CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Rekenkameronderzoek Jeugdhulp.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 25 januari 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: Rekenkamerrapport Onderzoek Jeugdhulp Twente35.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

70

Onderwerp

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e

Bevinding Geautoriseerde verwijzers: ▪ De huisarts indiceert hulp, maar vaak niet in afstemming met de praktijkondersteuner. Vrijwel alle huisartsen hebben inmiddels een praktijkondersteuner. ▪ Gecertificeerde instellingen indiceren hulp op basis van onderzoeksgegevens van de Raad voor de Kinderbescherming en vonnis rechtbank, alsmede eigen onderzoek. ▪ Jeugdarts, idem als huisarts. ▪ Zelfverwijzer. In Twente kennen we het onderwijs als “zelfverwijzer”. Dit heeft alleen betrekking op dyslexiezorg. Dit is een regionale afspraak, vastgelegd in het administratieprotocol. ▪ De inzet van POH-ers werkt positief, werkt aan vraagverheldering en biedt met name lichte ondersteuning. Zij werken niet volgens dezelfde methodiek als de consulenten. ▪ Grip op de niet-gemeentelijke toegang is lastig. Via de POH-ers jeugd wordt gepoogd grip te houden op de verwijzingen van de huisarts. Met de huisartsen zijn afspraken gemaakt, in die zin dat de gemeente de drie samenwerkende huisartsenpraktijken gevraagd heeft om via een praktijkondersteuner jeugd een uitgebreide uitvraag van de hulpvraag te doen op de verschillende leefgebieden en als blijkt dat het kan, zelf de ondersteuning te bieden. Hiervoor ontvangen de drie huisartsenpraktijken ieder een vergoeding. Er is twee keer per jaar overleg met de consulenten en de POH’ers. Ook zit daar iemand van Wijkkracht bij.

Er zou wel meer overleg mogen tussen de consulenten en de POH’s op casuïstiek niveau. ▪ Met de gecertificeerde instellingen zijn afspraken gemaakt omtrent het eerder betrekken van de gemeente bij de jeugdhulp. ▪ Verwijzing via de gemeentelijke toegang en via de verschillende externe verwijzers gebeurt niet volgens een uniforme werkwijze, er is geen uniforme taal en er wordt nog beperkt gestuurd op een samenhangende verwijzingsmethode of meer uniforme werkwijze door alle verwijzers. Dit maakt het moeilijk om grip te krijgen op de verwijsstroom, de kosten van de jeugdhulp en het bevorderen van de samenhang tussen voorliggende en specialistische voorzieningen. ▪ Gepoogd wordt meer naar de voorliggende voorzieningen te kijken en meer aan de voorkant te zitten. Ook resultaatgericht werken draagt bij aan kostenbeheersing. Er is meer behoefte aan sturingsen managementinformatie. Die was tot voor kort bij de gemeente onvoldoende voorhanden. In Borne is overgegaan op een nieuw registratiesysteem dat ontwikkelingen kan aangeven op clientniveau. Dit is belangrijk om grip te krijgen op het sociaal domein en de jeugdzorg daarbinnen. ▪ Daarnaast is de gemeente bezig met externe verwijzingspartners om het kostenbewustzijn te vergroten. De aanbieder bepaalt namelijk bij externe verwijzingen wat er nodig is en geeft dit aan bij de gemeente.

Aanbieders hebben dan meer vrijheid dan als de verwijzing via de jeugdconsulent is verlopen. ▪ Zorg kan door externe verwijzers worden verlengd op dezelfde verwijzing zolang het dezelfde hulpvraag betreft. Daar ligt een groot zorgpunt omdat de gemeente weinig grip heeft hierop. Het inzetten van een consulent voor externe verwijzers zoals waar in andere

Bijlage 3.2: Bevindingen gemeente Borne

71

Onderwerp

Bevinding Twentse gemeenten wordt gewerkt is een ontwikkeling waar nu over wordt nagedacht. ▪ De jeugdconsulenten zijn aanwezig bij een startgesprek, middengesprek en eindevaluatie, daarbij wordt ook gekeken naar op- en afschaling. Daarin nemen zij mee wat de leermogelijkheden zijn, waar de ontwikkelingsgroei zit en hoe dit geborgd kan worden. ▪ Hoe de voortgang van de evaluatie bij de externe verwijzers gaat is niet duidelijk. Met de gecertificeerde instellingen vindt twee keer per jaar een gesprek plaats. Als de G.I. een forse verwijzing afgeeft, wordt door een consulent contact opgenomen met de G.I. voor nadere informatie en als het mogelijk is om afschaling. Als het gaat om de medische verwijzers is er sprake van een verwijzing naar een zorgaanbieder. Het hoe en wat van de in te zetten zorg laat de arts over aan de zorgaanbieder.

Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin?

Bevinding ▪ Vanaf 2015 is de samenwerking met de vindplekken zoals kinderopvang en onderwijs versterkt. Dit houdt in dat een jeugdconsulent beschikbaar is voor de kinderopvangorganisaties als zij vragen en zorgen hebben over de ontwikkeling. Met het voorliggend veld vinden netwerkbijeenkomsten en themabijeenkomsten plaats. Aan de basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs en scholen voor voortgezet (speciaal) onderwijs in Hengelo zijn jeugdconsulenten verbonden. ▪ Daarnaast vinden er 1 à 2 keer per jaar bijeenkomsten plaats met pleegouders/gezinshuizen, waar behoeften worden besproken. ▪ Er is sprake van nauwe samenwerking met de organisaties als jeugdgezondheidszorg, kinderopvang en basisonderwijs. ▪ Via de jeugdgezondheidszorg (JGZ) is nagenoeg met alle jongeren tot 18 jaar contact. Het bereik van de JGZ voor de jongeren tot 12 jaar is bijna 100%. Ook in het voortgezet onderwijs heeft de JGZcontact met alle jongeren. ▪ De jongeren worden bereikt via het intensieve contact met de kinderopvang, basisonderwijs, verenigingen en schoolmaatschappelijk werk. ▪ De jeugdgezondheidszorg (uitgevoerd door de GGD) zit in het Bornese hulpteam. In het Bornese hulpteam is ook de politie aangesloten en dit komt eens in de vier weken bij elkaar. Ook daar kunnen casussen, waaronder overlastgevende jongeren worden ingebracht.

▪ Het sociale team komt eens in de twee weken bij elkaar om casussen te bespreken. De lijnen zijn kort en men weet elkaar goed te vinden. ▪ Een aantal voorzieningen is afgebouwd omdat hier weinig tot geen gebruik van werd gemaakt.

▪

De effecten van de preventieve inzet zijn minder goed te meten omdat het niet vastgelegd/geregistreerd wordt.

Onderzoeksvraag 4 & 4a

Bijlage 3.2: Bevindingen gemeente Borne

72

Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d

Bevinding ▪ In 2015 had de gemeente geen enkele jongere die een jeugdzorg plus indicatie had. Die hebben we nu wel en deze trajecten kosten veel geld. Borne is aantrekkelijk voor zorgorganisaties om bijvoorbeeld gezinshuizen te beginnen. Het is voor zorgorganisatie aantrekkelijk om zich in de gemeente Borne te vestigen: de plaats Borne en de dorpen Hertme en Zenderen. Dit vanwege het dorpse karakter, de voorzieningen en de ligging, centraal in Twente. ▪ Het aantal jeugdigen neemt niet af, maar de kosten blijven stijgen. In Borne is één organisatie waar alle scholen onder vallen die aangeeft dat het hen opvalt hoe groot het aantal kinderen is dat extra zware zorg nodig heeft. Maar waar dit nu vandaan komt is lastig aan te geven. De ontwikkeling van het Passend Onderwijs kan ook leiden tot een beïnvloeding in de toename van het gebruik en de kosten van jeugdzorg. ▪ Voor gewone opvoed- en opgroeivragen wordt steeds vaker een beroep gedaan op professionele jeugdzorg. De hoge geluksnorm, de prestatiedruk en het maakbaarheidsdenken dragen daaraan bij. Er is geen noemenswaardige toename van problemen, maar wel: o Meer echtscheidingen o Problematisch gebruik van sociale media o Prestatiedruk op scholen

Bijlage 3.2: Bevindingen gemeente Borne

73

Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland Overzicht bevindingen gemeente Dinkelland Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Vanaf 2015 is begroot met de gedachte wat er nodig is. Hoewel in 2015 de realisatie nog fors onder de begroting zat is het sindsdien omgedraaid en zijn de werkelijke uitgaven hoger dan begroot. ▪ Vanaf 2015 is de toegang in Dinkelland op dezelfde manier georganiseerd als in Tubbergen. ▪ Ook zijn er veel buitenhuis voorzieningen binnen de gemeente (bijvoorbeeld zorgboerderijen). Daar zijn ook jongeren geplaatst die van buiten de regio komen, daar gaat het ook nog wel eens fout rondom facturering. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2015

Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b

Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ De consulenten van de gemeente bepalen het ‘wat’ en daarmee of het maatwerk dan geleverd wordt ▪ De consulenten geven aan dat met het huidige inkoopmodel het makkelijker is om te sturen op resultaten. ▪ Door het groot aantal aanbieders moet er veel inzet verricht worden in het contractbeheer. Verder is het voor de verschillende verwijzers moeilijk om het overzicht te houden. ▪ Als nadeel voor de aanbieders wordt aangegeven dat de bepaling van het “Wat” en de doorverwijzing op verschillende wijze worden uitgevoerd in de 14 Twentse gemeenten.

Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland

74

Onderwerp

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin?

Bevinding ▪ Er is voor aanbieders geen garantie voor omzet, hierdoor doen aanbieders weinig investering in verandering en innovatie. De nieuwe aanbieders die toetreden zijn meer van hetzelfde en niet nieuwe innovatieve (kleinere) aanbieders. ▪ Het Twents model biedt onvoldoende sturingsmogelijkheden op de kosten. Het Twents model is namelijk niet ingericht op kosten. Het Twents model draagt niet bij voor aan betere grip op financiering.

Onderzoeksvraag 2b Toegang In Dinkelland is ook een stijging te zien in het aantal jeugdhulp trajecten sinds 2015, toch lijkt deze stijging steeds minder sterk toe te nemen.

Type Jeugdhulp Dinkelland 500 400 300

Jeugdhulp zonder verblijf

200

Jeugdhulp met verblijf

100

Jeugdbescherming

0 2015

2016

2017

2018

2019

Uit de onderstaande grafiek is te zien dat waar andere gemeenten vanaf 2015 veel onbekende verwijzers hadden, dit bij Dinkelland niet het geval is. Ook in Dinkelland is te zien dat de huisarts in 2015 de grootste verwijzer is. Toch zien we na een piek in 2016, hier een daling. Vanaf 2018 is niet de huisarts, maar de gemeente de grootste verwijzer.

Verwijzer Dinkelland 250

Onbekend Gecertificeerde instelling

200

Gemeente 150

Huisarts Jeugdarts

100

Medisch specialist 50

Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School

0 2015

2016

2017

2018

2019

Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland

75

Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e

Bevinding ▪ De gemeente kiest er bewust voor om de jeugdconsulenten te laten indiceren en regisseren en geen ambulante hulpverlening te laten verlenen. ▪ Jeugdconsulenten voeren vraag-verhelderende gesprekken om de situatie in beeld te krijgen. ▪ Daarnaast is een POH-jeugd als interventie ingezet bij huisartsen. De POH-er behandelt vanuit de huisartsenpraktijk jongeren met problemen. Daardoor wordt volgens de gemeente minder maatwerk ingezet. ▪ Verder is er een Coördinator externe verwijzers ingezet om samenwerking met de niet gemeentelijke-verwijzers te versterken. ▪ Een nadeel van de rol die de jeugdconsulenten hebben, is dat er sneller een beroep moet worden gedaan op de zorgaanbieder en dat dit in sommige gevallen vertragend kan werken. ▪ Het voordeel van de rol die de jeugdconsulenten hebben, is dat zij zich onafhankelijker kunnen opstellen. ▪ De gemeente geeft aan dat het lastig is om grip op externe verwijzers te krijgen en dat het daarom moeilijk is om financiële grip te krijgen op het totaal. ▪ Verder merkt de gemeente op dat de niet gemeentelijke-verwijzers soms bepaalde verwijzingen doen die door een jeugdconsulent nooit gedaan zou zijn. In de samenwerking met deze verwijzers is er daarom nog een slag te slaan.

Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin?

Bevinding ▪ In 2014 was er nog geen welzijnsorganisatie in Dinkelland met een jeugdaanbod, deze was er alleen voor ouderen. In Tubbergen was er geen welzijnsorganisatie voor ouderen. Deze welzijnsorganisaties zijn vervolgens gefuseerd en voeren nu breed welzijnswerk uit over de twee gemeenten. ▪ De aansluiting met de zorgaanbieders en consulenten en voorliggend veld kan nog beter. Er zijn wel overleggen waarbij het voorveld aansluit. Grote zorgaanbieders sluiten nog niet aan en worden alleen thematisch betrokken. ▪ Zorgaanbieders worden nog niet betrokken bij de overleggen. Zij kunnen met hun kennis zoveel meer inbrengen dan alleen maar het uitvoeren van een traject. ▪

Het jongerenwerk is recent opgezet in de gemeente Dinkelland en hiernaar wordt meer doorverwezen.

Onderzoeksvraag 4 & 4a

Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland

76

Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d

Bevinding ▪ Het aandeel externe verwijzingen liep tot 2020 flink op. ▪ Er is veel vrijheid voor zorgaanbieders om invulling te geven aan de inhoud van de trajecten, wat kan leiden tot hogere kosten. ▪ Er doen zich incidenteel meer situaties voor rondom uithuisplaatsing en deze zware casussen hebben hoge kosten. Dit is zeker een deel van een verklaring. ▪ Het Twents model zou ook op 1 uniforme manier ingevuld moeten worden, ook voor kansengelijkheid. In Enschede bestaat de kans dat er andere zorg wordt toegewezen dan door de gemeentelijke toegang van gemeente Dinkelland of gemeente Tubbergen. In Enschede is de sociaaleconomische positie van inwoners slechter waardoor er sprake is van minder kansengelijkheid.

Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland

77

Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede Overzicht bevindingen gemeente Enschede Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ In 2016 zijn de totale uitgaven van de jeugdzorg in Enschede toegenomen en in 2017 verder doorgestegen. Naar aanleiding van de resultaten 2017 is een ombuigingsprogramma ingesteld met daaraan taakstellingen gekoppeld. Vanaf 2018 dalen de uitgaven voor jeugdhulp in Enschede, dit geldt ook voor 2019 na aftrek van de tarief indexering. ▪ De rijksbijdragen zijn niet toereikend. ▪ Er is nog niet voldoende financiële grip om de uitgaven binnen begroting te houden, wel zijn de gemiddelde kosten per klant in de laatste jaren omlaag gegaan Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2016 60000000 50000000 40000000 30000000 20000000 10000000 0 2016

2017

2018

Begroot

Gerealiseerd

2019

Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b

Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ De wijkteams in de gemeente Enschede bepalen het wat en daarmee of het maatwerk dan geleverd wordt ▪ Voordelen van het model zijn dat het resultaat voor de inwoner leidend is, er ruimte is voor maatwerk en transformatie en dat er gewerkt wordt met 1-gezin-1-plan. ▪ Nadelen hebben te maken met het nog wennen aan het formuleren van scherpe resultaten, de financiële onzekerheid die raamovereenkomsten voor aanbieders met zich meebrengen (geen omzetgarantie), de sturing op kosten vooral via de toegang moet plaatsvinden terwijl het grootste deel niet door de gemeente wordt

Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede

78

Onderwerp

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c

Bevinding toegewezen, rolonduidelijkheid voor de wijkteammedewerker (die regie moet houden op het bereiken van het resultaat, maar niet over het hoe gaat) en tot slot is netwerksamenwerking en het realiseren van de transformatie door de veelheid van aanbieders lastig. ▪ In de interviews is aangegeven dat het inkoopmodel zelf geen financiële grip gaat brengen. ▪ De doorontwikkeling van het inkoopmodel naar resultaatgerichte bekostiging is nog onzeker ▪ De wijkteams in de gemeente Enschede bepalen het wat en daarmee of het maatwerk dan geleverd wordt in het voorveld of een jeugdzorgaanbieder. Verbeterslagen zitten in het verbinden met het voorliggend veld.

Toegang Ook in Enschede is een stijging te zien vanaf 2015 in het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt, met name in de jeugdhulp zonde verblijf. Daarbij valt het op dat deze stijging afvlakt vanaf 2017, maar dat er een toename ontstaat in de ‘overige’ categorie aan jeugdhulpvoorzieningen.

Type Jeugdhulp Enschede 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0

Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdhulp met verblijf Jeugdbescherming Jeugdreclassering Overig 2015

2016

2017

2018

2019

In Enschede is een enorme afname in onbekende verwijzers te zien vanaf 2015. Daarnaast is vanaf 2015 een sterke toename te zien in het aantal verwijzingen van huisartsen. Vanaf 2016 is ook een toename van de gemeentelijke verwijzer te zien, welke afvlakt tussen 2017-2018 en daalt in 2019.

Verwijzer Enschede Onbekend 3500 Gecertificeerde instelling

3000

Gemeente

2500 2000

Huisarts

1500

Jeugdarts

1000

Medisch specialist

500

Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School

0 2015

2016

2017

2018

2019

Zelfverwijzer

Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede

79

Onderwerp Hoe is de Toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e

Bevinding ▪ Wijkteams werken volgens de vastgestelde methodiek, werken kostenbewust en monitoren hierop. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen hoofdzakelijk door naar gecontracteerde aanbieders. ▪ Medische verwijzers zoals huisartsen verwijzen vrijwel automatisch door. De inzet van POH-ers werkt wel positief omdat hiermee wordt gewerkt aan vraagverheldering en lichte ondersteuning. Zij werken niet volgens dezelfde methodiek als de wijkteams ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen volgens eigen systematiek door. De jeugdbeschermingstafels zijn een goede methodiek om tot meer sturing en uniforme werkwijze te komen voor de deelnemende organisaties aan deze tafel. ▪ Verwijzing via de gemeentelijke wijkteams en via de verschillende externe verwijzers gebeurt niet volgens een uniforme werkwijze, er is geen uniforme taal en er wordt nog beperkt gestuurd op een samenhangende verwijzingsmethode of meer uniforme werkwijze door alle verwijzers. Dit maakt het moeilijk om grip te krijgen op de verwijsstroom, de kosten van de jeugdhulp en het bevorderen van de samenhang tussen voorliggende en specialistische voorzieningen. ▪ Huisartsen zijn vooral nog gewend om door te verwijzen naar aanbieders. POH-er voert in een aantal gevallen een serie gesprekken zodat niet wordt doorverwezen.

Besloten is om de inzet van POH-ers verder uit te rollen, ▪ Er zijn afspraken met de gecertificeerde instellingen om meer samen op te trekken. Daardoor is er meer zicht op de verwijzingen door de gecertificeerde instellingen.

Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Bevinding ▪ Tot 2015 was preventief jeugdbeleid vormgegeven vanuit de CJG. ▪ Het ontstane tekort op jeugdzorg rond 2017 heeft geleid tot bezuinigingen op preventie ▪ Preventief beleid jeugd is op verschillende aspecten verder vormgegeven vanaf 2017. Er is nog geen sprake van een integraal preventief jeugdbeleid. Wel is er als onderdeel van de strategie kansengelijkheid een algemeen preventiebeleid gemaakt. ▪ Een betere verbinding met het voorveld kan alleen ontstaan als er ook een divers aanbod in het voorveld aanwezig is en dat zich dat mee ontwikkeld, bezuinigingen op preventie zal in nadeel hiervan werken. ▪ Als gevolg van ontstane tekorten rond 2017 is er toentertijd bezuinigd op preventie. Hierdoor is het preventieve aanbod verder uitgedund en daarmee de mogelijkheden tot verwijzen naar het voorveld mogelijk verder verkleind. ▪ De laatste jaren is er weer opnieuw extra geïnvesteerd in nieuwe projecten op preventie (OJA, preventieve ondersteuning in de huisartsenpraktijken). Daarmee is een start gemaakt met het verder ontwikkelen van het preventieve aanbod.

Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede

80

Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d

Bevinding Enschede heeft een sociaal economisch kwetsbare populatie: veel bijstandsgezinnen, naar verhouding hoog aandeel laagopgeleiden, hoog aandeel special onderwijs (LVB-problematiek).

Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede

81

Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo Overzicht bevindingen gemeente Hengelo Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Er is sprake van forse stijging van de uitgaven op de jeugdzorg in Hengelo in 2016 en 2017. Op basis hiervan is een interventieplan opgezet en zijn de uitgaven in de jaren 2018 en 2019 gestabiliseerd. Het aantal cliënten is sindsdien ook gestabiliseerd. ▪ De rijksbijdragen zijn niet toereikend. ▪ Er zodanige financiële grip dat in 2018 en 2019 de uitgaven binnen begroting zijn houden. Wel zijn de indicaties voor het jaar 2020 dat er een stijging in de kosten zullen zijn. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2016

Totale uitgaven Hengelo € 35.000.000 € 30.000.000 € 25.000.000 € 20.000.000 € 15.000.000 € 10.000.000 € 5.000.000 €0

2015

2016 Begroot

2017

2018

2019

Realisatie

Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a

Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het model bevat elementen van een ‘Open House, waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ De regisseurs van de gemeente bepalen het wat en daarmee of het maatwerk dan geleverd wordt.

Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo

82

Onderwerp Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c

Bevinding ▪ Voordelen van het model zijn dat de aanbieder wordt uitgedaagd om de beste ondersteuning op maat te bieden (het hoe) en de gemeente meer de focus legt op het wat (het resultaat). Het resultaat voor de inwoner is daarmee leidend en er is meer ruimte voor 1-gezin-1-plan. ▪ Nadelen zijn dat het voor iedere casus moeilijk is om scherpe resultaten te beschrijven en het nog onwennig is om te werken zonder vaste producten en kaders. Dit zorg voor onnodige discussie. Verder wordt de bekostiging nog PXQ afgerekend, wat niet goed past bij het nieuwe model (resultaatgerichte bekostiging zou er meer bij passen). ▪ Een nadeel is dat er een groot aantal aanbieders zijn. Destijds is men meegegaan met de wens van andere gemeenten voor maximale keuzevrijheid voor bewoners. De praktijk laat zien dat Hengelo liever werkt met een kleiner aantal zorgaanbieders om het speelveld overzichtelijker te krijgen en naar meer samenwerking te kunnen gaan voor het overgrote deel van de jeugdzorg. ▪ In de interviews is aangegeven dat het inkoopmodel zelf geen financiële grip gaat brengen. Wel is er voor gezorgd dat er meer zicht komt op de financiële tekorten. ▪ Het grote aantal zorgaanbieders werkt negatief op de nodige samenwerking tussen aanbieders, gemeente en het voorveld. Daarom probeert de gemeente Hengelo nu met een beperkter aantal samen te werken.

Toegang In Hengelo is tussen 2015 en 2016 een lichte stijging te zien, vanaf 2016 vlakt het aantal jeugdigen met jeugdhulp af.

Aantal jeugdigen met Jeugdhulp Hengelo 2.000 1.800 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0

Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdhulp met verblijf Jeugdbescherming Jeugdreclassering

2015

2016

2017

2018

2019

Opvallend in de verwijzers in Hengelo is dat waar vanaf 2016 zowel de gemeentelijke verwijzer als de huisartsen lijken af te nemen. Daarnaast is een stijging te zien in school als verwijzer, maar ook bij de jeugdarts als verwijzer. De overgang van 2015 naar 2016 is ook opvallend door de enorme daling in gemeentelijke verwijzingen en toename in verwijzingen via de huisarts. Daarbij zit de kanttekening dat 2015 niet als een goed referentiejaar kan worden gezien.

Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo

83

Verwijzer Hengelo Onbekend 1400

Gecertificeerde instelling

1200

Gemeente

1000

Huisarts

800

Jeugdarts

600 Medisch specialist 400 Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School

200 0

2015

2016

Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e

2017

2018

2019

Zelfverwijzer

Bevinding ▪ De regisseurs werken volgens de vastgestelde methodiek, werken kostenbewust en monitoren hierop. ▪ De jeugdtafels zijn een goede methodiek om tot meer sturing en uniforme werkwijze te komen voor de deelnemende organisaties aan deze tafel. Sinds 2020 worden daarbij ook zorgaanbieders uitgenodigd. Er is een coördinator vanuit de gemeente aangesteld om de regie op de jeugdtafels te voeren. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen hoofdzakelijk door naar gecontracteerde aanbieders. ▪ Medische verwijzers zoals huisartsen laten verwijzingen met uitzondering van crisis via de POH-er lopen. De inzet van POH-ers werkt positief omdat hiermee wordt gewerkt aan vraagverheldering en lichte ondersteuning. De POH-er werkt niet volgens dezelfde werkwijze als de wijkteams. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen volgens eigen systematiek door. De gemeente geeft aan al meerdere jaren onderling af te stemmen met de gecertificeerde instellingen. ▪ Verwijzing via de gemeentelijke regisseurs en via de verschillende externe verwijzers gebeurt niet volgens een uniforme werkwijze, er is geen uniforme taal en er wordt nog beperkt gestuurd op een samenhangende verwijzingsmethode of meer uniforme werkwijze door alle verwijzers.

Dit maakt het moeilijk om grip te krijgen op de verwijsstroom, de kosten van de jeugdhulp en het bevorderen van de samenhang tussen voorliggende en specialistische voorzieningen. ▪ Door de inzet van en de regie van de gemeente op de jeugdtafels (waarin casussen worden besproken, intervisie is en van elkaar wordt geleerd) wordt er meer afgeschaald. ▪ Huisartsen zijn vooral nog gewend om door te verwijzen naar aanbieders. POH-er voert in een groot aantal gevallen een serie gesprekken zodat niet wordt doorverwezen. Zij hebben daarmee een behoorlijke trechterende werking. Besloten is om de inzet van POHers verder uit te rollen.

Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo

84

Onderwerp

Bevinding ▪ Er wordt aangegeven dat er enig zicht is op de verwijzingen via de gecertificeerde instellingen, maar nog niet voldoende grip.

Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Bevinding ▪ Tot 2015 is er veel geïnvesteerd in het preventieve jeugdaanbod. ▪ In 2015 en 2016 is veel aandacht gericht naar de decentralisatie van de jeugdzorg en zijn een aantal transformatieprojecten gestart. ▪ Het ontstane tekort in 2017 en 2018 heeft geleid tot bezuinigingen op het preventieve jeugdaanbod ▪ Het Preventief beleid jeugd is medio 2019 weer opgestart en een nieuw beleid is geformuleerd en de uitvoering ervan opgestart. Thema’s worden opgepakt zoals de koppeling tussen jeugdhulp en onderwijs, het leveren van nazorg. Zo is er in Hengelo een BSO+ ontstaan. ▪ Een betere verbinding met het voorveld kan alleen ontstaan als er ook een divers aanbod in het voorveld aanwezig is en dat zich dat mee ontwikkelt, bezuinigingen op preventie zal in nadeel hiervan werken. ▪ Als gevolg van ontstane tekorten rond 2017 is er toentertijd bezuinigd op preventie. Hierdoor is het preventieve aanbod verder uitgedund en daarmee de mogelijkheden tot verwijzen naar het voorveld mogelijk verder verkleind. ▪ De laatste jaren is er weer opnieuw extra geïnvesteerd in preventie Daarmee is een start gemaakt met het verder ontwikkelen van het preventieve aanbod.

Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten?

Bevinding De gemeente investeert in data-analyse en datagericht werken. Er is steeds meer inzicht in wat er nodig is, de kosten en het type behandelingen. Als we een paar jaar verder zijn dan kunnen we aardig voorspellen wat we kunnen verwachten op het gebied van de jeugdzorg.

Onderzoeksvraag 5d

Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo

85

Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente Overzicht bevindingen gemeente Hof van Twente Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Er is sprake van een forse stijging in de uitgaven van 2015 naar 2016, wat te verklaren is doordat er tweemaal zoveel kinderen in aanmerking voor de jeugdzorg dan bij het begin in 2015 gedacht. Daarna zien we een continue stijging van de uitgaven op de jeugdzorg in Hof van Twente van 2016 tot nu. ▪ De rijksbijdragen zijn vanaf 2016 niet toereikend, wat betekent dat er steeds meer wordt bijgepast door de gemeente. ▪ De laatste jaren wordt er realistisch begroot. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2016

Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a

Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met een lokaal model voor de ambulante zorg en het Twents Model voor de zorg met verblijf. ▪ Voor het lokale model (uitgevoerd in samenwerking met Almelo) wordt op basis van producten ingekocht en is het model van 20152018 min of meer gecontinueerd. Het is een gesloten model met de check aan de voorkant. ▪ Slecht een kleiner deel (zorg met verblijf) wordt regionaal ingekocht via het Twents model. Het te bereiken resultaat staat daar centraal.

Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente

86

Onderwerp

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c

Bevinding Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten, met een controle check achteraf. ▪ Voordeel van het Twents model is dat er wordt uitgegaan van de hulpvraag van de cliënt, dat de Ondersteunings Behoefte ruim is, wat maakt dat ze eenvoudiger toepasbaar zijn bij het stellen van indicaties. Echter het heeft tot nadeel dat de ruimere omschrijving mogelijk veel discussie uitlokt met de zorgaanbieder. Ook het feit dat de controle achteraf plaatsvindt en indien er tot ontbinding wordt overgegaan dit een tijdrovend proces is. ▪ Voordelen van het lokale model zijn dat er maar met twee gemeenten afspraken gemaakt worden en dat de controle op kwaliteit van de aanbieder aan de voorkant ligt. ▪ Nadelen van het lokale model hebben te maken met de extra inspanning die nodig was om vooraf veel tijd heeft gekost. ▪ Door voor het grootste deel van de inkoop te kiezen voor het lokale model en daarmee in wezen de inkoop van 2015-2018 te continueren is het makkelijker uitvoerbaar voor de regisseurs en consulenten van de gemeente en is er geen echte inwerkperiode nodig geweest.

Toegang Hieronder is te zien dat in de gemeente Hof van Twente een stijging te zien is vanaf 2015, die afvlakt vanaf 2017.

Type Jeugdhulp Hof van Twente 800 600

Jeugdhulp zonder verblijf

400

Jeugdhulp met verblijf

200

Jeugdbescherming Jeugdreclassering

0

2015

2016

2017

2018

2019

Kijkend naar de verwijzers, valt het op dat er vanaf 2015 een sterke stijging is in de verwijzingen vanuit de huisarts, dit neemt vervolgens na 2017 weer af. Vanaf 2015 is ook een minder sterke stijging te zien in de verwijzingen vanuit de gemeente, deze neemt toe tot en met 2019.

Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente

87

Verwijzer Hof van Twente Onbekend 600

Gecertificeerde instelling

500

Gemeente

400

Huisarts

300 Jeugdarts 200 Medisch specialist 100 0 2015

2016

Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c

2017

2018

2019

Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School

Bevinding ▪ De regisseurs (bij meervoudige hulpvragen) en consulenten (enkelvoudige) van de gemeenten werken volgens de vastgestelde methodiek. Zij geven indicatie af en voeren de regie op de casus. Zij verlenen geen ondersteuning/hulpverlening. Er wordt nog niet gewerkt met 1-gezin-1-plan. Ze pakken de problematiek nu nog vanuit de jongere (de casus) op en nog niet systeemgericht op (zodat ook de problemen in het gezin worden geadresseerd). Wel is in 2020 de beweging ingezet om te komen tot een integrale toegang in het Sociaal Domein, vanuit daar zal ook meer worden gewerkt volgens de 1 gezin-1 plan gedachte. ▪ Jeugdzorg in Hof van Twente is geregeld vanuit de casus. Vanuit de casus worden indien nodig mensen bij elkaar gebracht. Daarbij vindt op casusniveau wel netwerksamenwerking plaats, maar er vindt verder geen netwerksamenwerking in de jeugdzorg plaats. ▪ De regisseur externe verwijzers indiceert niet maar kijkt mee met de verwijzingen van huisartsen en GI’s. Het is geen controle mechanisme. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen hoofdzakelijk door naar gecontracteerde aanbieders. Grotere aanbieders hebben de neiging om eerder zwaardere hulp in te zetten. Ook wordt er sneller opgeschaald dan afgeschaald. ▪ Medische verwijzers zoals huisartsen verwijzen vrijwel automatisch door richting jeugd-GGZ.

De inzet van POH-ers sinds 2019 werkt wel positief omdat hiermee wordt gewerkt aan vraagverheldering en lichte ondersteuning. Dit zorgt voor minder doorverwijzingen. Zij werken niet volgens dezelfde methodiek als de regisseurs/consulenten van de gemeente. Het is nog te vroeg om aan te gaven of dit een kostenbesparing oplevert. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen volgens eigen systematiek door. ▪ Er wordt niet gemonitord op evaluatie van op- en afschaling. Uit de gesprekken bleek dat de verwijzing via de gemeentelijke

Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente

88

Onderwerp

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e

Bevinding regisseurs/consulenten en via de verschillende externe verwijzers niet volgens een uniforme werkwijze gebeurt, er is geen uniforme taal en er wordt nog beperkt gestuurd op een samenhangende verwijzingsmethode of meer uniforme werkwijze door alle verwijzers. Dit maakt het moeilijk om grip te krijgen op de verwijs- en doorverwijsstroom, de kosten van de jeugdhulp en het bevorderen van de samenhang tussen voorliggende en specialistische voorzieningen. ▪ Huisartsen zijn vooral nog gewend om automatisch door te verwijzen naar aanbieders. De inzet van de POH-er die een serie van gesprekken voert, zorgt ervoor dat er minder snel wordt doorverwezen. ▪ De inzet van de regisseur externe verwijzers geeft in sommige gevallen en gekke verwijzingen andere minder kostbare inzet op.

Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Bevinding ▪ Er wordt door de gemeente sinds 2015 fors geïnvesteerd in algemene preventie. Er zijn wijkservice punten ingericht en vanuit het thema positieve gezondheid worden alle sociale domein medewerkers bij elkaar gebracht. Ook de GGD/JGZ sluit hierbij aan. Er is veel geïnvesteerd in integrale kindcentra. ▪ Wel is het zo dat bij de welzijnsinstelling een bezuinigingsopdracht is neergelegd in het komende jaar. Vanuit het voorveld wordt aangegeven dat er in de gemeente Hof van Twente weinig geld is om echt te investeren in en te ontwikkelen op preventief jeugdbeleid. Er is daartoe ook geen structurele visie over het preventie aanbod voor de jeugd en er is vanuit de gemeente geen regie hierop. ▪ Er is niet voldoende tijd aanwezig bij consulenten en regisseurs om aan verbinding en ontwikkeling van het voorveld te werken. Een betere verbinding met het voorveld in de jeugdzorg kan alleen ontstaan als er ook een divers aanbod in het voorveld aanwezig is en dat zich dat mee ontwikkelt. Bezuinigingen op het preventieve aanbod voor de jeugd zal in het nadeel hiervan werken. ▪ Door de bezuinigingsopgave van de welzijnsinstelling is het preventieve aanbod jeugd verder uitgedund en daarmee de mogelijkheden tot verwijzen naar het voorveld mogelijk verder verkleind. ▪ Hoewel het algemene preventieve beleid zich verder ontwikkelt, vind die op het preventieve jeugdbeleid nog niet plaats.

Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d

Bevinding Er vallen steeds meer jongeren buiten het ‘Normaal’. Daarnaast is onze definitie van wat we normaal vinden ook nog eens aangescherpt. Dit betekent dat we vaker een oplossing zoeken in de zwaardere jeugdzorg dan voorheen. Het is zo dat we met de ogen van nu kijken en daarodoor vinden we de problematiek waarschijnlijk ook erger dan voorheen.

Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente

89

Er zijn steeds meer wachtlijsten. Er is daarmee een groep met grote problemen die eerste een tweede keuze zorg moeten krijgen. De vraag hierna neemt alleen maar toe als je de wachtlijsten niet oplost.

Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente

90

Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser Overzicht bevindingen gemeente Losser Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Vanaf 2015 zijn de totale werkelijke uitgaven van de jeugdzorg in Losser gestegen, waarna deze vanaf 2017 zijn afgevlakt. In 2016 en 2017 waren de werkelijke uitgaven fors boven begroting maar in 2015 en 2018, 2019 zitten die binnen de begroting. ▪ De gemeente geeft aan dat de rijksbijdragen niet toereikend zijn. ▪ Er is nog niet voldoende financiële grip om de uitgaven binnen begroting te houden, zo kunnen er ook geen uitspraken worden gedaan waarom de totale uitgaven in 2020 mogelijk hoger gaan uitvallen. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2015

Totale kosten Jeugdzorg € 7.000.000 € 6.000.000 € 5.000.000 € 4.000.000 € 3.000.000 € 2.000.000 € 1.000.000 €0 2015

2016

2017

Begroot

Gerealiseerd

2018

2019

Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b

Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ De integrale consulenten kijken samen met inwoner naar wat nodig is. Vanuit de visie zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Dit is maatwerk. ▪ Als voordeel wordt ervaren dat aanbieders meer als partner zijn gaan optreden. ▪ Ook wordt het positief ervaren dat de integrale consulenten meer op de doelen/resultaten sturen. Zij kijken in gezamenlijkheid met de inwoner en de zorgaanbieder hoe de doelen worden behaald.

Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser

91

Onderwerp

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c

Bevinding ▪ Een van de benoemde nadelen is de hoeveelheid aanbieders; dit geeft meer werk en maakt het overzicht moeilijker. ▪ Daarnaast zijn respondenten wel van mening dat de hoeveelheid aan aanbieders voor een grote keuzevrijheid zorgt bij de inwoners. ▪ Als een groot nadeel worden de aanbieders gezien die een ‘rode kaart’ hebben ontvangen en die zich vervolgens via een nieuwe BV weer opnieuw kunnen inschrijven en hun diensten aan kunnen bieden. ▪ Een ander benoemd nadeel is de duur van de besluitvorming van de gezamenlijke Twentse gemeenten. Om uniformiteit te waarborgen kan het lang duren, voordat er een gezamenlijk standpunt wordt bereikt. ▪ Het werken met integrale consulenten zorgt voor een integrale aanpak van de casussen. Hierdoor geeft de gemeente aan slagvaardiger te zijn en alle facetten mee te nemen. Daarmee is de inzet dus meer op maat, wat naar verwachting (mogelijk op langere termijn) een kostenbesparing op zal leveren.

Toegang In Losser is een stijging te zien vanaf 2015 tot en met 2019 in het aantal jeugdigen met jeugdhulp.

Type Jeugdhulp Losser 600 500 400 300 200 100 0

Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdhulp met verblijf Jeugdbescherming Jeugdreclassering Overig 2015

2016

2017

2018

2019

Opvallend in de verwijzers in Losser is dat tussen 2015 en 2018 alleen de verwijzingen vanuit de gemeente en de onbekende verwijzers staan vermeld. Aangegeven is door de gemeente dat de andere verwijzers niet eerder geregistreerd werden in het systeem. In 2019 zijn wel alle verwijzers benoemd. Hier is te zien dat de gemeentelijke verwijzer het grootste aandeel van de verwijzingen doet.

Verwijzer Losser 600

Onbekend

500

Gecertificeerde instelling

400

Gemeente

300

Huisarts

200

Jeugdarts

100

Medisch specialist

0 2015

2016

2017

2018

2019

Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie

Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser

92

Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e

Bevinding ▪ Vanaf 1 januari 2018 zijn de consulenten van Werk, Inkomen, Jeugd en Zorg (WIJZ) samengevoegd tot integrale consulenten. Alle toegangsmedewerkers werken integraal en kijken in de volle breedte naar de casus en ‘doen hierin wat nodig is’. ▪ Er is bij iedere huisarts en op iedere school in Losser een consulent betrokken die mee kan denken/ advies kan geven over vraagstukken m.b.t. jeugdzorg. Ook zijn de leerplichtambtenaar en jeugdarts (vanuit de GGD) onderdeel van team zorg binnen de gemeente Losser. ▪ Het voordeel is dat de inwoner één aanspreekpunt heeft en er minder schotten zijn, dit zorgt voor meer samenwerking. ▪ Een nadeel van de splitsing tussen interne en externe verwijzingen is dat er minder grip is op de externe verwijzingen. Elke verwijzer gaat anders om met zijn rol, wat maakt dat niet altijd de juiste hulp ingezet wordt of ten onrechte gebruik gemaakt wordt van de Jeugdwet. Daarom worden in Losser sinds juni 2019 alle externe verwijzingen op inhoud en zorgzwaarte getoetst. Op die manier wordt gecontroleerd of er terecht een beroep wordt gedaan op de Jeugdwet, of de gevraagde zorginzet aansluit bij de zorgbehoefte en of de verwijzing juist is afgegeven. Wanneer dat niet zo is, dan wordt een verzoek om toewijzing afgewezen. ▪ Het integreren van de JGZ in het integrale consulenten team zorgt voor meer kennis in het team.

Men werkt met het motto ‘doen wat nodig is’, waardoor vroegtijdig zaken worden opgepakt en escalatie wordt voorkomen. De verwachting van de respondenten is dat dit (op termijn) een kostenbesparing op levert. ▪ Door de positionering van de consulenten in de scholen en bij de huisartsen, geeft de gemeente aan meer grip te hebben op de externe verwijzingen en hebben de huisartsen en scholen meer zicht op lokale (algemene) voorzieningen waardoor geïndiceerde zorg soms niet nodig blijkt. De gemeente geeft aan dat de externe verwijzingen vanuit de huisartsen in 2019 binnen de gemeente Losser zijn gedaald van ca 50% naar ca 20%.

Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a

Bevinding ▪ De gemeente Losser heeft we afgelopen jaren veel ingezet op preventief jeugdbeleid, onder het motto ‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig’. Enkele voorbeelden van preventief beleid zijn: inzet consulenten bij huisartsen en scholen, thuisbegeleiders, inzet sportcoach en inkoop preventieve voorzieningen bij aanbieders (KOPP, SOVA, PGJ etc.) ▪ In 2019 is een innovatieplan vastgesteld en pilots omtrent preventie worden bij succes structureel ingebed. ▪ Door te werken met het motto “zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig” vindt er meer verwijzing naar het voorliggend veld plaats en worden preventieve voorzieningen verder ontwikkeld. Ketenpartners (zoals bijvoorbeeld GI’s, huisartsen en andere externe verwijzers) worden ook ingelicht m.b.t. het aanbod in het voorliggend veld, zodat zij van ditzelfde aanbod gebruik kunnen maken.

Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser

93

Onderwerp Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin?

Bevinding ▪ Het lijkt erop dat er meer verwijzingen naar het voorveld worden gemaakt.

Onderzoeksvraag 4 & 4a Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d

Bevinding ▪ De gemeente Losser zit vrij ruim in de sociale woningen, dat trekt mensen vanuit de regio Twente of andere regio’s uit Nederland. Doordat het om sociale huurwoningen gaat, is de kans ook groter dat er meer problematiek bij de bewoners is. ▪ Daarnaast zijn er veel grenskinderen, hierbij zijn o.a. verzekeringen gecompliceerd en komt een specifieke problematiek bij kijken. ▪ Toename in jeugdigen die problemen hebben op meerdere leefgebieden, waardoor er meerdere indicaties nodig zijn. ▪ Wat nog meer opvalt is dat de meeste specialistische aanbieders een hoger tarief vragen, omdat zij veel kosten kwijt zijn aan opleiding en training van medewerkers op HBO+ of WO-niveau. Daarnaast zijn de administratieve handelingen volgens respondenten toegenomen.

Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser

94

Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal Overzicht bevindingen gemeente Oldenzaal Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Er is sprake van een continue stijging van de uitgaven op de jeugdzorg in Oldenzaal vanaf 2015 en dat deze stijging ook in het jaar 2020 door zal gaan. Oldenzaal probeert tekorten in de greep te houden door een divers pakket van maatregelen in het totaal van het sociale domein. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om niet op de jeugdzorg te bezuinigen maar vooral bezuinigingen door te voeren op preventie en de twee andere domeinen nl. de Wmo en de participatiewet. ▪ De rijksbijdragen waren in 2015 en 2016 zodanig dat er een reserve is opgebouwd. Maar inmiddels zijn de rijksbijdragen niet meer toereikend, is de reserve ook op en moet er nu geld bij. ▪ Daarmee is er in Oldenzaal geen financiële grip op de kosten van de jeugdzorg. Wel zijn er diverse maatregelen doorgevoerd in het laatste jaar, zoals zakelijkere regie richting aanbieders. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2016

Kosten Jeugdzorg gemeente Oldenzaal €9.000.000,00 €8.000.000,00 €7.000.000,00 €6.000.000,00 €5.000.000,00 €4.000.000,00 €3.000.000,00 €2.000.000,00 €1.000.000,00

€2015

2016 Werkelijk

2017

2018

2019

Begroot

Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a

Bevinding ▪ Voor 2015 heeft Oldenzaal het maatschappelijk plein opgebouwd. Met integrale aanpak en regie op 1-gezin-1plan. ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd.

Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal

95

Onderwerp

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c

Bevinding ▪ Er is door het Twents model veel verandert voor de consulenten van de gemeente, zowel inhoudelijk als administratief. Er is nog wel een aantal jaren nodig om het goed te laten werken ▪ Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ Voordelen van het Twents model zijn dat er nu wordt gekeken naar resultaten in plaats van producten. Het model kijkt op maat wat er nodig is: 1-gezin-1-plan, snel op en afschalen. ▪ De voordelen zijn veelal theoretisch en de nadelen zijn vooral praktisch van aard. ▪ Nadelen zijn dat bij de gemeentelijke consulenten en de aanbieders de bureaucratie sterk is toegenomen. Daarnaast leidt het model tot het vaak onderhandelen over de in te zetten ondersteuningsbehoefte in relatie tot de tijdsinzet. Volgens aanbieders leidt de toepassing van het model tot te lage bedragen. De uitvoering van het model geeft onvoldoende inzicht in wat er aan de hand is en wat er geleverd wordt door aanbieders van met name de zwaardere inzetten. ▪ Het inkoopmodel heeft voor de gemeente niet bijgedragen tot meer financiële grip. ▪ De gemeente probeert in 2020 grip te krijgen door een zakelijkere regie door te voeren, dat heeft geleidt tot minder integrale aanpak van casussen (er worden minder 1-gezin-1plan gemaakt).

Ook wordt keuzevrijheid van aanbieders beperkter en wordt er strenger aan de poort van de jeugdhulp gekeken naar de inzet van de juiste zorg is voor een gezin. ▪ Verder worden de top-20 duurste gezinnen specifiek behandeld voor meer bewuste inzet.

De veelal praktische nadelen van het Twents model hebben geleid tot meer administratieve lasten, meer overleg met aanbieders en een meer zakelijke regie die de theoretisch voordelen sterk lijken te ondermijnen. Toegang In Oldenzaal is te zien dat er sinds 2015 een stijging is tot en met 2019. De stijging vanaf 2015 in de jeugdhulp met verblijf en jeugdbescherming vlakt af na 2018.

Type Jeugdhulp Oldenzaal 800 700 600 500

Jeugdhulp zonder verblijf

400

Jeugdhulp met verblijf

300

Jeugdbescherming

200 100 0 2015

2016

2017

2018

2019

Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal

96

Kijkend naar de verwijzers, valt het op dat er vanaf 2015 een sterke stijging is in de verwijzingen vanuit de huisarts, dit neemt vervolgens na 2017 weer af. Vanaf 2015 is ook een minder sterke stijging te zien in de verwijzingen vanuit de gemeente, deze neemt toe tot en met 2019, waar deze gelijk komt met de verwijzingen vanuit de huisarts.

Verwijzer Oldenzaal 400

Onbekend

350

Gecertificeerde instelling

300

Gemeente

250

Huisarts

200

Jeugdarts

150

Medisch specialist

100

Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School

50 0 2015

2016

Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d

Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c

Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e

2017

2018

2019

Zelfverwijzer

Bevinding ▪ De gemeentelijke consulenten werken volgens de vastgestelde methodiek. Hoewel ze in de beginjaren ook lichte ondersteuning boden is er de laatste jaren voor gekozen om dit niet meer te doen. Nu is hun rol indicatiesteller en regie op de casus. Door de in 2020 ingevoerde meer zakelijke regie werken ze meer kostenbewust en monitoren hierop. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen hoofdzakelijk door naar gecontracteerde aanbieders. ▪ Medische verwijzers zoals huisartsen verwijzen vrijwel automatisch door. De inzet van POH-ers werkt wel positief omdat hiermee wordt gewerkt aan vraagverheldering en lichte ondersteuning. Zij werken niet volgens dezelfde methodiek als de consulenten van de gemeente. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen volgens eigen systematiek door. Er is wel een coördinator externe verwijzingen aangesteld die alle verwijzingen bekijkt, maar deze kijkt nog niet naar de evaluaties. ▪ Verwijzing via de gemeentelijke consulenten en via de verschillende externe verwijzers gebeurt niet volgens een uniforme werkwijze, er is geen uniforme taal en er wordt nog beperkt gestuurd op een samenhangende verwijzingsmethode of meer uniforme werkwijze door alle verwijzers.

Dit maakt het moeilijk om grip te krijgen op de totale verwijsstroom en evaluaties, de kosten van de jeugdhulp en het bevorderen van de samenhang tussen voorliggende en specialistische voorzieningen. ▪ Huisartsen zijn vooral nog gewend om door te verwijzen naar aanbieders, met name de jeugd-GGZ. De POH-er is deskundig op het terrein van de jeugd-GGZ en kent ook de andere vormen van jeugdhulp. Zij voert een aantal gesprekken met als resultaat geen verwijzing (probleem opgelost), verwijzing naar het voorveld (bijvoorbeeld maatschappelijk werk of school) of verwijzing naar de

Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal

97

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/776/documents/14970