Bijlage Was-wordt Beleidsregels Jeugdhulp Tubbergen 2021.pdf
Tekst van het document
Was-wordt tabel Beleidsregels jeugdhulp Tubbergen
Beleidsregels jeugdhulp gemeente Tubbergen 2021 Hoofdstuk 2. De procedure
Huidige beleidsregels
Nieuwe beleidsregels
2.2 Onderzoeksverplichting Uit de wet volgt dat het college een onderzoek moet doen naar de behoefte aan jeugdhulp als de jeugdige en/of zijn ouder(s) dat bij het college heeft gemeld. In tegenstelling tot de Wmo 2015 schrijft de wet niet voor welke onderwerpen tijdens het onderzoek aan bod moeten komen. Uit de jurisprudentie blijkt overigens dat het college niet altijd alleen kan uitgaan van de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Het gaat er om dat het college een volledig beeld krijgt van de situatie (bijv. RBOBR:2018:469, RBGEL:2017:3439).
2.2 Onderzoeksverplichting Uit de wet volgt dat het college een onderzoek moet doen naar de behoefte aan jeugdhulp als de jeugdige en/of zijn ouder(s) dat bij het college heeft gemeld. In tegenstelling tot de Wmo 2015 schrijft de wet niet voor welke onderwerpen tijdens het onderzoek aan bod moeten komen. Uit de jurisprudentie blijkt overigens dat het college niet altijd alleen kan uitgaan van de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Het college moet daarom zelf actief onderzoek doen naar de problemen van het gezin en de hulp die zij hierbij wensen. Pas dan wordt een volledig beeld verkregen van de situatie (bijv. RBOBR:2021:53, RBOBR:2018:469, RBGEL:2017:3439). Stappenplan Wanneer een melding wordt gedaan, moet het college: 1. allereerst vaststellen wat de hulpvraag van jeugdige of ouders is, 2. de opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problematiek in kaart brengen en vaststellen welke problemen en stoornissen er zijn, 3. bepalen welke hulp naar aard en omvang nodig is, 4. nagaan in hoeverre die hulp bijvoorbeeld door de ouders kan worden geboden, Als dat nodig is, moet het college zich bij de besluitvorming laten adviseren door een specifieke (jeugdhulp)deskundige. 5. Voor zover de eigen mogelijkheden ontoereikend zijn, zal het college een voorziening voor jeugdhulp dienen te verlenen.
2.3 Inlichtingen- en medewerkingsplicht Het niet verlenen van medewerking kan er toe leiden dat het college de behoefte aan jeugdhulp niet kan vaststellen (CRVB:2019:276, CRVB:2021:410, CRVB:2021:510). 2.4 Zelfredzaamheidsmatrix Ook kan het voor de afstemming van de individuele voorziening op andere diensten of voorzieningen (bijv. een voorschoolse voorziening) van belang zijn dat het college integraal beoordeelt of voor afstemming aanleiding is. 2.6 Twents model
Stappenplan Wanneer een melding wordt gedaan, moet het college allereerst: 1. vaststellen wat de hulpvraag van jeugdige of ouders is, 2. in kaart brengen van de opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problematiek en vaststellen welke problemen en stoornissen er zijn, 3. bepalen welke hulp van de gemeente nodig is, 4. nagaan of die hulp bijvoorbeeld door de ouders kan worden geboden, Als dat nodig is, moet het college zich bij de besluitvorming laten adviseren door een specifieke (jeugdhulp)deskundige.
2.3 Inlichtingen- en medewerkingsplicht Het niet verlenen van medewerking kan er toe leiden dat het college de behoefte aan jeugdhulp niet kan vaststellen (CRVB:2019:276). 2.4 Zelfredzaamheidsmatrix Ook kan het voor de afstemming van de individuele voorziening van belang zijn dat het college integraal beoordeelt of daar aanleiding voor is. 2.6 Twents model
April 2021
1
Was-wordt tabel Beleidsregels jeugdhulp Tubbergen
Het college kan gebruik maken van de deskundigheid van de jeugdhulpaanbieder om meer duidelijk te krijgen over de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of zijn ouder(s) (consultatie en diagnostiek).
Het college kan gebruik maken van de deskundigheid van de jeugdhulpaanbieder om meer duidelijk te krijgen over de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of zijn ouder(s) (vraag verhelderende consultatie en diagnostiek).
Hoofdstuk 3. Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Huidige beleidsregels
Nieuwe beleidsregels
3.5 Afwegingskader onderzoek 2. Overbelasting of dreigende overbelasting ouder(s) Aannemelijk maken Weigert de ouder(s) dit, dan kan het college de noodzaak niet inhoudelijk beoordelen (CRVB:2019:276).
3.5 Afwegingskader onderzoek 2. Overbelasting of dreigende overbelasting ouder(s) Aannemelijk maken Weigert de ouder(s) dit, dan kan het college de noodzaak niet inhoudelijk beoordelen (CRVB:2019:276, CRVB:2021:410, CRVB:2021:510).
Hoofdstuk 4. Ondersteuningsbehoeften
Huidige beleidsregels
Nieuwe beleidsregels
Niet van toepassing
4.3 Aard en niveau van de ondersteuningsbehoefte 1 en 2 4.3.1 Ondersteuningsbehoefte 1 Specifiek voor ondersteuningsbehoefte 1: individuele ondersteuning bij ADL Bij ondersteuningsbehoefte 1 gaat het om ondersteuning bij uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden. De activiteiten, tijdsbesteding en frequentie die nodig zijn om een bepaald ondersteuningsresultaat te bereiken, is maatwerk. Voor het bepalen van de ondersteuningsbehoefte bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) kan het college zich baseren op de activiteitentabel ADL uit de beleidsegels ADL-assistentie van het CIZ (2020), zie tabel in de bijlage bij de beleidsregels. De tabel geeft aan welke activiteiten met welke frequentie moeten worden verricht om het resultaat adequate uitvoering van ADL te behalen. De tijdsbesteding die in de kolom ‘gemiddelde tijd per keer’ wordt weergegeven, betreft het aantal minuten dat gemiddeld voor deze activiteit aan de orde is in een gemiddelde situatie en omhelst ook de indirecte zorg die nodig is (binnenkomen, gedag zeggen, handen wassen). Als meerdere handelingen/activiteiten tijdens hetzelfde zorgmoment worden uitgevoerd, dan is er sprake van ‘samenvallende activiteiten’. Dan is minder tijd nodig omdat de zorg efficiënter wordt geboden. Bij een enkelvoudige activiteit wordt de totale gemiddelde tijd als basis genomen.
Bij meerdere activiteiten wordt van elke activiteit 3,5 minuut indirecte tijd in mindering gebracht en per zorgmoment wordt vervolgens 3,5 minuut indirecte tijd weer opgeteld.
April 2021
2
Was-wordt tabel Beleidsregels jeugdhulp Tubbergen
Er kunnen factoren zijn waardoor meer tijd nodig is om de handelingen uit te voeren. Een niet uitputtende opsomming van deze factoren: • complicatierisico/instabiele zorgsituatie • ernstige mobiliteitsbeperkingen/spasmen • ernstige beperkingen in verband met de lichamelijke conditie • coördinatiestoornissen • gedragsproblemen • communicatieproblemen Het college kan altijd maatwerk bepalen aan de hand van bovenstaande, afhankelijk van de hulpvraag van de jeugdige en de ondervonden problemen in zelfredzaamheid. In de tabel staat ook de frequentie per dag per handeling. De frequentie per handeling bepaalt mede de mate waarin de jeugdige op ADL-assistentie is aangewezen. Het college bepaalt bij welke activiteiten in welke frequentie de jeugdige ondersteuning nodig heeft, en door de tijdsbesteding van deze activiteiten bij elkaar op te tellen kan de totale tijdsindicatie worden berekend.
4.2 Maatwerk en begrippen Specialistische/therapeutische ondersteuning Bij specialistische, therapeutische ondersteuning gaat het om trainen, coachen of begeleiden naar zelfstandig(er) functioneren door het aanleren en oefenen van nieuwe vaardigheden. Hieronder worden ook interventies op gezinssysteem niveau verstaan. Dat wil zeggen dat ook personen uit het sociaal netwerk betrokken kunnen worden bij de ondersteuning die door de jeugdhulpaanbieder wordt geboden. 4.4 Aard en niveau van de ondersteuningsbehoefte 3 en 4 Specialistische behandelaar Voorbeelden van specialistisch behandelaars zijn (Gz-)psycholoog, (ortho)pedagoog(generalist), psychiater, kinderartsen etc.
April 2021
Toepassing Deze tabel ADL-assistentie geeft het college in geval van jeugdhulp in natura de mogelijkheid een zorgplan van een jeugdhulpaanbieder te beoordelen en eventueel in gesprek te gaan over de voorgenomen ondersteuning. Wanneer een jeugdige en/of zijn ouder(s) hulp willen inzetten via een pgb, vormt de tabel een hulpmiddel om te beoordelen welke ondersteuning in welke omvang nodig is. 4.4 Aard en niveau van de ondersteuningsbehoefte 3 en 4 Deze tekst uit paragraaf 4.2 is verplaatst naar paragraaf 4.4 van de nieuwe beleidsregels.
4.4 Aard en niveau van de ondersteuningsbehoefte 3 en 4 Specialistische behandelaar Bij de ondersteuningsbehoefte 3 en 4 voor jeugd is er ook betrokkenheid van een specialistisch behandelaar noodzakelijk of gewenst voor de uitvoering van de
3
Was-wordt tabel Beleidsregels jeugdhulp Tubbergen
Ondersteuningsbehoefte 4 De jeugdige heeft behandeling nodig voor de aanpak van een aandoening of stoornis en bijbehorende problemen op verschillende levensgebieden waarbij er tenminste één op één contact nodig is met een specialistische behandelaar. Het resultaat van de behandeling draagt bij aan (inter)persoonlijke vaardigheden zoals beschreven bij Ondersteuningsbehoefte 3. Onder de behandeling valt ook diagnostiek gericht op het in kaart brengen van mogelijkheden en beperkende factoren binnen een ziektebeeld en/of behandeling (procesdiagnostiek) gericht op ontwikkelen van inzichten in eigen handelen en/of nieuwe vaardigheden. Medicatiecontrole kan onderdeel zijn van de ondersteuning die geboden wordt. Er zijn drie niveaus te onderscheiden. Ondersteuningsbehoefte 4 Medicatiecontrole kan onderdeel zijn van de ondersteuning die geboden wordt. (Deze zin in de inleidende tekst onder het kopje “Ondersteuningsbehoefte 4” is ondergebracht onder een nieuwe kop en nader omschreven)
4.6 Dyslexie Dyslexie wordt gezien als een psychische stoornis in de zin van de wet (TK 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 119). Het onderwijs is verantwoordelijk voor signalering van jeugdigen met dyslexie omdat in het onderwijs lees-/spellingproblemen als eerste herkent zullen worden. Voor de behandeling van dyslexie zal een diagnose gesteld moeten worden. Dyslexiezorg omvat de zorg in verband met enkelvoudige ernstige dyslexie (EED en zie CRVB:2018:3454). Bij EED is sprake van dyslexie zónder bijkomende stoornissen die belemmerend zijn voor de behandeling van dyslexie.
April 2021
ondersteuning. Voorbeelden van specialistisch behandelaars zijn (Gz-)psycholoog, (ortho)pedagoog(generalist), psychiater, kinderartsen etc. 4.4.2 Ondersteuningsbehoefte 4 De jeugdige heeft behandeling nodig voor de aanpak van een aandoening of stoornis en bijbehorende problemen op verschillende levensgebieden waarbij er tenminste één op één contact nodig is met een specialistische behandelaar. Het resultaat van de behandeling draagt bij aan (inter)persoonlijke vaardigheden zoals beschreven bij Ondersteuningsbehoefte 3. Onder de behandeling valt ook diagnostiek gericht op het in kaart brengen van mogelijkheden en beperkende factoren binnen een ziektebeeld en/of behandeling (procesdiagnostiek) gericht op ontwikkelen van inzichten in eigen handelen en/of nieuwe vaardigheden. . Er zijn vijf niveaus te onderscheiden. De indeling van de niveaus A, B en C zegt iets over de kenmerken van de jeugdige en/of het gezinssysteem. Niveau E en F betreffen specifieke (deel)vormen van ondersteuning binnen OB4. 4.4.2 Ondersteuningsbehoefte 4 Ondersteuningsbehoefte 4 niveau E Niveau E betreft de afzonderlijke medicatiecontrole voor jeugd en is een verbijzondering van ondersteuningsbehoefte 4. Dit geldt alleen voor jeugdhulpaanbieders die medicatiecontrole inzetten voor kinderen met ADHD en gedragsproblemen.
Wanneer een zorgaanbieder binnen de behandeling medicatiecontrole inzet, dan valt dit onder ondersteuningsbehoefte 4A, B of C. Ondersteuningsbehoefte 4 niveau F Niveau F betreft de diagnostiek en behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie. Dyslexie wordt gezien als een psychische stoornis in de zin van de wet (TK 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 119). Het onderwijs is verantwoordelijk voor signalering van jeugdigen met dyslexie omdat in het onderwijs lees-/spellingproblemen als eerste herkend zullen worden. Voor de behandeling van dyslexie zal een diagnose gesteld moeten worden. Dyslexiezorg omvat de zorg in verband met enkelvoudige ernstige dyslexie (EED en zie CRVB:2018:3454). Bij EED is sprake van dyslexie zónder bijkomende stoornissen die belemmerend zijn voor de behandeling van dyslexie. Organisaties die voldoen aan de landelijke richtlijnen voor EED zorg kunnen diagnostiek (max 15 uur) en behandeling (max 70 uur) gericht op EED bieden aan jeugdigen van 7-13 jaar. De behandeling wordt pas ingezet als begeleiding uit het onderwijs tot onvoldoende resultaat heeft geleid. EED-ondersteuning is aanvullend op onderwijsondersteuning die gelijktijdig plaatsvindt.
4
Was-wordt tabel Beleidsregels jeugdhulp Tubbergen
4.7 Wonen en verblijf * verschillende hotelmatige aspecten, en De volgende vormen van wonen en verblijf zijn beschikbaar: • Pleegzorg (dakje 0-A) • Gezinsopvang (dakje 0-B). • Vervanging thuis zonder bijzonderheden (dakje 1) • Vervanging thuis met actief toezicht (dakje 2). • Vervanging thuis met onvoorspelbaar gedrag (dakje 3). • Hoog specialistische 24-uurs zorg.
Pleegzorg (dakje 0-A) Twee soorten pleegzorg Er bestaat bestandspleegzorg en netwerkpleegzorg. Bij netwerkpleegzorg zijn de pleegouders geworven uit het netwerk van de jeugdige en zijn systeem. De jeugdige kent de pleegouders. Bij bestandspleegzorg komen de pleegouders uit het bestand van de jeugdhulpaanbieder. Pleegzorg kan zowel in fulltime variant als deeltijdvariant verstrekt worden. Bij de deeltijdvariant gaat het vaak om preventieve hulp voor een pleeggezin waar de zorg en opvoeding de (pleeg)ouders te zwaar valt. Het doel van de deeltijdvariant is het voorkomen van een uithuisplaatsing of break down. Niet van toepassing
April 2021
4.6 Wonen en verblijf * verschillende hotelmatige aspecten (zoals schoonmaak, keuken, portier, gastvrouw, slaapdienst, bewaking en nachtwacht), en De volgende vormen van wonen en verblijf zijn beschikbaar: • Pleegzorg (dakje 0-A) • Gezinsopvang (dakje 0-B). • Vervanging thuis zonder bijzonderheden (dakje 1) • Vervanging thuis met actief toezicht (dakje 2). • Vervanging thuis met onvoorspelbaar gedrag (dakje 3). • Hoog specialistische 24-uurs zorg. Voor dakje 0 en 1 geldt dat deze ook zelfstandig kunnen worden ingezet; er kán samenloop zijn met ondersteuningsbehoeften, maar dit hoeft niet. Er wordt naar gestreefd jeugdigen zoveel mogelijk te laten opgroeien in een gezin. Is dat in het eigen gezin (tijdelijk) niet mogelijk, dan kan dit plaatsvinden in een pleeggezin of een gezinshuis. Dit noemen we de duurzame gezinsvormen. Bij het vinden van een adequate plek voor een jeugdige wordt eerst gekeken naar de mogelijkheden van een duurzame gezinsvorm, te beginnen met een pleeggezin. Het matchen van een jeugdige met pleeg- of gezinshuisouders is een vak apart en vereist specifieke deskundigheid. 4.6.1 Pleegzorg (dakje 0-A) Twee soorten pleegzorg Er bestaat bestandspleegzorg en netwerkpleegzorg. Bij netwerkpleegzorg zijn de pleegouders geworven uit het netwerk van de jeugdige en zijn systeem. De jeugdige kent de pleegouders.
Bij bestandspleegzorg komen de pleegouders uit het bestand van de jeugdhulpaanbieder. Pleegzorg kan zowel in fulltime variant als deeltijdvariant verstrekt worden. Bij de deeltijdvariant gaat het vaak om preventieve hulp voor een pleeggezin waar de zorg en opvoeding de (pleeg)ouders te zwaar valt. Het is dus een vorm van respijtzorg. Het doel van de deeltijdvariant is het voorkomen van een uithuisplaatsing of break down. 4.6.1 Pleegzorg (dakje 0-A) Crisispleegzorg Wanneer in verband met een ernstige bedreiging van de veiligheid van de jeugdige en/of zijn ouder(s) wordt besloten (in vrijwillig of justitieel kader) tot directe plaatsing in een crisispleeggezin, wordt de zorg vooral gericht op stabilisatie, veiligheid en rust. Het verblijf in het crisispleeggezin is ondersteunend aan het
5
Was-wordt tabel Beleidsregels jeugdhulp Tubbergen
Vervanging thuis zonder bijzonderheden (dakje 1) Deze vorm van wonen en verblijf kan ook uit kamertraining voor jeugdigen bestaan.
proces dat met de ouders wordt doorlopen om voor het kind weer een veilige gezinssituatie te realiseren. 4.6.3 Vervanging thuis zonder bijzonderheden (dakje 1) Bij deze vorm van wonen en verblijf kan het gaan om kortdurend verblijf, maar ook om kamertraining voor jeugdigen.
Hoofdstuk 5. Persoonsgebonden budget
Huidige beleidsregels
Nieuwe beleidsregels
5.2 Pgb met terugwerkende kracht Artikel 4.1, tweede lid, van de verordening De verordening bepaalt dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) de hulpvraag eerst moet melden bij het college alvorens een aanvraag in te dienen. Is een indicatie voor een individuele voorziening vastgesteld, dan kan het voorkomen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het college verzoekt om een pgb met terugwerkende kracht te verstrekken. De verordening bepaalt de cumulatieve voorwaarden om zo’n verzoek te honoreren.
5.2 Pgb met terugwerkende kracht Artikel 4.1, tweede lid, van de verordening De verordening bepaalt dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) de hulpvraag eerst moet melden bij het college alvorens een aanvraag in te dienen. Als een indicatie voor een individuele voorziening is vastgesteld, dan kan het voorkomen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het college verzoekt om deze met terugwerkende kracht te verstrekken. De verordening bepaalt dat dit in principe wordt geweigerd, tenzij het gaat om een voorziening die ná de melding van de hulpvraag is gerealiseerd met schriftelijke toestemming van het college vooraf. 5.3 Besteding pgb algemeen Overlijden In geval van overlijden van de jeugdige hanteert het college geen eenmalige uitkering aan de derde die ondersteuning verleent. De zorgovereenkomst stopt ter stond en er kan worden gedeclareerd tot en met de sterfdag van de jeugdige. Besteding pgb sociaal netwerk Kortdurend Gaat het om het aanleren van activiteiten, dan is aannemelijk dat dit meer kans van slagen heeft als de ondersteuning wordt geboden door een professionele ondersteuner die juist niet in directe relatie met de jeugdige staat. Dat geldt vooral als de te verstrekken ondersteuning naar verwachting kortdurend zal zijn. Dit kan bijv. aan de orde zijn als de jeugdige leerbaar is.
Het college kan zich dan op het standpunt stellen dat gecontracteerde professionele ondersteuning in natura in beginsel voor gaat op het toekennen van een pgb dat aan een persoon uit het sociaal netwerk wordt besteed. Onder een kortdurende periode wordt in ieder geval zes maanden verstaan (vergelijk ook CRVB:2011:BU3228). 5.6 Pgb-bekwaamheid Conflicterende belangen sociaal netwerk
Niet van toepassing
Besteding pgb sociaal netwerk Kortdurend Gaat het om een kortdurende noodzaak en de jeugdige is leerbaar, dan wordt niet voldaan aan de voorwaarden van de verordening (vergelijk ook CRVB:2011:BU3228).
5.6 Pgb-bekwaamheid Conflicterende belangen sociaal netwerk
April 2021
6
Was-wordt tabel Beleidsregels jeugdhulp Tubbergen
Het is nadrukkelijk niet gezegd dat bij de besteding van pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk (niet beroepsmatig) geen sprake kan zijn van conflicterende belangen! Echter, van deze personen ligt de betrokkenheid op de jeugdige en/of zijn ouder(s) (diens belang) - gelet op de persoonlijke relatie - meer voor hand.
5.9 Overige weigeringsgronden Niet van toepassing.
Hoofdstuk 6. Regels over voorkomen misbruik en oneigenlijk gebruik Huidige beleidsregels 6.3 Weigering pgb Artikel 5.5, eerste lid aanhef en onder a, van de verordening Er kunnen zich situaties voordoen waarin het college tot het oordeel komt dat er sprake is van een belangenstrengeling tussen de budgethouder en de derde aan wie het pgb wordt besteed. Daarvan is sprake als die derde ook degene is die de budgethouder helpt om de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde manier uit te voeren. Daarmee kunnen de aan het pgb verbonden taken door die derde beïnvloed worden. Wanneer de derde beroepshalve jeugdhulp biedt, dan gaat het college daarvan uit. De invloed van de derde op het zogeheten pgb-beheer is niet in lijn met het doel van het pgb en kan oneigenlijk gebruik van de wet in hand werken. Immers deze derde (een ZZP-er of ondersteuner in dienst bij een professionele organisatie) kan niet twee belangen dienen (vergelijk CRVB:2019:2803, RBGEL:2018:3911). Denk ook aan de situatie waarin de professionele organisatie in een bijvoorbeeld een andere BV activiteiten heeft ondergebracht gericht op bemiddeling. Het kan ook gaan om medewerkers die bij deze derde in dienst zijn of op een andere wijze aan de derde zijn verbonden (vergelijk CRVB:2019:2803).
In het geval de derde een persoon betreft uit het sociaal netwerk (niet beroepshalve werkzaam) kan ook sprake zijn van een belangenverstrengeling. Maar deze personen zullen gelet op hun betrokkenheid bij de jeugdige voornamelijk diens belang dienen. Bij de beoordeling van de wettelijke voorwaarden onderzoekt het college of hier sprake van kan zijn (art. 8.1.1, tweede lid, van de wet).
Het is nadrukkelijk niet gezegd dat bij de besteding van pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk (niet beroepsmatig) geen sprake kan zijn van conflicterende belangen! Dat wil zeggen dat ook bij personen uit het sociaal netwerk sprake kan zijn van (ongewenste) beïnvloeding van het pgb-beheer. Echter, van deze personen ligt de betrokkenheid op de jeugdige en/of zijn ouder(s) (diens belang) - gelet op de persoonlijke relatie - meer voor hand. 5.9 Overige weigeringsgronden Naast de weigeringsgronden, besproken onder 5.2 (aanvraag pgb met terugwerkende kracht) en 5.6 (conflicterende belangen pgb), geldt nog een aantal situaties waarin het college een pgb kan weigeren.
Nieuwe beleidsregels 6.3 Weigering pgb Artikel 5.5, eerste lid, van de verordening Het spreekt voor zich dat het college het ingevulde Budgetplan met de jeugdige en zijn ouder(s) (budgethouder) wenst te bespreken. Dat is niet vrijblijvend. Wordt er geen Budgetplan ingediend, dan wordt het pgb in principe geweigerd. Dat geldt ook als de budgethouder of diens wettelijk vertegenwoordiger een bespreking daarover weigert of zonder tegenbericht niet verschijnt op een uitnodiging van het college. Het college zal de budgethouder dan wel diens wettelijk vertegenwoordiger in ieder geval twee keer uitnodigen om een Budgetplan in te dienen dan wel het ingediende Budgetplan te bespreken.
Artikel 5.5, eerste lid aanhef en onder b, van de verordening
April 2021
7
Was-wordt tabel Beleidsregels jeugdhulp Tubbergen
Als het college vaststelt dat er bij zowel de budgethouder als de derde sprake is van problematische schulden- en/of verslavingsproblematiek, dan weigert het college het pgb. Denk bijvoorbeeld aan een jeugdige met verslavingsproblematiek en de derde die kampt met problematische schulden. Daaronder valt ook het traject van de gemeentelijke schuldhulpverlening of Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Er zijn ook andere voorbeelden denkbaar. Er wordt in de gevallen als bedoeld in de verordening een (te groot) risico gelopen dat het pgb oneigenlijk gebruik van de wet in hand werkt. Het college kan de derde laten verklaren dat er geen sprake is van een dergelijke problematiek. Voor zover het de jeugdige en/of zijn ouder(s) betreft zal het college een eventuele problematiek bij het onderzoek hebben vastgesteld. Opgemerkt wordt dat in het geval alleen bij de derde sprake is van problematische schulden- en/of verslavingsproblematiek het de vraag is of wel voldaan aan de kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 8.1.1, tweede lid aanhef en onder c, van de wet. Artikel 5.5, eerste lid aanhef en onder c, van de verordening Het spreekt voor zich dat het college het ingevulde Budgetplan met de jeugdige en zijn ouder(s) (budgethouder) wenst te bespreken. Dat is niet vrijblijvend. Wordt er geen Budgetplan ingediend, dan wordt het pgb in principe geweigerd.
Dat geldt ook als de budgethouder of diens wettelijk vertegenwoordiger een bespreking daarover weigert of zonder tegenbericht niet verschijnt op een uitnodiging van het college. Het college zal de budgethouder dan wel diens wettelijk vertegenwoordiger in ieder geval twee keer uitnodigen om een Budgetplan in te dienen dan wel het ingediende Budgetplan te bespreken. Hoofdstuk 7. Heroverweging, beëindiging, herziening of intrekking, terugvordering en invordering Huidige beleidsregels Nieuwe beleidsregels 7.2 Heroverweging besluit 7.2 Heroverweging besluit Het college is verplicht om pgb-besluiten te heroverwegen (art. 8.1.3 van de wet). Het college is verplicht om pgb-besluiten periodiek te heroverwegen (art. 8.1.3 van de wet). 7.7 Invordering 7.7 Invordering Verder biedt de verordening ook de bevoegdheid tot verrekenen met de verstrekte Verder biedt de verordening ook de bevoegdheid tot verrekenen met de verstrekte uitkering voor het levensonderhoud of het toegekende pgb. Het zal overigens niet uitkering voor het levensonderhoud. voor de hand liggen dat het college gebruik maakt van deze bevoegdheid. Immers, op het college rust de jeugdhulpplicht door een toereikend pgb te verstrekken.
April 2021
8
Was-wordt tabel Beleidsregels jeugdhulp Tubbergen
Bijlagen Huidige beleidsregels Niet van toepassing
April 2021
Bijlagen Nieuwe beleidsregels III Tabel: gemiddelde tijd en frequentie van activiteiten als onderdeel van de ADLassistentie
9