Bijlagen Uitbreiding zaal Kottink Geesteren def.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Uitbreiding Zaal Kottink Geesteren
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.BPGEESZAALKOTTINK-VG01
Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 12
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 17 23
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid
25 25 26 27 28
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
29 30 31 32 34 35
Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer en parkeren
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
37 37 37
Hoofdstuk 6
41
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
43 43 43
Bijlage bij de toelichting
45
Bijlage 1
Quickscan natuurwaarden
46
Bijlage 2
Bodemonderzoek
79
Bijlage 3
AERIUS-berekening
137
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
159
Bijlage 5
Watertoets
209
2
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Regels
213
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
215 215 222
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Horeca Wonen Waarde - Archeologie
223 223 227 231
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
233 233 234 235 236 237
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
239 239 240
Bijlagen bij de regels
241
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
242
Bijlage 2
Staat van Horeca-activiteiten
292
Bijlage 3
Staat van bedrijfsactiviteiten
293
Bijlage 4
Parkeersituatie
300
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
3
4
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Toelichting
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
5
6
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voor de locatie Dorpstraat 30, 36 en 38 in Geesteren is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen het bestaande horecabedrijf verbouwen en uitbreiden om bedrijfsvoering in de toekomst succesvol te kunnen voortzetten. Het pand Dorpsstraat 38 wordt daarbij tevens onderdeel van het horecabedrijf. De woning op perceel Dorpsstraat 30 wordt gesloopt en een nieuwe woning wordt gebouwd. Aan de noordzijde wil aanvrager ten slotte graag de locatie van de bedrijfswoning verschuiven in westelijke richting. Deze ontwikkelingen passen niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit de percelen aan de Dorpsstraat 30, 36 en 38 in Geesteren en ligt in het centrum van Geesteren, Overijssel. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie K perceelsnummers 5177, 6580, 6581, 8258, 8259, 9210. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Google Maps) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is weergegeven waarop Dorpsstraat 30, 36 en 38 te zien zijn. Deze percelen zijn allemaal eigendom van de uitbater. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
7
Figuur 1.2: grens van plangebied (bron: Building Design Architectuur)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor de Dorpsstraat in Geesteren geldt het bestemmingsplan 'Albergen en Geesteren'. Het bestemmingplan 'Albergen en Geesteren' is door de gemeenteraad van Tubbergen op 30 maart 2015 vastgesteld. Op 28 mei 2015. is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Albergen en Geesteren' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Tevens is het 'Parapluplan woningen in centrum dorpskern (vastgesteld 25 mei 2020) van toepassing. Voor een kleiner gedeelte van het plangebied is ook het bestemmingsplan "(veeg)bestemmingsplan kernen gemeente Tubbergen" van toepassing (vastgesteld op 25 mei 2020).
8
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Figuur 1.4 Uitsnede bestemmingsplan "(veeg)bestemmingsplan kernen gemeente Tubbergen" (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Aan de percelen zijn verschillende bestemmingen toegekend, een overzicht hiervan is zichtbaar in figuur 1.3. Het perceel (met kadastraal nummer 5177) waarop tot voor kort een elektrozaak was gevestigd, kent de enkelbestemming 'detailhandel en de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Het perceel dat hierachter gelegen is (perceelnummer 6580) heeft eveneens de bestemming 'detailhandel'. Dit perceel is echter al geruime tijd in gebruik door Zaal Kottink. Het perceel waarop het hoofdgebouw van Zaal Kottink is gesitueerd (perceelnummer 8258), heeft de enkelbestemming 'horeca' met de functieaanduiding 'horeca van categorie 2'. De woning (oostelijk) naast Zaal Kottink (perceelnummer 8259), tevens eigendom van de familie, kent de enkelbestemming 'wonen'. Het veegplan legt op een gedeelte van het plangebied daarnaast ook de functie voor een standplaats vast. Dit heeft geen invloed op de onderliggende bestemmingen en mogelijkheden. Het plangebied is daarnaast deels voorzien van een dubbelbestemming voor archeologie. Binnen de bouwvlakken gelden bovendien diverse verschillende maatvoeringen. De geldende bestemmingsplannen bieden daarmee geen mogelijkheden om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Uitbreiding zaal Kottink Geesteren' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0183.BPGEESZAALKOTTINK-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
9
10
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Huidige situatie Zaal Kottink is gevestigd aan de Dorpsstraat 36, in het centrumgebied van de kern Geesteren. Al vele jaren is Zaal Kottink met het café, de slijterij en de verschillende zalen, een bekend adres voor de inwoners van Geesteren en omliggende dorpen. In de huidige situatie bestaat het bedrijf uit een groot hoofdgebouw, waarin zowel het bedrijf als de bedrijfswoning (bovenwoning) aanwezig zijn en twee kleinere bedrijfsgebouwen. Op het naastgelegen perceel (oostelijk van Zaal Kottink) is een (reguliere) woning aanwezig; dit perceel is eveneens eigendom van de familie Kottink. Het pand aan de westkant van Zaal Kottink is ten slotte eveneens in eigendom van de familie Kottink. In dit pand (met bijbehorende bovenwoning) was een elektrozaak gevestigd. Figuur 2.1 geeft een beeld van de globale begrenzing van het plangebied. Het met nummer 1 aangeduide gebouw is het hoofdgebouw, waarboven tevens de bedrijfswoning (aan de straatzijde) is gesitueerd. De woning ten oosten naast het bedrijf - Dorpsstraat 30 – dat zoals gezegd ook in eigendom is van de familie Kottink, is aangeduid met nummer 3. Het pand waarin een elektrozaak was gevestigd (Dorpsstraat 38), eveneens eigendom familie Kottink, is aangeduid met nummer 4. Naast de hiervoor genoemde gebouwen staan er twee schuren op de verschillende percelen, die door Zaal Kottink gebruikt worden voor opslag (nummers 2 en 5).
Figuur 2.1: Luchtfoto met rood omkaderd plangebied (bron: PDOKviewer)
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
11
Figuur 2.2: Bestaande situatie zijde Dorpsstraat (bron: Google Streetview)
2.2 Toekomstige situatie De huidige situatie biedt voor de familie onvoldoende mogelijkheden om de bedrijfsvoering in de toekomst succesvol voort te zetten. Het voornemen is daarom om de projectlocatie op verschillende manieren aan te passen. Deze ontwikkelingen worden onderstaand nader toegelicht.
Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: Building Design Architectuur) Allereerst zal het hoofdgebouw van Zaal Kottink worden uitgebreid, deze uitbreidingen zullen rondom het huidige gebouw plaatsvinden. De uitbreidingen van het hoofdgebouw zijn nodig zodat het Zaal Kottink voor nu en in de toekomst kan voldoen aan de eisen en wensen van de tijd. De familie kiest er bewust voor om het bedrijf meer 12
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
te profileren als (eet)café, om zo ook in de toekomst een breed aanbod aan horeca te kunnen blijven aanbieden, daarmee tevens laagdrempelig en toegankelijk te blijven voor een divers publiek. De voorkant van het hoofdgebouw zal dichterbij de Dorpsstraat komen te liggen. Als gevolg hiervan wordt Zaal Kottink prominenter gesitueerd in het centrumgebied van Geesteren, aangezien het bedrijf meer in het zicht komt te liggen vanaf de Dorpsstraat. De uitbreiding aan de voorkant van het bedrijfsgebouw/hoofdgebouw zal daarnaast voorbijgangers in de toekomstige situatie meer uitnodigen om bij Zaal Kottink naar binnen te gaan. Zo zal er onder andere meer beglazing in de voorgevel komen, waardoor het horecabedrijf een open en uitnodigend karakter krijgt. De huidige zalen voldoen qua omvang in principe nog aan de eisen van deze tijd, maar door kleine aanpassingen wil de familie Kottink de mogelijkheid creëren voor meerdere (kleine) zalen. Dit komt tegemoet aan de huidige vraag in diversiteit als het gaat om feesten en partijen. Daarnaast zijn de uitbreidingen rondom het hoofdgebouw ook nodig voor de opslag van voorraden en het realiseren van een toiletgroep. Dit biedt Zaal Kottink eveneens meer mogelijkheden voor het organiseren van verscheidene feesten van particulieren en het organiseren van (jaarlijkse) dorpsfeesten en evenementen zoals carnaval.
Deze festiviteiten – en het behoud hiervan – zijn van groot belang voor de levensvatbaarheid van een bedrijf als dat van Kottink. Daarnaast hebben deze festiviteiten een belangrijke sociale functie in het dorp.
Figuur 2.4: Impressie toekomstig hoofdgebouw vanaf Dorpsstraat (bron: Building Design Architectuur)
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
13
Figuur 2.5: Impressie zicht op terrassen en café (bron: Building Design Architectuur) De strook naast het hoofdgebouw (ten noordwesten), die op dit moment nog de bestemming 'detailhandel' kent, zal naar wens een horecabestemming krijgen aangezien deze in de huidige situatie reeds vele jaren door Zaal Kottink in gebruik is. Deze gronden zijn ook cruciaal voor de benodigde vluchtwegen en ontruimingsmogelijkheden van het bedrijf. De schuur op dit perceel (in figuur 2.1 aangeduid met nummer 5), wordt in de huidige situatie gebruikt voor opslag, maar zal worden gesloopt. Aan de straatzijde (Dorpsstraat) wordt het pand verbouwd (in figuur 2.3, nummer 4) en een (kleine) zaal gerealiseerd. De schuur ten oosten van het hoofdgebouw (in figuur 2.1 aangeduid met nummer 2), zal worden geamoveerd en wordt er op deze manier een plein gecreëerd. Hiervoor in de plaats zal – met een ietwat gewijzigde situering een grotere schuur met meer lengte worden gebouwd. Deze nieuwe schuur zal verder naar achteren op het perceel worden gerealiseerd, waardoor er aan de voorzijde meer ruimte ontstaat (meer pleinvorming). De nieuwe schuur zal net als in de huidige situatie worden gebruikt voor opslag van het horecabedrijf (figuur 2.3 nummer 2). De vergroting is noodzakelijk omdat in de huidige situatie ruimtegebrek ervaren wordt voor wat betreft opslagmogelijkheden.
Achteraan op het bedrijfsperceel, aan de zijde van Mensinkkamp, is in het huidige bestemmingsplan een bouwvlak voor een bedrijfswoning aanwezig. De huidige locatie van het bouwvlak wordt om meerdere redenen niet als passend c.q. wenselijk beschouwd. Met name de situering nabij de achterzijde van woningen van omwonenden is niet gewenst. Het bouwvlak zal daarom richting het noordwesten worden verschoven zodat hier op termijn een nieuwe bedrijfswoning kan worden gerealiseerd. Aldaar is aansluiting gezocht bij de bestaande stedenbouwkundige opzet c.q. de bebouwingsstructuur van de bestaande woningen aan de Mensinkkamp. De open ruimte direct ten oosten van het hoofdgebouw van Kottink heeft op dit moment al een pleinfunctie. Hier wordt onder andere elke donderdag de markt opgesteld en er worden (dorps)evenementen georganiseerd. In de toekomstige situatie wil Zaal Kottink dit gebruik verduidelijken en vormgeven door de ruimte als een nog aantrekkelijker plein voor de gemeenschap in te richten. Doordat de bestaande schuur (in figuur 2.3 weergegeven met nummer 2) naar achteren zal worden verplaatst, wordt er meer ruimte op het plein gecreëerd. Deze extra ruimte is mede van belang vanwege de laad- en los mogelijkheden voor het bedrijf.
In de huidige situatie is er bij activiteiten – bijvoorbeeld de wekelijkse markt - namelijk onvoldoende ruimte om tegelijkertijd goederen te kunnen laden- en lossen voor zaal Kottink. Ook ontstaat er door het verplaatsen van de schuur meer ruimte voor het organiseren c.q. centraliseren van de festiviteiten op het plein. Het verplaatsen van de schuur, en daarmee ook de verplaatsing van het hiervoor genoemde bouwvlak, zorgt voor een toename in gebruiksmogelijkheden van het plein. De woning die aan de oostkant van Zaal Kottink is gelegen (Dorpsstraat 30) zal ook worden gesloopt. Hiervoor in de plaats zal een nieuwe woning worden gebouwd met een enigszins gewijzigde situering, die beter kan voldoen aan de wensen van deze tijd. Het achterliggende idee van deze verplaatsing en herbouw van de woning komt voort uit de wens om, zoals voorgaand besproken, een duidelijker pleinstructuur te creëren tussen zaal Kottink en deze woning. Dit is niet alleen bevorderlijk voor de bedrijfsvoering en mogelijkheden voor Zaal Kottink, maar biedt ook een uitstekende gelegenheid om het centrumgebied van Geesteren te verfraaien en te accentueren. Daarnaast zorgt de gewijzigde situering van deze woning ervoor dat het plein vanaf de Dorpsstraat beter zichtbaar en beleefbaar is voor passanten.
Het behoud van de (bedrijfs)woning(en) en het bouwvlak is nodig omdat de familie ook opvolging heeft die in de toekomst ook betrokken zullen zijn bij het bedrijf en het bedrijf op enig moment over zullen nemen. De huidige bovenwoning zal in de toekomst naar verwachting deels gaan fungeren als bedrijfskantine voor het personeel van Zaal Kottink en deels als bedrijfswoning in gebruik blijven. De huidige eigenaren zullen echter op termijn verhuizen naar de naastgelegen woning (Dorpsstraat 30), aangezien zij het in de toekomst niet langer wenselijk vinden om de (bedrijfs)woning boven het eetcafé te bewonen. Een dergelijke bovenwoning zou beter passen bij een stel van jongere leeftijd, daarom zal deze woning in de toekomst bewoond worden door een van de kinderen.
14
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Figuur 2.6: Impressie toekomstige situatie - in vogelvluchtperspectief (bron: Building Design Architectuur)
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
15
16
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Dit bestemmingsplan wijzigt een detailhandelsbestemming in een horecabestemming (ca. 775 m²), een functiewijziging.
De aanpassing voor de (bedrijfs)woningen betreft alleen een verschuiving van het bouwvlak. Dit plan maakt een uitbreiding van circa 280 m² ten behoeve van gebouwen mogelijk van het zalencentrum. Deze oppervlakte van 280 m² bestaat uit de wijziging van het bestaande bouwvlak voor detailhandelsbestemming (220 m²) naar de horecabestemming en daarnaast een uitbreiding van circa 60 m². Uit jurisprudentie blijkt dat een planologische functiewijziging niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, tenzij het een zodanige aard en omvang heeft dat er sprake is van een neiuwe stedelijke ontwikkeling. Het gaat hier om een functiewijziging van ca. 775 m², waarbij een uitbreiding van de bebouwing mogelijk is van 60 m² t.o.v. de bestaande mogelijkheid. Verder blijkt uit jurisprudentie dat (zeer)kleinschalige ontwikkelingen niet worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een kantoorgebouw met uitbreiding van 540 m², een bedrijfsuitbreiding van 400 m² worden niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Blijft natuurlijk dat gemotiveerd moet worden dat deze ontwikkeling voldoet aan goede ruimtelijke ordening. Zoals in paragraaf 2.2 is omschreven zijn de plannen bedoeld om het bedrijf ook in de toekomst succesvol te kunnen voortzetten en wordt zaal Kottink getransformeerd naar een horecabedrijf dat voldoet aan de eisen en wensen van deze tijd.
De uitbreidingen zijn daarnaast ook nodig voor de opslag van de voorraden en het realiseren van een nieuwe toiletgroep. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven.
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
17
3.2.2
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
18
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. artikel 2.1.2. Principe van concentratie lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: Het gaat in deze ontwikkeling om kleine uitbreiding van de bestaande bebouwing ter verbetering van de horecagelegenheid en om gebruik van het naastliggende winkelpand t.b.v. de horeca. De plannen met betrekking tot de woningen betreffen het bouwen van woningen op een iets andere plek dan planologisch reeds mogelijk is.
Het gaat om het 'verschuiven' van de bouwvlakken. Deze plannen belemmeren dit uitgangspunt niet, het gaat juist om gebruik van de bestaande en reeds in gebruik zijnde percelen.
artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
19
Zaal Kottink wordt gedeeltelijk uitgebreid waardoor een eetcafé wordt gerealiseerd, de entree en toiletgroepen worden verbeterd en verfraaid. Tevens wordt het bestaande en naastliggende lege winkelpand betrokken bij het horecabedrijf. Dat vergroot de leefbaarheid en wordt leegstand voorkomen. Tevens wordt het plein, dat ook een centrumfunctie heeft in de kern Geesteren, wat vergroot. Dat versterkt de leefbaarheid/kwaliteit voor het kerngebied van Geesteren. De plannen passen binnen deze beleidskeuze.
Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is aangeduid (bron: provincie Overijssel) Aan het plangebied is het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' toegewezen. Steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid (mits onderbouwd en regionaal afgestemd). Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Daarnaast biedt dit kansen om te anticiperen op klimaatverandering en het opwekken van duurzame energie. De plannen van de initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied gedeeltelijk het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen.' (zie figuur 3.3).
20
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) In deze gebieden is er een afwisseling van opgewaaide ruggen en uitgesleten beekdalen. De daarbij behorende hoogteverschillen kenmerken de dekzandvlaktes van Overijssel. De voorgenomen ontwikkelingen zullen plaatsvinden in het centrum van Geesteren, op het terrein dat al geheel bebouwd en/of verhard is. De plannen hebben daarmee geen relevante invloed op de kenmerken uit de 'natuurlijke laag'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Essenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
21
In een essenlandschap is een samenhangend systeem van essen, flanken en lager gelegen maten- en flierengronden. De kenmerkende bebouwing bevindt zich rondom de essen. De voorgenomen ontwikkelingen zullen plaatsvinden in het centrum van Geesteren, op het terrein dat al geheel bebouwd en/of verhard is. Het gebied rondom het plangebied is eveneens bebouwd, waardoor er geen sprake is van een essenlandschap. De plannen hebben daarmee geen relevante invloed op de kenmerken uit de 'natuurlijke laag'.
Stedelijke laag
Figuur 3.5: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)
Het plangebied wordt aangeduid als "Woonwijken 1955 - nu". De kenmerken van deze laag richt zich op de naoorlogse woonwijken. De woonwijken zijn planmatig opgezet. In kleinere plaatsen zijn de nieuwbouwwijkjes niet altijd afgerond eenheden, omdat de bouwopgave te klein was. De plannen omvatten het gedeeltelijk uitbreiden van de horecagelegenheid en het bouwen van twee woningen die reeds mogelijk waren, op een plek die stedenbouwkundig wenselijker is. Het plan is in overeenstemming met de kenmerken van de stedelijke laag. Laag van de beleving In de laag van de beleving wordt de Dorpsstraat weergegeven als onderdeel van de historische infrastructuur en fietsroute. Met het plan wordt een bestaand pand langs de route gedeeltelijk uitgebreid. Het plan doet geen afbreuk aan de kenmerken van de historische infrastructuur. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en verankerd provinciaal ruimtelijk beleid. 3.2.3
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 van de provincie Overijssel. Deze verordening is vastgesteld door 22
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Provinciale Staten op 13 november 2019 en op 1 december 2019 in werking getreden. Met de vaststelling van de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsverordening weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Hierin zijn de principes van concentratie en ruimtelijke kwaliteit uitgewerkt (zie ook 3.2.2). Conclusie Met de conclusie dat voldaan wordt aan de de Omgevingsvisie èn dat wordt voldaan aan de principes van concentratie en ruimtelijke kwaliteit, kan ook worden geconcludeerd dat het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan de Omgevingsverordening.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
MijnOmgevingsvisie Tubbergen
De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. 2. 3. 4.
We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We wentelen niet af op volgende generaties; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt.
Toets Geesteren is een van de drie grote kernen in de gemeente. Eén van de speerpunten is "leefbare kernen'. Daarin is belangrijk: - voldoende voorzieningen; - aantrekkelijk wonen; - ruimte voor ondernemen; - leefbare openbare ruimte. Voorzieningen dragen in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid en positieve gezondheid De gemeente doet daarin een aanatal zaken, onder andere een bijdrage leveren aan het versterken van het dorpscentrum, meedenken over invuling van leegstaande gebouwen
Figuur 3.6 Kaart Omgevingsvisie Tubbergen (bron gemeente Dinkelland) Eén van de waarden van 'Kernen met woon- en centrumfunctie' is dat er belangrijke zijn zoals winkels, horeca, sportvoorzieningen, zorg, pinmogelijkheden. Een andere waarde is de aanwezigheid van ontmoetingsplekken in
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
23
het bijzonder in de omgeving van voorzieningen. Voor deze kernen geeft de visie aan om in te spelen op mogelijkheden om te ontmoeten, concentratie van publieksgerichte functies en voldoende vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en ondernemers passend binnen het aanbod van de kern. Door de verbouw- en uitbreidingsplannen is zaal Kottink voorbereid op de toekomst, die zorgt voor leefbaarheid in het centrum van Geesteren. Het leegstaande winkelpand krijgt een logische en goede invulling door deze bij de horecazaak te betrekken, geconcentreerd op één locatie. Zoals aangegeven wordt de schuur voor de opslag naar achteren 'verplaatst' waardoor er meer ruimte en grotere pleinvorming ontstaat voor de warenmarkt en jaarlijkse festiviteiten. Belangrijke elementen voor de leefbaarheid van het dorp. 3.3.2
Nota omgevingskwaliteit
In de nota omgevingskwaliteit staat het welstandsbeleid voor de gemeentes Dinkelland en Tubbergen (Noaberkracht). Het grondgebied is hiervoor opgedeeld in deelgebieden (kernen en buitengebied). Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaart van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaat uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: Basis omgeving Midden omgeving Bijzondere omgeving. Toets Geesteren is na de Tweede Wereldoorlog langzaam uitgegroeid tot een kerkdorp met voorzieningen, van oudsher gesitueerd langs de oude hoofdroutes welke nog in het straatbeeld herkenbaar zijn. De invalswegen komen samen bij de kerk. In de buurt van het centrum overheerst de winkelfunctie, waarbij schaalvergroting met een moderne winkel- en woongebouw opvalt. Verder langs de invalswegen is de bebouwing kleinschalig met een dorps karakter. Ter plaatse van Zaal Kottink geldt voornamelijk het omgevingsniveau 'midden omgeving'. Voor gebieden met het niveau 'midden omgeving' zijn in de Nota omgevingskwaliteit van de gemeente Tubbergen en Dinkelland criteria weergegeven waaraan een bouwplan moet voldoen.
Bij uitwerking van het plan zal verdere invulling worden gegeven aan de welstandseisen die door de gemeente Tubbergen worden gesteld.
Figuur 3.7: Kaart omgevingskwaliteit Geesteren (bron: Nota omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen)
24
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Er wordt middels dit bestemmingsplan een (beperkte) uitbreiding van de horecazaak mogelijk gemaakt en een winkelpand betrokken bij de horecazaak. Daarnaast omvat het bestemmingsplan de bouw van twee woningen die reeds mogelijk zijn. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2.
Het huidige gebruik van het plangebied is horeca en detailhandel. Woningbouw, horeca en detailhandel wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn.
Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Gelet op de toename van de bebouwde oppervlakte kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Hoewel het plan betrekking heeft op de toevoeging van (aantal woningen) op bestaand stedelijk gebied, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte uitbreiding van de bebouwing op het perceel. Uit voorgaande volgt dat de beperkte uitbreiding van de bebouwde oppervlakte van de horeca (ca. 60 m²) en beperkte functiewijziging van detailhandel naar horeca (ca.
220 m²), in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
25
omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld.
4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Het gaat hier om plannen voor verbouw/uitbreiding van het horecabedrijf aan de Dorpsstraat in Geesteren. Het pand naast het horecabedrijf waarin detailhandel was gevestigd wordt verbouwd en betrokken bij het horecabedrijf, waarin een kleine zaal gerealiseerd wordt. De bovenwoning op perceel Dorpsstraat 38 is onderdeel van de inrichting. Een eetcafé kan gelijk worden gesteld met een restaurant waarbij een richtafstand van 10 m¹ tot een woning moet worden aangehouden. Voor het pand dat van winkel tot een zaaltje wordt ingericht, geldt eveneens een afstand van 10 m, vergelijkbaar met een café. Beide vanwege het hinderaspect geluid en voor een restaurant ook deze afstand vanwege het aspect geur. Ter plaatse van het plangebied in het centrum van Geesteren is sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied', geen 'rustige woonwijk'. Dit is een gebied waar meer functies aanwezig zijn, zoals horeca, detailhandel en centrum, direct grenzend aan elkaar. In een gemengd gebied is het toegestaan om 'een stap terug' te doen met betrekking tot de richtafstanden. Dat betekent dat de richtafstanden met één afstandsstap kunnen worden verlaagd. Eén afstandsstap terug komt uit op een benodigde afstand van 0 m. De woningen aan de overzijde van de Dorpsstraat bevinden zich allen op een afstand van minimaal 15 meter. In 26
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
het kader van goede ruimtelijke ordening heeft voor een zorgvuldige afweging plaatsgevonden en is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te bepalen of dit bestemmingsplan niet leidt tot een onaanvaardbaar woonen leefklimaat voor omwonenden. In paragraaf 4.5 wordt hier uitgebreid op ingegaan. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met Bedrijven en milieuzonering en vormt derhalve geen belemmering voor het plan.
4.3 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Kruse Milieu BV heeft een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd voor de plannen binnen dit plangebied (projectcode 21021416, 18 mei 2021).
Toets Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat op de bovengrond van de onderzoekslocatie verdacht is voor de aanwezigheid van asbest. De onderzoekslocatie is onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 13 inspectiegaten gegraven, waarvan 1 boring is doorgezet tot 3.4 meter diepte en afgewerkt met een peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn zand. In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (sporen baksteen). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 1.75 meter min maaiveld.
Resultaten chemische en asbestanalyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met kwik en lood; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - in het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium en minerale olie; - in MM FF - 01 is geen asbest aangetoond; - in MM FF - 02 is geen asbest aangetoond; - in MM FF - 03 is geen asbest aangetoond. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient formeel te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "asbestverdachte locatie" dient te worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I) en in het grondwater (PB 1) zijn zeer licht verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG II) en in de ondergrond (OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond.
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande verbouwings- en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico‘s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en beoogd toekomstige gebruik.
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
27
4.4 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.
in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Toetsing Zaal Kottink en de te verplaatsen woning liggen aan de Dorpsstraat. De bedrijfswoning zal ontsluiten via de Mensinkkamp. Beide wegen kennen een 30 km/u-regime. Dat betekent dat er geen zonering geldt en dàt geen reden is voor een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai. Via deze planherziening wordt geen nieuwe woning mogelijk gemaakt, maar ontstaat de mogelijkheid om de bestaande woning Dorpsstraat 30 verder naar achteren te bouwen. De woning komt daardoor verder van de weg af te liggen en wordt dus minder belast. De verwachting is dat voor een aanvaardbaar binnen woon- en leefklimaat kan worden gezorgd. Railverkeerslawaai en Industrielawaai Zowel railverkeerslawaai en industrielawaai zijn hier niet relevant.
In de omgeving is geen spoorweg aanwezig en is toetsing met betrekking railverkeerslawaai niet aan de orde. In de nabijheid van het plangebied zijn geen industriële inrichtingen of gezoneerde inrichtingen aanwezig. Akoestisch onderzoek In het kader van goede ruimtelijke ordening is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidemissie van zaal Kottink op geluidgevoelige objecten in de directe omgeving te berekenen. Bij dit onderzoek is tevens meegenomen de bewegingen van de personenauto's vanwege de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Munsterhuis geluidsadvies (30 april 2021, projectnummer 21.036). Het onderzoek is opgenomen als bijlage in de toelichting Bijlage 4 Akoestisch onderzoek. Op basis van onderhavig akoestisch onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedraagt ten gevolge van de het zaaltje, café en het parkeerterrein, bij een binnenniveau van 85 dB(A) in het zaaltje en het café, ter plaatse van de woning aan de Dorpsstraat 30 maximaal 37, 45 en 42 dB(A). De betreffende woning is van Kottink maar betreft geen bedrijfswoning. Maatgevend betreffen bij deze 28
bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
woning de bewegingen van de personenauto’s. Opgemerkt dient te worden dat in de huidige situatie deze geluidniveaus ter plaatse van deze woning ook worden overschreden. Omdat de woning iets naar achter is gelegen en een scherm aanwezig is langs een deel van de erfgrens is het geluidniveau lager dan de huidige situatie. Het blijkt dat als gevolg van alleen muziekbronnen de hoogste geluidbelasting 37 dB(A) bedraagt in de nachtperiode ter hoogte van Dorpsstraat 37. Het blijkt dat als gevolg van alleen de mobiele bronnen (personenauto’s) de hoogste geluidbelasting 42 dB(A) bedraagt in de nachtperiode ter hoogte van de woning Dorpsstraat 30 (eigendom Kottink). De grenswaarde uit het activiteitenbesluit en de ambitiewaarden uit het geluidbeleid van de gemeente van 40 dB(A) worden in de nachtperiode alleen ter hoogte van de woning van Kottink (Dorpsstraat 30) met 2 dB(A) overschreden. De bovengrenswaarde uit het geluidbeleid van de gemeente van 45 dB(A) in de nachtperiode wordt niet overschreden. Uit berekeningen blijkt dat het maximale geluidniveau ter plaatse van de toekomstige burgerwoning (Dorpsstraat nr.30, woning Kottink) maximaal 61 dB(A) bedraagt in de nachtperiode. De maatgevende geluidbron betreft de personenwagen. De grenswaarden voor het maximale geluidniveau wordt ter plaatse van de toekomstige burgerwoning met 1 dB(A) overschreden in de nachtperiode.
Opgemerkt dient te worden dat ter plaatse van deze bestaande woning het maximale geluidniveau ook reeds werd overschreden. Dit maximale geluidniveau was zelfs hoger omdat de nieuwe woning iets verder van het parkeerterrein is gelegen. Ter hoogte van de overige woningen en appartementen bedraagt het maximale geluidniveau maximaal 59 dB(A). In paragraaf 5.3 zijn maatregelen opgenomen voor de geluidafstralende geveldelen. Het gaat om de aangegeven ramen, deuren van het zaaltje en het dak van het bestaande gedeelte en het nieuwe gedeelte, zodat voldaan kan worden aan de berekende geluidniveaus. Het nemen van de maatregelen in paragraaf 5.3 van het akoestisch onderzoek is als voorwaardelijke verplichting in de regels van het plan opgenomen. Met inachtneming van de voorgestelde maatregelen, vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor het realiseren van de voorgenomen plannen en is er sprake van een aanvaardbaar 'woon- en leefklimaat'.
4.5 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van bestemmingsplan Uitbreiding zaal Kottink Geesteren
29
rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets De plannen betreffen een uitbreiding van de horeca. De uitbreiding wordt gedeeltelijk gerealiseerd in het pand waarin detailhandel was gevestigd. De plannen met betrekking tot de (bedrijfs)woningen betreffen woningen die reeds planologisch mogelijk zijn. Het horeca - café-gedeelte wordt met circa 280 m² uitgebreid, hetgeen extra verkeersbewegingen met zich mee kan brengen. Daarentegen verdwijnt de detailhandel(sbestemming) met een oppervlakte van 220 m². Het aantal verkeersbewegingen neemt af. Detailhandel (hier bruin-/witgoed) levert meer verkeersgeneratie op dan de horeca. In paragraaf 4.11 is de verkeersgeneratie in de bestaande situatie berekend en daar tegenover de toekomstige situatie gezet. Daaruit blijkt dat de situatie verbetert in verkeersbewegingen. Dat betekent dan ook een verbetering voor luchtkwaliteit.
4.6 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.
Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.