02a - Bijlage 5.4 - zienswijze 1 aanvulling
Tekst van het document
Gemeente Tytsjerksteradiel Reg.nr
Ynk.: Klass.nr.
16 MEI 2023
Op e noed fan: Kop.: weth./ ófd.l ried
AANGETEKEND Raad van de gemeente Tytsjerksteradiel Postbus 3 9250 AA BURGUM
ARAG SE Nederlan(
Postbus 231 3830 AE Leusdei Kastanjelaan
per beveiligd e-mailbericht vooruit aan: gemeente@t-diel.nl
3833 AN Leusde T (033) 434234 F (033) 434230' www.a rag. r
Datum
15 mei 2023
Behandeld door
mr. H.R. ten Broeke
Ons kenmerk
00538114
Telefoonnummer
(033) 434 25 39
Uw kenmerk
S2023-10606
Faxnummer
(033) 434 23 00
Onderwerp
Aanvulling van de zienswijze
h.ten.broeke@arag.nl
Geachte heer, mevrouw, Bij brief van 26 april 2023 diende ik bij Uw Raad namens mijn cliënte, mevrouw Riedstra, een zienswijze in, gericht tegen het ontwerp van het bestemmingsplan en het ontwerp van
de omgevingsvergunning 'Tytsjerk Noordeinde 1 MFC'. Bij bericht van 1 mei jl. stelde u mij in de gelegenheid de zienswijze nader aan te vullen. Zienswijze Inleidende opmerkingen
Het woonperceel van mevrouw Riedstra, gelegen aan Hanenburg 5, grenst aan de projectlocatie. Het voorgenomen gebruik van de projectlocatie ziet op intensivering van de gronden. Mevrouw Riedstra zal gevolgen ondervinden van verwezenlijking van het beoogde gebruik en meent daarom belang te hebben bij het indienen van deze zienswijze. Mevrouw Riedstra brengt de volgende zienswijzen tegen de ontwerpbesluiten naar voren. Strijd met een goede ruimtelijke ordening Mevrouw Riedstra is van mening dat u er tot nu toe niet in bent geslaagd aan te tonen en te onderbouwen dat het project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Alleen als het project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening kan het bestemmingsplan worden
vastgesteld en de omgevingsvergunning worden verleend. Mevrouw Riedstra licht aan de hand van onderstaande argumenten toe (genummerd van 1 t/m 3) waarom zij van mening is dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 1) Afstand tot woonbestemming; overlast van beoogd gebruik
De wijziging van de gronden, grenzend aan het perceel van mevrouw Riedstra van 'Groen — Groenvoorzieningen' naar 'Maatschappelijk— Sociaal Cultureel, Religie en Onderwijs' betekent
een forse intensivering van het gebruik, hetgeen onevenredige gevolgen heeft voor het woonen leefklimaat van mevrouw Riedstra. Deze nieuwe planologische ontwikkeling vindt ook plaats op een afstand van minder dan de voorgeschreven richtafstand van 30 meter. 0 s 0 ARAG SE Nederland statutair gevestigd te Düsseldorf (Duitsland) KvK 55794173 - IBAN NL38 RABO 0385 2844 38 - BTW NL851862731B01
Pagina
2 van 5
Onderwerp
Aanvulling van de zienswijze
Mevrouw Riedstra heeft destijds juist bewust gekozen om te wonen op de huidige locatie
vanwege de vele ruimte en de relatieve rust in de directe omgeving. Met de wijziging van de bestemming met daarbij een significante toename van het gebruik, wordt daar fors inbreuk op
gemaakt. Met name de toename van het geluid afkomstig van het te realiseren speelplein en afkomstig van het te realiseren parkeerterrein baart mevrouw Riedstra zorgen. Mevrouw Riedstra is het niet eens met het voorlopige standpunt dat met de huidige plannen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De impact van de intensivering van het gebruik van het nu
aanwezige groen achter de woning van mevrouw Riedstra is in het geheel niet onderzocht, reden waarom niet gesteld kan worden dat de ontwikkeling in overeenstemming i,- met een goede ruimtelijke ordening. Hoewel parkeren op de gronden 'Groen — Groenvoorziening' nu ook al is toegestaan, is die mogelijkheid er uitsluitend als dat gebruik ten dienste staat van die bestemming. In de praktijk is daar natuurlijk nauwelijks tot niet sprake van, reden waarom mevrouw Riedstra nauwelijks tot geen parkeerhinder heeft ondervonden. Maar, met wijziging van de bestemming en met het daadwerkelijk realiseren van parkeervoorzieningen voor maatschappelijke doeleinden wordt structureel geparkeerd. Die gevolgen zijn niet, althans niet
voldoende tegen het licht gehouden. Althans, de gevolgen voor mevrouw Riedstra zijn niet zichtbaar gemaakt en dus ook niet meegewogen. Omdat het voorgenomen gebruik van parkeren met maatschappelijke doeleinden en het gebruik van het speelplein, eveneens voor maatschappelijke doeleinden op minder dan 30 meter van het perceel van mevrouw Riedstra is gesitueerd, zal onderzocht moeten worden of de ontwikkeling aanvaardbaar is. Volgens mevrouw Riedstra is daar geen sprake van.
Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat de toegestane geluidsbelasting op de gevel van mevrouw Riedstra in de dag periode wordt overschreden. Maar, dat is volgens de Raad toch aanvaardbaar omdat de etmaalwaarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 50db(A) niet wordt overschreden. De Raad dient echter te motiveren waarom de
geluidsbelasting in deze situatie acceptabel is. Deze motivering ontbreekt, althans is onvolledig en niet toereikend. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt voor de onderbouwing verwezen naar hoofdstuk 5.5. van het akoestisch onderzoek, behorend bij het bestemmingsplan. Maar, in dat
akoestisch onderzoek is uitsluitend getoetst of de geluidsbelasting op de gevel van het geluidsgevoelige gebouw (lees: de woning) aanvaardbaar is. Daarbij wordt een waarde van 20db(A) aftrek genomen vanwege geluidsabsorptie door de gevel zelf. Maar, het gaat hier om een klinische berekening, zonder dat hierbij een belangenafweging heeft plaatsgevonden. Daar komt bij dat onvoldoende rekening is gehouden met de mogelijkheid van (vergunningsvrije) (bouw)activiteiten op het perceel van mevrouw Riedstra, zoals de eventuele aanwezigheid van
een mantelzorgwoning of andere geluidsgevoelige objecten. Door de vrijheid in de plaatsing op het perceel is de richtafstand tot gevoelige objecten nog kleiner, waardoor niet gesteld kan worden dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet wordt overschreden. Daarnaast zegt uitsluitend een klinische berekening niets over het feitelijke woon- en leefklimaat zelf. En, ook is onvoldoende duidelijk of de in het akoestisch advies voorgenomen maatregelen, waaronder het te plaatsen geluidsscherm van 2,25 meter hoog, voldoende is om geluidsoverlast
en overschrijding van de geluidsnormen tegen te gaan.
0 s 0
ARAG
Pagina
3 van 5
Onderwerp
Aanvulling van de zienswijze
De Raad kiest er kennelijk bewust voor geluidsoverlast aanvaardbaar te achten. Want, gesteld wordt dat maatregelen aan de bron (stemgeluid van kinderen op het plein) niet genomen kunnen worden. Dat is niet helemaal juist, in die zin dat wijzigingen aangebracht kunnen worden aan de locatie van het plein. Het plein kan ook elders gesitueerd worden. Dat zou de meest logische maatregel zijn om overlast te voorkomen en het plan in te passen in de bestaande
omgeving. Als dat niet lukt, dan is realisatie van het gewenste niet mogelijk en dient een andere oplossing te worden gezocht. De Raad loopt dan tegen de grenzen aan van wat inpasbaar is in dit gebied. In feite komt het er op neer dat de wens van de Raad te grootschalig is voor de beoogde locatie en dat de plannen niet gerealiseerd kunnen worden, zonder ernstige inbreuk te
maken op de belangen van omwonenden. Het had in elk geval op de weg van de Raad gelegen om alternatieve mogelijkheden te onderzoeken. D- motivering waarom wél aan stap 3 VNG kan worden voldaan is daarom te summier en niet voldoende. En, in het aannemelijke geval dat de grenswaarden worden overschreden, is dat dan vervolgens niet te handhaven. Want, zoals de Raad stelt kunnen geen maatregelen aan de bron genomen worden. Het is aan kinderen niet uit te leggen dat zij bij het buiten spelen niet te luidruchtig
mogen zijn, of zelfs dat zij, omwille van voorkoming van geluidsoverlast, niet buiten mogen spelen. Hieruit volgt dat overtredingen van de geluidsnormen niet te handhaven zijn. Dan is dus
maar de vraag of inpassing in de bestaande omgeving wel zo wenselijk en mogelijk is. Naar de mening van mevrouw Riedstra helaas niet. Het is vervolgens ook onbegrijpelijk dat de door het akoestisch adviesbureau geadviseerde en voorgestelde maatregel van het plaatsen van geluidsschermen niet als voorwaardelijke
verplichting is opgenomen in het bestemmingsplan. De geluidsdeskundige is met het onderzoek uitgegaan van het gegeven van plaatsing van geluidschermen. In het licht van dit gegeven is de overweging gegeven dat de situatie aanvaardbaar is. Het is in het geheel niet duidelijk of de deskundige de situatie ook aanvaardbaar zou achten indien geen geluidsschermen worden
geplaatst. In elk geval volgt uit de onderbouwing van de geluidsdeskundige dat het plaatsen van de geluidsschermen noodzakelijk is.
Omdat zoals wordt gesteld geen maatregelen aan de bron getroffen kunnen worden, dan wel dat er niet gehandhaafd kan worden, biedt een geluidsscherm de enige waarborg tot reductie van geluid en daarmee het verminderen van geluidsoverlast. Daarom ligt het ook op de weg van de Raad, als men de situatie al aanvaardbaar vindt, als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan op te nemen dat een geluidsscherm wordt geplaatst. Dat staat los van de
inhoud van de huidige vergunningsaanvraag. Ook al zou een geluidsscherm nu worden aangevraagd, een verplichting volgens het bestemmingsplan is dat niet. Dat betekent dus ook dat het geluidsscherm, zonder gevolgen weer verwijderd kan worden. Dat kan en mag niet de bedoeling zijn en dat gaat bovendien ten koste van de rechtszekerheid. Derhalve dient het plaatsen van geluidsschermen te worden aangewezen in het bestemmingsplan en de daarbij behorende plankaart.
Hoewel de Raad blijkens de toelichting bij het bestemmingsplan de geluidsbelasting acceptabel (stap 3) acht door te verwijzen naar de aanbevelingen van de geluidsdeskundige, neemt zij die
aanbeveling niet volledig over door geen geluidsschermen te verplichten. Daarmee houdt én die motivering geen stand én is niet aantoonbaar sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het ontwerp is daarom ook in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
cC 0 s 0 Cc m
HRHG
Pagina
4 van 5
Onderwerp
Aanvulling van de zienswijze
2) Toename van verkeers- en parkeerbewegingen
Met de intensivering van het gebruik nemen de verkeers- en parkeerbewegingen significant toe, hetgeen ook inbreuk maakt op de woonsituatie van mevrouw Riedstra. Meer verkeersbewegingen leveren meer overlast op. Het college stelt dat in ruime mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Kanttekening daarbij is wel dat mevrouw Riedstra de nadelige gevolgen van het parkeren op het beoogde parkeerterrein ondervindt. Het parkeerterrein wordt gesitueerd tegen de achtertuin van mevrouw Riedstra. Daar komt bij dat nu bestaande extra
parkeergelegenheid ten behoeve van het dorpshuis en het park Vijversburg worder opgeheven. Bij drukte leidt dit tot een toename van verkeers- en parkeerbewegingen in de straat van mevrouw Riedstra. Mevrouw Riedstra vreest daarmee voor onevenredige overlast. En, op grond van de huidige plannen is ook niet te voorkomen dat er ook door derden, bijvoorbeeld door bezoekers van park Vijversburg geparkeerd kan worden. Hoewel het toekomstige parkeerterrein de bestemming 'Maatschappelijk — Sociaal Cultureel, Religie en Onderwijs' heeft en er dus uitsluitend geparkeerd mag worden voor die doeleinden, lijkt het parkeerterrein voor een ieder
vrij toegankelijk te zijn. Er is geen inzicht gegeven over de handhaafbaarheid voor het met het bestemmingsplan strijdige parkeren en hoe dat met de bestemming strijdige gebruik kan worden voorkomen. Volgens mevrouw Riedstra wordt niet voldaan aan de parkeerbehoefte. Want, met het verdwijnen van de extra parkeervoorzieningen voor bezoekers van bijvoorbeeld het
Vijverburgspark is geen rekening gehouden. Die parkeerbehoefte verdwijnt niet, waardoor elders in de wijk geparkeerd wordt. Dientengevolge zal in meer parkeervoorzieningen moeten worden voorzien, in de nabijheid van het park, zodat geen sprake is van parkeeroverlast nabij het perceel van mevrouw Riedstra. Mevrouw Riedstra is daarom van mening dat het terrein anders ingericht moet worden of dat er andere maatregelen genomen moeten worden die de overlast van onder andere nietbestemmingsverkeer voor de maatschappelijke doeleinden voor mevrouw Riedstra fors beperkt. 3) Onvoldoende afweging van belangen van mevrouw Riedstra
Mevrouw Riedstra is van mening dat het college de aanwezige belangen onvoldoende heeft betrokken in de besluitvorming. Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat slechts is onderzocht of de plannen uitvoerbaar zijn. Daarbij zijn de belangen van mevrouw Riedstra niet aantoonbaar meegenomen, althans zijn deze onderbelicht gebleven. Mevrouw Riedstra exploiteert op haar perceel een bed & breakfast (Stee van Ypey), waar zij hoofdzakelijk gasten ontvangt die veel
waarde hechten aan de rustige omgeving. Dat heeft een aantrekkende werking. Met de voorgenomen plannen wordt ernstige afbreuk gedaan op die rustige omgeving. Mevrouw Riedstra wordt dus niet alleen in haar eigen woon-en leefklimaat aangetast, ook haar bedrijfsbelangen worden aangetast. Hieruit volgt dat het realiseren van een school en een
kindcentrum zich niet verdraagt in de buurt en met de aanwezige belangen. Op het college rust ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de plicht om de aanwezige belangen zorgvuldig te onderzoeken en deze vervolgens te betrekken in de besluitvorming. De inbreuk op het woon- en leefklimaat en de bedrijfsbelangen van mevrouw Riedstra dient daar een belangrijk onderdeel van uit te maken.
0 0 0
m
Pagina
5 van 5
Onderwerp
Aanvulling van de zienswijze
Conclusie Gelet op het bovenstaande is mevrouw Riedstra van mening dat sprake is van strijdigheid met
een goede ruimtelijke ordening en het huidige ontwerpbestemmingsplan aldus teveel belemmeringen opwerpt om ongewijzigd vastgesteld te worden. Het plan is niet inpasbaar in de bestaande omgeving, nu dat teveel afbreuk afdoet aan de belangen van omwonenden. Het
ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpvergunning voorziet in teveel wensen die vanwege de beperkte grootte van de locatie niet verwezenlijkt kunnen worden zonder onevenredige gevolgen te veroorzaken. Verzoek Gelet op vorenstaande zienswijzen verzoekt mevrouw Riedstra u haar standpunten zorgvuldig en behoorlijk af te wegen en deze mee te nemen in de verdere ontwikkeling van het bestemmingsplan, met dien verstande dat Uw Raad aan de wensen van mevrouw Riedstra tegemoet zal komen. Met vriendelijke groet,
mr. H.R. ten Broeke
0 0s
NRNG