Bijlage VTSBP Buitengebied, Leningsbeekweg 2a.pdf
Tekst van het document
De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit.
Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Watertoetsproces Op 13 januari 2021 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie bijlage 2 . Op deze locatie is de standaard waterparagraaf van toepassing. Met inachtneming van de standaard uitgangspunten van het waterschap geldt voor onderhavig plan een positief advies.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'water' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toets bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
29
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die tot het NNN behoren liggen op minimaal 150 meter afstand van het plangebied. Natura 2000-gebied Het plangebied behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op minimaal 950 meter afstand (Springendal & Dal van de Mosbeek). Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten op deze Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland gebieden. Er is geen nader onderzoek nodig in het kader van gebiedsbescherming en er hoeft geen ontheffing van de Omgevingsverordening Overijssel of Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Soortenbescherming De gronden in het plangebied zijn in de huidige situatie ingericht als tuin. De gronden worden derhalve bijgehouden en regelmatig bewerkt. Gelet op de terreingesteldheid van de gronden is de locatie ongeschikt voor beschermde flora en/of fauna. Op basis hiervan lijkt van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna geen sprake, daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling lokaal. Op basis van deze gegevens wordt nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'ecologie' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie
Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Het plangebied kent de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4'. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan respectievelijk 2.500 m² en 5.000 m² en dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn. Toets Met de realisatie van de elektrische crossbaan worden geen bouwwerken opgericht waarbij bodemroerende werkzaamheden dieper dan 0,40 meter plaatsvinden. Daarnaast is het plangebied kleiner dan de genoemde oppervlaktes. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'archeologie' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet).
Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets 30
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat in de directe nabijheid van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het aspect 'cultuurhistorie' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.11
Verkeer / parkeren
Verkeer De planlocatie wordt ontsloten via de Leningsbeekweg. De Leningsbeekweg betreft een rustige weg waar een maximumsnelheid van 60 km/u geldt. Deze weg wordt voornamelijk gebruikt voor bestemmingsverkeer. Het plan zal extra verkeersbewegingen veroorzaken. De baan zal op woensdagmiddag, vrijdagmiddag en overdag in het weekend geopend zijn. Dit houdt in dat de baan maximaal vier dagen per week tussen 9:00 en 18:00 en dus negen uur per dag geopend is. In een wordt-case scenario wordt ervan uitgegaan dat één groep bestaat uit maximaal vijf kinderen en dat ieder kind apart met de auto wordt gebracht. Eén kinderfeestje c.q. activiteit duurt circa drie uur. Dit houdt in dat maximaal drie groepen en maximaal 15 kinderen per dag naar de locatie komen. De maximale verkeerstoename bedraagt dan 30 verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 15 kinderen x 2 verkeersbewegingen). Deze maximale verkeersbewegingen zullen voornamelijk op piekmomenten op woensdagvrijdag- zaterdagmiddag voorkomen, aangezien op die momenten voornamelijk de kinderfeestjes gehouden worden. Deze beperkte toename kan eenvoudig via de Leningsbeekweg worden afgewikkeld. Bovendien kan worden opgemerkt dat de elektrische crossbaan voornamelijk in het weekend en in vakanties in commerciëel gebruik zal zijn. Er vinden derhalve geen dagelijkse verkeersbewegingen rondom het plangebied plaats.
Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Voor de parkeernormen is het parkeerbeleid 'Bouwen en parkeren 2018' van de gemeente Tubbergen-Dinkelland aangehouden. Hierin heeft de gemeente aangegeven dat elke ontwikkeling op eigen terrein in de parkeerbehoefte moet voorzien. Voor berekeningen van het aantal parkeerplaatsen en een passende categorie is echter aangesloten bij de CROW-uitgave 'Toekomstbestendig parkeren'. De parkeerbehoefte is als volgt: Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt evenals in paragraaf 4.2 aangesloten bij de categorie 'Kinderboerderij'. Voor deze categorie geldt voor het buitengebied in een niet-stedelijke omgeving een parkeercijfer van maximaal 7,6 parkeerplaatsen per 100 m² BVO. De voorgenomen crossbaan kent een oppervlakte van 133 m². Derhalve geldt een additionele parkeerbehoefte van circa 10 parkeerplaatsen (berekening 1,33 x 7,6). Er kan echter opgemerkt worden dat de elektrische crossbaan voornamelijk gebruikt gaat worden ten behoeve van bijvoorbeeld kinderfeestjes en groepsactiviteiten voor kinderen, in groepen van maximaal vijf kinderen. Uitgaande van een worst-case scenario dat ieder kind apart naar de locatie zal worden gebracht, kan uitgegaan worden van een aanvullende parkeerbehoefte van vijf auto's. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, op het bestaande erf bij de woning.
Dit is tevens aangegeven op de landschappelijke inpassing, weergegeven in Bijlage 1. In de huidige situatie parkeren de bewoners hun auto's hier nog zelf. De bewoners kunnen echter op dagen dat de crossbaan in gebruik wordt genomen gebruik maken van het erf ten oosten van de woning, waardoor parkeerruimte vrij komt voor bezoekers. Er is derhalve voldoende parkeerruimte op eigen erf. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'parkeren' geen belemmeringen oplevert voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
31
32
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2 Toelichting op de regels 5.2.1
Opbouw
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.
Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
33
om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.
De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Enkelbestemmingen 'Wonen' De bestaande woonbestemming aan de Leningsbeekweg 2a blijft gehandhaafd. De regels uit het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan' worden overgenomen. 'Agrarisch - 1' Ter plaatse van de locatie van de elektrische crossbaan worden de gronden bestemd met een agrarische bestemming. De agrarische bestemming en de bijkomende regels uit het wordt met dit plan overgenomen. Tevens wordt de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - elektrische crossbaan' aan de voor 'Agrarisch - 1' bestemde gronden toegekend. De bestaande gebouwen blijven gehandhaafd en worden ingericht ten behoeve van de exploitatie van de crossbaan en deze bebouwing is positief bestemd. Het realiseren van nieuwe bebouwing is uitgesloten. Tevens is het gebruik van de crossbaan voor motorrijtuigen (zoals motoren, scooters en andere voertuigen) uitgesloten.
34
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
Dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' De gebieden met een lage en middelmatige archeologische verwachtingswaarde hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' gekregen. De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze dubbelbestemming is gekoppeld aan de plicht van een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden alsmede aan bouwwerkzaamheden. Ingrepen in de bodem zijn in deze gebieden in principe niet toegestaan bij bodemingrepen over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld. Alleen als aangetoond is dat er geen archeologische waarden meer zijn, deze niet onevenredig worden geschaad of er maatregelen worden getroffen om de waarden te beschermen, is het mogelijk hier bodemroerende werkzaamheden uit te voeren. De omgevingsvergunningen worden alleen verleend wanneer er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de voorkomende archeologische en cultuurhistorische waarden. De omgevingsvergunning is niet nodig voor werkzaamheden die gerekend worden tot het normale onderhoud. 'Waarde - Archeologie 4' De gebieden met een lage en middelmatige archeologische verwachtingswaarde hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' gekregen.
De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze dubbelbestemming is gekoppeld aan de plicht van een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden alsmede aan bouwwerkzaamheden. Ingrepen in de bodem zijn in deze gebieden in principe niet toegestaan bij bodemingrepen over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld. Alleen als aangetoond is dat er geen archeologische waarden meer zijn, deze niet onevenredig worden geschaad of er maatregelen worden getroffen om de waarden te beschermen, is het mogelijk hier bodemroerende werkzaamheden uit te voeren. De omgevingsvergunningen worden alleen verleend wanneer er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de voorkomende archeologische en cultuurhistorische waarden. De omgevingsvergunning is niet nodig voor werkzaamheden die gerekend worden tot het normale onderhoud.
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
35
36
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
37
38
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B onder 4, waardoor vooroverleg niet nodig is. Waterschap Vechtstromen Op 13 januari 2021 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 25 augustus voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
39
40
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
41
Bijlage 1
42
Ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
AD FONTEM RUIMTELIJK ADVIES Ruimtelijk kwaliteitsplan
Leningsbeekweg 2/2a, Mander | Ontwerp juli 2021
Leningsbeekweg 2-2a
a=
Bestaande woning met aan de voorzijde twee te behouden beuken (Fagus sylvatica), indien sprake is van verval dient herplant in dezelfde soort plaats te vinden
b=
Te behouden erfbos, bestaat uit de soort eik (Quercus robur), indien sprake is van verval dient herplant plaats te vinden met een klimaatbestendige en streekeigen/inheemse soort.
c=
Bijgebouwen bij de woning. De bijgebouwen nabij de crossbaan zullen
d=
Boomgaard tussen de rijbanen in. De bestaande fruitbomen zullen indien
gebruikt worden voor opslag en uitgifte van materiaal tbv de crossbaan. nodig verplaatst worden e=
Te behouden rij bomen (Alnus glutinosa, Quercus robur), indien sprake is van verval dient herplant met de soort zwarte els (Alnus glutinosa) plaats te vinden op de perceelsgrens, maatvoering 8-10.
f=
Te slopen houtopslag (oranje omlijnd)
g=
Bestaande tuinbeplanting
h=
Laanbomen langs de Leningsbeekweg
i=
Omliggende weilanden
j=
Terrein elektrische crossbaan, rood omlijnd, de parkeerplaats ten behoeve
k=
Omliggende houtwallen
van de crossbaan bevindt zich op het bestaande erf.
Ruimtelijk kwaliteitsplan e-crossbaan
20AF206
A.Veenendaal
Familie Kroezen
Versie 1.1
-
Leningsbeekweg 2a
15-07-2021
A3
7663 TM Mander
Definitief
1:600
COLOFON
Titel Ruimtelijk kwaliteitsplan Leningsbeekweg 2/2a Mander Opgesteld februari 2021 Datum laatst gewijzigd 22-07-21 Status Ontwerp Opdrachtgever Patrick en Maaike Kroezen Leningsbeekweg 2a 7663 TM Mander Auteur Ad Fontem Ruimtelijk Advies A.Veenendaal MSc, adviseur RO en de groene leefomgeving Stationsstraat 37 7622 LW Borne ad-fontem.nl
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Ad Fontem Juridisch Bouwadvies b.v
INHOUDSOPGAVE Introductie 5 Huidige situatie 6 Beleids en landschapsanalyse 9 Ruimtelijk kwaliteitsplan 12
INTRODUCTIE Ad Fontem Ruimtelijk Advies heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkelingen ter plaatse van de Leningsbeekweg 2/2a te Mander. De initiatiefnemers zijn voornemens om op het erf een elektrische motorcrossbaan voor kinderen te realiseren. De gemeente Tubbergen staat positief tegenover deze ontwikkeling. Als tegenprestatie voor de uitbreiding dient de ondernemer te investeren in de ruimtelijke kwaliteit. De bestemmingsplanwijziging kan onder meer worden gerealiseerd op voorwaarde dat het erf landschappelijk wordt ingepast en dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt versterkt. De landschappelijke inpassing wordt uiteengezet door middel van onderhavig ruimtelijk kwaliteitsplan. Het beleid en de uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing worden in beeld gebracht. De relevante beleidskaders worden in het bestemmingsplan benoemd en getoetst. Op basis van de landschapsinventarisatie en analyse wordt er een beschrijving gegeven van het erf in het omliggende landschap. Dit vormt de basis voor de beschrijving van de nieuwe situatie, inclusief de landschappelijke inpassing die voldoet aan het beleid opgesteld door de gemeente Tubbergen.
Figuur 1 Topografische kaart met het plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl)
5
Huidige situatie Algemeen Het bestaande woonerf ligt in een landschap dat is opgebouwd uit dekzandvlakten en beekdalgebieden, gelegen ten westen van de stuwwal van Ootmarsum. In de laatste ijstijd zijn zandruggen en beekdalen ontstaan en na verloop van tijd geërodeerd. Hoogteverschillen zijn grotendeels afgevlakt door grootschalige ontginningen en door de moderne landbouw. Ten tijde van schaalvergrotingen en landinrichtingen is het landschap nog eens sterk gerationaliseerd. Het plangebied ligt in een landschap dat nagenoeg vlak is geworden. Er zijn meerdere landschapstypen te onderscheiden die zijn gevormd door mens en/of natuur. Het plangebied ligt in het jong heide ontginningslandschap, aan de rand van het maten- en flierenlandschap van het dal van de Mosbeek. In figuur 2 is op de historische topogafische kaarten van 1900 en 1935 te zien hoe de omgeving van het plangebied om wordt gevormd van heide naar een rationeel ontgonnen landschap. Zoals op de historische topografische kaart van 1900 te zien is, was de locatie van het bestaande erf reeds in gebruik als erf met een
naastgelegen akker rond het jaar 1900. Deze gronden waren beplanting voorkomt langs de rechtlijnige structuren van verbonden met de naastgelegen maten (graslanden) en flieren wegen en percelen. De nattere gronden rondom de beek (hooilanden), welke veelal dichtbij een waterloop (in dit geval zijn veelal omgeven door perceelrandbegroeing rondom de de Mosbeek) liggen. De overgang van hoger naar lager gelgras- en hooilanden, welke zelfs nu nog deels aanwezig zijn. egen grond en de aanwezigheid van water maakte het gebied Op de historische topografische kaarten is te zien dat er landtot een goede verblijfplaats voor de mens. Het erf ligt nabij de schapselementen verdwenen zijn, maar ze laten ook zien dat Mosbeek op een hoger gelegen stuk grond (zie AHN in figuur de huidige structuren in het landschap nog goed herkenbaar 3), tussen meerdere wegen ingeklemd. In latere periodes zijn zijn. Het wegenpatroon is inmiddels geextensiveerd, maar de omliggende heidegebieden verdeeld en geschikt gemaakt de perceelsvormen met enkele landschapselementen zijn bevoor de landbouw. houden gebleven.
Aan de rand van de maten en flieren Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginHet erf stond tijdens de eerste ontginningen in verbinding ningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en vermet het westelijk gelegen maten- en flierenlandschap van sterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bossde Mosbeek. Het plangebied wordt conform de provinciale troken en waterlopen en ontginningslinten met erven en landschapstyperingen geschaard onder het jonge heide ontde kenmerkende ruimtematen. De ambitie is de natuurlijke ginningslandschap, welke tussen de jaren ‘10 en ‘50 volledig verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat funcontgonnen is. Het landschap ten oosten van het erf is zowel tioneel meer sturend en beleefbaar te maken. voor als na de ontginning open geweest waarbij voornamelijk
Figuur 2 Historische topografische kaart uit 1900 (links) en 1970 (rechts) met de locatie geel omcirkeld (bron: atlasvanoverijssel.nl)
6
Figuur 3 Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) ter plaatse van het plangebied (zwarte stip betreft erf) (bron: AHN)
Huidige inrichting Het erf aan de Leningsbeekweg 2 te Mander is toegankelijk via Leningsbeekweg welke in de noordelijke richting uitkomt op de Veendijk, de weg tussen Manderveen en Vasse. De relatief nieuwe boerderij in Twentse stijl wordt bewoond door twee generaties. Rondom het hoofdgebouw zijn diverse bijgebouwen te vinden welke gebruikt worden door de bewoners van de boerderij voor opslag, als werkplaats en voor de stalling van dieren en voertuigen. De functionele scheiding tussen ‘voor’ en ‘achter’, tussen wonen en werken is terug te vinden in de boerderij, de situering van de bijgebouwen en de erfinrichting. In figuur 5 is de voorkant van de boerderij te zien. Aan de andere kant van de boerderij zijn de niendeuren aanwezig met omliggend de genoemde bijgebouwen als zijnde het voormalige ‘werk’ gedeelte van het erf. De nieuwe boerderij staat vrijwel op dezelfde plek als de oude boerderij waardoor de oude opzet van het erf behouden is gebleven. Op het erf zijn diverse elementen en beplantingen aanwezig die typerend zijn voor een (oud) erf. Aan de noordzijde van de boerderij is een erfbos (eiken) aanwezig, aan de westzijde een paar oude beuken, een waterput, veldkeien en de voormalige weg, nu tevens inrit, wordt begeleid door een rij bomen (voornamelijk eik en zwarte els). Aan de zuidzijde van de boerderij is het voormalige grasland in gebruik genomen als tuin en boomgaard.
Figuur 5 Boerderij aan de Leningsbeekweg 2/2a (bron: Ad Fontem)
Figuur 4 Situering erf (bron: atlasvanoverijssel.nl)
7
Figuur 6 Erfbos en oprit noordzijde erf (links boven), entree vanaf de Leningsbeekweg naar toekomstige parkeerplaats (rechts boven), elektrische crossbaan vanaf de Leningsbeekweg (links onder) en de locatie elektrische motorcrossbaan gezien vanaf het erf (bron: Ad Fontem)
8
Beleid en landschap Provinciaal beleid
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: • generieke beleidskeuzes; • ontwikkelingsperspectieven; • gebiedskenmerken. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Gebiedskenmerken Middels een verdeling in vier lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: • De natuurlijke laag • De laag van het agrarisch-cultuur landschap • De stedelijke laag (hier n.v.t.) • De lust en leisure laag (hier n.v.t.)
Natuurlijke laag: Dekzand-vlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Het plangebied is gesitueerd op een dekzandkop welke rondom de stuwwallen ontstonden, in dit geval de stuwwal van Ootmarsum. De meeste dekzandverhogingen in dit landschap (op de gor-
deldekzandruggen na) betreffen kleine koppen of ruggen. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Uitgangpunten hiervoor zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan beter beleefbaar maken van reliëf en watersysteem; Strekkingsrichting van landschap is uitgangspunt bij ontwikkelingen. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. Agrarische cultuurlandschap: Jong heide- en broekontginningslandschap De Leningsbeekweg ligt in het buitengebied van Mander en wordt getypeerd als een jong heide- en broekontginningslandschap. Het landschap dat wij nu typeren als jong heide- en broekontginningslandschap bestond vroeger uit uitgestrekte heidevelden en natte laagtes (zie de historische topografische kaart uit 1900 in figuur 2). De hoger gelegen drogere delen van deze woeste gronden werden gebruikt voor de beweiding van schapen en het steken van plaggen voor de bemesting van de essen. De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was dan ook oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap.
De structuur van het landschap is ontstaan ten tijde van technische, medische en chemische uitvindingen (zoals kunstmest) in de 18e en 19de eeuw, die de ontginning van moerige gronden en heidevelden rendabel maakten. Er ontstond een rationeel boerenland met de lange rechte wegen in een schaakbordachtige structuur, de regelmatige, grote landbouwkavels en de regelmatige verspreide boerderijen. De erven werden gerangschikt en ingericht naar de bedrijfsvoering en eigen inzicht van de boer. De omgeving van de plangebied is dan ook een gebruikslandschap. Het erf zelf is ontstaan voor de grote heideontginningen en is derhalve meer verbonden met het maten en flierenlandschap. Het maten- en flierenlandschap kenmerkt zich als een keinschalig landschap langs de beek met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Het omliggende landschap is een grootschalig landschap gericht op de landbouw
met over het algemeen weinig perceelrandbegroeiingen. Het naastgelegen beekdal heeft daarentegen relatief veel begroeing in de vorm van hakhoutstruweel en heeft een geslotener karakter. De dragende structuren in het open landschap worden gevormd door groene en blauwe raamwerken. Het plangebied kenmerkt zich met perceelrandbegroeiing langs de perceelsgrenzen en de voormalige weg aan de oostzijde van het erf. Een deel hiervan is opgenomen als casco element conform het Cascobeleid van de gemeente Tubbergen. Bodem Het bodemtype geeft inzicht in de chemische omstandigheden welke sturend is voor de keuze van het plantmateriaal. Beplanting die namelijk van nature op deze bodemtypen groeit, heeft namelijk veel minder last van ziektes en plagen. Ze zijn sterker omdat de bodemomstandigheden optimaal zijn voor de soorten. Ook binden inheemse plantensoorten meer insecten, schimmels en mossen aan zich. De jonge ontginingen bestaan hoofdzakelijk uit door de mens bewerkte zandgronden. Het plangebied omvat de veldpodzolgrond en de Gooreerdgrond. Het betreffen gronden welke in eerste instantie voor de landbouw bewerkt zijn waardoor de bovenste laag meer humus bevat. Voor een goede oogst zijn er zeer veel toevoegingen nodig waardoor het gebruik vaak beperkt wordt tot grasland. Op deze zandgronden groeien o.a.
de winter- & zomereik, beuk, haagbeuk, meidoorn zwarte els (nattere gronden) van nature. Deze soorten, met name de soorten die reeds aanwezig zijn, zullen worden gebruikt in het ontwerp.
9
Figuur 7 Boven de natuurlijke laag en Figuur 8 onder de agrarische cultuurlandschap laag (bron: atlasvanoverijssel.nl)
10
Gemeentelijk beleid
Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot het casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van het casco zijn in principe niet te verwijderen. De beplanting in de vorm van een erfbos aan de noordzijde van het erf en de beplanting langs de voormalige weg over het erf zijn omschreven als bestaande casco elementen. Ter plaatse van de te ontwikkelen elektrische crossbaan is gedeeltelijk ‘volledige natuur’ aanwezig. Ten zuiden van de schuur is echter geen beplanting aanwezig, het huidige gebruik betreft boomgaard. De boomgaard zal terug komen tussen de rijstroken van de elektrische crossbaan. De landschapselementen worden niet verwijderd. De nieuwe elementen zullen aansluiten op de oude elementen. Er zijn geen gevolgen voor het casco beleid. Figuur 9 Cascobeleidskaart (bron: atlasvanoverijssel.nl)
11
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Leningsbeekweg 2-2a
a=
Bestaande woning met aan de voorzijde twee te behouden beuken (Fagus sylvatica), indien sprake is van verval dient herplant in dezelfde soort plaats te vinden
b=
Te behouden erfbos, bestaat uit de soort eik (Quercus robur), indien sprake is van verval dient herplant plaats te vinden met een klimaatbestendige en streekeigen/inheemse soort.
c=
Bijgebouwen bij de woning. De bijgebouwen nabij de crossbaan zullen
d=
Boomgaard tussen de rijbanen in. De bestaande fruitbomen zullen indien
gebruikt worden voor opslag en uitgifte van materiaal tbv de crossbaan. nodig verplaatst worden e=
Te behouden rij bomen (Alnus glutinosa, Quercus robur), indien sprake is van verval dient herplant met de soort zwarte els (Alnus glutinosa) plaats te vinden op de perceelsgrens, maatvoering 8-10.
f=
Te slopen houtopslag (oranje omlijnd)
g=
Bestaande tuinbeplanting
h=
Laanbomen langs de Leningsbeekweg
i=
Omliggende weilanden
j=
Terrein elektrische crossbaan, rood omlijnd, de parkeerplaats ten behoeve
k=
Omliggende houtwallen
van de crossbaan bevindt zich op het bestaande erf.
Ruimtelijk kwaliteitsplan e-crossbaan
20AF206
A.Veenendaal
Familie Kroezen
Versie 1.1
-
Leningsbeekweg 2a
22-07-2021
A3
7663 TM Mander
Definitief
1:600
12
Ruimtelijk kwaliteitsplan In het plangebied liggen kansen om een kwaliteitsimpuls te geven aan het jong heide- en broekontginningslandschap, dan wel het maten- en flierenlandschap conform de uitgangspunten van het gemeentelijke en provinciale beleid en passend bij het toekomstige gebruik van de gronden. Het plangebied ligt in een half open landschap op de grens tussen het kleinschalige maten- en flierenlanschap van de Mosbeek en de later ontgonnen gronden van het heideontginnigslandschap. Het maten- en flierenlandschap kenmerkt zich als een keinschalig landschap, met een onregelmatige blokverkaveling en perceelrandbegroeiing. Het landschap ten oosten van het plangebied betreft een grootschalig landschap, met name gericht op de landbouw met over het algemeen alleen begroeing langs perceelranden, wegen en watergangen. De dragende structuren worden gevormd door groene en blauwe raamwerken. Het plangebied en zijn omgeving is dan ook onderdeel van een gebruikslandschap. Het gebruik van de gronden behorende bij het erf voor een kleinschalig bedrijf, de electrische crossbaan voor kinderen, doet het landschap geen onrecht aan.
Maatregelen Er worden diverse maatregelen uitgevoerd om het plan landschappelijk in te passen. De concrete maatregelen en benodigde werkzaamheden worden hieronder uiteengezet. In de uiteenzettingen wordt verwezen naar de letters opgenomen in de landschappelijke inpassingsschets. Behoud bestaande landschapselementen op erf Het erf aan de Leningsbeekweg 2 ligt als het ware in de ‘oksel’ van de Leningsbeekweg en de oprit, voorheen ook een doorgaande weg. In de meest noordelijke punt, ten noorden van het erf is het ‘rest’ stuk grond ingericht geraakt erfbos. Het erfbos omvat meerdere eiken (Quercus robur), welke samen met de wegbeplanting (Alnus glutinosa en Quercus robur) langs de oprit zorgt voor een robuust en volumieus landschapselement op het erf. Ze zorgen voor de inpassing van de bestaande bebouwing in het landschap. Deze bomen dienen behouden te worden en bij verval vervangen te worden door nieuwe aanplant van een klimaatbestendige en inheemse soort.
De groene en blauwe rationele structuren zijn ook rondom het plangebied te herkennen en de voorgenomen ontwikkeling past zich in binnen de bestaande landschappelijke structuren. De wegen in de buurt worden begeleid door laanbomen, de percelen nabij de Mosbeek door hakhoutstruwelen en samen met de perceelrandbegroeing langs de erven en diverse blokvormige percelen in de buurt vormen zij een het raamwerk. Door de jaren heen zijn landschapselementen langs de rationele lijnen in het landschap verdwenen door onder andere schaalvergroting in de landbouw. Rondom het plangebied is op historische topografische kaarten te zien dat er voorheen meer beplanting aanwezig was rondom de percelen nabij de beek en meer bosschages in de heideontginningen. In het plangebied zijn de landschapselementen grotendeels behouden gebleven.
Elektrische crossbaan De elektrische crossbaan voor kinderen zal zich situeren in een bestaande landschappelijke structuur behorende bij het erf, een bestaande ‘kamer’ in het landschap. De crossbaan heeft een lengte van circa 125 meter, waarbij de pitlane zich aan de westzijde van het terrein bevindt. De baan heeft een breedte van ongeveer 1 meter en zal bestaan uit een ondergrond van zand. De bestaande fruitbomen zullen indien nodig verplaatst worden naar de beschikbare ruimte tussen de rijbanen. Onderstaand een impressie van het ontwerp van de crossbaan.
Figuur 11 Impressie ontwerp crossbaan
Figuur 10 Aanzicht erf vanaf de Veendijk
De oostzijde van het crossterrein wordt begrenst door de beplanting langs het oude tracé van de Leningsbeeksweg die daar ooit gelegen heeft. De bestaande elzen, eiken en een enkele grove den die langs deze verdwenen weg staan zullen behouden blijven daar ze de structuur van het landschap versterken. Het terrein zal afgesloten worden met een houten landhek.
13
Stationsstraat 37 - 7622 LW Borne - Tel: 074-2557027 - a.veenendaal@ad-fontem.nl - www.ad-fontem.nl
Bijlage 2
58
Watertoets
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
datum 13-1-2021 dossiercode 20210113-63-25268 Geachte heer/mevrouw S.H. Geurtse, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de korte procedure. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan onder de voorwaarde dat u de standaard waterparagraaf uit dit document toepast.
STANDAARD WATERPARAGRAAF
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a. Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen.
Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit.
Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.
Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder bevestigd met ja): een gemengd stelsel een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geinfiltreerd. ja
een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd gescheiden stelsel. ja Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
_____________________________________________________________________________________________________________________ Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.
_____________________________________________________________________________________________________________________ Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve va het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl
Regels
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
61
62
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
Het bestemmingsplan "Buitengebied, Leningsbeekweg 2a" met identificatienummer NL.IMRO.0183.BUIBPLENINGSBWG2A-VG01 van de gemeente Tubbergen. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan-huis-gebonden beroep of bedrijf
een dienstverlenend beroep of een bedrijf dat op kleine schaal in of bij een (bedrijfs)woning wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.7
agrarisch gebruik
het gebruik van gronden voor het telen van gewassen en het houden van dieren; 1.8
ander bouwwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.9
ander werk
een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.10
archeologische waarden
oudheidkundige waarden in de bodem die van belang zijn voor de kennis en studie van (de culturele overblijfselen van) de beschavingsgeschiedenis; 1.11
bassin
een mest- of waterbak voor de opslag van mest of water ten behoeve van agrarische en glastuinbouwactiviteiten; 1.12
bebouwing
één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken zijnde;
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
63
1.13
bed and breakfast
een verblijfsrecreatieve medegebruiksvorm als ondergeschikte activiteit in een (bedrijfs)woning, waarbij in de (bedrijfs)woning periodiek kortdurend recreatief verblijf wordt verschaft en ontbijt wordt geserveerd, gedreven door de bewoner(s) van die (bedrijfs)woning. Onder bed and breakfast wordt in ieder geval niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 1.14
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, een aan huis verbonden beroep daaronder niet begrepen; 1.15
bedrijfsgebouw
een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.16
bedrijfsmatig
gericht op het behalen van winst; 1.17
bedrijfsmatige kamerverhuur
een samenstel van bedrijfsruimten, om aan anderen dan de rechthebbende en de personen behorende tot diens huishouden, woonverblijf te verschaffen, al dan niet met gehele of gedeeltelijke verzorging, niet in de zin van een zelfstandige woongelegenheid; een en ander kan blijken uit het feit dat voor de kamers afzonderlijk huur wordt berekend en/of betaald en elke kamer zelfstandig wordt bewoond, waarbij al dan niet sprake is van enkele gemeenschappelijke voorzieningen; 1.18
bedrijfswoning
een gebouw met woning op een terrein, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die (dat) werkgerelateerd is met dat bedrijf. In geval de woning bij een gebouw of op een terrein wordt gebouwd, maken alle aangebouwde bijbehorende bouwwerken onderdeel uit van de bedrijfswoning; 1.19
bestaand
ten aanzien van de vóór 1998 aanwezige bouwwerken, ten aanzien van de legaal aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik: bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het Bestemmingsplan Buitengebied Tubbergen 2016; 1.20
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.21
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.22
bijbehorend bouwwerk
een architectonisch ondergeschikte uitbreiding van een woonhuis/bedrijfswoning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend woonhuis/bedrijfswoning verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.23
boerderijkamers
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf en of in combinatie met het serveren van ontbijt.
64
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
1.24
boerderijpand
het gebouw behorende tot het bestaande agrarisch bedrijf of het voormalige agrarisch bedrijf, waarin oorspronkelijk het woongedeelte en de stal/schuur was ondergebracht en dat oorspronkelijk als het hoofdgebouw van het agrarisch bedrijf is gebouwd; 1.25
boom
een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven; 1.26
bomenrij
drie of meer bomen, al dan niet langs een bestaande of voormalige weg, watergang en/of perceel, visueel als samenhangend element herkenbaar; 1.27
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.28
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.29
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.30
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.31
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.32
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.33
casco
de voor een landschapstype kenmerkende landschapselementen; 1.34
cascobenadering
benadering, gericht op behoud en versterking van landschapstypen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen landschapselementen die deel uitmaken van het casco en behouden dienen te blijven en landschapselementen die geen deel uitmaken van het casco en verplaatst kunnen worden vanwege agrarische, economische, infrastructurele en andere maatschappelijke belangen; 1.35
containerteelt
het niet in de volle grond telen van gewassen, oftewel een niet-grondgebonden teelt; 1.36
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;
bestemmingsplan Buitengebied, Leningsbeekweg 2a
65
1.37
crossbaan
verhard of onverhard terrein voor elektrische crossmotoren; 1.38
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.39
ecologische Hoofdstructuur
een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met bestaande en potentiële natuurwaarden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van soorten en ecosystemen; 1.40
erfinrichtingsplan
een plan waarbij, na realisatie bebouwing tussen 1000 m3 en 3000 m3, het bouw- cq bestemmingsvlak is ingepast op een wijze die aantoonbaar past in het type landschap waarin het bouw- cq bestemmingsvlak is gelegen. Hierbij is aangesloten op de “Richtlijnen objectivering casco Noord-Oost Twente” behorende bij de beleidsnota “De casco benadering in Noordoost-Twente', welke is vastgesteld op 2 juli 2012. De hierin opgenomen aanbevelingen worden opgevolgd bij het opnieuw aanleggen van landschapselementen. Het plan dient door het college te zijn goedgekeurd; 1.41
evenement
elke voor publiek buiten de daartoe ingerichte inrichtingen toegankelijke festiviteit, grootschalige sportwedstrijd, auto- of motorcrosswedstrijd, optocht, georganiseerd vuurwerk en alle overige tot vermaak en recreatie bedoelde activiteiten, met uitzondering van markten als bedoeld in de Gemeentewet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties, voorzover de activiteiten een aaneengesloten periode van ten hoogste 14 dagen omvatten; 1.42