt zal nadrukkelijk in samenspraak met de omwonenden worden uitgewerkt.

Geluidhinder Gevreesd wordt dat het zonnepark zal leiden tot geluidoverlast, danwel dat het bestaande geluid van de energiecentrale verder zal dragen door de te plaatsen zonnepanelen. De geluidoverlast zal een vermindering van het woongenot en een waardedaling van de omgelegen woningen met zich mee brengen.

Geluidoverlast Het risico op het optreden van geluidhinder ten gevolge van het zonnepark (de omvormers/transformatoren) kan gelet op de uitkomsten van het geluidonderzoek (zie bijlage ..) nihil worden geacht. De zonnepanelen zelf produceren geen geluid. Het zijn de omvormers/transformatoren die een geluidproductie kennen van ca. 40 dB. Voor deze omvormers/ transformatoren geldt volgens de VNG-brochure Bedrijven en Milieu een richtafstand van 30 meter. De afstand van het meest nabij gelegen woonperceel tot het zonnepark is minimaal 160 meter en tot de meest nabij gelegen recreatiewoning minimaal 140 meter. De onderlinge afstand is dusdanig groot, dat er bij de woningen, noch bij de recreatiewoningen geluidoverlast te verwachten valt. Vaste jurisprudentie wijst bovendien uit dat een recreatiewoning in beginsel geen geluidgevoelig gebouw is in de zin van de Wgh. Aan recreatiewoningen komt daarom op grond van het Activiteitenbesluit niet dezelfde mate van bescherming tegen geluidhinder toe als aan reguliere woningen. Gelet op de afstand van 140 meter van het zonnepark tot de recreatiewoningen, zal er geen geluidhinder plaats vinden.

Op grond van jurisprudentie blijkt tevens dat de gemeente er vanuit mag gaan dat het geluid van de transformatoren gering is en zelden hoorbaar op meer dan een paar meter afstand en dat er al helemaal geen overlast zal kunnen optreden in de avond- en nachturen, omdat er dan immers geen elektriciteit wordt opgewekt. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat het zonnepark geen geluidoverlast zal veroorzaken.

Geluid dragend effect Wat betreft het eventueel geluid dragende effect van het zonnepark het volgende. Met het plaatsen van zonnepanelen ontstaat er een ‘akoestisch harde’ bodem, waardoor er in theorie een toename van reflectie van geluid zou kunnen optreden. Onderzoek bij bestaande zonneparken wijst echter uit dat een zonnepark niet als een standaard ‘akoestisch hard’ vlak dient te worden beschouwd. Een groot deel van het geluid blijkt over de zonnepanelen heen te gaan en daardoor niet door de panelen te worden ‘gedragen’. Het deel van het geluid dat niet over de zonnepanelen gaat, wordt door de opstelling van de panelen in een hoek van 60°, met een hoogte van circa 2 meter, niet verder gedragen. Er treedt juist een verstrooiing van geluid in de atmosfeer op. De berekende toe- en afnames zijn dermate gering (kleiner dan 1 dB), dat een dergelijk verschil met het menselijk oor vrijwel niet waarneembaar is.

Vermindering woongenot, waardedaling woning Uit het bovenstaande blijkt dat er geen geluidoverlast zal optreden. Er zal dan ook geen risico zijn van het optreden van een waardevermindering van de woning, dan wel vermindering van het woongenot.

Schitteringen van de zonnepanelen; Gevreesd wordt dat de zonnepanelen een schittering teweeg zullen brengen, wat tot hinder in de woningen en recreatiewoningen leidt. Deze hinder zou een vermindering van het woongenot en verstoring van de natuur teweeg brengen. Allereerst wijzen we op de folie die op zonnepanelen wordt aangebracht om reflectie te voorkomen. Door het toepassen wordt maximaal 3% van het inkomende licht gereflecteerd. De zonnepanelen zullen in zuidelijke richting worden geplaatst. Dat wil zeggen dat de panelen in een hoek van 60° worden opgesteld, gericht op het zuiden. Daardoor is er automatisch geen sprake van lichtreflectie in noordelijke richting, naar de woningen gelegen aan de Zomerweg, Rijksstraatweg en het recreatiepark. Er zal door eventuele lichtreflectie geen vermindering van het woongenot optreden. Terecht vragen mensen zich af of lichtreflectie invloed heeft op de natuur. Immers heeft lichtvervuiling grote gevolgen heeft voor de biodiversiteit. De zonnepanelen reflecteren echter slechts 3 procent van het licht en gedurende de avond en nacht vindt er geheel geen reflectie plaats. Lichtreflectie is derhalve niet van invloed op de natuur.

Verminderen van het woongenot Omwonenden vrezen dat ten gevolge van het zonnepark en bovengenoemde effecten vermindering van het woongenot en/of een waardevermindering van de woning zal optreden Gelet op het bovenstaande zijn we van mening dat het zonnepark geen hinder zal veroorzaken, wat tot een vermindering van het woongenot of waardevermindering van woningen zal leiden. Indien er toch onverhoopt financieel nadeel zou ontstaan ten gevolge van het realiseren van het zonnepark, dan kan er een verzoek tot nadeelcompensatie bij de gemeente worden gedaan. De gemeente heeft daartoe met de vergunninghouders een planschadeovereenkomst gesloten.

Strijd met de provinciale beleid ten aanzien van zonnepanelen Gesteld is dat het beoogde zonnepark niet voldoet aan de eisen van de provinciale zonneladder, nu er sprake is van een zonnepark in het landelijke gebied, niet direct grenzend aan stedelijk gebied. Provinciale Zonneladder De provincie geeft aan dat de locatie niet als grenzend aan stedelijk gebied kan worden aangegeven, aangezien het deel dat aan stedelijk gebied grenst als groene buffer wordt gehanteerd en de veldopstelling met zonnepanelen op enige afstand van het bestaand stedelijk gebied ligt.

Artikel 9.6.3 van de VRF geeft echter de mogelijkheid dat een opstelling voor zonne-energie kan worden toegestaan nabij het bestaand stedelijk gebied, mits: a.

de opstelling voor zonne-energie voortvloeit uit een lokaal maatschappelijk initiatief van één of meer samenwerkende dorpen, en

b.

uit de belangenafweging blijkt dat de landbouwgronden minder waardevol zijn dan de landbouwgronden op alternatieve locaties aansluitend aan de kern.

Ad a) Zoals toegelicht in de Ruimtelijke onderbouwing, is het voornemen voortgekomen uit een maatschappelijk initiatief uit de lokale omgeving, te weten Enerzjy Groep Burgum. In eerste instantie was het een initiatief vanuit Burgum. Inmiddels is het gezamenlijk project, waarbij Noardburgum en Jistrum zijn aangesloten. De Enerzjy Groep Burgum en Novar hebben een samenwerkingsovereenkomst met elkaar gesloten waarin onder andere is vastgelegd dat EGB voor 50% mede-aandeelhouder wordt van het zonnepark. Daarnaast heeft het FSFE inmiddels akkoord gegeven op de financieringsaanvraag van EGB en zal toetreding op korte termijn worden geformaliseerd. Ad b) De betreffende gronden zijn in eigendom bij een drietal veehouderijen, die deze gronden gebruiken voor het maaien en uitrijden van mest. Onder het kopje ‘minder waardevolle’ landbouwgronden zal nader worden ingegaan waarom er hier sprake is van ‘minder waardevolle’ landbouwgronden. De betreffende gronden zijn graslanden, in eigendom bij een drietal veehouderijen, die gebruikt worden voor het maaien en het uitrijden van mest. De lagere ligging brengt met zich mee dat het hier gaat om bovengemiddeld natte gronden, waar geen intensieve vorm van landbouw kan plaatsvinden. Incidenteel wordt er op de gronden schapen gehouden. Dat gebruik kan op het zonnepark worden voortgezet. Novar kent immers diverse zonneparken waar schapen weiden.

Alternatieve locaties Vergeleken met alternatieve locaties aansluitend aan de kern(en), kan worden gesteld dat de gronden rondom de kern Noardburgum ecologisch en cultuurhistorisch van grotere waarde worden geacht, terwijl het onderhavige gebied ecologisch en cultuurhistorisch gezien relatief geringe waarde vertegenwoordigd. De gronden rondom Noardburgum kennen houtwallen en -singels, kenmerkend voor het coulisselandschap. Op onderstaande kaart zijn de aanwezige houtwallen en -singels aangegeven met daarbij de kwaliteit van de betreffende houtwallen en -singels.

Artikel 9.6.3 lid 4 Bij toepassing van het bovengenoemde derde lid dient rekening gehouden te worden met de volgende randvoorwaarden: a.

voor de locatiekeuze en landschappelijke inpassing gebruik is gemaakt van de methodiek van de Sinnetafel, (er heeft een Sinnetafel avond plaatsgevonden)

b.

de omvang van de opstelling is afgestemd op de energiebehoefte van de kern, of van enkele samenwerkende kernen, (de omvang is afgestemd op de energiebehoeften van de kernen Burgum en Noardburgum)

c.

de omvang van de opstelling is passend bij de schaal van de kern, tot maximaal 5 ha bij een overige kern, tot maximaal 15 ha bij een regionaal centrum, tot maximaal 20 ha bij een stedelijk centrum en tot maximaal 25 ha bij Leeuwarden, (de beoogde omvang van het zonnepark bedraagt 25 ha, zie echter de uitzondering genoemd in artikel 5)

d.

er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om combinaties te maken met andere functies waarbij in ieder geval ruimte wordt gereserveerd voor het versterken van de biodiversiteit, (in het park zal sterk worden ingezet op het versterken van de biodiversiteit)

e.

de locatie ligt niet in de ecologische hoofdstructuur of natuur buiten de ecologische hoofdstructuur, en (het park ligt niet in de ecologische hoofdstructuur)

f.

de omgeving wordt betrokken bij het planproces en ten minste 50% van het zonnepark is in eigendom van de lokale gemeenschap. (de EGB wordt 50% eigenaar van het park).

Gemeentelijke zonneladder De gemeente Tytskjerksteradiel heeft in haar Duurzaamheidsbeleid zich ten doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Gelet op het provinciale beleid ten aanzien van windenergie, is de provinciale zonneladder doorlopen om te kijken of middels zonnepanelen kan worden voorzien in de energiebehoefte van de kernen Burgum en Noardburgum. De gemeente hanteert de volgende zonneladder: 1. Zon op daken en erven in het dorp en het buitengebied 2. Zon op overige terreinen in het dorp en het buitengebied 3. Zon op gronden in het buitengebied, aangrenzend aan bestaande bebouwing 4. Zon op gronden in het buitengebied, in de nabijheid van een energieknooppunt 5. Zon op overige gronden in het buitengebied Er is een raming gemaakt van de benodigde energie opwek voor de gemeente Tytsjerksteradiel. Voor de kernen Burgum en Noardburgum is middels een potentie-onderzoek berekend dat er een benodigde energie opwek zal zijn van respectievelijk 80 en 14 GWh (zie artikel 6.4). Er kan met gebruikmaking van de mogelijkheden van de treden 1 en 2 maximaal 40 GWh voor Burgum worden opgewekt en 7 GWh voor Noardburgum. De resterende hoeveelheid GWh dient middels de mogelijkheden van treden 3, 4 en 5 te worden opgewekt.

Aantallen en oppervlakte van het beoogde park Gesteld wordt dat er in het beoogde zonnepark ca. 130.000 zonnepanelen zullen worden geplaatst en dat het een oppervlakte van 34 ha zal krijgen. Daarmee zou het qua schaal niet op de kern(en) zijn afgestemd. De gemeente herkent zich niet in de genoemde aantallen zonnepanelen, noch in de genoemde oppervlakte van het zonnepark. Het zonnepark zal een totale oppervlakte kennen van 34,4 ha. Van deze totale oppervlakte van het park is ca. 25 ha gereserveerd voor het plaatsen van de zonnepanelen. Het aantal zonnepanelen zal ca. 53.000 bedragen en de onbedekte grond vormt ruim 27% van het park. Op onderstaande tekening is duidelijk de opstelling van de panelen in het park te

zien. De tekening toont tevens de ruimte die er in het park is gereserveerd voor de ontwikkeling van biodiversiteit.

Wat betreft de opmerking dat de grootte van het zonnepark niet zou aansluiten bij de grootte van de kernen het volgende.

Artikel 9.6.3 lid 5 van de Provinciale verordening biedt de mogelijkheid om in afwijking van het bepaalde in het vierde lid, onder c, een grotere opstelling voor zonne-energie worden toegestaan, mits deze voortvloeit uit een lokaal maatschappelijk initiatief en tegemoetkomt aan de energiebehoefte van één of meerdere samenwerkende kernen. Er is een raming gemaakt van de benodigde energie opwek voor de gemeente Tytsjerksteradiel. Voor de kernen Burgum en Noardburgum is middels een potentie-onderzoek berekend dat er een benodigde energie opwek zal zijn van respectievelijk 80 en 14 GWh. Er kan met gebruikmaking van de mogelijkheden van de treden 1 en 2 van de zonneladder maximaal 40 GWh voor Burgum worden opgewekt en 7 GWh voor Noardburgum. De resterende hoeveelheid GWh dient middels de mogelijkheden van treden 3, 4 en 5 van de zonneladder te worden opgewekt. Het beoogde zonnepark heeft een opwek capaciteit van ca. 25 GWh. Daarmee zal kunnen worden voorzien in 18 GWh voor Burgum en de benodigde 7 GWh voor Noardburgum. Nu er voldaan wordt aan de eisen van artikel 9.6.3 lid 5 is een grotere opstelling van zonne-energie toegestaan.

Onvoldoende draagvlak/participatie Gesteld wordt dat er onvoldoende maatschappelijk draagvlak zou zijn voor het zonnepark. Daarbij wordt gewezen op de laatste informatieavond, waar een aantal omwonenden zich in negatieve zin hebben uitgelaten over de plannen voor het zonnepark.

Het is de vraag of er sprake is van een gebrek aan maatschappelijk draagvlak, nu met name de omwonenden zich niet kunnen vinden in de realisatie van het zonnepark en er vrijwel geen opmerkingen zijn ontvangen van andere bewoners van Burgum en Noardburgum. Los van deze vraag, kan gewezen worden op het feit dat Jurisprudentie uit wijst dat gebrek aan maatschappelijk draagvlak op zichzelf niet betekent dat het project niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening (ECLI:NL:RVS:2023:2674). Wel kan het gemeentelijk beleid een bepaalde vorm van participatie of draagvlak vereisen. In dit geval vereist het gemeentelijk beleid geen draagvlak. Het beleid vereist het vroegtijdig en actief betrekken van de omwonenden, grondeigenaar en overige belanghebbenden bij de ontwikkeling van het zonnepark. De betreffende informatieavond was naar het oordeel van de gemeente niet representatief voor het draagvlak binnen de gemeente. Om daar wat meer duidelijkheid over te verschaffen, zal even kort worden weergegeven hoe het contact met burgers is verlopen. Overeenkomstig provinciaal beleid heeft er een zonnetafelavond plaatsgevonden, waarbij de burgers van Burgum zijn uitgenodigd om na te denken over een geschikte locatie voor een zonnepark. Daar zijn 3 locaties bij naar voren gekomen. Deze 3 locaties zijn vervolgens voorgelegd aan het Sinneteam van de provincie.

Twee locaties (op de Wijde Ie, en een locatie aan de Zomerweg tussen de Centrale as en de westzijde van Burgum) vielen af, gelet op de nabijheid van NNN-gebied en uitbreidingsplannen. De locatie bij de Engie centrale bleef over. Een keuze waar ook de gemeente zich in kon vinden. De locatie is immers specifiek genoemd in trede 4 van de gemeentelijke zonneladder, te weten een locatie in het landelijke gebied bij een energie knooppunt. Oppervlakte 10 ha. In eerste instantie ging het om een zonnepark met een oppervlakte van ca. 10 ha. De opgave voor energieopwek voor de kern Burgum is echter groter dan deze 10 ha. Omdat de andere 2 potentiële locaties afvielen, is gekeken naar de mogelijkheden voor het vergroten van het zonnepark op de gronden bij de Engiecentrale. Om bij het beleid van de provincie aan te sluiten, dient er sprake te zijn van een opstelling voor zonne-energie, voortvloeiend uit een lokaal maatschappelijk initiatief, van één of meer samenwerkende dorpen. Het zonnepark zou ook afgestemd moeten zijn op de benodigde energiebehoefte in deze kernen. Daarop is besloten om Noardburgum bij het project te laten aansluiten en het zonnepark te vergroten van 10 naar 25 ha. Hier is aandacht voor gevraagd bij Dorpsbelang Noardburgum en is er aandacht besteed in huis-aanhuis bladen.

Tevens zijn leden van de Energy Groep Burgum bij alle bewoners aan de Zomerweg en Rijksstraatweg langs geweest, om met de bewoners in gesprek te gaan over de plannen voor het

vergrote zonnepark. Toen er niet op dat aanbod is ingegaan, is besloten een informatieavond te organiseren. Dit is de betreffende informatieavondavond waar diverse omwonenden zich hebben laten horen. Kort gezegd kwam het erop neer dat de omwonenden van mening waren dat zij te weinig zijn betrokken in het proces. De gemeente heeft vervolgens getracht de omwonenden zoveel mogelijk te betrekken bij de plannen voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark. Er hebben diverse gesprekken met vertegenwoordigers van de omwonenden plaatsgevonden en deze vertegenwoordigers hebben ook deelgenomen aan een aantal omgevingstafels, waarbij zij input hebben geleverd voor de wijze van inpassing van het park in het landschap. De keuze voor een grondwal met beplanting is ook afkomstig van één van de afgevaardigden. Over het ontwerp voor de landschappelijke inpassing is consensus bereikt. Omwonenden hebben aangegeven bedenkingen te blijven houden tegen de omvang van het zonnepark. De gemeente is derhalve van mening dat er wel degelijk draagvlak is voor het zonnepark. De burgers van Noardburgum zijn weliswaar niet meteen bij de eerste Sinnetafelavond betrokken geweest, maar dat is te verklaren door het feit dat de gronden waarop het zonnepark bedacht is, gelegen zijn binnen de grenzen van Burgum.

Gelet op het bovenstaande zijn we van mening dat er wel degelijk voldoende aandacht is besteed aan de participatie. Ter aanvulling verwijzen we nog naar het participatieverslag dat als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd.

Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie Gelet op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden, verzoekt de provinciaal archeoloog aan te geven wat de exacte diepte is van de ingrepen voor het plaatsen van de Zonnepanelen. Op dit moment is niet aan te geven wat de exacte ingreep van de diepte zal zijn. In de bouwvoorbereidingsfase zal een geotechnisch onderzoek worden uitgevoerd om de draagkracht van de gronden te toetsen. Op basis van dit onderzoek zal kunnen worden onderzocht of bepaalde gronden opgehoogd moeten worden en vervolgens kan de benodigde diepte van de profielen van het zonnepark worden bepaald. De uitkomsten van dit geotechnisch onderzoek zullen aan de archeoloog van Provincie Fryslân worden voorgelegd en aan de hand van de uitkomsten zal dan tot een standpunt moeten worden gekomen ten aanzien van een eventueel archeologisch onderzoek.

Cultuurhistorie Tevens wordt er door de provinciaal archeoloog aandacht gevraagd naar de effecten van het beoogde zonnepark op de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Fryslân is een aantal paden in de nabijheid van het plangebied weergegeven. Het betreft een nieuw fiets/ wandelpad aan de oostzijde, een verharde weg en op wat grotere afstand een puinreed aan de westzijde en een historische, onverharde reed aan de zuidkant van het plangebied.

Voor het nieuwe fiets/ wandelpad geldt dat deze van weinig cultuurhistorische waarde is en bovendien op afstand van het zonnepark. Het plan is dan ook niet van invloed op dit pad. Voor de verharde weg en puinreed aan de westzijde geldt dat deze niet worden aangetast met het voornemen. De verharde weg (Koumarwei) zal onderdeel uitmaken van de wegen en paden die voor recreatief gebruik (wandelen / fietsen) toegankelijk zijn. Tussen het puinreed en het zonnepark zal bovendien groen worden aangebracht. Het plan is ook hier niet van invloed op de cultuurhistorische waarde of beleving. Voor de onverharde reed (landweg) geldt dat deze weinig herkenbaar is in het huidige landschap. Alleen het eerste deel vanaf de Koumarwei is als landweg zichtbaar. Dit eerste deel zal in het ontwerp blijven bestaan en deels met groen worden ingevuld. Gezien de beperkte herkenbaarheid van de reed, zal het effect op de beleving van het cultuurhistorische beperkt zijn.

Water en ontgrondingen Water De provincie vraagt aandacht voor water robuust bouwen. Het adviseert kwetsbare installaties iets hoger dan NAP aan te leggen. Er lopen al geruime tijd gesprekken met het Waterschap in het kader van de Watervergunning voor de aanleg van de drainage. Voor wat betreft het aanleggen van het park op een minimale hoogte met het oog op het grondwaterniveau, zal in overleg met het Waterschap nader worden uitgewerkt.

Ontgrondingen De provincie adviseert om contact met de FUMO op te nemen met het oog op eventuele ontgrondingen. Naast het mogelijk ophogen van gronden, zullen er mogelijk ook ontgrondingen plaatsvinden. De omvang van dergelijke ontgrondingen is afhankelijk van de detailengineering door de aannemer en zal dus enkel na vergunningverlening duidelijk worden. Op het moment dat geconstateerd is dat er ontgrondingen dienen plaats te vinden, zal er ten behoeve van de uitvoering van de ontgrondingen met de FUMO contact worden gelegd.

Onderbouwing ‘minder geschikt zijn’ landbouwgrond Om aan de voorwaarden uit de Verordening Romte Fryslân te kunnen voldoen, dient te worden onderbouwd dat deze gronden onvoldoende toekomstperspectief hebben voor landbouw en minder geschikt zijn dan alternatieve opties die wel aansluiten bij bestaand stedelijk gebied. Verzocht wordt de onderbouwing op dit punt aan te vullen en duidelijk te maken of aan deze voorwaarde kan worden voldaan. Toelichting artikel 6.4 Provinciale Verordening Wanneer het gebruik maken van landbouwgronden in het specifieke geval onvermijdelijk is dan gaan we ervanuit dat eerst wordt gekeken naar geschikte locaties die minder geschikt zijn als landbouwgrond. Als voorbeeld kan worden genoemd het gebruik maken van landbouwgronden die gereserveerd zijn voor een stedelijke uitbreiding maar voorlopig niet tot ontwikkeling worden gebracht.

Van de afwijking in artikel 6.6, tweede lid kan slechts gebruik worden gemaakt wanneer de gronden op enige afstand van de kern, minder waardevol zijn voor de landbouw dan de alternatieve locaties die wel aansluiten op de kern. Verondersteld kan worden dat aansluitend aan kernen vaker sprake zal zijn van landbouwgronden die minder waardevol zijn, omdat ze bijvoorbeeld zijn gereserveerd voor een toekomstige woon- of werkuitbreiding. Als een dergelijke locatie direct aansluitend aan de kern beschikbaar is dan ligt het niet voor de hand om te kiezen voor een zonnepark op landbouwgronden op afstand van de kern. Het is overigens niet noodzakelijk dat in detail wordt onderzocht welke financiële waarde landbouwgronden hebben. Landbouwgronden, die als zodanig ook in gebruik zijn, beschouwen wij in het algemeen als waardevol. Als de beschikbare locaties aansluitend aan de kern en de locaties “op enige afstand” vergelijkbaar zijn dan moet worden gekozen voor de locatie aansluitend op de kern. Agrarische gronden op afstand kunnen als minder waardevol worden gezien als de gronden bijvoorbeeld al langere tijd in gebruik zijn voor opslagdoeleinden of omdat ze naast natuurgebieden liggen. In dit soort gevallen kan in de belangenafweging worden gekozen voor een zonnepark op afstand.

Er kan ook worden gekozen voor een locatie “nabij” als hiermee kan worden vermeden dat een zonnepark zorgt voor extra verstoring van de openheid en rust in een weidevogelkansgebied. Weidevogels Op basis van de kaart Weidevogelskansgebied, N2000, NNN, Overige Natuur behorende bij de Nota Weidevogels 2021-2030 is er in casu geen sprake van een weidevogelkansgebied.

In het gebied is een bos aanwezig, ooit aangeplant om de energiecentrale aan het oog te onttrekken. Dit bos is aangewezen als Natuur buiten NNN. Hetzelfde geldt voor een strook grond aan de zuidzijde van het beoogde zonnepark. Het bos en de gronden aan de zuidzijde zijn weliswaar binnen het plangebied gelegen, maar zullen niet worden aangetast. Akker- en weidebouw

In 2008 is door Alterra een data-analyse gedaan van de betreffende gronden. Wetende dat voor het gebruik voor akkerbouw of weidegrond, klei grond overwegend geschikt is / zand grond overwegend minder geschikt is / veen vaak ongeschikt is, in verband met ontwateringsdieptes etc, kan worden gesteld dat in het plangebied akkerbouw ‘minder geschikt’ is en dat weidebouw ‘half/half geschikt’ is. De betreffende gronden worden in praktijk ook niet gebruikt voor akkerbouw. Er is enkel sprake van wat weidebouw, te weten het maaien van het gras 2 à 3 maal per jaar. Als gekeken wordt naar alternatieve gronden in de nabijheid van Burgum of Noardburgum, blijkt dat de agrarische gronden rondom Burgum en Noardburgum kleigronden zijn, waardoor deze landbouwgronden zich goed lenen voor akker- en weidebouw. Cultuurhistorische waarde Daar komt bij dat de landbouwgronden direct grenzend aan de kern cultuurhistorisch waardevoller zijn, gelet op het feit dat het coulisselandschap betreft, waar de meeste houtsingels nog aanwezig zijn. Vele waarvan houtsingels in goede staat verkeren.

Conclusie Gelet op het bovenstaande is de gemeente van mening dat de beoogde gronden ‘minder waardevol’ zijn dan de gronden rondom de kern Noardburgum en wordt daarmee voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 6.6. tweede lid van de Omgevingsverordening Fryslân en kunnen deze agrarische gronden, niet direct grenzend aan een kern, worden aangewend voor het realiseren van een zonnepark.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=310c50e6-7a05-4e8b-be6d-3686454eec8c