CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren_Bijlagen bij de regels.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 26 mei 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren2.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld 04-02-2026 NL.IMRO.0183.TAMBUIHARDENBWEG81VG01

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren bestemmingsplan

Vastgesteld

Auteur T.Jansen Adviseur ROM DLV Advies 06 26 54 43 84 t.jansen@dlvadvies.nl

Datum: 04-02-2026

Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels

3

Bijlage 1

Begrippenlijst

4

Bijlage 2

Landschappelijke inrichtingsplan

13

2

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

Bijlagen bij de regels

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

3

Bijlage 1

4

Begrippenlijst

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

1.1 Begripsbepalingen De begripsbepalingen zoals opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege zijn van overeenkomstige toepassing. 1.2 Aanvullende begripsbepalingen Voor toepassing van dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen zoals benoemd in lid 1.3 tot 1.64. 1.3 aan-huis-verbonden bedrijf: het uitoefenen van kleinschalige bedrijvigheid dat door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 agrarisch bedrijf: een bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.5 agrarisch aanverwant bedrijf: een bedrijf, dat in nauwe relatie staat tot het agrarisch bedrijf, waarvan de werkzaamheden in hoofdzaak bestaan in de vorm van het telen en bewerken van gewassen, maar niet in hoofdzaak gericht op het voortbrengen van producten, al dan niet in combinatie met het verlenen van diensten aan derden, zoals een gebruiksgerichte paardenhouderij; 1.6 agrarisch gebruik: het gebruik van gronden voor het telen van gewassen en het houden van dieren; 1.7 akkerbouwbedrijf: een agrarisch bedrijf dat alleen gericht op het voortbrengen van producten door middel van telen van gewassen; 1.8

aan-huis-verbonden beroep of bedrijf: een dienstverlenend beroep of een bedrijf dat op kleine schaal in of bij een (bedrijfs)woning wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf; 1.9 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.10 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.11 archeologische waarden: oudheidkundige waarden in de bodem die van belang zijn voor de kennis en studie van (de culturele overblijfselen van) de beschavingsgeschiedenis; 1.12 afschermende beplanting: beplanting met een visueel afschermende werking;

1.13 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.14 bassin: een mest- of waterbak voor de opslag van mest of water ten behoeve van agrarische en glastuinbouwactiviteiten; 1.15 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.16 bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.17 bed-and-breakfast: het bieden van, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt binnen de woning aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.18 bedrijfsmatige kamerverhuur: een samenstel van bedrijfsruimten, om aan anderen dan de rechthebbende en de personen behorende tot diens huishouden, woonverblijf, te verschaffen, al dan niet met gehele of gedeeltelijke verzorging, niet in de zin van een zelfstandige woongelegenheid; een en ander kan blijken uit het feit dat voor de kamers afzonderlijk huur wordt berekend en/of betaald en elke kamer zelfstandig wordt bewoond, waarbij al dan niet sprake is van enkele gemeenschappelijke voorzieningen.

1.19 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, een aan huis verbonden beroep daaronder niet begrepen; 1.20 bedrijfsgebouw: een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.21 bedrijfswoning: een gebouw met woning op een terrein, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die (dat) werkgerelateerd is met dat bedrijf. In geval de woning bij een gebouw of op een terrein wordt gebouwd, maken alle aangebouwde bijbehorende bouwwerken onderdeel uit van de bedrijfswoning; 1.22 bedrijfsmatig: gericht op het behalen van winst; 1.23 bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een bedrijf, een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.24 bestaand: ten aanzien van de vóór 1998 aanwezige bouwwerken, ten aanzien van de legaal aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik:

•

1.25

bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het Bestemmingsplan Buitengebied Tubbergen 2016; bestaande ammoniakemissie:

a. bestaande aantal dierplaatsen voor de bestaande diersoorten, vermenigvuldigd met de emissiefactoren van het bestaande stalsysteem, waarbij geldt: 1. bestaand stalsysteem: het stalsysteem ten tijde van de vaststelling van het plan; 2. bestaande aantal dierplaatsen: het aantal legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan; 3. bestaande diersoorten: de diersoorten, waarvoor de legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan zijn gebouwd; b. onder bestaande ammoniakemissie wordt voorts gerekend de ammoniakemissie afkomstig uit een nog niet gerealiseerd stalsysteem, indien daarvoor ten tijde van de vaststelling van het plan sprake was van een volledig onherroepelijk vergunde situatie. Van een volledig onherroepelijk vergunde situatie is in ieder geval sprake indien ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan beschikt werd over een vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998.

1.26 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.27 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.28 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.29 bedrijf: het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, verhandelen, installeren en/of herstellen van goederen; 1.30 bedrijfsgebouw: een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf 1.31 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is tevens bouwkundig ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is tevens functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw; 1.32 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.33 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.34 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van een zolder en vliering; 1.35 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.36 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.37 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.38 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.39 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.40 bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel; 1.41 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.42 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.43 carport: staanplaats, stalling voor een auto onder een vrijstaand dak of afdak aan het huis; 1.44 composteren: Organisch restmateriaal (zoals agrarisch groenafval) omzetten in hoogwaardige compost om hiermee

bodemleven te activeren en organische stof toe te voegen aan de landbouwgrond om zodoende een bijdrage te leveren aan circulaire landbouw. 1.45 cultuurgrond: grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden, die hobbymatig in gebruik zijn en niet worden gebruikt ten behoeve van een agrarische bedrijfsvoering;

1.46 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.47 dak: iedere vorm van bovenbeëindiging van een gebouw; 1.48 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.49 erf: een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw; 1.50 erfinrichtingsplan: een plan waarbij, na realisatie bebouwing tussen 1000 m3 en 3000 m3, het bouw- cq bestemmingsvlak is ingepast op een wijze die aantoonbaar past in het type landschap waarin het bouw- cq bestemmingsvlak is gelegen. Hierbij is aangesloten op de “Richtlijnen objectivering casco Noord-Oost Twente” behorende bij de beleidsnota “De casco benadering in Noordoost-Twente', welke is vastgesteld op 2 juli 2012. De hierin opgenomen aanbevelingen worden opgevolgd bij het opnieuw aanleggen van landschapselementen.

Het plan dient door het college te zijn goedgekeurd; 1.51 functievlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.52 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.53 gestapelde woningen: boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen (niet zijnde twee-aan-een gebouwde woningen dan wel aaneengebouwde woningen), waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.54 (hoek)erker: een uitbouw met beperkte omvang, gerealiseerd voor een naar de weg of openbaar groen gekeerde gevel van het hoofdgebouw; 1.55 houtbewerkingsbedrijf: een bedrijf dat zich richt op het vervaardigen bewerken verwerken of opslaan van hout of kurk dan wel van houten kurken of houtachtige voorwerpen 1.56 houtopstand: boom of landschapselement; 1.57 houtopstand als zelfstandige eenheid een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van 10 are of meer, of

b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen; 1.58 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is; 1.59 huishouden: een zelfstandig dan wel samenwonend persoon of personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals keuken, sanitaire voorzieningen en entree, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen worden daaronder niet begrepen; 1.60 inwoning: wonen in een (ondergeschikt) deel van een woning als medegebruiker van het pand; 1.61 kap: een dak met een zekere helling; 1.62 kelder: een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, niet te gebruiken als woonruimte, beneden of tot ten hoogste 0,50 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen; bij 'bebouwing in geaccidenteerd terrein' gelegen beneden peil; 1.63 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.

het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel zijnde en prostitutie, waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.64 landbouwhuisdieren: Landbouwhuisdieren zijn zoogdieren of vogels voor de productie van vlees, eieren, melk, wol of veren. Of paarden of pony's voor het fokken. 1.65 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.66 nutsvoorziening: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterbeheer, afvalinzameling, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, waaronder straatmeubilair, abri's, transformatorhuisjes, bergbezinkbassins en retentievoorzieningen; 1.67 normaal agrarisch gebruik: het regulier gebruik dat, gelet op de bestemming regelmatig

noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden;

1.68 omgevingsplan: Het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen; 1.69 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 1.70 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.71 parkeren: parkeren een geparkeerd voertuig is een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in - en uitstappen of voor het laden en lossen; 1.72 peil: a. indien op het land wordt gebouwd: 1 voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: ▪ de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2 voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: ▪ de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; b.

indien over of in het water wordt gebouwd: 1 het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.73 permanente bewoning: bewoning door een of meer personen die niet elders over een hoofdverblijf beschikken; 1.74 productie gebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie en waarvoor geen winkelruimtes worden ingericht; 1.75 plan: Het TAM-omgevingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren Tubbergen" met identificatienummer NL.IMRO.0183.TAMBUIHARDENBWEG81- OW01 van de gemeente Tubbergen 1.76 rooien: het met wortel en al verwijderen van een houtopstand; 1.77 relatie één bouw- of bestemmingsvlak vormend; 1.78 sierteelt: de teelt van opgaande sierbeplanting als heesters en struiken; 1.79 stalling: stallen in een garage of andere bewaarplaats zetten;

1.80 silo: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van opslagdoeleinden; 1.81 vellen: vellen het kappen of rooien van een houtopstand of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben; 1.82 verbeelding: de analoge en digitale voorstelling van de in het omgevingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.83 verdieping(en): de bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is/zijn; 1.84 verhuuractiviteiten het bedrijfsmatig ter beschikking stellen van een ruimte binnen een opslagloods voor de opslag van goederen voor derden tegen een afgesproken vaste vergoeding.

1.85 veldschuur: een geheel buiten bouwvlakken/bouwpercelen staande schuur, die wordt of werd gebruikt voor het stallen of het melken van vee, dan wel de opslag van landbouwproducten of agrarische werktuigen; 1.86 voorgevelrooilijn: de begrenzing van het bouwvlak, waarop de voorgevel van het hoofdgebouw is georiënteerd, alsmede het verlengde daarvan; 1.87 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.88 water en waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen ten behoeve en/of ten dienste van de waterhuishouding, waaronder wadi's, waterlopen, waterpartijen, watergangen, bruggen, dammen, sluizen, duikers, retentiebekkens, vijvers, voorzieningen voor infiltratie, buffering, berging en afvoer van water, voorzieningen ten behoeve van biologische waterzuivering en (secundaire en/of tertiaire) bluswatervoorzieningen; 1.89 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.90 wonen: het gehuisvest zijn in een woning; 1.91 woonhuis: woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm

als een eenheid beschouwd kan worden;

Bijlage 2 Landschappelijke inrichtingsplan

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren

13

Toelichting:

Beplantingsplan:

1. Bedrijfswoning 2. Waskamer/berging 3. Werktuigberging/opslagruimte 4. Vaste mestopslag: slopen 5. Jongveestal: slopen 6. Wasplaats: slopen 7. Rundveestal: slopen

A. Aanplanten bomenrij:

Ulmus gladbra - Ruwe Iep Stamomtrek: 16-18cm, draadkluit

15 st.

B. Aanplanten solitaire bomen:

Tilia cordata - Winterlinde Stamomtrek: 16-18cm, draadkluit

C. Houtsingel en erfbos:

8 st.

Quercus robur / Eik 20% Sorbus aucuparia / Lijsterbes 10% Corylus avellana / Hazelaar 10% Frangula alnus / Sporkehout 10% Acer campestre / veldesdoorn 10% Crataegus monogyna / meidoorn 10% Ilex aquifolium / hulst 20% Ligustrum vulgare / Liguster 10% Plantverband 1,5x1,5m1 - Totaal: 1.800 m2 Maat 60-80, wortelgoed (kluit hulst)

8. Nieuwe loods 9. Sleufsilo/compostering

160 st. 80 st. 80 st. 80 st. 80 st. 80 st. 160 st. 80 st. 800st.

Bestaand akkermengsel

Bestaand erfbosje

Bestaand erfbosje

1. 2. 4.

Karakteristieke Linde’s

3. 6.

9.

5. B.

B.

Nieuwe bomengroep Lindes o.g.

7.

9.

B.

C.

Aanplanten bosplantsoen ‘Erfbos’

A.

8. C.

Nieuw inrit + bomenrij Iepen; H.o.h. 10m1 Nieuwe houtsingel: streekeigen beplanting

A.

Wadi

C. Topotijdreis 1925

Bron: topotijdreis.nl

A.

Bomenrij Iepen; H.o.h. 10m1

N

PROJECT

Landschappelijke inrichting Mts Stamsnieder

OPDRACHTGEVER

Fam. Stamsnieder Hardenbergerweg 81, 7678 VR Geesteren

Kampenlandschap Het projectgebied bevindt zich in het kampenlandschap. Het kampenlandschap kent een onregelmatige verkaveling. Het is een kleinschalig landschap waarbij houtwallen, houtsingels en (knot)bomenrijen het beeld langs de wegen en kavelgrenzen bepalen. De bebouwing, veelal met een historisch karakter, ligt verspreid in het landschap.

0

10

1:1000

20

30

40

50m TUUULK.NL

ONDERDEEL

Landschappelijke inpassing

GETEKEND

(Ing). Rien Heerdink

DATUM

FORMAAT

SCHAAL

VERSIE

05/12/2025

A3

1 : 1000

5e versie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1422/documents/27522