CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren_Motivering.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 26 mei 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren18.673 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld 04-02-2026 NL.IMRO.0183.TAMBUIHARDENBWEG81VG01

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren bestemmingsplan

Vastgesteld

Auteur T.Jansen Adviseur ROM DLV Advies 06 26 54 43 84 t.jansen@dlvadvies.nl

Datum: 04-02-2026

Inhoudsopgave Motivering

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 Leeswijzer

5 5 6 6

Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Gewenste ontwikkeling 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

7 7 9

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten 3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege

11 11 11

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders

13 13 22

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2 mer-beoordeling 5.3 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

25 25 26 28

5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13

28 32 33 36 37 38 39 41 41 44

Gebiedsbescherming en soortenbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trilling Archeologie Bodem Waterbelang Gezondheid

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid van het plan 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Zienswijzen

45 45 45

Hoofdstuk 7 Toelichting planregels 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Wijziging omgevingsplan

47 47 47 47

2

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Motivering

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

3

4

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Voorliggend plan betreft een wijziging op het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Tubbergen met toepassing van een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) ten behoeve van het beëindigen van de melkveehouderij aan de Hardenbergerweg 81 te Geesteren en het uitsluiten van het bedrijfsmatig houden van landbouwhuisdieren. Initiatiefnemer is voornemens om de agrarische bedrijfsactiviteiten op de locatie voort te zetten in de vorm van akkerbouw. Daarmee blijft sprake van een agrarisch gebruik van de gronden, zij het zonder het houden van vee. Het bedrijf is aangemeld voor de Landelijk beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv). Op 29 mei 2024 is de subsidieaanvraag goedgekeurd en is de beschikking afgegeven. De beschikking is getekend op 15 november 2024. Dit betekent dat uiterlijk op 15 november 2025: de dieren en de mest afgevoerd moeten zijn; de fosfaatrechten door gehaald moeten zijn bij RVO; de NVWA gecontroleerd moet hebben of de mest en dieren weg zijn; de milieu- en natuurvergunningen (gedeeltelijk) ingetrokken moeten worden; een verzoek tot herbestemming aangevraagd moet zijn. Uiterlijk op 15 maart 2027 moeten alle stallen gesloopt zijn en dient de (gedeeltelijke) intrekking van de milieuen natuurvergunning afgerond te zijn.

Het plangebied is gelegen aan ten oosten van Geesteren en ten noordwesten van Tubbergen in het landelijk gebied van gemeente Tubbergen. De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Tubbergen, sectie K, nummers 4.173, 7.318, 7.321 en 9.497. In de volgende figuur is een luchtfoto van de huidige situatie en de begrenzing van het plangebied weergegeven. In het plangebied is in totaal 2.337 m² aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. In januari 2025 is de sloopmelding geaccepteerd en in mei 2025 is alle bebouwing gesloopt. In de huidige situatie zijn er dus geen gebouwen meer aanwezig op de locatie.

Figuur 1. Luchtfoto huidige situatie (bron: satellietdataportaal.nl)

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

5

1.2 Beoordelingskader en belangenafweging De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: - de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; - de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; - eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen.

Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg, het participatietraject en of een bindend advies van de gemeenteraad benodigd is. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde.

6

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Hoofdstuk 2

Toekomstige situatie

2.1 Gewenste ontwikkeling Na beëindiging van de melkveehouderij en het slopen van de stallen wordt één nieuw bedrijfsgebouw van 1.827 m² gerealiseerd voor akkerbouwactiviteiten. Voor akkerbouw heeft het bedrijf 38 hectare grond in eigendom. Ook wordt nog eens 17 hectare gehuurd. Samenwerking akkerbouwer en melkveehouder Voor een deel van de eigendomsgronden wordt een samenwerking aangegaan met een lokale akkerbouwer en melkveehouder. De samenwerking is voornamelijk bedoelt voor het toepassen van gewasrotatie. De melkveehouder heeft meer grond voor zijn bedrijfsvoering nodig voor mestafzet, productie ruwvoer en toekomstige extensiveringsverplichtingen. De akkerbouwer heeft belang bij gewassenrotatie. Door de samenwerking kunnen de gronden optimaal worden gebruikt. Samenwerking Twentse bouwboeren Naast het verhuren van grond aan een akkerbouwer en melkveehouder wordt ook een samenwerking aangegaan via Twentse bouwboeren. Het voornemen is om ongeveer 8 hectare grond in te gaan zetten voor het telen van gewassen die gebruikt kunnen worden voor het maken van bouwmaterialen (zoals isolatiemateriaal). Daarbij is het voornemen om in beginsel vezelhennep te gaan telen. Samenwerking tuinder Daarnaast wordt ook nog een samenwerking aangegaan met een lokale tuinder. Dit bedrijf is gespecialiseerd is in ontwerp, aanleg, renovatie en onderhoud van tuinen en buitenterreinen.

Ook is dit bedrijf actief in grond- en straatwerk en heeft het een eigen boomkwekerij. In de bestaande sleufsilo's wordt (eigen) agrarisch groenafval opgeslagen en gecomposteerd. De compost wordt uiteindelijk opgeslagen in de loods en zal dan door de tuinder wordt gebruikt voor de aanleg van tuinen. De grondstoffen die voor het composteren worden gebruikt, zijn grotendeels afkomstig van de eigen agrarische gronden van initiatiefnemer. Hiermee wordt een gesloten kringloop op nagestreefd, waarbij organische reststromen op duurzame wijze worden hergebruikt. Verder wordt er ook hout versnipperd en opgeslagen in de loods. Deze tuinder heeft op eigen locatie te weinig ruimte om alle materialen op te kunnen slaan. Daarnaast zal ook ongeveer 8 hectare grond in gebruik genomen gaan worden voor boom- en sierteelt. Dit zal uitsluitende op eigendomsgonden gebeuren. Energieproductie Op de voormalige ligboxenstal lagen ongeveer 1.000 zonnepanelen. Het voornemen is om deze zonnepanelen te gaan hergebruiken en deze dus terug te leggen op de nieuwe loods. Ook zal in de toekomst onderzocht worden of het haalbaar en mogelijk is om de energie op te slaan in accu's. Op deze manier kan de stroom geleverd worden wanneer de vraag naar stroom het grootst is. Al met al wordt de akkerbouwloods dus gebruikt voor de opslag van verschillende akkerbouwproducten, compost en houtsnippers.

Daarnaast wordt akkerbouwloods voor de helft gebruikt voor de stalling van de aanwezige machines en werktuigen. De agrarische functie blijft behouden. In de regels wordt het houden van landbouwhuisdieren uitgesloten. In de volgende figuur is het ontwerp van de nieuwe akkerbouwloods weergeven. Een volledige situatietekening op schaal is al bijlage 1 bij deze motivering gevoegd.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

7

Figuur 2. Ontwerp akkerbouwloods (bron: DLV Advies). In de volgende figuur is een 3D visualisatie weergeven van de nieuwe akkerbouwloods.

Figuur 3. 3D tekening akkerbouwloods (bron: DLV Advies).

8

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving De nieuwe akkerbouwloods wordt gerealiseerd binnen de contouren van het bestaande erf. Ook zal de loods binnen het bestaande bouwvlak worden gebouwd. Rondom de loods is aan alle zijden 10 meter verharding getekend. Met het oog op de bedrijfsvoering is dit noodzakelijk om machines en werktuigen goed in en uit de loods te kunnen laten manoeuvreren. Hierdoor is de afstand tussen de loods en de bestaande bebouwing op het erf wat groter. Ook omdat de initiatiefnemer graag wat groen wil hebben tussen de loods (werken) en de overige gebouwen op het erf (wonen). Omdat er sprake is van een actief agrarisch bedrijf is deze keuze goed te verantwoorden. De locatie wordt reeds omgeven door groen. De landschappelijke inpassing bestaat uit de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van de sloop van 2.337 m² aan landschapontsierende bebouwing. Het bestaande groen wordt langs de sleufsilo's aangevuld met een houtwal. Ook wordt in de zuidwestelijke hoek van het bouwvlak groen aangeplant. Dit zorgt er voor dat de nieuwe akkerbouwloods van 1.786 m² voor een groot deel aan het zicht onttrokken wordt en dat de ter plaatse aanwezige bestaande groenstructuren versterkt worden. In de volgende figuur is de landschappelijke inpassingstekening weergeven. Een volledige tekening op schaal is als bijlage 2 bij deze motivering gevoegd.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

9

Figuur 4. Landschappelijk inpassing (bron: DLV Advies).

10

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten Burgers, bedrijven en overheden kunnen activiteiten uitvoeren, die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. In de Omgevingswet staan regels over deze activiteiten. In hoofdstuk 2 is reeds een beschrijving gemaakt van de beoogde ontwikkeling, dit hoofdstuk richt zich specifiek op de beoogde activiteiten.

3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege Het initiatief heeft betrekking op de volgende activiteiten: Sloop activiteit Een sloopactiviteit bestaat uit het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar halen van een bouwwerk. Ook het verwijderen van asbest behoort hiertoe. Het slopen van bedrijfsbebouwing en binnen meerdere plandelen behoort tot deze activiteit. Het is verboden om een sloopactiviteit te verrichten zonder een melding te doen. Dit staat in artikel 7.10, lid 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Technische bouwactiviteit De technische bouwactiviteit omvat het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. Het bouwen van nieuwe bijbehorende bouwwerken valt onder deze activiteit en vindt plaats binnen meerdere plandelen. Afwijken van regels in het omgevingsplan Sommige activiteiten zijn niet toegestaan op grond van de regels van het omgevingsplan. Omdat de beoogde activiteiten soms wel wenselijk zijn kan in dergelijke gevallen van het omgevingsplan worden afgeweken of het omgevingsplan worden gewijzigd om de beoogde activiteiten toch toe te staan. Met het initiatief wordt de agrarische functie behouden en behoeve van akkerbouwactiviteiten en worden gebouwen gesloopt en opgericht. Ook wordt het houden van landbouwhuisdieren uitgesloten. Dit is een vereiste vanuit de Lbv-regeling.

Daarnaast worden verhuuractivitieten ten behoeve van het agrarisch gebruik en het opslaan en composteren van agrarisch groenafval als nevenactiviteit in de bestaande sleufsilo's mogelijk gemaakt. Om dit planologisch vast te leggen, worden de regels van het omgevingsplan gewijzigd. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in die wijziging. Ruimtelijke bouwactiviteit Een aantal bouwactiviteiten zijn vergunningvrij en mogen dus altijd worden uitgevoerd. Deze door het Rijk aangewezen activiteiten aan/voor bouwwerken, staan in artikel 2.29 Bbl. De regels voor ruimtelijke bouwactiviteiten in het omgevingsplan zijn niet van toepassing op deze vergunningvrije (ver)bouwactiviteiten. Het betreft hier bouwactiviteiten met een kleine ruimtelijke impact en/of een groot maatschappelijk belang. De bouwactivteiten van voorliggend plan vallen niet onder de vergunningvrije bouwactiviteiten. Het huidige planolgische regime staat echter de bouw van een akkerbouwloods al toe. De regels van het omgevingsplan hoeven hiervoor niet te worden gewijzigd. 3.2.1

Strijdigheden met omgevingsplannen

Ter plaatse van het plangebied geldt het 'Omgevingsplan gemeente Tubbergen'. Het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" maakt hier van rechtswege onderdeel van uit. Het initiatief bestaat uit de sloop van de bedrijfsgebouwen in het kader van de Lbv-regeling en het realiseren van een nieuwe akkerbouwloods. Hiervoor zijn voldoende mogelijkheden binnen het huidige planologische regime. Er is echter geen mogelijkheid om het houden van landbouwhuisdieren uit te sluiten. Om deze aanpassingen mogelijk te maken dient het Omgevingsplan te worden gewijzigd.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

11

3.2.2

Bruidsschat

In het tijdelijke deel van dit omgevingsplan worden zowel ruimtelijke besluiten (artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet) als de omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet) opgenomen. Deze omgevingsplanregels van rijkswege wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen: begrippen (hoofdstuk 1) voorrangsbepalingen en overgangsrecht (afdeling 22.1) regels over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.2) regels over milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3) regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond (afdeling 22.4) regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5) De regels van afdeling 22.2 zijn relevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken. De regels van afdeling 22.3 zijn relevant voor zover sprake is van milieubelastende activiteiten. Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan deze regels voldaan. De overige in de bruidsschat opgenomen regels zijn niet relevant voor dit plan. 3.2.3

Gemeentelijke verordeningen

Voor zover sprake is van gemeentelijke verordeningen in het Omgevingsplan van rechtswege wordt aan deze verordeningen geotoetst in hoofdstuk 5 van dit TAM-omgevingsplan.

12

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In voorliggende situatie is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Dit aangezien ter plaatse enkel sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd en kleinschalige nieuwbouw plaatsvindt. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 4.1.2

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024

Provinciale Omgevingsvisie De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

13

verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes (OF); ontwikkelingsperspectieven (WAAR); gebiedskenmerken (HOE).

Figuur 5. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes (OF) Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Ontwikkelingsperspectieven (WAAR) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.

Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

14

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Gebiedskenmerken (HOE) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Doorwerking in het onderhavige plan Artikel 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) 1. Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.5 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel. Ook is er geen sprake van een toename van planologische bouwmogelijkheden. De locatie is in de huidige situatie goed ingepast in de omgeving. Rondom de nieuwe loods en de bestaande voer opslagvoorzieningen worden aanvullende groensingels (inheemse soorten) aangeplant. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling is geen sprake van een extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving.

Artikel 4.9 (onderbouwing Ruimtelijke kwaliteit) Lid 1 a. het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; b. wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c. inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (Bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.9 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel. De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel. Per saldo is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Er is sprake van sloop en nieuwbouw op nagenoeg de zelfde locatie op het erf. De locatie is in de huidige situatie goed ingepast in de omgeving. Rondom de nieuwe loods en de bestaande voer opslagvoorzieningen worden aanvullende groensingels (inheemse soorten) aangeplant. Hier mee wordt ter plaatse de ruimtelijke kwaliteit versterkt.

Op dit punt wordt geconcludeerd dat het initiatief niet is met bovenstaand artikel.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

15

ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor de locatie is het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing.

'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.

Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel. Per saldo is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Er is sprake van sloop en nieuwbouw op nagenoeg de zelfde locatie op het erf. De locatie is in de huidige situatie goed ingepast in de omgeving. Rondom de nieuwe loods en de bestaande voer opslagvoorzieningen worden aanvullende groensingels (inheemse soorten) aangeplant. Gelet op de kleinschaligheid van het voornemen wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de ontwikkelingsperspectieven ter plaatse.

Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.

Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Lust en leisurelaag.

Gelet op de ligging van het plangebied in combinatie met de voorgenomen ontwikkeling worden de 'Stedelijke Laag' en de 'Lust en leisurelaag;' buiten beschouwing gelaten omdat er geen gebiedskenmerken van de 'Stedelijke Laag' van toepassing zijn naast dat het voornemen geen toename oplevert wat betreft het kunstlicht. Hierna wordt nader op de 'Natuurlijke Laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' ingegaan.

Natuurlijke laag De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment 16

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

(oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkeling op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in de stad en dorp. In de natuurlijke laag is de locatie gelegen in de 'Dekzandvlakte en ruggen'. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk, door de wind gevormd, zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkingsrichting) van het landschap, gevormd door afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.

Toetsing aan de gebiedskenmerken van de natuurlijke laag De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel. Per saldo is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Er is sprake van sloop en nieuwbouw op nagenoeg de zelfde locatie op het erf. De locatie is in de huidige situatie goed ingepast in de omgeving. Rondom de nieuwe loods en de bestaande voer opslagvoorzieningen worden aanvullende groensingels (inheemse soorten) aangeplant. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling mede vanwege de kleinschaligheid van het voornemen in overeenstemming is met de 'Natuurlijke laag'.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden, en worden, gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als 'consumptielandschap' voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. Veel mensen hechten aan de rust, de ruimte, de mogelijkheden om te fietsen, wandelen, etc. En aan de kwaliteit: vooral de herkenbaarheid, de contrasten en de afwisseling van verschillende landschapstypen worden gewaardeerd. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. In de laag van het agrarische cultuurlandschap is de locatie gedeeltelijk gelegen in het 'Oude Hoevenlandschap' en het 'Maten en Flierenlandschap'.

Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Het betreft een laaggelegen kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem.

Rond de beek ontstond een lineair bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

17

landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel. Per saldo is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Er is sprake van sloop en nieuwbouw op nagenoeg de zelfde locatie op het erf. De locatie is in de huidige situatie goed ingepast in de omgeving. Rondom de nieuwe loods en de bestaande voer opslagvoorzieningen worden aanvullende groensingels (inheemse soorten) aangeplant. Daarmee is de gewenste ontwikkeling in overeenstemming met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'.

Artikel 4.11 (kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) Lid 1. Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Het eerste lid is in ieder geval van toepassing op: a. b. c. d. e.

nieuwe verblijfsrecreatieve complexen en verblijven; uitbreidingen van bestaande verblijfsrecreatieve complexen; de bouw van nieuwe woningen; nieuwe bouwlocaties voor bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden; grootschalige uitbreiding van bestaande locaties voor niet-agrarische bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarische bedrijven; b. zelfstandige opstellingen van zonnepanelen. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.11 De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel. Daarmee betreft het de bedrijfsontwikkeing van een agrarische bedrijf en is de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving niet van toepassing.

Artikel 4.13 (klimaatrobuust water- en bodemsysteem) Lid 1. In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Lid 2 In de onderbouwing bedoeld in het eerste lid wordt bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is.

18

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Toetsing van het initiatief aan artikel 4.13 De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van het wateradvies. Op 9 september 2025 heeft het waterschap per mail aangegeven geen bezwaren te hebben tegen dit plan

Artikel 4.55 (nieuwe ontwikkelingen in Nationaal landschap Noordoost-Twente) Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. De kernkwaliteiten van het nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: a. het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; b. de grote mate van kleinschaligheid; c. het groene karakter. Het omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief nationaal Landschap Noordoost-Twente en met Bijlage IX van deze verordening (Nader uitgewerkte kernkwaliteitenNationaal Landschap Noordoost-Twente) waarin de kernkwaliteiten nader zijn uitgewerkt.

Toetsing van het initiatief aan artikel 4.55 De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel. In die zin betreft het geen nieuwe ontwikkeling. E is immers sprake van een bouwontwikkeling die volgens het huidige planologische kader nu al mogelijk is. Daarmee kan dit artikel als niet van toepassing zijnde worden verklaar. Echter is het goed oom te geven dan waar mogelijk wel de kernkwaliteiten van het nationaal Landschap Noordoost-Twente worden versterkt. Er is sprake van sloop en nieuwbouw op nagenoeg de zelfde locatie op het erf. Daarmee wordt in ieder geval de mate van kleinschaligheid behouden. De locatie is in de huidige situatie al goed ingepast in de omgeving. Rondom de nieuwe loods en de bestaande voer opslagvoorzieningen worden aanvullende groensingels (inheemse soorten) aangeplant. De ontwikkeling sluit daarmee aan op de gestelde regels van artikel 4.55.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat de in het onderhavige plan mogelijk gemaakte ruimtelijke initiatief niet strijdig is met het provinciale beleid. Het initiatief is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde beleid. 4.1.3

Omgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: We doen het samen. We geven het goede voorbeeld. We wentelen niet af op volgende generaties. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

19

De gemeente Tubbergen wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid.

Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn; toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij de gemeente samenwerking zoekt met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toetsing van het initiatief Omgevingsvisie De locatie is in de waardenkaart gelegen in een gebied met een donkergroene kleur. Dit gebied is gericht op behouden vanwege hoge waarde en beperkte dynamiek

Waarden: passend in de schaal van het landschap; veel variatie in beplanting; open - gesloten licht - donker hoge ecologische waarde; hoge biodiversiteit; veel beleefbare cultuurhistorie; hoge belevingswaarde Speel in op: de oorspronkelijk schaal van het landschap; het versterken van natuurwaarden; behoud van cultuurhistorie en erfkarakteristieken; het vasthouden van water; het verbeteren van biodiversiteit natuurinclusieve bouwwijze; inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; belevingswaarde gericht op natuur en cultuurhistorie

De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel. Per saldo is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Er is sprake van sloop en nieuwbouw op nagenoeg de zelfde locatie op het erf. Daarmee wordt het erf toekomstbestendig ingericht. De locatie is in de huidige situatie goed ingepast in de omgeving. Rondom de nieuwe loods en de bestaande voer opslagvoorzieningen worden aanvullende groensingels (inheemse soorten) aangeplant. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen activiteit in overeenstemming is met mijnOmgevingsvisie Tubbergen en geen negatieve invloed uitoefent op de omgeving. 20

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

4.1.4

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Tubbergen heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Tubbergen heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijke aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toetsing initiatief aan nota De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel.

De nieuw te bouwen loods komt in een bestaand Casco-vlak. De nieuwe agrarische functie zal niet leiden tot het verwijderen van het bestaande casco-element. Er worden geen bomen gekapt en middels de landschappelijke ontwikkeling vindt versterking plaats. Voor de wijze van inpassing wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan zoals bijgevoegd als Bijlage 2 Landschappelijke inpassingsplannen. Met de compensatie is sprake van overeenstemming met het casco-beleid.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

21

4.1.5

Nota omgevingskwaliteit

Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit. 4.1.6

Nota omgevingskwaliteit (welstand)

Algemeen Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7 BS), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29 BS). Beoordeling van een aanvraag Artikel 22.29 lid 1 onder b BS bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets. Dit TAM-omgevingsplan maakt de oprichting van bouwwerken mogelijk. Deze bouwwerken moeten voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bouwwerk wordt getoetst of de bouwwerken voldoen aan de welstandseisen.

4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase is er sprake geweest van een principeverzoek waarop het college van B&W een principe-uitspraak heeft gedaan. Daarmee heeft de gemeente aangegeven mee te willen werken aan de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.1

Provinciaal vooroverleg

De provincie Overijssel heeft de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. In deze lijst is voor ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen in het buitengebied (de Groene Omgeving) opgenomen dat nieuwe ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen in het buitengebied moeten passen binnen de geldende gebiedskenmerken. Ook moeten zij de ruimtelijke kwaliteit versterken in lijn met deze gebiedskenmerken. Onder het kopje 'Agrarische bebouwing' wordt aangegeven dat geen vooroverleg met de provincie nodig is wanneer: Inpandige verbouwing voor ondergeschikte nevenactiviteiten zoals bijvoorbeeld een bed&breakfast/boerderijkamers, zorgkantine, landwinkel van een gebouw dat deel uitmaakt van een agrarisch bedrijf. Kleinschalige agrarische bebouwing, zoals bijvoorbeeld een schuilgelegenheid of mestopslag, buiten het bouwperceel. Een kleinschalige uitbreiding van een bestaand en bestemd agrarisch bedrijf. Nb. Voor grootschalige uitbreidingen is de Kwaliteitsimpuls Agro & food van toepassing, hierover is wel vooroverleg nodig.

Toetsing initiatief De ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de melkveehouderij en het slopen van de dierverblijven in het kader van de Lbv-regeling. Vervolgens wordt op het erf een nieuwe akkerbouwloods opgericht. De agrarische functie blijft behouden. De nieuwe bebouwing wordt dus opgericht op een bestaand agrarische bedrijfsperceel op de plek van de voormalige dierverblijven. Er is daarmee sprake van een ontwikkeling die al mogelijk is binnen het huidige planologische kader. Daarmee kan de ontwikkeling getypeerd worden als een kleinschalige uitbreiding van een bestaand en bestemd agrarisch bedrijf. In het kader van vooroverleg hoeft het TAM-Omgevingsplan niet met de provincie gedeeld te worden.

22

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

4.2.2

Vooroverleg waterschap

Watertoetsproces Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van het wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de normale procedure van toepassing is. Op 9 september 2025 heeft het waterschap per mail het volgende aangegeven: De laatste wijziging betreft het scheiden van water van de compostering van het hemelwater van schoon verhard oppervlak. Het schone hemelwater wordt afgevoerd naar de wadi. Het water van de compostering wordt afgevoerd naar een ondergrondse wateropslag van 30m3. Afstroming naar oppervlaktewater wordt hiermee voorkomen. Als u deze aanpassing opneemt in uw plan heeft waterschap Vechtstromen geen bezwaar tegen dit plan De ruimtelijk relevante wateraspecten zijn hiermee voldoende belicht en besproken. Voor de gehele wateradvies wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze motivering. Naar aanleiding van het normale advies heeft afstemming met het waterschap plaatsgevonden. Er is een plan opgesteld waarbij het vuilwater van de compostering wordt afgevoerd naar een ondergrondse wateropslag en waarbij hemwelwater wordt afgevoerd naar een wadi. Daarmee wordt het schone en vuile water gescheiden afgevoerd. Afstroming naar oppervlakte water wordt hiermee voorkomen. 4.2.3

Participatie omgeving

Door initiatiefnemers is geparticipeerd met de omgeving. Er is geen aparte bijeenkomst belegd om de nieuwe plannen kenbaar te maken in de buurt. Wel zijn de buren aan de Hardenbergerweg 75,75a,78,82,82a,83,85,85a en Denekamperweg 62 geïnformeerd over de ontwikkelingen. Dit is gedaan tijdens informele regulier gesprekken en visites die gebruikelijk plaatsvinden in de buurt. In de buurt komt men namelijk standaard ongeveer 1 keer per 3 maanden met de hele groep bij elkaar op de visite. Tijdens deze bezoeken zijn de buren al in eerder stadium geïnformeerd over de plannen om te stoppen met de melkkoeien, maar later ook over de nieuwe plannen en welke nieuwe initiatieven de initiatiefnemers willen ontwikkelen op het bedrijf. Soms proactief maar vaak ook n.a.v. vragen die de buren hadden. Vragen zoals "Weten jullie al wat je gaat doen als de koeien straks weggaan?" , "Komt er nog een nieuwe schuur terug als oude gesloopt wordt"?, "Hoe groot wordt de schuur en waar komt die te staan? " en "Wat gaan jullie met de nieuwe schuur doen"?. In eerder stadium hebben de initiatiefnemers deze vragen mondeling beantwoord maar recent zijn ook de tekeningen van te bouwen schuur meegenomen en is ook het landschappelijk inpassingsplan gedeeld. Er werd enkel positief gereageerd door de buren op de plannen die er liggen. Men wenst de initiatiefnemers veel succes met de nieuwe activiteiten.

Vanuit de buren zijn geen bezwaren te verwachten. Wel zijn er wat vragen geteld over hoe het grondgebruik er uit gaat zien de komende jaren. Een aantal buren geven aan dat ze grasland mooier vinden dan aardappels maar het ook te begrijpen dat het grondgebruik uit financieel oogpunt veranderd. De initiatiefnemers hebben aangegeven hoe dat er voor de komende jaren uit gaat zien nu zij gaan samenwerken met akkerbouwer en melkveehouder en een deel in beheerpakketten van agrarisch natuur beheer gaan doen. De buren geven aan dat ze geen probleem hebben met de akkerbouw gewassen maar dat ze ook wel blij zijn dat er dit jaar weer een groot deel van de grond wordt ingezaaid met gras in het kader van gewasrotatie. Er zijn geen bezwaren tegen het voorgenomen plan.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

23

24

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt een wijziging van het Omgevingsplan alleen wordt vastgesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Voor de beoordeling van de wijziging van het omgevingsplan zijn op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 'Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1422/documents/27523