Bjilage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eikenhof_vastgesteld_1_Bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
Hermelijn Op het perceel zijn geen sporen van hermelijn aangetroffen in de vorm van prooiresten, latrines, graafsporen of prenten. Potentiële holen waar de kleine marters gebruik van zou kunnen maken zijn niet waargenomen. Naar en van de planlocatie toe zijn wel verbindingszones aangetroffen in de vorm van verruigde oevers, heggen, houtwallen of grondwallen. Rondom de te slopen gebouwen bestaat het terrein enkel uit verharding wat intensief gebruikt wordt door kinderen. Het is uitgesloten dat de hermelijn een vaste verblijfplaats bezet op of in de invloedsfeer van de planlocatie. Waterspitsmuis De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, voedselrijk, vrij snel stromend water tot stilstaand water, met ruige oevervegetatie. De waterspitsmuis is dus gebonden aan watergangen en/of waterpartijen welke niet in de nabijheid van de planlocatie aanwezig zijn. Het is uitgesloten dat de waterspitsmuis een vaste verblijfplaats bezet op of in de invloedsfeer van de planlocatie. Grote bosmuis De grote bosmuis komt voor in allerlei soorten biotopen, mits er enige dekking is zoals lage begroeiing. Deze is maar beperkt aanwezig op planlocatie en wordt niet aangetast bij de ontwikkeling. Het is daarom uitgesloten dat de grote bosmuis een vaste verblijfplaats bezet op de planlocatie.
Veldspitsmuis De veldspitsmuis is gebonden aan kleinschalige agrarische cultuurlandschap dat niet te intensief beheerd wordt. Vaak in niet begraasde kruidenvegetaties, zoals boomgaarden. Op de planlocatie is geen geschikt leefgebied aanwezig. Het is daarom uitgesloten dat veldspitsmuis een vaste verblijfplaats bezet op de planlocatie.
32
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
Effectbeoordeling Uit de bevindingen van het soortenonderzoek naar grondgebonden zoogdieren op de planlocatie kunnen vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen van vrijgestelde muizensoorten, zoals rosse woelmuis en huisspitsmuis niet worden uitgesloten. Voor deze soorten geldt dat ze voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld zijn van de Omgevingswet. Wel dient rekening gehouden te worden met de specifieke zorgplicht. Men kan invulling geven aan de specifieke zorgplicht door mitigerende maatregelen te nemen, zoals bij sloop/graaf werkzaamheden één kant op te werken zodat de dieren tijdig kunnen vluchten en te werken buiten de voortplantingsperiode. Mogelijk is de onderbegroeiing aan de noordzijde van het plangebied matig geschikt als zomerverblijfplaats van egel. Omdat deze begroeiing intact blijft bij de geplande ontwikkeling blijft ook een mogelijke verblijfplaats van de egel behouden. Omdat deze verblijfplaats behouden blijft is er geen sprake van een effect van de ingreep op de egel in relatie tot de Omgevingswet. Advies / Conclusie Geen vervolgstappen noodzakelijk voor grondgebonden zoogdieren.
33
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
6.2.4 Amfibieën Op basis van NDFF zijn waarnemingen bekend van alpenwatersalamander, bastaardkikker, boomkikker, bruine kikker, gewone pad, heikikker, kamsalamander, kleine watersalamander, knoflookpad, meerkikker, poelkikker en rugstreeppad binnen 5 km van de planlocatie (NDFF, 2020-2025). De bruine kikker, gewone pad, meerkikker, bastaardkikker en kleine watersalamander zijn door de provincie Overijssel vrijgesteld van ruimtelijke ingrepen. Voor deze soorten blijft de specifieke zorgplicht gelden. Alpenwatersalamander Geschikte voortplantingsplaatsen zoals, watergangen, poelen of vijvers zijn niet aanwezig in op binnen de invloedssfeer van de planlocatie. De planlocatie bestaat voornamelijk uit verharding. Het habitat is ongeschikt voor alpenwatersalamander. Het voorkomen van de alpenwatersalamander op of in de invloedsfeer van de planlocatie wordt uitgesloten. Heikikker Geschikte voortplantingsplaatsen zoals, watergangen, poelen of vijvers zijn niet aanwezig in op binnen de invloedssfeer van de planlocatie. De planlocatie bestaat voornamelijk uit verharding. Het habitat is ongeschikt voor heikikker. Het voorkomen van de heikikker op of in de invloedsfeer van de planlocatie wordt uitgesloten. Kamsalamander Geschikte voortplantingsplaatsen zoals, watergangen, poelen of vijvers zijn niet aanwezig in op binnen de invloedssfeer van de planlocatie.
De planlocatie bestaat voornamelijk uit verharding. Het habitat is ongeschikt voor kamsalamander. Het voorkomen van de kamsalamander op of in de invloedsfeer van de planlocatie wordt uitgesloten. Poelkikker Geschikte voortplantingsplaatsen zoals, watergangen, poelen of vijvers zijn niet aanwezig in op binnen de invloedssfeer van de planlocatie. De planlocatie bestaat voornamelijk uit verharding. Het habitat is ongeschikt voor poelkikker. Het voorkomen van de poelkikker op of in de invloedsfeer van de planlocatie wordt uitgesloten. Knoflookpad Geschikte voortplantingsplaatsen zoals, grote en diepe poelen met weelderige oevervegetatie zijn niet aanwezig op of nabij planlocatie. De planlocatie bestaat voornamelijk uit verharding. Het habitat is ongeschikt voor knoflookpad. Het voorkomen van knoflookpad op of in de invloedsfeer van de planlocatie wordt uitgesloten. Boomkikker Geschikte voortplantingsplaatsen zoals, visvrije, zonnige gelegen en matig voedselrijke wateren met goed ontwikkelde oevervegetatie zijn niet aanwezig op of nabij planlocatie. De planlocatie bestaat voornamelijk uit verharding. Het habitat is ongeschikt voor boomkikker. Het voorkomen van boomkikker op of in de invloedsfeer van de planlocatie wordt uitgesloten.
34
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
Rugstreeppad Geschikte voortplantingsplaatsen, ondiepe wateren die snel opwarmen zoals tijdelijke poeltjes en plassen. Deze zijn niet aanwezig op of nabij planlocatie. De planlocatie bestaat voornamelijk uit verharding. Het habitat is ongeschikt voor rugstreeppad. Het voorkomen van rugstreeppad op of in de invloedsfeer van de planlocatie wordt uitgesloten. Effectbeoordeling Uit de bevindingen van het soortenonderzoek naar amfibieën op de planlocatie kunnen vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen van vrijgestelde soorten, zoals gewone pad niet worden uitgesloten. Voor deze soorten geldt dat ze voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld zijn van de Omgevingswet. Wel dient rekening gehouden te worden met de specifieke zorgplicht. Men kan invulling geven aan de specifieke zorgplicht door mitigerende maatregelen te nemen, zoals bij sloop/graaf werkzaamheden één kant op te werken zodat de dieren tijdig kunnen vluchten en te werken buiten de voortplantingsperiode. Advies / Conclusie Geen vervolgstappen noodzakelijk voor amfibieën.
35
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
6.2.5. Reptielen Op basis van NDFF zijn waarnemingen bekend van adder, gladde slang, hazelworm, muurhagedis, ringslang, zandhagedis en levendbarende hagedis binnen 5 km van de planlocatie (NDFF. 2020-2025). Het habitat van de planlocatie is ongeschikt voor deze soorten. Effectbeoordeling Aanwezigheid van een vaste rust en/of voortplantingsplaats of essentieel leefgebied van beschermde reptielen wordt uitgesloten. Om die reden is er geen sprake van een effect van de ingreep op beschermde reptielen in relatie tot de Omgevingswet. Advies / Conclusie Geen vervolgstappen noodzakelijk voor reptielen.
6.2.5 Vissen Op basis van NDFF zijn geen waarnemingen bekend van grote modderkruiper binnen 5 km van de planlocatie (NDFF, 2020-2025). Vanwege het ontbreken van watergangen, sloten of plassen op de planlocatie is de planlocatie ongeschikt voor (beschermde) vissen. Effectbeoordeling Aanwezigheid van een vaste rust en/of voortplantingsplaats of essentieel leefgebied van beschermde vissen wordt uitgesloten. Om die reden is er geen sprake van een effect van de ingreep op beschermde vissen in relatie tot de Omgevingswet. Advies / Conclusie Geen vervolgstappen noodzakelijk voor vissen.
6.2.6 Vlinders Op basis van NDFF zijn er waarnemingen bekend van aardbeivlinder, grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, sleedoornpage, veldparelmoervlinder en zilveren maan binnen 5 km van de planlocatie (NDFF, 2020-2025). Vanwege de verharde planlocatie met een klein gedeelte speelveld waar geen waardplanten van deze beschermde vlindersoorten aanwezig waren, is het uitgesloten dat beschermde vlindersoorten voorkomen op planlocatie. Effectbeoordeling Aanwezigheid van een vaste rust en/of voortplantingsplaats of essentieel leefgebied van beschermde vlinders wordt uitgesloten. Om die reden is er geen sprake van een effect van de ingreep op beschermde vlinders in relatie tot de Omgevingswet.
36
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
Advies / Conclusie Geen vervolgstappen noodzakelijk voor vlinders.
6.2.7 Libellen Op basis van NDFF zijn waarnemingen bekend van beekrombout binnen 5 km van de planlocatie (NDFF, 20202025). Vanwege het ontbreken van watergangen, sloten, vennen of plassen op de planlocatie is de planlocatie ongeschikt voor beschermde libellensoorten. Effectbeoordeling Aanwezigheid van een vaste rust en/of voortplantingsplaats of essentieel leefgebied van beschermde libellen wordt uitgesloten. Om die reden is er geen sprake van een effect van de ingreep op beschermde libellen in relatie tot de Omgevingswet. Advies / Conclusie Geen vervolgstappen noodzakelijk voor libellen.
37
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
7. Conclusie Tabel 2 geeft de conclusies weer van de betreffende gebieden welke mogelijk beïnvloed worden door de voorgenomen ontwikkeling. In Tabel 3 zijn de conclusies van hoofdstuk 5 (soortenbescherming) weergegeven. Gebiedsbescherming Tabel 2 - Conclusie gebiedsbescherming
Gebied / beleid Natura 2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek NNN Nationaal landschap Houtopstanden
Effecten mogelijk, stikstofdepositie
Conclusie Aeriusberekening (stikstofdepositie)
Geen Geen Geen
N.v.t. N.v.t N.v.t.
Soortenbescherming Tabel 3 - Conclusie soortenbescherming
Flora en fauna Flora Vogels
Effecten Geen Mogelijk
Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Amfibieën / reptielen Vissen Ongewervelden
Mogelijk Geen Geen Geen Geen
Conclusie N.v.t. Nader onderzoek huismus en werken buiten de algemene broedperiode van algemene broedvogels Nader onderzoek gebouwbewonende vleermuizen N.v.t, N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Specifieke zorgplicht Ten alle tijden geldt bij het uitvoeren van flora- en fauna-activiteiten dient de initiatiefnemer / uitvoerder van de activiteit te kunnen aantonen hoe tegemoetgekomen wordt aan de specifieke zorgplicht (art. 11.27, Bal). Zie bijlagen. Enkele maatregelen die van toepassing kunnen zijn: •
Eén kant op werken zodat aanwezige soorten tijdig kunnen vluchten.
•
Werken buiten de kwetsbare periode van vrijgestelde soorten
38
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
Verantwoording Literatuur / bronnen •
Omgevingswet
•
Omgevingsverordening
•
150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf
Internet •
www.rvo.nl
•
www.bij12.nl
•
wwww.verspreidingsatlas.nl
•
www.zoogdiervereniging.nl
•
www.ravon.nl
•
www.vlinderstichting.nl
•
www.sovon.nl
•
www.ndff.nl
•
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000
•
https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten
•
www.natura2000.nl
•
www.planviewer.nl
39
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
Verklarende woordenlijst Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door dieren die niet in winterslaap zijn, waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep vrouwelijke dieren (bijv. vleermuizen) met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere dieren in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij vleermuissoorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats.
Er
zijn
bij
soorten
als
gewone
dwergvleermuis
massawinterverblijfplaatsen
en
winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een dier of een groep dieren foerageert.
40
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
Bijlage Foto’s
41
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
42
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
43
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
44
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
45
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
46
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
47
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
48
NATUURWAARDENONDERZOEK 54523– OLDENZAALSEWEG 90 FLERINGEN
49