CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bjilage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eikenhof_vastgesteld_1_Bijlagen toelichting.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 26 mei 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 11: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eikenhof19.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eikenhof

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.TAMKKEIKENHOF-VG01

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eikenhof

Inhoudsopgave Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Participatieverslag

4

Bijlage 2

Onderbouwing ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling

7

Bijlage 3

Stikstofberekening

16

Bijlage 4

Natuurwaardenonderzoek

48

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

105

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek activiteiten (school)

159

Bijlage 7

Verkennend bodemonderzoek

235

Bijlage 8

Resultaat weging waterbelang

301

2

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eikenhof

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eik enhof

3

Bijlage 1

4

Participatieverslag

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eikenhof

Participatieverslag Gemeente Tubbergen heeft de dorpsraad en de buren van het plan uitgenodigd voor een inloopbijeenkomst. De uitnodiging is verstuurd naar de buren van de Oldenzaalseweg, nummers 94 (even) en 77 -105 (oneven) en naar de dorpsraad. Op 13 maar 2025 tussen 18.00-19.30 uur vond de inloopavond plaats voor het woningbouwplan op de schoollocatie. Als de school verplaatst naar Kulturhus de Spil, wordt de locatie van de school herontwikkeld naar woningbouw. De locatie is gericht op woningbouw voor senioren. De gemeente heeft een concept gemaakt met 5 woningen, waarvan een tweekapper en een rijtje van drie. De kavels variëren tussen de 124m² en 216m². Bij een beukmaat van 6,3 meter (breedte van de woning), kan een slaapkamer en badkamer op de begane grond worden gecreëerd, ook bij de rijwoningen. Op deze manier proberen we het financieel aantrekkelijk te maken voor senioren om hun huidige woning te verkopen en een van deze woningen te kopen zodat de doorstroming op gang komt. De woningen zullen één laag met een kap worden (goothoogte 3 meter). Verder is in het plangebied rekening gehouden met de bestaande bomen. Deze kunnen blijven staan. Ze zij kenmerkend voor het straatbeeld en hebben ecologische meerwaarde.

Er is plaats gereserveerd voor een wadi zodat aan de waterbergingseis van 40mm per m² verhard oppervlak voldaan kan worden en het aantal parkeerplaatsen is conform de normen die in het gemeentelijke beleid ‘Bouwen en parkeren’ is vastgelegd. De reacties uit de buurt zijn wisselend en er wordt vooral vergeleken met het plan wat door de buurt is gemaakt. Het gemeentelijke plan is statischer, meer ‘recht toe, recht aan’ maar heeft door de tweekapper en het rijtje een gevarieerder aanbod, daarbij zorgt de ruimte die wordt gebruikt voor de wadi aan de voorzijde voor lucht tussen de straat en de nieuwe bebouwing en ontstaat er met de bestaande bomen een groene plek. Dit wordt door een aantal buurtbewoners als positief ervaren. Het plan van de buurt zelf betreft een hofje. Een straatje wat in plangebied ‘inprikt’ en daarom heen 5 vrijstaande maar kleine seniorenwoningen, waarbij ook is uitgegaan van 1 laag met kap. Er is een variant denkbaar om twee vrijstaande woningen te koppelen en er een tweekapper van te maken. Er is dan sprake van 3 vrijstaande seniorenwoningen en een twee-onder-een-kapwoning. Dit plan geeft een speelsere indruk dan het gemeentelijke plan. Er is nog wat discussie over betaalbaarheid van het type woningen en er is ruimte om het plan te verbeteren.

We concluderen samen dat er gekeken moet worden naar onder andere waterberging en parkeren om te beoordelen of dit plan ook past bij de uitgangspunten voor de openbare ruimte die de gemeente hanteert. We hebben het gehad over de uitgifte, deze gaat via de lijst waarbij eerst de 55+’ers die op de lijst staan aangeschreven worden. Als hiermee niet alle woningen verkocht zijn, wordt door middel van een oproep in de media komen de woningen beschikbaar voor senioren uit de gemeente. De buurt vindt dat eerst de andere mensen uit Fleringen die op de lijst staan de kans moeten krijgen om de woningen te kopen. Omdat dit beter is voor de doorstroming in de kern Fleringen. We kunnen dit voorstellen, maar dan bekijk je het vanuit de buurt en niet vanuit de doelgroep. Uiteindelijk besluit het college op welke manier er wordt afgeweken van het uitgiftebeleid. Er is nog kort gesproken over het groen, omdat de plannen nu nog in conceptfase zijn is aangegeven hier later op terug te komen. Door de buurt wordt aangegeven dat de werkwijze zoals gedaan is bij de herinrichting van de Oldenzaalseweg in 2020/2021 goed werkte. Onder andere Niek Potijk was hierbij betrokken. Niek kijkt ook mee in de woningbouwplannen die wij maken, het aan te planten groen wordt later concreet.

Op 4 juni is een afvaardiging van de buurt en de dorpsraad op het gemeentehuis geweest. In de tussentijd heeft de gemeente intern verschillende afdelingen geraadpleegd over het plan wat de buurt heeft aangeleverd. De gemeente heeft wat kleine wijzigingen aangebracht en dit aan de dorpsraad en buren voorgelegd. Het gaat hierbij vooral om de wegbreedte, ruimte voor parkeren, waterberging etc. We komen tot de conclusie dat de voorgestelde opzet akkoord is.

Bijlage 2 Onderbouwing ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eik enhof

7

1.

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik van de fysieke leefomgeving en het tegengaan van leegstand van gebouwen. De instructieregel in artikel 5.129g van het Bkl verplicht om bij een wijziging van het omgevingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening te houden met de behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g lid 2 van het Bkl bevat een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden. Het bestuursorgaan heeft bij de toepassing van deze instructieregel beoordelingsvrijheid. Andere belangen dan het belang dat wordt gediend met de instructieregel kunnen de doorslag geven.

De ladder is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (ABRS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 en ABRS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579. De laddertoets is in ieder geval van toepassing op een stedelijk ontwikkeling of uitbreiding van o.a. bedrijventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening. De opsomming in het eerste lid is niet limitatief, ook andere dan de genoemde ontwikkelingen kunnen zich als een stedelijke ontwikkeling kwalificeren. Voorts geldt dat een stedelijke ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt.

Of aan dit criterium wordt voldaan is in sterke mate afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Stedelijke ontwikkeling Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling moet bepaald worden aan de hand van de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het plan ‘Schoollocatie’ voorziet in woningen, als uitbreiding van de kern Fleringen. Volgens jurisprudentie is bij meer dan 11 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor dit plan niet als zodanig wordt aangemerkt. Wel wordt desondanks deze ladderonderbouwing opgesteld teneinde de behoefte aan te tonen. Behoefte In deze paragraaf is de behoefte van de in dit plan voorziene ontwikkeling opgenomen. Daarvoor is eerst het ruimtelijk verzorgingsgebied bepaald. Vervolgens is zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht.

Ruimtelijk verzorgingsgebied Het aantal verhuisbewegingen van, naar en binnen gemeente Tubbergen is een belangrijke indicator van het ruimtelijke verzorgingsgebied. Hieronder wordt eerst migratie (verhuisbewegingen) op intergemeentelijk niveau beschreven, waarna vervolgens specifiek op de binnengemeentelijke kernen wordt ingegaan. Migratie op intergemeentelijk niveau Kijkend naar de migratie van gemeente Tubbergen, zien we een relatief stabiel verloop over de periode van 2020 tot en met 2024, zie figuur 1. De verhouding tussen verhuisbewegingen binnen de gemeente (hervestiging), naar de gemeente toe (vestiging/positieve migratie) en vertrek (negatieve migratie) uit de gemeente is eveneens stabiel gebleven. Over de periode 2020-2024 laten migratiecijfers zien dat circa 37% van de verhuisde personen binnen de gemeente Tubbergen verhuisden, 31% zich vestigde in de gemeente Tubbergen en 32% verhuisde uit gemeente Tubbergen. Daarmee (her-)vestigden gemiddeld 68% van de verhuisde personen zich in Tubbergen over de periode 2021-2024 (zie tabel 1). Figuur 1

CBS - Bevolkingsontwikkeling en binnenlandse migratie 2020-2024

Tabel 1 Binnen Tubbergen verhuisde personen

Personen gevestigd in Tubbergen

Personen vertrokken uit Tubbergen

Migratiesaldo Tubbergen

Totaal aantal verhuisde personen

2020

838

657

585

72

2080

1495

71,88

2021

848

593

567

26

2008

1441

71,76

2022

638

518

518

0

1674

1156

69,06

2023

724

546

645

-99

1915

1270

66,32

2024

781

658

589

69

2028

1439

70,96

Totaal

3829

2972

2904

68

9705

6801

70

Jaar

(Her)vestigers (Her)vestigers in Tubbergen in %

CBS - Bevolkingsontwikkeling en binnenlandse migratie 2020-2024

Het gemeentelijke migratiesaldo over de periode van 2020-2024 per jaar was één jaar nul en verder elk jaar positief, los van een negatieve uitschieter in 2023, met een gemiddeld positief migratiesaldo van 13 verhuisde personen per jaar (zie tabel 1). Verder tonen de CBS-migratiegegevens (2020-2024) aan dat 56% (3.829/6.801) van alle gevestigde personen in Tubbergen uit de gemeente zelf komt. Hiermee is het ruimtelijk verzorgingsgebied de gemeente Tubbergen en kent de gemeente Tubbergen een overwegend lokale woningmarkt. Voor zover er sprake is van bovengemeentelijke verhuismigratie, betreft dit voor de helft een regionale dynamiek (zie tabel 2). Daarover vindt regionale afstemming plaats. Door deze regionale afstemming is geborgd dat het regionale woningbouwprogramma aansluit bij de actuele en te verwachten vraag in de regio, zonder dat er sprake is van onnodige concurrentie tussen gemeenten of overprogrammering binnen de regio.

Bron: gemeente Tubbergen

Migratie op kernniveau in de gemeente Tubbergen Om de migratie binnen de gemeente (tussen de Tubbergse kernen) in kaart te brengen, is gebruik gemaakt van gegevens over de periode 2021 t/m 2024 van de gemeente Tubbergen. Over de periode 2021-2024 laten gemeentegegevens zien dat circa 48% van de verhuisde personen binnen de kern Fleringen verhuisde, 30% zich vestigde in Fleringen en 23% verhuisde weg uit de kern Fleringen. Daarmee (her-)vestigden gemiddeld 77% van de verhuisde personen uit de gemeente Tubbergen zich in Fleringen over de periode 2021-2024 (zie tabel 3). Het migratiesaldo per jaar was wisselend van licht negatief tot (iets) meer positief, met een positief migratiesaldo van 14 verhuisde personen over de periode van 2021-2024 in de kern Fleringen (zie tabel 3). Verder tonen de gemeentegegevens (2021-2024) aan dat 77% (157/203) van alle gevestigde personen in Fleringen uit de kern zelf komt. De cijfers laten zien dat de verhuisbewegingen in Fleringen grotendeels plaatsvinden binnen de eigen kern of met enkele directe omliggende kernen, waarbij Geesteren en Albergen de meest voorkomende bestemmingen en herkomsten zijn. Dit wijst op een sterke lokale verbondenheid en korte-afstandsmigratie binnen de gemeente Tubbergen.

Het migratiesaldo schommelt van jaar tot jaar, maar blijft relatief klein, wat betekent dat er geen structurele verschuiving plaatsvindt in het aantal inwoners ten opzichte van andere kernen. De relaties met de grotere kernen, zoals Geesteren, lijken bepalend voor de dynamiek, terwijl de meeste andere kernen slechts een beperkt aantal verhuisbewegingen met Fleringen laten zien.

Tabel 3

Verhuisbewegingen Fleringen (gegevens gemeente Tubbergen) Binnen kern verhuisd

Gevestigd in kern Vertrokken uit kern

2021

19

16

2022

15

2023

30

2024 Totaal

totaal aantal verhuisde Migratiesaldo personen

(Her)vestigers

%

7

+9

42

35

83,3 %

7

8

-1

30

22

73,3 %

7

14

-7

51

37

72,5 %

33

30

17

+13

80

63

78,8 %

97

60

46

+14

203

157

77,0 %

Migratie gemeente Tubbergen met Twentse gemeenten (2022–2024) Deze figuur toont de gecombineerde migratiecijfers over de jaren 2022 tot en met 2024 tussen de gemeente Tubbergen en de afzonderlijke gemeenten van de regio Twente. Positieve waarden duiden op vestiging in Tubbergen, negatieve op vertrek uit Tubbergen. Het migratiesaldo per gemeente is weergegeven als label.

Bron: gemeente Tubbergen

Tubbergen kent een migratiesaldo dat per Twentse gemeente sterk varieert, maar overwegend negatief is. Negatief saldo: Voor de meeste Twentse gemeenten (zoals Almelo, Hengelo, Enschede, Oldenzaal en RijssenHolten) verhuizen meer mensen vanuit Tubbergen naar die gemeenten dan andersom. Dit wijst op een uitstroom vanuit Tubbergen richting stedelijker gebieden. Positief of klein saldo: Alleen bij enkele gemeenten (zoals bijvoorbeeld Borne, Losser en Hellendoorn) is het saldo licht positief of bijna neutraal, wat kan duiden op wederzijdse of meer gebalanceerde verhuisbewegingen.

Relatief lage instroom uit veel Twentse gemeenten in combinatie met een constante uitstroom geeft aan dat Tubbergen in deze periode mogelijk een structurele migratie-uitdaging kent ten opzichte van de rest van Twente.

Verhuisbewegingen tussen Fleringen en Almelo.

Bron: gemeente Tubbergen

De cijfers laten zien dat Fleringen in 2022 en 2023 een licht negatief saldo kende, doordat de uitstroom groter was dan de instroom, terwijl in 2024 juist een positief saldo zichtbaar werd. Dit betekent dat Fleringen in de meest recente periode aantrekkelijker is geworden om zich te vestigen dan in de jaren ervoor. Gezien de beperkte aantallen ten opzichte van de totale aantallen verhuisbewegingen, is het effect minimaal.

Concluderend kent de gemeente Tubbergen een overwegend lokale woningmarkt. Voor zover bovengemeentelijke verhuismigratie plaatsvindt is deze voor de helft regionaal van aard en wordt deze regionaal afgestemd. Door deze regionale afstemming wordt overprogrammering voorkomen. De binnengemeentelijke migratiegegevens tonen dat gemiddeld 77% van de verhuisde personen uit de gemeente Tubbergen zich (her-)vestigden binnen kern Fleringen, waarbij 62% uit Fleringen kwam. Dit maakt dat er sprake is van een sterke lokale verhuisdynamiek binnen de gemeente Tubbergen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van voorliggend plan is daarom de gemeente Tubbergen.

Kwantitatieve Behoefte Regionaal In de Actualisatie Woondeal Twente 2025 t/m 2030 ‘Wonen met Kwaliteit’ (verder Woondeal Twente) hebben provincie Overijssel en de 14 Twentse gemeenten vastgelegd welke bijdrage regio Twente in de periode tot en met eind 2030 levert aan de nationale ambities op het gebied van woningbouw. De Twentse woningbouwopgave omvat minimaal 19.100 nieuw te bouwen woningen. Op dit moment bedraagt in Twente de plancapaciteit 32.762 woningen (periode 2024 t/m 2030), waarvan 17.207 woningen vallen onder de

harde plancapaciteit en 15.555 woningen onder de zachte plancapaciteit (zie figuur 4). Er is dus sprake van een aanzienlijk woningtekort van 1.893 woningen.

Figuur 4 Kerncijfers Woondeal ‘Wonen met Kwaliteit’ (2025 t/m 2030). Bron: Woondeal Twente, concept februari 2025 Woondeal Twente Twentse woningbouwopgave minimaal 19.100 woningen

Plancapaciteit Harde/zachte plannen 32.762 woningen

Verdeling plancapaciteit Harde plannen: 17.207 woningen Zachte plannen: 15.555 woningen Additionele Inspanningen woningbouw Omzetten plancapaciteit zacht naar hard

Realiseren harde plancapaciteit

De gemeentelijke Woonvisie 2021+ geeft voor de komende jaren een woningbehoefte die een middeling is van verschillende prognoses (zie bijlage). Dit betekent dat we uitgaan van een woningbehoefte van 640 woningen voor de periode 2020-2030. Op basis hiervan is een woningbouwprogramma als onderdeel van de Woonvisie opgenomen met een verdeling van de opgave over de negen kernen in de gemeente. De aantallen zijn als sleutelprojecten (vitale grote en kleine kernen) opgenomen in de Woondeal en hiermee regionaal afgestemd. Concluderend is voorliggend plan in het met de provincie afgestemde woonprogramma meegenomen en is ook in de regio afgestemd. De Woondeal Twente laat met een woningbouwopgave van minimaal 19.100 woningen en een harde plancapaciteit van 17.207 woningen voldoende ruimte voor realisatie van voorliggend plan.

Kwantitatieve Behoefte Lokaal De in de Woonvisie 2021+ gekozen middellijn van de verschillende prognoses voorziet in een huishoudensontwikkeling die in totaal 640 woningen vraagt voor de komende 10 jaar. Een verdeling over de verschillende kernen laat zien dat in de kern Fleringen behoefte is aan 40 extra woningen. Op basis van 130% plancapaciteit gaat het dan om 50 woningen. Er zijn naast onderhavige woningbouwontwikkeling in Fleringen binnen de looptijd van de Woonvisie 29 woningen in harde plannen weggezet en 12 woningen in zachte plannen, in totaal derhalve 41 woningen. Met de 4 woningen in het onderhavige woningbouwplan, zijn derhalve 45 woningen in plannen weggezet. Alle genoemde woningbouwplannen passen derhalve binnen het woningbouwprogramma zoals dat in de Woonvisie 2021+ is opgenomen. De plannen passen eveneens binnen het gemeentelijk Volkshuisvestingsprogramma, dat in voorbereiding is en de opvolger is van de woonvisie.

Woonvisie 2021+ Tubbergse woningbouwopgave / behoefte 830 woningen (130% plancapaciteit) Plancapaciteit Harde plannen: 139 Open plancapaciteit: 551 Kern Fleringen Woningbehoefte 50 woningen Plancapaciteit Fleringen Harde plannen: 41 Open plancapaciteit: 9 Plan Schoollocatie Aantal woningen: 4 woningen

Concluderend passen de 4 woningen van voorliggend plan in de resterende plancapaciteit van de kern Fleringen, zoals opgenomen in de Woonvisie 2021+, alsmede in het programma van het concept gemeentelijk Volkshuisvestingsprogramma.

Kwalitatieve Behoefte Kwaliteitskader Woningbouw 2021 Naast de woonvisie is separaat ook een Kwaliteitskader opgesteld om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag. Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Ook demografische trends zoals bevolkings- en huishoudensgroei worden daarin meegenomen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern. Deze woningbehoefteprofielen zijn richtinggevend voor de toekomstige woningbouwopgave, maar zijn niet in beton gegoten. Plannen die hier enigszins van afwijken maar toch een goede onderbouwing kunnen geven van de wijze waarop zij voorzien in de lokale behoefte kunnen eveneens in aanmerking komen voor realisatie. Het kwaliteitskader is opgenomen als bijlage bij de Woonvisie. Het geeft een woningbehoefteprofiel per doelgroep op gemeenteniveau en uitgewerkt per kern. Deze profielen zijn richtinggevend voor de toekomstige woningbouwopgave. Voor het dorp Fleringen is het profiel als volgt: Starters Er is behoefte aan goedkope koopwoningen. Maar ook voor starters met (iets) meer mogelijkheden is het aanbod in het (middel)dure koopsegment beperkt.

Gezinnen/doorstromers Men zoekt vooral een vrijstaande koopwoning. Dit aanbod is in ruime mate aanwezig, maar komt slechts beperkt beschikbaar. Vanuit onderzoek komt er toch een vraag naar ruime, vrijstaande woningen. Senioren Aanbod aan levensloopbestendige woningen wordt gemist. Er is behoefte aan uitbreiding van dit segment.

Door de verkaveling van het onderhavige woningbouwplan af te stemmen op de doelgroepen senioren, wordt voldaan aan de Woonvisie 2021+, waarin aan deze doelgroepen prioriteit wordt gegeven om voor te bouwen (zie

paragraaf 2.3 Woonvisie 2021+). Het onderhavige woningbouwplan voorziet in het realiseren van grondgebonden (levensloopbestendige) woningen; deze zijn specifiek ten behoeve van de doelgroep senioren. In de kern Fleringen is het onderhavige woningbouwplan binnen bebouwd gebied geprojecteerd. Er is sprake van transformatie: een schoolgebouw wordt gesloopt en daarvoor in de plaats komen woningen.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.

Bijlage 3

16

Stikstofberekening

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Fleringen Eikenhof

AERIUS-berekening

Oldenzaalseweg 90, Fleringen

Oktober 2025

STATUS: Definitief

AERIUS-BEREKENING OLDENZAALSEWEG 90, FLERINGEN

Status: Datum: Projectnummer:

Definitief 20-10-2025 2025-569

BJZ.nu Ruimtelijke Projectnen en Advies

2

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1

INLEIDING .................................................................................. 4

HOOFDSTUK 2

VOORGENOMEN ONTWIKKELING ..................................................... 5

HOOFDSTUK 3

UITGANGSPUNTEN ...................................................................... 6

3.1 3.2 3.3

Algemeen ............................................................................................................................................... 7 Aanlegfase ............................................................................................................................................. 8 Gebruiksfase ........................................................................................................................................ 14

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

RESULTATEN & CONCLUSIE ...........................................................16

Aanlegfase ........................................................................................................................................... 16 Gebruiksfase ........................................................................................................................................ 16 Conclusie.............................................................................................................................................. 16

BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING .....................................................................17 Bijlage 1 Bijlage 2

Rekenresultaten aanlegfase........................................................................................................ 17 Rekenresultaten gebruiksfase..................................................................................................... 18

BJZ.nu Ruimtelijke Projectnen en Advies

3

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggende AERIUS-berekening heeft betrekking op de voormalige schoollocatie gelegen aan de Oldenszaalseweg 90 te Fleringen. Initiatiefnemer is voornemens om de voormalige school te slopen en hier vijf grondgebonden woningen voor terug te bouwen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de kern Fleringen en de directe omgeving indicatief weergegeven met een rode ster.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: OpenStreetMap)

In het kader van het voornemen is inzicht in de te verwachten effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2025. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief

HOOFDSTUK 2

VOORGENOMEN ONTWIKKELING

Op de locatie aan de Oldenzaalsestraat 90 in Fleringen wordt basisschool Het Heilig Hart gesloopt. Op het vrijkomende terrein is het voornemen om vijf grondgebonden woningen te realiseren. De kavels waarop deze woningen komen te staan variëren in oppervlakte van circa 230 m² tot 262 m² (230 m², 230 m², 235 m², 245 m² en 262 m²). De woningen worden ontsloten via een lusvormige weg met een keerlus. In het midden van deze ontsluiting blijft een groene ruimte met bestaande bomen aanwezig. Aan de oostzijde van het projectgebied is een waterpartij ingepast, die zowel een functionele rol vervult in de waterhuishouding als een landschappelijke inpassing vormt. In afbeelding 2.1 is een foto vanaf de Oldenzaalsweg weergegeven. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven. In afbeelding 2.3 is een situatietekening van de voorgenomen ontwikkeling weergegeven.

Afbeelding 2.1

Aanzicht vanaf de Oldenzaalseweg (bron: Googlemaps, juli 2025)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief

Afbeelding 2.2

Luchtfoto huidige situatie projectgebied (bron: Pdok, bewerkt)

Afbeelding 2.3

Situatietekening toekomstige situatie (bron: initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief

HOOFDSTUK 3

UITGANGSPUNTEN

3.1

Wettelijk kader

3.1.1

Europese en landelijke regels

In de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en Habitatrichtlijn (92/43/EEG) zijn Europese lidstaten verplicht ten bescherming van bepaalde natuur beschermde gebieden aan te wijzen. Dit zijn de Natura 2000-gebieden. Voor elk gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald. De Omgevingswet stelt dat Natura 2000-activiteiten zonder omgevingsvergunning niet zijn toegestaan (artikel 5.1, lid 1). Een Natura 2000-activiteit heeft de volgende definitie: Een Natura 2000-activiteit is een 'activiteit, inhoudende het realiseren van een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere projectnen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied'. Voor een project of project moet in beeld worden gebracht of het project of project leidt tot significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Wanneer deze gevolgen niet via de voortoets kunnen worden uitgesloten, is sprake van een Natura 2000-activiteit en moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Dit zijn de Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het Natura 2000-gebied zich bevindt.

In afdeling 8.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit geldt niet alleen voor projecten, maar ook voor projectnen. Een ruimtelijk project dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten (art. 10.24 Bkl). In de voortoets mogen alleen standaardonderdelen van een project/project worden betrokken. Mitigerende maatregelen, zoals intern salderen met de referentiesituatie of uitsluitend gebruiken van elektrische werktuigen, zijn niet toegestaan. Dit volgt uit de zogenaamde ‘Rendac uitspraak’ van de Raad van State op 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923). Hiervoor moet een passende beoordeling worden opgesteld en een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit worden aangevraagd. In dit rapport staat de vraag centraal: kan het project leiden tot significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden op het aspect van stikstof? Het projectgebied bevindt zich op circa 4,2 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Springendal & Dal van de Mosbeek’. Hiermee is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. 3.1.2

Provinciale regels

Op dit moment heeft provincie Overijssel geen aanvullende regels opgesteld inzake het aspect stikstof. Om te onderzoeken of sprake is van stikstofdepositie als gevolg van het project, zijn twee AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Deze bestaan uit een berekening voor de aanlegfase (realisatie voornemen) en een berekening voor de gebruiksfase (gebruik voornemen). Hierna worden de uitgangspunten voor deze berekeningen en de resultaten toegelicht. Indien sprake is van stikstofdepositie wordt verder ingegaan op de relevante wet- en regelgeving.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief

3.2

Aanlegfase

3.2.1

Algemeen

Binnen de aanlegfase (realisatie voornemen) is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2. 3. 4.

Verkeersgeneratie sloop- en bouwverkeer van en naar het projectgebied; Laden en lossen van vrachtwagens; Emissie koude start bouwverkeer; Te benutten werktuigen binnen het projectgebied.

In de berekening is ervan uit gegaan dat de bouwactiviteiten binnen één jaar zullen plaatsvinden. Doordat de AERIUS-calculator rekent met een stikstofemissie/ -depositie per jaar, zijn alle stikstofbronnen van de aanlegfase in één (reken)jaar opgenomen. In de aanlegfase is rekenjaar 2025 aangehouden. 3.2.2

Verkeersgeneratie bouwverkeer

3.2.2.1 Algemeen De realisatie van het voornemen heeft een tijdelijke toename van vervoersbewegingen tot gevolg, namelijk door de komst van het personeel (bouwvakkers en aannemers) en de aan- en afvoer van bouwmateriaal en bouwafval. Dit heeft tijdelijke stikstofuitstoot tot gevolg. 3.2.2.2 Sloopfase Gevels De omtrek van de te slopen bebouwing is ongeveer 157 meter in totaal. De gemiddelde goothoogte is ongeveer 4,5 meter. Zodoende is er sprake van een muuroppervlakte van 706,5 m2 . Uitgangspunt is dat de muren uit bakstenen bestaan. Verondersteld wordt dat er sprake is van een spouwmuur zodat de totale te slopen muuroppervlakte 706,5 m2 bedraagt. Een metselsteen heeft een dikte van 0,1 meter zodat er in totaal sprake is van 70,65 m3 aan steen (puin) dat moet worden afgevoerd. Uitgangpunt is dat er sprake is van los storten. Hiervoor wordt een volumefactor van 1,5 gehanteerd. In totaal wordt dan circa 105,98 m3 aan puin afgevoerd in containers met een inhoud van 20 m3. Zodoende zijn 6 containers nodig waarbij het uitgangspunt is gehanteerd dat de containers worden gebracht en in een later stadium worden opgehaald. Dit resulteert in 6 vrachtwagens brengen (en 6 die weer leeg vertrekken; 12 bewegingen) en weer ophalen (6 vrachtwagens die leeg aankomen en vol weer vertrekken; 12 bewegingen).

In totaal zijn er 12 vrachtwagens; 24 vrachtbewegingen nodig voor het slopen van de gevels. Daken De daken van de te slopen bebouwing bestaan uit dakpannen, behalve het dak van de werkplaats. Deze bestaat uit golfplaten. De daken bestaan voor circa 918 m² uit sandwichpanelen, waarbij wordt uitgegaan van een dikte van 0,05 meter zodat er in totaal sprake is van 45,9 m3 aan puin dat moet worden afgevoerd. Uitgangspunt is ook hier dat er sprake is van los storten, waarvoor een volumefactor van 1,5 gehanteerd wordt. In totaal wordt dan circa 68,9m3 aan puin afgevoerd in containers met een inhoud van 20 m3. Zodoende zijn er 4 containers nodig, waarbij het uitgangspunt zoals eerder beschreven is dat de containers worden gebracht en in een later stadium worden opgehaald. Dit resulteert in 8 vrachtwagens, 16 verkeersbewegingen. Overig Voor het afvoeren van de houten gevelbekleding van de gebouwen zijn 2 containers nodig. Verder zal er sprake zijn van 6 containers voor de afvoer van restafval. Ook hier is verondersteld dat de containers worden gebracht en op een later stadium worden opgehaald (worst case). Zodoende is er sprake van 12 vrachtwagens; 24 bewegingen van zware vrachtwagens.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief Uitgangspunt is dat de sloop 20 werkdagen duurt. Gedurende deze periode doen elke dag 4 lichte voertuigen de locatie aan overeenkomende met 8 bewegingen per dag (240 bewegingen in de sloopfase). Onderstaande tabel geeft het totaal aantal voertuigen en verkeersbewegingen weer van de sloopfase. Type verkeer

Aantal voertuigen

Licht verkeer Zwaar verkeer

80 32

Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) 160 64

3.2.2.3 Bouwfase Voor de te realiseren woningen wordt een bouwput gegraven. Uitgangspunt is een oppervlakte van 1.377 m2 per woning met een diepte van 1 meter. In totaal moet zodoende 1.377 kubieke meter grond worden afgegraven. Een deel van het zand zal binnen het projectgebied hergebruikt worden bij de fundering en de bestrating. Aangenomen wordt dat 80% van het zand afgevoerd dient te worden. Een zandvrachtwagen heeft een capaciteit van 20 m3. In totaal zijn er dan ook ((1.377*0,8)/20) = 55 vrachtwagens benodigd om het overtollige zand af te voeren (55 vrachtwagens; 110 verkeersbewegingen). Als uiterst geval wordt er vanuit gegaan dat bij de te realiseren woningen beton wordt gestort over de gehele oppervlakte met een dikte van 50 cm. Bij een oppervlakte van 1.377 m2 resulteert dit in 688,5 m3 beton. Een betonvrachtwagen heeft een laadvermogen van 15 m3, waardoor er 46 vrachtwagens nodig zijn voor het leveren voor beton. Dit resulteert in 92 bewegingen van betonvrachtwagens. De verdiepingsvloeren van de woningen bestaan uit breedplaatvloeren. In deze berekening wordt uitgegaan van twee verdiepingsvloeren. Uitgegaan van 1 vrachtwagen per woning worden de breedplaatvloeren aangeleverd met 5 vrachtwagens (10 bewegingen). De breedplaatvloer wordt gevuld met een laag beton van 0,25 meter.

Met een oppervlakte van 1.377 m² per verdiepingsvloer is er sprake van (0,25*1.377*2) 688,5 m³ aan beton. Een betonvrachtwagen heeft een laadvermogen van 15 m3, waardoor er 46 vrachtwagens nodig zijn voor het leveren voor beton. Dit resulteert in 92 bewegingen van betonvrachtwagens. Bouwafval wordt afgevoerd in 8 bouwcontainers. Deze worden gebracht en op een later moment opgehaald. Dit resulteert in 8 volle vrachtwagens (16 bewegingen) en 8 lege vrachtwagens (16 bewegingen). Voor de aanvoer van bouwmaterialen wordt de volgende indeling gehanteerd: Bouwmateriaal

Aantal vrachtwagens

Gevelsteen binnen Gevelsteen buiten Kozijnen, deuren, ramen Dakbedekking, dakgoten en afwatering E&W

5 5 5 5

Aantal verkeersbewegingen (aantal vrachtwagens x2) 10 10 10 10

5

10

In totaal zijn er aan bouwmaterialen 20 zware vrachtwagens benodigd; 40 zware vrachtvoertuig bewegingen. De installatiematerialen worden aangeleverd door 5 middelzware vrachtwagens (10 bewegingen). De bouwperiode wordt ingeschat op 20 weken wat neerkomt op in totaal 100 werkdagen. Er komen 4 lichte voertuigen per dag zodat er in totaal sprake is van 400 lichte voertuigen voor het gehele project. In de onderstaande tabel zijn de totale verkeersbewegingen voor de bovenstaande activiteiten samengevat. Type verkeer

Aantal voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer

400 5 188

Aantal voertuigbewegingen (aantal voertuigen x2) 800 10 376

3.2.2.5 Werktuigen Ten behoeve van de bouwwerkzaamheden worden er een aantal werktuigen in het projectgebied ingezet. Deze voertuigen worden ofwel gebracht en opgehaald door een zwaar vrachtvoertuig (dit resulteert in 4 BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief verkeersbewegingen per werktuig), ofwel rijden elke werkdag zelf naar het projectgebied toe (dit resulteert in 2 verkeersbewegingen per werkdag per werktuig). In onderstaande tabel zijn het aantal werktuigen en de hoeveelheid vrachtvoertuigen weergegeven: Werktuig

Fase

Vervoerwijze

Graafmachines Shovel Betonstorter Mobiele hijskraan Hei-/boorstelling Trilplaat Mini shovel Mini graafmachine

Bouwrijp maken Bouwrijp maken Bouwen woningen Bouwen woningen Bouwen woningen Aanleggen verharding Aanleggen verharding Aanleggen kabels en leidingen

Rijden zelf Opgehaald en gebracht Rijdt zelf Rijdt zelf Opgehaald en gebracht Opgehaald en gebracht Opgehaald en gebracht Opgehaald en gebracht

Totaal

Aantal voertuigbewegingen 22 4 8 (middelzwaar) 10 4 4 4 4 52 zwaar en 8 middelzwaar

In totaal zijn er 8 bewegingen van middelzware en 52 bewegingen van zware vrachtvoertuigen nodig ten behoeve van de werktuigen. 3.2.2.6 Resumé Op basis van de vorenstaande uitgangspunten is tijdens de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake van de volgende verkeersgeneratie: Type verkeer

Aantal voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer

480 9 246

Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) 960 18 492

Het verkeer dient mee worden genomen tot het moment waarop het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld, wanneer het verdund is tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en dat het qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer.1 In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het projectgebied, vanuit gegaan dat het bouwverkeer de locatie via Oldenzaalseweg. Bij het verlaten van het projectgebied rijdt het bouwverkeer in zuidelijke richting naar de Ootmarsumseweg (N349). Op het kruispunt met de Ootsmarsumseweg (N349) is het verkeer verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezig verkeer en is het qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden van het overige wegverkeer. 3.2.3

Emissies stationair draaien laden en lossen

Tijdens het laden en lossen van bouwmaterialen, beton, betonplaten, afvalcontainers, bestrating en zand draait een vrachtwagen stationair. Hierdoor is sprake van een NO x emitterende bron. Om deze reden is de emissie van het laden en lossen van deze vrachtwagens in de berekening meegenomen. Gemiddeld draaien deze vrachtwagens 10 minuten stationair. Voor het laden en lossen is onderscheid gemaakt tussen middelzware en zware vrachtwagens. Voor zware vrachtwagens die mobiele werktuigen komen brengen en ophalen is worstcase uitgegaan dat deze de motor stationair laten draaien. De mobiele werktuigen die zelf van en naar het projectgebied rijden laten hun motoren niet stationair draaien en zijn niet meegenomen in het aantal vrachtwagens. In onderstaande tabel is het totaal aantal uren per jaar, de emissiefactoren en de emissie weergegeven.

1

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, pagina 16

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief Type

Zwaar verkeer Middelzwaar verkeer Totaal

Rekenjaar

Vrachtaantal

Gemiddeld aantal laadlos minuten

Aantal uren totaal/jaar

2025

230

10

2025

5

10

Emissiefactor

Emissie kg/jaar

2

39

g/uur NOx 92,4864

NH3 0,8976

NOx 3,61

NH3 0,035

1

64,65

0,7116

0,06

0,001

3,67

0,036

Het stationair draaien is als oppervlaktebron in de AERIUS-Calculator ingevoerd onder ‘anders’. De bovenstaande emissies zijn gemodelleerd als een oppervlaktebron. 3.2.4 Emissies koude start bouwverkeer In de AERIUS-Calculator is per 7 oktober 2025 het verkeer opgesplitst in rijdend verkeer en opstartend verkeer. De emissie van voertuigen met een koude motor zijn bij het opstarten tijdelijk veel groter. In onderzoek van TNO is naar voren gekomen dat binnen de periode van 1 minuut de voertuigen nog niet of nauwelijks van hun startlocatie zijn vertrokken. De emissie van de koude start vindt hoofdzakelijk plaats rondom de startlocatie van het voertuig en niet op de wegen met doorgaand verkeer. Na ongeveer 2 uur stilstand (zonder draaiende motor) is de motor weer koud. Dit is van belang voor het toekennen van emissie op locaties waar voertuigen tijdelijk stilstaan, zoals parkeerplaatsen. Om het aantal koude starts te bepalen zijn onderstaande uitgangspunten gebruikt: • •

•

Licht verkeer: alle voertuigen bereiken het projectgebied aan het begin van de werkdag en verlaten het projectgebied aan het eind van de werkdag: één koude start per voertuig; Middelzwaar verkeer: alle voertuigen doen het projectgebied slechts korte tijd aan voor laden en lossen waarbij de motor stationair blijft draaien (zie vorige paragraaf). Er is alleen sprake van een koude start voor de betonstorter (zie onderstaande tabel); Zwaar verkeer: alleen de mobiele werktuigen die zelf van en naar het projectgebied rijden kennen 1 koude start. Aan het einde van de werkdag vindt er een koude start plaats op het bouwterrein voordat deze mobiele werktuigen elders heen rijden. Aangezien deze werktuigen 8 uur per dag aan het werk zijn, is het aantal dagen dat deze nodig zijn, en dus het aantal koude starts dat plaatsvindt, het aantal uur dat zij gebruikt worden gedeeld door 8. De werktuigen die zelf van en naar het projectgebied rijden zijn de graafmachines, de trekker, de betonstorter en de mobiele hijskraan. Onderstaande tabel toont het aantal uren, werkdagen en koude starts per werktuig.

Werktuig

Aantal uren project

Werkdagen (uren/8)

Graafmachine 1 Graafmachine 2 Mobiele hijskraan Betonstorter Totaal

40 28 40 28

5 4 5 4

Koude starts (1 per werkdag) 5 4 5 4 (middelzwaar) 16 zwaar, 4 middelzwaar

Dit leidt tot het volgende aantal koude starts: 480 koude starts voor licht verkeer, 4 koude starts voor middelzwaar verkeer en 16 koude starts voor zwaar verkeer. De emissie is in de AERIUS-Calculator als oppervlaktebron ingevoerd. 3.2.5

2

Emissies mobiele werktuigen

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, pagina 72

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief 3.2.5.1 Algemeen Tijdens de realisatie van het voornemen worden er werktuigen ingezet. Deze werktuigen stoten stikstof uit en dienen om deze reden in ogenschouw genomen te worden. Voor het berekenen van het dieselverbruik is gebruik gemaakt van de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025. Voor het berekenen van het dieselverbruik is de volgende formule aangehouden: LBPJ = (0.095 * Pmax + 0.54) * D LBPJ staat in de bovengenoemde formule voor literverbruik per jaar. Pmax is het maximale vermogen van het werktuig en D staat voor het aantal draaiuren. Daarnaast is er rekening gehouden met het gebruik van AdBlue. Ligterink et al 20213 constateert dat voor Stage IV en V werktuigen dit 6% van het totale dieselverbruik bedraagt. Opgemerkt wordt dat werktuigen met een vermogen van 56 kW of minder geen AdBlue verbruik hebben, evenals werktuigen op benzine. Voor deze werktuigen is dan ook geen AdBlue verbruik opgenomen in de AERIUS-Calculator. Voor Middelzware Utiliteitsvoertuigen (MUT) en Zware Utiliteitsvoertuigen (ZUT) kan alleen het aantal draaiuren ingevoerd worden. In de rest van deze paragraaf zijn de werktuigen nader toegelicht en uitgewerkt. 3.2.5.2 Sloopfase Graafmachine 1 (200 kW) Voor de sloop van de huidige bebouwing wordt een graafmachine ingezet. Deze is 40 uur werkzaam (5 werkdagen).

Shovel (80 kW) Voor de sloopfase wordt een shovel ingezet. Deze zal 40 uren (5 werkdagen) werkzaam zijn. 3.2.5.3 Bouwfase Graafmachine 2 (200 kW) Voor de fundering wordt een gat gegraven van 1.377 m2 en een diepte van 1 meter. In totaal wordt er dus 1.377 m3 aan grond worden afgegraven. De bakinhoud van een graafmachine is 1,5 m 3. Zodoende zijn er 918 graafbewegingen nodig. 1 graafbeweging duurt 1,5 minuut. In totaal is de graafmachine 1.377 minuten (23 uur) bezig met graven. Aangenomen wordt dat de 20% van de grond wordt opgeslagen in het projectgebied. Voor het herverdelen is de graafmachine dus 275 minuten, 5 uur extra bezig (1.377*0,2). In totaal is de graafmachine 28 uur werkzaam. Betonstorter (MUT) Voor de vloeren van de begane grond wordt beton gestort. Deze laag beton wordt gestort op een oppervlakte van 1.377 m2 met een diepte van 0,5 meter. In totaal wordt er voor de woningen circa 688,5 m3 aan beton gestort. Een betonstorter kan 50 m3 beton per uur verwerken. Dit resulteert in (afgerond naar boven) 14 uur dat de betonstorter aan het werk is. Voor het storten van de verdiepingsvloeren (1.377 m3) is de betonstorter nog eens 14 uur aan het werk. In totaal is de betonstorter 28 uur werkzaam (4 werkdagen). Mobiele hijskraan (200 kW) Ten behoeve van het leggen van onder meer de betonplaten en de prefab onderdelen zal er gebruik worden gemaakt van een mobiele hijskraan.

In totaal is de mobiele hijskraan 40 uur (5 werkdagen) werkzaam. Verreiker (100 kW) Voor het verplaatsen van bouwmaterialen wordt een verreiker ingezet. Deze is in totaal 40 uur (5 werkdagen) werkzaam.

3

Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief Trilplaat (10 kW) Zoals eerder vermeld wordt er 200 m2 aan verharding toegevoegd. Door machinaal te bestraten kan er circa 50 m2 per uur aan verharding worden aangelegd. Zodoende is de trilplaat circa 4 uur bezig met de verharding (1 werkdag). Mini shovel (28 kW) Voor het aanleggen van het groen wordt een mini shovel ingezet. Uitgangspunt is dat deze 40 uur werkzaam is (5 werkdagen). Mini graafmachine (28 kW) Voor het aanleggen van kabels en leidingen wordt een mini graafmachine ingezet. Verwacht wordt dat deze mini graafmachine 40 uur (5 werkdagen) wordt ingezet. 3.2.5.4 Overzicht emissie mobiele werktuigen In de onderstaande tabel zijn de gegevens zoals ingevoerd in de AERIUS-Calculator weergegeven. De werktuigen zijn in de AERIUS-berekening ingevoerd als ‘oppervlaktebron - mobiele werktuigen’. Werktuigen

Stage klasse

Aantal uren totaal

Graafmachine 1

STAGE IV, 2014-2018 STAGE IV, 2014-2018

40

STAGE IV, 2014-2018 MUT STAGE IV, 2014-2018 STAGE IV, 2014-2018

Shovel

Graafmachine 2 Betonstorter Mobiele hijskraan Verreiker

Trilplaat Minishovel Minigraafmachine

Benzine, 2takt STAGE IV, 2014-2018 STAGE IV, 2014-2018

Dieselverbruik totaal

Aantal liter AdBlue

Sloopfase 200

782

46

40

80

326

19

28

Bouwfase 200

548

32

28 40

n.v.t. 200

n.v.t. 782

n.v.t. 46

40

100

402

24

6

n.v.t.

4

Max. vermogen (kW)

Woonrijp maken 10

40

30

136

n.v.t.

40

28

128

n.v.t.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief

3.3

Gebruiksfase

3.3.1

Algemeen

Binnen de gebruiksfase (beoogde situatie) is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2. 3.

Gasverbruik woningen; Verkeersgeneratie gebruiksverkeer van en naar het projectgebied; Emissie koude start gebruiksverkeer.

Voor de gebruiksfase is rekenjaar 2026 aangehouden. 3.3.2

Gasverbruik

Doordat de woning gasloos worden gebouwd, is ten aanzien van het gebruik van de woning zelf geen sprake van stikstofemissie en depositie op Natura 2000-gebieden. De woningen zelf bevatten daarmee geen bron die NOx of NH3 emitteren en zijn dan ook neutraal (zonder emissies) gemodelleerd in de AERIUS-berekening. 3.3.3

Verkeersgeneratie

Het te realiseren voornemen brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Dit heeft stikstofuitstoot tot gevolg. Het toenemend aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project heeft dan ook invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van publicatie 744: ‘Parkeerkencijfers 2024, basis voor parkeernormering’ (augustus 2024). De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • •

Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk4 Stedelijke zone: rest bebouwde kom

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie Koop, huis, twee-ondereen-kap Koop, huis, vrijstaand Totaal (naar boven afgerond)

Verkeersgeneratie

Aantal

7,8

2

8,2

3

Totale verkeersgeneratie 15,6 24,6 41

De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt neer op 41 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In verband met het ophalen van vuilnis, veegwagens en het leveren van goederen voor de woningen is rekening gehouden met 0,02 vrachtwagenbewegingen per woning. Dit komt overeen met tabel 5 in de publicatie van het CROW. Dit komt neer op 0,02*5= 0,1 vrachtwagenbewegingen per etmaal. Voor de route van het gebruiksverkeer wordt uitgegaan dat deze hetzelfde is als de route van het bouwverkeer, zoals beschreven in paragraaf 3.2.2.6. 3.3.4

Emissie koude start gebruiksverkeer

Zoals in de vorige paragraaf is genoemd, dient de emissie als gevolg van een koude start te worden meegenomen bij voorliggende stikstofberekening. De emissie van de koude start vindt hoofdzakelijk plaats

4

CBS Statline, Gebieden in Nederland 2025: gemeente Tubbergen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief rondom de startlocatie van het voertuig en niet op de wegen met doorgaand verkeer. Na ongeveer 2 uur stilstand (zonder draaiende motor) is de motor weer koud. Dit is van belang voor het toekennen van emissie op locaties waar voertuigen tijdelijk stilstaan, zoals parkeerplaatsen. Om het aantal koude starts te bepalen zijn onderstaande uitgangspunten gebruikt: • •

Licht verkeer: het aantal verkeersbewegingen is door twee gedeeld om tot het aantal voertuigen te komen. Voor elk voertuig wordt uitgegaan van een koude start (worst-case); Zwaar verkeer: de zware voertuigen staan niet langer dan 2 uur stil met de motor uit. Er is geen sprake van een koude start.

Dit leidt tot het volgende aantal koude starts: 22 koude starts voor licht verkeer. De emissie is in de AERIUSCalculator als oppervlaktebron ingevoerd.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief

HOOFDSTUK 4 4.1

RESULTATEN & CONCLUSIE

Aanlegfase

Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 bijgevoegd.

4.2

Gebruiksfase

Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 2 bijgevoegd.

4.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project betreft, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, geen Natura 2000-activiteit en is gezien artikel 5.1 van de Omgevingswet niet vergunningsplichtig.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief

BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1

Rekenresultaten aanlegfase

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

bjz.nu Oldenzaalseweg 90, - Fleringen Fleringen, Oldenzaalseweg 90 Aanlegfase realisatie 5 grondgebonden woningen

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RoxbzGTFW9iQ 20 oktober 2025, 11:37 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RoxbzGTFW9iQ (20 oktober 2025)

2026 -

0,8 kg/j

31,7 kg/j

2/7

Projectberekening

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 2 3

Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen Verkeer | Koude start: overig | Koude start bouwverkeer Anders... | stationair draaiende voertuigen Verkeersnetwerk

RoxbzGTFW9iQ (20 oktober 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,7 kg/j 26,4 g/j 35,0 g/j 12,6 g/j

26,9 kg/j 0,6 kg/j 3,6 kg/j 0,6 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RoxbzGTFW9iQ (20 oktober 2025)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RoxbzGTFW9iQ (20 oktober 2025)

5/7

Projectberekening

Aanlegfase, Rekenjaar 2026 1

Mobiele werktuigen

Naam Locatie Oppervlakte

Naam/Stageklasse

Mobiele werktuigen X:251417,01 Y:489122,93 0,23 ha

26,9 kg/j 0,7 kg/j

Brandstof­Draaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele Stof Emissie verbruik/AdBlue variatie verbruik

Graafmachine 1 782 l/j Stage-IV, 2014-2018, 46 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Shovel 326 l/j Stage-IV, 2014-2018, 19 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Graafmachine 2 548 l/j Stage-IV, 2014-2018, 32 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Betonstorter 0 l/j Middelzware 0 l/j utiliteitsvoertuigen (tot 6L cilinderinhoud) op diesel Mobiele hijskraan 782 l/j Stage-IV, 2014-2018, 46 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Verreiker 402 l/j Stage-IV, 2014-2018, 24 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Trilplaat 6 l/j alle werktuigen op 0 l/j benzine, 2takt Minishovel 135 l/j Stage-IV, 2014-2018, 0 l/j <= 56 kW, diesel, SCR: nee Minigraafmachine 128 l/j Stage-IV, 2014-2018, 0 l/j <= 56 kW, diesel, SCR: nee

RoxbzGTFW9iQ (20 oktober 2025)

NOₓ NH₃

40 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

4,8 kg/j 0,2 kg/j

40 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

2,2 kg/j 78,2 g/j

28 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

3,5 kg/j 0,1 kg/j

28 u/j 0,3 m 0,008 MW

0,6 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

3,4 kg/j 24,6 g/j

40 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

4,8 kg/j 0,2 kg/j

40 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

2,4 kg/j 96,5 g/j

0 u/j

0,0 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie 0,3 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

24,0 g/j 0,0 kg/j

0,3 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

2,8 kg/j 0,0 kg/j

0,7 m 0,000 MW

40 u/j 1,0 m 0,006 MW 40 u/j 1,0 m 0,006 MW

2,9 kg/j 1,0 g/j

6/7

Projectberekening

2

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

Koude start bouwverkeer X:251417,01 Y:489122,93 0,23 ha

NOₓ NH₃ Koude starts

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Naam

Anders...

480,0 /jaar 4,0 /jaar 16,0 /jaar 0,0 /jaar

stationair Uittreedhoogte draaiende Warmteinhoud voertuigen Spreiding Locatie X:251417,01 Y:489122,93 Oppervlakte 0,23 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

0,0 m 0,000 MW 0,0 m

4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bouwverkeer Locatie X:251532,09 Y:489063,03 Lengte 249,88 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

0,6 kg/j 26,4 g/j

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

NOₓ NH₃

Links Rechts NOₓ Type scherm - - NO₂ Hoogte - - NH₃ Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

960,0 /jaar 18,0 /jaar 482,0 /jaar 0,0 /jaar

3,6 kg/j 35,0 g/j

0,6 kg/j 0,2 kg/j 12,6 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website RoxbzGTFW9iQ (20 oktober 2025)

7/7

AERIUS-berekening Oldenzaalseweg 90, Fleringen Definitief

Bijlage 2

Rekenresultaten gebruiksfase

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

bjz.nu Oldenzaalseweg 90, - Fleringen Fleringen, Oldenzaalseweg 90 Gebruiksfase realisatie 5 grondgebonden woningen

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RobXw6XUd7CV 20 oktober 2025, 11:45 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RobXw6XUd7CV (20 oktober 2025)

2026 -

0,4 kg/j

3,0 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 2

Wonen en Werken | Woningen | Woningen Verkeer | Koude start: overig | Koude start verkeer Verkeersnetwerk

RobXw6XUd7CV (20 oktober 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,3 kg/j 44,8 g/j

2,1 kg/j 0,9 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RobXw6XUd7CV (20 oktober 2025)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RobXw6XUd7CV (20 oktober 2025)

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2026 1

Wonen en Werken | Woningen

2

Verkeer | Koude start: overig

Naam Woningen Uittreedhoogte Locatie X:251417,01 Warmteinhoud Y:489122,93 Spreiding Oppervlakte 0,23 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1422/documents/27528