TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren_Bijlagen bij de motivering.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld 04-02-2026 NL.IMRO.0183.TAMBUIHARDENBWEG81VG01
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren bestemmingsplan
Vastgesteld
Auteur T.Jansen Adviseur ROM DLV Advies 06 26 54 43 84 t.jansen@dlvadvies.nl
Datum: 04-02-2026
Inhoudsopgave Bijlagen bij de motivering
3
Bijlage 1
Situatietekening op schaal
4
Bijlage 2
Landschappelijk inrichtingsplan
6
Bijlage 3
Stikstofdepositieonderzoek
8
Bijlage 4
Wateradvies
78
2
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren
Bijlagen bij de motivering
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren
3
Bijlage 1
4
Situatietekening op schaal
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren
Voorgevel
Linker zijgevel
Rechter zijgevel
Achtergevel
A
Doorsnede A-A
BD
W BO 60
Materialen Bouwdeel
Materiaal
Kleur
Bouwdeel
Materiaal
Kleur
Brandwerende voorzieningen Symbool
Omschrijving
Symbool
Omschrijving
Verdieping op 2850mm+P Gegevens Besluit Bouwwerken Leefomgeving Indeling gebouw Omschrijving
Gebruiksfunctie
Gebouwgegevens Gebruiksoppervlakte
Verblijfsgebied oppervlakte
Oppervlakte
Inhoud
Alle maten in het werk controleren
www.dlvadvies.nl
DLV
Benaming:
Nieuwbouw loods
Schaal:
Formaat:
Plattegrond, gevelaanzichten en doorsnede
1 : 100
A0
ADVIES &RESULTAAT
A
Plattegrond
Opdrachtgever:
Datum:
Mts. Stamsnieder Hardenbergerweg 81 7678 VR Geesteren Telefoon: 0546-631455 Mobiel: 06-83521203 E-mail: mts.stamsnieder@outlook.com
DLV Advies Postbus 511 5400 AM Uden
Bouwlocatie:
Projectleider:
Hardenbergerweg 81 7678 VR Geesteren
Telefoon:
Telefoon: E-mail:
25-02-2025 A
0413-336800 info.bmt@dlvadvies.nl
B C D
E-mail:
AvdR
Wijzigingen:
Ing. G.N. Schonewille 06-10925022 G.schonewille@dlvadvies.nl
07-05-2025 14-05-2025 03-09-2025 02-10-2025
Klantnummer:
265640
RD AvdR AvdR FvdA
E F G H
Werknummer:
B231329-11
Blad:
V10
Bijlage 2 Landschappelijk inrichtingsplan
6
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren
Toelichting:
Beplantingsplan:
1. Bedrijfswoning 2. Waskamer/berging 3. Werktuigberging/opslagruimte 4. Vaste mestopslag: slopen 5. Jongveestal: slopen 6. Wasplaats: slopen 7. Rundveestal: slopen
A. Aanplanten bomenrij:
Ulmus gladbra - Ruwe Iep Stamomtrek: 16-18cm, draadkluit
15 st.
B. Aanplanten solitaire bomen:
Tilia cordata - Winterlinde Stamomtrek: 16-18cm, draadkluit
C. Houtsingel en erfbos:
8 st.
Quercus robur / Eik 20% Sorbus aucuparia / Lijsterbes 10% Corylus avellana / Hazelaar 10% Frangula alnus / Sporkehout 10% Acer campestre / veldesdoorn 10% Crataegus monogyna / meidoorn 10% Ilex aquifolium / hulst 20% Ligustrum vulgare / Liguster 10% Plantverband 1,5x1,5m1 - Totaal: 1.800 m2 Maat 60-80, wortelgoed (kluit hulst)
8. Nieuwe loods 9. Sleufsilo/compostering
160 st. 80 st. 80 st. 80 st. 80 st. 80 st. 160 st. 80 st. 800st.
Bestaand akkermengsel
Bestaand erfbosje
Bestaand erfbosje
1. 2. 4.
Karakteristieke Linde’s
3. 6.
9.
5. B.
B.
Nieuwe bomengroep Lindes o.g.
7.
9.
B.
C.
Aanplanten bosplantsoen ‘Erfbos’
A.
8. C.
Nieuw inrit + bomenrij Iepen; H.o.h. 10m1 Nieuwe houtsingel: streekeigen beplanting
A.
Wadi
C. Topotijdreis 1925
Bron: topotijdreis.nl
A.
Bomenrij Iepen; H.o.h. 10m1
N
PROJECT
Landschappelijke inrichting Mts Stamsnieder
OPDRACHTGEVER
Fam. Stamsnieder Hardenbergerweg 81, 7678 VR Geesteren
Kampenlandschap Het projectgebied bevindt zich in het kampenlandschap. Het kampenlandschap kent een onregelmatige verkaveling. Het is een kleinschalig landschap waarbij houtwallen, houtsingels en (knot)bomenrijen het beeld langs de wegen en kavelgrenzen bepalen. De bebouwing, veelal met een historisch karakter, ligt verspreid in het landschap.
0
10
1:1000
20
30
40
50m TUUULK.NL
ONDERDEEL
Landschappelijke inpassing
GETEKEND
(Ing). Rien Heerdink
DATUM
FORMAAT
SCHAAL
VERSIE
05/12/2025
A3
1 : 1000
5e versie
Bijlage 3
8
Stikstofdepositieonderzoek
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren
Oostwijk 5 5406 XT Uden
Postbus 511 5400 AM Uden
0413 33 68 00 info@dlvadvies.nl
www.dlvadvies.nl
TOELICHTING STIKSTOFDEPOSITIE-BEREKENING AANLEGFASE Mts. Stamsnieder Hardenbergerweg 81 7678 VR GEESTEREN OV
T. Jansen Adviseur ROM 06 26 54 43 84
Datum 20-11-2025
DLV Bouw, Milieu en Techniek BV - KvK 09090426
INHOUD 1
INLEIDING ........................................................................................................................................ 3
2
BEPALING STIKSTOFDEPOSITIE AANLEGFASE ....................................................................... 4 2.1
Aanlegfase ................................................................................................................................4 2.1.1
2.2
2.3
2.4 2.5
Uitkomst aanlegfaseberekening .................................................................................... 7
Beoogde gebruiksfase ..............................................................................................................8 2.2.1
Instellingen AERIUS Calculator ..................................................................................... 8
2.2.2
Stalgegevens ................................................................................................................. 8
2.2.3
Compostering ................................................................................................................ 8
2.2.4
Wegverkeer ................................................................................................................... 9
2.2.5
Koude start .................................................................................................................. 10
2.2.6
Stationair draaien wegverkeer ..................................................................................... 10
2.2.7
Mobiele werktuigen...................................................................................................... 11
2.2.8
Uitkomst gebruiksfaseberekening ............................................................................... 12
Inzet referentie 15% natuurvergunning ................................................................................. 13 2.3.1
Stalgegevens ............................................................................................................... 14
2.3.2
Wegverkeer ................................................................................................................. 14
2.3.3
Koude start .................................................................................................................. 15
2.3.4
Stationair draaien wegverkeer ..................................................................................... 15
2.3.5
Mobiele werktuigen...................................................................................................... 15
2.3.6
Uitkomst verschilberekening ....................................................................................... 16
Toetsing projecten in combinatie met andere projecten ....................................................... 16 Benutting 15%-referentie ....................................................................................................... 17
3
TOETSING EN CONCLUSIE ......................................................................................................... 18
4
BIJLAGE ......................................................................................................................................... 19 4.1 4.2 4.3 4.4
AERIUS resultaat sloop- en aanlegfaseberekening .............................................................. 19 AERIUS resultaat gebruiksfaseberekening ........................................................................... 20 AERIUS resultaat verschilberekening beoogd – referentie ................................................... 21 AERIUS resultaat verschilberekening sloop- en aanlegfase en gebruiksfase – referentie ... 22
2
1
INLEIDING
De initiatiefnemers die de locatie aan de Hardenbergerweg 81 te Geesteren beheren, zijn voornemens de ligboxenstal te slopen in het kader van de Landelijke bedrijfsbeëindigingsregeling veehouderijlocaties (ook wel bekend als Lbv). Omdat ze het bedrijf willen voortzetten als akkerbouwbedrijf, willen ze een loods bouwen voor opslag van machines en materiaal. De bovengenoemde transformatie zal bestaan uit nieuwbouw- en sloopwerkzaamheden. De totale werkzaamheden zullen worst-case ongeveer een jaar (260 werkdagen) duren. Om goed in beeld te brengen wat de gevolgen van deze werkzaamheden zijn op het gebied van stikstof is voorliggend onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek brengt in beeld wat de emissies in stikstof van de beschreven fases is. Vervolgens wordt aan de hand van deze emissies berekend wat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is. Tot slot worden de uitkomsten van deze berekeningen getoetst aan de geldende kaders in de natuurwetgeving in landelijk en provinciaal perspectief. De locatie is gelegen aan de Hardenbergerweg 81 te Geesteren. De locatie ligt binnen de bebouwde kom. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is “Springendal & Dal van de Mosbeek” op ca 3,8 kilometer afstand. In dit document worden de stikstofemissies en -deposities in hoofdstuk 2 in beeld gebracht. Er wordt een beeld geschetst van de aanlegfase van het project.
Ook wordt een beeld geschetst van de gebruiksfase, en als deze vergunningplichtig is in het kader van de Natura 2000-wetgeving, wordt inzichtelijk gemaakt dat er geen toename is in stikstofdepositie ten opzichte van de referentie die als mitigerende maatregel mag worden gebruikt. Tot slot worden in hoofdstuk 3 de in hoofdstuk 2 beschreven effecten getoetst aan de wettelijke kaders.
3
2
BEPALING STIKSTOFDEPOSITIE AANLEGFASE
Om inzicht te krijgen in de stikstofdepositie van het project is de stikstofemissie in kaart gebracht. Omdat het project nog gerealiseerd moet worden (en hier ook stikstofemitterend materieel voor wordt ingezet) worden de activiteiten van deze aanlegfase hieronder beschreven. 2.1
AANLEGFASE
De aanlegfase bestaat uit slopen van de melkveestal en vervolgens het bouwen van de akkerbouwloods. Hiervoor zal vooral gebruik gemaakt worden van machines met verbrandingsmotoren. Deze machines stoten stikstof uit. Er is dus een stikstofdepositie te verwachten tijdens de aanlegfase. Om de hoogte van deze stikstofdepositie te bepalen is gekeken naar het gebruik van machines en het gebruik van transportvoertuigen. De uitvoering van de akkerbouwloods is nog niet geheel duidelijk. De afmetingen zullen ca. 60 meter lang en 40 meter breed zijn. Voor de hoogte zijn de maximale bouwhoogtes uit de plaatselijke regels aangehouden, 12 meter nokhoogte en 6 meter goothoogte. Dit is te beschouwen als een worst-case, aangezien het uiteindelijke gebouw hoogstwaarschijnlijk kleiner dan deze afmetingen zal worden. Voor de inzet van machines kan de emissie worden bepaald aan de hand van de categorie van de voertuigen. Deze kunnen in het wettelijk verplicht rekenprogramma AERIUS calculator worden ingevuld. De inzet van de machines kan in het programma worden ingevoerd als emissiebron. Omdat de exacte bewegingen van de machines op voorhand niet te voorspellen zijn, is gebruik gemaakt van een oppervlaktebron waarbinnen de machines werken (conform “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator”). De oppervlaktebron beslaat de bouwlocatie.
Hierbij is uitgegaan van de aanwezigheid van materiaal binnen of direct rondom de bron. Er kan een keuze gemaakt worden in stageklasse van het voertuig (op basis van de in AERIUS aanwezige opties). De gebruiker dient vervolgens het brandstofverbruik, het aantal draaiuren en (indien van toepassing) AdBlueverbruik in te voeren. AERIUS berekent op basis van deze gegevens de ingestelde emissie. Voor de aanlegfase zijn verschillende bronnen ingevoerd. In de onderstaande tabellen is per bouwfase aangegeven welke activiteiten daarvoor zullen plaatsvinden. In de opvolgende kolommen is aangegeven welk materieel wordt ingezet (incl bouwjaar en vermogen), wat de gebruiksduur is van de voertuigen en hoeveel brandstof wordt vebruikt. Is er sprake van een werktuig met SRC, dan zal ook het adblueverbruik worden aangegeven.
Gebruik verbrandingsmotoren tijdens aanlegfase Activiteit Slopen Slopen In depot zetten Egaliseren Aanvullen Totaal
Materieel
Rupskraan groot Trekker Shovel groot Shovel groot
AdBlue AdBlue AdBlue AdBlue AdBlue AdBlue AdBlue
Bouw jaar
Vermogen (kW)
(Gebruiks)duur voertuigen & bouwfase (uur)
Verbruik (liter per uur)
2014 2014 2014 2014
100 100 100 100
27,78 42,19 7,50 23,75
10,2 10,2 10,2 10,2
Verbruik Verbruik Ad Transport totaal Blue (bij bewegingen (liter) SCR) naar bouw 283,33 430,31 76,50 242,25 1.032,40
0,00
6 10 2 6 24
Figuur 1 Tabel sloopfase stal
4
Gebruik verbrandingsmotoren tijdens aanlegfase Bouw jaar
Vermogen (kW)
(Gebruiks)duur voertuigen & bouwfase (uur)
Verbruik (liter per uur)
AdBlue
2014 2014 2014 2014
100 100 100 100
18,30 16,01 6,10 10,62
10,2 10,2 10,2 10,2
186,66 163,33 62,22 108,29
4 4 2 2
Betonpomp Betonmixer
AdBlue AdBlue AdBlue AdBlue
2014 2014
200 200
7,32 10,76
19,86 19,86
145,38 213,79
2 52
(Mobiele) kraan (Mobiele) kraan
AdBlue
2014 2014
100 100
22,59 19,26
10,2 10,2
230,44 196,48
6 4
(Mobiele) kraan (Mobiele) kraan
AdBlue AdBlue
2014 2014
100 100
3,05 1,03
10,2 10,2
31,11 10,48
2 2
(Mobiele) kraan
AdBlue
2014
100
0,24
10,2
2,41
2
Shovel klein
AdBlue
2014
100
20,22
10,2
206,27 1.556,85
Activiteit Grondwerk bouwplaats incl inrichten Ontgraven bouwput In depot zetten Egaliseren Aanvullen Kelder, fundering en vloeren BG vloer Lossen betonmortel Staalconstructie Skelet plaatsen Gordingen leggen Gevels Zijgevels plaatsen Topgevels plaatsen Dak Sandwichtdakplaten monteren Verhardingen Aanbrengen verharding Totaal
Materieel
Rupskraan groot Trekker Shovel groot Shovel groot
AdBlue AdBlue AdBlue AdBlue
AdBlue
Verbruik Verbruik Ad Transport totaal Blue (bij bewegingen (liter) SCR) naar bouw
0,00
6 88
Figuur 2: tabel aanlegfase akkerbouwloods
Voor de totstandkoming van de bovenstaande tabel is gebruik gemaakt van een reële inschatting van de inzet van materieel. De inschatting is gedaan op basis van ervaringen elders bij vergelijkbare bouwfases. Voor de berekening van het brandstofverbruik is uitgegaan van de AUB-methode van TNO die is opgesteld voor toepassing in AERIUS. Daarbij zijn het bouwjaar en vermogen van de werktuigen gebruikt. Tot slot zijn de transportbewegingen voor materiaal en werknemers meegenomen in de AERIUSberekening. Als worst-case is aangehouden dat de sloopfase van de stal 6 maanden duurt (182 dagen/130 werkdagen) en de aanlegfase van de loods 6 maanden duurt (182 dagen/130 werkdagen). Als worst-case is aangehouden dat gedurende de sloopfase er gemiddeld sprake zal zijn van een vrachtwagen t.b.v. aan- en afvoer van materialen per werkdag en 2 lichte voertuigen t.b.v. woonwerkverkeer van personeel per werkdag. Dit resulteert in 260 verkeersbewegingen zwaar verkeer en 520 verkeersbewegingen licht verkeer voor de sloopfase. Voor de aanlegfase is aangehouden dat er gemiddeld sprake zal zijn van 1 vrachtwagen t.b.v. aan- en afvoer van materialen per werkdag en 4 lichte voertuigen t.b.v. woon-werkverkeer van personeel per werkdag. Dit resulteert in 260 verkeersbewegingen zwaar verkeer en 1040 licht verkeer voor de aanlegfase.
Hier komen de vervoersbewegingen van de mobiele werktuigen uit bovenstaande tabellen nog bovenop (sloopfase 260 + 24 = 284 verkeersbewegingen zwaar verkeer, aanlegfase 260 + 88 = 348 verkeersbewegingen zwaar verkeer). In AERIUS calculator zijn deze gegevens ingevoerd als lijnbron. De lijnbron strekt totdat het verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgegaan in een verdunning tot enkele procenten. Dit is doorgaans bij de dichtstbijzijnde N- of A-weg (in dit geval de N343). Omdat de oprit van de locatie direct op de N343 uitkomt, is de lijnbron doorgetekend tot de Koude start De emissies onder de sectie ‘Wegverkeer’ omvatten de ‘warme emissies’, afkomstig van warme motoren. Uit onderzoek van TNO is gebleken, dat na 2 uur stilstand motoren koud zijn, en dat emissies van een koude start duidelijk te onderscheiden zijn. Omdat het een koude start per voertuig betreft, is het aantal koude starts in de regel de helft van het aantal vervoersbewegingen (per categorie). Van het wegverkeer moet dus duidelijk gemaakt worden of er in het project ook sprake is van een koude start.
5
Voor dit project is als worst-case aangenomen dat álle personenauto’s langer dan 2 uur stilstaan tussen aankomst en vertrek, en dus een koude start hebben. Voor het zware verkeer is aangenomen dat deze binnen 2 uur weer weg is, zie hiervoor de sectie ‘Stationair draaien wegverkeer’. Omdat niet met zekerheid te zeggen valt waar een voertuig een koude start heeft, zijn de koude starts ingetekend met een vlakbron. Stationair draaien wegverkeer Het berekenen van het stationair draaien van het wegverkeer is van belang bij situaties waarbij voertuigen regelmatig stationair draaien en dit geen onderdeel is van de gewone verkeersbewegingen (zoals files en stilstaan voor stoplichten). Wat hier wel onder valt is het stilstaan met draaiende motor op eigen terrein (bijvoorbeeld tijdens het laden/lossen). Het stationair draaien van wegverkeer kan in AERIUS worden gemodelleerd als een punt, vlak of lijnbron onder de sector ‘Anders’. Hier dient vervolgens handmatig de NOx en NH3-emissie ingevoerd te worden, de overige kenmerken kunnen op de standaard ingevulde waarden blijven staan. Voor de emissiecijfers kan er gebruikt gemaakt worden van de cijfers in de bijgevoegde tabel. In deze tabel staan de emissiecijfers per uur, deze zullen nog vermenigvuldigd moeten worden met de tijd waarop het stationair draaien plaatsvindt. Formule: EF = EF_stationair*Tijd_stationair
Voor de aanvraag kan het stationair draaien van de vervoersbewegingen op basis van de genoemde aantallen onder het kopje ‘wegverkeer’ als volgt worden berekend. Voor personenauto’s en bestelauto’s wordt uitgegaan van 0 uren stationair draaien. Deze worden op het erf geparkeerd en vervolgens uitgeschakeld. Er is geen sprake van een NOx en/of NH3-emissie. Voor de vrachtwagens wordt uitgegaan dat deze 0,5 uur per etmaal stationair draaien. Op jaarbasis betreft dit 182,5 uur. In de sloopfase zal er sprake zijn van 180 vrachtwagens en in de aanlegfase zal er sprake zijn van 180 vrachtwagens. Sloopfase 180 stuks zwaar verkeer 180 * 0,5 uur stationair draaien per dag = 90 uur stationair draaien per jaar Totaal aantal uren stationair draaien op jaarbasis = 90 uur. De NOx emissie wordt als volgt berekend: 90 x 77,712 = 6.994 gram NOx/jaar (= 6,994 kg). De NH3 emissie wordt als volgt berekend: 90 x 1,0116 = 91,0 NH3/jaar (= 0,091 kg). Aanlegfase 180 stuks zwaar verkeer 180 * 0,5 uur stationair draaien per dag = 90 uur stationair draaien per jaar Totaal aantal uren stationair draaien op jaarbasis = 90 uur. De NOx emissie wordt als volgt berekend: 90 x 77,712 = 6.994 gram NOx/jaar (= 6,994 kg).
6
De NH3 emissie wordt als volgt berekend: 90 x 1,0116 = 91,0 NH3/jaar (= 0,091 kg). 2.1.1
UITKOMST AANLEGFASEBEREKENING
Voor de aanlegfase is een berekening uitgevoerd op basis van deze emissiebronnen. De berekening is bijgevoegd aan dit document. Op het nabijgelegen Natura 2000-gebied is een stikstofdepositie berekend van 0,00 mol/ha/jaar. Er is geen sprake van een stikstofdepositie op een ander Natura 2000-gebied.
7
2.2
BEOOGDE GEBRUIKSFASE
De initiatiefnemers zijn deelnemers aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderij (LBVregeling), waarbij ze de veehouderij staken. In de beoogde situatie willen ze het bedrijf omschakelen naar een akkerbouwbedrijf. Op de locatie willen ze ook agrarisch groenafval composteren. 2.2.1
INSTELLINGEN AERIUS CALCULATOR
Gebouwinvloed Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype, in Natura 2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek, is gelegen op een afstand van circa 3,8 km van het bedrijf. Het bedrijf is niet gelegen binnen 3 kilometer van een stikstofgevoelige habitattype, waardoor gebouwinvloed niet is meegenomen in de AERIUS Calculator berekening. Buitenlandse gebieden De buitenlandse gebieden zijn wel meegenomen in de AERIUS Calculatorberekening omdat deze op minder dan 25 kilometer afstand liggen, waardoor deze binnen de 25 km afkapgrens liggen. Randeffecten Het is niet noodzakelijk een berekening randeffecten uit te voeren. 2.2.2
STALGEGEVENS
In de beoogde situatie is er geen emissie vanuit dierenverblijven. 2.2.3
COMPOSTERING
In de beoogde situatie zal er op de locatie agrarisch groenafval gecomposteerd worden. Bij het composteerproces ontstaat er ammoniakemissie. De emissiefactor die hiervoor gehanteerd kan worden is 0,45 kg NH3/ton product. Dit volgt uit het rapport ‘Ermittlung der Emissionssituation bei der Verwertung von Bioabfällen', bearbeitet im Rahmen der Projekte UFOPLAN 2006, Förderkennzeichen 206 33 326 & UFOPLAN 2009 Förderkennzeichen 3709 44 320, Abschlussbericht von C. Cuhls, B. Mähl, J. Clemens, Gewitra Ingenieuergesellschaft für Wissentransfer mbH, Mai 2014 im auftrag des Umweltbundesambtes tabel 5-2, pagina 77’. De verwachting is dat er 352,5 ton groenafval gecomposteerd gaat worden per jaar. Dit komt neer op 352,0 * 0,47 = 165,44 kg NH3 per jaar. Dit is in AERIUS ingevoerd als een vlakbron. In het WUR-rapport ‘Levenscyclusanalyse groencompost’ van Ir. P.H.M. Dekker, ing. M. van Zeeland en ing. J.G.M. Paauw is aangenomen dat 1 ton groenafval 0,60 ton groencompost oplevert. Dit betekent dat er 0,6 * 352,0 = 211,2 ton groencompost wordt geproduceerd. Het soortelijk gewicht van groenafval is ca. 400 kg/m 3. Uitgaande van 20 m3 per vrachtwagen zijn er 352,0 / 0,400 / 20 = 44 vrachtwagens voor de aanvoer van groenafval nodig. Het soortelijk gewicht van compost varieert tussen de 700 kg/m3 en de 800 kg/m3. Dit betekent dat 1 ton (1.000 kg) tussen de 1,43 m3 en de 1,25 m3.
Worst-case zal er dus 211,2 / 0,7 / 20 ~ 16 vrachtwagens nodig voor de afvoer van de compost. In totaal zijn er dus 60 vrachtwagens en 120 verkeersbewegingen per jaar voor de compostering. Deze zijn opgenomen in de volgende paragraaf. In de referentiesituatie werd er niet gecomposteerd.
8
2.2.4
WEGVERKEER
AERIUS Calculator berekent de totale emissie van wegverkeer over een heel jaar. De voertuigaantallen (in te voeren als aantal verkeersbewegingen) kunnen in AERIUS Calculator opgegeven worden als aantal per jaar, per maand, per dag of per uur. Deze aantallen worden door AERIUS Calculator automatisch omgerekend naar het aantal in het hele jaar. In AERIUS Calculator wordt met één verkeersbeweging de enkele beweging bedoeld. Dit betekent dat normaal transport (bestaande uit de heen- én terugweg) ingevoerd moet worden als twee verkeersbewegingen. Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. In de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator worden enkele voorbeelden gegeven van situaties en hoe hiermee om te gaan.
Een akkerbouwbedrijf in het buitengebied past het beste bij voorbeeld 1, waarbij wordt uitgegaan van een bedrijf aan een rustige weg. Een klein verschil zit hem in de aanwezigheid van andere bedrijven in de directe omgeving, maar dit is onvoldoende om het (vracht)verkeer van het akkerbouwbedrijf te laten verdunnen tot enkele procenten. In het voorbeeld wordt de lijnbron ingevoerd tot en met de (kruising) met een eerstvolgende grotere weg, bijvoorbeeld een provinciale weg. In dit geval komt dit overeen met het modelleren tot de verkeersbewegingen de dichtstbijzijnde N-weg passeren. Vanaf dat moment mag worden aangenomen dat het aandeel van het akkerbouwbedrijf gereduceerd is tot maximaal enkele procenten. De aanvraag voorziet in de volgende verkeersbewegingen over buitenwegen, gerekend tot de dichtstbijzijnde N-weg:
Personenauto’s (per dag) Bestelauto’s (per dag) Tractoren (per dag) Vrachtwagens compost (per jaar) Incidenteel overig (per jaar)
Verkeersbewegingen Licht verkeer Middel zwaar verkeer 10 2
Zwaar verkeer
8 224 1430
Er is uitgegaan van 2 personenauto’s van de ondernemers, die elk twee keer per dag af en aan rijden. Daarnaast is er uitgegaan van 1 personenauto per dag met betrekking tot erfbezoekers, zoals adviseurs. Ook is er uitgegaan van 1 bestelauto (licht verkeer) per dag voor post/pakketjes, resulterend in 12 verkeersbewegingen licht verkeer per dag. In de beoogde situatie zijn er twee trekkers op de locatie aanwezig voor de akkerbouwwerkzaamheden. Hiervoor is aangenomen dat beide trekkers tweemaal per dag af- en aanrijden. Incidenteel komen er ook vrachtwagens. Voor de compostering zijn er 120 verkeersbewegingen per jaar. Verder is er wekelijks een vrachtwagen voor het ophalen van bedrijfsafval, resulterend in 104 verkeersbewegingen per jaar. Daarnaast zullen er incidenteel vrachtwagens komen voor de levering van o.a. zaden en kunstmest en de afvoer van o.a. akkerbouwproducten. De nieuwe loods heeft een inhoud van 14.300 m 3. Als worst-case is aangenomen dat deze in het jaar een keer geheel vol ligt met akkerbouwproducten en/of andere 9
grondstoffen. In werkelijkheid zal de loods nooit tot de nok toe gevuld kunnen zijn. Wederom uitgaande van 20 m3 per vrachtwagen is het aantal verkeersbewegingen 14.300 m3 / 20 m3 per vrachtwagen * 2 bewegingen per vrachtwagen = 1.430 verkeersbewegingen per jaar. 2.2.5
KOUDE START
De emissies onder de sectie ‘Wegverkeer’ omvatten de ‘warme emissies’, afkomstig van warme motoren. Uit onderzoek van TNO is gebleken, dat na 2 uur stilstand motoren koud zijn, en dat emissies van een koude start duidelijk te onderscheiden zijn. Omdat het een koude start per voertuig betreft, is het aantal koude starts in de regel de helft van het aantal vervoersbewegingen (per categorie). Van het wegverkeer moet dus duidelijk gemaakt worden of er in het project ook sprake is van een koude start. Voor dit project is als worst-case aangenomen dat ál het lichte verkeer langer dan 2 uur stilstaat tussen aankomst en vertrek, en dus een koude start heeft. Voor het zware verkeer is aangenomen dat deze binnen 2 uur weer weg is, zie hiervoor de sectie ‘Stationair draaien wegverkeer’. Omdat niet met zekerheid te zeggen valt waar een voertuig een koude start heeft, zijn de koude starts ingetekend met een vlakbron. 2.2.6
STATIONAIR DRAAIEN WEGVERKEER
Het berekenen van het stationair draaien van het wegverkeer is van belang bij situaties waarbij voertuigen regelmatig stationair draaien en dit geen onderdeel is van de gewone verkeersbewegingen (zoals files en stilstaan voor stoplichten). Wat hier wel onder valt is het stilstaan met draaiende motor op eigen terrein (bijvoorbeeld tijdens het laden/lossen). Het stationair draaien van wegverkeer kan in AERIUS worden gemodelleerd als een punt, vlak of lijnbron onder de sector ‘Anders’. Hier dient vervolgens handmatig de NOx en NH3-emissie ingevoerd te worden, de overige kenmerken kunnen op de standaard ingevulde waarden blijven staan. Voor de emissiecijfers kan er gebruikt gemaakt worden van de cijfers in de bijgevoegde tabel. In deze tabel staan de emissiecijfers per uur, deze zullen nog vermenigvuldigd moeten worden met de tijd waarop het stationair draaien plaatsvindt. Formule: EF = EF_stationair*Tijd_stationair
Voor de aanvraag kan het stationair draaien van de vervoersbewegingen op basis van de genoemde aantallen onder het kopje ‘wegverkeer’ als volgt worden berekend. Voor personenauto’s en bestelauto’s wordt uitgegaan van 0 uren stationair draaien. Deze worden op het erf geparkeerd en vervolgens uitgeschakeld. Er is geen sprake van een NO x en/of NH3-emissie. Voor de vrachtwagens wordt uitgegaan dat deze 0,5 uur per etmaal stationair draaien. Op jaarbasis betreft dit 182,5 uur. In de beoogde situatie zijn er 1 vrachtwagen en 4 trekkers per dag en 730 incidentele zware voertuigen per jaar.
10
1 Vrachtwagens (> 20 ton) per etmaal * 365 dagen = 365 aantal stuks zwaar verkeer per jaar 4 trekkers (>20 ton) per etmaal * 365 dagen = 1.460 aantal stuks zwaar verkeer per jaar 730 vrachtwagens (> 20 ton) per jaar = 730 aantal stuks zwaar verkeer per jaar 365 + 1.460 + 730 = 2.555 aantal stuks zwaar verkeer 2555 * 0,5 uur stationair draaien per dag = 1.277,5 uur stationair draaien per jaar Totaal aantal uren stationair draaien op jaarbasis = 1.277,5 uur. De NOx emissie wordt als volgt berekend: 1.277,5 x 77,712 = 99.277 gram NOx/jaar (= 99,28 kg). De NH3 emissie wordt als volgt berekend: 1.277,5 x 1,0116 = 1.292 gram NH3/jaar (= 1,292 kg).
2.2.7
MOBIELE WERKTUIGEN
De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklasse). Ten behoeve van de berekening van de emissies NOx door mobiele werktuigen dient per stageklasse het brandstofgebruik aangegeven te worden (liter brandstof per jaar) of het aantal draaiuren. De stageklasse is afhankelijk van het bouwjaar van het gebruikte werktuig en het vermogen. Deze kunnen doorgaans goed worden achterhaald, met name voor bestaande mobiele bronnen. Indien dit niet bekend is, kan een worst case aanname worden gedaan voor het bouwjaar en een realistische inschatting gemaakt worden van het vermogen, bijvoorbeeld op basis van soortgelijke machines. Voor een berekening op basis van stageklasse zijn onderstaande gegevens nodig: 1. De combinatie van stage- en vermogensklasse. 2. Het totale brandstofgebruik per jaar (liter brandstof/jaar). Op basis van deze aspecten berekent AERIUS Calculator automatisch de totale emissies NOx en NH3 als gevolg van belasting en stationair draaien. De inzet van de mobiele werktuigen kan in AERIUS Calculator worden ingevoerd als emissiebron. Omdat de exacte bewegingen van de machines op voorhand niet te voorspellen zijn, wordt gebruik gemaakt van een oppervlaktebron waarbinnen de machines werken.
In de aangevraagde situatie is niet bekend uit welk bouwjaar de gebruikte werktuigen komen, waardoor een worst case aanname wordt gedaan voor het bouwjaar van de mobiele werktuigen. Volgens opgaaf van de initiatiefnemer zijn ter plaatse twee tractoren en een shovel aanwezig. De initiatiefnemer is nog van plan om een kraan aan te schaffen. Op basis van de gebruiksuren per etmaal (schatting) kan het totale brandstofverbruik per jaar (vermenigvuldigd met 365) worden berekend. Werktuigen
Verbruik
Tractor 110 kW Tractor 90 kW Shovel 90 kW Kraan 90 kW
13,24 liter per uur 10,94 liter per uur 10,94 liter per uur 10,94 liter per uur
Aantal uur in gebruik per etmaal 1 1 1 1
Totaal verbruik 4.833 liter per jaar 3.993 liter per jaar 3.993 liter per jaar 3.993 liter per jaar
De in de tabel genoemde gegevens worden samen met de Stageklasse ingevoerd in AERIUS calculator om de stikstofdepositie te berekenen. 11
2.2.8
UITKOMST GEBRUIKSFASEBEREKENING
Voor de gebruiksfase is een berekening uitgevoerd op basis van deze emissiebronnen. De berekening is bijgevoegd aan dit document. Op het nabijgelegen Natura 2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek is een stikstofdepositie berekend van 0,13 mol/ha/jaar. Het project is hiermee vergunningplichtig.
12
2.3
INZET REFERENTIE 15% NATUURVERGUNNING
In het kader van de Lbv-regeling mag er maximaal 15% van de voorheen toegestane stikstofemissie worden ingezet als referentie voor de beoogde situatie. Voor de locatie was een Wnb-vergunning verleend. Voor deze vergunning is een intrekkingsverzoek gedaan, waarbij de vergunning tot 85% wordt ingetrokken. De diertabel van deze vergunning is hierna weergegeven:
Met de huidige emissienormen betreft dat de volgende emissies: Vigerende vergunning: WNB 30-11-2015 maximale emissie drempelwaarde (kg/jaar) #WAARDE! Bedrijfstotaal 2877,20
nr stal
emissie punt
code
F
F1
HA1.100
Overige huisvestingssystemen
F
F2
HA1.100
Overige huisvestingssystemen
F
F2
HA2.100
Overige huisvestingssystemen
G
G
HA2.100
Overige huisvestingssystemen
H
H
HA2.100
Overige huisvestingssystemen
Beschrijving huisvestingssysteem
diercategorie Diercategorie melken kalfkoeien van 2 jaar en ouder Diercategorie melken kalfkoeien van 2 jaar en ouder Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar,
# dieren
kg NH3 / dier totaal kg NH3 / jaar / jaar
86
13
1118
114
13
1482
8
4,4
35,2
19
4,4
83,6
36
4,4
158,4
15% van bovenstaande emissies betreft 0,15 * 2877,20 = 431,58 kg NH3. Naast de vergunde dieraantallen, behoorde tot deze activiteit ook mestopslagen, wegverkeer (inclusief koude start en stationair draaien) en mobiele werktuigen. Van deze bronnen is ook maximaal 15% genomen.
13
2.3.1
STALGEGEVENS
Bij de intrekking van de Wnb-vergunning, welke een NH3-emissie toestond van 2.877,2 kg NH3, is er de benodigde 85% ingetrokken. Dit betekent dat er 431,40 kg NH3 aan emissie is overgebleven dat met intern salderen voor de beoogde situatie gebruikt kan worden. Dit komt neer op de volgende dieraantallen: Aangevraagde vergunning:
maximale emissie drempelwaarde (kg/jaar) #WAARDE! Bedrijfstotaal 431,40 nr stal
emissie punt
code
F
F1
HA1.100
Overige huisvestingssystemen
F
F2
HA1.100
Overige huisvestingssystemen
F
F2
HA2.100
Overige huisvestingssystemen
G
G
HA2.100
Overige huisvestingssystemen
H
H
HA2.100
Overige huisvestingssystemen
Beschrijving huisvestingssysteem
diercategorie Diercategorie melken kalfkoeien van 2 jaar en ouder Diercategorie melken kalfkoeien van 2 jaar en ouder Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar,
# dieren
kg NH3 / dier totaal kg NH3 / jaar / jaar
21
13
273
0
13
0
0
4,4
0
0
4,4
0
36
4,4
158,4
Gebouw F2 had natuurlijke ventilatie via de nok. Het emissiepunt zat op het midden van de nok, de emissiepunthoogte was 5,5 meter hoog. Gebouw H had natuurlijke ventilatie via de open voorkant. Het emissiepunt zat op de voorgevel. De emissiepunthoogte was het midden van deze opening, en was dus 2 meter hoog. 2.3.2
WEGVERKEER
In de vigerende situatie (Wnb-vergunning; 30-11-2015) waren nog geen verkeersbewegingen in de vergunning opgenomen. Doordat deze wel onderdeel uitmaken van het project, moeten deze bij huidige verschilberekeningen wel in acht worden genomen. Er was sprake van de volgende verkeersbewegingen: Verkeersbewegingen Licht verkeer Middel zwaar verkeer Zwaar verkeer Personenauto’s (per dag) 10 Bestelauto’s (per dag) 2 Tractoren en vrachtwagens 4 (per dag) Incidenteel (per jaar) 1000 Er is uitgegaan van 2 personenauto’s van de ondernemers, die elk twee keer per dag af en aan reden. Daarnaast is er uitgegaan van 1 personenauto per dag met betrekking tot erfbezoekers, zoals adviseurs. Ook is er uitgegaan van 1 bestelauto (licht verkeer) per dag voor post/pakketjes, resulterend in 12 verkeersbewegingen licht verkeer per dag. Daarnaast was er driedagelijks een vrachtwagen voor o.a. melktransport, wekelijks aanvoer van krachtvoer (in bulk), wekelijks aanvoer van krachtvoer/mineralen (in zak), wekelijks een vrachtwagen voor diertransport (aan-/afvoer). Ook werd er dagelijks met een tractor af- en aan van het bedrijf gereden, resulterend in 4 bewegingen zwaar verkeer per dag. Incidenteel was er sprake van mesttransport, inkuilen, levering van 14
zaden/kunstmest, aankoop van hooi/stro, verkoop van ruwvoer, etc. Dit is geschat op ca. 1.000 verkeersbewegingen zwaar verkeer per jaar. Vanwege de intrekking van de Wnb-vergunning tot 15%, is ook 15% van deze aantallen opgenomen in de referentiesituatie. Dit komt neer op 438 verkeersbewegingen licht verkeer en 369 verkeersbewegingen zwaar verkeer. 2.3.3
KOUDE START
Vanwege de intrekking van de Wnb-vergunning tot 15%, is ook 15% van de koude starts opgenomen in de referentiesituatie. Dit komt neer op 164,25 koude starts. 2.3.4
STATIONAIR DRAAIEN WEGVERKEER
In de referentiesituatie was er 1 vrachtwagen en 1 tractor per dag en 500 incidentele zware voertuigen per jaar. 1 Vrachtwagens (> 20 ton) per etmaal * 365 dagen = 365 aantal stuks zwaar verkeer per jaar 1 trekker (>20 ton) per etmaal * 365 dagen = 365 aantal stuks zwaar verkeer per jaar 500 vrachtwagens (> 20 ton) per jaar = 500 aantal stuks zwaar verkeer per jaar 365 + 365 + 500 = 1.230 aantal stuks zwaar verkeer 1230 * 0,5 uur stationair draaien per dag = 615 uur stationair draaien per jaar Totaal aantal uren stationair draaien op jaarbasis = 615 uur. De NOx emissie wordt als volgt berekend: 615 x 77,712 = 47.792 gram NOx/jaar (= 47,79 kg). De NH3 emissie wordt als volgt berekend: 615 x 1,0116 = 622 gram NH3/jaar (= 0,622 kg). Vanwege de intrekking van de Wnb-vergunning tot 15%, is ook 15% van deze emissie opgenomen in de referentiesituatie. Dit komt dus neer op 7,169 kg NOx en 0,0933 kg NH3/jaar. 2.3.5
MOBIELE WERKTUIGEN
In de vigerende situatie (Wnb-vergunning; 30-11-2015) waren nog geen mobiele werktuigen in de vergunning opgenomen. Doordat deze wel onderdeel uitmaken van het project, moeten deze bij huidige verschilberekeningen wel in acht worden genomen. Er was sprake van de volgende mobiele werktuigen: Werktuigen Verbruik Aantal uur in gebruik per Totaal verbruik etmaal Tractor 60 kW 7,49 liter per uur 1 2.734 liter per jaar Tractor 60 kW 7,49 liter per uur 1 2.734 liter per jaar Shovel 55 kW 6,92 liter per uur 1 2.526 liter per jaar De manier waarop moest worden omgegaan met het brandstofverbruik is in de loop der jaren gewijzigd. Er moet, op het moment van berekenen, uit worden gegaan van de dan geldende rekenregels. Er is uitgegaan van de AUB-methode van TNO en het brandstofverbruik uit de TNO-tabel versie 2024. Vanwege de intrekking van de Wnb-vergunning tot 15%, is ook 15% van bovenstaande gegevens opgenomen in de referentiesituatie. Dit komt neer op 55 draaiuren en 410,15 liter per jaar voor de tractoren en 55 draaiuren en 379 liter per jaar voor de shovel.
15
2.3.6
UITKOMST VERSCHILBEREKENING
Voor de gebruiksfase met referentie is een verschilberekening uitgevoerd op basis van deze emissiebronnen. De berekening is bijgevoegd aan dit document. Op het nabijgelegen Natura 2000gebied is geen toename van stikstofdepositie berekend. Dit betekent dat het project vergunbaar is in het kader van de Natura 2000-wetgeving. 2.4
TOETSING PROJECTEN IN COMBINATIE MET ANDERE PROJECTEN
Voor de Natura 2000-activiteit moet ‘het project in combinatie met andere projecten’ worden getoetst. Dit betekent dat de gebruiksfase ook moet worden getoetst in combinatie met de aanlegfase. Hiervoor is tevens een verschilberekening uitgevoerd. De berekening is bijgevoegd aan dit document.
16
2.5
BENUTTING 15%-REFERENTIE
In de referentie was er 2.878,5 kg NH3 en 306,3 kg NOx. Omgerekend naar pure stikstof is dit 2.367,41 + 112,88 = 2.480,29 kg Nvoetnoot 1 en 2. 15% hiervan is 372,04 kg N. In de beoogde situatie is er 167,8 kg NH3 en 634,9 kg NOx aangevraagd. Omgerekend naar pure stikstof is dit 138,01 1 + 233,99 2 = 372,00 kg N. De toegestane stikstofemissie (15%) wordt dus volledig ingezet voor de beoogde situatie. Voormalige toestemming Overgebleven na intrekking Aangevraagd Percentage 100 15 15 Kg stikstof 2.480,29 372,04 372,00 Disclaimer: de stikstof afkomstig van NOx geeft vanaf een bepaalde afstand geen depositie meer, waar NH3 dat nog wel doet. Het omzetten van stikstofemissie van NH 3 naar NOx en vice versa kan een vertekend beeld geven van de gevolgen van de stikstofemissie, en dit moet altijd door middel van een AERIUS-berekening worden getoetst.
1 NH is een molecuul dat bestaat uit één N (stikstof)-atoom en drie H (waterstof)-atomen. 1 mol N weegt 14,0067 3
gram. 1 mol H weegt 1,00794 gram. 1 mol NH3 weegt dus 17,03052 gram. Het omrekenen van x kg NH3 naar y kg N gaat dus als volgt: y = x / 17,03052 * 14,0067. 2 NO is een verzameling van NO-moleculen en NO moleculen. De verhouding tussen beide moleculen is x 2 onbekend, hier wordt uitgegaan van 1:1. 1 mol O weegt 30,0061 gram. 1 mol NO x weegt dus gemiddeld 38,0058 gram. Het omrekenen van x kg NOx naar y kg N gaat dus als volgt: y = x / 38,0058 * 14,0067. 17
3
TOETSING EN CONCLUSIE
In de vorige hoofdstukken zijn het wettelijk kader van het natuurspoor in de Omgevingswet en de stikstofsituatie op de projectlocatie los van elkaar beschouwd. In dit hoofdstuk worden deze gegevens gecombineerd om zo conclusies te trekken over het project voor het aspect stikstof. Op basis van de AERIUS berekeningen is er sprake van geen stikstofdepositie in Natura 2000gebieden in de aanlegfase. Er is wel sprake van een stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de gebruik+aanlegfase. Er is sprake van een referentiesituatie op de locatie. Op basis van de resultaten van de AERIUS berekeningen kan worden geconcludeerd dat sprake is van intern salderen. Dit betekent dat er geen negatieve effecten plaatsvinden op Natura 2000-gebieden als gevolg van dit project. Doordat sprake is van stikstofdepositie dient er ook een omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit te worden aangevraagd.
18
4 4.1
BIJLAGE AERIUS RESULTAAT SLOOP- EN AANLEGFASEBEREKENING
19
4.2
AERIUS RESULTAAT GEBRUIKSFASEBEREKENING
20
4.3
AERIUS RESULTAAT VERSCHILBEREKENING BEOOGD – REFERENTIE
21
4.4
AERIUS RESULTAAT VERSCHILBEREKENING SLOOP- EN AANLEGFASE EN GEBRUIKSFASE – REFERENTIE
22
Bijlage 4
78
Wateradvies
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Buitengebied Hardenbergerweg 81 Geesteren
Het wateradvies
Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van hhelpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen vanet Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Normale procedure 2. Uw plangebied ligt in of nabij een waterkering.
Op basis van onderstaande locatie
20-05-2025 12:29
1
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Vragen en antwoorden uit de check 1 Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?
nee
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?
nee
Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast?
nee
Ligt binnen plangebied (een beschermingszone) van een watergang of waterkering?
ja
Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie?
nee
Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast?
nee
Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waterschap mogelijk gemaakt?
nee
Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en nee de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? Is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 80cm?
nee
Zijn er kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
nee
Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen nee in de ondergrond? Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd, waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?
nee
Wordt regenwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd?
ja
Ligt in of nabij het plangebied een zonering zuiveringtechnisch werk?
nee
Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Drenthe?
nee
Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Drenthe?
nee
Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Overijssel?
nee
Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Overijssel?
nee
Ligt het plangebied in een zonering Natura 2000?
nee
20-05-2025 12:29
2
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Details 1. Normale procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waterschapsbelangen raakt.
Wat moet ik doen?
20-05-2025 12:29
3
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Gebruik alstublieft de knop ““DIRECT AANVRAGEN”” om een advies aan te vragen bij het waterschap. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. In een startoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateraspecten een rol spelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuishoudkundig plan, een geohydrologisch onderzoek of een uitgebreide analyse van het huidige watersysteem noodzakelijk is. Gezamenlijk wordt er invulling gegeven aan de wateraspecten. Als er overeenstemming is over de inhoud van de waterparagraaf kan u de tekst opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan.
U kunt ook contact opnemen via info@vechtstromen.nl of met onze adviseurs:
Ben van Veenen b.van.veenen@vechtstromen.nl • • • • •
gemeente Hardenberg gemeente Twenterand gemeente Ommen gemeente Hoogeveen gemeente De Wolden
Jori Wolhoff j.wolhoff@vechtstromen.nl • • • •
gemeente Borger-Odoorn gemeente Emmen gemeente Midden-Drenthe gemeente Coevorden
Els Boerrigter e.boerrigter@vechtstromen.nl • • • •
gemeente Borne gemeente Berkelland gemeente Haaksbergen gemeente Hof van Twente
Heral Hesselink h.hesselink@vechtstromen.nl • • • •
gemeente Almelo gemeente Rijssen-Holten gemeente Wierden gemeente Hellendoorn
Henry Legtenberg h.legtenberg@vechtstromen.nl • gemeente Dinkelland • gemeente Losser • gemeente Tubbergen • gemeente Oldenzaal
Tom Pikkemaat T.pikkemaat@vechtstromen.nl •
gemeente Hengelo
20-05-2025 12:29
4
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies •
gemeente Enschede
Telefonisch bereikbaar via mailverzoek of algemeen telefoonnr. 088-2203333.
Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.
Copyright Digitale watertoets - http://www.dewatertoets.nl//. Dit document is gegenereerd via de website http:// www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document.
20-05-2025 12:29
5
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies 2. Uw plangebied ligt in of nabij een waterkering. Het winterbed van rivieren en waterkeringen met bijbehorende beschermingszones hebben als primaire functie het bieden van veiligheid tegen overstromingen. Ontwikkelingen in deze gebieden zijn enkel toegestaan, als ze het functioneren ervan niet belemmeren. Zo mag de sterkte van een waterkering niet aangetast worden en het onderhoud aan de waterkering niet belemmerd worden. Bij werkzaamheden in de keurzone van de waterkering dient in overleg met het waterschap een watervergunning aangevraagd te worden. Met de benadering van meerlaagse veiligheid waarborgen we niet alleen het veiligheidsniveau van de dijken, maar bevorderen we ook het verstandig gebruik van de ruimte die beschermd wordt door waterkeringen. We willen de gevolgen van overstromingen beperken door een passende ruimtelijke inrichting en calamiteitenbestrijding.
Het beheer en onderhoud van het watersysteem is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden of te verbeteren. Het gaat bij watergangen zowel om waterkwantiteit en -kwaliteit, als om beeldkwaliteit en waterbeleving. Het reguliere onderhoud bestaat voornamelijk uit het maaien van de water- en oevervegetatie.
Wat moet ik doen? Het werken aan meerlaagse veiligheid is maatwerk. Geef de ruimtelijke ontwikkelingen zodanig vorm, dat de gevolgen van een overstroming en wateroverlast beperkt blijven. Dit betekent o.a. dat bij voorkeur niet gebouwd wordt in laaggelegen gebieden; dat kwetsbare functies en vitale infrastructuur aangelegd worden boven het niveau waarop het water kan komen in geval van een overstroming.
Het beheer en onderhoud van het watersysteem dient met het reguliere onderhoudsmaterieel van het waterschap (of zijn aannemers) mogelijk te zijn. In situaties waar de ruimte beperkt is, bijvoorbeeld bij stedelijke herontwikkeling, is vroegtijdige afstemming met het waterschap nodig om te komen tot maatwerk.
Waar moet ik op letten? In de Legger zijn kern- en beschermingszones vastgelegd, waarmee de watergang en de bijbehorenden onderhoudstroken worden beschermd. De onderhoudsstroken dienen vrij gehouden te worden van obstakels. Voor activiteiten binnen de kern-en beschermingszone dient een watervergunning aangevraagd te worden.
Achtergrondinformatie
20-05-2025 12:29
6
https://hetwateradvies.nl